Politiek Kwartier – De EU mag niet veranderen

COLUMN – Dat een VVD’er zich meer thuis voelt bij een EU-scepticus dan bij een EU-hervormer verwondert Klokwerk niets. De EU is immers exact zo vormgegeven als de VVD het wilde.

Afgelopen week maakte de VVD’er Mark Verheijen stennis over de EU. Een deel van zijn woorden heeft hij alweer terug moeten nemen, maar het ei is gelegd: de VVD wil niet naar een federaal Europa. Daar is immers helemaal geen draagvlak voor.

En dat is helemaal waar. Er zijn er nog maar weinig die blij zijn met de EU. De crisis brengt het slechtste in de EU naar boven. De incompetentie om de bankencrisis op te lossen, de strenge bezuinigingsagenda die de crisis alleen maar verhevigt, en het dwangmatig privatiseren van de collectieve voorzieningen wekken terecht maar weinig enthousiasme op.

Om draagvlak te krijgen voor de EU zal er heel wat moeten veranderen. Bijvoorbeeld dat de 3%-regeling opzij gezet wordt voor een slimmere investeringsagenda. Of beter, dat er definitief afgerekend wordt met het gegraai in de bankensector, in plaats van dat er steeds belastinggeld naar wordt toegeschoven. Of misschien slimmer: gekozen leiders die dat gaan regelen, in plaats van dat grijze muizen benoemd worden in een schimmig wandelgangenspel.

Zonder dit soort aanpassingen kan de EU enig draagvlak voor haar beleid wel shaken. Maar helaas moet hiervoor met 28 landen een vergadertraject van een jaar of vijf doorlopen worden om een nieuw verdrag op te stellen. Gewoon maar niet aan beginnen dus, meent het kabinet. Houden zoals het is, die EU.

De VVD’er Mark Verheijen maakt ondertussen mooie sier door wel op te roepen tot verandering. Inhoudelijk komt hij daarmee echter niet veel verder dan een paar minder belangrijke details, zoals de periodieke verhuizing van Brussel naar Straatsburg. Alsof dat is wat mensen vandaag de dag het meest stoort aan de EU. Iets fundamenteler lijkt zijn pleidooi voor een euro-exit voor landen die zich niet aan de afspraken houden. Maar aan de beslissingsstructuur in Brussel zelf en de economische agenda wil hij schokkend genoeg niets veranderen.

Visieloosheid is wel vaker tekenend voor zelfbenoemde eurosceptici.Metaalmoeheid of een ideologische strategie?

Van de VVD is het misschien niet zo gek dat zij terugschrikt voor wezenlijke hervormingen. De huidige EU is namelijk exact zo vormgegeven als de VVD het wilde. Open grenzen, privatiseringen, en verder geen al te moeilijk gedoe met marktbeperkende sociale wetgeving. De machteloze natiestaat functioneert als zoethoudertje en de vrije markt regeert. De EEG in het groot, en verder niets.

De crisis is gewoon iets om uit te zitten en te gebruiken om privatiseringen sneller af te dwingen. Kleinere overheden, grotere markt. Schoorvoetend wordt akkoord gegaan met een paar mosterdpleisters als de bankenunie. Maar als de buien eindelijk een keer zijn overgewaaid zullen we zien dat de neoliberalen vooraan staan om die pleisters weer weg te trekken. De vrije markt voor alles.

Voor deze vrije-markt-jihad is het handig om mensen die pleiten voor fundamentele democratische hervormingen van de EU weg te zetten als gevaarlijke Eurofiele gekken. Dan hoeft er tenminste niet op de inhoud te worden ingegaan. De architecten van dit huidige Europa geven daarbij natuurlijk graag een duwtje mee.

De beste bondgenoot voor de doorgedraaide marktliberalen vormen de extreem-rechtse anti-Euro-gekkies die de discussie ridiculiseren tot een ja/nee-vraag. Zij vormen prima kanonnenvlees om iedere wezenlijke verandering in de EU te blokkeren.

Politiek Kwartier – Morrend Volk

COLUMN – Een morrend volk duidt niet op een teveel aan democratie, maar op een gebrek daaraan.

Het was een moedige oproep van ‘acht intellectuelen’, om anti-EU populisme geen podium meer te bieden. Maar ook een domme oproep.

Een dergelijke oproep tot censuur is koren op de molen van mensen als Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema. En los van dat ze er niet vies van zijn feiten te negeren, verdraaien en op te blazen, hebben ze een punt: er klopt iets niet met de democratie in Europa. Het antwoord hierop is geen niets-aan-de-hand-column van acht zelfbenoemde intellectuelen.

Maar het kan nog bonter. De drie ex-bewindslieden Rick van der Ploeg, Aart Jan de Geus en Hans Hoogervorst verklaarden deze week onze nationale democratie failliet, en stelden daarop voor een flinke kiesdrempel in te stellen om van een hoop gezeur af te zijn.

In Europa zijn alle stukken openbaar, zeggen de eerstgenoemden, en mogen de nationale parlementen op iedere stap hun fiat geven.

Maar de inspraak en besluitvorming zijn in de EU uitermate slecht geregeld. Wat in Brussel wordt besproken onttrekt zich voor een groot deel aan de controle van het Europees Parlement, terwijl nationale parlementen slechts geconfronteerd worden met de uitkomsten van lang overleg. Europese leiders worden gekozen in een schimmig wandelgangenproces. Daar zou iedere democraat zich rot voor moeten schamen.

Slagvaardiger wordt het er ook niet op. De EU bleek tijdens de bankencrisis traag en besluiteloos. En Europa slaagt er niet in een vuist maken naar andere grootmachten.

In zo een situatie moet je niet gek staan te kijken van ontevreden kiezers.

Binnenlands moet een hogere kiesdrempel een probleem oplossen dat er niet is. Wie nuchter naar de cijfers van onze parlementaire democratie kijkt, ziet dat kabinetten de laatste tien jaar gemiddeld helemaal niet korter zitten dan de vijftig jaar daarvoor, en ook niet moeizamer gevormd worden. En om nou te zeggen dat we al zestig jaar niet functioneren…

Ook brengt een hoge kiesdrempel ons geen stap dichter bij die makkelijke coalitievorming. Het probleem is juist dat de kiezers verdeeld zijn over zes middelgrote partijen en daartussen flink op drift zijn. Onderling herverdelen van de zetels van de kleintjes gaat daarbij echt niet helpen. Fuseren naar twee grote partijen betekent een jarenlange politieke oorlog. En bovendien blijkt regeren in landen met minder partijen ook niet altijd even makkelijk.

Dit nog los van dat groepen in de samenleving monddood maken nou niet bepaald de methode is om meer draagvlak voor de politiek te kweken. En dat zou toch het eerste doel moeten zijn.

In onze vertegenwoordigende democratie stemt men op partijen, maar heeft iedere partij wel standpunten die een kiezer minder bevallen. Op wat de partijen na de verkiezingen met hun standpunten doen is vanuit de kiezer geen correctie mogelijk. Daarbij gebeurt het in coalitieland regelmatig dat er minderheidsstandpunten worden doorgevoerd. Elkaar iets gunnen, heet dat tegenwoordig.

Het op drift zijn van de kiezer lijkt mij in dat licht niet zo vreemd. In een verzuilde maatschappij met een relatief laaggeschoolde bevolking werkte dit allemaal nog wel. Maar in onze moderne geïndividualiseerde informatiemaatschappij wordt dit steeds minder gepikt.

Het volk mort. Naar de politiek hier en in Europa. Geen wonder. Want in Nederland en in de EU hebben we geen teveel aan democratie, maar juist een gebrek daaraan.

Zonder Democratie Geen Uitweg

De eurocrisis zal niet opgelost worden met behulp van Europees spierballenvertoon alleen. Belangrijker nog is de versterking van de Europese democratie.

Na de val van het kabinet is het voor sommige politici weer vrij trappen naar de EU. Sowieso was de EU de kiezer al veel langer niet bepaald sexy. Vreemd? Helemaal niet. De organisatie van de EU toont zich aan alle kanten zowel ondemocratisch als incompetent. Weinig kiezers die voor die combinatie zullen vallen, nietwaar? En toch is het zich afkeren van de EU iets wat de crisis alleen maar kan verergeren. De enige oplossing uit de economische én de politieke crisis van de EU is een centrale vorm van democratie.

Iedereen is het hierover eens: wanneer de EU meteen daadkrachtig had kunnen ingrijpen in Griekenland, dan was de hele economische crisis die in de rest van de wereld inmiddels langzaam lijkt uit te razen ook in Europa al lang voorbij geweest. Dit kon echter niet omdat het binnen de EU ontbrak aan mandaat. Een jaar lang hebben we daarom kunnen zien dat de regeringsleiders van de EU uitblonken in incompetentie om met echte oplossingen te komen. Onderling probeerden ze elkaar de hete aardappel toe te schuiven, en onder het schuiven bleek die aardappel steeds heter te worden.

Ondertussen grepen eurocritici of zeg maar gerust eurohaters hun kans weer. Steeds luider klinkt uit de achterban de absurde eis om de Euro of die hele EU gelijk maar op te geven of sterk af te bouwen.

En nu de EU leiders toch moeizaam tot een akkoord gekomen zijn is de vraag meteen: hoe stevig is dit akkoord? De toekomst zal het uitwijzen. Het feit dat ook Nederlandse politici pleiten voor het oprekken van de hernieuwde normen op het moment dat ze er tot hun eigen stomme verbazing tegenop dreigen te lopen doet eens te meer vermoeden dat de vernieuwde afspraken zo zacht als boter zijn. De financiëaut;le markten blijven dan ook argwanend. De eurocrisis zet door.

Waarom gebeurt dit? Achter de eurocrisis schuilt een diepe politieke crisis, die al veel ouder is dan de financiëaut;le crisis. Het ontbreekt de EU aan draagvlak. En zo vreemd is dat nu ook weer niet. De EU heeft er namelijk in het recente verleden alles aan gedaan om bij de burger onpopulair te worden. Denk maar eens in: De voorzitter van de Unie wordt in een schimmig overleg door de regeringsleiders gekozen; een referendum over de toekomst van de Unie wordt straal genegeerd; het gekozen parlement van de Unie wordt in de besluitvorming nauwelijks gehoord en heeft feitelijk ook helemaal geen macht; en wanneer de regeringsleiders er in hun achterkamertjes er met 27 man niet uitkomen, dan duiken de vertegenwoordigers van de twee grootste landen samen in een ander achterkamertje en leggen de rest vervolgens hun deal op.

Vicieuze cirkel

Hoe kan dan het verbazing wekken dat de EU zo weinig draagvlak heeft bij haar eigen bevolking? Het is volkomen logisch. De EU is alles behalve een democratie. De burger krijgt feitelijk continu de boodschap: de EU trekt zich van uw mening niets aan. Zulk wantrouwen wordt versterkt in een economische crisis, waarin de EU ook nog een machteloos orgaan blijkt dat de financiëaut;le markten niet gerust kan stellen. En daarmee is de vicieuze cirkel rond.

De les moet deze zijn: Vertrouwen in de munt kan niet zonder vertrouwen in de Unie, en vertrouwen in de Unie kan niet zonder stevig mandaat. En in een samenwerking van democratieëaut;n kan een stevig mandaat niet zonder breed draagvlak onder de bevolking. Dat draagvlak is er niet. Het maken van afspraken over een strengere begrotingsdiscipline en het oprichten van een noodfonds is daarom een kwestie van dweilen met de kraan open, omdat de vrees altijd blijft dat lidstaten onder invloed van nationalistische politici gaan soleren en de afspraken niet na zullen komen.

Om draagvlak te krijgen dient de Unie te laten zien dat ze luistert naar de burger, en de enige manier om dat te bereiken is door zelf democratischer te worden. Dat wordt zij echter niet door de nationale parlementen meer macht te geven in EU zaken, zoals sommige bepleiters van meer democratie in de EU voorstellen. Voor zijn stem wil de burger namelijk wat terug, en het enige wat zal overtuigen is directe invloed van de kiezer op de Unie. De nationale parlementen kunnen die directe invloed nooit krijgen, omdat ze nu eenmaal niet over elkaar kunnen beslissen. Omdat EU besluiten nu eenmaal centraal genomen worden moet ook de inspraak centraal geregeld worden.

Drie hervormingen

Een drietal andere hervormingen zou daarom veel effectiever zijn. Ten eerste zou het Europees parlement direct moeten kunnen bepalen welke benoemingen er in Europa plaats vinden. Zij moet kunnen bepalen wie de voorzitter is en hoe de Europese commissie wordt samengesteld, en niet de nationale regeringen. Ten tweede zou het Europees Parlement het eerste en het laatste woord moeten hebben over alle centraal geregelde Europese zaken. Ieder wetsvoorstel dat uit de Europese Commissie of van regeringsleiders komt zou dan ook langs het parlement moeten, dat zelf ook wetsvoorstellen moet kunnen opstellen.

Dat deze eerste twee voorstellen niet al veel breder bepleit worden is zeer verbazingwekkend, want het is niets anders dan zoals iedere democratie binnen EU verband al functioneert, zelfs van de EU moet functioneren. Waarom het centrale orgaan zelf dan niet?

Desondanks zal indien dit ingevoerd wordt de kans nog steeds groot zijn dat de afstand tussen parlement en burger groot blijft. Het parlement staat immers noodzakelijkerwijze ver van de burger af. Vandaar het derde punt: een Europees referendum. Dit referendum zal dan wel moeten voldoen aan de eis dat het gaat over enkelvoudige zaken; dus niet een hele grondwet of andere megapakketten met vele voors en tegens, omdat na zo een referendum niemand meer zal kunnen zeggen waar de burger nu eigenlijk precies voor of tegen was. Ook moet natuurlijk ook een bepaald percentage mensen üaut;berhaupt zin hebben in dat referendum. Er moet daarom een aanzienlijke kiesdrempel zijn voor het aanvragen daarvan. Maar hoe dan ook, het referendum is nodig om de klacht weg te nemen dat politici vier jaar lang toch niet luisteren naar de burger: dat is dan immers niet meer mogelijk.

Subsidiesysteem

In een structuur die aan deze drie voorwaarden voldoet zou de EU weer met recht kunnen beweren dat ze luistert naar de burger. En het opvallende is dat zij juist daarom ook veel daadkrachtiger op zal kunnen optreden. Want meer democratie werkt lang niet altijd verlammend en vertragend, in dit geval hoogst waarschijnlijk integendeel. Om te beginnen zal in een EU met een centrale democratie de angst van premiers om landelijk afgerekend te worden voor wat ze in de EU bedisselen verdwijnen, wat de besluitvaardigheid alleen maar ten goede zal komen. Daarbij zal de centrale democratie zelf bepaalde zaken ook kunnen versnellen. Neem als voorbeeld het idiote verschijnsel dat het parlement halfjaarlijks heen en weer verhuist van Brussel naar Straatsburg. De regeringsleiders onderling komen er niet uit die idiotie af te schaffen, een parlement zal hier veel sneller uit kunnen komen omdat zij minder nationaal gebonden is, terwijl met een Europees referendum deze nonsens waarschijnlijk zo is verdwenen. Wellicht dat ook wanneer burgers kunnen stemmen over het bijvoorbeeld landbouwbeleid, landsbelangen veel minder een rol in de discussie gaan spelen dan nu het geval is. Immers, de gemiddelde burger is geen boer: wellicht zal de hervorming van het idiote subsidiesysteem dat nu binnen de EU geldt met een centrale democratie veel vlotter gaan dan iemand zich nu kan voorstellen.

Wanneer de EU de slag naar meer democratie niet maakt echter zie ik het somber in voor het draagvlak van de EU en daarmee ook de EU zelf. Omdat de druk van de economische crisis groot is werden er strengere begrotingsafspraken gemaakt en er wordt een noodfonds opgericht. De EU is kortom bezig om zich te hervormen, maar laat democratisering daarbij buiten beschouwing. Met als gevolg een groeiend wantrouwen, en groeiend nationaal verzet tegen de nieuwe afspraken. En dat kan alleen maar schadelijk zijn, want wanneer wij ons niet door de EU laten dwingen onze uitgaven terug te brengen, doen op termijn de staatsschuld en de economische crisis dat vanzelf wel: waarschijnlijk met een forse rente.

Wat heeft dit alles met de komende nationale verkiezingen te maken? Alles natuurlijk. Zolang de EU door nationale regeringsleiders bestuurd wordt, dienen de noodzakelijke hervormingen van de EU in een echte democratie door de regeringsleiders geagendeerd te worden. Het wachten is tijdens deze verkiezingsstrijd dus op politici die zich niet populair willen maken door Calimero te spelen en zich af te zetten tegen de EU, maar de democratische hervorming van de EU tot speerpunt van hun campagne maken.

Anti-Islam Helpt Turks Extremisme

Wie denkt dat het grootste gevaar in Turkije de Islam is, die vergist zich behoorlijk. Nationalistische en separatistische bewegingen in Turkije zijn veel gevaarlijker dan de islam. Het zijn ook deze bewegingen die de afgelopen eeuw voor de meeste aanslagen en bloedbaden hebben gezorgd. Helaas speelt de zogenaamde “anti-islambeweging” deze groeperingen enorm in de kaart.

Zodra het over Turkije gaat worden we in Nederland allemaal een beetje zenuwachtig. Zo zenuwachtig dat het kabinet het laatste bezoek van de Turkse president Gül niet overleefd heeft. De kritiek van veel Nederlanders op Turkije is voorspelbaar. Turkije is een seculiere staat propvol Islamieten, zo redeneren ze, en het grootste gevaar van Turkije moet dan ook wel de radicale Islam zijn.

Dat klinkt aannemelijk, maar er klopt geen klap van. Ja, er zijn in Turkije veel extremistische elementen actief. Nee, daarvan is de radicale Islam zeker niet de belangrijkste. Als er één groot gevaar is voor een modern en vrij Turkije, dan is het wel het doorgeslagen Turkse nationalisme, dat uitgesproken anti-westers, anti-vrijheid en anti-democratisch is. Even een stukje geschiedenis ter verduidelijking. In de nadagen van het Ottomaanse rijk hadden de zogenaamde Jonge Turken in feite de macht in handen. We praten over de jaren tussen 1908 en 1923. De Jonge Turken was een beweging van Turkse generaals, onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk. De centrale filosofie van de Jonge Turken was dat heel Turkije Turks moest zijn. En daarin was geen plaats voor andere etnische groepen dan Turkse. In het verlengde van die gedachte heeft ook de Armeense ramp plaats gevonden.

Nadat Atatürk aan te macht is gekomen heeft hij de seculiere nationalistische agenda van de Jonge Turken voortgezet. Onder zijn bewind is niet alleen de Turkse scheiding van kerk en staat ingevoerd, ook is het Kemalisme verantwoordelijk voor de moeilijke positie van minderheden in Turkije tot op de dag van vandaag, alsmede het verbod op het geven van al te grote kritiek op de Turkse staat. Verder is het de reden dat het Turkse leger nog steeds een grote invloed heeft op de Turkse politiek. Dit alles hoort bij hetzelfde pakket van Atatürk.

Atatürk wordt niet alleen in Turkije aanbeden, ook in het Westen wordt hij veel geprezen. Op zich terecht: voor zijn tijd was hij zeker vooruitstrevend. Zijn Turks seculier nationalisme was geënt op de Europese politieke modellen van zijn tijd. Maar we praten hier wel over het interbellum, een tijd waarin in Europa natiestaten belangrijker waren dan nu. Wij in het westen hebben na de tweede wereldoorlog dat beklemmende nationalisme vaarwel gezegd, en vervangen door een meer verlichte filosofie, met als centrale uitgangspunt dat mensen binnen de grenzen van de wet vrij zijn. Dus ook vrij om hun eigen taal, cultuur en geloof te behouden. Dit recht op vrijheid beschermt ons niet alleen tegen de dwingelandij van gelovigen, maar ook tegen de dwingelandij van de staat. Dat is niet alleen leuker voor de mensen zelf, het leidt ook tot minder spanningen tussen de staat en groeperingen. Onze vrijheid is daarmee een peace-keeper die we moeten koesteren. Turkije is op dit punt echter stil blijven staan. Vandaar ook dat er in Turkije weinig vrijheden zijn voor minderheden en kritiek geven op de Turkse staat vaak riskant is.

Maar uiteraard levert harde actie ook in Turkije een tegenreactie op. Met name de Koerdische vrijheidsstrijders, de andere knuffeltjes van Europa, vormen inmiddels een terroristische beweging die vele aanslagen en slachtoffers op zijn naam heeft staan.

Zijn er dan geen Islamitische radicalen in Turkije? Natuurlijk zijn die er. En ook zij kunnen gevaarlijk zijn. In 1993 werd Turkije bijvoorbeeld opgeschrikt door een grote bomaanslag die door radicale Islamieten werd gepleegd. Die Islamitische radicalen vormen echter niet de kern van de AK partij, en zijn lang niet zo bedreigend voor de veiligheid als de terroristische cellen die zijn ontstaan uit vrijheidsbewegingen voor minderheden, zoals de PKK, die veel meer aanslagen op haar naam heeft staan. De radicale Islam in Turkije is kortom wel aanwezig, maar politiek is zij geen factor van belang.

Dat de AK partij een vrijzinnig liberale partij zou zijn, zal niemand mij horen beweren. De AK-partij zet zich weliswaar in voor meer vrijheden voor minderheden, cultuur en religie, maar zij is erop te betrappen dat zij die vrijheden liever geeft aan de Islam dan aan andere bewegingen. Het islamisme van de AK partij is er dus zeker, maar is op de schaal van godsdienstig radicalisme altijd nog beter te vergelijken met Jan-Peter Balkenende dan met Khomeini. Een veel groter probleem van de AK partij is dat ook zij besmet is met het Turkse nationalisme.

Dat neemt niet weg dat sinds de AK-partij aan de macht is, Turkije een stuk meer “Europees” is geworden. De positie van de mensenrechten is sterk verbeterd en de positie van het leger verzwakt. Dit heeft te maken met de wensen binnen de AK-partij om meer ruimte te gunnen aan religie enerzijds, en met de Europese Unie, die voor toetreding datzelfde eist voor religie en minderheden in het algemeen.

Helaas zijn de hervormingen ten goede in Turkije nog lang niet af, en recentelijk stil komen te staan, nu Turkije beseft dat ze niet welkom is bij de EU. Daardoor komt het nationalisme in Turkije weer op, ook binnen de AK partij. Turkije voert een steeds meer eigenzinnige koers. Buiten de AK partij verder maakt de oppositie, die is voor een hardere lijn tegen minderheden en tegen inperking van de macht van het leger, handig gebruik van de angst van mensen voor de Islam. Zij claimt dat de Islam vanzelf de macht over zal nemen wanneer mensen in Turkije meer vrijheden zullen krijgen, meer kritiek op de staat mogen uiten, en de rol van het leger teruggedrongen wordt. Zo wordt de macht van het leger gegarandeerd en wordt de introductie van de mensenrechten tegengehouden. Het seculiere nationalisme in Turkije dat veel mensen vanaf hier toejuichen is daarmee de grijze wolf in schaapskleren.

Ik vrees dat het te laat is deze tendens te keren. Turkije zal zich verder van Europa afkeren. Je hoort de Turken denken: het kan ook zonder Europa. En dat is zonde. Want Turkije heeft een economisch en militair zeer interessante positie. Het is het op één na machtigste land in de NAVO, en heeft als één van de weinige landen ter wereld de crisis doorstaan met een steeds groeiende economie.

Wat is het voordeel van een eenzelvig nationalistisch Turkije voor Europa? Die is er niet. Zelfs wanneer de radicale Islam in Turkije een politiek gevaar zou zijn, dan is dit gevaar groter wanneer Turkije alleen staat, dan wanneer het nauw gelieerd is aan Europa. Want mensenrechten en een groter politiek verband zijn betere garanties voor vrede en veiligheid dan onderdrukking.

De fout Turkije af te stoten en daarmee te vervreemden van de westerse waarden en politiek zal in de toekomst waarschijnlijk “historisch” genoemd worden. Met dank aan de Islamofobe domkoppen in binnen- en buitenland, die de vijanden van de democratie met graagte een steuntje in de rug geven.

Eurokritisch of Euro-apathisch?

Wat wil de SP nu eigenlijk veranderen aan Europa? Uiteindelijk helaas maar heel weinig.

De SP heeft haar mond vol over dit neoliberale en ondemocratische Europa, en eist “een ander Europa “. Maar veel alternatieven biedt zij niet.

Economie

Stop het neoliberale Europa, zegt de SP: we willen een sociaal Europa! En dat klinkt goed. Het huidige Europa bestaat uit landen die elkaar zure leningen toeschuiven met het vriendelijke doch dringende verzoek “de economie kapot te bezuinigen “. Een mentaliteit die de financiële markten de stuipen op het lijf jaagt overigens.

Als er één partij is die recht van spreken heeft hierin dan is dat de SP, nietwaar? De partij waarschuwde immers in de jaren 90 al tegen een al te vrije markt. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma dan ook voor een plan waarbij Noord-Europa de economie gaat stimuleren en de werkloosheid aan gaat pakken. Mooi gezegd, maar het rijmt niet met de veel krachtiger geuite wens voor minder afdrachten naar Brussel. En toen er daadwerkelijk een noodfonds werd voorgesteld stemde de SP dan ook tegen. Tot zover de solidariteit en het maken van een vuist tegen de macht van financiële markten. Want een noodfonds heet tegenwoordig aantasting van onze “soevereiniteit “.

Democratie

Soevereiniteit. Plotseling blijkt zo een onmogelijk woord dan populair te worden. De EU: alles prima, maar kom niet aan onze soevereiniteit! Ook de SP vindt dat.

Maar helaas, dat behoud van soevereiniteit betekent in praktijk één ding: namelijk dat de regeringsleiders het in de EU voor het zeggen blijven hebben. En dat betekent een zwak Europa, dat vanuit de achterkamertjes geregeerd wordt door een stroperig circus waarin Duitsland en Frankrijk in praktijk uiteindelijk de dienst uit blijven maken.

Goed, de SP stelt voor dat die regeringsleiders gecontroleerd gaan worden door de nationale parlementen. Maar dat is nu juist in iedere lidstaat al lang het geval. Waar het mis gaat, is dat de nationale parlementen wel invloed hebben op de inzet tijdens onderhandelingen, maar niet op het resultaat. Dan kan je er wel een nationaal referendum tegenaan gooien zoals de SP wil, meer zeggenschap over de koers van Europa gaat dat de Nederlandse burger echt niet geven.

Daarnaast wil de SP “de lobbyisten naar huis sturen “. Hoe dan? Door het ze lief te vragen zeker? De democratiseringsvoorstellen van de SP klinken kortom stoer, maar als het puntje bij paaltje komt wil de partij aan de zeggenschapsstructuur van de EU uiteindelijk niets veranderen.

Een sociaal Europa

Verder wil de SP een sociaal Europa. Maar hoe ziet dat er dan uit? Door de invoering van een Europees minimumloon, en de bepaling dat lokale CAO’s leidend behoren te zijn. OK. Maar hoe rijmt dat zich dan weer met de eis van minder bemoeienis uit Brussel? De EU mag zich van de SP toch helemaal niet bemoeien met sociale zekerheid?

En ook niet met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, en openbaar vervoer. Alsof de lokale overheden het op die gebieden altijd zo goed doen! Juist op die terreinen zou Europa toch een stuk socialer mogen, toch? Je zou zeggen dat een socialer Europa een Europa mag zijn dat op zijn minst van zijn lidstaten een normaal sociaal vangnet eist.

De grote veranderingen die de SP voorstelt inzake de EU bestaan echter met name uit het verlagen van de afdracht aan de Europese Unie en daarmee het beperken van Europese subsidies. Kortom, de SP wil helemaal geen sociaal Europa. De SP wil alleen maar minder Europa.

Is dat erg? Ja. Want wat we collectief vergeten lijken te zijn, is dat Europa een paar decennia geleden nog bestond uit communistische dictaturen in het oosten en fascistische dictaturen in het zuiden. We zijn vergeten dat de eisen die de EU stelt aan mensenrechten, aan democratie en aan de rechtsstaat essentieel zijn geweest voor het verspreiden van die waarden op ons continent, en dat nog steeds zijn.

Europa wordt verkocht als “een garantie tegen oorlog “. Maar de EU gaat gelukkig wel een paar stappen verder dan alleen maar het garanderen van de vrede. Of je nu homo bent in Litouwen, Roma in Frankrijk, of asielzoeker in Nederland: je hoop op gelijke behandeling en gerechtigheid ligt in Brussel. Zo een SP-er die in eigen land met een demonstratiebordje voor zijn kop staat is lief, maar daar heb je in praktijk toch niet veel aan.

Het is daarom zo ergerlijk dat een partij die zich socialistisch noemt bij de standpunten op haar site vergeet om ook maar iets te zeggen over de EU en sociale rechten. Alsof het ze niets kan schelen. Zeker, in het concept-verkiezingsprogramma wordt wel braaf in één punt gerefereerd naar de mensenrechten, maar dit punt steekt in het geheel akelig schraal af tegen het krachtige pleidooi voor minder bemoeienis van Brussel.

De SP vergeet dat sociale rechten niet vanzelf lokaal zijn ontstaan, maar vanuit parlementen afgedwongen zijn door socialistische, sociaal democratische en sociaal liberale partijen. Ze begrijpt niet dat een werkelijk sociaal en evenwichtig Europa alleen maar kan ontstaan door gelijkheid in sociale wetgeving, en niet ontstaat door mensen te verbieden over de grens te komen werken.

Euro-apathisch

Het nieuwe partijkantoor van de SP heeft de naam “de moed ” gekregen. Moed is echter iets anders dan het nabouwen van het publiek in zijn euro-scepticisme. Het zou een socialistische of sociale partij als de SP passen de moed te hebben om te pleiten voor een écht sociaal Europa. Te pleiten voor een Europa dat zijn handen ineen slaat. Een democratisch Europa dat zich juist wel bemoeit met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, sociale zekerheid en openbaar vervoer. Maar dan op een sociale manier. Een Europa dat een goede basis voor de sociale zekerheid legt en daarmee stabiliteit brengt en de financiële markten in hun hok duwt.

Helaas, eurokritisch blijkt in de praktijk nogal euro-apathisch te zijn. De EU blijft ook als het aan de SP ligt rustig op dezelfde voet doormodderen in zijn eigen (on)democratische en economische crisis. Terwijl Brussel verder gaat in zijn achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk gaat de geldkraan dicht, en gaat ieder land verder met zijn eigen versie van de afbraak van de sociale zekerheid, voor zover die al bestond.

En dat terwijl we land voor land door de financiële markten tegen elkaar kapot gespeculeerd worden. Machteloos, omdat de socialisten zijn vergeten wat de macht van solidariteit is.

Eurotop of Euroflop

Inzet

Er moet wat veranderen in de EU willen we niet langzaam verder wegzakken in een crisis. Dit zien de deelnemers aan de Eurotop ook wel in. De inzet van van Rompuy voor de eurotop dit weekend is samen te vatten in een aantal punten:

1. een bankgarantie voor alle banken in de EU
2. een strenger toezicht van de EU op de banken
3. een europees ministerie van financiën
4. meer begrotingstoezicht op lidstaten
5. introductie van euro-obligaties

Bezwaar

Waarschijnlijk zullen al deze punten aangenomen moeten worden om nog iets te kunnen redden van de euro. Toch ligt naast Duitsland en Finland met name ons land dwars. De Nederlandse burger is duidelijk nog niet klaar voor het inleveren van soevereiniteit.

De gevolgen van de eurocrisis zijn dan ook op dit moment nog niet zo sterk merkbaar als in Zuid-Europa. Er mist hier kortom een gevoel van urgentie.

Nu is dat als we op onze handen blijven zitten volgens mij slechts een kwestie van tijd. Wanneer de crisis omslaat en de hele euro naar de gallemiezen gaat, duurt het waarschijnlijk niet lang voordat we hier ook last hebben van Spaanse werkloosheid en daarmee vanzelf op den duur een Grieks begrotingstekort. En wanneer er in Zuid Europa banken beginnen om te vallen is het een kwestie van tijd voordat de banken in het noorden daar ook serieus last van gaan krijgen. En alle rancune tegen banken ten spijt: we zijn er wel afhankelijk van. Een gezamenlijk plan trekken is dus geen liefdadigheid naar Zuid Europa zoals nogal eens gesuggereerd wordt, het is keihard eigenbelang.

Toch valt er aan de andere kant heel wat voor de bezwaren van het Nederlandse volk te zeggen. Meer macht naar de EU betekent niet alleen overdracht van soevereiniteit, het betekent óók dat het we voortaan geregeerd worden door het incompetent stelletje regeringsleiders dat tot nu toe slechts in staat bleek om besluiten te nemen die zowel door de kiezers als door de financiële markten eigenlijk niet gepikt werden.

Gemis

Wat ik zelf daarom zo verbijsterend vindt: In het voorstel van van Rompuy mist feitelijk iedere suggestie over hoe de zeggenschap in de EU beter geregeld dient te worden. Ja, er wordt wat vaag gezwamd over dat er meer samenwerking moet komen tussen de nationale parlementen en het Europarlement. Maar hoe één en ander vormgegeven moet worden weet niemand.

Waarom gaat de discussie dáár niet over? Ons nationale parlement loopt achter de feiten aan. Ze discussieert alsof er slechts keuze is tussen óf het inleveren van soevereiniteit, óf het uiteenvallen van de munt-unie.

Zeggenschap terugeisen

Er is een derde weg. Wie iets inlevert, kan iets terugeisen. En in dit geval moet dat zijn: meer controle van de burger over de EU. Mij lijkt het logisch dat wanneer wij als burgers van de hele EU door de situatie gedwongen worden om onze nationale soevereiniteit op te geven, we in ruil daarvoor keiharde garanties krijgen voor een democratischer Europa. Als Brussel het te zeggen krijgt over onze begrotingen, over onze banken en over onze staatsleningen, dan willen wij Brussel ook direct kunnen beïnvloeden.

Ten eerste door het Europees parlement, het enige direct gekozen orgaan in Europa, de macht te geven om het beleid te bepalen in plaats van de regeringsleiders in hun achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk. Ten tweede door de burgers van de EU de macht te geven het beleid van het Europees Parlement direct bij te stellen door op te roepen tot een referendum.

En wanneer dat al niet bereikt kan worden kunnen we grijpen naar creatievere middelen. Dan kunnen we kiezen dat de nationale parlementen via een weging per stem direct mogen meebeslissen over de toekomst van Europa. Dat is al een stuk beter dan een plat JA of NEE per nationaal parlement, waardoor de grote landen in praktijk een veto houden.

Rutte

In plaats van met dit soort punten gaat onze president Mark Rutte echter de vergadering in met de inzet dat we gewoon verder door blijven modderen… en de wens dat de vergadering vooral niet te lang mag duren. Hetgeen ongelofelijk is. Terwijl in Zuid Europa de werkloosheid alle grafieken uitschiet en de vastgoedmarkt compleet stil ligt is ook in ons land de werkloosheid verdubbeld en kunnen mensen hun huis al niet kwijt, maar onze premier blokkeert als het verwende dwarse jochie van Europa de besluitneming en hoopt op zaterdag te kunnen gaan vissen.

Er moet gewerkt worden, Mark. En er moet worden gedacht aan de kiezer, maar dan niet alleen met het oog op 12 september. De noodzaak de discussie op een hoger én democratisch niveau te tillen is levensgroot. Democratie is niet alleen hoog nodig om de burger te lijmen, maar ook de financiële markten. In een eerder stuk bepleitte ik al dat het gebrek aan stabiliteit van de euro met name komt door een totaal gebrek aan draagvlak van de politieke besluiten die worden genomen.

De crisis is een vertrouwenscrisis. Politici die geen compromissen durven te sluiten omdat ze de kans lopen door een woedende meute thuis weggestemd te worden leveren weinig vertrouwen. En financiële markten reageren daarop. In herhaling wil ik dus stellen: er is geen uitweg uit deze eurocrisis zonder democratie. Tenzij we na deze exercitie de regeringsleiders definitief naar huis willen sturen en vervangen door een gezellige Europese dictator. Dat kan natuurlijk ook.