D66 wil langer werken

D66 ziet de langere werkweek als oplossing voor de vergrijzing en de crisis. Nederlanders zouden veel te weinig werken. Maar deze analyse doet geen recht aan de werkelijke situatie. Ook is het geen passend antwoord op de problemen nu en in de toekomst.

Cijfers

Nederlanders werken nu gemiddeld 1377 uur per jaar, het minst van de geïndustrialiseerde wereld, zegt D66 in haar verkiezingsprogramma. Inderdaad, als we de cijfers erbij pakken dan blijkt dat de Nederlander gemiddeld nog geen 1400 uur per jaar volmaakt, terwijl de Britten tegen de 1700 uur per jaar werken, en de Grieken (de uitslovers) maar liefst 2100 uur per jaar halen.

Dat laatste zou ons al moeten doen afvragen of het niet veel belangrijker is wat je tijdens je werkuren doet, dan hoeveel uur het eigenlijk zijn. Maar er is een andere reden waarom deze cijfers bedrieglijk zijn. In Nederland is de arbeidsparticipatie bijzonder hoog. In ons land zijn ongeveer 5% meer mannen en vrouwen aan het werk dan in het Verenigd Koninkrijk. En maar liefst 10% meer mannen en twee keer zoveel vrouwen dan in Griekenland!

Nu is het zo dat veel van die mensen die wij extra aan het werk hebben in deeltijd werken. 25% van de mannen en maar liefst 75% van de vrouwen werkt in een deeltijdfunctie. Een en ander weegt natuurlijk tegen elkaar op. Klaarblijkelijk werken wij net zo hard, maar hebben wij het werk eerlijker verdeeld. Dat geeft ons tijd om dingen te combineren. Nederlanders zijn dan ook expert in het combineren van zorgtaken, het huishouden en vrije tijd met een werkend bestaan.

Effecten

Dit betekent natuurlijk op zich nog niet dat het geen goed idee zou kunnen zijn om langere werkweken te gaan maken. Maar wat zou het effect daarvan zijn op korte termijn? Mensen worden productiever, dus er zijn ook minder mensen nodig om productie te halen. Met andere woorden, langere werkweken gaat af van de werkgelegenheid. “D66 wil werkend de crisis uit” staat in het verkiezingsprogramma. Dat gaat met een langere werkweek volgens mij in ieder geval niet gebeuren.

Nu presenteert D66 dit plan niet alleen als oplossing voor de crisis, maar ook als oplossing voor de vergrijzing. Voor de langere termijn dus. Het idee is namelijk dat wanneer de crisis vergeten is en de vergrijzing toeslaat, we in dit land juist met te weinig arbeidskrachten komen te zitten.

Maar ook daarvoor vraag ik me af of langer doorwerken wel het juiste antwoord is. Immers, het probleem van de vergrijzing is niet zozeer dat er te weinig gewerkt wordt, maar dat er teveel mensen aan de kant staan. Het lijkt me niet logisch mensen die werken daarom meer te belasten.

Het lijkt me veel logischer het vanzelfsprekend te laten zijn dat wanneer je oud bent en gezond, je langer doorwerkt. Maar dan bijvoorbeeld op zijn Nederlands. Dus part-time. Zodat we het ook langer vol kunnen houden. Hierdoor zullen niet alleen meer mensen economisch zelfstandig zijn, maar blijft er daarnaast ook nog tijd over voor bijvoorbeeld zorgtaken. Want ook dat is met het oog op de vergrijzing zeer belangrijk.

Bronnen: Eurostat, CBS.

Additie: In de discussie die volgde op dit stuk op Sargasso suggereerden meerdere lezers dat met langere werkweken de uren minder productief gebruikt zouden worden. Eén lezer meende uit de cijfers te zien dat hoe langer de werkweken waren hoe minder ‘welvarend’ het land zou zijn. Of deze stelling opgaat durf ik niet te zeggen en hangt natuurlijk af van de definitie van welvaart. Interessant is de gedachte wel. Het ideaal van een samenleving waarin relatief veel mensen aan de slag zijn maar korte werkweken draaien is er één die bij mij niet primair door economische motieven is ingegeven; ik zelf acht dat politiek wenselijk omdat mensen niet alleen gelukkiger worden door werk, maar ook door een mooie werk-vrije tijdbalans – waarbij het laatste ook gelegenheid geeft tot het verrichten van vrijwilligerstaken die maatschappelijk ook wenselijk zijn. Dat een kortere werkweek ook economische voordelen op zou leveren zou in die discussie mooi zijn. Voor zover ik kan zien spreken de cijfers dat idee in ieder geval niet tegen.

Het vangnet volgens D66

Met D66 kan je alle kanten uit. Hoe het programma voor de sociale zekerheid er onder D66 uit zal zien hangt met name af van de coalitiepartner die ze krijgen. En zo verstrekkend zijn de voorstellen van D66 nu ook weer niet.

Ontslagrecht

Een berucht standpunt voor D66 is het vereenvoudigen van het ontslagrecht. Maar wat wil ze er eigenlijk aan veranderen? In praktijk maar weinig. D66 stelt als enige verandering voor dat de toetsing van het ontslag niet verplicht zal moeten zijn. De partij ziet daarin het voordeel voor werknemers dat de doorstroming op de arbeidsmarkt bevorderd wordt.

Dat is mooi voor mensen zonder baan. Maar voor mensen met een vast contract is het geen goed nieuws. Terecht wijst D66 dan op het verschil in rechtspositie tussen mensen met een vast contract enerzijds, en anderzijds de flexwerkers, freelancers en ZZPers. Maar in praktijk betekent het voorstel van D66 dat er aan het verschil in rechtspositie niets gedaan wordt. Het is voor de laatste alleen lastiger zijn recht te krijgen.

WW en bijstand

Wie ontslagen wordt, heeft recht op WW. Mij lijkt het logisch dat wanneer het ontslagrecht wordt ingeperkt, dit gecompenseerd wordt. Bijvoorbeeld via de WW. En D66 wil de WW dan ook verhogen. Daar profiteren niet alleen medewerkers met een vast contract van, maar ook mensen met een tijdelijk contract en uitzendkrachten.

Tot zover geen slechte ruil dus. Zeker niet omdat D66 op dit pakket ook nog het recht op bijscholing legt, wat normaal nu slechts uit de ontslagvergoeding komt of bij de werkgevers moet worden afgebedeld. De WW moet volgens D66 echter niet alleen hoger zijn, maar ook korter. Als iemand tegen zijn zin in langer werkloos is, krijgt hij van D66 de rekening dus keihard gepresenteerd. Dan kan hij versneld de bijstand in.

En die bijstand wordt er als het aan D66 ligt waarschijnlijk niet vrolijker op. D66 wil de Wajong, de WSW (sociale werkplaatsen) WWB (bijstandswet) in één wet onderbrengen. Vervolgens dienen alle mensen die daar gebruik van maken aan het werk te komen, bij reguliere werkgevers.

Een prachtig ideaal, iedereen aan het werk en nog voor een eerlijk loon ook. Maar dit zegt iedere partij voor de verkiezingen, en dat al meer dan tien jaar lang. Wat D66 nu eigenlijk anders wil doen in de bijstand wordt uit het verkiezingsprogramma niet duidelijk.

Werkgevers

Ook opvallend is dat de hervorming van het ontslagrecht zoals D66 dat voorstelt voor werkgevers helemaal niet zo gunstig is. Zeker, ontslag aanzeggen is makkelijker want met een redelijk voorstel (of een flinke bak bluf) kunnen werkgevers een rechtsgang voorkomen. Werkgevers moeten echter wel het eerste half jaar WW gaan betalen. Ik kan me niet voorstellen dat een werkgever daarop zit te wachten. Administratief wordt het er ook niet eenvoudiger op.

ZZPers

Toch zit er voor één groep mensen op de arbeidsmarkt wel een lichtpuntje in het programma van D66. D66 is namelijk verliefd op de ZZPer. D66 wil dat ZZP-ers gemakkelijker aan kunnen haken bij sociale voorzieningen. Zo kunnen ze toegang krijgen tot een vrijwillig pensioenfonds en de WIA om hun arbeidsongeschiktheidsrisico te verzekeren. Op een arbeidsmarkt waar steeds meer mensen vaak noodgedwongen als ZZPers werken is dat hoog nodig.

Alternatief

D66 wil het redelijke alternatief zijn voor liberalen die hun VVD hebben zien veranderen in een conservatieve PVV-light die ondanks de crisis nog dogmatisch vasthoudt aan haar neoliberale ideologie. D66 wil duidelijk een andere economie, duurzaam en innovatief. De VVD ziet het stimuleren van ondernemen daarbij met name als het verstrekken van subsidies en voordelen aan grote bedrijven. D66 daarentegen is hip en jong en investeert het liefst in het MKB en in ZZPers, en in omscholing en doorstroming op de arbeidsmarkt.

Voor wie ondanks zijn eigen inzet toch een langere tijd geen werk kan vinden, leveren beide partijen echter een mager sociaal vangnet op. Zowel D66 als de VVD zijn voor een hogere maar kortere WW en het samenvoegen van de WSW, Wajong en WWB. We zouden D66 daarmee de VVD-light kunnen noemen.

Conclusie

D66 heeft de mond vol van hervormen. Maar hoe ze de sociale zekerheid daarvoor wil hervormen wordt uit het verkiezingsprogramma niet altijd even duidelijk. Teleurstellend is daarbij dat het verschil in rechtspositie tussen mensen met verschillende soorten contracten, waar D66 samen met GroenLinks terecht de aandacht op vestigt, uiteindelijk niet fundamenteel wordt aangepakt. En waar er sprake is van een inperking van het ontslagrecht gaat dat niet gepaard met een erg ruimhartige compensatie via de algemene sociale voorzieningen.

Terwijl zo een uitruil van rechten zeer in het belang zou zijn van werknemers, want het huidige ontslagrecht is een zinkend schip dat steeds verder uitgehold wordt, en waar steeds minder mensen op de arbeidsmarkt gebruik van kunnen maken.

Het hangt er naar ik vrees maar net vanaf met welke coalitiepartner D66 zou gaan regeren hoe een en ander uit zal pakken. Met de SP in de coalitie kan D66 wel eens heel groen en sociaal worden. Maar met de VVD in één kabinet zou de VVD-light zomaar kunnen veranderen in de VVD-ultra-heavy.

Rechts Stemadvies

Waarin de auteur aan VVD-stemmers een voorstel doet.

OK. Dus je bent rechts. Je hebt geen zin in dat hippie-gezeik, dus je stemt VVD. Dat milieugezanik, dat overleven we allemaal wel, en zo niet, dan waren wij echt niet degenen die er iets aan hadden kunnen veranderen. Gezever over ozon en CO2 en zure regen en wat dan ook is allemaal maar sowieso hopeloos speculatief gedoe. Over tien jaar vinden ze wel wat nieuws uit. Als er niet een of andere meteoriet of vulkaanuitbarsting komt die de zaken er toch al compleet anders uit zal laten zien.

Ondertussen: de realiteit van vandaag de dag. Je hebt je huis met een aflossingsvrije hypotheek gekocht en je bent nu naast je werk even lekker toe aan genieten. Je wilt daarom van je eerlijk verdiende loon niet graag bijdragen aan het levensonderhoud van handophouders. De economie wordt tenslotte gebouwd door ondernemende mensen en niet door uitkeringstrekkers en subsidieraven. Waar niemand voor wil betalen is het volgens jou niet waard om kunstmatig in leven gehouden te worden.

Criminelen? Geen zin in, opsluiten en nooit meer over praten. Nederlander worden? Kan je vergeten, we hebben het hier goed zat en daar kunnen we geen profiteurs bij gebruiken. Europese samenwerking? Europa ziet er prima uit zoals het nu is. Crisis? Welke crisis? Oh, tekorten! De overheid heeft genoeg zieligheidprojecten lopen waar nog een hele hoop af kan. Iedereen die wil kan zijn eigen pech toch betalen? Met jou en de jouwen gaat het in ieder geval goed.

Je vindt het misschien prettig dat je vrij zeker weet dat je partij niet meer met de proleet Wilders zal gaan regeren. Het CDA, toch de gewezen partner voor je VVD-regering, wil dat immers niet meer. Niet dat Wilders geschifter is dan die linkse knuffelaars met hun droomwereld natuurlijk. Maar je hoopt dat je partij met het kneedbare PvdA en eventueel het krachteloze D66 samen zal gaan regeren.

En waarschijnlijk krijg je nog je zin ook. Op 12 september kan een fles wijn open.

Maar waarom?

Nu even dit. Het komt je misschien ongelegen uit, maar je kunt niet ontkennen dat we in een best wel vervelende crisis zitten. Je bent je baan dan wel niet kwijt, maar de opdrachten lopen terug en je beleggingen worden een stuk minder waard. Wellicht moet je zelfs al even een maagpoedertje nemen als je terugdenkt aan hoeveel geld de crisis ook jou inmiddels heeft gekost. 2008. Auw.

Helaas doet ook jouw partij het liefst alsof er helemaal nooit een crisis is geweest en we altijd op dezelfde voet verder kunnen leven. Terwijl zelfs een kind snapt dat dit niet zo is.

Het is, laten we eerlijk zijn, misschien echt wel eens tijd om kritisch te kijken naar het gegraai bij de banken, in de zorg, bij de publieke omroep ook, en op de woningmarkt. Misschien niet in het belang van jouw salaris, maar wel in het belang van de prijs van jouw huis, jouw pensioen en jouw beleggingen. En misschien moeten we daar gewoon wel een keer niet te lang mee wachten. Rekeningen die je laat liggen hebben de neiging steeds hoger te worden, nietwaar?

En ik wil niet te opdringerig zijn, maar in het verlengde daarvan is het ook eens tijd toe te geven dat het misschien handig is eindelijk serieus te gaan voorsorteren op een wereld waarin de energie niet meer vanzelf uit de grond spuit als je er een pijpleiding in duwt, en waar mensen niet vanzelf gezond worden als we zo met onze eigen leefomgeving blijven omspringen.

En verder is het wellicht ook eens tijd dat we in onze ogen gaan wrijven en eindelijk erkennen dat de vrije markt ons lang niet altijd heeft gebracht wat het beloofd heeft. Niet alleen is die crisis natuurlijk wel een klein beetje de schuld van het vrije marktdenken van onder andere jouw partij, maar ook mag je best een keer toegeven dat op veel gebieden, met name als het gaat om vervoer, juist geen lagere prijzen en betere service zijn gekomen, maar eerder het omgekeerde. En nee, de EU was niet af door de grenzen open te gooien voor de handel en de heilige vrije markt de zaak hier alleen te laten bestieren, zo blijkt.

Daarbij kan jij vast ook wel bedenken dat de zorg niet “betaalbaar” wordt als de zieken voortaan voor de kosten opdraaien. Wees eerlijk; de zorg wordt daarmee alleen maar “betaalbaar” voor de mensen die niet ziek zijn. En aangezien de meeste mensen en hun familieleden hun leven eindigen met een ziektebed krijg ook jij de rekening uiteindelijk vanzelf een keer gepresenteerd.

Ten slotte is een goed vangnet niet alleen sociaal, het is ook economische noodzaak. Het brengt de stabiliteit die we nu aan het kwijtraken zijn. Nee, misschien heb je geen medeleven met mensen uit een slechter sociaal milieu dan jij, of met minder goede lichamelijke of geestelijke ontwikkeling of capaciteiten. Natuurlijk hoop ik dat jou en je geliefden zulk soort pech nooit zal treffen. Maar mensen met zulke pech zijn er wel. Die lui negeren en op straat schoppen en rond laten zwerven brengt ons welvaart noch veiligheid. En iedereen die zich misdraagt opsluiten is uiteindelijk de duurste oplossing mogelijk. Dat zal je moeten inzien.

Conclusie

Goed, misschien ben je begerig naar die 1000 euro extra zakgeld die ome Mark je belooft. Maar wees eerlijk: jij weet toch ook wel dat Sinterklaas niet bestaat? Misschien ben je bang van dat zogenaamde rode gevaar. Maar jij laat je stem toch niet bepalen door angst voor de boeman? Socialisten bestaan toch al lang niet meer in Nederland. Zelfs Roemer heeft er nauwelijks nog iets van weg.

Je zegt je bent liberaal. Fair deal. Maar de VVD is al lang geen liberale partij meer. Doe daarom voor de verandering eens gek. Stop met dat doen alsof er niets aan de hand is, en doe aanstaande woensdag eens net alsof er een dag van morgen bestaat, een wereld buiten Nederland, en een werkelijkheid buiten de dikte van jouw portemonnee. Vooruit. Doe eens hippie. Je kan het. Stem D66.

Wat gaat er mis met GL, D66 en de PvdD

OPINIE – De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit stuk een analyse van de koers van de drie partijen tot nu toe.

Tsja, zo’n oproep voor drie partijen om samen te gaan werken roept veel op! Lenen de programma’s van GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren zich wel zo goed voor samenwerking? Wat zou zo’n strategie moeten inhouden? En is het wel zo verstandig?

Komen we nog op. Eerst even een samenvatting van de problemen van dit drietal partijen tot nu toe.

Partij voor de Dieren

De Partij voor de Dieren wordt door veel mensen niet serieus genomen. Veel van de kiezers die redelijk positief staan tegenover hun standpunten vinden hun dierengeknuffel nogal overdreven.

Maar met twee en potentieel drie zetels roeptoeteren ze al een tijdje stabiel mee. De partij van Marianne claimt daarbij dat ze erin geslaagd is om de Nederlandse politieke partijen diervriendelijker te maken, en dat lijkt wel te kloppen.

Maar er is ook een negatief effect. De partij is er net zo goed in geslaagd om de groenste partij, GroenLinks, wiens partijprogramma ze voor 99% overgeschreven lijkt te hebben, te verkleinen, terwijl de Dierenpartij zelf waarschijnlijk nooit zal regeren.

GroenLinks

GroenLinks dan. Deze partij heeft van heel wat meer dingen last dan alleen de Partij voor de Dieren. Met name van het talent zichzelf klein te houden. De afgelopen tijd hebben de GroenLinksers het helemaal bont gemaakt. Incompetente politici en bestuurders speelden rare machtsspelletjes onderling, terwijl ze politiek maakten met fatale compromissen en onzinnige standpunten, zoals en met name een bij voorbaat mislukte Kunduzmissie en het betuttelende verzinseltje om gratis glaasjes water verplicht te stellen in de horeca. Als je zo je politiek bedrijft, ga je terecht naar vier zetels.

Toch zal dit laagterecord tijdelijk zijn. GroenLinks is een partij met een behoorlijke basis, en die is echt niet zomaar weg.

Maar het probleem is groter. GroenLinks blijft voor veel mensen het imago houden van het naïeve hippiepartijtje. Ook legt GroenLinks het graag aan met de PvdA, terwijl de PvdA er met de SP juist een hobby van maakt om de groene partij als het even zo uitkomt uit te maken voor “asociaal”. Omdat GroenLinks het waagt om sociale hervormingen voor te staan.

Kijk, op die manier blijven mensen GroenLinks zien als het gekke kleine zusje van de PvdA, dat alleen mee mag spelen bij gratie van die partij. Meer dan een exotische bijschotel van de sociaaldemocraten zal GroenLinks op die manier niet worden.

Maar kiest GroenLinks niet voor de PvdA dan wordt het nog erger. Dan zien mensen GroenLinks als “verraders van links” die graag in de ruil voor macht zaken doen met het CDA en de VVD.

Zo blijf je dus die partij die in de peilingen en bij verkiezingen nooit veel meer dan tien zetels zal halen.

D66

Nou nou nou, wat stond dat kereltje Pechtold te glunderen na de verkiezingen, met zijn twee zetels winst! Toch voelde het als een teleurstelling, want de peilingen hadden tot kort daarvoor toch wat meer beloofd.

Maar laten we het eerlijk toegeven: D66 weet maar niet door te breken tot de top drie of vier, zoals de SP en de PVV dat wel hebben gedaan. Toch heeft D66 al een aantal keer geprobeerd te regeren. Helaas voor hen werden ze tijdens die pogingen steevast als een citroen uitgeknepen: ze zagen maar weinig punten uit het eigen programma gerealiseerd en hadden na het avontuur jarenlang nodig om het vertrouwen van de kiezer terug te winnen. Eigenlijk is het enige beetje-succes Paars I, maar ook dat kabinet kostte de partij al tien zetels.

D66 ontpopte zich in de afgelopen campagne weer als allemansvriendje. Met name het geslijm naar Rutte was niet om aan te zien. Vooral omdat de VVD helemaal niets van D66 moet hebben en liever voor het CDA kiest. Logisch ook, want hoewel de VVD zichzelf wel liberaal blijft noemen, zijn ze dat absoluut niet. Het verschil met de echte liberalen is goed te zien op de humanistische meetlat.

Maar toch, vrindje Pechtold mijmerde vol heimwee over Balkenende-II. Reminder: Dat was dat kabinet waarin D66 zo stelselmatig door de coalitiepartners genaaid werd dat er van de partij na de verkiezingen nog maar drie zetels overbleef. Pechtold is het kennelijk zelf alweer vergeten. Wellicht de kiezer niet?

Herkenbaarheid

Alle drie de partijen hebben moeite om herkenbaar te zijn voor de kiezer. D66 probeert het met leuzen die eigenlijk vrij inhoudsloos zijn als “anders: Ja” en “onderwijs, onderwijs, onderwijs”. GroenLinks heeft nog het naïeve geloof dat het veel kiezers trekt als je in iedere zin het woord “groen” gebruikt, en heeft grote moeite met het verdedigen van haar sociale agenda tegen linkse criticasters die denken het patent op het woord “sociaal” te hebben. De Partij voor de Dieren lijkt verder heel herkenbaar, maar haar standpunten die niet over dieren gaan kent niemand.

Verder willen die partijen zich natuurlijk ook graag onderscheiden van elkaar. Maar omdat de algemene richting die deze partijen voorstaan zo overeen komt en de verschillen tussen de programma’s met name accentverschillen zijn, krijgt de kiezer dus in een debat met name de details te zien. Dat werkt natuurlijk ook niet echt.

Wat gaan we daaraan doen, en hoe? Daarover een volgende keer.

De overeenkomsten tussen D66, GroenLinks & de PvdD

ANALYSE – De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit stuk een analyse van de belangrijkste overeenkomsten tussen de drie partijen.

Wie met de stelling komt dat drie partijen moeten gaan samenwerken krijgt zo te merken een hoop kritiek. Hoe durf ik drie zó verschillende partijen op één hoop te gooien! Nu, dat is niet zo vreemd, want ze hebben meer overeenkomsten dan veel mensen kennelijk (willen) denken.

Milieu

De Partij voor de Dieren stelt graag dat zij de enige partij is die staat voor een duurzame economie. Maar milieu-organisaties kiezen bijna net zo vaak GroenLinks als favoriet. Laten we niet gaan jijbakken: beide partijen bestaan uit milieugekkies die radicaal kiezen voor de duurzame economie. In plaats van elkaar de maat te nemen kunnen ze wat dat betreft beter samenwerken.

Maar hoe zit het met D66? Die partij wil zich duidelijk minder graag op dit punt profileren. En ze rent zeker niet voor iedere gans die op Schiphol in de weg vliegt naar de interruptiemicrofoon.

Maar D66 heeft wel een heel belangrijk punt gemeen met die andere twee. Een punt dat verder geen enkele andere partij zo sterk heeft. Al deze drie partijen willen dat ons belastingstelsel ingrijpend hervormd wordt op de volgende manier: de loonbelasting omlaag, en in plaats daarvan de belastingen op producten die vervuilend zijn voor mens, dier en samenleving flink omhoog. Denk aan de groentaks, de vettaks, de vleestaks, en meer van zulks. Resultaat: wie vervuilt draait zelf voor de kosten op, en er komt een zeer sterke prikkel om dat vervuilen voortaan te laten. Bovendien is het leuk voor de werkgelegenheid.

Dit punt is zoveel ingrijpender dan de discussie over of het beter is om everzwijnen af te schieten, ze bij te voeren of te laten creperen, afhankelijk van je beeld van de natuur. Dit gaat over het werkelijk omvormen van de economie: het stelselmatig en structureel afrekenen op vervuiling. Vergeleken met dit punt is al het andere, inclusief een losse accijns van een procentje erbij, eigenlijk maar klein bier.

De EU

Misschien zelfs opvallender is de gedeelde agenda voor de EU. Ondanks de anti-EU teneur van de laatste jaren is er gelukkig nog een grote groep mensen die snapt dat als we een vuist willen maken tegen het internationale bankwezen, we dat als Europa moeten doen.

Wie hiermee komt echter wordt door menigeen direct weggezet als EU-knuffelaar. Maar dat is onterecht. De notie dat we een EU nodig hebben betekent allerminst dat we tevreden zijn met de EU zoals die er nu is.

Nu wil het feit dat juist D66 en GroenLinks de meest verstrekkende hervormingsvoorstellen voor Europa hebben. Deze partijen willen een veel grotere inspraak van de Europese burgers rechtstreeks in Brussel.

En de Partij voor de Dieren dan? Die was toch altijd Eurokritisch? Klopt, maar dan wel op precies dezelfde manier als dat D66 en GroenLinks dat zijn. De Partij voor de Dieren is immers de enige andere partij die ook de eis van democratisering van de EU in haar programma heeft staan.

Helaas staan deze drie partijen hier alleen in. Alle andere partijen laten het op dat vlak afweten, PvdA, VVD en SP inclusief. Die willen aan de zeggenschapsstructuur in de EU weinig tot niets veranderen.

Mensenrechten

Verder zijn de drie partijen de meest uitgesproken mensenrechtenpartijen. Dit uit zich in overzichten als de humanistische meetlat van het humanistisch verbond. Daarbij scoren deze drie partijen veruit het hoogst. Hoger dan de SP en de PvdA.

Dit is mede te danken aan de internationale gezindheid. Met name D66 en GroenLinks lijken als enige partijen door te hebben dat de EU meer is dan alleen economische samenwerking en “geen oorlog”. De EU is namelijk ook een hoeder van afspraken over democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijke behandeling ongeacht afkomst, sekse of geaardheid, toegang tot de rechtspraak en persvrijheid. De kernwaarden van onze samenleving dus. Daarmee heeft de EU niet alleen het zuiden en het oosten van Europa helpen bevrijden, waar die rechten hoogst waarschijnlijk nooit zo snel zouden zijn ingevoerd als het geen toelatingseisen waren geweest, maar beschermt zij ook van tijd tot tijd burgers in ons land, zoals vluchtelingen. D66 en GroenLinks zijn bij uitstek de partijen die de EU blijft aansporen haar mensenrechtenbeleid uit te breiden en na te leven.

Sociale zekerheid

Zowel GroenLinks, D66 als de Partij voor de Dieren doen in hun programma voorstellen om ons sociaal stelsel aan te passen op de flexibele maatschappij.

Maar wel op een heel andere manier dan die de VVD voorstaat, die de sociale zekerheid ten gunste van die flexibilisering wil terugdringen. En ook op een andere manier dan de PvdA en de SP, die net doen alsof die flexibele arbeidsmarkt nog tegen te houden is en met name opkomen voor verworven rechten. Alsof niet de helft van alle werknemers inmiddels al ZZP’er is, werkt onder een jaarcontractje of op uitzendbasis.

GroenLinks, de Partij van de Dieren en D66 hebben geen gelijke maar wel zeer vergelijkbare standpunten over sociale zekerheid: flexibilisering van de arbeidsmarkt door kortere maar hogere werkloosheidsuitkeringen, waarbij de nadruk ligt op bij- en herscholing, met als doel onder meer het gelijktrekken van rechten van mensen met een vast en een ander dienstverband. Dit gaat bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren tevens gepaard met een steviger vangnet voor de onderkant, inclusief financiële erkenning voor maatschappelijke taken zoals mantelzorg en eventueel vrijwilligerswerk.

De achtergrond is dat deze drie partijen niet uitgaan van het Angelsaksische model of het Rijnlandmodel voor sociale zekerheid (respectievelijk VVD en PvdA/SP), maar van het Scandinavische model. In het huidige coalitieakkoord (zolang dat nog bestaat) wordt het slechtste uit twee werelden gecombineerd: de WW wordt korter maar niet hoger, de ontslagbescherming wordt minder waard, de bureaucratie blijft. D66, GroenLinks en de PvdD hebben een alternatief, dat zowel de solidariteit en stabiliteit bevordert als de flexibiliteit van de arbeidsmarkt.

Oppositie

Als je toch met negen partijen in de oppositie zit, dan kan je volgens mij het best blokken vormen. De SP en de PVV vormen op links en rechts al een blok op zich. De Christenen zullen elkaar ook wel kunnen vinden.

Het lijkt mij vanuit strategisch belang niet meer dan normaal als D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren hecht gaan samenwerken, en wel door hun overeenkomsten te benadrukken. Niet alleen omwille van de strategie, maar met name om die overeenkomsten zelf, waarmee zij gezamenlijk toch echt duidelijk verschillen van andere partijen.

Kansen voor D66, GroenLinks en de PvdD

De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit laatste stuk van de serie een schets van de mogelijkheden en de strategie.

Bij de huidige stand van zaken in de politiek liggen er politieke kansen voor D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Eigenlijk zijn die kansen alleen maar goed te grijpen als ze kiezen voor samenwerking.

Geen fusie

In de vorige stukken zette ik op rij in welke opzichten D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren overeen komen. Daarmee bedoelde ik geenszins dat de partijen zouden moeten fuseren. Dat lijkt me ook helemaal geen goed idee. Door alleen maar te zinspelen op een fusie springt meteen de achterban van je partij hoog op de kast. Gevolg: tientallen congressen over “de koers van de partij”, en in plaats van met politiek zijn je politici alleen nog maar met de partij bezig. De media zullen smullen. Maar je politieke concurrenten ook.

Nog belangrijker: de partijen zijn gezamenlijk sterker als ze gebruik maken van het feit dat ze verschillende doelgroepen aanspreken. Die kiezersgroepen kunnen zich namelijk vaak maar slecht met elkaar identificeren. Bovendien hebben die partijen naast overeenkomsten nu eenmaal ook verschillen in standpunten. Die verschillen onder het kleed schoffelen zou de democratische discussie alleen maar schaden en de partijen terecht ongeloofwaardig maken.

Samenwerking

Ondanks de verschillen die er zijn is er voor wie even verder kijkt een duidelijke agenda die deze drie partijen gemeenschappelijk voeren, en waarmee zij zich wezenlijk onderscheiden van andere partijen. Het gaat in het kort om een radicale vergroening van het belastingstelsel, een flinke democratiseringsslag voor Brussel, het gelijk trekken van de rechten van flexwerkers en vaste werkers op een sociale manier, en een vrije samenleving over het algemeen, dus ook als het gaat om bijvoorbeeld het drugsbeleid en het privacy-debat.

Hoe kan deze agenda het best politiek gepresenteerd en verdedigd worden? De drie partijen zouden los van elkaar hun standpunten kunnen blijven verdedigen, maar dat maakt geen extra indruk. Er zijn inmiddels negen partijen in de oppositie in de Tweede Kamer. Zonder samenwerkingsverbanden zullen met name de kleinere partijen simpelweg verzuipen in de kakofonie.

Beter zouden ze voor de gezamenlijke agenda die ze voeren extra aandacht kunnen trekken door bijvoorbeeld met een gezamenlijke oppositieverklaring te komen, en elkaar vervolgens op die agendapunten te blijven steunen.

Daarbij liggen er vervolgens kansen in de politieke discussie en in de eerste kamer.

Kansen in de politieke discussie

PvdA en VVD hebben samen een meerderheid in de Tweede Kamer, maar ze weten dat hun meerderheid electoraal gezien fragiel is. De noodzaak voor die twee partijen om met dit project door te gaan is daarom hoog: beide partijen weten dat ze uit eventuele volgende verkiezingen kleiner tevoorschijn zullen komen. Een reden dat dit kabinet nog wel even zou kunnen blijven zitten.

Het huidige regeerakkoord is er echter één op hoofdlijnen, waarbinnen de politieke partners elkaar veelal nog moeten vinden. En zelfs aan die hoofdlijnen blijkt nog te tornen. Dat betekent dat mensen met kritiek of ideeën gehoord worden, met name als blijkens de peilingen een groot deel van de mensen weet aan te spreken dat de vorige verkiezingen VVD en de PvdA gestemd heeft.

Kansen via de Eerste Kamer

De samenstelling van de Eerste Kamer blijft nog ruim twee en een half jaar hetzelfde als deze nu is. Ook als het kabinet Rutte II de hele rit uitzit, zal de politieke werkelijkheid voor het grootste deel van de termijn dus nog zijn zoals die nu is.

In de Eerste Kamer kunnen de PVV, het CDA en de SP het kabinet los van elkaar aan een meerderheid helpen. Indien dat niet lukt kunnen alleen D66 en GroenLinks in combinatie die meerderheid garanderen. We gaan waarschijnlijk politiek spannende tijden tegemoet waarin het kabinet verschillende meerderheden zal proberen te zoeken.

D66 en GroenLinks staan van alle oppositiepartijen het dichtst bij dit kabinet. Zij zitten qua politieke kleur redelijk in het midden tussen PvdA en VVD. Bovendien zijn zij hervormingsgericht, in tegenstelling tot het CDA dat met name conservatief is ingesteld. D66 en GroenLinks stonden tijdens de besprekingen van het regeerakkoord dan ook het meest positief tegenover het kabinet. Het ligt dus voor de hand dat het kabinet daarom op deze twee partijen vaak een beroep zal doen.

Invloed

Die steun mogen deze partijen mijns inziens echter niet gratis geven. Aan die steun dienen voorwaarden te worden verbonden.

Denk aan: geen geknabbel aan de ontslagbescherming als dit niet eindelijk gepaard gaat met die scholingsfondsen waar mensen recht op hebben ongeacht hun voorgaande contractvorm, waar beide partijen al jaren voor pleiten.

Of: geen steun voor overdracht aan de EU als de minister president niet serieus werk gaat maken van een pleidooi voor een veel democratischer besluitvorming in Brussel (denk aan meer macht voor het Europees Parlement of zelfs een Europees referendum).

Of: verlaging van de inkomstenbelasting OK, doe maar nog meer dan van plan was, maar dan wel met de invoering van belastingmaatregelen om vervuilend en ongezond gedrag tegen te gaan (vettaks, groentaks, vleestaks).

Draagvlak

Zonder elkaar zullen GroenLinks en D66 een stuk minder sterk zijn in het stellen van dit soort voorwaarden. Want het “njet” van GroenLinks of D66 is lang niet zo interessant als de voorwaarden waaronder ze het kabinet toch aan een meerderheid willen helpen. Voor het opstellen daarvan hebben ze door de getalsmatige verhoudingen al snel elkaar nodig.

Voor dit spel is de Partij voor de Dieren niet noodzakelijk, maar het zou van strategisch inzicht getuigen als D66 en GroenLinks deze partij in hun verklaring meenemen wanneer de standpunten toch al overeen komen. Politiek is tenslotte draagvlak zoeken voor je voorstellen, en niet het vertonen van sologedrag.

Sologedrag mag verleidelijk zijn omdat sommige kiezers dat verwarren met “trouw blijven aan je idealen”. Maar als het ideaal is de samenleving te verbeteren, dan is sologedrag vertonen een doodlopende weg.

Zonder elkaar zie ik die drie partijen in de oppositie dan ook helaas niet veel presteren. Ze zijn door veel van hun standpunten, door hun positie in het politieke spectrum, en door de getalsmatige verhoudingen bijna wel gedwongen tot samenwerken. Het zou stom zijn daar dan niet maximaal op voor te sorteren.