Een troebele uitslag

De referendumwet moet om duidelijkere uitslagen te krijgen op drie punten aangepast worden.

Wat is de uitslag van het referendum? We kennen de cijfers, maar wat de uitslag betekent is nog niet zo makkelijk te zeggen. Wat is nu uiteindelijk de boodschap van de kiezer?

Het Ja-kamp
De minste interpretaties kan je hebben bij de stemmers van het Ja-kamp. Wat zij wilden was duidelijk: doorgaan met dat verdrag, en dat kan maar op één manier. Zij bleken echter maar met tien procent van de bevolking te zijn, en een derde van de uitgebrachte stemmen. Ook dat lijkt een duidelijk verlies. Maar wat het verwarrend maakt, is dat sommige thuisblijvers, zoals bijvoorbeeld Ilja Lennard Pfeiffer stelt in NRC, nu claimen dat het Ja-kamp toch zou hebben gewonnen, omdat thuisblijven stilzwijgend instemmen zou zijn.

De Thuisblijvers
De thuisblijvers zijn interessant met dit referendum. Bij andere verkiezingen was thuisblijven nog gewoon een daad van onverschilligheid, of hooguit kon je er een diep wantrouwen tegen de keuzemogelijkheden en het hele democratische systeem achter zoeken. Maar in het afgelopen referendum kan thuisblijven ook een teken zijn van uiterste politieke betrokkenheid.

Om te beginnen waren er namelijk de Ja-stemmers die thuis zijn gebleven om “strategische redenen”. In de hoop een Ja af te dwingen door het niet-halen van de kiesdrempel, of in de hoop dat het Nee-kamp zo weinig mogelijk aandacht zou krijgen (dus niet zozeer een strategische Ja, maar een Nee tegen Nee dus). Daarbovenop waren er de mensen die met hun thuisblijven hun afkeer wilden uitdrukken voor referenda in het algemeen.

Een diverse groep dus. Maar met minder dan 70% thuisblijvers zijn zij uiteindelijk ook verliezers van dit referendum. Ze mogen claimen dat ze de meerderheid hebben, maar dat dit niet genoeg is wisten ze van tevoren al. Wie het daar niet mee eens was had een referendum over de referendumwet kunnen organiseren in plaats van wegblijven bij een referendum. En strategische stemmers kunnen bovendien niet met goed fatsoen de werkelijk onverschillige burgers als medestanders voor hun standpunt in hun zak steken.

De strategische thuisblijvers hebben dus het meest verloren. Maar ook de tegenstanders van dit referendum of referenda in het algemeen hebben verloren, omdat, ondanks de onverwachte steun van het strategische Ja-kamp en andere groepen, de opkomstdrempel toch is gehaald. Alleen de echt volkomen onverschillige thuisblijvers hebben niet verloren, want ook als hun niet-stemmen onterecht tot steun voor een standpunt wordt verklaard, zullen ze daarover nogmaals hun schouders ophalen. Maar dat is geen winst, want dat deden ze toch al. (Soms ben ik jaloers op dat soort mensen.)

Nee-stemmers
De winnaar van dit referendum is dus het Nee-kamp. Maar wat dit Nee-kamp wil is in praktijk nog niet zo eenvoudig. Achter de Nee-stem konden we in de discussie namelijk zowel rechts-nationalistische separatisten, als principiële linkse anti-neoliberalen herkennen. De eerste groep stemt PVV, leest GeenStijl, en wil vooral uit Europa, de tweede groep stemt SP of PvdD en ziet misschien eventueel nog wel wat in de EU, maar die moet dan wel anders vormgegeven worden: democratischer, en met een ander sociaal-economisch beleid, zonder militaire verplichtinen en leuker voor mens en dier. En dan is er nog een derde groep Nee-stemmers, die niet zozeer nationalistisch of antineoliberaal zijn, maar gewoon kwaad zijn, op iets.

Van die twee Nee-kampgroepen-met-een-agenda hebben de rechts-nationalistische separatisten de Nee-stem nu opgeëist, en die overwinning van de rest van de wereld ook al gekregen. In de buitenlandse pers wordt het Nee-kamp steevast omschreven als nationalistisch en anti EU. Geen woord over democratisering of een te grote macht van het bedrijfsleven. Laat staan over wat een diep gevoel voor mensenrechten en dierenrechten die Nederlanders met hun stem toch zouden hebben uitgedrukt. Integendeel. Als mogelijke uitkomst voor Rutte wordt hier en daar gesuggereerd hetzelfde handelsverdrag te ratificeren als een ‘gewoon’ handelsverdrag. Dus zonder de paragrafen over democratie, mensenrechten en corruptiebestrijding. Als laatste gebeurt, hebben de SP en de Partij voor de Dieren werkelijk alles verloren.

Maar de nationalistische separatisten verliezen dan net zo goed. Die laatste groep hoopt namelijk dat in de Eurogroep de pleuris uitbreekt en in ieder geval het hele verdrag niet doorgaat. Maar of zij in dat verlangen een meerderheid hebben, dat is middels dit referendum niet duidelijk geworden, en op zijn zachtst gezegd hoogst betwijfelbaar. Het referendum ging niet over een Nexit. Het ging niet eens over de vraag of een verdrag met Oekraïne een goed idee was. Het ging over dit specifieke verdrag, en dat maakt de uitkomst zo vaag.

Zoveel onduidelijkheid wijst zoals ik in mijn vorige artikel op Joop al schreef op een slechte wet. Sommige mensen stellen dat het hele idee van een referendum niet deugt. Waarom ik die mening absoluut niet deel, kunt u lezen in dat vorige artikel. Ik beschreef daarbij ook dat het referendum wat mij betreft dan wel anders ingericht moet worden. Concreet naar aanleiding van deze uitslag en discussie zou ik de volgende drie aanpassingen voorstellen:

Een stelling die op een stembiljet past
Ja of Nee stemmen over een verdrag van 400 pagina’s, dat is vragen om onduidelijkheid, en bij onduidelijkheid is uiteindelijk niemand bij gebaat, ook de Nee-stemmers niet. De kracht van een referendum moet juist zijn, dat er over één onderwerp gestemd wordt, zodat er één antwoord komt, als een krachtige richtingaanwijzer. En dat kan dus niet over tienduizend onderwerpen tegelijkertijd gaan. Daar hebben we bovendien de nationale verkiezingen al voor.

Dus geen stemmingen over hele verdragen meer, maar alleen stellingen die zelf op een stembiljet passen. Laat de stemming gaan over één artikel uit zo’n verdrag. Of stem desnoods niet tegen dat specifieke verdrag met die inhoud, maar tegen het hele idee dat er ooit een verdrag gesloten wordt. In dat geval is er tenminste een Nee met een duidelijke duiding. Dit is dus al één aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen.

De onderwerpen
Daarbij was dit keer het onderwerp zo raar, juist omdat het referendum nogal beperkt inzetbaar is. We mogen alleen referenda organiseren om nieuwe wetten en verdragen af te wijzen. Maar mensen waren kwaad op de EU om heel andere redenen dan nieuwe wetten. En dus kozen ze maar iets dat daar dichtbij lag als vehikel om hun andere gevoelens over te ventileren.

Dit effect valt te vermijden door het volk het recht te geven ook zelf met voorstellen te komen. Door een simpele Ja/Nee vraag over de politiek op te stellen zonder naar wetboeken of verdragen te verwijzen, en daar dan vervolgens genoeg steun voor te krijgen. De referendumwet zou dus uitgebreid moeten worden met het recht om zelf een voorstel te doen, in plaats van alleen te reageren op nieuwe wetten en verdragen. Dit daagt ook uit om met positieve voorstellen te komen, in plaats van alleen maar Nee te zeggen, een groot bijkomend voordeel. Dit is een tweede aanpassing van de referendumwet die ik zou voorstellen, en de meest verstrekkende.

Opkomstdrempel
De derde aanpassing is het minst omstreden, en het meest simpel: het aanpakken van de opkomstdrempel. Het getuigt van bijzonder weinig respect naar mensen die zich daadwerkelijk van stemmen willen onthouden, dat hun stem verandert in een stilzwijgende stem voor één van beide kampen. En dat geldt ook voor mensen die blanco willen stemmen, als neutrale steun voor het democratische systeem. Deze stem verandert door een opkomstdrempel in een stille (en vaak onbedoelde) steun voor het Nee-kamp. Onwenselijk.

Thuisblijven moet zijn wat het is: een uitdrukking van onverschilligheid, of hooguit onvrede met het systeem. Mensen die walgen van het hele idee dat een voorstel überhaupt wordt gedaan, hebben al een prima uitlaatklep: tegen dat voorstel stemmen. Als je een referendumvoorstel idioot vindt, dan laat je dat niet alleen merken via columns in de krant en op TV, maar dan laat je dt net als alle andere burgers uiteindelijk ook horen via je stem. En als je het niet eens bent met een referendum, dan organiseer je maar een referendum over de referendumwet.

Minister Plasterk zegt dat hij deze opkomstdrempel aan wil passen. Hij denkt aan een minimaal percentage Nee-stemmers dat nodig is voor een geldige uitslag. Dat is op zich leuk bedacht, maar waarom zo moeilijk? Beter schafte hij die opkomstdrempel helemaal af. Als thuisblijven echt onverschilligheid uitdrukt, dan is een Nee gewoon een uitslag zonder verdere voetnoten. En dan is een opkomstdrempel ook overbodig. Zeker bij een raadgevend referendum.

Stroop de mouwen maar op
Tenslotte: De overwinnaars kondigen in hun enthousiasme aan nog veel meer referenda te willen organiseren. Ik zou zeggen: laat maar komen. Graag zelfs. Want na een paar referenda verdwijnen een paar vertroebelende effecten waar zij nu van profiteerden uiteindelijk vanzelf.

Om te beginnen zullen de Nee-stemmers die nu alleen maar Nee stemden om eindelijk Rutte eens dwars te kunnen zitten, in aantal verminderen naarmate er meer referenda langskomen. Daarnaast zullen veel mensen die nu thuisbleven omdat ze tegen een referendum zijn, uiteindelijk ook gewoon van hun recht gebruik gaan maken. Beide gebeurt namelijk vanzelf wanneer er onderwerpen langskomen die deze mensen meer raken dan hun kwaadheid of mening over een referendum. En zo groeit de democratie.

Worstelen met referenda

Er is veel mis met de huidige referendumregeling, maar betekent niet dat een referendum altijd een slecht idee is. In een andere vorm zouden referenda een bijzonder waardevolle aanvulling zijn op ons politieke systeem

Het referendum over het verdrag van de EU met Oekraïne roept met name veel verwarring op. Deze verwarring wordt door sommige opiniemakers als bewijs aangehaald dat het hele idee van een referendum niet zou deugen. Arnon Grunberg bijvoorbeeld stelt in Vrij Nederland botweg dat politiek toch veel te ingewikkeld is voor de emotionele burger, en dat we het daarom beter bij verkiezingen kunnen houden. Voor mij deugt die redenering echter niet. Als het volk werkelijk te onwetend en te emotioneel zou zijn om te kiezen bij een referendum, dan geldt dat namelijk nog veel meer voor verkiezingen. Het is immers veel makkelijker over één onderwerp je mening te bepalen, dan over de hele politiek. Dus als dit argument geldig zou zijn, dan dienden we allereerst de verkiezingen af te schaffen, en juist eventueel slechts referenda toe te laten – of helemaal niets.

De noodzaak van democratie
Maar wie zo redeneert, begrijpt de ware reden voor de noodzaak van democratie niet. Democratie is noodzakelijk, omdat het bewindvoerders dwingt om draagvlak te zoeken voor wat zij doen. Zonder die dwang is de kans veel te groot dat zij alleen maar voor zichzelf zorgen. Dat laat de geschiedenis ons maar al te goed zien. En in het verlengde daarvan klopt ook dat andere argument niet dat vaak tegen referenda gegeven wordt, namelijk dat wij politici nu eenmaal kiezen om zich te verdiepen in de nuances van de politiek, en dat het daarom niet zou passen in ons systeem dat mandaat via een referendum te doorkruisen. Het is hetzelfde als zeggen dat wie een boekhouder inhuurt om voor hem zijn financiële administratie te doen, ook geen recht zou hebben die boekhouder dan vervolgens op bepaalde momenten terug te fluiten. Dat recht heeft hij natuurlijk wel, en het zou zeer onverstandig zijn dit op te geven in de ruil voor het recht om eens in de vier jaar een andere boekhouder te kiezen. Iemand die zo zijn bedrijf runt neemt veel teveel risico met onbetrouwbare boekhouders, en zo werkt dat naar mijn mening met de samenleving net zo.

Vandaar dat ik wel degelijk veel zie in referenda. Maar referenda dienen dan wel scherpe en nuttige referenda te zijn, en de huidige referendumregeling levert zulke referenda niet op. Het huidige referendum is in de eerste plaats zo slecht, omdat het niet over één enkelvoudige beslissing gaat, maar over een heel verdrag. Als er uit dit referendum een Nee komt, dan is het volstrekt onduidelijk waar dat Nee dan tegen is. Gaat het over de inhoud van dit verdrag, zoals de SP stelt? Of is het een Nee tegen het hele idee dat er een verdrag gesloten wordt met Oekraïne, de mening van GeenStijl en Wilders? En als het toch over de inhoud gaat, over welk deel van de inhoud gaat het dan? De meningen over al deze vragen zijn in het Nee kamp zwaar verdeeld, en daarmee wordt met een Nee een volkomen onduidelijk signaal gegeven. Deze onduidelijkheid wordt nog groter doordat de meeste mensen die zeggen Nee te willen stemmen vooral met argumenten komen die met de referendumvraag helemaal niets te maken hebben.

Eisen aan een referendum
Een echt nuttig referendum zou daarom nooit over een heel verdrag mogen gaan, of zelfs maar over een wet, maar over een statement dat in slechts één wetsartikel past. Pas dan is er bij een Nee een duidelijke uitspraak, en anders niet. Daar staat tegenover dat in een werkelijk volwassen referendumdemocratie de referenda niet alleen maar over nieuwe wetten gaan, maar vooral op initiatief van de bevolking plaatsvinden. Verplichte referenda lijken mij onzin, maar als een substantieel deel van de bevolking achter het maakt niet uit welk voorstel staat, dan is het sowieso de moeite waard daarover te stemmen. Maar laten we dat dan wel op voorwaarde doen dat mediaconcerns zich tijdens het verzamelen van de handtekeningen dan niet mogen uitspreken.

En zo zijn er nog wel meer redelijke eisen aan een referendum te stellen. Wanneer een voorstel geld kost bijvoorbeeld, zou dit voorstel voorzien moeten zijn van een redelijke dekking. Ook zou een voorstel nooit in botsing mogen zijn met hogere wetgeving: als mensen dat willen, dan houden ze maar een referendum over die hogere wetgeving. Door dit soort regels wordt een referendum scherp en gericht. Misbruik is niet meer mogelijk. Als er tegen dit soort voorwaarden referenda gehouden zouden worden, dan zou de uitslag mijns inziens ook altijd bindend moeten zijn. Opkomstdrempels vertroebelen in dat geval alleen maar de uitslag en zijn dus ongepast.

Een referendum dat zo vormgegeven zou worden, zou de kloof tussen de burger en de politiek werkelijk kunnen dichten. Niet alleen dwingt het onze vertegenwoordigers nog eens extra te luisteren naar de bevolking, het dwingt aan de andere kant de bevolking om zich te informeren en haar eisen scherp te formuleren. Zulke referenda zouden rookgordijnen kunnen slechten in plaats van optrekken, en besluitvorming kunnen vergemakkelijken en zelfs versnellen in plaats van alleen maar te frustreren. Zij geven bovendien in het politieke debat de redelijke meerderheid de kans te laten weten dat mensen met een hete kop en een grote mond wel veel lawaai maken en zo vaak de toon zetten, maar daarmee nog niet zomaar altijd de meerderheid vormen. Zij maken de democratie volwassen.

Misbruik
Het mag echter duidelijk zijn dat de huidige referendumregeling en het huidige referendum totaal niet aan deze logische eisen voldoen. En dat is dan ook precies de reden waarom dit referendum zo goed te misbruiken blijkt voor een diffuse en louter destructieve populistische agenda. Het is vooral tegen dit misbruik waarvoor ik woensdag mijn stem zal laten horen. Democratie is een serieuze zaak. En dat geldt ook voor een goede relatie van de EU-landen met hun buren, en daar horen afspraken bij. Ja, er is heel veel mis met de EU, en er zijn zeker een paar van die misstanden die in dit verdrag bevestigd worden. Maar dit referendum gaat niet over de inhoud van EU-verdragen in het algemeen. Daar zijn gelukkig andere facties en initiatieven voor. Voor de EU is het verdrag in lijn met andere verdragen die de EU in het verleden sloot, en over het algemeen is wat we willen afspreken lang niet zo slecht, vooral omdat er ook aandacht is voor recht, democratie en corruptiebestrijding. Misschien niet zoals de SP of ik het graag zou zien, maar alleszins beter dan anarchie of Russische overheersing. Of de deal goed is voor de Oekraïners, dat moeten ze vooral zelf weten. Dat moeten wij niet voor ze bepalen. En wat Poetin van dit alles vindt? Als we ons daar wat van aan zouden trekken in het aangaan met relaties met onze buurlanden, dan is de Russische beer pas echt los.

Zo bezien is de referendumvraag kortom echt niet zo moeilijk. Wat het ingewikkeld maakt, is dat veel facties proberen het referendum te misbruiken voor andere agenda’s. Soms goed bedoeld, maar soms ronduit kwaadaardig, zoals blinde anti-EU-obstructie of zelfs pure aandachttrekkerij voor de eigen partij of weblog. Van een dergelijke beweging valt niets goeds te verwachten. Daarom stem ik woensdag met liefde vóór een referendum, en tegen rookgordijnen en het misbruik van de democratie.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

EU haalt met Turkije het paard van Troje binnen

Met het aankomende verdrag tussen de EU en Turkije ondermijnen de Europese regeringsleiders de mensenrechten op korte en lange termijn, en geven zij extreem rechts de wind stevig in de zeilen. Dat moet anders.

De details dienen nog te worden uitgewerkt, maar het ziet ernaar uit dat de EU en Turkije aankomende week een verdrag over de vluchtelingen sluiten. De gevaren van deze deal zijn enorm. Om te beginnen het gevaar dat het aantal vluchtelingen eerder zal toenemen dan afnemen. Maar belangrijker: hier worden de mensenrechten geofferd aan blinde paniek en populisme. Niet alleen nu, maar voor de hele toekomst. Met een ondemocratisch Turkije haalt de EU namelijk niet minder dan het Paard van Troje binnen. Want wat is afgesproken?

Terugsturen

Ten eerste dat iedere vluchteling die vanuit Turkije illegaal naar de EU oversteekt zonder meer wordt teruggestuurd. Dit is de reden waarom mensenrechtenorganisaties als Amnesty International hier hun bezwaar tegen uitspreken. In Turkije zijn vluchtelingen niet veilig. De mensenrechten worden in dat land niet gerespecteerd, mensen worden opgesloten onder erbarmelijke omstandigheden en teruggestuurd naar onveilige gebieden. Bovendien is het land zelf in een burgeroorlog verwikkeld met de Koerdische minderheid. Teken daarom vooral de petitie van Amnesty tegen deze deal.

Opnemen

Ten tweede is afgesproken dat voor iedere vluchteling die teruggestuurd wordt, de EU er één legaal opneemt. Dit klinkt als het menslievende gedeelte van de deal, maar hier zit ook het grote gevaar in. Turkije verbindt zich eraan ervoor te zorgen dat zo min mogelijk mensen illegaal oversteken, maar wordt per illegale oversteek zo feitelijk beloond. Als het de bedoeling zou zijn om illegaal oversteken te prikkelen, dan had er geen betere deal gesloten kunnen worden. Binnen de kortste keren zullen we horen van beroepsoverstekers, die heen en weer pendelen tussen de EU en Turkije om daarvoor geld te ontvangen van de volgende wachtende asielzoeker, oogluikend toegestaan door de Turkse overheid. Ondertussen zal de illegale immigratie gewoon doorgaan, alleen zullen de illegale immigranten zich niet meer in Griekenland aanmelden, maar in een volgend EU-land, zodat niet duidelijk is dat de immigranten via Turkije kwamen. Of dachten we werkelijk dat smokkelaars zich iets aantrokken van wetten? Wie dat denkt heeft zijn hersens op het nachtkastje laten liggen.

Toetreden

Ten derde de belangrijkste afspraak: de EU heeft afgesproken dat Turkije versneld toe zou mogen treden, juist terwijl Turkije weer steeds minder respect blijkt op te brengen voor de mensenrechten, en harde slagen maakt in het beperken van de persvrijheid. Met dit Turkije haalt de EU het paard van Troje binnen. De EU zou een unie moeten zijn van mensenrechten en democratie. Dat de lidstaten, en dan vooral de nieuwe lidstaten, daar continu een loopje mee nemen, is sowieso al een groot probleem. Met Turkije in de club zullen deze waarden binnen de EU definitief op de achtergrond raken. Het project EU als mensenrechtenproject is daarmee definitief mislukt. Dan blijft nog slechts een (falende) economische Unie over.

Goed nieuws voor Extreem Rechts

De reden waarom de EU-leiders dit verdrag willen is uit blinde paniek, uit angst voor de vreemdelingenhaat van extreem rechts in eigen land. Zij durven niet pal te staan voor de opvang van vluchtelingen, en willen liever extreem rechts de wind uit de zeilen nemen, door met de extreem rechtse wind mee te waaien, althans, gedeeltelijk. Zij roepen dat de verzorgingsstaat onder druk zou staan door asielzoekers. Maar dit is gezien de kostenverhoudingen van de verzorgingsstaat en asielzoekers flagrante onzin. Zij roepen dat de meeste asielzoekers economische vluchtelingen zouden zijn. Dat wordt door alle officiële cijfers glashard tegengesproken.

Dit is de aller domste strategie mogelijk. Door mee te waaien met de extreemrechtse propagandamachine wordt het draagvlak voor extreem rechts alleen maar vergroot. Bovendien zijn mensen die neigen naar nationalistische en xenofobe partijen van vrijages met Turkije allerminst gecharmeerd, net als van het legaal toelaten van vluchtelingen. Als het de Europese leiders erom te doen was geweest hun eigen positie te ondermijnen en extreem rechts te laten groeien, dan konden ze kortom niet beter bezig zijn dan nu.

Alternatief

Waar de EU leiders zich mijns inziens mee bezig zouden moeten houden is de vluchtelingenstroom, die een feit is, in goede banen leiden. Een goede opvang en een snelle beoordeling van de asielaanvragen, zodat snel de echte vluchtelingen hun rechten krijgen, en eventuele ‘economische vluchtelingen’ duidelijkheid. En vooral een snelle en goede integratie stimuleren, want niemand zit te wachten op nog een probleemgroep in de samenleving.

Daarbij zouden de regeringsleiders het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door gebruik te maken van de initiatieven voor de opvang van vluchtelingen van onderop, die gelukkig veel talrijker zijn dan de protesten tegen vluchtelingen, in plaats van als een stel autisten de vluchtelingen te behandelen als een trafficprobleem, en daarmee de weerzin voor hun beleid onder zowel tegenstanders, vrijwilligers als vluchtelingen zelf aan te wakkeren. En natuurlijk door zich vooral verre te houden van het verspreiden van regelrechte leugens en het zaaien van zinloze paniek.

Ook zouden regeringsleiders zich eens mogen gaan afvragen waar vluchtelingen eigenlijk vandaan komen. Vluchtelingen vluchten voor bombardementen, en die worden ook door EU-landen uitgevoerd. Vluchtelingen vluchten voor onderdrukkende regimes, en die worden door EU-landen middels de oliehandel gefinancierd, en middels de wapenhandel van wapens voorzien. De EU zou zijn eigen verantwoordelijkheid daarin moeten nemen, door handel met dictatoriale regimes moeten stoppen, en te koersen op 100% eigen energie-opwekking.

Tenslotte zou de EU haar eigen grondvesten, met name haar grondvesten van democratie, mensenrechten en persvrijheid eens wat meer onder de loep mogen nemen. In plaats van dat nieuwe lidstaten oogluikend worden toegestaan, zouden lidstaten die daar nu al een loopje mee nemen de wacht moeten worden aangezegd. Daarbij mag de EU sowieso eens flink gaan herbronnen op haar eigen democratische gehalte, want dat hier van alles mis mee is blijkt keer op keer. Waar het de EU vooral aan ontbreekt is directe inspraak, en inspraakorganen met volledig mandaat op EU-niveau, waardoor de bevolking volkomen terecht het gevoel krijgt dat de EU vanuit achterkamertjes geregeerd wordt. Dit ondermijnt het draagvlak voor iedere maatregel en daarmee ook de effectiviteit.

De noodzaak om dit alles aan te pakken is nog nooit zo hoog geweest. In plaats daarvan bakken de regeringsleiders dit gedrocht van een verdrag. Je moet maar durven.

Boekbespreking: “Vrijheid voor Gevorderden”, Paul Teule

RECENSIE – Paul Teule’s boek ‘vrijheid voor gevorderden’ leest vlot en is een mooi pleidooi om het concept ‘vrijheid’ in de politiek op een meer sociale manier te gebruiken. Ondanks dat gaat het boek uw recensent Klokwerk nog niet ver genoeg…

Op mijn middelbare school beweerde mijn docent maatschappijleer ooit dat er twee belangrijke waarden in de politiek zijn: Vrijheid en Gelijkheid. Zijn stelling was dat deze waarden als vanzelf met elkaar in botsing zijn. Linkse mensen zouden gelijkheid belangrijker vinden, rechtse mensen hechten meer aan vrijheid. Ik vond dat toen al een onzinnige stelling. Is het niet zo dat vrijheid en gelijkheid elkaar juist kunnen versterken?  Paul Teule, docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam, maar ons natuurlijk vooral bekend als schrijver voor Sargasso,  laat ons in zijn nieuwe boek ‘Vrijheid voor Gevorderden’ zien dat dit kan.

Daarvoor moet Teule eerst wel het begrip vrijheid herdefiniëren, want in onze samenleving wordt dit begreep volgens hem veel te nauw opgevat. Vrijheid is volgens Teule niet alleen ‘negatieve vrijheid’, vrij zijn van geboden, maar ook ‘positieve vrijheid’: vrij zijn in de zin van het hebben van mogelijkheden. Het heeft volgens Teule geen zin om vrij te zijn van geboden als er geen mogelijkheden zijn. En daar heeft hij natuurlijk een ijzersterk punt.

De te nauwe opvatting van vrijheid is volgens Teule de reden voor een politieke en morele crisis. De misvatting dat vrijheid alleen maar het vrij-laten zou zijn, zorgt voor een zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving, waarin mensen tegelijkertijd onbeschoft en lichtgeraakt zijn, en de overheid vooral ervaren wordt als een last. Volgens Teule is het echter nog niet te laat: als wij leren de verworvenheden die wij als Nederlandse samenleving gerealiseerd hebben opnieuw in dat licht te waarderen, als regels die ons juist vrijheid opleveren in plaats van vrijheid kosten, hebben wij weer een politiek kompas waarop we kunnen varen.

In dit licht bespreekt hij in ‘Vrijheid voor Gevorderden” vervolgens een heel aantal politieke domeinen en issues: de vrijemarkteconomie, het vrije woord, vrijheid van onderwijs, alcohol en drugsbeleid, beleid ten aanzien van prostitutie, emancipatie, staatssoevereiniteit en integratie, en telkens laat hij zien dat om werkelijke vrijheid voor burgers te bevechten, de overheid niet kan weglopen van haar taak, en dat een laissez-fairpolitiek eerder minder dan meer vrijheid oplevert. Om een werkelijk vrije samenleving te  krijgen moet de overheid volgens Teule optreden als marktmeester, als een partij die actief investeert in het onderwijs, die controle oplegt en uitvoert op verdovende middelen, die prostituees bescherming garandeert, mensen de helpende hand biedt bij emancipatie, en door internationale samenwerking zijn invloedsterrein vergroot.

Het sterke van deze verdediging van een sterke regulerende overheid is dat ze niet contrair is met het vrije-marktdenken en de angst voor het verlies van vrijheid, maar in lijn ligt daarmee, en dus ook niet kwetsbaar is voor liberale bezwaren. Een goed voorbeeld is hoe Teule de stand van zaken aangaande prostitutie beschouwd. Teule bepleit dat er in deze gelegaliseerde sector veel te weinig controle en naleving is, en dat daarom de criminaliteit welig tiert. Weinig vrijheid voor seksslavinnen. In plaats van zich dan tegen legalisatie te keren pleit hij voor veel meer geld naar controle en voorzieningen voor mensen die in deze sector werken. Hij onderbouwt dit niet alleen door een moreel appél te doen inzake de vrijheid van prostituees, maar door tevens te stellen dat deze sector indirect een enorme bijdrage levert aan de economie. Welke toerist in Amsterdam gaat immers niet even een kijkje nemen op de wallen? Om deze economie zichzelf niet te laten ondermijnen is het volgens Teule niet meer dan logisch als de sekswerkers zelf veel meer van deze verdiensten terug zouden zien. In een werkelijk vrije samenleving worden kosten en baten doorberekend in het product, en waar de markt dit niet zelf regelt, is het volgens Teule logisch dat de overheid dit afdwingt.

De rechtgeaarde VVD’er die vrijheid slechts ziet als het opheffen van regels zal voor dit soort pleidooien voor overheidsbemoeienis en staatssubsidies uiteraard terugdeinzen, maar voor hem biedt dit boek dan ook een belangrijke uitdaging. Teule weet namelijk heel aannemelijk te maken dat juist dit terugdeinzen zorgt voor beperkingen in de inviduele vrijheden van burgers. Teule onderbouwt zijn betoog met allerlei politicologen, filosofen, psychologen, neurologen, sociologen en economen van nationaal en internationaal belang, zonder dat “Vrijheid voor Gevorderden” saai of taai om te lezen wordt. Hij laat daarbij ook de tegenstanders van zijn eigen standpunt aan het woord, en schroomt er niet voor telkens zijn eigen uitgangspunten te bevragen en ook te toetsen aan resultaten in de praktijk. Daarmee zet hij een zeer grondig en gedegen (soms zelfs in mijn ogen wat over-voorzichtig) betoog neer, waarin en passant een feest aan mooie citaten verwerkt is. “Vrijheid voor Gevorderden” is daarbij ook voor de leek makkelijk leesbaar en onderhoudend.

Helaas stelde Teule mij in één aspect teleur, namelijk waar hij in zijn bespreking het sociale stelsel van uitkeringen en volksverzekeringen met rust laat. Slechts in het laatste hoofdstuk noemt hij het sociale stelsel, zonder daarbij echt voorbeelden te noemen laat staan uit te werken, wat hij bij de andere politieke domeinen wel doet. Dat is jammer, want zijn betoog is mijns inziens naadloos te extrapoleren naar die terreinen, en hij had hier ook weer ondersteuning kunnen vinden bij verschillende denkers. Zo wordt het idee van een basisinkomen in bepaalde liberale kringen van oudsher omarmd omdat het niet alleen regelarm is, maar vooral omdat het mensen de mogelijkheid biedt om zich vrij van overheidsbetutteling te ontwikkelen. Ook Ronald van Raak van de SP bepleitte in een lezing aan de Teldersstichting dat mensen die wérkelijk voor vrijheid zijn, de mensen juist mogelijkheden biedt in de vorm van sociale zekerheid. Teule stelt in zijn boek dat eigenlijk iedere partij in Nederland een liberale partij is, en hij neemt alle partijen van PVV en VVD tot GroenLinks en SP in zijn betoog mee, maar door deze omissie komt het boek bij deze lezer uiteindelijk toch vooral over als een D66-betoog: sociaal, maar over het vangnet helaas maar weinig woorden.

Ondanks dat is het boek ‘vrijheid voor gevorderden’ van Teule een aardige uitdaging voor de vastgeroeste rechts-liberaal om zich af te vragen of hij wel zo consequent is in zijn vrijheidsliefde, en voor mensen met een grotere hang naar de socialere aspecten van de samenleving een wapen om dit niet alleen met het concept ‘gelijkheid’ maar ook juist met ‘vrijheid’ als argument sterker te verdedigen. Een aanrader dus.

‘Vrijheid voor Gevorderden’ is vanaf vandaag (11 maart 2016) te bestellen bij Boom uitgevers te Amsterdam, voor een verkoopprijs van €19,90. Paperback, 204 pagina’s . ISBN 9789089536235.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Het vluchtelingenvraagstuk opgelost

Een goede oplossing voor het Europese vluchtelingenvraagstuk is niet zo moeilijk te verzinnen. Hoe dan? Laat lidstaten geld verdienen met een goede opvang.

Het vluchtelingenvraagstuk houdt de EU nu al een jaar lang bezig en een oplossing wordt maar niet gevonden. De reactie die Nederlandse politici vooral gaven is paniek zaaien. Om het hardst lopen ze te gillen dat we “overspoeld” worden, “het niet aankunnen”, en dat “de verzorgingsstaat in gevaar is”. Het is overtrokken onzin, en daarbij heeft uiteindelijk helemaal niemand hier iets aan. Verder komen ze met waanzinnige plannen om “de grenzen dicht” te gooien of om vluchtelingen terug te sturen. Daarmee belazeren ze het publiek. Dichte grenzen, opvang in de regio, terugsturen, dat is al decennialang staand Europees en Nederlands beleid. De grenzen kunnen simpelweg niet méér dicht zijn dan ze al zijn, tenzij we met scherp op mensen gaan schieten. Wie daarvoor is, die moet vooral op een fascistische partij stemmen, waarvan er in ieder Europees land wel één aanwezig is. Van andere partijen en burgers mag ondertussen wel wat meer realiteitszin geëist worden, en een voortvarende aanpak van het probleem.

Oorzaken wegnemen
Helaas is de EU-top ondertussen bezig zich meer afhankelijk te maken van de dictator Erdogan, door de opvang aan hem over te laten, en hem daarvoor te willen belonen. Ook dit is een doodlopende weg, omdat Turkije nu eenmaal geen land is dat de mensenrechten respecteert en het laat zich ook niet controleren. Het subsidiëren van de regering Erdogan is gezien de houding tegenover de mensenrechten van dit regime ook het laatste wat we zouden moeten willen. Een doodlopende weg.

Zolang de oorlogen om de EU heen niet beëindigd zijn en de onderdrukkende regimes niet vervangen zijn door regeringen die respect hebben voor de mensenrechten, blijven er vluchtelingen komen. Dat is gewoon een feit. We kunnen proberen de wereld om ons heen wat mooier te maken, door bijvoorbeeld onze eigen energie op te wekken en al helemaal geen wapenhandel toe te staan met foute regimes, zoals bijvoorbeeld dat van Saoedi-Arabië. Maar ook als we dit zouden doen was er daarmee nog geen wereldvrede. We kunnen daarover gaan jammeren, maar daarmee komt een oplossing geen stap dichterbij.

Opvang regelen
Wat wij nodig hebben om de instroom van de asielzoekers op te vangen, zijn politici die serieus werk maken van de opvang die noodzakelijk is zolang de asielinstroom er eenmaal is. Merkel is één van de weinigen die dat doet. In ons land zijn het Jesse Klaver en op enige afstand daarvan Pechtold en Roemer die bepleiten er dan maar het beste van te maken. Helaas hebben deze politici last van de lafheid van de anderen, hun collega’s binnenlands, maar vooral die uit andere landen. Want zolang niet iedereen zijn steentje bijdraagt zijn de aanpakkers als Gekke Gerrit, die ongewild ook het vuile werk van anderen opknapt.

Sommige partijen, zoals de Europese Groenen, stellen daarom voor om lidstaten te verplichten hun deel aan de opvang bij te dragen. Maar daar zullen zij nooit de handen voor op elkaar krijgen, want de lidstaten willen er niet mee instemmen dat ze zelf gedwongen worden. Met name de staten die nu al weigeren hun steentje bij te dragen zullen dat niet doen. Maar ook andere landen zijn niet happig op het inleveren van weer een stukje soevereiniteit.
De lidstaten die wel aan opvang doen, doen dat ondertussen met flinke tegenzin en kiezen voor de slechtste aanpak mogelijk: het zo sober mogelijk opvangen van vluchtelingen, in de hoop dat die dan liever naar een andere lidstaat gaan. Het zorgt voor slecht geïntegreerde mensen in heel de EU en dat is nu juist de grootste bedreiging van die vluchtelingenstroom. Sobere opvang bieden uit angst voor slecht geïntegreerde vluchtelingen is een selffulfilling prophecy. We graven daarmee ons eigen graf.

De oplossing
Niemand lijkt de oplossing te zien voor deze patstellingen, terwijl die eigenlijk toch zo eenvoudig is. Laat de EU niet Erdogan subsidiëren, maar de eigen lidstaten. En laat niet de lidstaten, maar de EU zelf betalen voor de opvang, beoordeling en integratie van de nieuwkomers.

Zie het zo: een land dat erin slaagt die dingen te regelen, krijgt daarvoor subsidie van de EU. Daarbij is het van belang dat de EU strenge eisen stelt aan de snelheid en kwaliteit, en daarop controleert. Denk dan aan controles op het snel beoordelen, het verkrijgen van voldoende taalniveau, een examen mensenrechten en het vinden van huisvesting. Hoe die zaken bereikt worden is dan aan de landen zelf. Maar lidstaten die erin slagen dit voor nieuwkomers te regelen krijgen daarvoor betaald en wel zoveel dat de gemaakte kosten ruimschoots vergoed worden.

Onafhankelijkheid
Veel lidstaten zullen binnen de kortste keren staan te dringen deze opvang te regelen, want het betekent werkgelegenheid en werk is nu juist datgene waaraan het veel landen ontbreekt. De lidstaten die liever niet aan het integratiebeleid meedoen kunnen zich dan aan die plicht onttrekken zonder scheve ogen te krijgen. Helemaal mooi zou het zijn als de EU haar budget ook onafhankelijk van de lidstaten krijgt, zodat er ook geen gemopper meer is over de bijdragen van landen aan de EU en de interne verhoudingen van de afdrachten. Dat kan door een EU-accijns op brandstof in te voeren zoals D66 laatst voorstelde, of door simpelweg de accijnzen voor de import voortaan door de EU te laten innen.

Natuurlijk, tenzij de EU op een ander gebied bezuinigt (landbouwsubsidies?) brengt dit een netto lastenverzwaring met zich mee. Maar in ieder geval hoeft er dan geen subsidie meer naar Turkije. Bovendien is het geld dat nodig is om vluchtelingen op te vangen – vergeleken met de nationale begrotingen – peanuts, en die moeten we dan maar voor het oplossen van een crisis en het stimuleren van de werkgelegenheid overhebben. Gratis oplossingen bestaan niet. Het wachten is op politici met de eerlijkheid en de moed om dat naar hun kiezers te brengen, en kiezers die beseffen dat politici die anders beweren niets dan leugenachtige lafaards zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Samenvatting van de filosofie van het Hellenisme

In deze serie hebben we de belangrijkste typisch Hellenistische filosofische scholen behandeld: de Cynici, het radicaal Hedonisme, het meer gematigde Epicurisme, de vroege Stoa en de Sceptici. Om het af te sluiten hierbij een samenvatting, waarmee we de hele filosofische discussie van het vroeg-Helleense tijdperk kunnen overzien. Daarbij zullen we ook de filosofieën van Plato en Aristoteles in het overzicht meenemen, want de door hen gestichte scholen zijn ook in de Hellenistische tijd van groot belang. Maar eerst wat meer over de Helleense beschaving.

De Helleense samenleving

In de periode voor het Hellenisme was de Griekse polis een belangrijke entiteit waaraan de Grieken hun identiteit ontleenden. De filosofieën van filosofen uit die tijd, zoals als Plato en Aristoteles, spiegelen zich aan deze polis: de stadstaat en zijn politiek staat in de filosofie centraal. In de Hellenistisch tijd werd de stadstaat echter overvleugeld door de nieuwe Hellenistische rijken, die weliswaar geregeerd werden door Griekse elites, maar veel grootschaliger waren. Daarbij verloren de stadstaten waar ooit de directe democratie gevestigd was ook deze eigen politieke vorm. De hoofdsteden van de Hellenistische rijken groeiden daarbij tot veel groter dan de Polis ooit geweest was, en daardoor vormden zij geen eenheden meer waar mensen hun identiteit aan ontleenden.

Met het wegvallen van de kleine gemeenschap als culturele kern werden de mensen meer naar binnen en naar zichzelf gekeerd. De cultuur ten tijde van de stadstaten werd in die tijd met een opvallende nostalgie verheerlijkt, maar ondertussen was er wel een nieuwe culturele bloei. In de kunst verschoof het accent van de mythologie naar de mensen, wat in de literatuur leidde tot de uitvinding van avonturenroman en de eerste kunstuitingen waarin de echte romantische liefde tussen man en vrouw bezongen wordt. Het gezin werd een belangrijker element in het maatschappelijk leven dan deze ooit geweest was. De beeldhouwkunst van de Helleense tijd kenmerkt zich door een grote liefde voor realisme en detail, en ook de architectuur nam een nog hogere vlucht dan deze in de Atheense tijd al had genomen. Tenslotte ontwikkelden in de Helleense periode wetenschappen als wiskunde, astronomie, natuurwetenschappen, geologie en geneeskunde zich sterk, en boekte de technologie een grote vooruitgang.

Dit was de wereld waarin de filosofen rondliepen die we tot nu toe bekeken hebben, en het is dan ook vooral een teken des tijds dat zij meer dan hun voorgangers bezig waren met de zoektocht naar het persoonlijk geluk, en zich minder bezig hielden met politiek en metafysica.

Verschillende vormen van geluk

EpicurusIn de tijd van het Hellenisme liepen er zoals we zagen veel filosofen rond die Cynici genoemd werden. Dit waren rondtrekkende filosofische kluizenaars die vooral provoceerden, met als doel de maatschappij en beschaving ter discussie te stellen, die volgens hen de mens afleidden van zijn natuurlijke staat van zijn. Zij lieten zich losjes inspireren door filosofische rebellen uit het verleden: zoals Heraclitus, die het leven als kluizenaar en ‘volgens de natuur’ promootte, Socrates, de eeuwige criticaster, en de Cynische filosofen Diogenes, de kruikbewoner, en Crates, de linzeneter. Het geluk ligt volgens de Cynici in het terugkeren naar het simpele animale bestaan.

De hedonistische filosofen komen zoals we zagen grofweg in twee soorten. De Cyreense school van Aristippos was de meest radicale hedonistische school. Voor de Cyreense school staat ‘plezier’ hoger dan ‘geluk’: het laatste is slechts een afgeleide van het eerste. Aristippos rechtvaardigde dit idee met een zeer sceptische houding tegenover kennis. Hij vertrouwt liever op het gevoel.

Een meer gematigd hedonist was Epicurus. De wereld is volgens hem een product van toevallige botsingen van atomen, en dat is volgens de Epicuristen een goede reden om niet verder te zoeken naar een zin van het leven. Ook Epicuristen vertrouwen op het gevoel. De rede leert ons echter gevoelens tegen elkaar af te wegen en berekenend op te treden. Om gelukkig te zijn is het volgens hen maar beter als we niet teveel ambities koesteren, en een gematigd en teruggetrokken bestaan leiden.

En dan de Stoïcijnen. Zij verschillen fundamenteel met Epicurus in hun overtuiging dat er juist géén toeval bestaat. Alles wat gebeurt, gebeurt volgens hen uit noodzaak. Alles hangt samen met alles. Zij stellen dat de natuurwetten redelijk zijn, en daarmee fundamenteel begrijpelijk. Volgens de vroege Stoïcijnen is de zoektocht naar kennis de weg naar het geluk. Zij trekken zich niet terug zoals Epicurus: zij willen de hele wereld begrijpen en haar zo leren te accepteren zoals zij is. Om de wereld te kennen zoeken zij hun heil bij de logica en de wetenschap.

De Sceptici tenslotte stellen dat ieder oordeel tot teleurstelling leidt, en dat oordelen afleidt van de werkelijke zoektocht naar het geluk.

De Helleense stromingen die we zojuist bespraken lieten zich inspireren door andere voorgangers dan Plato en Aristoteles, die zich vooral lieten inspireren door filosofen als Parmenides en Pythagoras, filosofen die zochten naar een onveranderlijke waarheid achter de verschijnselen. De Cynici, de Hedonisten, de Stoïcijnen en de Sceptici zijn filosofen die uitgaan van een veranderlijke wereld. In deze filosofieën wordt met name Heraclites veel aangehaald. Socrates wordt vaak als voorbeeld gezien, maar voor de Helleense filosofen vervult Socrates vooral zijn functie als grote twijfelaar. Zij zien hem niet in de rol van moralist die op zoek is naar Het Goede, de rol die hij in de filosofie van Plato speelt. Ondertussen bleven in de Hellenistische tijd ook de Platoonse Academie en het Lyceum van Aristoteles zeer invloedrijk.

Maar ook al gingen de filosofen van die scholen uit van het geloof in een achterliggende hogere vaste waarheid, het waren zelf geen statische
bewegingen.

De Platoonse Academie

Plato-1Vooral de Platoonse school heeft zeer sterke ontwikkelingen doorgemaakt. Plato stelde dat een mens het geluk kon bereiken door zich te wenden tot de wereld van de abstracte vormen, met behulp van rationele kennis. Wat alle Platonisten bindt is dat ze geloven in het absolute goede, dat door de ratio te kennen, of in ieder geval te benaderen valt. Wie de kennis van het goede heeft, is gelukkig.

Maar de Platoonse school bewoog zich in de tijd van het Hellenisme meer en meer in de richting van het scepticisme. We hadden al een voorbeeld van gezien met Carneades, in de vorige aflevering, die de geschriften van Plato opvatte als een oefening in dialectiek en pragmatische kennisverwerving.

In de tijd van de Romeinse keizers, vijfhonderd jaar later, ging het Platonisme weer de compleet tegenovergestelde richting op, en verwerd het tot een aparte filosofie: het Neoplatonisme. Hierin werd Plato zijn filosofie gemixt met inzichten uit de Stoa en de leer van Aristoteles, maar ook met invloeden uit mystieke stromingen, waaronder maar zeker niet alleen christelijke mystieke stromingen. Kennis van het hogere wordt in het Neoplatonisme verkregen door de religieuze ervaring, die volgt op een combinatie van rationele studie en meditatie. Overigens meenden de Neoplatonisten dat zij de juiste interpretatie van de filosofie van Plato gevonden hadden en noemden zij zich gewoon Platonisten.

In de Hellenistische tijd echter nam het Platonisme meer en meer een kritische rol in: zij bekritiseerden de Stoïcijnen met hun stelling dat de mens niet zou kunnen dwalen, en ontwikkelde zich zo richting scepticisme.

De peripatetische school

Aristoteles-1Ook de Aristoteliaanse school, ook wel de Peripatetische school genoemd, naar de Peripatos, de overdekte wandelgalerij waarin Aristoteles gewoon was wandelend les te geven, kende een ontwikkeling.

Aristoteles zelf stelde dat het geluk uiteindelijk lag in zelfverwerkelijking. Het doel van de mens was te groeien in de hogere mens-vorm. Volgens Aristoteles is iedere verschijning een streven naar een bepaald doel. Aristoteles’ leerling Theophrastus stelde echter vragen bij de neiging van Aristoteles om alles te beschouwen als doelgericht. De hele teleologische visie van het denken van Aristoteles, zoals het denken in dat alles naar een einddoel streeft genoemd wordt, raakt in zijn school naar verloop van tijd achterop.

De volgelingen van Aristoteles vonden in de leer van hun leermeester echter ook een duidelijk meer pragmatisch beeld van hoe een mens gelukkig dient te worden: in het zoeken naar het juiste evenwicht tussen tegengestelde emoties dat Aristoteles bepleitte. Zo zoekt de Peripatetische school in de Helleense tijd naar het wijze midden tussen bijvoorbeeld overmoed en lafheid, tussen dolheid en zwartgalligheid. Extreme emoties zijn verkeerd, in het midden ligt de wijsheid.

Naast dat de Aristotelische school zich in de Hellenistsiche tijd meer richtte op de deugdenleer dan op het concept van zelfverwerkelijking, hield zij zich vooral bezig met het beoefenen van de logica en de beschrijvende wetenschap.

Het Helleense filosofische debat

Zeno-1De Helleense filosofie is te begrijpen als een continu debat tussen al de genoemde stromingen. De meeste filosofen verklaarden zich tot volgeling van één stroming, en stelden zich behoorlijk onverzoenlijk tegenover andere stromingen op. Door de vertegenwoordigers van de verschillende scholen werden vervolgens heftige polemieken en debatten gevoerd. Deze debatten dienden om de theoretische verschillen tussen de scholen uit te diepen. Absurde stellingen als “kan een mens gelukkig zijn op de pijnbank” werden daarbij serieus behandeld. De Stoïcijnen en de Platonisten vonden van wel, de Epicuristen waren tegen, terwijl de Sceptici alle beweringen van al die anderen belachelijk maakten. Ondertussen hadden de volgelingen van Aristoteles en de Stoïcijnen vette meningsverschillen over wat logica was.

Je zal misschien vinden dat al deze stromingen toch ook veel overeenkomsten hebben. Maat houden, soberheid, evenwicht zoeken: dit zijn zaken die bij de meeste van deze filosofen sterk terugkomen. Op zich niet zo gek, want dit zijn waarden die in de Griekse cultuur sowieso als deugd beschouwd werden. En daarbij is het opvallend dat ook de zoektocht naar het geluk voor al deze filosofen de centrale vraag is. Ze mogen in hun meningen over hoe dat geluk te bereiken valt vaak sterk verschillen, hun onderwerp blijft hetzelfde. Ondanks de felle debatten zit er in de filosofie van het Hellenisme dan ook een sterke gemeenschappelijke lijn.

Het mag mensen daarom verwonderen dat die filosofische scholen zo onverzoenlijk tegenover elkaar stonden, en niet eerder zochten naar de grootste gemene deler en elkaar opvatten als aanvullingen. Voor wie zich daar zelfs aan ergert, is er goed nieuws. Terwijl de Epicursten met hun vrienden zaten te filosoferen in hun tuinen, de Stoïcijnen en de Sceptici erop los debatteerden met de volgelingen van Plato en Aristoteles, en hier en daar nog een irritante Cynicus opdook om iedereen belachelijk te maken, werden de Helleense rijken in toenemende mate bedreigd door een opkomende macht in het westen: die van de Romeinen. De Romeinen hadden een meer praktische benadering van de filosofie dan de Grieken. Zij zagen minder nut in theoretische debat dan in praktische toepassing van filosofie. Zij hadden dan ook minder moeite met het combineren van de inzichten van de verschillende scholen. Daaruit kwamen dan weer de latere filosofische scholen voort, zoals het Platonisch Scepticisme dat we de vorige aflevering al zagen, de Midden-Stoa die we de aflevering daarvoor al aangestipt hadden, de nog niet genoemde Eclectici, later de late Stoïcijnen, en tenslotte, nog veel later, het Neoplatonisme. Deze stromingen zijn alle te begrijpen als mengvormen van eerdere Helleense scholen. Het enige echt nieuwe element in deze filosofieën is een stukje mystiek, dat mettertijd over kwam waaien met verschillende religieuze stromingen uit het Oosten, wat pas naar voren komt in de late Stoa, en tot wasdom komt in het Neoplatonisme.

We kunnen dus rustig stellen dat in de Hellenistische tijd de grond werd gevormd voor de latere filosofie. Daarom is deze filosofie ook zo een belangrijk voor de filosofische geschiedenis, en daarom is het jammer dat in veel overzichten van de filosofie de cynici, de hedonisten, de stoïcijnen en vooral de sceptici meestal maar als voetnoot behandeld worden. Zeker omdat deze filosofen, die vaak een fundamentele scepsis combineerden met een mechanische vorm van denken die ook in onze tijd in zwang zijn, ook interessant zijn voor onze tijd. De vroeg-Hellenistische filosofie vormt een filosofische cultuur waarin fundamentele inzichten over de mens, maatschappij en de natuur tegenover elkaar worden geplaatst, en direct gerelateerd worden aan de vraag wat het best is voor ons welzijn. Daarom zijn deze filosofen de moeite van het bestuderen waard.

De filosofie van de Sceptici

Het vroege Hellenisme – de tijd na Alexander de Grote en voor de overheersing van de Romeinen. Verschillende rijken die allen bestuurd worden door Griekse elites beheersten het hele Midden-Oosten, Egypte, Griekenland en Zuid-Italië. We behandelen hier de filosofische stromingen uit die tijd, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze aflevering: de Sceptici.

Fundamentele onzekerheid

Wat is waar? De opvattingen hierover komen bij de filosofen die we gezien hebben vaak eerder voort uit overtuigingen dan uit kennis. We zagen het de vorige afleveringen al. Wordt de wereld beheerst door de natuurwetten van de Stoïcijnen, of door het fundamentele toeval van Epicurus? We kunnen daarvoor bewijs verzamelen, maar een uiteindelijk fundamenteel antwoord op die vraag valt niet te geven: we weten het gewoon nog steeds niet. Is er een onveranderlijke waarheid zoals Plato en Aristoteles aannamen, of bestaat er alleen maar een eeuwig stromende wereld waar de Stoïcijnen vanuit gingen? Ook hier zullen we waarschijnlijk nooit enige zekerheid over kunnen verkrijgen.

Die fundamentele onzekerheid is het fundament van de sceptische filosofie. Een sceptisch persoon is in de moderne taal iemand die kritisch is naar alles wat voor waar aangenomen wordt. En deze omschrijving past prachtig bij de Helleense Sceptici. De Sceptici twijfelden namelijk aan alle voorgaande overtuigingen, en meer.

Argumenten voor sceptici

Sommige filosofen vertrouwden vooral het gevoel, zoals de hedonisten. Anderen vertrouwden vooral op de waarneming. Maar het gevoel en de waarneming zijn beide makkelijk te misleiden. Het verstand dan? Het verstand is al helemaal geen goed middel om de waarheid te achterhalen. Kijk maar naar al die filosofen die we tot nu toe zagen! Verstand hadden ze, maar ze waren het misschien nog wel vaker met elkaar oneens dan mensen zonder verstand.

Pyrrho, sceptisch filosoof

Pyrrho, sceptisch filosoof

Volgens de Sceptici is er geen enkele methode om erachter te komen of een mening juist is of niet. De ware wijsheid ligt volgens de Sceptici in het besef dat er geen enkele zekerheid is. Zij hielden zich dan ook bezig met het omverwerpen van de zekerheden die andere filosofen meenden te hebben gevonden. En dit namen de sceptici uiterst serieus. Ze stelden een lijst argumentaties op om aan te tonen dat het denken, het gevoel en het verstand feilbaar zijn, en dat echte kennis daarom fundamenteel onmogelijk is – de zogenaamde sceptische ‘tropen’. Dit waren kort samengevat argumentaties als:

Het is het niet gezegd dat dezelfde verschijnselen bij iedereen ook dezelfde voorstellingen oproepen. Wat ik ervaar als blauw, kan door een ander zo ervaren worden dat ik het groen zou noemen. Dat wij beide hebben afgesproken om blauw ‘blauw’ te noemen, zegt niets over de aard van dat blauw.

En daarbij ervaren wij ook zelf op verschillende momenten hetzelfde op een andere manier: blauw in het donker ziet er anders uit dan blauw in het licht. Wij hebben ook niet dezelfde behoeften: wat voor de een goed is, is voor de ander slecht.

En daarbij hebben wij zelf ook veranderende behoeften: onze stemming en lichamelijke gesteldheid hebben een enorme invloed op hoe wij dingen ervaren. Wat goed of slecht is, is daarom absoluut niet te zeggen. Onze waarneming wordt bovendien ook diep beïnvloed door de culturele maatstaven waarmee wij opgroeien, en dat terwijl tussen culturen die maatstaven nogal kunnen verschillen. Die maatstaven zeggen dus niets, en dus is ook onze waarneming onbetrouwbaar.

Ook kwantiteit is vaak nietszeggend. Na één glas wijn worden we vrolijk en voelen we ons krachtig, na twintig glazen zijn we emotioneel en kunnen we niet meer lopen. Dat zijn twee totaal tegengestelde effecten. Als er veel is van iets met een bepaalde eigenschap, betekent dat dus absoluut niet dat er meer van die eigenschap aanwezig is. Ook worden onze ervaringen beïnvloed door wat we normaal en abnormaal vinden. Iets onverwachts maakt een veel grotere indruk dan iets dat dagelijks plaatsvindt. Wat ons opvalt heeft dus meer met onze instelling te maken dan met de waarheid.

En zo weten we eigenlijk ook nooit zeker of we zelf wel goed bij verstand zijn. Een gek weet meestal van zichzelf niet dat hij gek is, en dat is juist wat hem tot een gek maakt. Een gek neemt zijn eigen waanbeelden voor waar aan. Wie zegt ons dat we zelf geen gekken zijn? Wie bepaalt dat trouwens, wat gek is?

Baas boven baas qua twijfel

Protagoras, Sofist

Protagoras, Sofist

Twijfelaars waren we al eerder tegengekomen in de geschiedenis van de filosofie. In het oude democratische Athene zagen we al filosofen die een fundamentele scepsis aan de dag legden: de Sofisten, die helaas buiten deze serie vallen. De Sceptici lijken op de Sofisten met hun stelling dat er geen objectieve waarheid zou zijn. Maar een sofist als Gorgias komt nog met een stelling als “er is niets”, en de sofist Protagoras werd bekend met zijn uitspraak dat de mens de maat zou zijn van alle dingen, waarmee hij bedoelt dat de waarheid tussen de mensen in zou liggen. De Sofisten zochten hun zekerheid daarom in taalonderzoek. Maar volgens de Sceptici zijn ook daar geen zekerheden te vinden. Kennis bestaat niet, er zijn slechts meningen.

Een andere belangrijke school die fundamentele scepsis gebruikte was de Cyreense school van Aristippos, zie aflevering twee van deze serie. Hun scepsis is de onderbouwing van hun hedonisme. De Cyreense Hedonisten vertrouwden slechts de onmiddellijke persoonlijke ervaring: gevoelens van pijn en genot. Maar volgens de Sceptici geeft ook de onmiddellijke ervaring geen enkele zekerheid. Goed of slecht, rechtvaardig of onrechtvaardig, waar of onwaar, plezierig of onplezierig, dat zijn allemaal maar zaken waar uiteindelijk niets zinnigs over te zeggen is. Het zijn slechts meningen, en die zijn even arbitrair als veranderlijk.

Socrates’ zoektocht naar ‘het goede’ vonden de sceptici maar idioot. Want wat zegt ons dat ‘het goede’ bestaat? En veronderstellingen over de ware aard van de natuur zoals de Cynici en de Stoïcijnen hadden vonden de Sceptici ook maar belachelijk. De theoretische bouwwerken van Aristoteles en Plato met hun Vormen deden de Sceptici natuurlijk helemaal schuddebuiken van het lachen. Atomen zoals die in de theorie van Democritus en Epicurus terugkwamen? Hou toch op!

Niets vaststellen

Het is duidelijk dat de Sceptici eropuit waren om ieder houvast te vernietigen. Of een overtuiging nu berustte op traditie en geloof, op waarneming of op het verstand, het is volgens hen allemaal even onbetrouwbaar. Van iedere stelling is het tegengestelde net zo goed te verdedigen, stelde Pyrrho, één van de eerste sceptische filosofen, die normaliter gezien wordt als de stichter van de school. Pyrrho leefde ten tijde van Epicurus en Zeno de Stoïcijn. Mooi en lelijk, onrechtvaardig en rechtvaardig, dat zijn dingen die volgens hem niet echt bestaan. Sterker nog, uiteindelijk bestaat niets echt werkelijk: mensen doen alles slechts op basis van afspraak en gewoonte. Meer basis is er volgens Pyrrho niet. Het één is nooit meer waar dan het ander.

De Pyrronisten kwamen zo natuurlijk nooit tot eigen stellingen. Zaten ze niet mee. Ze bleven maar bezig met alle stellingen te weerleggen waar andere filosofen mee kwamen. Zelf wilden ze absoluut niet op stellingen vastgepind worden. Toen ze werd toegevoegd dat ook zij wel degelijk een dogma zouden hebben, namelijk dat zij niets vast zouden stellen, begonnen ze ook die stelling te ontkrachten. Het is niet zo dat wij niets vaststellen, zeiden ze, het is eerder zo dat we bij iedere stelling onze tegenargumenten naar voren brengen, gewoon omdat wij ons niet onverwijld bij enige stelling aan willen sluiten.

Niet oordelen

Misschien heb je bij het lezen van het voorgaande lopen rollen met je ogen, en je afgevraagd wat we hier nu toch mee moeten. Wat is het nut van dergelijk filosofisch anarchisme? Troost je: Je bent de enige niet die zich tegen dit scepticisme verzet. In de meeste samenvattingen van de filosofie is het scepticisme een school die slechts kort behandeld wordt. Kennelijk kunnen we er niet veel mee. Van Pyrrho werd dan ook spottend gezegd dat hij zijn onzekerheidsprincipe zo letterlijk zou nemen, dat hij door zijn leerlingen begeleid over straat moest. Hij zou zelf namelijk voor niets of niemand opzij zijn gegaan, er niet van overtuigd dat het object dat zijn weg versperde wel degelijk bestond.

Prima om een beetje te lachen om filosofen, maar een filosofisch argument is dit feitelijk niet. Dat een filosofie onpraktisch zou zijn, is nog geen argument voor dat haar stellingen onwaar zijn. En daarbij doen we de Sceptici ook gruwelijk tekort, want de Sceptici hadden wel degelijk een praktisch doel met hun scepsis. Zij waren juist zo begaan met het onderuit schoffelen van iedere veronderstelling van kennis, omdat zij meenden dat het veronderstellen van kennis de grootste bron was van ongeluk. Alle onvrede komt volgens hen voort uit de neiging om steeds dingen vast te willen stellen, steeds maar te willen oordelen. Daar komen alle misverstanden vandaan, en ook alle domheid. Verlangen, ambitie, genotzucht, al die zaken die de omgang van ons mensen onderling vaak in de weg zitten: zij zijn het gevolg van dat mensen vasthouden aan hun oordelen.

Een wijs mens beseft dat hij door al dat oordelen niet gelukkig kan worden. De weg naar het geluk is volgens Pyrrho en zijn volgelingen het opschorten van ieder oordeel. Pyrrho zelf trainde zich daarom om nooit enige ontregeling te tonen. Makkelijk is dit niet. Toen Pyrrho eens bij het zien van een aanstormende hond een schrikreactie gaf zei hij: het is moeilijk om de menselijke eigenschappen af te leren. Scepticisme is een streven.

Met hun oefening in het niet-oordelen sluiten de Sceptici in ieder geval geestelijk aan bij het boeddhisme, dat in de Helleense wereld langzaam aan bekendheid kreeg. We zagen Boeddha al terugkomen bij Hegesias met zijn onthechting van het leven. Met het opschorten van al het oordelen zitten de Sceptici wellicht nog dichterbij de centrale leer van het boeddhisme dan Hegesias.

Latere invloed

Carneades, Academisch Scepticus

Carneades, Academisch Scepticus

De sceptische school is daarbij belangrijk, omdat ze niet zonder invloed zou blijven. Het Scepticisme zou gedurende de gehele oudheid nog als filosofische stroming bestaan en zijn invloed hebben. In de late Helleense tijd werd met name de Platoonse academie diep beïnvloed door de Sceptische school, zodat er zelfs wordt gesproken over Platoons Scepticisme. Platoonse sceptici als bijvoorbeeld Carneades hadden dezelfde sceptische inslag als hun voorgangers, maar kenden een ander doel. Hun doel was uiteindelijk dwalingen te voorkomen. Zij stelden daarom dat ieder oordeel slechts een voorlopig oordeel kon zijn. Een oordeel op basis van waarschijnlijkheid, niet op basis van kennis. Feitelijk vonden ze hiermee het pragmatisme avant-la-lettre uit.

Zij waren dus niet zo vies van het oordelen als hun voorgangers, en daarbij kenden ze ook een centraal dogma: namelijk dat werkelijke kennis niet mogelijk was, maar slechts benaderbaar. De echte Pyrronist vond dit zoals we zagen al een veel te boude stelling. Dit is al een oordeel, en daar mag je je dus niet op vastpinnen, want ook dan zal je er alleen maar onnodig ongelukkig van worden. Zonder oordelen leven, levend op gewoonte, dat is volgens de Pyrronisten de beste manier om onaangeroerd te blijven en zodoende gelukkig te worden. Maar de Academische Sceptici, zoals de Platoonse Sceptici ook wel genoemd werden, vonden met hun pragmatisme wel een principe uit dat veel later in de moderne wetenschap een zeer belangrijk uitgangspunt zou worden: het principe van falsificatie. Een stelling is nooit bewezen waar, meende Carneades, maar slechts waarschijnlijk, totdat het tegendeel bewezen is. Dat is ook zoals de moderne wetenschap functioneert. Wetenschap bedrijven is niet het bevestigen van wetenschappelijke stellingen, maar het toetsen van wetenschappelijke stellingen op hun houdbaarheid. Hoezeer bij het brede publiek soms gedacht wordt dat de wetenschap met nieuwe dogma’s komt, zoals de Evolutie en de Big Bang, wordt denken over deze theorieën pas wetenschappelijk als zij juist niet als waarheden, maar als voorlopige modellen worden opgevat.

Met de sceptici hebben we nu de rondgang langs de stromingen van het Hellenisme gehad. In de volgende en laatste aflevering maken we een samenvatting, waarbij we ook weer de Platoonse en Aristotelische scholen betrekken, om te kunnen terugzien op het volledige filosofische landschap van die tijd.

Stoïcijnse logica (oftewel: speelt God met dobbelstenen?)

Een serie over de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme – de tijd na Alexander de Grote en voor de opkomst van de Romeinen – waarin verschillende rijken bestuurd door Griekse elites het hele Midden-Oosten, Griekenland en Zuid-Italië beheersden. We bekijken daarbij hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze aflevering: de vroege Stoïcijnen na Zeno.

De vorige aflevering zagen we hoe Zeno de Stoïcijn niet alleen een puur materialistisch wereldbeeld had, zoals ook de Epicuristen, maar daarnaast ook een puur deterministisch wereldbeeld aanhing. Zeno concludeerde uit zijn determinisme dat de wereld één geheel vormt, dat luistert naar wetten, die volgens hem fundamenteel logisch moeten zijn.

Zeno’s leerling Cleanthes zette de school, die ‘de Stoa’ genoemd werd, voort. Hij voegde er niet veel nieuwe dingen aan toe. Zijn leerling Chrysippos echter schreef meer dan honderd boeken, en is uiteindelijk de geschiedenis ingegaan als degene die het Stoïcisme verder vorm gaf. Hij is daarmee samen met Zeno de belangrijkste filosoof van de vroege Stoa. Hoe gaven zijn volgelingen die Stoïcijnse filosofie praktisch handen en voeten?

De negatieve emoties ontmaskerd

De Stoïcijnen wordt soms emotieloosheid verweten, maar er is geen Stoïcijn die dingen als blijdschap en zelfs genot fundamenteel zou veroordelen. De strijd van de Stoïcijnen betreft vooral die tegen de negatieve emoties. Maar wat is een negatieve emotie? Volgens Chrysippos berusten negatieve emoties op fouten in onze redeneringen. Iemand ziet dat iets gebeurt, en is daar niet tevreden mee. Hij zegt dus eigenlijk dat het anders had moeten zijn.

Volgens de Stoïcijnen kunnen wij die negatieve emoties tegengaan door na te gaan hoe de dingen ontstaan zijn. Dan zien we dat dat wat gebeurt een noodzakelijk iets is. En over een noodzakelijk iets kan men volgens Chrysippos onmogelijk boos of kwaad zijn. Als wij kortom kennis hebben van wat staat te gebeuren, zijn we onze negatieve emoties de baas.

Dit klinkt allemaal nogal abstract, daarom een voorbeeld. Stel dat ik zit te wachten op een vriendin met wie ik om acht uur heb afgesproken. Het is half negen en dan word ik Nederlander zijnde natuurlijk al ongeduldig. Om negen uur ben ik narrig, en om half tien ben ik zelfs kwaad. Om tien uur gaat mijn telefoon met haar nummer en zwaar geïrriteerd neem ik op… waarna mij wordt meegedeeld dat mijn vriendin op weg naar mij is omgekomen in een auto-ongeluk.

Welke emoties mij dan ook bespelen, mijn kwaadheid – een negatieve emotie – is in één klap verdwenen. Het enige wat ik dus nodig had om mijn kwaadheid weg te krijgen was kennelijk meer informatie. En zo geldt dat voor iedere negatieve emotie.

Twee soorten mensen

Chrysippus

Chrysippus

De vroege Stoïcijnen waren zeer streng in de leer. Zij stelden dat er eigenlijk maar twee soorten mensen zijn: de wijze en de dwaas. Dit is een zwart-wit onderscheid: er is geen verschil tussen een beetje dwalen en volkomen dwaas zijn. Iedereen die dwaalt is even slecht af. Chrysippos verduidelijkte dit met de volgende metafoor: als een mens tien centimeter onder water ligt of tien meter, dat maakt niets uit – verzuipen doet hij in beide gevallen toch.

Terug naar mijn voorbeeld: de kritische lezer heeft natuurlijk opgemerkt dat ik misschien wel van mij woede, maar nog niet van al mijn negatieve emoties af ben. Integendeel. Ik heb extra kennis gekregen en daardoor is mijn kwaadheid weliswaar verdwenen, maar nu heb ik verdriet. Maar dit verdriet is er echter omdat ik niet accepteer dat het overlijden van mijn vriendin kennelijk een noodzakelijk gebeuren was. Ik zie het als een rampzalige toevalligheid en daarom ben ik nog steeds ongelukkig. Ik zal pas ‘genezen’ als ik alles accepteer zoals het is, het hele wereldgebeuren, en niet slechts een deel ervan.

Dit klinkt natuurlijk als een machtige strijd, en geen van de vroege Stoïcijnen heeft dan ook van zichzelf aangegeven dat hij de staat van de absolute wijsheid en daarmee het geluk bereikt had. Maar toch was dit voor de Stoïcijnen geen reden om bij de pakken neer te zitten. Als negatieve emoties berusten op een gebrek aan kennis, stelden zij, dan is de beste strategie om gelukkig te worden: het vergaren van kennis.

En over het vergaren van kennis waren de Stoïcijnen gelukkig voor hen een stuk optimistischer dan de filosofen die we in deze serie voor hen hadden besproken. Volgens de Stoïcijnen is de wereld zoals we zagen fundamenteel logisch. Omdat de mens een deel van de wereld is, zo redeneerden de Stoïcijnen, moet ook de mens fundamenteel doordrongen zijn met dezelfde rede. Dit gelukkige verschijnsel betekent dat hij met behulp van zijn rede dan ook in staat is fundamentele kennis van de wereld te verkrijgen.

De vroege Stoïcijnen richtten zich daarom op de wetenschap, en op de logica. Maar in het soort logica dat zij toepasten verschilden zij fundamenteel van insteek met eerdere filosofische scholen die zich daarmee bezig hielden.

Een ander soort logica

Aristoteles

Aristoteles

Eerder waren de Platoonse Academie en vooral het Lyceum van Aristoteles dé autoriteiten op het gebied van wetenschapsfilosofie en logica. Wat die beide scholen bindt, is dat zij geïnspireerd door hun voorganger Parmenides naar de essentie der dingen zochten, naar een onveranderlijke waarheid achter de veranderlijke verschijnselen. Plato deed dat door te vertrouwen op de ratio. Aristoteles vertrouwde meer op de waarneming. Daarin zit tussen die twee filosofen trouwens het grote verschil. Maar beide waren zij typische dualisten: er staat volgens hen een onveranderlijke geestelijke wereld achter de wereld van de materiële verschijnselen. En die onveranderlijke wereld van essenties proberen zij met hun filosofie te ontmaskeren.

Het klassieke en overbekende voorbeeld van de Aristotelische logica is: ‘Als Socrates een mens is, dan weten we dat hij sterfelijk is, want mensen zijn sterfelijk’. Met dit voorbeeld zien we perfect hoe Aristoteles probeert door middel van logica de essentie van zaken te begrijpen. Deze logica is gericht op classificeren: ze richt zich op de relatie tussen het algemene (de mens) en het bijzondere (Socrates). Daarmee beschrijft zij het wezen der dingen, de essentie van de verschijnselen.

De Stoïcijnen hadden echter hele andere uitgangspunten. Zij waren zoals we de vorige aflevering zagen niet zozeer geïnspireerd door Parmenides, maar door diens tijdgenoot Heraclitus. En volgens Heraclitus is het kenmerk van de verschijnselen juist dat ze veranderlijk zijn. De Stoïcijnen richtten zich daarom niet op het Zijn, maar op het Worden. Zij zochten niet naar de onveranderlijke kenmerken van de dingen, maar naar de logica achter de samenhang van gebeurtenissen. En daarom ontwikkelden de Stoïcijnen een eigen vorm van logica: de propositielogica.

De propositielogica vertaalt oorzaak-gevolg relaties naar als-dan relaties tussen simpele uitspraken: Als dit wel of niet gebeurt, dan gebeurt dat wel… of juist niet. Alles valt volgens de Stoïcijnen terug te voeren op als-dan relaties. Door de keten van oorzakelijke reacties in kaart te brengen probeert de propositielogica van de Stoïcijnen de natuurlijke gang van zaken te begrijpen. Want begrip van de samenhang der dingen leidt volgens de vroege Stoïcijnen vanzelf tot acceptatie van het zijnde. Wie alles weet, kan vrede vinden met het bestaan.

De vroege versus de latere Stoïcijnen

Posidonius

Posidonius

Misschien dat een aantal lezers zal vinden dat de vroege Stoïcijnen met hun 1-2-3’tje van negatieve emoties naar kennis een belangrijke stap in het emotionele proces overslaan. Ze zullen vinden dat het één ding is om alles te kennen, maar dat dit nog niet hetzelfde is als alles zomaar accepteren. Kennen en accepteren zijn voor veel van ons twee totaal verschillende dingen. Terug naar ons eerdere voorbeeld: ook al kon ik de dood van mijn vriendin al jaren voorspellen en is het voor mij een volkomen logisch gevolg van eerdere gebeurtenissen dat zij sterft, dan nog kan ik er toch wel verdrietig om zijn?

Dit is een onderscheid dat in de vroege Stoa nog geen rol speelt. De Stoa valt uiteen in de vroege Stoa, die wij zojuist bekeken, de midden-Stoa en de late Stoa. Voor de vroege Stoïcijnen vallen kennis en acceptatie daadwerkelijk samen. Daarbij maakten zij zich sterk voor de veronderstelling dat de menselijke kennis onfeilbaar is.

Maar ook de sprong van de logische wereld naar een brein dat die fundamentele logica ook snapt is natuurlijk wat al te snel gemaakt. Soms bleek de Stoïcijnse filosofie met zijn weinig kritische blik tegenover het menselijk denken dan ook vatbaar voor zeker door onze ogen dubieuze methoden van kennisvergaring, zoals waarzeggerij. In de midden-Stoa waren er echter denkers als Posidonius, die beïnvloed door met name Plato rekening hielden met het mogelijk falen van het brein, en daarmee aandacht gaven aan psychologische aspecten. De midden-Stoa kenmerkt zich doordat de Stoïcijnse denkers de Stoïcijnse denkbeelden vermengden met uitgangspunten uit andere filosofieën, zoals bijvoorbeeld dus het Platonisme. Dit waren Griekse denkers die in Rome leefden, en de Stoa feitelijk geschikt maakten voor het Romeinse denken.

Uit de midden-Stoa ontwikkelt zich vervolgens de filosofie van de late Stoa, die haar bloei had in de eerste periode van het Romeinse keizerrijk. Dit waren Romeinse denkers die helemaal niet zoveel hadden met het starre kennisdenken van de vroege Stoïcijnen. Zij richtten zich juist op dat moeizame proces van de acceptatie. Waar hun voorgangers als Chrysippos en ook Posidonius zich vooral richtten op de wetenschap en de logica, richtten zij zich op de emoties zelf. De Stoa wordt daarbij een soort meditatieve oefening in het leren-accepteren van de dingen zoals ze zijn.

God gooit niet met dobbelstenen

Vroege Stoa of late Stoa, het gaat er in de Stoïcijnse filosofie uiteindelijk om vrede te vinden met een volkomen deterministisch wereldbeeld. Die deterministische wereld is voor een Stoïcijn een gegeven. We kunnen echter bedenken dat de meeste andere filosofen die we in deze serie zagen hier met hun relativisme hun vraagtekens bij zetten, en dat deden ze dan ook. De Epicuristen, tijdgenoten van de Stoïcijnen, verschilde op dit punt zoals we zagen fundamenteel van de Stoïcijnen, omdat hij nu juist uitgaat van het fundamentele toeval.

Het is een interessante vraag om nog eens bij stil te staan: Is de wereld een gesloten geheel van samenhangende gebeurtenissen die simpelweg moeten gebeuren, of is er, hoeveel samenhang we ook kunnen ontdekken, ondertussen nog altijd sprake van meerdere mogelijkheden, van toeval?

Deze tegenstelling komt in de moderne tijd terug in de discussie tussen de natuurkundigen Einstein en Bohr. Zoals veel natuurkundigen was Einstein op zoek naar de fundamentele wereldwetten. Zijn relativiteitstheorie, hoe moeilijk ook, is een deterministische theorie. Einstein zocht naar een fundamentele code achter de verschijnselen. Maar tijdens Einstein zijn leven had ook de kwantummechanica zijn opkomst. Deze wetenschap gaat juist uit van de onvoorspelbaarheid van materie, en stelt wetten op die uitgaan van kansberekening.

De natuurkundige Niels Bohr, een belangrijke denker van de kwantummechanica, stelde daarbij dat deze onvoorspelbaarheid niet zozeer een kenmerk was van zijn manier van natuurkunde bedrijven, maar dat dit toeval een fundamenteel kenmerk van de wereld moest zijn. Dit ging Einstein echter te ver. ‘Ik ben ervan overtuigd dat God niet met dobbelstenen speelt’, was de beroemde beeldspraak die hij hiertegen vaak als verweer gebruikte. Hiermee verwees Einstein niet naar de christelijke of Joodse God (wat soms gedacht wordt), maar naar een wereldwet die hij veronderstelde, zoals die ook voor hem verondersteld werd door de Stoïcijnen. De wereld als een logisch te begrijpen geheel.

Wie heeft gelijk? Uiteindelijk weten we het niet. Het is Einstein aan te prijzen dat hij door de manier waarop hij zijn stelling naar voren bracht gelijk onderstreepte dat zijn overtuiging uiteindelijk een geloof is, en geen kennis. Toeval of determinisme, er is geen bewijs voor. Het determinisme heeft ons veel kennis gebracht, misschien dan wel geen fundamentele kennis, maar dan toch wel veel praktische kennis, en van de verlichting tot in de twintigste eeuw was het mechanisch determinisme dan ook het overheersende wereldbeeld. Maar met de kwantummechanica lijkt de stand weer 1-1. En 1-0 voor de laatste Helleense filosofische stroming die we in de volgende aflevering zullen tegenkomen: die van de Sceptici.

Deze post verscheen eerder op Historiek.net en Sargasso.nl. Een Engelse versie verschijnt tzt in Ancient History Magazine.  

Zedendelicten Vluchtelingen Amsterdam!!!

Het aantal zedendelicten in Amsterdam ligt per jaar op ongeveer 1000. Met twee zedendelicten is in de hoofdstad het aantal zedendelicten gepleegd door vluchtelingen vooralsnog niet afwijkend van het stedelijk gemiddelde. Maar de media vermelden dat niet. 

Ik heb hierboven de kop van het artikel van de Telegraaf overgenomen, en er voor het effect nog maar drie uitroeptekens aan toegevoegd. Uitgebreid staan in het artikel de twee incidenten omschreven waar de burgemeester van Amsterdam over bericht. Dit in een brief als reactie op de suggestie dat de autoriteiten zaken met asielzoekers onder de pet zou houden.

Onderaan het artikel weet de Telegraaf nog net een referentie te maken naar het eigenlijke onderwerp van de brief, en vermeldt het citaat dat “het ongebruikelijk is te communiceren over alle incidenten die zich in een stad met 825.000 inwoners vanzelfsprekend in groten getale voordoen”.

Een artikel over hetzelfde onderwerp in het Parool (de kop: “Van der Laan: Twee zedendelicten met vluchtelingen in laatste half jaar”), is al een stuk gematigder van toon. Er wordt sneller in het artikel vermeld wat het eigenlijke onderwerp van de brief was, namelijk dat de burgemeester wil benadrukken dat niets onder de pet wordt gehouden en dat zedendelicten topprioriteit hebben. Daarbij wordt er aandacht gegeven aan de opmerking van de burgemeester dat er een verband zou zijn tussen incidenten en het langdurige verblijf van grote groepen in kleine ruimten met weinig privacy. Verder kunnen we bij het artikel ook de desbetreffende brief downloaden.

Van der Laan begint zijn brief met het veroordelen van iedere vorm van (seksueel) geweld, zegt daar streng tegen op te treden, alle aandacht voor te hebben en altijd open over te communiceren. Daarna volgt de informatie over de twee zedendelicten. De informatie die de burgemeester ter relativering geeft dat 100 aanhoudingen in een uitgaansweekend in Amsterdam niet ongebruikelijk is, was volgens de pers kennelijk niet vermeldenswaardig.

Helaas meldt de burgemeester niet hoeveel zedendelicten er  jaarlijks in Amsterdam gepleegd worden. Even googelen leert dat het om ongeveer 1000 aangiften per jaar gaat. Zedenmisdrijven blijken daarmee in Amsterdam vooralsnog een lokaal product te blijven, waar de vluchtelingen vooralsnog met slechts 0,2% aan bijdragen, wat ongeveer in verhouding blijkt te staan tot het aantal vluchtelingen op de hele bevolking.

Helaas wordt dat uit het lezen van de berichtgeving absoluut niet duidelijk. Storm op de sociale media.

Dit bericht verscheen eerder op Sargasso.nl.

Helder over taakstraffen en criminaliteit

ANALYSE – Het debat tussen links en rechts over taakstraffen, therapie en strenger straffen is geen meningsverschil over wat het best helpt tegen criminaliteit. Achter dit debat zit vooral een meningsverschil over het belangrijkste doel van de straf.

Het is al een oud filmpje, maar ik zie hem op de sociale media nog vaak gepost worden als het erom gaat aan te tonen dat er bij de PVV een steekje los zit: Lilian Helder die loopt te stuntelen en nauwelijks uit haar woorden komt, terwijl ze feitelijk aan wil tonen dat statistisch onderzoek niet mogelijk is omdat ‘persoon A nooit met persoon B valt te vergelijken’.

Dit filmpje leidt een eigen leven, maar valt op fora makkelijk te pareren doordat Helder twee jaar later ogenschijnlijk gelijk kreeg, toen andere wetenschappers het besproken onderzoek onderuit haalden door de methode te bekritiseren: inderdaad is er een verschil tussen de onderzochte groepen – niet meegenomen is het effect in het onderzoek dat de mensen met een taakstraf van de rechter juist een taakstraf kregen omdat de rechter meende dat een taakstraf zou helpen. Dit leverde Helder te zijner tijd een pluim van het NRC op (“Helder heeft toch verstand van statistiek”) en een paar triomfantelijke tweets van haarzelf.

Toch verstand van statistiek?

Had Helder gelijk, zoals het NRC zegt? Nee. Het punt is: kritiek op wetenschappelijk onderzoek is altijd goed, want zo werkt de wetenschap. Maar deze kritiek moet dan wel op wetenschappelijk onderbouwde wijze gegeven worden, anders verwerp je geen kennis voor betere inzichten, maar verwerp je kennis voor regelrechte onzin. Daarbij, dat in dit geval nogal wat kritiek te geven is op de vergelijkbaarheid van de vergeleken groepen betekent natuurlijk nog niet dat groepen en personen nooit te vergelijken zijn, zoals Helder suggereerde.

Een taakstraf is natuurlijk niet altijd leerzaam. Onbetaald werk verrichten is uiteraard nooit leuk, maar ik denk als beruchte ‘linksdenker’ eerlijk gezegd niet dat veel mensen iets opsteken van schoffelen in het park. Wel goed aan een taakstraf is dat mensen voor relatief lichte vergrijpen niet beloond worden met een retourtje naar de ‘hogeschool van de criminaliteit’, zoals de gevangenis ook wel genoemd wordt. Veel zware criminelen begonnen hun carrière immers op die manier. Op zich is dat natuurlijk zeker al winst.

Laten wij daarbij vooral niet vergeten dat criminologie geen wetenschap is die in dit decennium in Nederland is uitgevonden, zoals de tweede kamer soms doet geloven. Uit al het internationaal onderzoek naar straffen blijkt keer op keer dat een therapeutische straf op maat beter werkt dan wraakstraffen. Of die therapeutische straf nu bestaat uit het verrichten van werk dat te maken heeft met de gepleegde daad (werken voor de benadeelde partij of schade van soortgelijke daden herstellen bijvoorbeeld), of dat die bestaat uit begeleiding binnen de gevangenis: dit is de beste methode om herhaling van crimineel gedrag te voorkomen. Daarom zou eigenlijk ieder zinnig mens hier toch voor moeten zijn, zou je zeggen.

Weerstand

In praktijk is er tegen deze kennis echter veel weerstand. De tendens in ons land is al decennialang om steeds strenger te straffen, en van een mild land zijn we een van de strengst straffende landen in Europa geworden. Tegelijkertijd is het gevangenisregime versoberd en zijn de meeste begeleidingstrajecten juist afgeschaft. Waarom?

Rechtse denkers roemen vaak de ‘afschrikwekkende werking’ van strenger straffen, en dat de persoon in kwestie toch maar even van de straat is. Maar zeker voor kleine vergrijpen is het opsluiten van mensen een relatief inefficiënte en bizar dure methode van misdaadpreventie, want om enig effect te sorteren op de criminaliteitscijfers zal je gigantische hoeveelheden mensen moeten opsluiten. De PVV heeft met dat laatste wel geen moeite, maar we zouden eens moeten zien wat de reactie van hun achterban zal zijn als ze via de belastingen de rekening van zulk draconisch beleid gepresenteerd krijgt. En die afschrikwekkende werking is ook weer iets is dat nooit wetenschappelijk is aangetoond. Het misdaadniveau in streng straffende landen ligt ook zeker niet altijd lager dan in milder straffende landen. Wie Europese landen vergelijkt met de Verenigde Staten bijvoorbeeld zou eerder het omgekeerde moeten geloven.

Dit is ook met logisch redeneren te verklaren: de meeste criminelen plegen hun daad natuurlijk helemaal niet met het idee dat ze hun straf niet zullen ontlopen. Als zij bij het plegen van hun daad al aan de justitiële gevolgen denken, dan denken ze over het algemeen juist dat zij hun straf juist wél zullen ontlopen. Daarom is het verhogen van de pakkans effectiever. Maar die heeft juist te lijden door het extra belasten van justitie bij het uitvoeren van langere (en dus duurdere) vrijheidsstraffen. Zeker wanneer zoals in ons land een verschuiving plaats vindt vanaar behandeling waarop juist bezuiniging plaatsvindt naar steeds langere detentie, wordt criminaliteitsbestrijding zo feitelijk steeds inefficiënter.

Verschillende motieven

Waarom dan toch die route gelopen? Dat is omdat er nog een ander sentiment meespeelt bij criminaliteitsbestrijding. Het achterliggende motief van mensen die vasthouden aan strenger straffen is dat zij met het straffen eigenlijk een ander doel voor ogen hebben: het doel van genoegdoening, vergelding en wraak.

Dat is prima, maar wees dan ook consequent, en kom er eerlijk voor uit dat je wraak en maatschappelijke genoegdoening belangrijker vindt dan criminaliteitsbestrijding. Dat is namelijk een volkomen legitiem en verdedigbaar standpunt, dat volgens mij impliciet ook breed gedragen wordt. Doe je dat niet en draai je eromheen, dan ondermijn je alleen je eigen geloofwaardigheid en kom je uit op het gestuntel zoals we van Lilian Helder hierboven kunnen zien. Een gratis advies voor rechtsdenkers.

Ook op links zou men geloofwaardiger overkomen als zij de uiteindelijke doelen van straffen scherper zouden benoemen, en niet alleen benoemden wat hun voorstellen deden met recidive, want uiteindelijk zijn rechtse denkers van dat argument sowieso niet snel onder de indruk. Aan linkerzijde dient men ook te benoemen wat een straf doet inzake preventie en het maatschappelijk gevoel voor rechtvaardigheid. Want een tegenstander uitlachen als ze probeert van alle walletjes te eten is natuurlijk leuk, je kweekt er geen begrip mee van de mensen die je eigenlijk het liefst zou willen overtuigen. Daarvoor zal je ze moeten aanspreken op de zaken die zij uiteindelijk het meest belangrijk vinden.

Uiteindelijk is wraak onuitputtelijk omdat compensatie voor het aangedane leed door lijden van een ander in praktijk gewoon niet bestaat. Maar misschien dat we al een stuk verder kwamen als we een taakstraf voortaan gewoon ‘dwangarbeid’ noemden.

Ons vrolijk maken over PVV’ers kan daarnaast natuurlijk altijd.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Navelstaren met Rutte en Engelen

Rutte en Engelen kijken alleen maar naar de Nederlandse handelsbelangen, terwijl het om zoveel meer gaat.

In de Groene Amsterdammer van donderdag 14 januari geeft Ewald Engelen zijn steun aan het Nee-kamp van het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Hij doet dit als reactie op het verhaal van Rutte dat dit verdrag zo fantastisch zou zijn voor de Nederlandse economie. Onzin, meent Engelen.

Inderdaad is dit jubelverhaal van Rutte op zijn minst bijzonder overdreven. Engelen wijst in zijn stuk op het maar zeer relatieve belang van Oekraïne voor de Nederlandse handel, en vervolgens maakt hij zich terecht druk over het feit dat in de politiek van de VVD alles ondergeschikt wordt gemaakt aan het belang van de exportsector. Verder wijdt hij uit over de zieke manier waarop ons land door middel van brievenbusmaatschappijen wereldwijd de belastingen laat ontduiken.

Meer dan alleen Nederland en vrijhandel
Hoezeer dit verhaal mij ook uit het hart gegrepen is, het is even incompleet als het verhaal van Rutte. Om te beginnen is Oekraïne inderdaad voor Nederland geen enorm gewichtige handelspartner, en zal het dit ook niet snel worden. Maar Oekraïne heeft wel vier andere EU landen als directe buren, en daarvoor zijn goede betrekkingen erg belangrijk.

Nog belangrijker is het echter dat dit verdrag niet alleen maar een vrijhandelsverdrag is. Een klassiek handelsverdrag stelt voornamelijk voorwaarden aan de rechtspraak, ten behoeve van de rechtszekerheid van hun investeerders. De EU is echter flink verder gegaan en heeft daarnaast ook eisen gesteld aan democratie en transparantie, respect voor de mensenrechten in Oekraïne en bestrijding van corruptie.

Een lichtpuntje in de Neoliberale tunnel
Dat laatste is niet abnormaal voor de EU. Dat doet tot op zekere hoogte met al haar handelspartners, en daar werd zij in veel kringen tot voor kort nog om geprezen. Deze gewoonte is ook één van de weinige dingen van de EU waar ik persoonlijk nog enthousiast van kan worden. Van de rest, dat wil zeggen het gebrek aan democratie en transparantie, de veel te snelle invoering van de euro, de recente uitbreiding van landen die daar absoluut nog niet klaar voor waren (en het gezien hun gedrag daarna ook zeker niet verdiend hebben), het onder druk zetten van nationale regeringen ten faveure van een neoliberale afknijpagenda, het totale gebrek aan slagvaardigheid, daarvan kan ik vooral woedend worden, en daar ben ik niet de enige in.

Maar met dit alles heeft dat nieuwe handelsverdrag niet zoveel mee te maken. Dit verdrag gaat over Oekraïne en haar EU-buren, voor de verspreiding van welvaart en meer stabiliteit in de regio. Engelen negeert dit in zijn stuk volkomen. Blijkbaar is het verbeteren van de rechtstaat en economische situatie voor meer dan 50 miljoen mensen in Oekraïne alleen al voor deze ‘linkse’ econoom van weinig belang. En dit geldt ook voor de SP, die de term ‘internationale solidariteit van het proletariaat’ al langer uit het socialistisch woordenboek lijkt te hebben geschrapt.

Brussel: ‘made in Den Haag’
Brussel ligt ook minder ver van Den Haag dan mensen denken. Heel veel klachten over die EU kunnen we zo kopiëren als kritiek op de nationale politiek van Nederland en dan met name de VVD. Dat is niet toevallig, want het beleid van de EU is vrijwel volledig in lijn met wat Nederlandse politici achtereenvolgens bepleit hebben, hebben doorgevoerd, en in stand hebben gehouden. De Bolkesteijn-richtlijn voor het vrije verkeer van werknemers, de strengheid op de 3% van Jan-Kees de Jager, de hartvochtigheid van Dijsselbloem tegenover de Grieken en zijn mildheid tegenover de banken: Brussel was voor een groot gedeelte ‘made in Holland’, en Nederland is meer neoliberaal dan Brussel.

Voor of tegen de kaste – dat is volgens Engelen de vraag, want dat verdrag komt er volgens hem toch wel. Hij roept dus op dit referendum te gebruiken als proteststem. Maar wat voor signaal geeft het publiek als het tegen stemt? Het is geen signaal tegen de Nederlandse brievenbusmaatschappijen, want daar gaat dit verdrag al helemaal niet over. Een Nee is ook geen Nee tegen het VVD-beleid. Sterker nog, Rutte zelf zal een Nee ongetwijfeld weer als signaal opvatten dat de Nederlandse bevolking vooral alleen maar een zakelijke EU wil en geen gezeur over democratisering, sociaal beleid en mensenrechten. Zo heeft hij EU-kritiek tot nu toe telkens geïnterpreteerd en dat gaat echt niet veranderen.

Waar gaat het wel over?
Begrijp mij goed: met de EU is van alles mis, maar dit verdrag is daar nu juist een erg slecht voorbeeld van. En met Oekraïne is helemaal een hoop niet in orde, maar dit verdrag is juist een sterke impuls om de situatie daar te verbeteren. Een impuls die bovendien door het land zelf en haar bevolking graag gewild wordt, en waar zelfs Poetin zich niet tegen verzet. Misschien vinden linkse denkers dat dit verdrag nog niet genoeg heeft opgenomen over mensenrechten, democratie, antiecorruptie etcetera, dat het nog te ‘neoliberaal’ is. Maar ga het daar dan over hebben, en met de wetenschap dat de EU hierin al veel verder gaat dan in de internationale wereld gebruikelijk is.

Dit referendum gaat niet over een Ja of Nee tegen ‘de kaste’. Dit referendum gaat over de inhoud van het verdrag: over eerlijke handel, mensenrechten, democratie en corruptiebestrijding. Als je daar tegen bent, dan stem je tegen. Ben je ervoor, dan stem je voor. En als het je geen reet kan schelen wat er in Oekraïne en zijn buurlanden gebeurt, dan blijf je als stemmer lekker thuis. Zo simpel is het. Voor kritiek op de eigen regering en hoe zij met haar collega-regeringen uit andere landen de EU blijft verstieren zijn aparte verkiezingen: de nationale verkiezingen. En laat mensen die kritiek hebben op Rutte en de EU zich alsjeblieft concentreren op de kritiek zelf. Dat is belangrijk zat. Laten we die discussie vooral niet vervuilen met zaken die er niet toe doen.

Deze post verscheen eerder op Joop.nl.

Zeno de Stoïcijn

Een serie over de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme – de tijd na Alexander de Grote en voor de opkomst van de Romeinen – waarin verschillende rijken bestuurd door Griekse elites het hele Midden-Oosten, Griekenland en Zuid-Italië beheersden. We bekijken daarbij hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze aflevering komen we de stichter van school van de Stoïcijnen oftewel de Stoa tegen: Zeno de Stoïcijn.

Kalmte en soberheid

Het woord ‘stoïcijns’ staat in onze taal voor “onbewogen”. Dit woord is afgeleid van de stoïcijnse filosofie. De stoïcijnse filosofen staan er dan ook om bekend dat ze pleitten voor een onbewogen leven, door het vermijden van al te heftige emoties. Maar zij waren zeker niet de enige filosofen die in de Hellenistische tijd en daarvoor pleitten voor een dergelijke levenswijze. Ook Plato vond dat de geest zich van emoties maar niet zoveel moest aantrekken. Emoties horen volgens hem bij het lichaam. Plato’s leerling Aristoteles pleitte voor een evenwichtig leven: extreme emoties keurt hij daarom af. En we zagen dat ook Epicurus, een filosoof van het genot, uiteindelijk pleitte voor kalmte en soberheid, omdat na wijn de kater komt. Het wantrouwen van heftige emoties was dan ook een kenmerk van de gehele Griekse cultuur. Alleen Aristippos, die we twee afleveringen terug bespraken, week hiervan af.

Kalmte en soberheid zijn dan ook niet door de Stoïcijnen uitgevonden, en het is ook niet waarin de Stoïcijnen zich van andere Griekse filosofen onderscheiden. Maar waarin dan wel? We zullen het zien als we de eerste stoïcijn gaan volgen. De stichter van de Stoa is Zeno. Om hem van zijn eerdere naamgenoot Zeno van Elea te onderscheiden noemen we hem ‘Zeno van Citium’, of simpelweg ‘Zeno de Stoïcijn’.

Zeno

Zeno komen we tegen in Athene ten tijde van Epicurus, ongeveer 300 jaar voor Christus. Hij wordt omschreven als een lange, dunne, getinte en – weinig verrassend – sobere man. Hij was lichamelijk niet sterk, en wordt omschreven als nors, teruggetrokken, kort van stof, en gierig. Desondanks werd hij in Athene alom gewaardeerd als een buitengewoon respectabel burger, en een wijs man. Zeno was zo’n soort persoon waar niets op aan te merken viel. Hebberigheid en arrogantie waren hem volkomen vreemd. Athene was niet zijn geboortestad. Hij was zoals zijn nickname al doet vermoeden geboren in Citium, een stad op Cyprus die destijds onder de heerschappij van Athene viel, maar door Feniciërs werd bewoond. Daar werd hij koopman, en begon te varen. Door een schipbreuk belandde hij vervolgens in Athene. In Athene raakte hij zo onder de indruk van de verhalen over Socrates die hij las, dat hij besloot een leraar te zoeken en zijn verdere leven te wijden aan de filosofie.

Omdat hij meende dat de Cynici Socrates’ ware erfgenamen waren, omdat ze het meest sober waren, ging hij in de leer bij de cynicus Crates. Van alle filosofen waren de Cynici met hun totale aversie van bezit misschien wel de koningen van de soberheid onder de filosofen toen: ze wezen in ieder geval iedere luxe af.

De aard van de Natuur

Crates de Cynicus was gesteld op linzen: eenvoudig voedsel dat voor hem symbool stond voor de eenvoud die de Cynici bepleitten. Hij raadde mensen aan om zich met linzen te voeden: goedkoop en eenvoudig voedsel. Omdat de Cynici nogal van het uitvoeren van stunts als statements waren, had Crates bedacht dat zijn leerling bij wijze van statement maar met grote potten linzensoep moest gaan rondsjouwen. Zeno voelde zich daarbij echter duidelijk opgelaten. De cynicus Crates lachte hem daarop uit. Een echte Cynicus kent geen schaamte. Hij sloeg de pot kapot, waardoor Zeno besmeurd werd met het voedsel. Maar in plaats van de les te begrijpen en om het voorval te lachen, nam Zeno met het schaamrood op de kaken de benen, terwijl de linzen langs zijn kuiten stroomden.

Leven volgens de natuur, dat was voor deze leerling Zeno toch te hoog gegrepen. Aldus het strenge oordeel van Crates. Maar toch is deze uitspraak, ‘leven naar de natuur’, juist hét credo geworden van de Stoïcijnse school, die door Zeno gesticht werd. Alleen verstond Zeno onder het motto ‘leven naar de natuur’ iets totaal anders dan het terugkeren naar een schaamteloze animale staat van de Cynici. Als het gaat om de Natuur, zag Zeno meer in standpunt van de tweehonderd jaar oudere filosoof Heraclitus. Van hem leent Zeno het idee dat onze wereld een continu veranderende wereld is, die zich laat leiden door natuurwetten. Deze natuurwetten vormen volgens Heraclitus de ware aard van de Natuur.

Een keten van reacties

De Hellenistische tijd was een tijd van grote natuurwetenschappelijke vooruitgang, en ook dit beïnvloedde Zeno’s denken. Net als zijn medefilosoof, tijd- en plaatsgenoot Epicurus stelt Zeno dat er niets anders is dan materie. Niet alleen de zichtbare verschijnselen, ook onzichtbare zaken als de ziel en de goden moeten volgens Zeno uit materie zijn opgebouwd.

In de theorie die Epicurus aanhing was echter een grote rol toegedicht aan het toeval. De wereld en de atomen, in het Epicurisme is alles wat er is puur het gevolg van toeval. Zeno en zijn volgelingen geloofden daar niet in. Zij geloofden in fundamenteel determinisme. Alles heeft een oorzaak. Alles wat gebeurt, gebeurt noodzakelijk als gevolg van het voorgaande. Alles hangt dan ook samen met elkaar. De wereld zit causaal in elkaar.

Wat wij als toeval zien, is volgens de Stoïcijnen geen toeval, maar een verschijnsel met een logische oorzaak, die voor ons verborgen is, zodat we het als toeval ervaren. Uiteindelijk gebeurt alles volgens de wil van de Natuur. En alles wat gebeurt, staat eigenlijk al van tevoren vast. Het hele wereldgebeuren is een vaststaande keten van reacties, en als we alle informatie over het nu hadden, dan konden we de hele geschiedenis en toekomst doorzien.

De Logos

De Stoïcijnen spreken van de natuurwetten als van de wereldrede, de Logos. ‘Logos’ is in de stoïcijnse filosofie dan ook een synoniem voor ‘Natuur’. Volgens de Stoïcijnen zit de Natuur fundamenteel logisch en redelijk in elkaar. Let op het woord redelijk: de Stoïcijnen zagen de Natuurwetten niet alleen als fundamenteel begrijpelijk, maar ook als rechtvaardig.

‘Natuur’ is bij de Stoa ook synoniem voor ‘God’. Bij het woord God hebben veel mensen een bepaalde associatie, die op de stoïcijnse God niet van toepassing is. De Stoïcijnse God lijkt niet op een mens, zoals bij de traditionele Griekse goden. En ook lijkt de stoïcijnse God niet op de christelijke God. De christelijke God staat los van de wereld en oordeelt daarover. De stoïcijnse God heeft de wereld niet geschapen en velt daarover geen oordeel: hij is daaraan gelijk.

De Stoïcijnse God verschilt ook van de God van de Plato. Plato meent dat God ‘het goede’ belichaamt, dat meteen ook gelijk valt met het ware. Daarbij is het Goede en het Ware in de filosofie van Plato een vorm die buiten de fysische wereld staat. De fysische wereld vormt er slechts een projectie van. Ook is de Stoïcijnse God niet gelijk aan de God van Aristoteles, die de uiteindelijke oorzaak is van alles wat is, datgene waar alles naartoe streeft, de zogenaamde ‘onbewogen beweger’.

Voor de Stoïcijnen is ook het slechte en het bedrog deel van de Godheid: alles valt ermee samen. De Stoïcijnse God staat  daarbij niet naast het universum als een soort richtingaanwijzer. De God van de Stoïcijnen is niets meer en niets minder dan het hele universum. Iedereen en alles wat er is maakt volgens de Stoa deel uit van één samenhangend Goddelijk wezen. We noemen dit pantheïsme.

De wereld luistert naar natuurwetten, en de natuurwetten zijn volgens de Stoïcijnen fundamenteel redelijk. God is dus niet alleen alomvattend, het is ook een redelijk wezen. Om dit te benadrukken wordt deze God dan ook wel aangeduid met de term ‘Logos’. De drie termen ‘Natuur’, ‘Logos’ en ‘God’ worden door de Stoïcijnen door elkaar gebruikt, om verschillende aspecten van hetzelfde aan te duiden. Als een Stoïcijn het heeft over fysica, dan ligt het woord Natuur voor de hand. Heeft hij het over de logica, dan is het logisch om het woord Logos te gebruiken. Gaat het over ethiek, dan is het woord God gepast. Zeno deelde de filosofie dan ook in deze drie gebieden in: fysica, logica en ethiek, en zijn volgelingen namen die indeling over. Maar voor de beantwoording van de vragen binnen die drie disciplines verwijzen ze dus naar steeds hetzelfde uitgangspunt: God, de Logos en de Natuur zijn voor de Stoïcijn hetzelfde.

Zeno de asceet

Zeno was een asceet. Net als de Cynici leefde hij uitzonderlijk sober. Maar hij verschilde met de Cynici door zijn serieuze en minder provocatieve, meer conformistische karakter. Hij hield er niet van de aandacht te trekken, en ook hield hij er niet van zich te omgeven met veel mensen.

Hij lijkt in veel opzichten op een Epicurist. Maar op theoretische gronden verschilt hij daar sterk mee. Het verwerpen van het geloof in toeval is fundamenteel voor het Stoïcijnse deterministische geloof. Deze verwerping staat aan de basis van de Stoïcijnse overtuiging van de fundamentele verbondenheid van de mens met de wereld – een verbondenheid die bij Epicurus helemaal niet voorkomt, alleen bij zijn filosofie van de vriendschap zien we hem terug als vreemde eend in de bijt. Over het algemeen onderstreept Epicurus juist het fundamentele toeval en de fundamentele nutteloosheid van alles. Bij Epicurus is iedereen feitelijk een losgeslagen deeltje, vrij van alles.

De Stoïcijnen konden daar zoals we zagen niet radicaler van afwijken dan dat ze deden. Voor hen bestaat er geen toeval, integendeel, alles hangt met elkaar samen via strikt determinisme. Alles wat gebeurt, heeft invloed op ons leven, en ons leven heeft invloed op alles wat gebeurt. Haal één radar uit het systeem weg, en het systeem is niet meer hetzelfde. Wij als mensen zijn zo onlosmakelijk verbonden met de hele Kosmos. Een Kosmos die bovendien naar redelijke wetten luistert.

Het is volgens Zeno dan ook allerminst toevallig dat wij mensen begiftigd zijn met de capaciteit die logische rede te begrijpen. We zijn er immers deel van. Zodoende hebben wij mensen het vermogen om de natuurwetten te doorgronden en ons daarnaar te richten. De menselijke logica is volgens de Stoïcijnen dan ook een natuurgegeven. Daarmee leren wij de oorzaak-gevolg-ordening van de wereld begrijpen.

Er is ook een moreel verschil tussen Epicurus en de Stoa. Epicurus stelde het genot als uiteindelijke maatstaf. Maar Epicurus laat zich hier volgens de Stoïcijnen afleiden van de werkelijke zin van ons bestaan. Het is niet zo dat Stoïcijnen zich afwendden van alle genot, wat soms gedacht wordt, maar door zich te richten op genot, laat men zich volgens hen maar afleiden van waar het werkelijk om gaat. Genot is maar tijdelijk. Werkelijk geluk valt volgens de Stoa alleen maar te bereiken als we ons richten op de wetten van de Natuur. Een wijze vecht volgens de Stoïcijnen niet tegen de gebeurtenissen. Hij beseft dat iedere gebeurtenis plaatsvindt omdat het moet gebeuren, volgens de wet van de Natuur. En hij beseft dat het aanvaarden van de Natuur zoals zij is, de enige manier is om gelukkig te worden. Dit is de kern van de stoïcijnse filosofie.

De Vroege Stoa

Om het marktplein voor iedere zichzelf respecterende Griekse stad in de Hellenistische rijken stond een zuilengang, naar het voorbeeld van Athene. De zuilengang van Athene was de plek waar Zeno met zijn aanhangers filosofeerde. Die zuilengang heette de Stoa, en dit is dan ook de reden dat de filosofische school waar Zeno de fundamenten van legde zo heet.

De Stoa zou vijf eeuwen lang dominant worden in de westerse filosofie: van de Hellenistische tijd tot diep in de Romeinse cultuur. Ze heeft ook een hele ontwikkeling doorgemaakt: van de Vroege Stoa, via de Midden-Stoa, naar de Late Stoa. We kijken nu vooral naar de Vroege Stoa, want we blijven in de vroeg-Hellenistische tijd. In de volgende aflevering bekijken we hoe de volgelingen van Zeno de Stoïcijnse filosofie verder praktisch vormgaven, in de fysica, de logica en de ethiek.

Koren op de molen van terroristen

Hoe we toch maar telkens ons uiterste best blijken te doen om terroristen in de kaart te spelen. Om te beginnen het laatste nieuws van de rechterflank: Donald Trump blijkt een sterke troef in een haatcampagne tegen het westen. Het wordt de laatste tijd gelukkig steeds vaker onderstreept dat domrechts met zijn moslimhaat en radicale moslimorganisaties elkaar versterken. Een aanslag in Parijs is goed nieuws voor haatprofeten als Trump en Wilders. En hun uitspraken zijn weer koren op de molen voor terroristen. Een betere campagne om islamitische jongeren van onze samenleving af te zonderen en te doen radicaliseren, konden ze bijna niet voeren. En bedankt.

Maar goed, zonder Trump en Wilders kunnen we het ook wel, want ondertussen staan de EU en de NAVO schaapachtig te kijken hoe onze trouwe vriend en bondgenoot Saoudi-Arabië het jaar feestelijk begint met de onthoofding van 47 zogenaamde ‘terroristen’ (lees: mensen die voor gelijke rechten en een ander regime pleiten). Citaat Hennis:

“Dat daarbij eventuele economische belangen niet worden geschaad, is natuurlijk mooi meegenomen.”

Laten we het vooral niet vreemd vinden dat er mensen zijn die ‘het westen’ een dubbele moraal verwijten.

 

De mythe van de dichte grens

Nog steeds gonst in Europa en Nederland de mythe van de dichte grens en opvang in de regio. Als de grenzen maar dicht gingen en de regio zijn verantwoordelijkheid nam, dan kwamen hier geen asielzoekers, dat klinkt logisch, toch? In Nederland wordt dit idee dan ook niet alleen door Wilders gevoed, maar ook door de VVD, door het kabinet, Buma praat erover mee, etc. Eigenlijk iedereen.

GroenLinks? Serieus?

Het kolderieke ondertussen is: iedereen loopt de ander ervan te beschuldigen de grenzen ‘wagenwijd open’  te willen zetten. Wilders verwijt het Zijlstra, Zijlstra verwijt het Rutte, Rutte verwijt het de PvdA en iedereen verwijt het GroenLinks. Terwijl die laatste partij nooit aan het roer heeft gestaan en de laatste jaren niet veel meer heeft klaargespeeld dan een stel soldaten met een doos playmobil naar Afghanistan sturen. De leider daarvan houdt momenteel alleen nog maar vage verhaaltjes over het “economisme” die de kiezer schitterend blijkt te vinden, maar waar hij zelf ook niets concreets uit kan afleiden. In praktijk pleit niemand voor het wagenwijd openzetten van de grenzen, zelfs GroenLinks niet. Ook Merkel pleit daar niet voor, maar iedereen geeft elkaar ervan de schuld. Terwijl natuurlijk niemand de schuld heeft.

De regio dan?

Maar dan de nieuwste redenering: mensen die verder vluchten dan het veilige buurland, dat zijn economische vluchtelingen. Laat ik helder zijn: dat is natuurlijk in zekere zin waar. Het probleem is alleen dat je met zo een redenering staatsrechtelijk gezien niet zoveel kan. Die mensen die nu uit Syrië vluchten en waarvan half Nederland vindt dat ze in Turkije zouden moeten blijven, zijn ook in Turkije bepaald niet welkom. Daar in ‘de regio’ heeft men al iets van 95% van de vluchtelingenstroom op te vangen, en daar hebben ze het echt te druk mee om zich ook nog gaan te bekommeren om onze vijf procent. Sterker nog, ze bekommeren zich niet eens echt om die 95%, en zijn met hele andere zaken bezig – waarover later meer. Op zich ons probleem niet zou je zeggen, maar helaas is het daardoor onmogelijk om vluchtelingen uit Syrië ‘terug’ te sturen naar Turkije. Ze zijn immers net zo min burgers van Turkije als van de EU, ziet u. Dus dat gaat niet zomaar lukken.

Goed. Dan zijn er logisch gezien twee mogelijkheden: de Turken omkopen, of de mensen aan de grens tegenhouden. Het laatste probeerden we dus al de afgelopen twintig jaar. Lukte dat? Niet echt. Vooral de zuidelijke Europese landen kunnen daarvan meepraten. Ligt dat aan de inzet? Dat kan je toch niet zeggen. Er is een enorme berg geld gegaan naar grenspatrouilles, maar het enige effect daarvan bleek meer doden aan de grens en gewetenloze smokkelaars die schathemeltjerijk werden. Niet echt het effect waar iemand op zat te wachten zou je zeggen

Oude Griekse wijn in nieuwe zakken

Het tegenhouden van mensen die vinden dat ze in nood zijn is kortom nog niet zo gemakkelijk. En nu het er in de regio over de Europese grens nog een stuk instabieler op wordt dan het toch al was, blijkt er dan ook geen houden meer aan. Het cynische is dat iedereen dat trouwens had aan kunnen zien komen. De huidige ‘massale instroom’ is niet van dag op dag ontstaan want de oorlog in Syrië is ook niet van gisteren. Het feit wil dat in Italië en vooral Griekenland de vluchtelingen al tijden met bosjes op de eilandjes bivakkeerden, en op een gegeven moment barstte de bom.

Het is niet dat die mensen al tijden die tijden in de EU waren, we wilden het gewoon nog even niet zien. Maar de problemen ontkennen is zelden een goede manier om ze op te lossen, en de Grieken, toch al niet zonder eigen problemen zo u weet, hadden het er op een gegeven moment wel een keer mee geschoten voor ons de hete kastanjes uit het vuur te halen, en vandaar dan plots die ‘vluchtelingencrisis’ en iedereen reageert als volkomen overvallen, wat naast de kwaliteit van de opvang de sfeer ook niet bevorderd heeft. Dit ontkenningsbeleid heeft de EU en Nederland kortom van de regen in de drup geholpen.

Complicerende factoren

Opvang in de regio dan. Het idee is mooi, en dat meen ik zonder cynische ondertoon. We richten voor een fractie van het geld dat het hier zou kosten in Turkije een vakantieparadijs op voor vluchtelingen (denk: Alanya, dat is tenslotte ook goedkoper dan Center Parks). Geen linkse knuffelaar kan daar tegen zijn, zeker niet als we er met goedkeuring van nota bene de VVD nog wat mensenliefdesubsidie tegenaan mogen smijten. Alleen de praktijk is wat weerbarstiger, want voor dat plan zouden we niet alleen dat vakantiepark moeten financieren maar ook Erdogan om moeten kopen met veel geld en politieke gunsten en dat kon nog wel eens een kat in de zak blijken, sterker nog, dat blijkt het al te zijn. Die man krijgt al zijn hele leven subsidies om de mensenrechten in eigen land te bevorderen en veegt daar lachend zijn reet mee af om het vervolgens in zijn kontzak te steken: en bedankt! Terwijl Amnesty verontrust rapporten volschrijft over door de EU gesubsidieerde vluchtelingenkampen in Zuid Turkije die meer op martelkampen lijken is Erdogan bezig zijn eigen oorlog tegen de Koerden uit te vechten die hij als het puntje bij paaltje komt nét even wat irritanter vindt dan IS, en daarin verschilt hij overigens geen haar van zijn voorgangers.

Helaas is hij daarbij niet de enige complicerende factor. In praktijk zijn in ‘de regio’ inmiddels namelijk niet alleen maar een gekke dictator en een aantal van de pot gerukte relifanaten met elkaar in conflict, maar inmiddels ook de PKK, de VS, Iran, Irak, Rusland, Saoudi Arabië en dus Turkije, en allemaal met verschillende en helaas tegenstrijdige belangen. Rusland sluit vriendschap met Assad voor zijn eigen belangen, de VS met de Koerden, Erdogan vindt de Soenitische IS dan weer minder erg en de rest heeft ook zijn volkomen eigen agenda. De ‘regio’ is daarmee nu zelf rampgebied geworden en stroomt over van de burgers die met de situatie in de regio eufemistisch gesteld inmiddels wel even klaar zijn en net zo hard op de vlucht zijn voor Turkse, Russische, Amerikaanse en Europese bombardementen op onder andere IS, als voor IS zelf.

De oplossing dan

De oplossing hiervan? Die is even simpel als onhaalbaar. Wat zou moeten gebeuren, is dat iedereen die feitelijk niets liever wil dan dat die situatie stopt de handen ineen slaat en een kordon van blauwhelmen steunt dat strak om de gebieden wordt gelegd waar die consensus er nog niet is. Er wordt boven die gebieden vervolgens een no-fly-zone ingesteld voor alle nationaliteiten, geen enkele uitgezonderd, en er worden zeker geen bombardementen uitgevoerd of vuile bondgenootschappen gesloten. Het laatste wat er in die gebieden geïmporteerd mag worden zijn wapens, en het laatste wat er uit die gebieden mag komen is olie. Het enige wat die hermetisch afgesloten grens dan mag passeren zijn juist de vluchtelingen, die vervolgens opgevangen worden in die vakantieparadijzen recht achter dat kordon. In een paar maanden is er van de strijdende partijen dan niets meer over want ze hebben geen geld, geen wapens en geen mensen meer. Een stuk simpeler, want pijpleidingen en zware wapens zijn nu eenmaal wat makkelijker te lokaliseren dan mensen op de vlucht.

Jammer genoeg is dit echter het laatste wat er gaat gebeuren want de uiteindelijke reden dat al die zich beschaafd noemende landen in ‘de regio’ die we vroeger gewoon het midden-oosten noemden tekeer gaan is uiteindelijk geld en invloed, en dat komt nu eenmaal met wapens en olie en niet met vluchtelingen en vakantieparadijzen. En zolang dat zo is kunnen we die fabel over die vakantieparadijzen dus gevoeglijk op ons buik schrijven. Want in praktijk betekent dat alleen maar geld en gunsten voor regimes die zelf verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van de situatie. En dat is het laatste dat wij als Europeanen zouden moeten willen.

Dan maar liever vakantieparadijzen waar het nog met redelijk democratische leiders kan, een stop op de wapenhandel, onafhankelijkheid van olie en geen enkele band meer met welke dubieuze leider dan ook. We sluiten de grenzen op een nieuwe manier, voor olie en wapens en overigens ook voor gas, en gaan vervolgens intern met zijn allen eerst eens lekker op vakantie. Want dat kunnen we goed gebruiken om eens orde op zaken te stellen. Er valt op democratisch en sociaal-economisch vlak namelijk nogal wat te regelen en/of te repareren in de EU. Een flinke streep door de huidige dubieuze belangen lijkt mij daarbij een prima begin. De eerste politicus die dat op overtuigende wijze weet te agenderen, krijgt mijn stem.

Dit stuk verscheen eerder op Joop.nl.

Gematigd Hedonisme

Een serie over de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme – de tijd na Alexander de Grote en voor de opkomst van de Romeinen – waarin verschillende rijken bestuurd door Griekse elites het hele Midden-Oosten, Griekenland en Zuid-Italië beheersden. We bekijken daarbij hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze aflevering: de Epicuristen.

Epicurus’ tuin van het genot

Epicurus heeft in zijn leven flink wat gereisd. Waarschijnlijk werd hij geboren op Samos, in die tijd een Atheense nederzetting. Zijn diensttijd bracht hij in Athene door en daarna was hij een tijdlang op Lesbos te vinden, alwaar hij zijn Hedonistische leer begon te prediken. Een eeuw nadat Aristippos het filosofisch hedonisme had uitgevonden, omstreeks 305 voor onze jaartelling, kocht hij vervolgens een huis met een grote ommuurde achtertuin in Athene. In die beroemde tuin, de tuin van Epicurus, onderwees hij zijn versie van het Hedonisme.

Epicurus’ tuin stond voor al zijn vrienden open en ook slaven en vrouwen waren welkom. Dat was in die tijd nog een heel schandaal. Maar wie hoopt dat in die tuin woeste hedonistische orgieën plaatsvonden wordt teleurgesteld. Het naar de denker vernoemde Epicurisme is namelijk een zeer ingetogen vorm van hedonisme. Een hedonisme dat om te beginnen gepaard gaat met een heleboel waarschuwingen. Zoeken naar genot op korte termijn, dat leidt volgens Epicurus niet tot bevrediging. Integendeel. Wie teveel eet, wordt ongezond. Te veel drinken leidt tot een kater. Seks leidt tot ziekte en nieuw leven, en dat laatste maakt het ons er ook niet altijd veel gemakkelijker op, en als activiteit is seks op termijn onbevredigend. Kortzichtig genotzucht leidt maar tot verslaving. En daarbij moeten we soms nu eenmaal minder leuke dingen doen om leuke dingen te bereiken.

Net als andere hedonisten stelt Epicurus weliswaar het genot centraal, maar hij loopt er niet als een kip zonder kop achteraan en denkt ook aan de toekomst. Epicurus weegt kortom het genot op kortere en langere termijn tegen elkaar af. Dit noemde hij de hedonistische calculus. En al rekenend komt hij tot de conclusie dat het ware genot een gematigd genot moet zijn. Echt genot is volgens hem tevredenheid, en dat valt het makkelijkst te bereiken door niet veel te willen, en zich te vrijwaren van angst en pijn. Luxe is daarbij onnodig, sterker nog, dat is ons alleen maar tot last. Het streven naar luxe en het vervolgens willen behouden daarvan kan alleen maar leiden tot ongeluk en angst.

Epicurist streeft als genotzoekend mens uiteindelijk naar gemoedsrust, of Ataraxia zoals de Grieken dat noemden, omdat hij vindt dat hem dat het meeste en de meest duurzame vorm van plezier schenkt. Hij pleitte voor een uiterst gematigd leven. Wie genoeg te eten heeft, die moet zijn psychische evenwicht kunnen bewaren. Als een waar voorbeeld van zijn leer leefde hij voornamelijk op water en brood. Een stuk kaas was voor hem al een feestmaal. Genieten van de kleine dingen, dat is waar het de Epicurist om gaat. Daar ligt volgens hem het ware geluk.

Angsten zijn onnodig

Epicurus

Zoals we de vorige aflevering zagen kwam het radicale Hedonisme van Aristippos voort uit een extreem relativisme. Aristippos wantrouwde alles, behalve zijn directe emoties. Ook Epicurus gaat in zijn filosofie het liefst uit van wat volgens de hedonisten een direct gegeven is: genot en pijn. Hij wantrouwt andere uitgangspunten. Voor Aristippos is het daar klaar, maar Epicurus denkt verder. Hij vertrouwt meer dan Aristippos en zijn volgelingen op zijn waarneming en verstand, en meent dat hij door logica en fysica bepaalde zekerheden kan krijgen. Zekerheden die niet onverdienstelijk zijn, omdat ze ons kunnen helpen een aantal fundamentele angsten weg te nemen.
Epicurus adopteert het atoommodel van Democritus, een presocratische natuurfilosoof, die dit idee van zijn leraar Leucippus erfde. Volgens Democritus’ visie is alles in de wereld fysisch. Dus niet alleen lichamen, ook de ziel bestaat uit atomen, die doelloos door de ruimte vliegen en toevallig op elkaar botsen, en af en toe tijdelijk samenklonteren. Zo ontstaat volgens hem de wereld.

En dit was het volgens Epicurus dan ook. Er zijn in dit wereldbeeld geen abstracte blauwdrukken zoals bij Plato, er is geen hoger doel zoals bij Aristoteles, en er is ook geen onveranderlijk ‘zijn’, waar Parmenides in geloofde. Zelfs zijn er geen hogere natuurwetten waar alles naar luistert, zoals Heraclitus aannam. Het leven is volgens Epicurus puur fysisch en doelloos. En deze doelloosheid en betekenisloosheid ziet hij als een bevrijding.

Angst voor de goden is volgens Epicurus zinloos. Als er al goden bestaan bemoeien ze zich toch niet met ons, want goden zijn volmaakt, en iets dat volmaakt is gaat zich uiteraard niet met onvolmaakte zaken bemoeien. Ook hoeven we niet bang te zijn voor de dood. Er is namelijk geen leven na de dood, en de dood kunnen we zelf dan ook niet ervaren. Een prettig leven is daarom ook veel belangrijker dan een lang leven. En bang voor het lot hoeven we ook al niet te zijn. Niets is immers voorbeschikt. Wie zich zorgen maakt, moet zich verheugen over mooie vooruitzichten, wie pijn heeft moet zich laven aan mooie herinneringen. Het schijnt dat Epicurus met deze wijsheden zelf op zijn oude dag een langdurige en zeer pijnlijke ziekte – hij leed aan nierstenen – zonder al teveel moeite wist te verdragen.

Apolitiek

Voor Epicurus was ieder mens in potentie aan iedereen gelijk. Maar hij was alles behalve een politiek activist. Hij raadde mensen aan een teruggetrokken en onmaatschappelijk leven te leiden, en zich vooral niet teveel te bemoeien met de maatschappij, want wie ongelukkig wil zijn moet vooral een carrière nastreven: het leidt uiteindelijk alleen maar tot botsingen en complicaties. Nooit leidt het tot verzadiging.

Toch ging het lot van de mensen Epicurus kennelijk wel aan het hart, want hij heeft erg veel over zijn filosofie geschreven. Helaas zijn er slechts enkele brieven en fragmenten van hem overgebleven, maar genoeg om een goed beeld van hem te hebben. Hij schreef in heldere en simpele taal. Van poëzie moest Epicurus namelijk niet teveel hebben. Alleen maar moeilijkdoenerij. Als je iets te melden hebt, dan doe je dat maar beter zo exact mogelijk.

Het meest maatschappelijke waar Epicurus mee kwam was wellicht zijn omschrijving van wat volgens hem recht is. Natuurlijk recht, dat is volgens hem een afspraak die gericht is op wederkerig nut. De kern van die afspraak is dat men elkaar niet benadeelt. Dit recht is beperkt tot rationele en redelijke wezens. Voor levende wezens die niet bereid of in staat zijn verdragen te sluiten bestaat er volgens Epicurus geen recht. Misdaad is volgens Epicurus voor iemand die rationeel denkt nooit een aantrekkelijke optie. Wie leeft van de misdaad moet constant op zijn hoede zijn, en dat is allemaal maar ongemakkelijk.

De teruggetrokken vriend

Met zijn pleidooi voor een teruggetrokken leven zouden we kunnen denken dat Epicurus een soort kluizenaar was. Maar Epicurus pleit niet voor een leven in eenzaamheid. Hij noemt vriendschap één van de belangrijkste dingen in het leven. En hij bezingt daarbij de onvoorwaardelijke vriendschap. Maar… hoe is onvoorwaardelijke vriendschap consistent met zijn hedonistische calculus? Vrienden leveren toch lang niet altijd meer genot dan pijn? Om te beginnen kunnen vrienden je verraden, maar ook kan je vrienden een ongeluk overkomen, en dan heb je hun pijn er maar bij te verdragen.

Vriendschap alleen bij voorspoed dus? Epicurus ziet ook wel in dat dit geen echte vriendschap is. Om de vriendschap te redden tegen deze kritiek komt hij met een kunstgreep. Epicurus zegt dat mensen geen geïsoleerde individuen zijn, maar verbonden met elkaar. Wie een vriend heeft, ziet in zijn vriend zijn alter ego, en zodoende is de lust een gezamenlijke lust, en pijn een gezamenlijke pijn. De kern blijft nog steeds het zoeken van lust en vermijden van pijn. Alleen doe je dit met vrienden samen. Zo stijgt Epicurus’ hedonisme boven het ego uit.

De Hedonistische nalatenschap

Alle hedonisten in de oudheid combineerden een sensitieve filosofie met een zekere mate van relativisme. Maar tussen de vormen van hedonisme die we nu behandeld hebben bestaan grote verschillen. Epicurus’ Hedonisme met zijn hedonistische calculus staat in veel aspecten haaks op dat van de Cyreense school van de familie Aristippos, die met haar fundamentele wantrouwen naar alles dat niet onmiddellijk ervaren wordt al dat gereken van Epicurus maar belachelijk vond. Lange termijnplanning lijkt slim, maar er zijn een hoop aannames voor nodig, die allemaal fout kunnen zijn. Logica en fysica zijn daarom volgens de erven Aristippos volkomen onbetrouwbaar en die atoomtheorie is voor een rechtgeaarde relativist natuurlijk gewoon luchtfietserij. Ze meenden bovendien schamper dat Epicurus’ uitgesmeerde versie van genot gelijk stond aan het genot van een lijk.

De Cyreense school wekte met haar radicale leer echter vooral tegenargumenten op. Aristippos en zijn erven mochten dan wel claimen onafhankelijk te zijn van sociale conventies en van de genotsmiddelen zelf, ze waren volgens de kritiek nog altijd slaven van hun eigen bevliegingen. De Griekse cultuur zelf kende traditioneel gezien een grote waardering voor ingetogenheid. ‘Alles met mate’ was toen al een vaak aangehaalde spreuk van de wijze Solon, die drie eeuwen voor Epicurus leefde. Vandaar dat de radicale filosofie van Aristippos, waarin uitspattingen volledig gelegitimeerd zijn, niet altijd even goed geadopteerd werd. Hoezeer Grieken in praktijk af en toe overeenkomstig zijn leer mochten handelden, theoretisch hielden ze zich in ieder geval liever een stuk braver.

Epicurus’ filosofie sloot beter op de Griekse mentaliteit aan. Epicurus werd tijdens zijn leven al als een goeroe gezien, en veel van zijn volgelingen vereerden hem zelfs als een God. Na deze tuingod zijn er dan ook geen latere filosofen die zich volgelingen van Aristippos noemden, maar het Epicurisme zou nog veel volgelingen kennen. Zijn filosofie speelt tot ver in de Romeinse tijd een belangrijke rol in het filosofische debat, met name door de Romeinse dichter Lucretius, die in de eerste eeuw voor onze jaartelling over Epicurus schreef en daarmee razend populair werd.

Ook dat is verklaarbaar. Epicurus’ filosofie is simpel, nuchter en praktisch, en dat paste goed bij de Romeinse volksaard. Aan de andere kant waren de Romeinen niet vies van een uitspatting zo nu en dan, en sommige van die Romeinse Epicuristen vatten Epicurus’ filosofie misschien iets te ruim op, en stonden in praktijk misschien wel dichter bij de opvattingen van de familie Aristippos.

Een moreel gat?

Hedonisten wordt vaak verweten dat er in hun filosofie een moreel gat zit. De hedononistische filosofie heeft dan ook zeker iets egocentrisch. Wie zich richt op genot zou misbruik van mensen en zijn omgeving kunnen verdedigen, met het eigen genot als doel. Maar daarmee doen we de hedonistische denkers toch zwaar tekort. Aristippos bijvoorbeeld kende met zijn pleidooi voor meegaandheid en zijn immuniteit voor vernederingen wel degelijk een moraal. Daarbij doet hij kwaadheid en wraakzucht af als nutteloze emoties. En Epicurus komt zoals wij zagen met hele rationele argumenten tegen de misdaad, en een rationeel fundament voor recht. De hedonisten vonden in hun filosofie dus wel een moraal. We kunnen het een dunne moraal vinden, maar ze heeft wel een stevige rationele basis, en daarbij heeft een hedonistische moraal het voordeel dat zij niet fundamenteel botst met onze primitievere gevoelens.

We zagen ook de kunstgreep die Epicurus maakte om de vriendschap te verdedigen. Ik noemde dat een kunstgreep, omdat hij een zekere verbondenheid van mens tot mens aannam, die vanuit de atomistische kern van zijn leer niet helemaal te verklaren is. Misschien voelde Epicurus zelf ook wel aan dat deze gedachtegang niet helemaal zuiver is, want hij reserveert hem slechts voor bekenden. Het alter-ego dat mensen in vrienden zien, bestaat voor Epicurus niet tussen mensen die vreemd voor elkaar zijn. Zover gaat zijn inlevingsvermogen niet. Ook accepteert Epicurus de vriendschap tussen mens en dier niet. De verbondenheid van mensen beperkte zich voor Epicurus tot een kleine kring, en slechts tot wezens die tot rede in staat zijn.

We zullen in de volgende aflevering zien hoe de Stoïcijnen het begrip van verbondenheid veel breder opvatten, en daarvan de kern van hun leer maakten.

Dit artikel verscheen eerder op Historiek.nl en Sargasso.nl.

Een volksmenner als politicus

COLUMN – Wilders gekozen tot volksmenner, pardon, politicus van het jaar: Dat zegt een hoop over wat we van een politicus verwachten. Niet dat een politicus verbindingen legt, eerlijke voorlichting geeft, verantwoordelijkheid draagt en open is in ieder geval.

Van alle kanten kreeg Wilders veel felicitaties voor zijn verkiezing tot politicus van het jaar. Ook van mensen die zijn mening niet delen, zelfs verafschuwen. Want hij weet toch maar aandacht te trekken, zaken te agenderen en (virtuele) zetels te scoren. Een terechte verkiezing dus?

Wie dat vindt, heeft een heel rare kijk op de taken van een politicus. Er zijn een heel aantal kwaliteiten van een politicus die Wilders volkomen mist: verbindingen leggen, eerlijke voorlichting geven, verantwoordelijkheid dragen en openheid geven. Kwaliteiten die het publiek kennelijk niet van een politicus verwacht. Dat zegt veel over onze politieke cultuur.

Waar Wilders ongetwijfeld meester in is, is media-aandacht trekken. De methode die Wilders hiervoor volgt, is mensen die nooit op hem zullen stemmen shockeren. Met deze methode weet Wilders wel veel fans te kweken, maar ook veel tegenstanders. En dat maakt het extreem moeilijk een regering te vormen, die toch iets van nationale eenheid zou moeten uitstralen.

Als de politicus van het jaar de beste potentiële bestuurder zou zijn, dan zou Wilders dus niet in aanmerking komen. Kennelijk verwachten we van een politicus geen bestuurlijke kwaliteiten. En ook als het een kwaliteit zou zijn van een politicus om mensen te verenigen en bruggen te bouwen, dan krijgt Wilders een dikke onvoldoende. Kennelijk verwachten we ook dat niet van een politicus. En dat geldt voor meer zaken die als we goed nadenken voor een politicus van belang zouden moeten zijn.

Ik zou bijvoorbeeld zeggen dat een belangrijke kwaliteit van de politicus is mensen goed voor te lichten over de situatie, en geen onmogelijke dingen beloven. Wij hebben immers een indirecte democratie om de volksvertegenwoordigers de tijd te geven de zaken uit te zoeken waar wij gewone burgers geen tijd voor en geen toegang toe hebben, en om deze aan ons uit te leggen. Als zij dat niet doen, dan is er eigenlijk geen enkele reden dat wij volksvertegenwoordigers kiezen en niet alles regelen via referenda.

Maar het verdiepen en voorlichten, dat doet Wilders niet. Integendeel. Hij schildert liever vluchtelingen af als verkrachters. Overigens is Wilders niet de enige die zo’n loze haatcampagne begint. Ook Zijlstra en Buma (en niet te vergeten Dijsselbloem – van de gewezen sociaaldemocraten moet je het maar hebben), hebben ervoor gewaarschuwd dat de vluchtelingen de verzorgingsstaat zouden ondermijnen, terwijl dat getalsmatig gezien een enorme onzinuitspraak is. Maar de koning van de haat- en angstcampagnes is natuurlijk Wilders zelf.

Verder zou een goed politicus ook verantwoordelijkheid moeten nemen, en ervoor moeten waken geen deel van het probleem te worden dat hij zelf signaleert. Ook dat doet Wilders niet. Hij doet er alles aan zijn achterban op te stoken, en neemt hij onvoldoende afstand van het “verzet” waar hij zelf toe opgeroepen heeft. De PVV stemde nota bene tegen een debat over de gebeurtenissen in Geldermalsen. Overigens laat hij hiermee ook de mensen waarvoor hij zegt op te komen in de steek.

Door zijn kiezers tegen mensen met een islam-achtergrond op te zetten werkt hij bovendien ook radicalisering onder moslimjongeren in de hand. Dit is geen loze kreet, maar onlangs nog door onderzoek bevestigd. En dat terwijl hij oplossingen die radicalisering daadwerkelijk effectief tegen bleken te gaan (buurtregisseurs) tegenhoudt als ‘te soft’.

Wilders werkt radicalisme dus aan twee zijden in de hand, en weigert zich hierop te bezinnen. Qua verantwoordelijkheid krijgt Wilders dus een dikke onvoldoende.

Ook zou een politicus mijns inziens helder en transparant moeten zijn over wiens woord hij spreekt, en daarmee over zijn financiering. Daar is Wilders ook al niet helder in. En tenslotte zou een goed politicus goed moeten luisteren naar de eigen achterban. Ook voor dat punt zou Wilders een dikke onvoldoende krijgen, want democratie in zijn beweging is afwezig en dissidenten verlaten vanzelf de partij of worden eruit gewerkt.

En toch wordt Wilders door het publiek van één Vandaag voor de zoveelste keer gekozen tot ‘politicus van het jaar’. De stemmers van dat programma malen dus niet om het leggen van verbinding, eerlijkheid, het dragen van verantwoordelijkheid en openheid. Een goede volksmenner, dat is hoe wij een politicus zien.

Een volk dat zo naar de politiek kijkt, verdient politici als Wilders. Maar ook alle ellende die hij met zich meebrengt.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Angst voor vluchtelingen blijkt onterecht

COLUMN – In plaats van goed management heeft de hele politiek inzake de vluchtelingen alleen maar paniek gezaaid. Onterecht, blijkt achteraf. Ondertussen maakt ze met vluchtelingen dezelfde fouten als met de gastarbeiders, maar dan tien keer zo erg. 

Geldermalsen afgelopen woensdag, gisteren een racistische aanslag op een Somalisch gezin, waarbij naast met vuurwerkbommen ook met posters van Wilders werd gestrooid, vandaag een bezetting van een moskee: de bruine horde roert zich heftig de afgelopen dagen in Nederland. Opgestookt door Wilders, zeggen velen. Zeker, maar natuurlijk net zo goed door andere politici, zoals Zijlstra, Buma en Dijsselbloem, die met droge ogen beweerden dat de vluchtelingen (en niet hun eigen beleid) een bedreiging vormen voor de verzorgingsstaat.

Voor wie dat laatste fabeltje nog gelooft het volgende rekenvoorbeeld: ook als de huidige instroom van 50.000 asielzoekers per jaar aan zou houden, een aantal dat ten eerste zwaar vertekend is en ten tweede nooit zo lang aan zal houden, én al deze mensen zouden in een uitkering terecht komen, wat ook al niet zo is, dan nog zou het meer dan een eeuw duren voordat het aantal mensen dat een uitkering ontvangt zou zijn verdubbeld.

Op voorwaarde dat de werkloosheid een eeuw lang even hoog blijft en we ook even stoppen met vergrijzen dan. 

Ondertussen wrijft de rest van Nederland zijn ogen in verbazing uit. Het blijkt nu uit onderzoek van I&O Research dat twee derde van de Nederlanders vooraf al geen probleem heeft met een asielzoekerscentrum in de eigen gemeente. Dat is ondanks dat de helft van de Nederlanders wel veel overlast van zo’n centrum verwacht. Een angst die vervolgens niet uit blijkt te komen: slechts 15 procent ervaart daadwerkelijk overlast. De groep mensen die het uiteindelijk juist leuk blijkt te vinden als zo’n centrum er eenmaal is, is bijna twee keer zo groot als de groep van de klagers. Het zijn ook twee keer meer mensen die het voordeel er uiteindelijk wel in zien, dan die dit van tevoren verwacht hadden (25% om 12,5%).

Dus: als u nu bang bent voor de komende asielzoekers, dan is er meer dan twee derde kans dat u een maand nadat het centrum naast uw deur gezet wordt, zélf zegt dat uw angst ongegrond was. Er is zelfs een goede kans dat u er bij nader inzien juist het voordeel van inziet. Als dat centrum in uw buurt er al komt dan: bij de meeste Nederlanders gebeurt dat natuurlijk uiteindelijk niet.

Maar… de grote bek krijgt de meeste aandacht. Al het schreeuwvolk dat zegt dat de politiek niet naar de mensen luistert: het luistert alleen maar naar zichzelf. Ze is gelukkig niet in de meerderheid. Ze maakt alleen maar heel veel kabaal, en is nu tot geweld overgegaan.

Uiteindelijk blijkt dat het redelijker is om bang te zijn voor dit soort medelanders dan voor degenen die hier nieuw aankomen: QED. Taak voor politie en justitie lijkt mij. Maar daarmee zijn we er niet. De politiek heeft ook wat goed te maken. Van Wilders verwacht ik niets. Maar van Zijlstra, Buma en Dijsselbloem zouden, zeker na de incidenten van de laatste weken en dagen, eigenlijk excuses verwacht* moeten worden. Sorry mensen, we hebben bewust paniek gezaaid. We hebben u voorgelogen.

En daarbij zouden ze moeten toegeven: het huidige beleid van ‘sobere opvang’ in grote kampementen, dat werkt niet. Niet alleen kweekt het mensen die langer afhankelijk zijn van steun, het wekt ook angst en woede op bij de bevolking, zeker als het gepaard gaat met loze bangmakerij.

50.000 mensen per jaar opvangen omdat je ze uiteindelijk maar moeilijk kan verzuipen in de middellandse zee:  het kan. Maar niet door voor een dubbeltje op de eerste rij proberen te zitten. Want goedkoop is duurkoop. Kazernes met veldbedden en het verbod te werken, afgelegen kampementen, dat past niet in het Nederland van de eenentwintigste eeuw. Als je dat toch herintroduceert in onze samenleving, dan is dat schreeuwen om moeilijkheden.

En die moeilijkheden komen niet door links beleid. Het is juist het rechtse machteloze antwoord op de asielzoekersinstroom die de tegenstellingen vergroot. Met de gastarbeiders hebben we het niet goed gedaan. Daar is iedereen het erover eens. Juist doordat we ervan uitgingen dat zij hier maar tijdelijk bleven, juist doordat we ons niet sterk maakten voor hun rechten en voorzieningen, hebben we hier een moeizaam geïntegreerde groep gekweekt die over het algemeen nog steeds aan de onderkant van de arbeidsmarkt bungelt. Een onderklasse met een etnisch tintje, met alle problemen van dien. We zijn met de vluchtelingen precies dezelfde fout aan het maken, maar dan erger.

Het alternatief? Kleinschalige opvang, gelijke spreiding over alle gemeenten, maar dan wel meer regie voor de gemeenten zelf, het recht om te werken voor en tijdens de procedure, en budget om meteen Nederlands te leren, ongeacht de vraag of iemand terug wil of moet **. Het kost wat, maar dan krijg je ook wat. Uiteindelijk zijn we beter, en zelfs goedkoper uit.

Laat rationeel denkend Nederland dit humaan en rendabel beleid nu eens net zo hard gaan eisen als dat schreeuwvolk, dat nu internationaal ons land te kakken zet, als waren we een stelletje paniekerige slappelingen dat overstuur raakt van een handvol mensen in nood. Nederland kan zoveel beter dan dat.

* Deze verwachting is natuurlijk met enige cynische ondertoon uitgesproken, en uiteindelijk volkomen loos omdat onlangs PvdA en VVD zelfs een motie om aantallen asielzoekers meer transparant weer te geven hebben afgewezen: de waarheid mag niet boven tafel komen.

** De enige partijen die momenteel moties indienen voor delen van dit pakket zijn GroenLinks, SP, D66 en CU. 

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl en Joop.nl.

Premier Rutte: Blind, Laf en Visieloos

De uitspraak van Rutte over het Romeinse rijk is enkel bedoeld om mensen bang te maken, en zo het falen van zijn eigen ideologie te maskeren: het bewijs van zijn totale gebrek aan visie en leiderschap.

Eigenlijk was hij te lachwekkend voor woorden, Rutte’s vergelijking van de EU met het Romeinse Rijk. Als de EU net zo snel uiteenvalt als het Romeinse Rijk namelijk, dan kunnen we gerust zijn, want dan hebben we namelijk nog wel een paar eeuwen te gaan. Ook de suggestie dat een paar miljoen Syrische vluchtelingen te vergelijken zouden zijn met de volksverhuizingen van anderhalf duizend jaar terug is om te gillen. Om te beginnen de aantallen: In het hele midden-oosten van Marokko tot Afghanistan wonen maar half zoveel mensen als in de hele EU, en veruit de meesten zijn echt niet van plan naar het koude noorden te trekken.

Daarbij weet iedere vakgenoot van de historicus Rutte dat de stelling dat het Romeinse Rijk bezweek onder de volksverhuizingen inmiddels achterhaald is: de Germaanse stammen die destijds het Romeinse Rijk introkken waren in praktijk nota bene in hoge snelheid geassimileerd in de Romeinse cultuur. De ondergang van het Romeinse Rijk was te wijten aan vele factoren, waaronder heel veel politieke en economische. Maar de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat dit Rijk ondanks de vele interne problemen zo ongelooflijk lang heeft kunnen bestaan is veel interessanter. Met leiders als Rutte zal de EU deze prestatie waarschijnlijk niet kunnen herhalen.

Een viervoudige crisis

De EU is in crisis. En dan hebben we het niet over slechts één crisis: het zijn er meerdere. We hadden, ondanks dat velen het graag blijven ontkennen, al een tijd lang een klimaatcrisis. Dit is geen onoverkomelijke zaak, maar we ontzeggen onze nazaten het recht op onze welvaart omdat we te belazerd zijn te hervormen. En bij dit veel te trage hervormingsproces loopt Nederland onder Rutte achterop.

Naast die klimaatcrisis hebben we sinds een klein decennium alweer een aanhoudende economische crisis. In tegenstelling tot de rest van de wereld blijft in de EU de economische malaise maar voortduren omdat onze leiders, Nederland weer voorop, weigeren over te gaan op schuldensanering van burgers en overheden, en vast blijven houden aan het oude systeem waarin de belastingbetaler opdraait voor de ellende die het internationale bedrijfsleven, de banken voorop, veroorzaakt. Gevolg: grote delen van de Europese bevolking zijn werkloos, en politici als Rutte weten niets beters te bedenken dan ze verplicht de straten te laten vegen om ze ‘werkdiscipline’ bij te brengen.

Meer recent is er opnieuw een onoplosbaar conflict bijgekomen bij de buren, en dit nieuwe conflict is gillend uit de klauwen gelopen. Naast IS zijn de partijen van Assad, de Koerden, de Russen, de Turken, de NAVO, Iran, Irak, Saudi -Arabië en nog een hele lijst andere facties in een oorlog geraakt waarin de belangen en loyaliteiten hopeloos door elkaar lopen en ieder zijn eigen agenda volgt. Ook de EU-landen spelen hierin een dubbelrol waardoor zij haar positie verzwakt: men werkt samen met gewetenloze dictaturen waarin de mensenrechten net zoveel voorstellen als in het kamp van de vijand, er wordt slechts gebruik gemaakt van wapens op afstand die vooral burgerslachtoffers maken, en vluchtelingen worden geweigerd en door het hele continent opgejaagd. Een beter programma om de stelling dat de EU op zou komen voor veiligheid, vrijheid, democratie en mensenrechten te ondermijnen is er niet, en een betere garantie voor toekomstig verzet tegen ‘de westerse levensstijl’ inclusief terreurdreiging had niet gegeven kunnen worden.

Daarbij is het draagvlak voor de EU onder de bevolking mede door dit alles inmiddels bijna helemaal verdwenen. Een drievoudige crisis was misschien nog aan te vliegen geweest als er niet ook nog een voortdurende politieke crisis was: de zeggenschapsstructuur is buitengewoon vaag, de manier waarop mensen gekozen en beleid bepaald wordt is dat ook, en daarbij bizar ondemocratisch voor een samenwerking van democratieën bovendien. Geen wonder dat mensen zich hier niet in kunnen herkennen.

Een lafbek als premier

Een tijd als deze vraagt om doortastende hervormingen. Voor een meer democratische EU met duidelijkere zeggenschapsstructuren. Voor een herbezinning op onze internationale betrekkingen waarbij gedeelde waarden met onze handelspartners centraal staan en vuile handel wordt vermeden. Voor een overgang naar een samenleving waarin schulden die nooit afbetaald worden niet meer de norm zijn, waarin bedrijven gewoon belasting betalen, en waarin falend beleid wordt afgestraft in plaats van beloond wordt met een bonus. Voor hervormingen op de arbeidsmarkt bovendien, met gelijke kansen en zekerheid voor iedereen. En daarbij voor een vergroening van het belastingstelsel, zodat verantwoordelijk gedrag loont.

Dit alles is niet onmogelijk, maar het vereist sterk leiderschap. En helaas is het daar waar het de EU vrijwel volledig aan ontbreekt, Nederland voorop. Het beste symbool hiervan is Rutte. Wij hebben een premier die de crises niet eens durft te benoemen, sterker nog, er alles aan lijkt te doen deze situatie voort te laten duren. Aan de vooravond van het voorzitterschap van Nederland van de EU wist Rutte onlangs op te merken dat Europa ‘geen behoefte heeft aan grote visies’. De man die vindt dat een visie een olifant is die het zicht belemmert, zit duidelijk nog steeds diep met zijn kop in het achterwerk van zijn eigen neoliberale grote grijze vriend zijn ingewanden te bestuderen.

Daarom begrijpt hij maar niet dat de EU in al die crises zit doordat zij vast blijft houden houdt aan de ideologie die zijn eigen partij blind aanhangt: het geloof in de immer rechtvaardige en efficiënte vrije markt, waarin alle wonden als vanzelf worden geheeld. Dit geloof heeft de economische crisis heeft veroorzaakt en verergerd, en zorgt ervoor dat de sociale zekerheid wordt afgebroken en de zorgkosten worden opgejaagd tot recordhoogten, alles om het systeem in stand te houden van overheden en burgers die eindeloos rente blijven betalen aan falende banken. Het verspilt het talent van zijn bevolking, verspilt bovendien zijn eigen leefomgeving, en kweekt ideologisch gif op de gronden van de buren.

En nu steeds meer blijkt dat deze politiek zichzelf ondermijnt, krijgt zonder blikken of blozen de vluchteling de schuld. Je moet het gore lef maar hebben.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Radicaal Hedonisme

In deze serie passeren de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme de
revue. In deze aflevering: de radicale Hedonisten van de Cyreense school.

Aristippos’ genotzucht

blogmedia-aristippus-1-jpg.jpgVoor het ontstaan van het Hedonisme moeten we net als de vorige keer weer een stap terug doen in de tijd, van de tijd van het Hellenisme naar de generatie van Plato, rond vierhonderd jaar voor onze jaartelling. Daar komen we een zeer eigenzinnige leerling van Socrates tegen: Aristippos.

Voor de interpretatie van wat Socrates nu eigenlijk voor boodschap had sluit Aristippos zich aan bij Antystenes, de stamvader van de cynici, die we de vorige aflevering zagen. Antystenes meende in tegenstelling tot Plato dat de ware les van Socrates is dat we uiteindelijk niets kunnen weten.

Maar blijft er dan iets over waar we zeker van kunnen zijn?

Volgens Antystenes niet, maar volgens Aristippos is dat er zeker wel: de onmiddellijke ervaring. En de onmiddellijke ervaring bestaat uit de gevoelens van pijn en genot. Deze gevoelens kennen we als kind al. Alle andere zaken zijn er allemaal maar later bij verzonnen. Genot en pijn, zijn volgens Aristippos de primaire gegevens. Andere gevoelens, beelden, gedachten, dat kunnen maar dwalingen zijn.Het is daarom onzinnig om hogere doelen of zaken op lange termijn na te streven, of om je te schamen voor je verleden. Het is onzinnig om je over te geven aan zaken als hoop, en spijt. Dat zijn alleen maar aangeleerde dwalingen, die ons wegleiden van ons instinctieve talent om het juiste voor onszelf te verlangen.

Het genot van het “nu” is volgens Aristippos het enige ware, en de enige maatstaf voor wijsheid en geluk. Dit hedonistische genot van het “nu” moeten we niet verwarren met het “leven in het nu”, zoals we dat kennen van het boeddhisme en in mindfulness-trainingen: het leven in het nu van Aristippos is puur het zich richten op de fysieke tijdelijke behoefte. Het is de glasharde en heldere wereld van het willende ego.

Aristippos wijst zinnelijk genot niet af, zoals Socrates deed. Integendeel, Aristippos kiest radicaal voor het onmiddellijke zinnelijke genot. Zinnelijk genot is volgens Aristippos het meest waardevolle, want het is de meest directe vorm van genot. Al het andere vormt eigenlijk alleen maar ballast.

Sociale wetten staan alleen maar in de weg

“Wie niet hecht aan eerzucht, is niet bang voor vernedering.”

Na zijn onderricht bij Socrates verbleef Aristippos lange tijd aan het hof van Dionysios van Syracuse. Dyonysios omringde zich graag met filosofen. Zo had hij ook Plato lang aan zijn hof, welke meende dat hij de dictator kon bekeren tot zijn filosofie, wat overigens flink mislukte: hij bracht het er uiteindelijk ternauwernood levend vanaf. Dyonisius stond er ook om bekend dat hij zijn gasten graag zo nu en dan vernederde, om ze zijn macht te laten proeven. Anders dan Plato liet Aristippos het treitergedrag van de dictator echter rustig over zich heen komen. Hij schaamde zich er niet voor aan het hof op bevel rare dansjes uit te voeren, en toen hij de minste zetel aan tafel kreeg, antwoordde hij lachend dat hij de zetel in waarde zou doen toenemen. Wie niet hecht aan eerzucht, is niet bang voor vernedering.

Aristippos werd door de meesten die hem kenden gezien als een charismatisch persoon. Hij werd geroemd om zijn vermogen zijn innerlijke kalmte te bewaren, en om zijn continue uitstraling van waardigheid. Maar hij was wars van alle conventies. Voor zijn genot kan de mens maar beter niet zoveel aantrekken van sociale conventies. Zo verdedigde hij ook dat het niet onwaardig was een relatie aan te gaan met een hoer. Een haven wordt toch ook niet minder waard naarmate er meer schepen door gevaren zijn? Eerder het tegendeel. Waarom zou een vrouw dan minder waard worden als zij slaapt met meerdere mannen? Zonder problemen leefde hij lange tijd samen met een concubine als partner, zonder zich druk te maken over zaken als trouw.

blogmedia-dionys1-jpg.jpgNaast kalmte en waardigheid had Aristippos ook een gevat soort humor. Toen Dyonisios Plato een boek gaf en Aristippos geld, lachte men erom en vond men dat vernederend voor Aristippos. “Waarom?” vroeg Aristippos hierop: “De dictator geeft ons gewoon wat we tekort komen: ik heb geld nodig, en Plato boeken.” Buigen voor geld deed Aristippos echter nooit. Toen een rijk man met een slechte reputatie indruk op hem probeerde te maken door hem door zijn prachtige huis te leiden, spoog hij deze onverwacht midden in het gezicht. Toen de man vroeg waaraan hij dit verdiend had antwoordde Aristippos dat hij nu eenmaal een fluim kwijt moest, en hij daarvoor als welopgevoed mens de plaats in het huis koos die het minst waard was.Aristippos zette zich op een andere manier tegen sociale conventies en schaamte af dan de Cynici. De Cynici waren van het shockeren: zij keerden zich tegen de beschaving. Aristippos paste zich meestal aan zonder zich druk te maken. Toen Aristippos langs Diogenes liep toen die groente stond te wassen, beet Diogenes hem toe dat als hij ooit geleerd had hoe hij zelf zijn groenten kon verbouwen en wassen, hij niet hoefde te slijmen bij de hoven van hoog geplaatsten om voedsel. Aristippos zei daarop tegen Diogenes dat als Diogenes ooit geleerd had met mensen om te gaan, hij geen groenten hoefde te verbouwen en te wassen. Of dit verhaal waar is, is niet zeker, maar het maakt de tegenstellingen perfect duidelijk.

Aristippos deed geen aannames over de ‘natuurlijke’ staat van zijn van de mens, en de verdorvenheid van de samenleving, zoals de Cynici deden. Voor hem telde slechts het onmiddellijke genot.

Geld stinkt niet

Toen iemand Aristippos vroeg wat voor baat hij had bij filosofie zei hij: als alle wetten werden opgeheven, zou van alle mensen alleen de filosoof doorleven zoals hij altijd geleefd had. Toch gebruikte Aristoppos zijn spitsvondigheden en wijsheden om geld en genot te verdienen. Dit werd hem door andere volgelingen van Socrates hoogst kwalijk genomen. Socrates zette zich immers af tegen de Sofisten met het verwijt dat ze zich lieten leiden door geld in plaats van de wijsheid. Aristippos wees er echter op dat ook Socrates zich door rijkere vrienden liet onderhouden. Maar waarom klopt een filosoof als Aristippos dan aan bij huizen van rijke mensen, en rijke mensen niet bij het huis van een filosoof? Omdat filosofen weten wat zij nodig hebben, en rijke mensen niet, antwoordde Aristippos.

Er is niets tegen mensen te laten betalen voor wijsheid. Sterker nog, dit was volgens hem een vereiste. De rijken die wel leken te weten wat goed voor hen was, zijn eigen klanten, rekende hij zeer hoge prijzen voor zijn onderricht, volgens hem om zijn leerlingen te leren hun geld aan verstandige dingen te besteden.

Vrijheid

Een rijk man die Aristippos ooit vroeg om onderricht voor zijn zoon riep bij het horen van zijn prijzen: “Wat? Voor die prijs kan ik me een slaaf veroorloven!” Waarop Aristippos zei: “Doe dat, dan heb je er voor die prijs ook gelijk twee”. Van Aristippos zou de zoon namelijk leren hoe wij in onze genotzucht geen slaven zijn van aangeleerde zaken als eerzucht en schaamte. Zijn filosofie helpt ons om ons daarvan te bevrijden. Het doel van het leven is genot. Taboes en sociale conventies hinderen daar alleen maar bij. En wie dit leert is werkelijk vrij.

De filosofie van Aristippos draait om vrijheid. Vrijheid van de conventies, om een genotsvol leven te leiden. Maar volgens Aristippos leert de filosofie ons niet alleen hoe wij geen slaaf worden van conventies. Ook hoort de filosofie ons te leren hoe we gebruik kunnen maken van genotsmiddelen zonder er een slaaf van te worden. Aristippos koos in alle opzichten voor emotionele vrijheid. Wij dienen ons volgens hem dan ook niet te hechten aan dat wat genot schenkt. Genot, en dat wat genot schenkt, zijn namelijk twee heel verschillende zaken.

Het gaat volgens Aristippos niet om geld, niet om lekker eten, niet om drank, en zelfs niet om onze geliefden. Wij mogen onszelf aan die zaken niet onderwerpen. Wij maken er slechts gebruik van ten gunste van ons eigen genot. Over een geliefde zei hij ooit “zij is soms van mij, maar zij bezit mij niet”. Als wij verslaafd worden aan de door ons begeerde objecten, leidt dat ons af van ons eigen genot, en worden we even onvrij als wanneer we ons laten domineren door sociale conventies.

De doodsdrift van Hegesias

Aristippos stichtte uiteindelijk een filosofische school in de stad Cyrene, een Griekse kolonie in het huidige Lybië, die later deel uitmaakte van het Grieks-Egyptische rijk. Hij onderwees onder meer zijn dochter Arete in de filosofie, die daarmee een van de eerste bekende vrouwelijke filosofen werd. Arete onderwees vervolgens weer haar zoon, Aristippos de jongere. Dochter en kleinzoon werkten de filosofie van vader en grootvader uit tot de zogenaamde Cyreense filosofische school, die vele volgelingen zou kennen.

Een paar late denkers van deze school verdienen wat aandacht. Anniceris was wat gematigder dan zijn meeste collega’s, en bepleitte dat zaken als vriendschap, vaderlandsliefde en dankbaarheid zaken waren die van zichzelf plezier opleveren, ook als daarvoor af en toe een offer voor nodig is. Zijn collega Theodorus kon zich daar echter niet in vinden. Hij betoogde dat zaken als vriendschap en vaderlandsliefde van zichzelf niets waard zijn, en verdedigde dat zaken als diefstal, overspel en heiligschennis geen van zichzelf slechte zaken zijn. Waar genot ligt voor Theodorus echter niet in fysiek genot. Waar genot komt volgens hem voort uit kennis en rechtvaardigheid, en is dus een geestelijk genot.

Ten laatste Hegesias. Ook Hegesias ging uit van plezier als maatstaf, maar stelde daar gelijk bij dat geluk een staat van zijn is die met het zoeken van plezier niet valt te bereiken. Doordat in het Oostelijke Helleense rijken boeddhistische volken leefden, werd de leer van Boeddha naar verloop van tijd ook in het Egyptische Helleense rijk bekend. Wellicht beïnvloed door het Boeddhisme had Hegesias de mening dat het leven bestaat uit lijden, en dat dit lijden voortkomt uit verlangen. Plezier is altijd maar kortdurend en leidt nooit tot een duurzaam geluk, sterker nog, vaak leidt het tot afhankelijkheid en ongeluk. Hegesias zijn hedonisme richt zich daarom niet op het bereiken van plezier, maar op het vermijden van negatieve zaken zoals pijn, angst en zorgen.

Hegesias komt daarbij tot de conclusie dat het werkelijke geluk niet zit in externe factoren. En hij gaat hier theoretisch behoorlijk ver in. Voor de Wijze zijn volgens Hegesias niet alleen materiële zaken als rijkdom en armoede totaal onverschillig, ook vrijheid en slavernij zijn feitelijk onbelangrijke zaken zijn als het gaat om geluk. Zelfs valt niet te zeggen dat een mens levend beter af is als dood, sterker nog, de staat van het dood-zijn valt in veel opzichten te prefereren boven die van het leven: zonder ervaring is er bijvoorbeeld geen pijn en zijn er geen angsten. Hegesias was een buitengewoon talentvol spreker en schrijver, en hij zou over dat laatste punt zo overtuigend geschreven en gesproken hebben, dat het daadwerkelijk tot een serie zelfmoorden onder intellectuelen leidde. Zijn leer werd in ieder geval door de toenmalige Ptolemaeïsche heerser in Alexandrië verboden.

Deze drie filosofen leefden rond driehonderd jaar voor onze jaartelling en waren de laatste volgelingen van de Cyreense school. We zouden cynisch kunnen concluderen dat met Hegesias het Hedonisme op een dood spoor lijkt te zijn aanbeland. Maar met zijn visie op het genot als afwezigheid van pijn raakt Hegesias aan de andere belangrijke stroming van het Hedonisme, die in zijn tijd opkwam en de leidende tak van het Hedonisme zou worden: het Epicurisme.

Deze serie verscheen eerder op Historiek.nl en Sargasso.nl.

Cynische filosofen

Filosofie van het Hellenisme 1: Cynisme

Als het gaat om klassieke filosofie gaat de aandacht meestal vooral naar Plato en Aristoteles. Griekse filosofische na deze denkers worden in overzichtswerken vaak maar kort besproken. En dat is jammer, want deze filosofische stromingen hadden een heel eigen kijk op filosofie en wetenschap, die ook in onze tijd relevant kan zijn. Vandaar dat Klokwerk voor u een serie plaatst waarin hij de belangrijkste stromingen van de Helleense filosofie behandelt.

Eerst even de historische achtergrond. In de oudheid na Alexander de Grote zag de wereld er anders uit dan in de tijd daarvoor. Voor Alexander heersten in bonden georganiseerde Griekse stadsstaten over de mediterrane wereld, geflankeerd door het oude rijk van de Egyptenaren, en Perzië. In het Helleense tijdperk zoals dat genoemd werd waren het voormalige Perzische rijk, Griekenland en Egypte verenigd in enkele grote rijken die door een Griekse elite werden geregeerd. Hierdoor veranderde het wereldbeeld, en ook de filosofie.

In de vroege Helleense tijd onstonden verschillende Grieks-geïnspireerde filosofische scholen, die theoretisch sterk van elkaar verschilden, maar praktisch veel overeenkomsten kenden. Waar de filosofen in de klassieke tijd zich vooral op maatschappelijke vraagstukken richtten, bekommerden de Helleense filosofen zich vooral om de vraag hoe een mens gelukkig kan worden.

In deze serie behandel ik de belangrijkste filosofische stromingen van het vroege Hellenisme, waarbij we zullen zien hoe die stromingen van elkaar verschilden. Ook bespreek ik hoe deze scholen zich verhielden tot het Platonisme en de Aristotelische school, die ook in de Helleense tijd belangrijk waren. In deze aflevering: de Cynici.

Terug naar het niets-weten, met Antisthenes

blogmedia-antisthenes-3-jpg.jpgAl voor het Hellenisme, ten tijde van Plato, kwam een filosofische stroming op die zich sterk tegen de Platoonse interpretatie van de filosofie van Socrates afzette: de stroming van de Cynici. Het woord “cynisch” is zo ingeburgerd dat veel mensen niet eens weten dat het woord komt van deze zeer markante filosofische beweging. Het gaat hier om een groep filosofen zonder vaste leer. Maar hun gedachten en gedragingen hadden wel overeenkomsten.De filosoof die beschouwd wordt als hun stamvader is Antisthenes, een minstens zo trouwe volgeling van Socrates als Plato. In de geschiedenis van de filosofie leren we Socrates vooral door Plato kennen, maar Antisthenes zag zichzelf als Socrates’ ware opvolger.

Beide filosofen volgden Socrates in zijn zoektocht naar de ware deugd, en beide hadden daarbij in navolging van Socrates een afkeer van materiële luxe. Plato concludeerde uit Socrates’ filosofie dat de werkelijke deugd ligt in de rationele zoektocht naar de abstracte vormen achter de verschijnselen: de oervormen. Achter alle paarden bijvoorbeeld zit een hogere waarheid, de oervorm van het paard. En zo zijn alle verschijnselen te herleiden tot abstracte oervormen, die in zijn filosofie werkelijker zijn dan de verschijnselen zelf.

Dit vond Antisthenes maar grote onzin. Paarden bestaan. Die kan je iedere dag zien. Maar ‘paard-heid’, dat had hij nog nooit kunnen aanschouwen, en dus leek het hem onzin dat dit abstracte begrip belangrijk zou zijn. Volgens Antisthenes is het voornaamste inzicht van Socrates juist dat echte kennis niet mogelijk is.

Om dat aan te tonen kwam hij met een logisch bewijs, dat alle andere logische bewijzen onderuit moet halen. Dat ging als volgt:

Eigenlijk zijn er maar twee soorten uitspraken. De eerste is een uitspraak als A=A. Zo’n uitspraak is natuurlijk altijd waar, maar nietszeggend. Een uitspraak als A=B is daarentegen heel veelzeggend. Alleen is dit natuurlijk nooit echt waar. Twee dingen zijn immers nooit helemaal hetzelfde – ook niet in bedoeling of essentie.

Op dit vlak staan Plato en Antisthenes dus diametraal tegenover elkaar. Plato meende dat zaken terug te leiden zijn tot een abstracte essentie, Antisthenes vond van niet. Waar Plato’s filosofie dan ook gericht is op de zoektocht naar essenties, wijst Antisthenes die weg radicaal af. In zijn jonge jaren leefde hij geïnspireerd door Socrates’ afkeer van het materiële als bedelaar, slechts gehuld in een mantel. Volgens de verhalen hield hij daarmee op toen de gescheurde mantel en het bedelen vervolgens mode werd onder hippe jongeren. Meeloperij, daar had Antisthenes een grondige hekel aan. De afkeer van moeilijk-doen en van luxe komt echter centraal te staan in de filosofie van de Cynici.

Diogenes – Een filosofische nar

blogmedia-diogenes-jpg.jpgDe cynische filosoof Diogenes was niet arm geboren. Hij werd geboren in 412 of 404 voor onze jaartelling, en was de zoon van een bankier in de stad Sinope, een stad in Noord-Turkije, aan de Zwarte Zee. Hij werd zijn geboortestad uitgejaagd omdat hij van een groot aantal munten het gezicht af zou hebben gehakt.Dit verhaal wordt gesteund door het feit dat er inderdaad verminkte munten uit die tijd in die streek gevonden zijn. Waarom Diogenes dit deed, en waarom het zo slecht gewaardeerd werd, is echter niet helemaal duidelijk. Het is in ieder geval onwaarschijnlijk dat het hem om financieel gewin ging. Misschien was het een politieke daad, of wilde hij gewoon degene die op die munt stond voor het hoofd stoten. Diogenes was namelijk nogal van het shockeren.

De filosoof zou een groot deel van zijn leven in een grote kruik dichtbij het marktplein van Athene geleefd hebben. Sommige legenden hebben het over een regenton, maar die bestonden toen nog niet. Wars van bezit had hij slechts zijn mantel, en een nap om uit te drinken. Die laatste gooide hij echter weg toen hij inzag dat hij ook met zijn handen een kom kon maken.

Hij zou ook regelmatig op klaarlichte dag met een lantaarn over het plein van Athene hebben gelopen “op zoek naar een eerlijk mens”, hiermee natuurlijk insinuerend dat die op dat drukke marktplein in ieder geval niet te vinden waren. Om de Platonen te treiteren droeg hij een kaalgeplukte kip de Academie in, terwijl hij uitkraaide: “ziehier de mens!” Plato had namelijk de mens omschreven als “een tweepotige zonder veren”. Na dit incident werd de definitie aangepast naar “een tweepotige zonder veren met platte, brede nagels”. Onverbeterlijk, die Platonen.

Alsof dat al niet recalcitrant genoeg was, zou Diogenes ook nog eens regelmatig in Athene in het openbaar hebben staan masturberen. Wanneer hij hier dan op aangesproken werd, riep hij uit dat hij zou willen dat hij ook zijn honger kon stillen door alleen maar over zijn buik te wrijven!

Een mooie clown dus, die Diogenes. Maar wat heeft dit met filosofie te maken? Volgens Diogenes alles. Zijn leven was een daad van protest. Volgens Diogenes was de menselijke samenleving namelijk totaal ontspoord en gecorrumpeerd.

Weg met de beschaving

Beschaving, getheoretiseer en hogere cultuur? Volgens Diogenes leidt het allemaal maar tot complicaties, en staat het ons geluk in de weg. Diogenes raadde de mensen aan een voorbeeld te nemen aan honden. Honden zijn niet door de beschaving verpest zoals wij mensen dat zijn. Een hond eet alles wat hem maar voor de kaken komt en maakt zich niet druk om waar hij slaapt. En honden zijn eerlijk. Ze grommen naar hun vijanden, kwispelen met hun staart als ze een vriend tegenkomen, copuleren in het openbaar en schamen zich nooit. Bovendien maken ze zich het leven niet moeilijk met zaken als politiek en abstracte filosofie. De term cynicus komt dan ook van het Griekse kynikos: hond-achtig.Omdat Diogenes niets met maatschappelijke structuren had, beschouwde hij zichzelf als stateloos. Hij noemde zich een wereldburger, een kosmopoliet. Zijn geboortestad Sinope, of Athene: het maakte hem niet uit in welke stad hij zijn wijsheden verkondigde. Aan het eind van zijn leven werd hij ontvoerd door piraten en als slaaf verkocht. Daardoor kwam hij vrij in Corinthe, waar hij verder bleef en uiteindelijk stierf. Het maakte hem niet uit waar hij was.

Tegenover de dood stond hij onverschillig. Hij vertelde wie het wilde weten dat men na zijn dood zijn lichaam maar over de stadsmuur moest gooien, als feestmaaltijd voor de wilde dieren. Maar vond hij dat niet erg? ‘Geef me dan maar een stok mee om die wilde dieren weg te jagen’, lachte hij. En als hij die dan niet kon hanteren? Tsja, dan was het dus ook geen ramp door die dieren verscheurd te worden.

Hoe Diogenes uiteindelijk stierf is onduidelijk. Sommige bronnen zeggen dat de filosoof overleed aan een infectie van een hondenbeet, anderen stellen dat hij vrijwillig stierf door zijn adem in te houden. Diogenes werd 81 of 89 jaar oud.

De filosofie van een doorgedraaide Socrates

Ondanks zijn afkeer van bezit en materie had Diogenes minstens één boek over de natuur op zijn naam staan, dat helaas totaal verloren is gegaan. Plato noemde Diogenes een doorgedraaide Socrates, maar Alexander de Grote scheen zeer onder de indruk te zijn van de filosoof, en kwam hem zelfs opzoeken. De legende vertelt dat Alexander bij Diogenes kwam en hem zei dat hij hem alles kon vragen wat hij verlangde. Waarop de filosoof antwoordde dat hij dan wenste dat de heerser een stap opzij deed, omdat die in zijn zon stond. Kennelijk kon Alexander dit antwoord nog wel waarderen, want hij zou daarop geantwoord hebben dat als hij Alexander niet was, hij het liefst Diogenes zou zijn. Waarop Diogenes gereposteerd schijnt te hebben dat als hij Diogenes niet zou zijn, hij óók het liefst Diogenes zou zijn.Onmogelijke figuren als Diogenes hebben rondgelopen tot ver in de Romeinse tijd. Zij waren te eigenwijs om een school te vormen maar daagden de gevestigde orde continu uit. Zij werden ‘Cynici’ genoemd. De cynicus Krates van de stad Thebe, een leerling van Diogenes, stelde dat bezit uiteindelijk alleen maar een last is. Buitensporigheden leiden tot wangedrag en onenigheid. Hij raadde zijn leerlingen daarom aan zich tevreden te stellen met het eten van linzen. Hem komen we later nog tegen, wanneer we aan de stoïcijnen toekomen, die hij diep beïnvloedde.

In het dagelijks leven heeft het woord cynisch een negatieve context. Iemand is cynisch als hij harde grappen maakt over pijnlijke zaken en zich niet bekommert om de gevoelens van anderen. Cynici zijn van die akelige ellendelingen die ieder aardig idee direct de grond in boren. Met dat soort lui komt nooit iets van de grond. Maar het tegenhouden van wat wij beschaving noemen was juist het doel van de oorspronkelijke Cynici. Geluk is volgens hen niet te zoeken in welvaart en macht. De Cynici pleitten voor eenvoud, voor het afstand doen van bezit en een terugkeer naar de natuur. Zo vormden zij een tegengeluid in een wereld die in hoog tempo ingewikkelder werd.

In de tijd van de Helleense rijken vormden de Cynici een invloedrijke stroming met veel volgelingen. Maar ze hadden concurrentie. De volgende aflevering gaan we kennismaken met de hedonisten.

Deze serie verscheen eerder op Historiek.nl en Sargasso.nl.

Quote du Jour: David van Reybrouck en de nietigheid van het terrorisme

In zijn brief aan Hollande spreekt David van Reybrouck Hollande aan en uit hij zijn afkeer van de oorlogstaal die uitgeslagen wordt naar aanleiding van ‘Parijs’. Hij vergelijkt het met de oorlogstaal na 11 september, die leidde tot de inval in Irak, zonder welke inval volgens hem IS geen kans had gekregen te ontstaan. Sowieso een analyse waar ik mij in kan vinden, maar dan komt het:

Het perscommuniqué van IS roemde “de minutieus gekozen plekken” van de aanslagen, uw eigen diensten beklemtonen ook het professionalisme van de plegers, wat dat betreft spreken jullie dezelfde taal. Maar daar lijkt het toch niet op? De drie die naar het Stade de France gingen waar u de vriendschappelijke voetbalmatch tegen Duitsland bijwoonde, leken wel amateurs. Kennelijk wilden ze binnendringen, misschien wel om een aanslag op u te plegen, dat kan. Maar wie zichzelf opblaast naast een McDonald’s en slechts één iemand meesleurt in de dood is een slechte terrorist. Wie met drie zelfmoordaanslagen slechts vier doden maakt, terwijl er even later een mensenmassa van 80.000 mensen naar buiten kwam, is een prutser. Wie met vier kompanen een zaal wil uitmoorden maar niet eens de nooduitgang blokkeert, is geen strategisch genie.

Er zijn maar weinigen die de nietigheid van het terrorisme beschrijven. Iedereen dicht terroristen enorme macht en precisie toe – een macht en precisie die ze zelf graag zouden willen hebben, maar absoluut missen; daarom kiezen ze ook voor terrorisme. Had IS werkelijk de slagkracht die velen hen toedichten, dan vielen er wel iedere dag doden, in iedere Europese stad. Dat dat niet gebeurt, bevestigt de bijzonder beperkte macht van IS in Europa.

Deze post verscheen eerder op Sargasso.nl

Quote du Jour: David van Reybrouck en de nietigheid van het terrorisme

In zijn column van gisteren spreekt David van Reybrouck Hollande aan en uit hij zijn afkeer van de oorlogstaal die uitgeslagen wordt naar aanleiding van ‘Parijs’. Hij vergelijkt het met de oorlogstaal na 11 september, die leidde tot de inval in Irak, zonder welke inval volgens hem IS geen kans had gekregen te ontstaan. Sowieso een analyse waar ik mij in kan vinden, maar dan komt het:

Het perscommuniqué van IS roemde “de minutieus gekozen plekken” van de aanslagen, uw eigen diensten beklemtonen ook het professionalisme van de plegers, wat dat betreft spreken jullie dezelfde taal. Maar daar lijkt het toch niet op? De drie die naar het Stade de France gingen waar u de vriendschappelijke voetbalmatch tegen Duitsland bijwoonde, leken wel amateurs. Kennelijk wilden ze binnendringen, misschien wel om een aanslag op u te plegen, dat kan. Maar wie zichzelf opblaast naast een McDonald’s en slechts één iemand meesleurt in de dood is een slechte terrorist. Wie met drie zelfmoordaanslagen slechts vier doden maakt, terwijl er even later een mensenmassa van 80.000 mensen naar buiten kwam, is een prutser. Wie met vier kompanen een zaal wil uitmoorden maar niet eens de nooduitgang blokkeert, is geen strategisch genie.

Er zijn maar weinigen die de nietigheid van het terrorisme beschrijven. Iedereen dicht terroristen enorme macht en precisie toe – een macht en precisie die ze zelf graag zouden willen hebben, maar absoluut missen; daarom kiezen ze ook voor terrorisme. Had IS werkelijk de slagkracht die velen hen toedichten, dan vielen er wel iedere dag doden, in iedere Europese stad. Dat dat niet gebeurt, bevestigt de bijzonder beperkte macht van IS in Europa.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Wouter Bos is het Grote Verhaal kwijt

COLUMN – Wouter Bos vergist zich: zoals ieder collectief heeft de PvdA heeft wel degelijk een Groot Verhaal. Alleen is de partij niet eerlijk in het presenteren daarvan. 

In zijn laatste excuuscolumn in de Volkskrant van afgelopen woensdag probeert Wouter Bos uit te leggen waarom het de PvdA volkomen ontbreekt aan het ‘Grote Verhaal’. Zijn redenering is als volgt: je gaat als persoon met een Groot Verhaal het politiek in, en daarna wordt het vanzelf modderen hoe meer compromissen je sluit, met ten eerste je eigen partij, en vervolgens met coalitiepartners. Het klinkt aannemelijk, maar het is grote onzin.

Het collectief is groter dan het individu

Bos vergeet dat een partij vaak juist een “Groter Verhaal” heeft dan een individu. Sterker nog, dat zou volgens veel denkers in gezond democratisch proces juist het geval moeten zijn. Een compromis is namelijk zeker niet altijd minder dan het origineel. Sterker nog, een compromis kan ook een synthese zijn van ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen, waarbij die beide belangen verenigd zijn in een hoger ideaal.

Zoals de verzorgingsstaat bijvoorbeeld niet alleen maar het knuffelen van mensen inhield, maar daarbij een stabiele afzetmarkt schepte, waarin het voor ondernemers nog makkelijker was om veel geld te verdienen. Of denk aan hoe in onze geschiedenis de godsdienststrijd eindigde in de godsdienstvrijheid en een scheiding van kerk en staat.

Ook al lijkt dat vandaag de dag de staande praktijk, het zogenaamde compromis is hier dus niet alleen maar zomaar water bij de wijn doen. Een goed compromis is juist het vinden van een hogere waarheid, oftewel een Groter Verhaal. Dit is de kerngedachte van het dialectisch denken van Hegel, wat door Marx is overgenomen. Jammer dat Bos dit filosofische gedeelte van de stamvader van het socialisme (waarin hij het socialisme overigens overstijgt) volledig lijkt te vergeten.

Het Grote Verhaal van de PvdA

Goed, tot zover de theorie. Terug naar de PvdA. Ook de PvdA zelf heeft wel degelijk een Groot Verhaal, een gezamenlijk ideaal, een grote lijn waar stevig op gekoerst wordt door al die mensen die de PvdA vormgaven en elkaar in die partij vonden. Alleen, dat is het probleem, de partij probeert dat Grote Verhaal voor de kiezer verborgen te houden, want zo links is dat verhaal uiteindelijk niet. De grote lijn van het PvdA-beleid is sinds de jaren 90 voor de goede verstaander echter vrij duidelijk: het vrije marktdenken van de VVD is volledig overgenomen, privatiseren waar mogelijk is het credo, aangevuld met de visie dat sociaal zwakken door de overheid met behulp van private partners geactiveerd dienen te worden (betuttelsocialisme). De rest is bijzaak.

Ziehier de lijn van Kok tot Asscher/Klijnsma. Bezuinigen op thuiszorg, onderwijs, jeugdzorg, allemaal prima, de tucht van de markt, maar wel extra geld uit blijven trekken voor coaches en andere fopjobbers die zogenaamd banen moeten opleveren. Plus het inbouwen van zoveel mogelijk strafmaatregelen- eh –  prikkels. De eigen top kan na de rit een leuke bestuursfunctie krijgen bij een semi-privaat bedrijf – het moet allemaal wel motiverend blijven voor degenen die het doen natuurlijk.

Dat is in de realiteit het Grote PvdA-verhaal. Allemaal heel consistent, alleen is dat natuurlijk nooit het verhaal wat gepresenteerd wordt tijdens de verkiezingen, want de achterban is daar nu eenmaal niet zo van gecharmeeerd als de beleidsmakers zelf.

Dat gaat een tijdje goed. Na iedere klap presenteert men een nieuwe lijsttrekker met een ‘lekker kontje’ of een rappe vogel die zo vaak de term ‘het eerlijke verhaal’ laat vallen dat je hem bijna weer zou gaan geloven. Maar dit bedrog is natuurlijk eindig. De PvdA staat in de peilingen nu lager dan ooit en ik hoop dat de wet dat een partij die flink verliest in de peilingen nog verder down the drain gaat tijdens de verkiezingen ook dit keer weer uitkomt. De kiezers kunnen zich dan verdelen over de SP, D66 en GroenLinks. Partijen waar je ook van alles op aan kan merken maar ze zijn tenminste duidelijk.

Wilders’ Grote Verhaal

In de titel van zijn column maakt Bos overigens al zijn grootste vergissing. Hij stelt dat Wilders de enige politicus is met een ‘zuiver Groot Verhaal’. Inderdaad, Wilders is een éénling die alles zelf kan bedenken en zijn verhaal nooit hoeft te toetsen aan de realiteit. Maar een groot verhaal wordt het daarmee juist niet. Hij heeft vooral negatieve punten: minder Europa, minder Islam, grenzen dicht etc. Voor sociale zekerheid, in de zorg, over infrastructuur, onderwijs en zelfs defensie ontbreekt ieder verhaal en zwalkt de PVV vrolijk rond terwijl haar leider de ene dag het ene standpunt inneemt en de andere dag de andere. Omdat hij nergens verantwoordelijkheid neemt en nergens zijn handtekening onder zet wordt, hij er ook niet op afgerekend.

Wee de politicus die dit verwart met een Groot Verhaal. Die is zijn eigen verhaal in ieder geval volledig kwijt.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Kabinet trekt 150 miljoen euro uit voor meer begeleiding werklozen

Terecht commentaar op Facebook:

“Jippie, nog meer fopjobbers en coaches en andere ellende op je nek, daar zaten we op te wachten! Ik zeg ruk open die champagne. Hoeveel geld moet er uitgegeven worden aan begeleiding naar werk dat er niet is?”

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Humaan vluchtelingenbeleid rendeert

OPINIE – Het huidige beleid voor vluchtelingen lijkt er volledig op gericht te zijn een groep mensen te kweken die de samenleving zoveel mogelijk schade aandoet. Tegenover dit beleid van versobering en afschrikken staat humaan beleid. En dat rendeert veel beter.

De zogenaamde vluchtelingencrisis houdt Europa en Nederland nu al maanden bezig. Zowel de burgers als de politiek lijken totaal overvallen te zijn door de komst van veel Syrische vluchtelingen. Door overmacht en uit puur populisme grijpt de politiek naar een beleid van afschrikking en versobering. Die afschrikking is een illusie, en gaat de problemen met vluchtelingen alleen maar groter maken.

Hieronder een paar van de mythes waarmee de kiezer door politici dagelijks worden bedrogen, gevolgd door een alternatief waarmee we gezamenlijk de problemen veel beter aan zouden kunnen pakken. Want dat alternatief is er wel degelijk.

De mythe van de dichte grenzen

Nog steeds gonst in Europa de mythe van de dichte grenzen. Als de grenzen maar dicht gingen, dan kwamen hier geen asielzoekers. Dit klinkt logisch, toch? In Nederland wordt deze illusie dan ook niet alleen door Wilders gevoed, maar ook door de VVD.

Uiteindelijk is het echter pure volksverlakkerij. Het beleid van de EU was altijd al gericht op dichte grenzen, op opvang in de regio en terugkeer wanneer dat mogelijk is. Wat Wilders en de VVD voorstellen is dus niets nieuws: dat is al decennialang staand beleid. Dit presenteren als een nieuw idee slaat dan ook nergens op.

Maar belangrijker: dit beleid heeft de EU en Nederland van de regen in de drup geholpen. De “regio” stroomde over en is nu zelf rampgebied geworden. Met enige vertraging kwamen de vluchtelingen dus uiteindelijk toch wel. Het enige effect van het dichte-grenzenbeleid is meer doden aan de grens, meer geld naar gewetenloze smokkelaars, en een EU die volkomen overvallen wordt door de komst van mensen die we al lang hadden kunnen zien aankomen.

Hoog tijd om de zaken verstandiger aan te pakken dus, zou je zeggen. Helaas geven ook de Nederlandse politici precies het verkeerde voorbeeld, en sturen ze aan op een sociale ramp.

De afbraak van sociale voorzieningen

Als we onze eigen kranten mogen geloven verloopt nergens in Europa het vluchtelingendebat zo negatief als in Nederland. Op zich niet zo vreemd. Want naast Wilders verkondigen ook politici van ‘gevestigde’ partijen, zoals Zijlstra en Buma, naast de mythe van de dichte grenzen, doodleuk dat de vluchtelingen de verzorgingsstaat bedreigen. De PvdA gaat daar vervolgens gewoon in mee.

Dit is pure bangmakerij, en een grove leugen bovendien. Zeker, de Nederlandse verzorgingsstaat staat onder druk. Maar dit komt niet door de vluchtelingen. Met het woonakkoord van 2013 van dit kabinet wordt de sociale huursector in versneld tempo verder afgebroken. Met de participatiewet van Rutte 2 wordt in praktijk de weg naar betaald werk voor uitkeringsgerechtigden juist moeilijker gemaakt: banen worden geofferd voor zogenaamde gedwongen vrijwilligers, en ieder eigen initiatief wordt keihard afgestraft. Door privatiseringen in de zorg lopen de zorgkosten nog veel sneller op dan werd verwacht.

Dit allemaal vervolgens in de schoenen van vluchtelingen schuiven is een gotspe. Deze problemen worden met hun komst slechts met minimale aantallen vergroot, want het aantal werkzoekenden en woningzoekenden in Nederland is – helaas – vele malen groter dan de stroom vluchtelingen.

Zeker, de vluchtelingen zijn arm, berooid, getraumatiseerd, en komen uit een andere cultuur, dus ze brengen problemen genoeg met zich mee. Maar aan de totale Nederlandse problematiek draagt die stroom getalsmatig niet veel bij. De waarschuwingen van Zijlstra en Buma in de slip van de PVV zijn daarmee niets meer dan bijzonder kwalijke paniekzaaierij.

Opvangprobleem

Maar dit betekent nog niet dat de vluchtelingen zelf geen probleem voor de samenleving vormen, want dat vormen ze wel degelijk. Ook dit is echter grotendeels veroorzaakt door de landelijke en Europese politiek.

Ondanks dat het er in de wereld om ons heen helaas steeds onveiliger op werd, is onder de kabinetten Rutte tevens hevig bezuinigd op opvang en inburgering van vreemdelingen. Daarbij heeft de Europese politiek lang geprobeerd alle vluchtelingen in Zuid Europa in een paar centra te houden (‘de regio’), wat natuurlijk ook een keer moest klappen. De Grieken hadden dan ook wel wat andere probleempjes op te lossen dan een paar miljoen mensen huisvesten om ons in de luwte te houden, de Turken zitten praktisch middenin een oorlog, en Jordanië heeft op elke vier inwoners inmiddels één vluchteling. Dus die gaan zich niet druk maken over ons gekerm over een kleine honderdduizend mensen hooguit.

Enfin, daardoor komt er nu een prop vluchtelingen vrij, en die komen dus allemaal tegelijkertijd. En het is daardoor, en niet zozeer omdat ze denkt dat het wijsheid is, dat het kabinet nu eigenlijk niet veel meer kán regelen dan de provisorische opvang die nu geboden wordt. En dat is een hele ramp, want het maandenlang huisvesten van deze mensen in grote kazernes in afwachting van hun procedure, zonder enige privacy en zonder bezigheden, is met het oog op de zorg voor de hoge kosten van vluchtelingen het aller-stomste wat we maar kunnen doen.

Vragen om problemen

Als we zou willen dat deze mensen de belastingbetaler zoveel mogelijk geld kosten, dan konden we werkelijk niets beters verzinnen dan de procedure van vluchtelingen een half jaar uit te stellen en ze te verbieden om voor en tijdens hun procedure te werken. Daarbij krijgen we als bonus voor dit beleid een welig circuit van illegale arbeid. Want wie denkt dat al die mensen een half jaar op hun handen blijven zitten is goed gek.

Wie vervolgens de kans op afhankelijkheid van een uitkering na een asielprocedure zo groot mogelijk wil laten zijn, die kan werkelijk niets beters doen dan bruut snijden in de taalcursussen voor nieuwkomers en het zelf laten opdraaien voor de kosten daarvan, zoals dat de afgelopen kabinetten is geregeld. Het leren van de taal wordt met de mond gestimuleerd, maar financieel afgestraft.

Vluchtelingen allemaal bij elkaar zetten in een versoberde opvang tenslotte, dat is natuurlijk vragen om spanningen. Spanningen onderling en spanningen met de omgeving.

Eigenlijk kan je alleen maar geloven in de heilzame werking van dit beleid als je echt denkt dat de mensen hier komen voor een stel nieuwe tieten. Maar wie is er hier nu het gevoel voor realiteit verloren? Zelfs Zijlstra moest toegeven dat dit beeld met de praktijk niets van doen heeft. In praktijk blijft echt niemand door dit beleid weg, maar worden de problemen met vluchtelingen door deze maatregelen alleen maar groter gemaakt. Alsof we daarop zitten te wachten.

Wat dan wel?

Wat de politiek nu uitrolt voor de vluchtelingen is kortom het perfecte recept voor de kweek van nog meer mensen die zich afkeren van onze samenleving, terwijl zij hun weg vinden in het illegale circuit, de hand ophouden en/of zich onledig houden met criminaliteit. Lekker beleid is dat. De rechtse politiek is prima in staat de angsten van zijn eigen achterban te bevestigen. Zolang mensen geloven dat de vluchtelingen daar de schuld van zijn, komt de politiek er wel mee weg. Maar het is natuurlijk nog geen begin van een oplossing.

Maar wat dan wel?

Als de politiek de zorgen van haar kiezers serieus zou nemen, dan koos ze voor een totaal andere strategie. In de vluchtelingenopvang zou precies het tegenovergestelde moeten gebeuren van wat nu wordt gedaan, juist om de problemen tegen te gaan of te voorkomen. En dat is, heel on-Haags gedacht, door gebruik te maken van de energie onderop.

Geef vluchtelingen om te beginnen meteen het recht te werken, ook voor en tijdens hun procedure, zodat ze om te beginnen ook elkaar legaal kunnen helpen, en er geen schaduweconomie ontstaat.

Geef daarbij subsidie aan mensen die vluchtelingen de taal willen leren, ongeacht of ze nog in de procedure zitten, of daarop nog wachten. Hiermee ontstaat per direct werkgelegenheid voor Nederlanders, en krijgen vluchtelingen de kans sneller te integreren.

Geef de mensen verder meteen wat leefgeld. Dit wordt onmiddellijk besteed in de lokale economie, komt dus voor 50% direct weer terug in de schatkist, en komt verder dat deel van de gemeenschap dat geconfronteerd wordt met de komst van vluchtelingen ten goede. Het bevordert daarbij de integratie in onze samenleving.

Ongeacht de uitslag van de procedure

Bovenstaand kan en moet allemaal geregeld worden ongeacht de vraag of die mensen uiteindelijk ooit terug moeten, willen en/of kunnen. Het gevaar dat mensen uiteindelijk hier blijven wordt er echt niet groter op, want onze asielprocedure kijkt alleen maar naar het verleden, en niet naar de toekomst en mogelijkheden van mensen in (en voor) ons land. Ook dit slaat trouwens nergens op, want waarom zou je iemand uitzetten die prima geïntegreerd is en goed voor zichzelf kan zorgen? In ons land vinden we dat echter normaal, swa.

Hoe dan ook is het geen verloren moeite om mensen, zolang zij hier zijn, ook bezig te houden, en ze te laten proeven aan onze stabiele samenleving. Hun uitgaven en inspanningen komen onze economie ook gelijk ten goede. En uiteindelijk rendeert dergelijk beleid via de mensen die wel mogen blijven. Gezien de oorlog en ellende in Syrië en Eritrea nog wel even voort lijken te blijven duren, zal dat voor het grootste deel van de mensen gelden. En wanneer mensen teruggaan terwijl ze hier wel een band met het land hebben opgebouwd, biedt dit alleen maar kansen voor onze internationale economie.

Lokaal aanpakken

De EU en onze centrale overheid zijn de regie volkomen kwijt, en weten niets anders te melden dan dat de vluchtelingen een half jaar of misschien nog veel langer moeten wachten op hun intake. Verder komen ze met niets dan zinloze verboden die de schade hier alleen verergeren, en massavoorzieningen die om te janken zo slecht zijn. En hekken, vooral veel hekken. Hekken die niemand tegenhouden maar die diepe wonden veroorzaken, en de verkeerde mensen rijk maken.

Maar er is ook positief nieuws. Ondanks de ronduit negatieve berichtgeving over zowel de vluchtelingen als over onze eigen bevolking ontstaan lokaal talloze initiatieven om vluchtelingen te helpen. De beste manier om deze crisis te bezweren is dan ook dit lokale initiatief te stimuleren, door gebruik te maken van de inzet en creativiteit van Nederlandse burgers en vluchtelingen zelf. Landelijk moet dan alleen budget vrijgemaakt worden. Centrale organen als het COA kunnen maar beter niets meer willen zijn dan een distributiekantoor van geld. Laat de rest maar door de mensen en de gemeenten uitzoeken.

En sta ook vooral toe dat de vluchtelingen zoveel mogelijk verspreid worden opgevangen, in plaats van dat ze expres in grote groepen worden samengeklonterd. Door spreiding toe te staan, zelfs te stimuleren, hoeven lokale gemeenschappen zich niet ‘overspoeld’  te voelen, en ontstaat het natuurlijke contact tussen deze mensen en de mensen die hier geboren zijn. Zorg daarbij ook vooral voor genoeg privacy voor vluchtelingen, om de onderlinge spanningen die er in die groep zijn niet te laten groeien.

Humaan beleid is welbegrepen eigenbelang

Bovenstaand beleid is wat men noemt ‘humaan beleid’. In het politieke spectrum wordt humaan beleid vaak slechts verdedigd als morele of juridische plicht. Erg dom, want plicht is nooit leuk, en het zijn gelukkig niet de enige argumenten om het zo aan te pakken. Juist humaan beleid is een zaak van welbegrepen eigenbelang. Bovenstaand rijtje kost wat, maar geen honderden miljarden zoals die in de sociale zekerheid en de zorg rondgaan. Het gaat om slechts een fractie daarvan. En het levert ook wat op.

Om te beginnen levert het op langere termijn meer geld op. Maar vooral ook levert het wat op in hoe de komst van de vluchtelingen in ons land ervaren wordt. Linksom of rechtsom is de realiteit nu eenmaal zo dat er vluchtelingen rondlopen binnen de grenzen van de EU. Hen met afschrikbeleid heel de EU doorjagen en ze in ledigheid opsluiten in grote centra, dat is echt vragen om problemen, en om blijvende hoge maatschappelijke kosten. Het vergt geen groot gevoel van solidariteit met de hele wereld om te bedenken dat wat we nu doen ons verder in de problemen gaat brengen. Het vergt ook geen diep respect voor de internationale wetgeving om te beseffen dat kiezen voor humaan beleid uiteindelijk het meest oplevert. Het gaat hier gewoon om de keuze tussen leven in blinde ontkenning, en eieren voor ons geld.

Tenslotte: actie

Misschien heb je dit allemaal gelezen en vind je het wel mooi, maar schud je je hoofd omdat je denkt dat dit toch nooit wordt overgenomen. En inderdaad, als dit van Den Haag uit moet komen, dan kunnen we lang wachten. Buiten de SP die pleit voor gespreide opvang en investering in de lokale economie, en GroenLinks die wat mompelt over meer dan bed bad en brood, hoor je daar ook niet veel. Van PvdA tot Ultrarechts gaat men volledig mee in het frame van versobering, isolatie en massa-opslag. Terwijl dit de problemen alleen maar verergert. De landelijke politiek en het journaille zijn alleen maar uit op sensatie en paniek zaaien, omdat het op korte termijn het goedkoopste is, en omdat angst en sensatie nu eenmaal lezers en kiezers opleveren. De brokstukken van deze sensatiedrang zullen we als burgers zelf weer moeten opruimen.

Welnu, laten we daar zo vroeg mogelijk mee beginnen. Om te beginnen door nu het landelijk op te roepen om eindelijk eens te handelen als volwassenen in plaats van als kleine kinderen, en verantwoordelijkheid te nemen, door te kiezen voor humaan beleid, in het belang van iedereen, inclusief de Nederlandse samenleving.

De hier aangelinkte petitie werd opgezet door mensen die zelf dagelijks met vluchtelingen bezig zijn. Domweg omdat ze nu eenmaal bij hen om de hoek zijn neergezet. Ik tekende al. Jij ook? Graag. En verspreid vooral dit stuk ook via de sociale media met een oproep deze petitie tekenen. De energie moet van onderaf komen.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Aftrap Zwarte Pietendiscussie op Joop en TPO

En daar zijn we weer, met de jaarlijkse traditie die heel Nederland elkaar de hersens in laat slaan: de zwart-Pietdiscussie. Eigenlijk duurt deze discussie inmiddels al het hele jaar, net zoals dat pepernoten tegenwoordig inmiddels ook het hele jaar door te verkrijgen zijn, maar we moeten natuurlijk niet vergeten dat vooral November traditioneel gezien doorgebracht wordt met wild geraas. Fraaie stukjes in de zin van de aftrap vallen te lezen op Joop.nl en TPO.

Joop gaat er met gestrekt been in met een stuk met als titel: “Weert duwt oud-Hollandsch racisme door asielzoekersstrot” als reactie op een stel vrijwilligers die voor de vluchtelingen een sinterklaasfeest wil organiseren, uitdrukkelijk mét mijn vriend uit mijn kindertijd die ik de laatste jaren heb zien verworden tot de mascotte van lomp Nederland: binnenkort vervangt hij naar het schijnt de meeuw in het logo van de PVV.

Tsja, je kan je afvragen of het zo handig is om juist met dat aspect van onze cultuur te komen waar heel Nederland elkaar inmiddels jaarlijks over in de haren vliegt. Maar om nu gelijk met zo’n kop te komen is pure polarisatie en sensatiezucht. Gelukkig is daar TPO die daar van de andere kant feitelijk net zo hard tegenin gaat, met de zin:

Het is onduidelijk waarom een, naar eigen zeggen, ‘verschillige’, ‘betrokken’ en ‘sociale’ publieke omroep tegen het blijmaken van asielzoekers en hun kinderen is.

Opgelegde naïviteit alsof die hele zwarte pietendiscussie niet bestaat. Nee, daarmee komen we verder. Het stukje op Joop en het stukje op TPO zijn even tendentieus: ze blinken beide uit in hijgerigheid om nog even wat olie op het vuur te gooien. Ons journaille anno 2015.

Ik kan zelf niet wachten tot over een paar jaar de roetpiet overal uitgerold is zodat we eindelijk weer een normaal kinderfeest hebben, zonder dat de één de ander voor racist uitmaakt en de ander de één vervolgens antwoordt met puur opgelegd onbegrip dat niet zelden uitmondt in uitingen van daadwerkelijk racisme.

Want meer dan alles wil ik graag een keer van die kinderachtige discussie af. Hoe dan ook, Zwarte Piet stond de laatste tijd een beetje op een laag pitje. Momenteel wordt ons land namelijk door een andere discussie in beslag genomen: die over de vluchtelingen zelf.

Een bericht dat ik daarover veel hoor van mensen die met vluchtelingen werken is dat het die vluchtelingen vooral verbaast dat de EU zo door hun komst overvallen is. Hadden we dan helemaal niet door dat er in Syrië een oorlog woedt? Eh jawel, maar eh… wij hebben hier politici die denken dat ondanks dat we dat al jaren proberen de grenzen écht dicht kunnen en ‘de regio’ het wel opvangt, en eh, dat mensen hier niet komen om te vluchten voor een oorlog maar voor een borstvergroting, dus tsja…

Het idee dat we ons als continent wel even zouden kunnen onttrekken aan de gevolgen van ontwikkelingen in de wereld in onze achtertuin stuit bij veel vluchtelingen op onbegrip, en de praktijk wijst uit: terecht. Maar binnenkort zullen zij zien waar we het al die tijd dan wél zo druk mee hebben gehad, en dan komt het begrip. In plaats van de presentatie van ons kinderfeest krijgen zij namelijk een land te zien waarin de mensen zich gedragen als kleine kinderen, en waarin discussies dat niveau niet overstijgen.

Wijnberg is de weg kwijt

Rob Wijnberg gebruikt filosofisch relativisme om het innemen van een positie in het vluchtelingendebat te vermijden. Dan heeft hij toch het relativisme niet goed begrepen. 

Iedereen heeft wel eens mindere momenten. Rob Wijnberg, die ik over het algemeen erg sterk vond in zijn opinies, lijkt echter de laatste tijd wat verder de weg kwijt. Vol verbazing las ik zijn laatste stuk bij de Correspondent, waarin hij dat ook feitelijk zelf toegeeft. Hij gebruikt hier filosofisch relativisme om geen positie in te nemen in het vluchtelingendebat. Hoe je het ziet, dat is immers een kwestie van perspectief, meent Rob. En dus stelt hij:

“Solidariteit, is dat: je land openstellen voor hen ver weg, of je land behouden voor hen die het hebben opgebouwd?

Compassie, is dat: opkomen voor het lot van de vreemdeling in een oorlog, of voor die van je buurman die naast het azc woont?”

Bij zulke regels uit de pen van een filosoof valt mijn mond open van verbazing. Goed, je kan natuurlijk een eigen-volk-eerst-gedachte verdedigen, met pragmatische argumenten. Maar noem het dan geen solidariteit en compassie, want dat is het niet.

Nog even los van de vraag of solidariteit en compassie goed of slecht zijn, het zijn nu eenmaal begrippen die van zichzelf geen ruimte laten voor keuzes. Je kan stellen dat het opnemen van vluchtelingen te duur is en de welvaartsstaat in gevaar brengt. Als je kijkt naar de aantallen vluchtelingen waar dat over gaat is dat overigens volkomen onterecht, maar theoretisch is het natuurlijk helemaal waar dat wie oneindig solidair is en oneindig veel compassie heeft, dit niet lang vol zal houden. Want de wereld op zijn schouders dragen, dat kan alleen Atlas. Maar als je grenzen en voorwaarden stelt aan je solidariteit en compassie, is dat van zichzelf natuurlijk geen solidariteit en compassie.

Opvallend ook dat hier het relativisme wordt gebruikt om een politieke discussie uit de weg te gaan. Het doet me denken aan hoe het cultuurrelativisme normaal gehekeld wordt door het rechterkamp: als alle culturen gelijk zijn, dan kan je nooit kritiek hebben op een andere cultuur.

Ik heb dat altijd onzin gevonden. De filosofische relativist die denkt dat zijn relativisme het oordelen in de weg staat, moet dringend terugkeren tot de koning van het relativisme, de filosoof met de hamer, Friedrich Nietzsche. Een pure relativist, maar één met passie. Wie geen oordeel durfde te geven, was volgens hem een lijk, die verloochent zichzelf. En met Nietzsche waren bijvoorbeeld ook de filosofen Jean Paul Sartre en Foucault diepe relativisten. Je kan je ook deze mannen onmogelijk verwijten onpartijdige twijfelaars zonder oordeel te zijn. Deze filosofen vonden in hun relativisme juist de basis voor hun activisme. Twijfel is altijd goed, maar dat neemt niet weg dat we al twijfelend wel keuzes kunnen maken. En laten we dat als filosofen vooral blijven doen. Anders is onze twijfel voor niets.

Dit blog verscheen eerder op Sargasso.nl

De Roze Khmer en de Vrijheid van Meningsuiting

Kennelijk heeft het slagen van een oproep voor een referendum nogal indruk gemaakt, want de NRC vond het anno 2015 weer eens nodig een analyse te plaatsen van het weblog GeenStijl. Helaas stelt die analyse nogal teleur:  “GeenStijl heeft geen ideologie, het weblog schopt slechts tegen de gevestigde orde, zonder duidelijk te maken waar ze zelf voor staan”, schrijft Andreas Kouwenhoven op zaterdag 18 oktober in zijn analyse. Weliswaar tekent hij dit op uit de mond van een hoogleraar, maar hij stelt er vervolgens geen enkel vraagteken bij. GeenStijl verzet zich volgens het artikel consistent tegen het establishment en heeft daarmee geen politieke agenda. Het weblog vindt het gewoon leuk om ‘hypocrisie aan te tonen’.

De stijl
Die stelling lijkt mij klinkklare onzin. Als het waar zou zijn dat GeenStijl consequent anti-establishment zou zijn, dan zou het weblog immers ook wat doen met de onvrede van mensen met een meer ‘linkse’ agenda jegens de overheid. Geen woord echter over bijvoorbeeld de ‘dwangarbeid’ van staatssecretaris Klijnsma en minister Asscher. Laat staan dat er klachten zouden komen als het establishment in al haar wijsheid besluit om twee soorten rangen burgers te introduceren in Nederland. Het weblog grossiert daarentegen in stukken tegen de EU, tegen de komst van vluchtelingen, en voor een harde lijn ten opzichte van criminaliteit. GeenStijl volgt in haar stukken kortom een zuivere conservatief-rechtse agenda die een flink eind in de richting gaat van de beweging van Geert Wilders en het huidige rechtse kabinet.

En als het gaat om hypocrisie is GeenStijl zelf ongeslagen. Racistische opmerkingen als rifaap en dobberneger horen bij het dagelijkse vocabulair, maar als een outsider op Twitter een grapje maakt dat 0,01 scoort op die schaal van foutheid is het een racist van de hoogste orde. Daarbij weet GeenStijl zelf, door de stijlvorm die ze kiest, op een handige manier de taboes te omzeilen die in onze samenleving gelden. Taboes die zij andere schrijvers echter wel oplegt. En wanneer ze aangevallen worden op hun guerrillajournalistiek is het antwoord dat klinkt steevast dat wat ze doen wel wettelijk is toegestaan.

Vorm en inhoud
“Hun stijl is dat ze geen stijl hebben.”, schrijft de NRC verder. Weer een tenenkrommende opmerking, want als er iets is wat het blog GeenStijl kenmerkt, dan is de zeer strakke stijl waarin op het blog geschreven wordt. Met een vast arsenaal aan taalgrappen die uit de internet-straattaal zijn overgenomen en een geheel eigen vocabulaire zijn gaan vormen bedrijft GeenStijl een op zich knappe vorm van formulejournalistiek. Een stijl die overigens niet zomaar uit de lucht komt vallen. In 2013 publiceerde Merijn Oudenampsen in ‘De Groene Amsterdammer’ een artikel waarin hij dieper ingaat op de stijl van GeenStijl. De stijl van GeenStijl, zo betoogt hij, is voor een groot deel ontleend aan Reve: ‘enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!’ Het klinkt inderdaad bekend in de oren.

Oudenampsen gaat daarnaast in op de politiek van GeenStijl, die ook in de lijn van Reve lijkt te liggen. Maar meer meent hij dat GeenStijl zich voor wat betreft de inhoud laat inspireren door de negentiende-eeuwse filosoof Friedrich Nietzsche. Het zogenaamde ‘Hufter Manifest’ van GeenStijl omschrijft hij als “een knappe vertaling van enkele Nietzscheaanse thema’s naar het domein van de populaire cultuur”. Het gaat dan om de thema’s van verzet tegen de christelijke naastenliefde en het socialistische gelijkheidsdenken. De Gutmenschen vertegenwoordigen in die visie de Nietzscheaanse slavenmoraal, waar de “hufters” zo dapper en onafhankelijk zijn om voor de Nietzscheaanse herenmoraal te kiezen.

Oudenampsen wijst daarbij terecht op de paradox die hierin zit: het aristocratische gescheld van Nietzsche op de kuddementaliteit van het gewone volk wordt door GeenStijl gebruikt om een bende reaguurders op te hitsen die zich juist bij uitstek gedraagt als een kudde. Daar valt overigens nog bij op te merken dat Nietzsches hyper-individualisme* maar weinig te maken heeft met het nationalisme en de eigen-volk-eerst-gedachte waar GeenStijl zich steeds meer mee blijkt te identificeren.

Activisme
Niettemin is het stuk in de NRC een schokkende bloemlezing aan bedreigingen en door GeenStijl opgeklopte hetzes. Daarbij onderstreept de krant de politieke macht die het weblog inmiddels heeft. De conclusies blijven echter uit. Kouwenhoven gaat helemaal mee in het verhaal dat GeenStijl geen politieke agenda zou hebben en slechts ‘ironisch’ zou zijn. Hij wijst erop dat GeenStijl braaf afstand neemt van iedere bedreiging door de eigen achterban.

Ondertussen weten de redacteuren van GeenStijl echter maar al te goed dat het publiek waar ze voor schrijven de stukken allerminst als ironisch opvat. Waar GeenStijl zich vrij succesvol verschuilt achter het excuus dat haar stukken zouden druipen van de ironie, slikt de GeenStijl-achterban het onophoudelijke gebash van Gutmenschen en alles daarmee wat naar links progressief gedachtegoed ruikt immers voor zoete koek. Wanneer iemand door GeenStijl een ‘walgelijke racist’ wordt genoemd, regent het aan zijn adres en aan dat van zijn werkgever doodsbedreigingen. GeenStijl neemt daar dan vervolgens keurig afstand van, maar is er aan de andere kant niet vies van om waar nodig de bijbehorende adressen te publiceren. Daarmee wordt het afstand nemen feitelijk slechts een formaliteit.

Ook heeft GeenStijl de gewoonte opgevat om al dan niet vermomd als het dochtertje PowNed met een camera iemands privésfeer in te stappen, hem af te zeiken, en de stukjes film geknipt op de nationale televisie te vertonen zodat iemand maximaal voor lul staat. Op deze wijze heeft GeenStijl al meerdere malen karaktermoord gepleegd op politici en publicisten, door niet alleen in te gaan op hun rol als politicus of publicist, maar door ze juist aan te vallen als burger, in hun privésfeer of op hun werk.

Beide verschijnselen zijn maar moeilijk te onderscheiden van intimidatie. Niet onterecht wijst Oudenampsen er dan ook op dat de formule van GeenStijl de ironie ver voorbij is. Als het er al ooit wat van weg had. GeenStijl is een club met een duidelijke politieke agenda en een activistisch karakter, en een gewillige horde volgelingen (de zogenaamde ‘Roze Khmer’) die mensen met een stevige andere mening met regelmaat bedreigt. En de gevestigde media loopt het kennelijk zo dun door de broek dat ze dat weigeren op te schrijven. Waarvan akte.

En wat moeten we hiermee?
Goed. Voordat ik een kudde roeptoeterende GeenStijlreaguurders op mijn dak krijg die mij beticht van het criminaliseren van een populair weblog: ik pleit hier geenszins voor het strafrechtelijk aanpakken van GeenStijl. Dat zou alleen maar een averechts effect hebben, los van dat het volgens mij ook onwenselijk zou zijn om op die wijze een inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting waar in ieder geval formeel nog keurig netjes binnen de juridische lijntjes gekleurd wordt.

Wel ben ik ervoor om bedreigingen op het internet nog veel serieuzer te nemen dan nu al het geval is, en strenger te vervolgen. Ook zou er mijns inziens wel wat voor te zeggen zijn om mensen via de wet beter te beschermen tegen het uitzenden van gefilmd materiaal van zichzelf zonder toestemming en het publiceren van privégegevens.

Maar nog veel belangrijker van deze analyse voor schrijvers met een andere politieke kleur is mijns inziens de waarschuwing dat we vooral niet moeten wegduiken voor de waarheid. Als een ‘roze horde’ zich schuldig maakt aan intimidatie, noem dat dan ook zo, en zit er niet slap omheen te leuteren. En probeer het niet goed te praten door het blog een kwaliteit toe te dichten die het niet heeft. Het blind publiceren van een anonieme brief van een lekkende ambtenaar is nog altijd iets anders dan ‘diep graven’, en een site die door middel van lulkoek en geroeptoeter haar lezers wijsmaakt dat Oekraïne bij de EU ingelijfd gaat worden, of dat een handjevol asielzoekers daadwerkelijk onze verzorgingsstaat zou bedreigen, die levert geen ‘waardevolle bijdrage aan het debat’. Zo een site is ondanks dat veel mensen erin trappen nog altijd niets anders dan een geslaagde clown, en als we ze per se serieus moeten gaan nemen, dan is het gewoon een bende leugenachtige ophitsers. En dat mag best benoemd worden.

 

* <Academicus-alert>In feite bestaat bij Nietzsche zelfs het individu niet: het valt uiteen in verschillende willende krachten (sentimenten) die regelmatig met elkaar in gevecht zijn. De misinterpretatie van Nietzsche door nationalisten in hun eigen voordeelis overigens bepaald niet ongewoon. Maar de filosoof zelf zag plat nationalisme als een bijzonder domme vorm van kuddegedrag.</academicus-alert>.

Liever een Vrije-inloopbijstand dan een Participatie-inkomen

ANALYSE – Een Participatie-inkomen vergroot de bureaucratie enorm, terwijl een vrije-inloopbijstand deze verkleint en veel meer voordelen van het basisinkomen meepakt. 

Een klein half jaar terug vonden we in hoogleraar economie Raymond Gradus nog een fervent tegenstander van de gedachte van het basisinkomen. In de Volkskrant publiceerde hij in ieder geval een artikel met argumenten die wel erg makkelijk te weerleggen waren. Gisteren publiceerde hij in Trouw met zijn collega Govert Buijs echter een column waarin hij al half met de gedachte mee lijkt te gaan.

In dit artikel doet Gradus in ieder geval wat hij een half jaar geleden met zijn lofzang op de huidige vormgeving van de sociale zekerheid liet: hij benoemt enkele van de problemen van het huidige sociale stelsel die voor mensen die gecharmeerd zijn van het basisinkomen als motivatie gelden. Hij en zijn collega benoemen nu de relatieve rechteloosheid van zzp’ers en flexwerkers in het huidige sociale stelsel, de steeds groter wordende druk op mensen om ooit betaalde werkzaamheden in de zorg maar gratis in hun vrije tijd op te knappen en de flexibilisering van de arbeidsmarkt plus de bijgaande onzekerheid voor werknemers die dat met zich meebrengt. Ook de armoede- en schuldenproblematiek worden terloops genoemd. Waarvoor hulde.

Gradus en Buijs’ ideeën over hoe daarmee om te gaan zijn in het stuk helaas maar weinig uitgewerkt. De twee lijken echter te pleiten voor een sociaal stelsel waarin mensen aan de sollicitatie-eisen van een sociale uitkering kunnen ontkomen door het opknappen van vrijwilligerswerk of het volgen van scholing. Verder lijken zij het sociale stelsel te willen versimpelen door het samennemen van verschillende uitkeringen, leningen en kortingen, zoals daar zijn de bijstand, het leenstelsel voor studenten, de zelfstandigenaftrek, de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.

Naar mijn idee zijn ze hiermee weliswaar half op weg, maar helaas juist precies de verkeerde weg ingeslagen.

 

Versimpeling is in ons hopeloos ingewikkelde sociale stelsel inderdaad erg wenselijk. Gradus en Buijs lijken echter vooral te willen versimpelen op terreinen waar het sociale stelsel in feite het minst ingewikkeld is: bij de inkomens- en vermogenstoetsen.

Daarmee maken ze de doelgroep gelijk bijzonder groot. Want als de inkomens- en vermogenstoetsen uit de uitkering verdwijnen, zal de doelgroep niet alleen de mensen met een uitkering behelzen, maar feitelijk heel Nederland. Tenzij het voorstel zou zijn dat werkenden uitgesloten worden, en dus feitelijk afstand moeten doen van de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de zelfstandigentoeslag die Gradus en Buijs opeisen voor de financiering van hun plan.

Gradus en Buijs stuiten hiermee kortom nu juist op de grootste moeilijkheid van het basisinkomen: de betaalbaarheid. Te meer daar ze in het systeem wel weer vast willen blijven houden aan dat wat ons sociale stelsel nu juist het meest onrechtvaardig, onrendabel en zinloos maakt: het idee dat de overheid mensen moet controleren op hun oprechte inzet, en de oprechte motivatie tijdens die inzet als deze niet rendabel blijkt te zijn. Dus heel Nederland maandelijks op bezoek bij de sociale dienst om te kijken of er in de ogen van de heren ambtenaren wel genoeg en op de juiste manier geparticipeerd wordt? Als dit met een bestand moet gebeuren dat ten opzichte van de bijstand groeit met een factor tien, ontstaat er naast een financieringsprobleem ook een enorm uitvoeringsprobleem. 

Het duo begint dus al met of een fikse lastenverzwaring voor heel werkend Nederland, of een explosie van de sociale zekerheid, en in het slechtste geval beide. Ik hoop niet dat het hier nodig is om nog meer zinnen te wijden aan de (on)wenselijkheid en de (on)betaalbaarheid van zo’n systeem.

Gradus en Buijs doen hier precies het tegengestelde van wat we uit de hele discussie over het basisinkomen hadden kunnen concluderen: namelijk dat die controles en die hele zogenaamde prikkelindustrie een bijzonder kostbare en louter contraproductieve illusie is.

Het vasthouden aan het idee van die controles is puur emotioneel. De heren hebben het over ‘het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid in solidariteit’. Waar de wederkerigheid centraal staat in de Christenlijke denken mogen ze mij eens aanwijzen, maar dit terzijde. Los van die rare verwijzing is de voor-wat-hoort-watmentaliteit natuurlijk iets dat breed gedragen is en wat mij op zich ook wel aanspreekt. Emotioneel gezien ben ik het ermee eens, dus.

Maar daarom is het zo jammer dat de heren hoogleraren niet een keer verder dan hun onderbuik kijken en hun blik eens richten op de feiten. Mensen doen, zo blijkt keer op keer, eerder minder dan méér wanneer ze achter hun broek gezeten worden door ambtenaren die beter menen te weten wat goed voor hen en hun omgeving is dan zijzelf. Om die paar uitvreters misschien te kunnen pakken (misschien: want in iedere wet zit een maas en handige jongens zijn er altijd) betalen we prijs dat we de apathie onder alle uitkeringsgerechtigden juist stimuleren.

Waarom van die kennis geen gebruik van gemaakt? Het is juist de zinloze en geldverslindende ambtelijke mallemolen waar het basisinkomen het eerst mee af wil rekenen, en dát maakt haar zo aantrekkelijk. Mijn conclusie uit de hele discussie is dan ook puur tegengesteld: laat juist die vrij makkelijk te controleren inkomens- en vermogenseisen intact (dat kan gewoon via de belastingdienst gecontroleerd worden: die heeft die data toch al), en begin vooral met het loslaten van alle andere toetredings- en behoudeisen in de bijstand, zodat feitelijk iedereen die zelfstandig leeft en onder een minimuminkomen blijft recht heeft op gedeeltelijke aanzuivering tot 70% van dit minimum*.

Dit systeem, dat ik de vrije-inloopbijstand gedoopt heb, heb ik eerder beschreven op onder andere Joop.nl. Anders dan bij alle andere voorstellen in het kader van een basisinkomen zijn de kosten van dit systeem vrij makkelijk in te schatten: het systeem zal uiteindelijk 20% goedkoper tot maximaal 80% duurder zijn dan de huidige bijstand**, terwijl grote winsten worden geboekt bij de armoedebestrijding en op andere uitkeringen op of onder het bijstandsniveau (en dat zijn dan natuurlijk weer extra bezuinigingen, waardoor het systeem eigenlijk de facto betaalbaar wordt).

Hiermee hebben we natuurlijk nog geen basisinkomen, maar we hebben wel de belangrijkste voordelen daarvan meegenomen, terwijl de kosten beheersbaar blijven. Tel uit je winst.

 

(*Meer uitgewerkt: Ik stel voor dat wanneer iemand voor zeg 50% werkt, hij naast zijn loon 70% van de resterende 50% het minimumloon ontvangt, met het minimumloon als absoluut plafond voor het totaal. Ik kan me voorstellen dat mensen deze zin vijf keer moeten lezen voordat het duidelijk is, maar dit is volgens mij de bondigste manier om het voorstel compleet toe te lichten.)

(**Uitgegaan wordt hier van de aanname dat de vrije-inloopbijstand interessant is voor iedereen die werkt en onder het minimumloon zit. Die groep mensen is ongeveer even groot als het totale bestand van de bijstand (100%). Op de bijstand wordt echter 20% bezuinigd aan uitvoeringskosten. Daarbij komt er werk vrij, dat onder de uitkeringsgerechtigden verdeeld kan worden. Als iedereen zijn werk uit zijn handen laat vallen betekent dat dus een kostenstijging van 80%. Als al het werk gedaan zal blijven worden (en de financiële consequenties daarvan zijn in dit systeem maximaal gunstig), is er een besparing van 20%. Dat is overigens als we de studenten nog even lekker blijven laten lenen. Iets wat ik natuurlijk zeer onwenselijk vind, maar laten we vooral stap voor stap blijven denken. )

 

De naïviteit van Rob de Wijk inzake TTIP

Rob de Wijk begrijpt niet waarom mensen demonstreren tegen TTIP. Maar er zijn genoeg redenen die gewoon op straat liggen. Als je daar geen weerwoord op hebt, schrijf er dan ook geen stukje over. 

Wat wisten die duizenden demonstranten in Europese steden over het trans-Atlantische handels- en investeringsverdrag TTIP dat ik niet weet?

… vraagt Rob de Wijk zich vandaag af in Trouw. Volgens hem zijn alle protesten tegen het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS voorbarig, omdat we nog helemaal niet weten wat er in het verdrag staat: de onderhandelingen zijn immers geheim.

Verdiep je eerst eens in de argumenten van degenen over wie je schrijft, Rob de Wijk. 

Om te beginnen weten de demonstranten wel degelijk meer dan Rob suggereert. Zij weten in ieder geval dat de mogelijkheid nog geenszins geblokkeerd is dat ISDS erin komt te staan, waarmee achter besloten deuren zal kunnen worden besloten dat een land schadevergoeding aan een bedrijf moet betalen wanneer dat in zijn belangen wordt geschaad door lokale wetgeving. Zeer waarschijnlijk komt dit omstreden punt er wel in te staan, want het blijkt een harde voorwaarde van de VS te zijn.

Maar vooral zijn de demonstranten tegen het verdrag juist vanwege dat het in het geheim wordt uitonderhandeld

Rob gaat daar in zijn stuk niet eens op in. Nee, liever verwijt hij de demonstranten alleen maar anti-EU-gekkies te zijn, die liever voor chaos kiezen dan voor samenwerking.

Ik vind dat nogal een belediging. Zelf ben ik, zoals Rob de Wijk, namelijk zeker niet tegen een handelsverdrag op zich. Sterker nog, daar ben ik een zeer sterk voorstander van. Harmonisatie van wetgeving op het gebied van milieu en arbeidsomstandigheden, helemaal prima, liever vandaag dan morgen.

Maar dat behoort een democratisch proces te zijn. Met een democratische uitkomst. En zolang er mensen zijn die deze bezwaren niet eens herkennen, blijft demonstreren tegen de manier waarop TTIP nu tot stand komt, én tegen de paragrafen waarin de openheid, voorwaarde voor democratie en een rechtsstaat, wordt ondermijnd, helaas heel, heel, heel hard nodig.

 

Asielzoekers en PVV’ers over één kam scheren even erg?

Ik ben dan wel geen onverdeeld fan van Klaver, maar zijn repliek op Wilders doet hij dan wel bijzonder goed.

… om dan te doen alsof een hele groep van vluchtelingen of alle vluchtelingen criminelen zijn en mensen die rotzooi komen trappen, of als ik zou doen alsof alle mensen die kritisch zijn op vluchtelingen racisten zijn, dat is allebei even erg en dat zou de heer Wilders niet moeten doen.

Met name retorisch gezien overigens, want de vergelijking van asielzoekers met Wilders-fans gaat ergens ook mank. Wilders-fans verenigen zich vrijwillig in een politiek standpunt. Asielzoekers hebben hun status niet vrijwillig gekregen – of zeker niet allemaal – en delen hun politieke standpunten niet. Het is dus principieel gezien wel even erg om te generaliseren, maar het is gradueel gezien veel ‘erger’ om alle asielzoekers over één kam te scheren en ze verschillende eigenschappen toe te dichten, dan mensen die zich verzetten tegen de komst van vluchtelingen een politiek verwijt te maken.

(Wegens technische problemen zijn Facebook-video’s niet op Sargasso af te spelen: klik hier voor het filmpje.)

Slut – die Moritat von Mackie Messer

Dit stuk uit de beroemde Dreigrosschenoper van Kurt Weill en Bertold Brecht is ontelbare malen gecovered. Maar niet altijd even succesvol. Mislukken vind ik vooral de versie van Nick Cave: hij probeert er veel teveel van te maken, en mist de luchtigheid. Leuke versies vind ik zelf nog altijd die van Peggy Lee of die van Robbie Williams. Maar die missen dan weer het licht onheilspellende, dat in de versie van Lotte Lenya, die getrouwd was met Kurt Weill, wel aanwezig was. Veel mensen zullen die laatste versie als de meest oorspronkelijke zien.

De versie hier van de Duitse groep Slut viel mij op doordat het een heel andere kant op gaat: door er een rocknummer van te maken verdwijnt de lichtvoetigheid, maar komt het unheimliche van het nummer naar mijn mening goed over.

De vijanden van mijn vijanden…

COLUMN – In plaats van dictators te steunen zou het in de steek laten van bondgenoten met vuile handen wel eens een stuk beter kunnen werken voor de wereldvrede.

Goed, ik ben dan wel atheïst en secularist, maar toch las ik zelden zulke grote onzin als in het interview met Paul Cliteur dat gisteren in de Volkskrant verscheen. De titel? “Dit kan de eeuw van de godsdienstoorlogen worden”. Cliteur meent dat alle kwaad van godsdienstwaanzin komt, en dan we daarom samen met Assad maar snel de seculiere vrede in Syrië moeten herstellen.

Volgens Cliteur gaat ook de oorlog en Syrië niet om macht, maar om godsdienst. Als we niet uitkijken wordt volgens hem de 21e eeuw namelijk een tijdperk van godsdienstoorlogen. En daarom vindt hij dat we maar een oorlog moeten beginnen tegen godsdienst. Hij stelt dat secularisering en atheïsme de beste antwoorden zijn op de problemen van dit moment, en daarin is Assad onze bondgenoot.

Je zou bijna vergeten dat Assad nog altijd de meeste (burger)slachtoffers in Syrië op zijn naam heeft staan. Cliteur vergeet daarbij ook dat de 20e eeuw nu juist liet zien dat secularisering en atheïsme helemaal geen garantie geven op vrede, want de grootste slachters van die eeuw, Hitler, Stalin en Mao, die hadden nu niet zoveel met godsdienst. Of voor de mensen die liever de VS door het slijk gehaald zien dan Nazi’s en communisten: de oorlog in Vietnam bijvoorbeeld was nou ook niet om kersteningsredenen begonnen. 

De soms populaire stelling dat de meeste oorlog voortkomt uit godsdienst lijkt me hiermee wel weerlegd. Hoe dan ook, er zijn veel mensen die Cliteur los van dat wel volgen in de theorie dat het een goede strategie zou zijn het minder slechte te steunen om eerst het allerslechtste te kunnen bestrijden. Liever dictatuur dan anarchie, liever Assad dan IS. De vijand van mijn vijand is mijn vriend, zo ongeveer.

Maar, er even voor het gemak van uitgaande dat de rangschikking van goed naar kwaad in Syrië vrij simpel te maken zou zijn, én dat Cliteur werkelijk gelijk zou hebben dat Assad nog altijd beter is dan al zijn tegenstanders, en dus accepteren dat hij ze allemaal, zonder verder blikken of blozen, een kopje kleiner maakt: helaas is voornoemde theorie in praktijk in het verleden nu juist keer op keer een verdomd slechte gebleken, want niet zelden kweekten we met het steunen van bepaalde dubieuze groeperingen juist de vijanden van de toekomst, die niet zelden achteraf bezien steeds een tandje erger bleken.

Saddam steunen om Iran aan te pakken, Bin Laden steunen om de Sovjetunie in Afghanistan tegen te werken, het bleken geen onverdeelde succesformules. En dan nu de Saoudi’s en Assad steunen om IS aan te pakken? Vind u het gek dat ik inmiddels niet zoveel vertrouwen meer heb in die strategie?

Atheïsme en secularisering afdwingen met de knuppel? Volgens mij vergeet Cliteur een ander mechanisme. Hoe meer ellende er is, hoe beter Godsdienst het lijkt te doen als marketing-tool. Of zoals onze wijze goeroe John Lennon al zong: “God is the concept by which we measure our pain”. Enfin, vrij vertaald, Assad zorgde voor de pain, en le voilà. Andersom lijkt het bovendien ook te werken. Geef de gelovige vrede en poen, en hij hoeft niet meer zijn ogen op te slaan naar de hemel om te geloven in iets als zaligheid. Dat zie je in het westen gebeuren, de kerken lopen leeg, en stiekem de moskeeën ook.

Moeten we dus als liberalen en mensenlievende secularisten maar seculiere dictators gaan steunen? We gooien daarmee juist onze eigen glazen in. Gezien de successen van de ook door grote denkers als Zijlstra als geheel nieuw bepleitte maar in werkelijkheid eeuwenoude tactiek van de ‘vuile bondgenoten’, is het misschien gewoon wel eens een goed idee om het juist maar eens over een andere boeg te gooien. En vooral geen dictators te steunen die niet terugschrikken voor het schieten met scherp op burgers en het uitvoeren van een gifgasaanval hier en daar. Iets zegt me dat als we mettertijd terroristische aanslagen op het grondgebied van de EU willen hebben, we vooral die strategie moeten blijven volgen.

Wanneer leren we het nu eens dat we voor een veiligere wereld eerst moeten stoppen met vuile handel drijven, en al vooral geen mensen meer militair gaan steunen die hun reet afvegen met de mensenrechtenverdragen? Inclusief uiteraard terroristische gelovigen, waarvan akte. De mensenrechten als kompas voor de innigheid van onze internationale en economische betrekkingen, het zou een heel nieuwe dimensie in ons buitenlandbeleid betekenen.

Deze column verscheen eerder op Sargasso.nl

Referendumgekte en de leugens van GeenPeil

COLUMN – De campagne van “GeenPeil” staat bol van de leugens en de verhalenverzinnerij. Daarmee is dit nep-referendum in praktijk een regelrechte ramp voor echte democratie en verandering in Europa.

Vandaag liet de Correspondent een factcheck los op de beweringen waarmee “GeenPeil” campagne voert tegen het associatieverdrag met Oekraïne. Wat blijkt? Eén grote pot leugens en verhalenverzinnerij. En dat beschuldigt onze politici dan ergens van. Vergeleken met dat soort journalisten ga je zelfs Samsom integriteit toedichten.

Poetin
Sowieso raak ik er alleen maar meer van overtuigd dat dit verdrag er moet komen. Of Poetin het leuk vindt of niet, Oekraïne mag zelf wel bepalen welke verbintenissen ze aangaat. Want het is al met al best merkwaardig dat als je tegen de invloed van Brussel bent, je dan weer wel vindt dat Oekraïne zich maar moet schikken met wat Moskou allemaal vindt wat er moet gebeuren.

En is het Russische model van armoede, corruptie en vriendjespolitiek ook datgene waar GeenPeil voor staat? De keuze is of we JA zeggen tegen vrijheid of JA tegen de dictatuur van Moskou. Wat mij betreft stemmen we voor de vrijheid. Hoe relatief die vrijheid van ons dan ook is, en hoe verrot die dan ook in elkaar mag steken.

Oekraïne aan de Beer voeren uit angst voor oorlog doet mij bovendien denken aan de typische Chamberlain-strategie, om maar eens met een functionele Godwin te komen. Geef het dier een poot en hij neemt je helemaal te grazen. Het slechtste antwoord op de Russische agressie dat je kan bedenken.

Maar los daarvan is dit “nep-referendum” een regelrechte ramp voor echte democratie en verandering in Europa. Waarom?

Zinloze referenda
Ik ben zoals sommige lezers wel weten een bijzonder groot voorstander van directe democratie. Voorgaande opmerking mag mensen dan nogal verbazen. Maar er zijn twee redenen waarom dit referendum naar mijn mening meer schade dan goed doet.

Ten eerste de vorm van dit referendum, met name het niet-verplichtende karakter ervan. Als een referendum raadgevend is in plaats van verplichtend, kan het eigenlijk alleen maar kwaad doen. Het voedt de overtuiging van mensen dat politici ze toch niet serieus nemen dat een uitslag naast zich kan worden neergelegd. In plaats van dat de kloof tussen politiek en burger wordt gedicht, wordt ze vergroot.

Ten tweede de inhoud van dit referendum, en dan in dit geval het wazige onderwerp. Een referendum zou mijns inziens nooit over verschillende punten tegelijk mogen gaan, zoals bij een verdrag het geval is. Een stemming over een bepaalde verordening van het verdrag is heel zinvol. Een stemming over een heel verdrag niet. Want als er “nee” wordt gezegd, dan is uit de stemming volkomen onduidelijk tegen welk element van het verdrag nu eigenlijk nee wordt gezegd. Zoals uit bovenstaande factcheck blijkt snappen zelfs de mensen die voor het referendum oproepen niet waar ze nu eigenlijk nee tegen zeggen.

Een referendum zoals dat nu wordt afgekondigd is daarmee alleen maar grond voor verwarring en brengt het op zich bijzonder nuttige en wenselijke instrument van een referendum in diskrediet, zodat het naar ik vrees de perfecte manier is om te voorkomen dat er ooit een serieus referendum zal komen.

Zinvolle referenda
Maar betekent dit alles dan helemaal niets? Zeker wel. Dit referendum, en de reden dat het er komt, is op zich een zeer serieus te nemen signaal van een grote onvrede van mensen met de huidige inrichting van de EU. Een onvrede die ik bovendien deel.

Maar deze onvrede was dan ook een serieuzer referendum waard geweest. Als mensen bang waren voor uitbreiding van de EU, waarom dan geen referendum over de mogelijkheid van uitbreiding van de EU? Als mensen bang waren voor arbeidsmigranten, waarom dan geen referendum over reizen binnen de EU? En als mensen zo graag Poetin willen proberen te lijmen, waarom roepen ze dan niet op tot een referendum over erkenning van de Krim als deel van Rusland?

En zo kunnen we nog wel verder gaan. Waarom geen referendum over kwijtschelding van een deel van de schulden aan Griekenland? Waarom geen referendum over de hardheid van de drie procentsnorm? Of laten we gewoon iets simpels nemen om mee te beginnen: Waarom geen referendum over de peperdure maandelijkse verhuizing van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg?

Zo moeilijk hoeft het allemaal niet te zijn.

Maar goed, GeenPeil wilde gewoon hard boe roepen. Nu, dat is ze weer gelukt. Maar het blijft een grote bak lucht, waar de vrijheid en democratie in zowel de EU als in Oekraïne alleen maar schade van kunnen ondervinden.

Het Progressief Pessimisme van Ewald Engelen

COLUMN – Van je vrienden moet je het maar hebben. In zijn laatste column op Follow the Money boort Ewald Engelende ambitie van de Engelse Jeremy Corbyn om de EU socialer en democratischer te maken bij voorbaat de grond in, en noemt hem naïef. Maar… wie is er nu naïef?

Ewald Engelen is een bekend en scherp euro-criticus, maar gelooft niet in verbetering. Hij put zich uit in bewijs dat dit een illusie zou zijn, en valt grofweg terug op twee argumenten: ten eerste dat de EU zich de laatste decennia nu juist bijzonder neoliberaal gedragen heeft, en ten tweede dat dit gedrag inmiddels vastligt in verdragen die niet zo makkelijk te veranderen zijn.

Maar resultaten uit het verleden bieden niet altijd garanties voor de toekomst, ook in dit geval. Bovendien is het in het verleden ook wel eens anders gegaan. De verzorgingsstaat van weleer die nu wordt afgebroken door neoliberale sloopdrift is immers ook ooit ontstaan. Daarbij vergeet Engelen maar al te gemakkelijk wat de EU betekend heeft voor de mensenrechten – misschien niet in dit land, maar in Zuid- en vooral Oost-Europa des te meer.

En het is zeker waar dat verdragen niet makkelijk te veranderen zijn, maar daartegenover staat dat juist nu meer en meer blijkt dat die verdragen niet in steen zijn uitgehouwen. Zelfs het Schengenverdrag wordt momenteel ter discussie gesteld, waar daar altijd het grootste taboe op lag. Dus waarom zou het niet kunnen dat een brede Europese progressieve beweging uiteindelijk op lange termijn de EU herontwerpt? Het ‘neoliberalisme’ waar zowel Corbyn als Engelen zich tegen kant is zich in ieder geval steeds verder en verder vast aan het draaien.

De Griekse situatie is immers nog steeds niet opgelost. Er wordt momenteel dan wel niet meer koortsachtig vergaderd, maar dat is feitelijk slechts een kwestie van afwachten. De EU houdt nog steeds vast aan het idiote bezuiniging- en privatiseringsbeleid, waardoor de Grieken steeds minder in staat blijken ook maar iets van hun schulden terug te betalen. Daardoor verdiept de crisis zich meer en meer. Dat proces wordt sinds het akkoord van deze zomer niet tegengehouden, maar versneld. De Griekenland-paniek komt daardoor binnen niet al te lange tijd dus vanzelf weer terug, daar kunnen we vergif op innemen.

Ondertussen begint de economische crisis steeds meer een politieke crisis te worden. De gepresenteerde oplossing stuitte afgelopen keer op zo een brede weerzin – dit keer ook onder voormalige EU-adepten en het gros van de economen – dat de kans er is dat de volgende keer de tijd wél rijp blijkt voor een verandering van strategie. En anders komt dat de keer daarna wel. Ondertussen groeit met de onvrede met a-sociaal Europa ook de roep om een meer democratisch Europa.

Dat deze economische en politieke crisis iets goeds (of in ieder geval in de ogen van Engelen en Corbyn: progressiefs) op zou leveren is natuurlijk niet gezegd. Maar verandering is mogelijk als de politieke machtsverhoudingen veranderen. En in andere landen van de EU vindt die verandering langzaam aan plaats. De Fransen lagen al dwars. Het Griekse Syriza lijkt even geknakt maar bleek tijdens de afgelopen verkiezingen zeker nog niet weg. In Spanje is het progressieve Podemos in opkomst. Corbyn is in Groot Brittannië een reizende ster.

Het zou onzin zijn te spreken van een progressieve omslag. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, en drie of vier ook nog niet. Dat de opkomst van progressieve krachten in de EU zich doorzet, dat is zeker niet gegarandeerd. En indien dat al gebeurt, dan zullen die progressieve krachten nog een harde dobber hebben het op te nemen tegen grote economische partijen, die gevaarlijker en machtiger zijn dan de politieke conservatieve en neoliberale partijen.

Engelen noemt Corbyn naïef, met zijn sociale en democratische Europa. Maar wat is het alternatief dat hij voor ogen heeft? Een progressieve politiek die vormgegeven wordt via de nationale parlementen?

In Griekenland zou je er misschien nog in kunnen geloven. Maar in Nederland? Nederland is nog veel rechts-conservatiever dan de EU. Sterker nog, Nederland is juist in hoge mate verantwoordelijk voor neoliberaal Europa. En zonder de EU was Nederland zelf hier ongetwijfeld nog veel verder in doorgeslagen. Wij hebben nooit een Europese knoet nodig gehad om te privatiseren, de sociale zekerheid uit te hollen en keer op keer de wil van de eigen kiezers te negeren als dat uitkomt. Daar zijn onze eigen politieke partijen van zichzelf al goed genoeg in.

Of dacht Engelen nu werkelijk dat een sociale en democratische samenleving begint in Ruttistan? Met Samsom als vaandeldrager, Schippers en Klijnsma als herauten en Dijsselbloem op de trom? Ik zie het op zijn zachtst gezegd nog niet gebeuren. Laten we het onder ogen zien: vooral Nederland is binnen de EU een neoliberale hardliner, en van meer macht naar de nationale politiek hoeft progressief Nederland helemaal niets te verwachten.

Maar stel dat het progressieve gedachtegoed inderdaad nationaal wordt vormgegeven. Moeten die nationale parlementen het dan opnemen tegen het internationale bankwezen? En tegen Poetin? En daarbij ook de crisis in Syrië even oplossen? Iedereen die niet doet aan wensdenken ziet wel in dat dat nog veel onwaarschijnlijker is. Dus wie is er hier nu naïef?

Ben ik optimistisch? Nee. Er moet nog heel veel gebeuren voor er een nieuwe wind waait door de EU, en hoewel de tijden er rijp voor zijn, zijn de Europese progressieven daar nog lang niet klaar voor, en in Nederland al helemaal niet. Maar juist daarom zou progressief Nederland andere progressieve Europeanen tot voorbeeld en inspiratie moeten nemen, en progressieve politici die echt iets willen veranderen, niet alleen in eigen land maar ook in de EU, vooral blijven steunen. Want wie één front opgeeft zal de uiteindelijke strijd nooit winnen.

Zweites Dreigrosschenfinale – Kurt Weill/Bertolt Brecht

Kent u dat? In een internetdiscussie verzucht plotseling iemand “Zuerst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”. Die mens, weten we dan, heeft in ieder geval niet het juiste citaat te pakken, en weet dan ook waarschijnlijk niet waar het vandaan komt. Jammer, want hoewel dit cynische citaat veelvuldig toe te passen is, heeft het een specifieke revolutionaire herkomst.

Het eigenlijke citaat luidt kortweg “Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral”, en komt uit de Dreigroschenoper van de socialistische schrijver Bertolt Brecht. Brecht vermaakte in 1928 een opera uit de 18e eeuw tot een toneelstuk/musical ‘voor arme mensen’: de Driestuiveropera, die vol staat met sociale kritiek. En we zien hier dat het citaat niet zozeer een cynisch onderuit halen van iedere moraal beoogt, maar eerder een waarschuwing aan de gegoede burgerij voor de misdaad als wraak voor standenverschillen. De duistere kant van marktwerking, die het liberalisme niet ziet.

Brechts vriend de componist Kurt Weill, met wie hij veelvuldig samenwerkte, maakte ook hier de muziek. In het stuk komen drie finales voor, dit is de tweede. De tekst (zie onder) is als geheel bijzonder de moeite waard: het moet zowel cynici als idealisten van allerlei pluimage aan kunnen spreken. Dat maakt het uiteindelijk tot zo’n goed werk. Hier in een vertolking uit 1999 met Max Raabe en Nina Hagen. We horen de song in het filmpje twee keer: nu ja, dat is het dan ook wel waard.


Macheath, Jenny und Chor
Macheath:

Ihr Herrn, die ihr uns lehrt, wie man brav leben
Und Sünd und Missetat vermeiden kann
Zuerst müßt ihr uns was zu fressen geben
Dann könnt ihr reden: damit fängt es an.

Ihr, die euren Wanst und unsre Bravheit liebt
Das eine wisset ein für allemal:
Wie ihr es immer dreht und wie ihr’s immer schiebt
Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.
Erst muß es möglich sein auch armen Leuten
Vom großen Brotlaib sich ihr Teil zu schneiden.

Jenny:
Denn wovon lebt der Mensch?

Macheath:
Denn wovon lebt der Mensch? Indem er stündlich
Den Menschen peinigt, auszieht, anfällt, abwürgt und frißt.
Nur dadurch lebt der Mensch, daß er so gründlich
Vergessen kann, daß er ein Mensch doch ist.

Chor:
Ihr Herren, bildet euch nur da nichts ein:
Der Mensch lebt nur von Missetat allein!

Jenny:
Ihr lehrt uns, wann ein Weib die Röcke heben
Und ihre Augen einwärts drehen kann
Zuerst müßt ihr uns was zu fressen geben
Dann könnt ihr reden: damit fängt es an.

Ihr, die auf unsrer Scham und eurer Lust besteht
Das eine wisset ein für allemal:
Wie ihr es immer dreht und wie ihr’s immer schiebt
Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.
Erst muß es möglich sein auch armen Leuten
Vom großen Brotlaib sich ihr Teil zu schneiden.

Macheath:
Denn wovon lebt der Mensch?

Jenny:
Denn wovon lebt der Mensch? Indem er stündlich
Den Menschen peinigt, auszieht, anfällt, abwürgt und frißt.
Nur dadurch lebt der Mensch, daß er so gründlich
Vergessen kann, daß er ein Mensch doch ist.

Chor:
Ihr Herren, bildet euch nur da nichts ein:
Der Mensch lebt nur von Missetat allein!

Het geloof in opvang in de regio

Het geloof in opvang door de regio wordt hier door een Volkskrantcolumnist in een kleine tweehonderd woorden zó belachelijk gemaakt dat ik eigenlijk zou verwachten dat iedereen met een beetje hersens eindelijk snapt waarom Nederland in Brussel keihard uitgelachen wordt:

“‘De regio’, dat is, zoveel werd duidelijk uit de beraadslagingen in de Tweede Kamer, een mythisch gebied met ongekende spankracht, waar mensen die hun land van oorsprong hebben verlaten in relatieve vrede en veiligheid kunnen wonen, eten, naar school gaan, misschien zelfs wel in hun eigen levensonderhoud voorzien. Waar de grenzen van ‘de regio’ precies liggen, daarover verschillen de meningen, maar helder is dat ‘de regio’ ver weg ligt. Buiten ons zicht. Van ‘de regio’ zullen wij geen last hebben.

‘De regio’ is een gebied waar de autoriteiten zich bereidwillig zullen plooien naar de wensen van Halbe Zijlstra en Malik Azmani. Het is een kwestie van voldoende geld naar ‘de regio’ sturen en dan zal ‘de regio’ in staat blijken om zonder wanklank vele duizenden, tienduizenden, honderdduizenden landverhuizers te herbergen.

Het klonk bijna leuk, het leven in ‘de regio’, vooral toen de premier beloofde dat het er ‘natuurlijk geen nieuw-Amsterdam’ zou zijn. Geestig ook, uit de mond van mensen die altijd hebben afgegeven op de effectiviteit van ontwikkelingshulp, maar nu van zins zijn met een blauwdruk en een zak geld een hele ‘regio’ in te richten.

Detail: ‘de regio’ heeft nog niets teruggezegd.”

… Maar daarvoor heb ik mij waarschijnlijk teveel in mijn medelanders vergist. Criticasters, Kom er maar in! Want van jullie raakt het land nooit vol genoeg.

Open waanlink

VVD wil wapenhandel niet aan banden leggen

“We moeten het onze industrie makkelijker maken, niet moeilijker.”

De wapenindustrie, dat is waar het hier over gaat. De VVD profileert zich weer eens flink als een partij zonder enige moraal. Want het zal toch eens zo zijn dat onze wapenleveranciers niet mogen verkopen aan een of andere dictator omdat Europa vindt dat de eigen bevolking of zelfs andere lidstaten door onze wapenhandel in gevaar worden gebracht.

Open waanlink

Pure Pleasure Seeker – Moloko (live)

Je kan het kitsch vinden, maar het is wel lekkere kitsch en verdomd goed gemaakt. Moloko, de band, is niet meer. Róisín Murphy en Mark Brydon begonnen in 1994 een relatie en band. De relatie zou het zeven jaar uithouden, de band iets langer. Misschien dat daarom de laatste verrichtingen van Moloko ook zo goed zijn. Het laatste album ‘Statues’ gaat volgens Murphy over eenzaamheid en verlatenheid. Murphy is met haar imago van absolute rockdiva gelukkig niet gespeend van een zekere zelfspot. We zien haar hier een nummer van een eerder album vertolken in een van haar laatste shows met Moloko. The show must go on. 

dEUS – The Horror Partyjokes (My Sister is My Clock)

Na hun verdomd succesvolle debuut Worst Case Scenario kwam dEUS in 1995 met een 25 minuten durende EP met daarop één track, die leek te bestaan uit noise en geluidseffecten, feesttoeters, verdwaalde keyboardflarden, murmelende kinderen met een overdosis aan galm, en dat alles gelardeerd met dronken Spanjaarden. Hier en daar komt uit al dit geluid een song tevoorschijn die vaak alles doet behalve een simpel AB-AB schema volgen, en vaak maar ‘half af’ blijft.

Dit was dus niet waar de wereld op dat moment op zat te wachten. Mensen die dachten dé Belgische variant van de Grungeband gevonden te hadden werden er hard mee geconfronteerd dat dEUS kennelijk ‘een kunstband’ wilde zijn, en My Sister is My Clock werd al snel afgedaan als Arty-Farty aanstellerij. Met In a bar under the sea kwam vervolgens Worst case scenario nummer 2 uit. De overigens meesterlijke The Ideal Crash vervolgens laat een dEUS zien die zich heeft ontpopt tot liedjesband.

My Sister is My Clock werd al snel vergeten. Mijns inziens onterecht. Dit is dEUS op zijn best. De verschillende schijnbaar onsamenhangende geluiden geven een vervreemdende sfeer maar de songs die hiertussen vandaan komen blijken bij herhaald luisteren ware pareltjes, en dit wordt mijns inziens versterkt juist doordat ze uit de chaos ontstaan. Het voordeel is daarbij dat we tegenwoordig de plaat in hapklare brokjes op het internet hebben staan, waardoor de presentatie wat makkelijker wordt. Hierbij de track van één van de beste songs van het album. Wie het album liever in zijn geheel nog eens beluistert kan daar natuurlijk ook voor kiezen.

TenTemPiés – Quiero Saltar

Gezien de video misschien eerder een stukje muziek om morgen mee wakker te worden. De Amsterdamse band met Chileense roots TenTemPiés is lekker aan de weg aan het timmeren. Zondag stonden ze op het museumplein in Amsterdam – weliswaar niet op het hoofdpodium – te bewijzen dat ze een flinke mensenmassa binnen een mum van tijd aan het bewegen kunnen krijgen, met een verdomd lekkere mix van ska, reggae en verschillende latijns-amerikaanse stijlen. De achtkoppige band is momenteel bezig met een tour door heel Nederland om hun laatste plaat te promoten. De heren komen overigens met betrokken teksten, en omdat ze uitsluitend in het Spaans zingen en niet alle Nederlanders die taal even machtig zijn, werd tijdens het optreden door de zanger ook tussendoor nog even verklaard dat wat hem betreft vluchtelingen welkom dienen te zijn in Nederland. TenTemPiés bewijst in ieder geval dat de multiculturele samenleving ondanks de weerzin en het ongeloof van sommigen dat die zou kunnen werken in Amsterdam springlevend is, en dat pogingen om iedereen in een Oud-Hollandsch keurslijf te dwingen in de hoofdstad in ieder geval niet doorgedrongen zijn. En gelukkig maar, want zeg nu zelf: dit is toch veel leuker?

VVD stomverbaasd door moderne mythe

Als de VVD zich werkelijk druk zou maken over dat werken moet lonen, dan richtte zij zich op een andere bijstand, in plaats van zich druk te maken over een stokoud broodje aap.

Vandaag staat overal in de kranten dat de VVD op hoge poten eist dat het kabinet werken vanuit bijstand aantrekkelijker maakt. VVD-kamerlid Anne Mulder zegt zich namelijk rot geschrokken te zijn van cijfers van het Nibud waaruit zou blijken dat sommige gezinnen met modale inkomens minder overhouden dan bijstandsgezinnen.

Appels en peren
Dat Anne daar zo van schrikt zegt meer over hem dan over het bericht. Het is namelijk een broodjeaapverhaal dat regelmatig opduikt, en wie de cijfers induikt ziet dat er nogal wat aan te nuanceren valt. Zeker is het zo dat sommige bijstandsgezinnen meer geld binnen krijgen dan gezinnen met een modaal inkomen. Als in het bijstandsgezin drie kinderen rondlopen en het modale gezin bestaat uit één persoon, dan is dat ook niet meer dan logisch. Maar gezinnen met verschillende samenstelling met elkaar vergelijken is dan ook appels met peren vergelijken.

De moderne mythe dat werken niet loont steekt van tijd tot tijd de kop op, en wordt door rechtse politici en journalisten gretig gevoed. Zo verscheen een jaar terug in het Financieel Dagblad een slecht onderbouwde column van Annemarie van Gaal met hetzelfde bericht, dat veel stof heeft doen opwaaien. Dat zal Anne Mulder dan wel even gemist hebben. Wat hij in ieder geval heeft gemist, is dat ik op Sargasso daarop de werkelijke cijfers op een rijtje heb gezet voor een gezin van een alleenstaande moeder met twee kinderen die naar de middelbare school gaan. Het blog Das Kapital kwam vervolgens met andere cijfers. In een polemiek met dit blog en de lezers zijn de cijfers vervolgens in beide blogs gecorrigeerd, zodat uiteindelijk consensus ontstond over de waarheid. Wie de stukken zelf wil lezen is daar natuurlijk toe uitgenodigd, maar hieronder de samenvatting.

De echte cijfers
Wanneer de moeder met twee kinderen op de middelbare school vanuit de bijstand een fulltime baan aanneemt, gaat zij er afhankelijk van gemeentelijke regelingen er 4 tot 31 % op vooruit. Krijgt zij een fulltime baan met modaal inkomen dan gaat zij er 37 tot 51 % op vooruit. Wat vooral opvalt aan deze cijfers, is de grote variatie. Dat zit hem in de gemeentelijke toeslagen. Rijkstoeslagen hebben weinig invloed op de verschillen, omdat ze doorgaans niet vervallen als iemand werk tegen een laag loon aanneemt, en slechts geleidelijk afnemen naarmate men meer verdient. Gemeentelijke toeslagen zijn vaak wel aan de uitkering gekoppeld of alleen voor de allerarmsten.

Daarnaast is er het verschijnsel waar Das Kapital terecht op wijst, dat voor de moeder die parttime gaat werken de voordelen snel verdwijnen. Wanneer de minimumloonmoeder 4 dagen gaat werken, is haar voordeel in de meeste gevallen al verdwenen. Dit geldt voor de moeder met modaal loon wanneer ze drie dagen gaat werken.

Ruimte voor verbetering
Ondanks dat ik door veel mensen ‘links’ genoemd wordt, ben ik wel degelijk gevoelig voor het argument dat werk moet lonen. En er is dus wel degelijk een probleem met werken vanuit een uitkering. Maar dat probleem treedt met name op wanneer iemand vanuit een uitkering parttime gaat werken. Ook wanneer iemand tijdelijk gaat werken ontstaat een probleem: zo iemand wordt vooral administratief tegengewerkt. Verder is er een groot verschil in gemeentelijke regelingen.

Er is dus wel degelijk ruimte voor verbetering, maar dat zit hem in de flexibiliteit van de bijstand, in het belonen van parttime werk, en het aanpakken van de verschillen tussen gemeenten. Zoals ik in mijn vorige stuk hier op Joop betoogde, valt hier op een heel makkelijke manier iets aan te doen: door het landelijk invoeren van de vrije-inloopbijstand, waardoor ieder uur dat iemand vanuit een uitkering werkt weer zou lonen. Als de VVD daarvoor zou pleiten, dan gaf ik haar groot gelijk. Maar helaas is het de partij daar niet om te doen. Hun aanval richt zich op de inkomensafhankelijke regelingen, een populaire zondebok voor rechts-populisten. Vandaar deze zogenaamd geschrokken reactie, die alleen maar kan worden omschreven als stemmingmakerij met verdraaide feiten. Het is weer bijna Prinsjesdag, ziet u.

Politieke armoede
Wat mij hierbij uiteindelijk vooral opvalt is de kleinburgerlijkheid van een dergelijk debat. De discussie ontaardt in afgunst zaaien bij mensen met een middeninkomen, met als belangrijkste argument een paar armzalige cijfers. Dit is politieke armoede. Waar het debat niet over gaat is over de vraag wat voor samenleving en arbeidsmarkt we eigenlijk willen hebben. Willen we een solide vangnet met maximale zekerheid, waarin ieder initiatief – of het nu tijdelijk of parttime is of niet – wordt beloond?

Willen we kortom een systeem waarin mensen niet alleen in hun waarde gelaten worden, maar ook worden gestimuleerd om zelfstandig te zijn? Of willen we een betuttelende overheid, die alleen fulltime werk beloont, en alle andere mensen eindeloos blijft lastig vallen met verplichte trajecten en boetes, die even zinloos als kostbaar blijken te zijn, en ook nog eens echte banen schelen? Wie voor het laatste kiest, kan zichzelf onmogelijk met droge ogen liberaal blijven noemen. Maar liberaal is de VVD dan ook al lang niet meer.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Sean Lennon – Friendly Fire

Gisteren beluisterden we Julian Lennon, vandaag een nummer van het andere zoontje van de beroemde Lennon, Sean, het kind uit zijn huwelijk met Yoko Ono. Op de hoezen en op de foto’s op internet blijkt ook deze knaap verdomd veel weg te hebben van zijn vader, hoewel er duidelijk een stroompje Japans bloed door zijn aderen stroomt. Maar dan is de vraag: heeft hij zijn muzikaal talent geërfd van zijn vader… of van zijn moeder? In het laatste geval is een smetteloze muzikale carrière niet zomaar gegarandeerd.

Luisterend naar zijn album ‘Friendly Fire’ uit 2006 concludeer ik echter dat het wel goed zit. Qua stem heeft hij verdomd veel van zijn vader weg. Als je kwaadwillend bent noem je hem “zeurderig”. Qua muziek lijkt hij meer (maar niet heel veel meer) zijn eigen weg te gaan dan zijn halfbroer, wat hij eigenlijk niet slecht doet. Maar ja, helaas… dat zal je met zo een figuur als Sean Lennon altijd blijven denken: het is niet zijn vader…

Hoewel, zet je er gewoon even overheen. Dit is zeer goede en prettige muziek. En dat pakt niemand hem af, toch?

Julian Lennon – Saltwater

Het nadeel van een tot op het waanzinnige af beroemde vader als John Lennon hebben, is dat je – als je het in je hoofd gaat halen dan ook muziek te maken, en niet gewoon ervoor kiest om visser of timmerman te worden of zo – hoe dan ook altijd weer met je vader vergeleken wordt. Het voordeel is dan wel weer dat als je met zo’n tape bij een platenmaatschappij binnenloopt ze dan wel sneller iets in je project gaan zien dan als je een volkomen onbekend nono-bandje bent.

Hoe dan ook, met dit nummer uit 1991 bewijst Julian Lennon mijns inziens wel dat hij het kán. Hij heeft niet bepaald zijn best gedaan zich van zijn vader te onderscheiden en gelukkig maar: deze song lijkt zo erg op de muziek van zijn vader dat het wat mij betreft beluisterd kan worden als een volwaardige toevoeging aan het latere Lennon-oevre, compleet met lieve-hippietekst die natuurlijk ook helemaal in het verlengde ligt van het activistische karakter van de échte Lennon. Ik zou zelfs zover gaan te willen stellen dat als dit een song van de Grote Lennon was geweest, dit zeker niet de minste song zou zijn. Dat er dan een andere voornaam bij komt wordt gecompenseerd doordat Julians kop óók nog sprekend lijkt op die van zijn vader in 1980, toen hij overleed.

Helaas bleek Julian eerder een ééndagsvlieg dan een blijvertje. Wellicht was hij het zat telkens in de schaduw van zijn vader te blijven staan, wie weet. Morgen gaan we wat mij betreft luisteren naar zijn halfbroertje.

Yoko Ono & the Pet Shop Boys – Walking on thin ice

Zo geliefd als John Lennon was, zo gehaat is zijn vrouw Yoko Ono. Sommigen geven haar zelfs onverkort de schuld van het uiteen vallen van de Beatles. Iets wat voor wie wat zorgvuldiger reconstrueert volgens mij niet vol te houden is. Een belangrijkere veelgehoorde kritiek is dat Yoko niet kan zingen, en dat Lennon, muzikaal toch niet echt slecht onderlegd, wel heel erg verliefd op haar moet zijn geweest het zo lang met haar in de studio uit te houden. Nu is er voor die mening genoeg bewijsmateriaal voorhanden, maar Yoko was een avant-garde kunstenares, dus zijn we aardig, en zeggen we geheel in deze lijn daarmee dat haar zang voor het conventionele publiek wat raar in het gehoor ligt. En hoewel mijn waardering voor Yoko als avant-garde kunstenares en activist wel is gestegen na het bezoeken van een overzichtstentoonstelling in het Guggenheim-museum in Bilbao vorig jaar, geldt voornoemd probleem met Yoko haar zang ook voor ondergetekende, die zeer blij was met de komst van de CD destijds, zodat bij het draaien van de Lennon-Onoplaten niet telkens tijdens het luisteren de naald geherpositioneerd hoefde te worden.

Bij deze mix komt echter het talent van de Pet Shop Boys om de hoek kijken, die van het laatste nummer dat John en Yoko opnamen een mijns inziens prachtige mix maakten, waarbij je zelfs van de stem van Yoko gaat houden. Overigens heeft dit nummer een naar en volgens sommigen zelfs griezelig bijsmaakje: toen Lennon vermoord werd droeg hij toevallig in zijn handen een nog niet volmaakte versie van dit nummer in zijn handen, waar hij die dag met Yoko aan gewerkt zou hebben, en dat cynisch genoeg ‘Walking on Thin Ice’ getiteld is. De ruwe tapes van dit nummer hebben op het trottoir voor het Dakota-gebouw in New York gelegen, zijn weer opgeraapt, er is een mix van gemaakt voor niet-de-slechtste-John-en-Yoko song, en de Pet Shop Boys hebben er jaren later iets écht goeds van gemaakt.

Front 242 – Headhunter

Gisteren postte ik hier een video van de Revolting Cocks, een samenwerkingsproject van muzikanten van onder andere Front 242. Front 242 zelf heeft het naar mijn idee ook echter verdiend een keer te functioneren als dagafsluiting. Deze Belgische formatie begon in 1981 en kan gezien worden als één van de pioniers van de elektronische muziek, samen met namen als Kraftwerk en Jean Michel Jarre. Hierbij één van hun bekendste nummers, “Headhunter”, uit 1988, met een bizarre clip waarin de hand van Anton Corbijn duidelijk te herkennen is. Eigenlijk is het het beste het nummer te beluisteren op de plaat waar hij vanaf kwam: Front By Front. Ik beschouwde dat zelf altijd al als artistieke hoogtepunt van de heren, en als ik Google zie ik dat ik daar niet alleen in sta. De plaat luistert als een bijzonder geraffineerde 12″ versie van het nummer en de B-kant ‘Welcome to Paradise’ en hamert, klopt en klettert de elektronische wereld de huiskamer in. Stilzitten: heel erg moeilijk. Latere elektronische muziek mag daarbij dan wat smoother zijn, het is er luisterend naar deze plaat over het algemeen zeker niet meer geraffineerd op geworden. Dit mag oud zijn, het blijft vers smaken.

Revolting Cocks – Beers, Steers and Queers

“The Revolting Cocks” is een samenwerkingsproject van leden van de Belgische formatie Front 242, Al Jourgensen, frontman van de Amerikaanse metal-formatie Ministry, en de Belg Luc van Acker. Dit project startte halverwege de jaren 80, en komt af en toe nog met iets nieuws.

Ministry komt uit de metal-scene, maar is vrij snel in haar carrière al snel gaan experimenteren met beats en samples, wat door de samenwerking met de Electronicapioniers van Front 242 in The Revolting Cocks natuurlijk alleen maar meer werd. Uit deze kruising ontstond de muziekstroom “Industrial”, die volwassen zou worden met Nine Inch Nails en Marilyn Manson. Maar dat laatste gebeurde pas jaren nadat dit nummer uit 1990 uitkwam: een bizarre mix met metalgitaren en bijzonder grove beats. We horen verder muzikale citaten die knipogen geven naar oa de western-muziek van Ennio Morricone. In de video beelden die vooral bij moeten dragen aan het provocerende en ronduit agressieve imago van de groep. Smaakloze humor of niet, de Revolting Cocks waren hun tijd vooruit en zijn tot op heden nog zeker het beluisteren waard.

Fela Kuti – Who’re you

Wie gaat googelen op Afrobeat komt vanzelf bij Fela Kuti uit, de voornaamste representant van deze stroming uit de jaren 70 van West-Afrika. Gisteren draaiden we al wat van deze stijl die een mengeling van Jazz, Afrikaanse muziek en Funk zou zijn. Toen hoorden we vooral Funk en Afrikaanse ritmes, in de bijlage van vandaag hoor ik zelf voornamelijk de Jazz-component.

Kuti was echter niet zomaar alleen muzikant: hij gebruikte zijn muziek voor politiek activisme. Hij werd daarbij geïnspireerd door Malcolm X en de Black Panthers. Hij demonstreerde tegen de militaire dictatuur in Nigeria, zijn thuisland, probeerde zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen en stichtte een ‘eigen vrijstaat’ (“Kalakuti Republic”) door een muur om zijn huis te bouwen en zich onafhankelijk te verklaren. Hij was een voorvechter van een teruggang naar de eigen Afrikaanse cultuur, verzette zich tegen Europees cultureel imperialisme, en pleitte voor een verenigde democratische en socialistische Afrikaanse republiek. De reactie van de zittende regimes van Nigeria op deze fratsen waren bij tijd en wijle niet mals: Kuti zijn huis werd vernietigd en zelf heeft hij een tijdlang vastgezeten.

Kuti trad op met een band die uitgroeide tot 80 leden en die hij daarom ‘Egypt 80′ noemde. De optredens hadden vaak het karakter van politieke manifestaties, soms met gewelddadige uitbarstingen. Ook in zijn persoonlijk leven gedroeg hij zich excentriek. In 1978 trouwde hij simultaan met 27 vrouwen, wier aantal hij later terugbracht tot 12. Hoe dan ook, hij was de founding father of Afrobeat en heeft veel betekent voor zowel de acceptatie van de Afrikaanse ritmes en cultuur buiten Afrika, en binnen Afrika voor het politiek bewustzijn. In 1997 stierf hij aan AIDS.

Apostles – Black is Beautiful

‘Black is Beautiful’ van ‘Apostles’ is een song waar ik op stuitte toen ik aan het zoeken was op de term ‘Afrobeat’, een Nigeriaanse muziekstijl die een mengeling vormt van Jazz, Funk en West-Afrikaanse muziekstijlen die in de jaren 70 vooral in Afrika populair was. Googelend op de term ‘Apostles, Nigeria’ kom ik niet veel verder dan de informatie dat ze in die tijd vier hits gescoord zouden hebben. Misschien is het daarom wel extra de moeite van het posten waard. De genoemde invloeden zijn duidelijk hoorbaar, de funk vooral, en de Afrikaanse ritmes die voor westerse oren misschien wat vreemd klinken, maar een prachtig ‘kabbelend’ effect creëren.

Cesária Évora – Petit Pays

Ieder volk heeft zo zijn eigen woorden. Van het Nederlands is het bekend dat het woord “gezellig” maar moeilijk te vertalen is. Het heeft iets sociaals, en iets warms. De Portugezen hebben hun “saudade”, een uitdrukking van gevoelens van gemis en liefde. Het heeft iets van heimwee en weemoed in zich. Het past dan ook prima bij de melancholische Portugese volksaard en de volksmuziek Fado. In Brazilië wordt het woord ook gebruikt. Hoewel de Brazilianen van nature eigenlijk veel te wild en vrolijk zijn voor zo’n gevoelig woord, gebruiken zij het met name om uit te drukken dat ze terugverlangen naar het vorige feestje.

De Kaapverdische Cesária Évora heeft geen leuke jeugd gehad, en wanneer zij het woord ‘Sodade’ gebruikt (dat van het Portugees in het Kaapverdisch Creools is overgekomen), dan voelen we er dan ook als vanzelf iets meer bij. Als zesde kind van een straatarm gezin waarvan de vader op haar zevende overleed, werd ze door haar moeder op haar tiende uit armoede afgestaan aan een weeshuis. Zij zong vanaf jonge leeftijd in zeemanskroegen en bouwde in de donkere jaren die volgden een flinke verslaving aan alcohol en tabak op, waar ze nooit meer vanaf gekomen is.

In haar 46e levensjaar kwam echter een Frans-Kaapverdische producent het café waarin zij zong binnenlopen, die haar later omschreef als ‘Een bovennatuurlijke verschijning met ongelooflijk aangrijpende liederen’, die ‘de halve wereld huilend aan haar knieën kon krijgen’. Nadat ze kort daarop inderdaad doorbrak is Cesária bijna ononderbroken op wereldtournee geweest, voornamelijk in Portugese en Franse gebiedsdelen maar ook daarbuiten, tot ze in 2011 op haar 70e overleed aan een hartaanval. Zij trad altijd blootsvoets op en nam tijdens haar concerten regelmatig een break voor en sigaar met rum. In “Petit Pays” bezingt ze haar land Kaapverdië.

Sezen Aksu – Yine mi Çiçek

De Turkse zangeres Sezen Aksu is een lokale grootheid die debuteerde in 1975 en de bijnaam “Queen of Turkish Pop” kreeg, terwijl ze in het conservatieve Turkije daarbij functioneert als Gay-Icoon en voorvechter van gelijke rechten voor LGBT’s. Haar muziek is vooral theatraal en sentimenteel. We hadden een half jaar geleden al eerder wat van haar gepost, maar twee keer mag best wanneer het de moeite waard is. Dit nummer werd gebruikt in de soundtrack van de Duits-Turkse film “Gegen die Wand”. Ik heb nog steeds geen idee waar Sezen hier over zingt (toelichtingen: graag), maar mooi is het wel.

Cumbia Chicharra – Burrita

We blijven nog even in Chili: Cumbia Chicharra speelt zoals de naam al doet vermoeden de klassieke Cumbia, dat door Wiki wordt omschreven als “een Colombiaanse muziek- en dansstijl die bestaat uit een mengeling van Spaanse muziek en Afrikaanse muziek die door slaven werd meegebracht”, maar door heel Zuid-Amerika populair is.

De leden van Cumbia Chicharra zijn Chilenen die min of meer permanent in Marseille wonen en in dit seizoen ook regelmatig in onze streken optreden. De drummer wordt aangevuld met vier percussionisten om de band vooral geen gebrek aan ritme te laten hebben. Muziek die je eigenlijk live moet horen. Bij deze met liefde wat gratis reclame voor ze.

Sol y Lluvia – Adios General

Van Argentinië gisteren naar Chili (Chile) vandaag, een live-video van “Sol y Lluvia”, een groep die speelt vanaf de jaren 80 en een mix maakt van moderne rock en Chileense folklore-muziek. Maar het is niet alleen vanwege die voorspelbare panfluit dat deze muziek zo populair is in eigen land: Sol y Lluvia is een politiek betrokken band die zich vooral afzet tegen het Pinochet-regime, een verleden dat in Chile nog steeds een open wond is waar je normaal eigenlijk vooral niet teveel zout in moet wrijven wil je iedereen een plezier blijven doen. Desondanks spreekt dit juist wél doen natuurlijk ook weer een enthousiast publiek aan.

Vorige maand stond deze band nog in Paradiso te bewijzen dat je ze eigenlijk live moet zien, hier een impressie. De song “Adios General” is gericht aan Pinochet en hoeft uiteraard niet beluisterd te worden als groet met dankbaarheid.

Leon Gieco – Ojos Con Orozco

In Argentinië en omliggende landen is hij een begrip, in Europa bijna onbekend. Leon Gieco heeft inmiddels een omvangrijk oevre, waarin hij met name folkloristische muziek mengt met pop. Vaak bekend om zijn serieuze betrokken teksten komt hij in 1997 plotseling met een song op een opzwepende beat met een ronduit gestoorde clip ‘Ojos Con Orozco’, en dito tekst. Maar let op: opvallend is dat alle woorden van de lyrics maar één klinker hebben, de ‘O’. Nu is Spaans een taal waarin sowieso een stuk minder klinkers worden gebruikt dan Nederlands, maar toch mag het gelden als een prestatie van formaat. Vooral omdat de tekst nog ergens op lijkt te slaan ook.

Dit soort geintjes kunnen overigens nog een stuk verder doorgevoerd worden. In de muziek ken ik verder geen voorbeelden, in de literatuur kwam Georges Perec in 1969 met zijn boek ‘La Disparation’, een thriller van 300 pagina’s waarin de letter ‘e’ geen enkele keer gebruikt wordt. Het boek is in verschillende talen vertaald.

Hieronder eerst de clip, en daaronder voor wie het leuk vindt de muziek met de tekst.


Swell – Forget About Jesus

Swell is een Indiepop-bandje uit San Francisco. De plaat ’41’ waar het nummer Forget About Jesus op uitkwam, werd gereleased in 1993, hetzelfde jaar waarin de Smashing Pumpkins kwamen met hun doorbraakalbum Siamese Dream. Ondanks dat de muziek zeker met dit nummer er veel van weg heeft, weet Swell anders dan de Smashing Pumpkins niet echt door te breken. Zo af en toe naar hun albums luisterend ben ik ervan overtuigd dat dit niet per se door het verschil in kwaliteit komt. Swell werd gevormd in 1989. Hun laatste album kwam uit in 2009.

De Kift – Beguine (live)

Geniaal hoe een band kan klinken als een in een doodgeslagen glas jenever verzopen fanfare met zeebenen. De Kift is een Zaanse band die invloeden van punk, smartlappen, fanfare en alternatieve rock mengt met teksten van oude dichters als Slauerhof, Lucebert en Wolfgang Borchert. De Kift is een typische familieband die in 1988 werd opgericht en nog steeds optreedt, meestal in kleine zalen voor trouw eigen publiek, eerstvolgende concert in het Amsterdamse Bostheater. Hier met een voor hun doen nog tamelijk conventioneel klinkend nummer live door de straten van Parijs.

Frank Black – Gouge Away

Frank Black of Black Francis zijn de artiestennamen van Charles Michael Kittridge Thompson IV, voorman van de Pixies. Hele discussies onder de video of de toevoeging van het keyboard in dit Pixies-nummer nu echt moet of niet. Ik zeg: doen. Zeer prettige live-versie van Frank Black waarin hij bewijst dat hij het met zijn eigen band (zonder Kim) ook kan. De tekst lijkt te verwijzen naar drugsverslaving maar kent verschillende verwijzingen naar het verhaal van Samson uit het Oude Testament.



[Verse 1]
Missy aggravation
Some sacred questions
You stroke my locks
Some marijuana
If you got some

[Chorus]
Gouge away
You can gouge away
Stay all day
If you want to

[Verse 2]
Sleeping on your belly
You break my arms
You spoon my eyes
Been rubbing a bad charm
With holy fingers

[Chorus]

[Verse 3]
Chained to the pillars
A 3-day party
I break the walls
And kill us all
With holy fingers

[Chorus]

Residents – Eskimo, Walrus Hunt

Even een momentje om af te koelen: de avant-gardegroep the Residents kwam in 1979 met het album “Eskimo”. Hier het eerste nummer: ‘Walrus-hunt’. Tot op de dag van vandaag zijn de identiteiten van de bandleden van The Residents onbekend. Optreden doen ze wel, maar in kostuums waarin de individuen onherkenbaar zijn, vaak door middel van een helm in de vorm van een enorme oogbal, die ook op veel plaatcovers terugkomt. De doelstelling van de The Residents is het maken van muziek over muziek: zogenoemde “anti-muziek”. Eskimo is een fascinerend maar volledig verzonnen verhaal over het leven van Eskimo’s, dat uitgebeeld is in muziek die werkelijk doet denken dat we ergens in de buurt van de Noordpool zijn beland.

Kawehi – Song Mashup live

Nu we het gisteren toch over Nirvana hadden: vorig jaar in de lente zette ‘Kawehi’ een cover van Nirvana’s Heart Shaped Box online. Het werd een youtube-hit. Bijzonder is dat ze de muziek opbouwt uit verschillende samples die ze live produceert, een trucje waarmee wel meer youtube-hits gescoord werden, maar in dit geval was het wel erg knap en professioneel gedaan. We moeten ons overigens niet vergissen in de hoeveelheid pre- en postproductie dat zo een werkje kost.

Kawehi lanceerde meer covers, van nummers van onder meer van Michael Jackson, en Nine Inch Nails, sommige volledig a capella. Daarnaast heeft ze ook eigen werk. Donderdag 30 augustus bewees ze in de bovenzaal van Paradiso dat ze de truc ook live beheerst, onder andere door verschillende hits aan elkaar te lijmen.

De video is overigens niet van het Paradiso-optreden.

Sonic Youth – New Hampshire, live in 2004

Popsterren die op hun knieën aan hun pedalen zitten te frunniken en een zanger met hetzelfde kapsel als de hond van de buren: de New Yorkse band Sonic Youth maakte sinds de jaren 80 van de vorige eeuw tot recent experimentele noise-rock, en was als een van de grondleggers van veel moderne rockgenres als indierock en grunge meer invloedrijk dan bekend. En passant raadden ze hun platenmaatschappij destijds aan dat bandje van die ene Kurt Kobain maar eens onder contract te nemen. In deze video een performance die kenmerkend is voor hun latere werk.

Het basisinkomen als richtlijn voor een betere sociale zekerheid

Met de vrije-inloopbijstand wordt de eerste steen van een simpeler, eerlijker en transparanter sociaal stelsel gelegd

Momenteel staan 47 gemeenten klaar voor een zogenaamd experiment met ‘het basisinkomen’. Deze experimenten gaan sowieso succesvol worden, omdat het huidige beleid voor de bijstand duur is in de uitvoering en het niemand aan het werk helpt, en daar zo mooi op bezuinigd kan worden. Dat daarmee de menselijke waardigheid hersteld wordt zal als een aardige bijvangst worden beschouwd.

Een veelgehoorde kritiek is dat deze experimenten feitelijk helemaal niet gaan over het basisinkomen, maar over een andere vormgeving van de bijstand. En dat klopt. De experimenten worden gehouden met een selecte groep bijstandsgerechtigden, die één uniforme bijstandsuitkering krijgen, zonder dat hierbij het gebruikelijke circus aan controles, prikkelmaatregelen, boetes, werk- en re-integratietrajecten op ze wordt losgelaten. Daarbij krijgen ze het recht om (eventueel beperkt) bij te verdienen. Een enorm verschil met nu.

Afscheid van de waanzin
Momenteel geven gemeenten ongeveer twintig procent van het bijstandsbudget uit aan zinloze controles en maatregelen, om mensen te dwingen te zoeken naar banen die er niet zijn. Het boetesysteem dat daarbij gehanteerd wordt blijkt in de praktijk volkomen willekeurig. Met name de goedwillenden worden gestraft. De boetes zijn daarbij vaak oninbaar en jagen de kostbare armoedeproblematiek aan. De bezuinigingen die worden ingeboekt zijn daarmee schijnbezuinigingen. De huidige bijstand is daarbij een systeem van mensonwaardige bureaucratie die niemand verder helpt, maar mensen juist tegenhoudt. De verplichte trajecten kosten daarbij alleen maar echte banen, terwijl menen gedemotiveerd worden bij te verdienen omdat alles altijd terugbetaald moet worden. Zo kan je als bijstandsgerechtigde maar beter op je handen blijven zitten als je niet in de administratieve moeilijkheden wil komen.

Hoe komen we aan zo’n idioot systeem? Het is de giftige cocktail van het marktdenken van de VVD, dat vertelt dat mensen alleen maar in beweging komen als ze geprikkeld worden met boetes, en het betuttelsocialisme van de PvdA, dat stelt dat de staat mensen met een uitkering desnoods tegen hun wil moet heropvoeden. Deze ideologische blindheid vindt zijn absurde apocalyps in het beleid van Rutte-II, maar zit feitelijk diep in de haarvaten van alle partijen. Ook de SP gelooft gezien het huidige beleid in Amsterdam nog in de uitgangspunten van het oude systeem. Tot zover is alleen nog GroenLinks van die prikkel- en betuttelmythe afgestapt, alhoewel ook deze partij tot anderhalf jaar terug er – gezien het beleid van hun toenmalige wethouder sociale zaken in Amsterdam – nog heilig in geloofde. Van een dergelijke ideologische blindheid is het moeilijk afstand nemen. Maar de plichtenvrije bijstand levert een bezuiniging van twintig procent op die waanzin op, en dat zal moeilijk te ontkennen zijn.

Werken loont weer!
Maar dan? Een andere bijstand, wat zou in dat kader redelijk zijn? Door logisch nadenken kunnen we het een en ander wel verzinnen. Het ligt voor de hand dat als bijstandsgerechtigden al hun bijverdiensten mogen houden, ze oneerlijke concurrentie vormen voor mensen zonder bijstand. Het zou daarom redelijk zijn als ze bij een uitkering van 70% van het minimumloon, 30% van hun inkomsten mochten houden, met het minimumloon als plafond. Extra winst daarmee zou zijn dat het huidige verschijnsel dat sommige bijstandsgerechtigden door gemeentelijke toeslagen beter af zijn dan mensen met een minimumloon, zal verdwijnen. Er ontstaat zo vanzelf een andere bijstand, die prikkelt, omdat werken vanuit de bijstand eindelijk weer loont, in plaats van dat het, zoals nu, wordt bestraft.

Maar de experimenten bieden pas echt kansen als er één stap verder wordt gedacht. Wanneer de bijstand beperkt blijft tot een beperkte groep, is er feitelijk nog niets bewezen, want aan de poort is nog veel controle nodig, dus kunnen bovengenoemde bezuinigingen nooit volledig ingeboekt worden. Daarbij blijven we een ongelijke situatie voor mensen houden.

De vuurproef
De werkelijke vuurproef zou daarom zijn om iedereen die minder inkomen heeft dan de bijstandsnorm het recht te geven een bijstandsuitkering ter aanvulling te ontvangen. Achteraf wordt de bijstand bij de belastingaangifte verrekend, terwijl alleen controles op zwart werk zullen blijven bestaan. Laten we dit systeem de vrije-inloopbijstand noemen. Om een idee te krijgen van wat er met een vrije-inloopbijstand zou kunnen gaan gebeuren, moeten we vooral kijken naar mensen die op dit moment rondkomen van een inkomen op of onder het bestaansminimum. Mensen met een inkomen daarboven zullen minder snel geneigd zijn te kiezen voor een forse inkomensachteruitgang. Maar voor de groep die minder heeft dan het minimumloon wordt de optie van de vrije-inloopbijstand aantrekkelijk.

Op dit moment komen ongeveer net zoveel mensen rond van een inkomen op of onder het minimum als het totale aantal bijstandsgerechtigden nu. Wanneer al deze mensen er onverkort voor zouden kiezen hun werk op te zeggen om lekker te genieten van “la-luilekkerland”, en vrijwillig tot 30% in inkomen achteruit te gaan door niet bij te werken, en de rest van de bijstandsgerechtigden dit ook vertikt, dan groeit de bijstand dus met 100%. Dit valt met een besparing van 20% natuurlijk niet te dekken. Maar dat dit gebeurt is hoogst onwaarschijnlijk. Mensen in de bijstand zullen er sneller voor kiezen hun inkomen indien mogelijk te verhogen door bij te verdienen. En dat is dan ook mogelijk, omdat er voor die groep ondertussen veel werk vrij is gekomen, dat verdeeld kan worden over het totale bestand.

Met de vrije-inloopbijstand ontstaat zo een volstrekt nieuwe dynamiek aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Mensen kunnen tijdelijk en part-time werk verrichten zonder hun sociale zekerheid in gevaar te brengen. Er ontstaat kortom een sociaal stelsel dat perfect is ingespeeld op de flexibilisering van de onderkant van de arbeidsmarkt. Daarbij valt met deze solide vorm van een basisvangnet een flinke besparing op andere armoedevoorzieningen te verwachten.

Experimenten
Is de vrije-inloopbijstand onbetaalbaar? Daar kunnen we kort en lang over discussiëren, maar dat is uiteindelijk een kwestie van uitproberen. Het is wachten op een kabinet met ballen dat in het verlengde van de experimenten-met-het-basisinkomen een volgende stap durft te zetten en de vrije-inloopbijstand realiseert. Eventueel weer experimenteel.

Om een dergelijk experiment werkelijk eerlijk uit te voeren zou de vrije-inloopbijstand in een paar grote steden uitgerold moeten worden, en in andere grote steden niet. De vrije-inloopbijstand kan dan tijdens de experimentele fase alleen aangevraagd worden door mensen die al een paar jaar in de experimentele steden ingeschreven staan. In de steden Amsterdam, Utrecht, Groningen, Tilburg, Nijmegen en Eindhoven is het politieke draagvlak voor dergelijke avonturen traditioneel gezien groot, terwijl de politiek in steden als Rotterdam en Den Haag eerder nog warm blijft lopen voor de traditionele ‘strenge’ bijstand. Laten die laatste steden dan de controlegroep leveren.

De term basisinkomen mag in deze context alleen maar verwarrend lijken. Toch is het belangrijk die term vast te houden. Met een bijstand die is omgevormd tot een betrouwbare en solide basisuitkering is namelijk de eerste steen van een simpeler, eerlijker en transparanter sociaal stelsel gelegd. Vervolgens is het mogelijk om meer uitkeringen, toeslagen en kortingen onder te brengen in die regeling. Om te beginnen de arbeidsongeschiktheidsregelingen tot het bijstandsniveau, wat door het ontbreken van regels pijnloos kan. Daarna kan gekeken worden naar andere uitkeringen, toeslagen, heffingskortingen, subsidies en aftrekposten. In hoeverre een verdere versimpeling per stap redelijk is, of dat er naast een basisinkomen altijd extra regelingen moeten blijven bestaan, is dan een kwestie van voortschrijdend politiek inzicht. Het moet stap voor stap.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Het basisinkomen is aan de winnende hand

Het basisinkomen is geen ‘zomerzotheid’ zoals oud-minister Willem Vermeend en econoom Rick van der Ploeg in de Telegraaf beweren.

Afgelopen weekend verscheen in de Telegraaf een column van de lakeien van het ‘ancien regime’, Vermeend en van der Ploeg. Zij meenden het klootjesvolk in de Telegraaf te moeten waarschuwen voor de discussie over ‘het basisinkomen’, dat zij af probeerden te doen als ‘zomerzotheid’.

Ouder dan deze zomer
De discussie die momenteel gevoerd wordt over het basisinkomen is echter al wat ouder dan deze zomer. In Zwitserland werd in 2013 besloten tot het houden van een referendum over het basisinkomen. In datzelfde jaar organiseerden verschillende organisaties, in Nederland de vereniging voor het Basisinkomen, een petitie voor een Europees burgerinitiatief, dat uiteindelijk de benodigde hoeveelheid stemmen niet haalde. Maar in de zomer van 2013 besteedde weblog Sargasso.nl er daarom wel een uitgebreide serie aan. In de herfst van 2013 pakte de Correspondent het stokje over en creëerde een social-mediahype rond het basisinkomen.

Vervolgens werden in 2014 op de congressen van drie partijen, D66, de PvdA en GroenLinks, moties aangenomen voor onderzoeken naar een basisinkomen. In januari schaarde de landelijke fractie van GroenLinks zich deels achter deze beweging van onderop, door op te roepen tot een plichtenvrije bijstand als mogelijke eerste stap. Inmiddels wordt daar in 47 gemeenten serieus over nagedacht, of zijn er al vergevorderde plannen voor experimenten daarmee.

Haaks op het beleid van Rutte II
Dat is wel wat anders dan zomaar wat ‘zomerzotheid’. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het antwoord wordt impliciet in het geschrift van Vermeend en van der Ploeg gegeven: het basisinkomen staat als gedachte haaks op het zogenaamde ‘activeringsbeleid’ van Rutte II. En het is juist dat beleid dat volkomen failliet is.

De huidige bijstand is namelijk een gedrocht van zinloze controles die buitengewoon veel geld aan administratie kosten, alleen maar om mensen te dwingen te zoeken naar banen die er niet zijn. Het boetesysteem dat dit kabinet invoerde is daarbij niet alleen volledige willekeur, het jaagt de kostbare armoedeproblematiek aan, en is zodoende een schijnbezuiniging. Het feit dat wie tijdelijk wat verdient in de bijstand door de ambtelijke molen wordt gehaald en alles moet terugbetalen zorgt er bovendien voor dat je als bijstandsgerechtigde maar beter op de bank kan blijven zitten als je niet in de moeilijkheden wil komen. De verplichte trajecten tenslotte kosten banen.

Naast geldverspilling vormt de huidige bijstand een systeem van mensonwaardige bureaucratie. Dat moet en kan anders, en het is niet gek dat dit in gemeenten het eerst gevoeld wordt. Zij zijn immers belast met de uitvoering van die waanzin van Asscher en Klijnsma, en zien zich als eerste geconfronteerd met de zinloosheid ervan, alsmede met de hoge kosten aan collateral damage.

Halve waarheden en verdraaiingen van feiten
Door het verkondigen van halve waarheden en verdraaiingen van de feiten proberen Vermeend en van der Ploeg de Telegraaflezer er echter van te verzekeren dat ze zichzelf vooral niets in hun hoofd moeten halen. Om te beginnen de pathetische poging de hele discussie af te doen als een zomerhype. Daarnaast stellen ze dat bij de experimenten met het basisinkomen niet meer gecontroleerd zal worden op zwart werk. Onzin. Overigens is zwart werk juist een stuk minder aantrekkelijk voor mensen die niet alles hoeven in te leveren als ze opgeven wat ze bijverdienen, dus zal het sowieso eerder minder dan meer voorkomen.

Ook de bewering dat mensen in de experimenten concurrentievervalsing vormen hoeft niet waar te zijn: in veel van de proeven mogen de proefpersonen niet alles houden. Het zou dan ook geen rechtvaardige proef met een basisinkomen zijn, want met een ‘echt’ basisinkomen zouden mensen ook onder een zwaarder belastingregime vallen. Ook GroenLinks merkt in haar manifest op dat mensen met een plichtenvrije bijstand niet alles zouden mogen houden: in ieder geval ligt er een plafond bij het minimumloon.

Vervolgens wordt in het stuk de SP opgevoerd als bondgenoot, die vreest dat het basisinkomen zal dienen als hefboom voor een verdere afbraak van andere uitkeringen. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. De angst dat met de gemeentelijke proeven de toeslagen zullen verdwijnen lijkt in ieder geval ongegrond, want de gemeenten gaan helemaal niet over toeslagen. Daarbij is de SP alles behalve fan van het ‘activerende’ beleid voor de bijstand van Rutte II, dat Vermeend en van der Ploeg in hun stuk verdedigen.

Paniekvoetbal
Tenslotte komen van der Ploeg en Vermeend parmantig met een paar ‘rekensommen’ die werkelijk te lachwekkend voor woorden zijn. Over de experimenten met een plichtenvrije bijstand plotseling geen woord meer, ze gaan hier uit van het ‘pure’ basisinkomen, en dreigen de werkende Telegraaflezer met een verhoging van de belastingdruk van 25%, terwijl ze verzwijgen dat dit geld via het basisinkomen ook weer bij hen terug komt.

Het hele stuk van Vermeend en van der Ploeg leest als een staaltje paniekvoetbal, en is met name een teken dat de voorstanders van een fundamentele verandering in de sociale zekerheid aan de winnende hand zijn. De reacties onder het artikel zijn dan ook duidelijk in een overtuigende meerderheid steunbetuigingen voor het basisinkomen. En dat is maar goed ook, want om het sociale stelsel weer uitvoerbaar en betaalbaar te maken, prikkelend, en een betrouwbaar vangnet bovendien, zal er een volledig andere route gekozen moeten worden dan Rutte II nu bewandelt.

De uitkomsten en het vervolg
De uitkomsten van de experimenten met het basisinkomen staan vooraf eigenlijk al vast. Natuurlijk leidt het geven van vrijheid en het belonen van mensen tot meer economische activiteit, met als bonus meer levensgeluk en een betere gezondheid. Dat is nu al tientallen malen bewezen. Het afschaffen van zinloze bureaucratie is daarbij een stuk goedkoper dan het volhouden.

De grote uitdaging is de volgende stap: het openstellen van de nieuwe bijstand voor ieder zonder voldoende inkomen, ongeacht de reden. Leidt dit ertoe dat mensen massaal hun baan opzeggen? Alle tekenen wijzen de andere kant op. In ieder geval is het een heel effectieve methode om armoede te bestrijden, en dat levert veel winst op. Maar onderzoek hiernaar is daarmee pas echt de lakmoesproef voor een andere vorm van sociale zekerheid.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Fraudewet-lovers

Treurig maar voorspelbaar, dat waren de verontwaardigde reacties van rabiaat-rechtse facties afgelopen dinsdag op het besluit van wethouder Vliegenthart van de gemeente Amsterdam om de uitgedeelde boetes in het kader van de fraudewet naar beneden bij te stellen.

De VVD, de Telegraaf, en in haar kielzog GeenStijl-dochter Das Kapital vinden dat natuurlijk reuze oneerlijk. Zij willen bloed aan de paal zien. En dat gaat dan middels opruiende stukjes waarin Amsterdam wordt neergezet als het Walhalla voor fraudeurs.

Dat uit onderzoek van de ombudsman is gebleken dat de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de fraudewet helemaal niet bewust frauderen, maar dat het gewoon om fouten gaat, die in ons idioot ingewikkelde sociale stelsel nu eenmaal makkelijk gemaakt zijn, dát wordt in de artikeltjes natuurlijk niet vermeld, noch dat het verlagen van de boetes geheel in lijn ligt met het landelijk beleid om de fraudewet meer humaan te maken, nota bene naar aanleiding van gerechtelijke uitspraken hierover… een aanpassing die volgens mensen in het veld overigens nog veel te zwak is om een echt rechtvaardige situatie op te leveren.

 

De waarheid is namelijk dat de fraudewet een probleem op zichzelf is geworden. Het aantal huishoudens met problematische schulden groeit schrikbarend, iets waar de overheid momenteel met wel meer maatregelen hard aan bij blijkt te dragen. Iedereen de schulden in, dat lijkt het motto van Rutte II.

En dat is niet alleen een probleem van die huishoudens met schulden zelf. De opgelegde boetes brengen alleen maar op de balans wat op: of ze ook een keer betaald worden is nog maar zeer de vraag, want van een kale kip kan je niet plukken. Ondertussen leveren ze vooral nieuwe problemen op: onbetaalde rekeningen, meer gebruik van schuldsanering en de voedselbank, mensen in de stress, komen minder snel aan het werk etc. Overdreven? Het Nibud becijfert dat deze problematiek de Nederlandse samenleving op die manier jaarlijks elf miljard kost.

De gemeente Rotterdam, waar men ook maar niet wil luisteren naar de rede en blind doorgaat met het keiharde regime dat uiteindelijk alleen maar geld verspilt, wordt in het pennevruchtje van Das Kapital vervolgens nog een flinke pluim in de reet gestoken. In de kronkel van Das Kapital is Amsterdam namelijk schuldig aan het gesignaleerde verschil in de fraudeaanpak van steden. En dat terwijl Amsterdam gewoon handelt in de geest van de rechtsstaat, terwijl Rotterdam daar tegenin gaat.

Das Kapital toont zich zo de perfecte spreekbuis voor een zinloos boetebeleid van een bureaucratische en inhumane overheid die maling heeft aan burgers, en ze graag vermorzelt. Want straffen zal de staat! Ook al is schuld onbewezen. De belastingbetaler dokt wel voor dit super-controle-orgaan. 

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Financieel Dagblad vergeet argumenten tegen basisinkomen

Dat de redactie Financieel Dagblad qua argumenten en vooral waarheidsvinding niet zo zuiver is wisten we al, maar in haar laatste commentaar poneert zij haar eigen stelling dat ‘een basisinkomen’ onbetaalbaar is, de arbeidsmoraal zal vernietigen en slecht zou zijn voor de economie, zonder enige verdere onderbouwing.

En dat is jammer, want de argumenten die daar normaal voor gegeven worden zijn vrij makkelijk te weerleggen. Alles wat riekt naar een basisinkomen is in principe heel goed budgetneutraal in te voeren, en daarbij brengt het grote bezuinigingen op het overheidsapparaat met zich mee. In plaats van het huidige controle-dwang-en-boeteregime in de sociale zekerheid werkt alles wat riekt naar een basisinkomen juist bijzonder prikkelend op de arbeidsmoraal. En voor de economie kan dat alleen maar goed zijn.

Maar goed, waar het FD op reageert is feitelijk helemaal niet een ‘basisinkomen’, maar op proeven met een andere vorm van bijstand. En daarbij wordt in veel van die proeven het gevaar van bijverdienen wel degelijk erkend.

Maar dat erkennen, maakt nog geen tegenstander van een andere aanpak van de bijstand. Het is immers heel goed mogelijk bijstandsgerechtigden een deel van hun bijverdiensten te laten houden, met het minimumloon als maximum totaal, zoals bijvoorbeeld GroenLinks het al voorstelde.

En dat werkt bijzonder motiverend om werk te vinden, ja. Is dat een probleem?

De huidige bijstand is een gedrocht van zinloze controles die buitengewoon veel geld aan administratie kosten, en bovendien mensonwaardig zijn. Het boetesysteem jaagt naast dat het geen baan creëert de armoedeproblematiek aan, en daarmee is het een extra maatschappelijke kostenpost. Het systeem dat wie bijverdient bij de bijstand alles moet terugbetalen en ook nog een ambtelijke molen door moet om te bewijzen dat zijn inkomsten niet structureel zijn, zorgt er bovendien voor dat je als bijstandsgerechtigde maar beter op de bank kan blijven zitten als je niet in de moeilijkheden wil komen. De verplichte trajecten kosten banen. Dat moet en kan anders.

Maar goed, waar argumenten ontbreken valt er ook niet op in te gaan en zeggen we tegen het FD gewoon: nietes. En ga je werk eens doen. Je bent journalist, geen politicus, of cabaretier.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

De dubbele agenda van de PvdA

Wat zijn de motieven van de PvdA voor het ondermijnen van de sociale zekerheid?

Vorig jaar, toen de Wet Werk en Zekerheid nog nauwelijks media-aandacht kreeg, heb ik er in mijn column op Sargasso (1) al voor gewaarschuwd: Met deze wet wordt de tweedeling op de arbeidsmarkt alleen maar erger. Flexwerkers worden eerder ontslagen, terwijl het vangnet achteruit holt.

En ja hoor, gisteren in het AD weer een artikel over een schattig meisje dat zonder enige andere aanwijsbare reden na twee jaar haar baan verliest. En helaas gaat dit artikel niet over een uitzondering: een maand voor de invoering van de wet werd al een ontslaggolf onder flexwerkers waargenomen.

Dit effect gaat door. Om mij heen zie ik om de haverklap mensen hun baan verliezen, steeds toevallig na twee jaar dienst. De meeste werkgevers doen er niet zo huichelachtig over als Ahold in het AD. Al drie keer heb ik het verhaal gehoord van iemand die letterlijk verteld werd dat het tijd is een half jaartje op de bank te gaan zitten: na dat halve jaartje is er immers wél weer de mogelijkheid voor een tijdelijk contract. Het is om te janken.

Gespeelde verontwaardiging
Als ik nu de enige helderziende was geweest destijds, dan had ik het Asscher misschien nog vergeven. Maar dat is niet het geval. De media besteedden er toen nog niet zoveel aandacht aan, maar arbeidsmarktspecialisten hebben hier keer op keer voor gewaarschuwd. Asscher zette echter door.

En hoe is zijn reactie nu? Gespeelde verontwaardiging. Zogenaamde solidariteit met de slachtoffers van zijn eigen domme beleid. Want die stoute werkgevers, die hebben het maar niet begrepen. De bedoeling van zijn wet was immers zo mooi, ziet u? Asscher speelt kortom mooi weer over de ruggen van flexwerkers nadat hij er zelf een mes in heeft gestoken.

Ondertussen is Asschers staatssecretaris Klijnsma bezig de bijstand te hervormen tot een bureaucratisch monster van zinloze kortingen die de armoedeproblematiek (en de kosten daarvan!) vergroten, met duur betaalde prikkels waardoor niemand eerder aan het werk komt, en waardoor uiteindelijk zelfs banen verdwijnen.

Mogelijke motieven
De vraag dringt zich op: Waarom? Waarom steeds gekozen voor beleid waarvan van tevoren al bewezen is dat het contraproductief werkt? Waarom niet gekozen voor een controlevrije bijstand, die prikkelender is, en uiteindelijk goedkoper in de uitvoering? En waarom niet gekozen voor het opbouwen van rechten vanaf dag 1 dat iemand in dienst is, in plaats van na twee jaar?

Een verklaring voor deze keuze is natuurlijk pure naïviteit. Maar op een bepaald moment is kortzichtigheid gewoon niet meer afdoende als verklaring. Dat de PvdA voor de huidige route kiest kan misschien beter verklaard worden door andere motieven:

1. De PvdA kiest er welbewust voor mee te gaan in het rechtse frame van de luie en frauderende uitkeringstrekker omdat dit het makkelijkste verhaal is. De PvdA kiest daarmee voor een korte-termijnbezuiniging op de bijstand via strafkortingen. Dit gaat sneller dan bezuinigen door het afschaffen van controles en re-integratietrajecten, want het vereist geen reorganisatie van de sociale zekerheid. Dat dit op den duur meer kosten met zich meebrengt door groeiende armoede en schuldenproblematiek, komt niet op de huidige rijksbegroting terug.

2. De PvdA ziet de huidige hervormingen in de sociale zekerheid ondertussen vooral als werkgelegenheidsproject voor re-integratiewerkers en controle-ambtenaren. Ook betekent een ingewikkeld ontslagstelsel met veel verschillende rechtsposities brood op de plank voor juristen en de vakbonden. De PvdA zoekt haar achterban met name bij de mensen die werkzaam zijn in dit veld.

3. De schuld van de negatieve effecten van hun beleid leggen de PvdA bewindslieden bij de zogenaamde luie uitkeringstrekkers en moreel verdorven werkgevers. Dat hun positie en gedrag te verklaren valt als effecten van het huidige beleid wordt bewust verzwegen. Mensen met een uitkering en werkgevers vormen dan ook niet de achterban van de PvdA. De PvdA mikt traditioneel gezien vooral op ambtenaren en mensen met een vast contract, en probeert ondertussen flexwerkers te lijmen met ‘goede bedoelingen’.

Te cynisch?
Misschien vindt u mij hier wat te cynisch. Maar het is de treurige waarheid in de politiek dat een partij die een succes boekt met de bestrijding van ‘haar’ probleem zichzelf overbodig maakt. En dat is misschien maar al te hard bij de top van de PvdA doorgedrongen. Zij volgen zodoende dezelfde tactiek als Wilders: krokodillentranen vergieten over de misstanden, maar feitelijk alleen maar maatregelen voorstellen die de problemen doen toenemen: die problemen vormen immers je bestaansrecht als partij.

In het geval van Wilders is het zaak moslims zoveel mogelijk van de samenleving weg te duwen en zo eventueel te laten radicaliseren, in het geval van de PvdA is het doel de sociale zekerheid te veranderen in een ingewikkelde kluwen van onrechtvaardigheden. Want dat is de beste garantie voor werkgelegenheid voor ambtenaren, en toekomstige stemmen op een partij die zich profileert als partij die opkomt voor mensen met een baan.

(1): Column Sargasso: Politiek Kwartier | Flex als nieuwe norm

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Financieel Dagblad over experimenten met basisinkomen

Echt nieuws is het niet, maar er worden in dit artikel al wel meer details verstrekt over hoe de gemeenten de proeven met ‘een basisinkomen’ willen uitvoeren. Een compleet overzicht is het overigens niet.

Zo ontbreekt de gemeente Nijmegen opvallend genoeg in de inhoudelijke commentaren. Maar misschien is het nog te vroeg voor een goed overzicht. Zoals in het artikel duidelijk wordt, moet de Haagse Politiek nog reageren, en duidelijk is dat een plichtenvrije bijstand haaks staat op het kabinetsbeleid en de kabinetsfilosofie. Wel blijkt dat maar liefst 47 (!) gemeenten interesse hebben voor de experimenten.

Experimenten met het basisinkomen kennen een aantal kansen, maar ook een aantal gevaren. Deze zette ik eerder uiteen in het artikel op deze site “Proeven aan het Basisinkomen“, waarin ik pleit voor de invoering van een vrije-inloopbijstand met een geleidelijke uitstroom via bijverdienregelingen.

Mijn angst is dat een experiment met een bijstand met strikte instroomvoorwaarden en onbeperkt bijverdienen aan zijn eigen succes ten onder zal gaan, omdat de bijstandsgerechtigden oneerlijke concurrentie gaan vormen voor zzp’ers. Ook is het geen eerlijk experiment met betrekking tot het basisinkomen, omdat de bijstandsgerechtigden onder een belastingregime vallen dat het basisinkomen niet hoeft te bekostigen.

Bij een vrije-inloopbijstand komen substantiële budgetten vrij voor een eventuele groei van het bestand. Om te beginnen komt vanuit de bijstand 20% van het budget vrij dat nu opgaat aan controle- prikkel- en re-integratiebeleid dat geen enkel effect heeft. Daarbij is substantiële winst te halen door een betere armoedebestrijding. Volgens het Nibud kost armoede de samenleving jaarlijks een bedrag dat vergelijkbaar is het met totale budget van de bijstand.

Wanneer bij een vrije-inloopbijstand iedereen die op of onder minimumloon verdient zijn of haar baan op zou zeggen, zou het bijstandsbestand met een factor 2 toenemen. Hoe vanuit een bijstand waarmee (beperkt) bijverdienen mogelijk is vervolgens zou worden gereageerd op de vrijgekomen banen is natuurlijk het meest interessant. Alle praktische experimenten met gratis-geld en mogelijkheden tot bijverdienen wijzen uit dat mensen actiever worden dan met geldverstrekking-onder-voorwaarden, maar de uiteindelijke resultaten van een vrije-inloopbijstand blijven onbekend totdat deze, eventueel experimenteel, wordt ingevoerd.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

“Wilders exporteert zijn haat alsof het Hollandse tulpen zijn”

De terrorist Breivik verklaarde voor zijn massamoord door Wilders geïnspireerd te zijn. De PVV-leider wees dat van de hand maar als je met het grootste gemak beweert dat de koran mensen aanzet tot terreur dan moet je jezelf toch achter de oren krabben als een terrorist jou een inspiratiebron noemt. Dan kom je niet weg met een simpele distantiëring. Of althans dan zou je daar niet mee weg moeten komen. Maar een kritische houding van de Nederlandse media ten opzichte van Wilders is nu eenmaal zeldzaam.

Dat lijkt mij een valide gedachtegang waar weinig tussen te krijgen is. Een fel anti-Wilders stuk van Francisco van Jole. Zijn eindoproep voor een reisverbod lijkt mij juridisch gezien erg lastig en wellicht ook niet wenselijk, maar zijn waarschuwingen voor dat Wilders’ gedachtegoed niet zo onschuldig is als mensen hier geloven kan ik ondersteunen. Het Nederlandse volk is als die spreekwoordelijke kikker in die pan, die langzaam aan politiek radicalisme en racisme is gewend geraakt.

Het exporteren van tulpen stond ons toch beter.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

We moeten afrekenen met de dogma’s van deze eeuw

Het is heel gevaarlijk als politici zeggen ‘neutraal’ te zijn, want dat wijst erop dat ze zo ideologisch geïndoctrineerd zijn, dat ze blind geworden zijn voor hun eigen ideologie.

Vandaag wordt het u nog eens uitgebreid toegelicht in een stuk van Merijn Oudenampsen over Dijsselbloem’s dogmatisme op de Correspondent. Eerder kwam Zizek al met deze zelfde bijdrage, en vergeleek het moderne neoliberale denken met hetzelfde starre denken van het communisme onder Stalin.

We moeten afrekenen met de dogma’s van deze eeuw. Neoliberalisme met haar geloof in de vrije markt die zichzelf disciplineert als de overheid zich maar terugtrekt is niet ‘de waarheid’. Dit geloof heeft die vorm van blindheid aangenomen dat het de crisis kon veroorzaken. In de VS zijn ze er vervolgens stilletjes vanaf gestapt door het aannemen van grote investeringsprogramma’s, en het opzetten van een ambitieus zorgstelsel (Obamacare). De EU blijkt cynisch genoeg hardnekkiger in haar ideologische neoliberale blindheid, en heeft met haar beleid van ‘Austerity’ en snijden in de sociale zekerheid de crisis verhevigd, en laat haar zo voortduren. Want ‘wij zijn allen Griekenland’.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Hollande pleit voor regering voor de eurozone

Hollande wil dat de eurozone een eigen regering en parlement krijgt. Laat dat dan in Godsnaam zo zijn dat dat parlement dan ook echt alle parlementaire bevoegdheden krijgt, en dat er voortaan vergaderd wordt in openheid. Het zou een grote winst voor de democratie kunnen zijn als het totale volk van de eurolanden over zichzelf zou mogen beslissen, in plaats van dat volken over elkaar beslissen in afgesloten achterkamertjes. Zo nee, dan heeft een dergelijke move geen zin, en kan het alleen maar schadelijk zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl.

Dan nog liever een Grexit?

De oorzaak van de vernietiging van de natiestaat binnen de EU is cynisch genoeg het nationalisme, dat de Eurolanden tegen elkaar uitspeelt. 

“Een catalogus van wreedheden”, zo omschrijft het Duitse ‘Der Spiegel’ de draconische maatregelen die Griekenland krijgt opgelegd in de ruil voor het vermijden van de gevreesde Grexit. “De lijst met eisen van de Eurogroep is waanzin.” schrijft de New York Times. “Dit is pure wraakzucht, totale verwoesting van de nationale soevereiniteit, zonder enige hoop op verbetering.”

Griekenland is aan het eind van deze week wellicht geen land meer”, schrijft Tine Peeters in de Morgen. Het opheffen van de Griekse autonomie is volgens haar totaal: ze geldt voor de politiek, de economie en de financiën van het failliete land. Wat gaat er gebeuren? Verder lezen Dan nog liever een Grexit?

Dijsselbloem en de neoliberale kerk

De brief van Dijsselbloem roept vooral vragen op. De vraag is sowieso of de positie van Dijsselbloem als priester van de Neoliberale kerk nog houdbaar is.

De ledenbrief die Dijsselbloem naar de PvdA-leden stuurde is hoogst opmerkelijk. In die brief doet hij het voorkomen als zou de regering Tsipras tijdens de onderhandelingen vooral problemen hebben met het snijden in de defensie-uitgaven en het opleggen van belastingen aan rijke reders.

Gedraaid?
Nu is dat vreemd, omdat Syriza juist met belastingverhoging voor rijke Grieken en fors snijden in Defensie de verkiezingen in was gegaan: het stond letterlijk in haar 40 puntenprogramma (zie nummer 8 en 10).

Is Syriza gedraaid, en zo ja waarom? Het enige wat ik kan verzinnen is dat dit standpunt gewijzigd is vanwege de rechts-nationalistische coalitiepartner van Syriza, of dat de regering omgekocht zou zij door de rijke reders. Het zou kunnen, maar het blijft onwaarschijnlijk, ook omdat deze draai haaks staat op de gehekelde linkse ideologie waar Syriza zo aan hangt.
Verder lezen Dijsselbloem en de neoliberale kerk

Vrijheid in het onderwijs

Een rok verbieden, een hoofddoek verplichten, homoseksuele leraren weigeren; het mag allemaal van artikel 23 van de grondwet.

Kinderen hebben het recht op kennis van alle levensovertuigingen. Daarom dient artikel 23 van de grondwet grondig herschreven te worden

Soms komt er zo’n bericht langs waarbij ik denk: dat dit nog mogelijk is in onze moderne samenleving. Zoals gisteren in de Volkskrant, over een ‘doorgedraaide Christenjuffie’ die wordt ontslagen door ‘doorgedraaide Christenschool’ omdat ze beide de andere kant op draaiden. Mevrouw heeft zich laten overdopen van de Hervormde Kerk naar de Vrije Baptisten, en daarom verliest ze haar baan.

Er komt een rechtszaak, want de advocaat verwijt de school te meten met twee maten. En dat is dan ook de enige manier om bezwaar aan te tekenen tegen de handelswijze, want verder is deze vorm van discriminatie in onze wet nog altijd gewoon toegestaan. Scholen hebben in ons land tot op de dag van vandaag het uitdrukkelijke recht zichzelf ‘zuiver’ in de leer houden, door personeel en leerlingen te selecteren op basis van geloof. En dat gaat ver. Een rok verbieden, een hoofddoek verplichten, homoseksuele leraren weigeren; het mag allemaal van artikel 23 van de grondwet. Ook leerlingen op basis van het geloof van hun ouders de laan uitsturen is gewoon toegestaan op de bijzondere scholen die met gemeenschapsgeld worden gefinancierd.

Raar, want in ditzelfde land kunnen ‘gewone’ werkgevers aangeklaagd worden als ze personeel niet aannemen vanwege een kruisje of een hoofddoekje, of als ze die dingen juist verplicht willen stellen. En een winkel die mensen op basis van geloof niet wil bedienen (‘verboden voor moslims’) krijgt al helemaal moeilijkheden. Wat particuliere zelfstandige bedrijven niet mogen, mogen scholen die drijven op overheidssubsidie kortom wel. Welkom in schizofreen Nederland.

Minimale aanpassingen
De politiek staat hier bijna apathisch naar te kijken. Traditioneel pleiten de SP, GroenLinks en D66 voor een acceptatieplicht voor leerlingen voor alle scholen: bijzondere scholen zouden volgens hen het recht moeten verliezen leerlingen te weigeren op basis van geloof. Volgens deze partijen bevordert Artikel 23 de segregatie. Maar naast de Christelijke partijen steunen VVD en PvdA deze voorstellen doorgaans niet. Waarschijnlijk vanwege de eeuwige zoektocht voor steun voor andere plannen. Waardevrij onderwijs heeft voor deze partijen duidelijk geen prioriteit. De afbraak van het sociale stelsel en de privatisering van de zorg vinden VVD en PvdA kennelijk belangrijker.

De SP richt haar pijlen daarom nu op een detail die de wet met zich meebrengt: religieuze leerlingen krijgen vergoeding voor reisgeld wanneer er geen school in de buurt is waarvan leraren en leerlingen geselecteerd zijn op dezelfde godsdienst van de ouders. Dit vervoer kost de staat 20 miljoen euro per jaar. De SP vindt dat dit geld beter besteed kan worden aan leerlingenvervoer voor gehandicapte kinderen, waar de laatste jaren flink op bezuinigd is.

Intussen kondigde Sander Dekker in een interview met het orthodox-protestantse Nederlands Dagblad een grotere vrijheid aan om nieuwe scholen te stichten. De wet gaat zich als het aan hem ligt minder focussen op een minimum aantal beschikbare scholen van een bestaande geloofsrichting, en sterker op de kwaliteitseisen. Een minimale aanpassing, waarbij hij met klem benadrukt dat hij het in stand wil houden dat er scholen worden gesticht op basis van levensbeschouwing.

Vrijheid van levensovertuiging
Misschien moet ik in dit kader wel blij zijn met de komst van Islamitische scholen. Want hierdoor krijgt dit debat tenminste nog af en toe enige aandacht. Wanneer het om een Islamitische school gaat, vindt immers bijna iedereen het onwenselijk dat die scholen er zijn. Wanneer het om een Islamitische school gaat, snappen plotseling veel meer mensen waarom het van belang is dat kinderen op jonge leeftijd ook leren over andere levensovertuigingen in onze samenleving.

Begrijp mij goed: de vrijheid van levensovertuiging vind ik een van de meest belangrijke verworvenheden van onze moderne samenleving. Maar het recht om je kind op te sluiten in de eigen geloofsgemeenschap gaat mijns inziens recht tegen deze vrijheid in. Het is prima als ouders hun kinderen naar een zondagschool sturen om ze te onderwijzen in hun eigen geloof. Maar het toestaan van bijzondere scholen die openlijk een bepaalde levensovertuiging aanhangen in ons onderwijssysteem is puur onwenselijk, en het stimuleren en subsidiëren daarvan is ronduit absurd. Kinderen hebben het recht op de ‘hele wereld’, en die is een stuk groter dan de beperkte wereld waar hun ouders voor gekozen hebben. Hen opsluiten in de eigen groep ontneemt hen het recht om die wereld in zijn volle breedte te leren kennen. Dit heeft niets met vrijheid te maken, maar met vrijheidsbeperking.

Artikel 23 is daarmee overigens niet nutteloos geworden. Het is voor de kwaliteit van het onderwijs zeer nuttig een school te kunnen stichten met een eigen filosofie over het onderwijs zelf. Dat bevordert de diversiteit in leermethoden, en indien scholen goed gemonitord worden op kwaliteit kan dit de kwaliteit van het onderwijs alleen maar ten goede komen. Maar dat gaat dan over de vorm van het onderwijs zelf, en dat is iets volledig anders dan het recht om leerlingen te indoctrineren door ze te confronteren met slechts één geloof, en ze van de rest van de wereld af te schermen. Artikel 23 zou daarom duchtig herschreven moeten worden, en een stuk ingrijpender dan Sander Dekker en zelfs D66, GroenLinks en de SP voorstellen.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Martelaren van de Democratie?

Het laatste blog van Ewald Engelen over de Griekse Crisis zal voor sommigen lezen als een wat overdreven samenzweringstheorie tegen de EU, met wat al te gemakkelijke ‘linkse’ platitudes.

Maar dat neemt niet weg dat er inzake de Griekse crisis een aantal schrijnende waarheden in staan, waarheden die ook mensen die nu eenmaal minder met ‘links’ en ‘eurosceptici’ hebben, en die vinden dat er zoveel mogelijk geld uit die Grieken geperst zou moeten worden, moet aanspreken: Verder lezen Martelaren van de Democratie?

Nederlandse pers puur partijdig over Griekenland

Terwijl de officiële kranten nog braaf berichten dat die luie klotengrieken eindelijk door de knieën zijn gegaan, wordt bloggend Nederland eindelijk wakker. Gisteren verscheen een mijns inziens uitstekend stuk van Ewald Engelen op Joop.nl over de Griekse kwestie, nadat de dag daarvoor Ewout van den Berg een soortgelijk stuk schreef. Enkele quotes met een leeswaarschuwing: het zal sommige mensen misschien wat linksig in de oren klinken.

Van den Berg:

“Er zijn twee belangrijke drijfveren voor het Europese bezuinigingsbeleid. In de eerste plaats is het gericht op het subsidiëren van multinationals en banken. Van al het geld dat de afgelopen jaren naar Griekenland is gegaan, is 92% in de zakken van Europese en Amerikaanse banken verdwenen. 17 procent van de staatsschuld is in private handen, tegenover in ieder geval 62 procent dat in het bezit is van andere Eurozone-staten – dit was in 2010 nog 26%. Het Europese beleid heeft er dus voor gezorgd dat er een complete bloedtransfusie plaatsvond, waarbij de schulden uit de financiële sector publiek zijn gemaakt.”

Verder lezen Nederlandse pers puur partijdig over Griekenland

Proeven aan het basisinkomen: de vrije-inloopbijstand

Een proef met de vrije-inloopbijstand is de ultieme lakmoesproef voor het huidige sociale stelsel.

Momenteel staat een heel aantal gemeenten te trappelen om proeven te doen met ‘het basisinkomen’. In veel gevallen zijn GroenLinks en D66 de aanjagers daarvan. Waar bij D66 vooral de lokale afdelingen warm lopen voor dit idee en het landelijk kader zich daarvan distantieert, heeft bij GroenLinks ook het landelijk kader zich voor dit soort experimenten uitgesproken.

Neem de term basisinkomen’ hier trouwens met een korrel zout. Het gaat hier meestal om proeven met mensen in de bijstand, die vrijgesteld worden van alle plichten, en de mogelijkheid krijgen om bij te verdienen. Vaak wordt aan dat bijverdienen dan een maximum gesteld, maar niet in alle gevallen. Verder lezen Proeven aan het basisinkomen: de vrije-inloopbijstand

De regendans van Maarten Struijvenberg

‘De wethouder van Rotterdam kan niet rekenen’

Als ergens de ‘strenge bijstand’ is doorgeslagen dan is het wel in Rotterdam. Afgelopen donderdag had de Rotterdamse ombudsman geen goed woord over voor deze aanpak. Volgens hem ervaren mensen de verplichte trajecten en tegenprestaties als volstrekt zinloos, vernederend, en zorgt het er niet voor dat mensen eerder een baan vinden.

Geconfronteerd met deze kritiek stelde de Rotterdamse wethouder Struijvenberg op NPO Radio 1 dat met dit beleid wel 12% minder instroom en 7% meer uitstroom wordt bewerkstelligd. Niet zeuren dus: het beleid ‘werkt’. Maar is die bewering ergens op gebaseerd?

Instroom en uitstroom
Hoewel ik ze niet heb kunnen controleren wil ik best geloven dat Rotterdam momenteel minder instroom en meer uitstroom in de bijstand heeft dan vorig jaar. Maar dat kan net zo goed liggen aan de aantrekkende economie of andere factoren dan aan het gevoerde beleid. Dat wordt zelfs heel aannemelijk als we de landelijke cijfers naast de cijfers van de gemeente leggen. Dan blijkt dat in Rotterdam, dat al jaren voorop loopt met de ‘strenge bijstand’, sinds 2011 de uitstroom uit de bijstand juist sterk achterblijft bij de landelijke trend.

En dan de zuinigheid van het beleid zelf. Een paar maanden geleden deed Struijvenberg een juichbericht uit dat de gemeente Rotterdam met controles, boetes en re-integratietrajecten maar liefst 9 miljoen had bespaard. Dat lijkt veel, maar helaas is dat maar 2% van de totale Rotterdamse begroting voor de bijstand, terwijl de kosten van die controles en trajecten bij elkaar maarliefst 20% van de begroting uitmaken. Struijvenberg besteedt dus meer dan 20% om 2% te kunnen besparen.

Struijvenberg zal erop wijzen dat hierdoor in Rotterdam minder instroom in de bijstand is. Maar met 12% minder instroom en 2% bezuinigingen als we Struijvenberg mogen geloven tegen 20% meer kosten komt hij nog steeds negatief uit. En die lagere instroom, is dat omdat mensen in Rotterdam door dit beleid hun oude inkomen behouden of nieuw inkomen vinden? Dat valt absoluut niet vol te houden. Van enig positief effect op werkgelegenheid is met de strenge bijstand geen sprake. Sterker nog: het beleid kost volgens de FNV zelfs banen. De bezuiniging komt dus voort uit het weigeren van uitkeringen aan mensen die daar met ander beleid wel recht op zouden hebben. En tegen welke prijs?

Schuldenproblematiek
Veruit de meeste mensen die in deze tijd zonder inkomen komen te zitten geraken daar buiten hun eigen schuld. Het is een burgerrecht dat in zo’n geval de overheid een solide vangnet biedt. Dat burgerrecht wordt mensen tegenwoordig ontzegd, en de overheid is er nog trots op ook. De gevolgen voor de slachtoffers van dit beleid zijn echter gigantisch. Al jaren trekt de ene instantie na de andere hard aan de bel vanwege het snel groeiende aantal mensen met problematische schulden in dit land: het gaat inmiddels om één op de tien huishoudens. De voornaamste redenen die worden opgegeven? Niet de crisis, niet het verspillende gedrag van mensen, maar het strengere terugvorderingbeleid van de belastingdienst en uitkeringsinstanties.

Dit is niet alleen een ramp voor de mensen die in de financiële problemen komen zelf, maar voor de hele samenleving. Mensen met problematische schulden kosten de gemeenschap veel geld aan schuldhulpverlening en onbetaalde rekeningen: volgens het Nibud gaat het maar liefst om 11 miljard euro per jaar, een bedrag dat vergelijkbaar is met het bedrag dat aan de totale bijstand opgaat.

Regendans
Ziehier de treurnis: op korte termijn worden met pest- en boetebeleid kleine opbrengsten gegenereerd en trots gepresenteerd als winst, terwijl de kosten tien keer zo groot waren als de opbrengst. Op lange termijn genereren die kleine opbrengsten juist weer veel diepere problemen, die bijzonder veel geld gaan kosten. Schijnbezuinigingen dus, en de echte rekening komt nog.

Dat er banen bijkomen gebeurt ondertussen niet dankzij het beleid, maar ondanks het beleid. Dit beleid doet kortom denken aan een medicijnman die net zolang blijft dansen tot het regent, en dan zegt dat dit door het dansen komt. Nu heb ik niets tegen folklore, maar laten we er alsjeblieft geen geld aan verspillen. En als die medicijnman ook nog een gifmenger blijkt die zijn patiënten in plaats van beter ongezonder maakt, dan moet er toch een keer aan de rem getrokken worden over deze moderne volksverlakkerij.

Er gloort licht aan de horizon
Gelukkig kan ik positief afsluiten. Toen ik een paar jaar geleden op het weblog Sargasso.nl over dit wanbeleid schreef leek het nog vechten tegen de bierkaai. De politieke oogkleppen zaten muurvast: van links tot rechts, van VVD tot SP, blind draafde men door op de illusie van de steeds strengere sociale zekerheid. Maar inmiddels beginnen schoorvoetend andere geluiden te klinken. Veel mensen zijn inmiddels zo geschrokken van de ronduit absurde taferelen die zich afspelen rond de sociale diensten (mensen die beboet worden voor het oppassen op hun eigen kleinkinderen, mensen die verplicht gratis hun oude baan moeten opknappen), dat nota bene het oude idee van een basisinkomen aan populariteit wint. En veel gemeenten voelen onder invloed van die discussie wel wat voor experimenten met een bijstand zonder verplichtingen, of zijn die proeven zelfs al aan het voorbereiden.

GroenLinks en lokale afdelingen van D66 lopen hierbij voorop. En terecht. Er valt bijzonder veel mee te winnen. Niet alleen kost ‘de medicijnman’ ons zoals gezegd meer dan 20% van de totale bijstandsbegroting en levert hij nauwelijks iets op, zonder die medicijnman is een veel betere armoedebestrijding mogelijk. En daar profiteren we uiteindelijk allemaal van.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl.

Basisinkomen is budgetneutraal en prikkelend

Het basisinkomen wint aan populariteit door het failliet van het huidige sociale systeem.

In de Volkskrant van 19 mei 2015 schrijft hoogleraar aan de VU Raymond Gradus dat het basisinkomen veel te duur en niet solidair zou zijn. Op dit artikel verschenen vervolgens al twee tegenartikelen waarin de voordelen van het basisinkomen worden bezongen, waarin helaas niet op Gradus’ argumenten wordt in te gaan. Dat schiet dus niet op zo met die inhoudelijke discussie. Het lijkt me niet slecht in te gaan op de argumentatie van Gradus zelf. Deze verraadt namelijk mijns inziens vooral dat hij de discussie niet goed heeft gevolgd. Verder lezen Basisinkomen is budgetneutraal en prikkelend

Jesse Klaver en de achilleshiel van de VVD

Hoe Jesse Klaver kansen om het gedachtegoed van de VVD in de kern aan te vallen laat lopen.

Jesse Klaver wist als nieuwe leider van GroenLinks vorige week de media te halen met een paar opmerkelijke uitspraken. Zo wil hij af van het economisme en het ideaal van de kleine overheid. Daarmee lijkt hij zich vooral fundamenteel af te zetten tegen het marktdenken van de VVD. Maar is die aanval wel goed gericht?

Economisme
In zijn speech bij het aanvaarden van het fractievoorzitterschap zette Klaver zich af tegen de neiging alles in geld uit te drukken, en stelde dat hierdoor de bijdrage aan ‘hogere waarden’ onbesproken blijft.

Als voorbeelden geeft hij onder meer de opmerking dat windmolens te duur zouden zijn, en belastingverlaging voor bedrijven om ze te verleiden in Nederland te komen. Hiermee zouden dan het milieu, de nationale veiligheid en de solidariteit onder druk worden gezet.

So far so good. Maar het probleem hiermee lijkt mij niet zozeer dat er gerekend wordt. Het probleem is dat verschillende bredere effecten en lange termijneffecten in de som niet worden opgenomen.

Liever dan een idealistisch verhaal dat niet alles in geld is uit te drukken – alles van waarde is weerloos – had ik daarom graag een frontale aanval gezien van Klaver op zijn concurrenten, met het verwijt dat zij uiteindelijk niet kunnen rekenen. Zij doen zich zuinig voor, maar via een omweg krijgen de burger en de samenleving de rekening toch wel gepresenteerd. De schijnzuinigheid van Rutte.

Dit verhaal had Klaver dan kunnen koppelen aan het door GroenLinks zo gewenste vergroening van het belastingstelsel en collectieve belastingafspraken binnen de EU.

De Kleinere Overheid
Een paar dagen later stelde Klaver in een interview met de Volkskrant af te willen van het dogma van een kleine overheid. Daarmee bedoelde hij dat de overheid strenger zou moeten ingrijpen in het bankwezen, in de bonuscultuur en bij belastingontduiking van multinationals. Ook wil hij in sommige gevallen meer collectieve voorzieningen, in plaats van meer privatisering.

Hiermee heeft hij een aantrekkelijke boodschap voor linkse kiezers. Maar het is ook weer een gemiste kans om de VVD aan te spreken. Want die ‘kleine overheid’ van de VVD is in werkelijkheid helemaal niet zo klein.

De VVD wil meer aan bedrijven en burgers overlaten, zodat op de overheid bezuinigd kan worden. Maar hoe die bedrijven en burgers zich vervolgens dienen te gedragen, dat wordt door die zogenaamde terugtrekkende overheid tot in de puntjes beschreven. Van bijstand tot zorgverleners, van WIA tot woningmarkt, de regeldiarree die de VVD de afgelopen decennia over het land uitstortte is ongekend.

Daarbij moeten die regels ook nog eens streng worden gehandhaafd. Van de fraudewet tot het OV: Rutte is kampioen boetes opleggen, met als gevolg dat het aantal huishoudens met financiële problemen schrikbarend stijgt.

En tenslotte wil die ‘kleine overheid’ voor die handhaving ook nog eens alles van u en mij weten. In een groeiende informatiecultuur zouden er regels moeten komen ter beperking van data-opslag. Dit kabinet blinkt echter juist uit in het aanleggen van databanken en dossiers van burgers, en het verplichten van bedrijven om nog meer informatie op te slaan.

De kleine overheid van de VVD is kortom een zuinige overheid, maar daarnaast ook een bijzonder bemoeizuchtige overheid. In plaats van een nachtwakersstaat ontstaat een Orwelliaanse samenleving.

Op al deze punten lijkt een terughoudende overheid mij een bijzonder aantrekkelijk alternatief. Een overheid die minder regels oplegt aan burgers, en daardoor minder hoeft te handhaven, en minder hoeft te weten.

Dit verhaal had Klaver dan kunnen koppelen aan de onlangs door GroenLinks voorgestelde regelvrije bijstand. Hij had het ook kunnen koppelen aan het feit dat GroenLinks één van de weinige partijen is die zich druk maken over privacy.

Politiek
Volgens Peter Kanne in de Volkskrant van 13 mei heeft Klaver de potentie om Links weer op de kaart te zetten door zijn felheid en zijn scherpe sociaal-economische verhaal. Ik zelf denk dat het vooral aan zijn felheid zal liggen, want dat scherpe sociaal-economische verhaal komt bij Klaver maar mager naar voren.

Maar misschien was dit verhaal voor kiezers altijd gewoon te ingewikkeld. Bovendien, laten we het eerlijk toegeven, GroenLinks wist dit verhaal zelf ook altijd maar weinig overtuigend samen te vatten, laat staan handen en voeten te geven.

In dat geval is Klavers keuze voor de toon in het debat een handige zet. Sinds zijn aantreden zit GroenLinks in de peilingen flink in de lift. Maar wat ik van zijn GroenLinks verwacht is uiteindelijk veel meer dan het afstand nemen van rendementsdenken en de roep voor een grotere overheid. Want aan één SP hebben we al meer dan genoeg.

dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Bezuinigen met boete

Repressie repressie. Zwartrijden is stout. Stout stout stout, volgens dit roodbruine kabinet. Boetes omhoog dus. Want dat zal wel helpen, toch?

Dit kabinet ligt goed op dreef met het doorvoeren van een boetecultuur. En niet zonder resultaat. Door invoeren van onder andere de fraudewet, waarmee vooral goedwillende burgers keihard gepakt worden en de echte fraudeurs de dans ontspringen, is het aantal Nederlanders met problematische schulden inmiddels opgelopen tot een recordhoogte: meer dan 700.000 mensen, en groeiende.

Zoveel mogelijk mensen in de schulden, dat lijkt het doel te zijn. Dit zogenaamde bezuinigingskabinet maakt zo ondertussen vooral schulden voor de toekomst. Want denk maar niet dat die mensen met schulden de staat en andere burgers niets kosten.
Verder lezen Bezuinigen met boete

Hogere Poortjes

COLUMN – We leven in rare tijden. De politiek sprak tijdens de herdenkingen nog mooie woorden over vrijheid. Maar diezelfde politiek stemde de week daarvoor nog voor hogere boetes voor mensen zonder geldig vervoersbewijs, en roept vandaag op om de openbare stations af te sluiten met nog hogere hekken.

En dat allemaal omdat we te belazerd zijn te betalen voor 100% controle en service door conducteurs op de treinen.

De terugtrekkende overheid is een overheid van boetes en afrasteringen. Het lijkt op bezuinigen, maar via een omweg betaalt de burger de prijs toch wel. Een keer verkeerd inchecken kost binnenkort een burgermansfortuin, en duur betaalde poorten sluiten onze stations af.

De misdadigers springen ondertussen met gemak over al die onzin heen.

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.

Overheid investeert in boetes en poortjes terwijl ze binnenkort achterhaald zijn

De huidige discussies over zwartrijders en openbaar vervoer zijn over vijftien jaar volkomen achterhaald

Wie de discussie over zwartrijders de laatste tijd gevolgd heeft zou bijna geloven dat zij alleen maar ongewenst zijn vanwege hun agressiviteit. En dat terwijl het probleem met zwartrijders volgens mij vooral is dat ze niet betalen. Hoe dan ook, het is oorlog tegen zwartrijders. Twee weken terug stemden VVD en PvdA nog voor hogere boetes om zwartrijders te bestrijden. Vanwege het afschrikkend effect, daar geloven de coalitiepartners heilig in. Grappig is het in dat licht te beseffen dat in België de toch al veel lagere boetes voor zwartrijden een half jaar geleden juist naar beneden zijn bijgesteld. De reden die de Belgen daarvoor hadden? U raadt het niet: om agressie te verminderen.

En dan vorige week de discussie over de poortjes op het station. Deze week riep de Kamer op tot hogere poortjes, want bij het sluiten van de poortjes in Rotterdam bleken de zwartrijders nogal atletisch te zijn en er gewoon overheen te springen. Daarom komt er nu ook surveillance bij de poortjes. Grappig, omdat de poortjes feitelijk nu juist bedoeld zijn om te kunnen besparen op surveillance in de treinen.
Van dit alles is de goedwillende burger natuurlijk de dupe. De stations met poortjes zijn afgesloten en een keer vergeten in te checken op een station zonder poortje kost binnenkort een burgermansfortuin.

De wereld in beweging
Zwartrijders, volgepakte treinen, het wil om de een of andere reden maar niet lukken met het openbaar vervoer in Nederland. En de wegen? We kunnen bijbouwen wat we willen, de verkeersknoop verlegt zich telkens doodleuk weer naar het volgende smalste punt.

Maar gelukkig staat de wereld niet stil. In California is Google al een paar jaar bezig met het testen van zelfrijdende auto’s. Vorig jaar introduceerde het bedrijf het prototype van een auto zonder stuur, gas- of rempedalen. Google verwacht dat de zelfsturende auto in 2020 voor consumenten beschikbaar zal zijn.

Verschil in voervoer
Deze ontwikkelingen roepen op tot een ander vervoersmodel, dat vanzelf zal groeien. En dat kan snel gaan. Als in 2020 taxi- en autoverhuurbedrijven met deze wagens gaan rijden, zal de bestuurde taxi de strijd al snel verliezen door verschil aan kosten en privacy. Het vraagstuk wat de politiek aan moet met Überpop lost zichzelf daarmee ook op. Taxichauffeurs zullen al snel nog slechts een nichemarkt bedienen van mensen die het leuk vinden een chauffeur te hebben, met een pet op.

Maar ook het collectief openbaar vervoer op korte en middellange afstand zal de concurrentie met de zelfsturende auto’s niet aankunnen. Qua kosten winnen deze taxi’s het van de bus en de sprinters door hun efficiëntie: niet alleen wordt een chauffeur en controlerend personeel uitgespaard, de wagens hoeven ook nooit voor drie kwart leeg rijden, zoals met de bus en de sprinter buiten de spits bijna altijd het geval is. En wie gaat er op een halte staan wachten op een vervoermiddel dat vrijwel altijd omrijdt en je nooit precies naar je bestemming brengt als je voor hetzelfde geld een wagen voor je huis kan bestellen?

Tenslotte zal ook de auto als persoonlijk bezit het afleggen. Voor veel mensen is autorijden een hobby, en de personenauto een belangrijk statussymbool, maar de meeste mensen zullen mettertijd liever de zelfsturende taxi’s gebruiken. Er zijn immers geen vaste lasten, de verantwoordelijkheid voor onderhoud is afgekocht, er hoeft geen geld te worden besteed aan parkeren (wat ook een enorme winst in ruimte zal betekenen), en de gebruiker geniet meer vrijheid: hij kan werken of ontspannen tijdens de rit en hoeft geen rekening te houden met zijn alcoholgebruik.

Veiliger
Daarbij belooft deze technologie als zij volledig is uitgekristalliseerd een veel veiligere vorm van verkeer te zijn. De auto’s zien bewegende en stilstaande objecten op bijzonder grote afstand, en anticiperen daar beter op dan menselijke bestuurders.

De grote belofte van de Google-car is echter het efficiënte gebruik van het wegdek. De meeste files worden immers veroorzaakt door ongelukken, rijden met verschillende snelheden en remgedrag. Doordat de zelfsturende wagens het perfecte snelheids- en invoeggedrag vertonen en minder ongelukken maken, zal de filedruk ondanks dat er meer personen over de weg gaan sterk afnemen.

Na introductie van een zelfbesturende wagen zal gewenning aan dit apparaat waarschijnlijk net zo snel gaan als aan andere technologieën zoals het internet en de smartphone. Tien jaar later zal ons vervoersysteem kortom volkomen anders zijn. De politieke discussies van vandaag de dag over zwartrijders, poortjes, verkeersboetes en parkeerproblemen zijn in dat licht eigenlijk alleen maar lachwekkend. Laten we er nog maar even van genieten: binnenkort is het over met die onzin, en kunnen al de poortjes die we voor miljoenen hebben neergezet gewoon weer worden afgebroken.

Dit artikel verscheen eerder op Joop.nl

Haat leidt tot onvrijheid

Over de keuze die PVV-Kamerlid Martin Bosma ons op de dag van de vrijheid voor had mogen leggen.

De mislukte aanslag van 4 mei op de bijeenkomst in Texas waar ook Wilders sprak, bracht vanzelf heel wat reacties met zich mee. Martin Bosma bijvoorbeeld wilde de Nederlander aan de vooravond van de dag van de vrijheid tot een keuze dwingen tussen ‘vrijheid’ en ‘de islam’.

Boris van der Ham, voorzitter van het 4/5 mei comité, gaf een wat subtielere reactie. Hij schreef gisteren op zijn Facebook-pagina:
(…)Wat je ook van Wilders denkt: woorden en ideeën dien je met woorden en ideeën te beantwoorden. Maar op internet wemelt het alweer van mensen die zeggen: “Zo’n bijeenkomst lokt het uit”. Nou ja, je zou met zo’n aanslag met hetzelfde recht ook het omgekeerde kunnen zeggen.

En dat klopt natuurlijk. Moslimterroristen lokken met hun geweld terecht kritiek op hun handelen uit. Van links tot rechts is men dan ook eensgezind in het veroordelen van geweld, en ook het overgrote deel van de moslimgemeenschap keurt dit gelukkig af.

Die eensgezindheid uit zich ook in daden, zoals het bieden van bescherming aan mensen die gevaar lopen door het uiten van hun mening. De aanslag is niet voor niets slecht afgelopen voor de terroristen. Daarover is kortom uiteindelijk maar weinig discussie nodig.

Maar dat niet weg dat het even waar blijft dat een prijsvraag voor de beste cartoon over Mohammed een provocatie is. En ik zie niet in wat is mis is met die vaststelling. Daarmee wordt het gedrag van de daders immers niet gelegitimeerd, verontschuldigd, of gebagatelliseerd. Het is echter wel een waarheid als een koe.

De bekende kreet dat deze Vrijheid van Meningsuiting door deze aanslag om zeep zou zijn gebracht klinkt nu ook weer alom, en nu de aanslag op 4 mei plaatsvond is de link snel gelegd.

Maar toch is dat een misvatting. De Vrijheid die wij op 4 en 5 mei vieren is iets heel anders dan het recht onze medeburgers voor rotte vis uit te maken. Op 4 en 5 mei vieren wij de vrijheid van een onderdrukkende staat. We vieren dat wij een staatsvorm hebben die uiterst terughoudend is met het vervolgen van burgers om wat zij zeggen en wat ze geloven, laat staan om wie hun ouders zijn.

hateOnze staat heeft daarmee afstand genomen van de taak om burgers te dwingen op hun woorden te letten. Wat de staat daarentegen nog wel doet, is het beschermen van burgers tegen elkaar. Om ons te beschermen tegen diefstal en geweld, of dreiging daarmee, heeft de staat het geweldsmonopolie.

Maar dat de staat die verantwoordelijkheid op zich neemt, betekent niet dat wij van onze verantwoordelijkheid rekenschap te nemen van onze woorden ontheven zijn. Eigenlijk juist integendeel. Wanneer de één de ander beledigt, zal de staat hier maar in zeer beperkte vorm tussen kunnen treden. Juist omdat de staat zich niet wil mengen in iemands mening.

Het enige dat de staat dan kan doen, is mensen die dingen zeggen die anderen tot woede drijven beschermen. Maar wie altijd in bescherming van de staat moet leven, heeft geen vrijheid. Paradoxaal genoeg is de vrijheid om de woede van anderen op te wekken dus tegengesteld aan de vrijheid van staatsbemoeienis. De vrijheid om anderen te beledigen is alleen maar mogelijk door staatsbemoeienis. Echte vrijheid begint dus met het nemen van verantwoordelijkheid.

Het is dus een pijnlijke keuze waar we voor staan. Ofwel we kiezen voor de volledige vrijheid om alles tegen elkaar te zeggen wat we willen, maar we leven daardoor wel in een politiestaat. Ofwel we kiezen ervoor om de verantwoordelijkheid te nemen voor de soms ronduit onrechtvaardige gevolgen van onze woorden, en we leven in een vrije open samenleving.

Het is die keuze die Bosma ons op de dag van de vrijheid voor had mogen leggen. Misschien een ongemakkelijke keuze. Maar wel de enige keuze die ertoe doet.

Dit blog verscheen eerder op 5 mei 2015 op Joop.nl.

Welk bedrag geeft de staat uit per asielzoeker?

Vandaag publiceerde Elsevier een artikeltje met wat cijfers over asielzoekers: Klokwerk zet dit graag in perspectief.

“Welk bedrag geeft de staat uit per asielzoeker?”

Onder deze titel verschijnt vandaag een artikeltje in Elsevier.

Elsevier houdt in het artikel heel veel slagen om de arm. Veel van de bedragen zijn gebaseerd op schattingen. Elsevier meent namelijk dat er een taboe zou heersen op het berekenen van de kosten van asielzoekers. Maar met alle slagen om de arm komt Elsevier met het vreemd nauwkeurige bedrag van € 26.509 per asielzoeker jaar. Het blad claimt hiermee een ‘politiek taboe’ aan te raken.
Verder lezen Welk bedrag geeft de staat uit per asielzoeker?

Uitzendkrachten kopen niets voor de gespeelde woede van Asscher

Asscher reageert woedend over het lozen van uitzendkrachten, terwijl hij dit zelf willens en wetens in gang heeft gezet.

Even allemaal aandacht voor de volgende grote emo-show van Lodewijk Asscher: Lodewijk doet woedend.

Wat is namelijk het geval? Vanaf 1 juli gaat de Wet Werk en Zekerheid die Lodewijk door de kamers sleepte in. En hierdoor moeten werkgevers ontslagvergoedingen (’transitievergoedingen’ in het nieuwe jargon) betalen wanneer ze afscheid nemen van uitzendkrachten die meer dan twee jaar in dienst zijn. En dat gaat met terugwerkende kracht in.

Dus… dan kan je als bedrijf maar beter niet mensen voor langer dan twee jaar laten zitten, toch? Iedereen met een beetje verstand van de arbeidsmarkt voorspelde dan ook dat dit alleen maar zou leiden tot eerder ontslag voor uitzendkrachten.

Maar Lodewijk wilde niet luisteren. En nu blijkt dat bedrijven voor 1 juli inderdaad massaal hun uitzendkrachten blijken te lozen speelt Lodewijkje de emotionele kaart en reageert hij ‘woedend’. Verder lezen Uitzendkrachten kopen niets voor de gespeelde woede van Asscher

Buitenkansje

Een salarisplafond voor mensen in loondienst is een perfect criterium om de foute mensen te weren.

Van Slingelandt van de ABN Amro verdedigde zijn plan om de top met een extra ’tonnetje’ te belonen op de hoorzitting van de tweede kamer als ‘goed werkgeverschap’.

Maar wat is goed werkgeverschap?

Goed werkgeverschap, dat is eerst denken aan al je personeel, lijkt mij. En de top pas belonen als die ervoor zorgt dat het andere personeel er ook op vooruit gaat.

En goed ondernemerschap, dat is ook uit de foute lijstjes blijven zodat je organisatie geen schade lijdt, lijkt mij. Iets waar de ABN Amro-top ook duidelijk niet in geslaagd is, gezien de gebleken witwaspraktijken en terrorismefinanciering door de ABN in Dubai, gezien de volgens de DNB ontoelaatbare schimmigheid aan de top, die er nu ook in geslaagd is de beursgang te verkloten met haar salarisstunt.

De mensen aan de top van de ABN Amro zijn zo bezien dus zeker niet de topmensen die we moeten hebben. Ook al vinden zij dat zelf overduidelijk nog steeds van wel.

Maar daar gaf die van Slingelandt ons zomaar een bijzonder goed idee mee! Bij zijn verdediging van de absurd hoge salarissen bracht hij feitelijk als enig argument in dat zijn mensen als ze minder zouden verdienen zo zouden vertrekken naar het buitenland.

Welnu, dat lijkt mij gezien hun track-record eerlijk gezegd een buitenkansje! Feitelijk konden we geen beter criterium voor de selectie van goede bankiers hebben. Want wie zijn land en baan verlaat voor een paar ton extra kennelijk, die heeft geen hart voor zijn land en zaak. Die moeten we dus sowieso niet hebben.

De écht goede bestuurder, die lacht om die ton extra op zich toch al vorstelijke salaris en zegt dat het niet alleen zijn werk is, maar ook zijn droom en ambitie om van de bank die hij bestuurt een succes te maken. Die heeft geen tijd om er maandelijks nog eens tienduizenden euro’s extra door te jagen in het buitenland. Die heeft wel wat beters te doen.

Laten van Slingelandt en zijn boevenclub daarom alsjeblieft zo snel mogelijk hun biezen pakken om plaats te maken voor mensen met hart voor de zaak, in plaats van alleen maar voor hun portemonnee.

Helaas, volgens Vermeent is er ook onder topbankiers internationaal gezien grote werkeloosheid, en is het argument dat Slingelandt gebruikte pure bluf. En inderdaad vraag ik me af wie er in het buitenland zo gek moet zijn om kapitalen neer te leggen voor iemand die zich zo te kijk laat zetten als van Slingelandt. Alleen een PVV’er trapt onderhand nog in die larie.

Maar in dat geval is het verlagen van het salaris van de topmensen naar een lokaal marktconforme drie ton zonder enig effect.

In beide gevallen gaan we er kortom alleen maar op vooruit als de staat nu eens komt met een salarisplafond voor mensen in loondienst. Want wat geldt voor de ABN Amro geldt net zo goed voor een andere bank als de Rabo. Of voor andere grote bedrijven als Wolters-Kluwer.

Begrijp mij niet verkeerd: wat mij betreft mag iedereen miljoenen verdienen, voorwaarde lijkt mij wel dat het salaris nog wel in verhouding staat tot de salarissen in de rest van de organisatie. Dat lijkt mij namelijk de kern van goed werkgeverschap, en het lijkt mij prima dat eens wettelijk vast te leggen. Een maximumsalaris van zeg twintig keer het laagste loon in een organisatie lijkt mij daarom een heel gezond uitgangspunt.

Wie bezuinigt het best?

De overheid probeert geld te besparen door de bijstand steeds strenger te maken. GroenLinks pleit daarentegen sinds kort juist voor een bijstand zonder verplichtingen. Wie bezuinigt het best? Een vergelijking.

Als alternatief voor ons huidige sociale stelsel wint het idee van een basisinkomen de laatste tijd sterk aan populariteit. De rage begint nu ook door te dringen tot de gevestigde politieke partijen. De congressen van zowel GroenLinks, PvdA als D66 riepen al op tot het nemen van proeven met het basisinkomen. GroenLinks is daarvan de eerste partij waarvan het kader dit oppakt, en deze discussie om weet te zetten in een concreet politiek voorstel.

De partij stelde onlangs voor te experimenteren met een “bijstand zonder verplichtingen“. Zelfs bij de sollicitatieplicht worden vraagtekens gesteld. Het idee is dat de verplichtingen voor bijstandsgerechtigden geen banen scheppen en mensen dus ook niet aan het werk helpen. Wel levert het controleren daarop heel veel kosten en ellende op.

GroenLinks stelt voor om in plaats daarvan mensen die naast een uitkering werken te belonen, door hen een deel van de verdiensten laten houden.  Bij zijn presentatie van dit idee merkte Bram van Ojik op dat dit wat hem betreft een eerste stap zou kunnen zijn richting een basisinkomen.

Is dit voorstel een realistische optie? De politieke realiteit is precies omgekeerd. Wie naast een bijstandsuitkering werkt moet alles inleveren, en het kabinet en verschillende gemeentes proberen juist geld te besparen door de bijstand strenger te maken. Wat is wijsheid?

Hoeveel is zestien miljoen?

Om deze vraag te beantwoorden nemen we als voorbeeld de gemeente Rotterdam. Deze gemeente heeft in 2014 op de bijstand 16 miljoen euro bespaard, juichte wethouder Maarten Struijvenberg afgelopen maand in de media.

Zestien miljoen, dat klinkt als een heel bedrag. Als we de begroting van Rotterdam van 2014 er echter bijpakken, dan zien we dat de totale kosten van alle uitkeringen die de stad uitdeelt 649 miljoen bedragen. Daarnaast wordt nog eens 120 miljoen uitgegeven aan re-integratiebedrijven en verplichte werktrajecten.

Op zo een begroting is zestien miljoen euro plotseling erg weinig. Daarbij is het nog maar de helft van wat Rotterdam op dit dossier tekort komt. Verder kampt de sociale dienst in Rotterdam met grote administratieachterstanden, zodat mensen die recht hebben op inkomensondersteuning deze vaak maanden niet krijgen.

Het is dus bepaald niet alles rozengeur en maneschijn in Rotterdam. Belangrijker: waar komt die bezuiniging eigenlijk vandaan?

Fraude of geen fraude?

De gemeente Rotterdam meldt dat bezuinigd werd op drie punten.

Ten eerste door de aanpak van fraude. 6,6 miljoen euro wordt bij fraudeurs teruggevorderd. Het lijkt me dat daar maar heel weinig mensen tegen zullen zijn.

Ten tweede meldt het artikel: “Verder kregen zo’n 1.800 Rotterdammers een boete omdat ze willens en wetens niet de juiste informatie hadden doorgegeven over de hoogte van of het recht op hun uitkering. Hierbij werd in totaal voor 3,6 miljoen euro aan boetes opgelegd.”

Dit ‘willens en wetens’ is nogal vaag. De bijstand is administratief enorm ingewikkeld. Fouten zijn daarbij snel gemaakt. De ombudsman trok over deze boetecultuur al een keer flink aan de bel: de fraudewet verhoogt de pakkans voor echte fraudeurs niet, en pakt goedwillende burgers onterecht aan als criminelen, was zijn conclusie.

Maar er is meer. Het artikel meldt nog een derde bron van inkomsten: “Ook werd bij ruim 2.000 Rotterdamse uitkeringstrekkers een zogenaamde maatregel getroffen. Hierbij werd er gekort op de uitkering. Deze maatregel werd ingezet omdat mensen hun afspraken niet nakwamen of onvoldoende solliciteerden.”

Wat rekenwerk leert ons dat dit om een bedrag van 5,8 miljoen moet gaan.

Schuldenproblematiek

5,8 miljoen besparen op mensen die volgens de sociale dienst niet hard genoeg naar werk zoeken, of niet op de goede manier: hoe nuttig is dat in tijden van grote werkeloosheid?

Werkgevers ontvangen op een vacature soms duizenden brieven. Het heeft in dat licht geen zin om mensen achter hun broek te gaan zitten om te solliciteren. Er wordt ook geen baan extra mee geschapen. Het motief kan hier dus kortom niet zijn mensen aan het werk te krijgen. Het gaat dus puur om het inboeken van deze bezuiniging.

De ellende daarbij is echter dat het gaat om mensen zonder ander inkomen. De boetes maken de problemen met armoede daarmee alleen maar groter. Niet voor niets trokken verscheidene instanties onlangs al aan de bel omdat we inmiddels in ‘fase rood’ zitten met de sterk oplopende schuldenproblematiek. 700.000 Nederlanders hebben problematische schulden en niet zelden blijkt de overheid de grote aanjager van de problemen te zijn: dan gaat het om de belastingdienst en uitkeringsinstanties.

Helaas komen de kosten van deze schuldenproblematiek uiteindelijk gewoon weer bij de belastingbetaler terug: volgens het Nibud kosten huishoudens met financiële problemen de samenleving jaarlijks 11 miljard euro.

Deze bezuiniging brengt kortom nogal wat nadelen met zich mee. Er wordt niemand meer aan een baan geholpen, en persoonlijke en maatschappelijke problemen worden vergroot. Met als wisselgeld hoge bijkomende kosten.

Re-integratietrajecten

Ondertussen is het interessant eens verder naar de Rotterdamse begroting te kijken. Dan leren we dat door deze gemeente zoals gezegd 120 miljoen per jaar wordt besteed aan re-integratietrajecten. Dit bedrag is zeven en een half keer zo hoog als de bespaarde zestien miljoen.

Of de mensen met die re-integratietrajecten geholpen worden? Dat is nooit aangetoond. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze inspanningen eerder juist een averechts effect hebben.

Los daarvan, ook met re-integratietrajecten worden nog steeds geen extra banen geschapen. Uitgezonderd een paar banen voor duur betaalde re-integratiecoaches, uiteraard. Maar die kosten de gemeenschap weer veel meer geld dan een uitkering.

Conclusie? Als Rotterdam echt wil bezuinigen op de bijstand, dan kieperde zij die hele re-integratieonzin in één keer het raam uit. Dat scheelt 120 miljoen. Daarbij vergeleken is die zestien miljoen die ze nu bezuinigd heeft peanuts.

En als Rotterdam toch bezig is, dan schaft ze daarnaast gelijk ook maar beter de sollicitatieplicht af. Dan kan er mettertijd namelijk ook bezuinigd worden op de 42 miljoen euro die volgens de begroting jaarlijks aan personeel wordt uitgegeven om mensen met een bijstandsuitkering te controleren op hun sollicitatiebereidheid. In plaats van 2% (16 miljoen) besparen we zo 20% (160 miljoen) op de bijstand, zonder dat we de schuldenproblematiek vergroten.

Hoewel we ons niet te snel rijk moeten rekenen, want de gemeente zal haar ambtenaren in eerste instantie nog hard nodig hebben om de administratieachterstand die ze heeft weg te werken, zodat mensen die zelfs onder de huidige regels nog recht op bijstand hebben hun geld weer op tijd krijgen.

Luilakken

Een snelle bezuiniging dus, maar werkt die niet ook averechts? De angst die er bij velen zal zijn is dat wanneer aan de bijstand geen enkele andere voorwaarde gesteld wordt dan een te laag inkomen, heel veel mensen ervoor zullen kiezen om niet meer te werken, en het aantal mensen in de bijstand dus sterk zal groeien.  

Dat is een logische reactie, maar toch is deze angst ongegrond. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat mensen van een gegarandeerd inkomen zonder verplichtingen niet luier werden. De bijstand is en blijft immers geen vetpot. Bovendien werken mensen ook om andere redenen dan om geld te verdienen: voor de meeste mensen is werk een vorm van zingeving.

Hoe dan ook zullen er ondanks dat zeker een aantal mensen zijn die te lui zijn om te werken. Het heeft echter geen enkele zin ons daar druk over te maken zolang er grote werkloosheid is. De banen die vrijkomen doordat sommige mensen liever in de bijstand zitten als het ze zo gemakkelijk wordt gemaakt, zullen met het grootste gemak weer worden gevuld door werkelijk gemotiveerd personeel, die hun werk beloond zullen zien met minstens 30% vooruitgang in inkomen. Netto blijft het aantal bijstandsgerechtigden naar alle verwachting dus gelijk.

Verdringing

Nog één belangrijk argument ontbreekt. In het voorstel van GroenLinks mogen mensen met een bijstandsuitkering ook bijverdienen. Vormen zij daarmee geen oneerlijke concurrentie voor mensen die het zonder uitkering moeten doen?

Dit is inderdaad het zwakke punt in het voorstel. GroenLinks stelt echter voor om dit te voorkomen door, anders dan bij een basisinkomen, de mensen toch een deel terug te laten betalen, zodat iemand in de bijstand in ieder geval nooit meer zal verdienen dan het minimumloon. Daarmee, en met het minimumloon zelf, lijkt dit gevaar voor het grootste deel bezworen.

Ondertussen blijkt momenteel juist de participatiewet een grote concurrentie voor betaalde arbeid te zijn. Ondanks dat in de wet is opgenomen dat verdringing van werk door participatieplekken niet mag optreden, blijkt dit keer op keer toch het geval te zijn, zoals onlangs de rechter weer oordeelde over een vijftal trajecten binnen de gemeente Amsterdam.

Voor Rotterdam zijn zulke gerechtelijke uitspraken nog niet voorhanden, maar het CNV stelt dat medewerkers in de thuiszorg ontslagen worden om vervangen te worden voor ‘vrijwilligers’ met een uitkering. Dit lijkt goedkoop, maar de kwaliteit van de thuiszorg gaat hiermee achteruit, en er worden aanvullende kosten gemaakt worden aan het ‘managen’ van de uitkeringsgerechtigden door de sociale dienst. Goedkoop is duurkoop.

Beter voor minder geld

Door af te stappen van de controlecultuur waaraan uitkeringsgerechtigden meer en meer onderworpen worden, kan kortom veel geld bespaard worden. Er vindt minder verdringing van werk plaats, er zijn niet minder mensen aan de slag, en de uitgaven aan de uitvoering van de sociale zekerheid zijn een stuk lager.

Bovendien kan de kwaliteit van ons sociale stelsel zo sterk verbeterd worden.

Om te beginnen zullen op deze manier mensen met een te laag inkomen veel beter met hun financiën uit zijn dan nu het geval is. Een vermindering van de armoedeproblemen dus.

Daarbij is uit het eerder aangehaalde onderzoek ook al gebleken dat ‘gratis geld’ mensen aanzet tot investeren in zichzelf. Mensen blijken het geld niet zomaar over de balk te gooien, maar des te vaker over te gaan tot het volgen van een aanvullende opleiding. Daarbij werd gevonden dat financiële zekerheid zelfs een gunstige invloed heeft op de gezondheid, en daarmee ook de zorgkosten.

Eventueel zou het investeren in zichzelf van mensen gefaciliteerd kunnen worden, door met een fractie van het geld dat nu wordt besteed verspild aan verplichte trajecten en contoles opleidingen aan te bieden die vrijwillig te volgen zijn. Omdat niemand een zinloze opleiding wil volgen zal de kwaliteit van de re-integratie hiermee sterk toenemen.

Een stukje marktwerking in re-integratieland. Geen liberaal die daar tegen zou kunnen zijn. De socialisten die menen dat met het basisinkomen mensen ‘aan hun lot worden overgelaten’ zullen er ook tevreden mee kunnen zijn.

Verdere bezuinigingen

Er is nog een bijkomend voordeel aan een ontspannen bijstand. Wanneer aan deze uitkering geen andere voorwaarden dan een laag inkomen en staatsburgerschap gesteld worden, kan deze probleemloos samengevoegd worden met andere uitkeringen tot op het bijstandniveau, zoals de Wajong, de ANW, de IAOW en IAOZ, en de voet van de WW en WIA-uitkeringen. Het aantal controles en keuringen zal ook hier dan sterk afnemen, waardoor het sociale stelsel een stuk transparanter wordt en andermaal veel bespaard wordt op administratieve kosten.

Conclusie?

In een vergelijking met het idee van een plichtenvrije uitkering verliest het controlestelsel van de participatiestaat op alle fronten. Maarten Struijvenberg van Rotterdam klopt zichzelf op zijn borst met zijn zestien miljoen, maar een kritische blik op zijn begroting leert ons dat zijn sociale dienst met name geld verspilt, terwijl het huis niet op orde is, de problemen niet goed worden aangepakt, en de aanpak bovendien banen kost.

Tijd voor een grote ommezwaai dus. De onderbuik is echter hardnekkig. De politieke neuzen staan momenteel bijna massaal gericht op de strenge bijstand. Niet alleen het kabinet, ook de SP, van nature toch de partij die het meest coulant staat ten opzichte van uitkeringsgerechtigden, doet in Amsterdam waar in het college nog altijd grif aan de strenge bijstand mee. En dat terwijl het partijkader zich met hand en tand blijft verzetten tegen het idee van een basisinkomen.

Er zal kortom nog veel water door de Rijn moeten voordat de politiek eindelijk een keer werk maakt van wat GroenLinks een ‘ontspannen bijstand’ noemt. In de tussentijd zijn zowel bijstandsgerechtigden als de belastingbetaler de dupe.

Geen barsten bij de VVD

De schandalen bij de VVD volgen elkaar in rap tempo op, maar op de peilingen heeft het nauwelijks invloed. Waardoor komt dit?

Een mooie show de afgelopen weken bij de VVD. De schandalen van corruptie, valse declaraties en verwikkelingen in het criminele circuit volgden elkaar in hoog tempo op. Enfin, Verheijen, van Rey, Teeven, de Kruif, u kent het rijtje recente incidenten inmiddels wel en nieuw is dit verschijnsel absoluut niet.

Grote verontwaardiging in blogland, niet alleen over de incidenten zelf, ook over de reactie van andere VVD’ers op deze schandalen: tot op het moment dat de grond te heet onder de voeten wordt blijven de VVD’ers elkaar dekken – kritiek is opgeblazen, het zijn harde werkers, goede bewindslieden etc – en als het echt niet meer gaat trekken de verantwoordelijken zich overhaast terug, om geen publieke verantwoording te hoeven afleggen. Dat gebeurde tenminste met Verheijen, Teeven en Opstelten.

Schippers ging daar dit weekend nog eens dunnetjes overheen met een fraai stukje ‘killing the messenger’: niet de politici die tijdens dure diner’tjes op kosten van de belastingbetaler hun vuile dealtjes met louche ondernemers en zware criminelen bespreken zijn fout, de ambtenaren en de pers die dit aan het licht brengen zijn dat.

Ook hierover weer verontwaardiging alom. Maar niet bij de VVD-kiezer. Waardoor komt dit?

Verder lezen Geen barsten bij de VVD

Een leven lang leren

De column van Han van der Horst die afgelopen zaterdag op Joop.nl verscheen is mij uit het hart gegrepen. Hij benoemt dit stuk een aantal punten die ik dermate belangrijk vind dat ik ze graag nog even op rij zet.

Het opheffen van de democratie in de besluitvorming op de universiteiten heeft volgens hem geleid tot een onverantwoordelijk rendementsdenken dat keer op keer leidt tot mislukkingen:

(…) megalomane egotrippers konden op topposities ongeremd hun gang gaan, raden van toezicht en colleges van bestuur jutten elkaar op in plaats van dat er sprake was van een gezonde controle. Dat  leidde tot onberaden bezuinigingen, fusiegolven in het hbo en het in de markt zetten van allerlei nieuwmodische opleidingen – Europese Studies, vrijetijdsmanagement et cetera – die als multidisciplinair werden gepresenteerd maar in feite studenten op heel breed gebied alleen maar oppervlakkigheden boden. Naast de onberaden bezuinigingen zag men even onberaden investeringen. Tot in derivaten toe. De werkvloer werd ondertussen aan een groeiende hoeveelheid administratieve controles onderworpen.

Wat klinkt dat toch allemaal treurig herkenbaar. Niet voor niets wordt in het stuk de universiteit vergeleken met “woningbouwverenigingen, de zorginstellingen en voormalige overheidsbedrijven”. Er is een hoop stukgemaakt in de jaren 90. Het is zo jammer dat veel politieke partijen (VVD, D66) daar nog steeds niet van geleerd hebben.
Verder lezen Een leven lang leren

Einde Politiek Kwartier

Klokwerk sluit zijn columnreeks ‘Politiek Kwartier’ af, maar blijft schrijven.

Iets van twintig jaar geleden las ik toevallig als student Plato en de strijd tegen het democratische beest, een boekje van de Plato-vertaler Gerard Koolschijn.

En ik was verkocht. Veel van Plato zijn fundamentele kritiek op verschillende politieke systemen bleek zonder meer van toepassing op onze hedendaagse samenleving. Koolschijn plakt Plato’s citaten zo aan elkaar, dat het lijkt alsof hij schrijft over de Nederlandse politiek van vandaag de dag. En de kritiek is fundamenteel en dodelijk herkenbaar.

Plato is echter niet zozeer bekend geworden door zijn kritiek. Na dit boek las ik Plato’s hoofdwerk Politeia, dat vaak vertaald wordt als ‘de Staat’. Plato bespreekt hier zijn ideale staat. Politeia heeft daarbij een veel bredere focus dan alleen politiek. Het draait in dat werk ook om psychologie, ethica en metafysica. Maar de insteek is wel duidelijk een politieke. 

Plato stelt daarbij twee vragen:

  • Hoe kunnen wij een samenleving inrichten die het meest eerlijk is?
  • En is die samenleving dan ook de beste samenleving mogelijk?

In het boek moet het antwoord op vraag 1 dan het bewijs zijn dat het antwoord op vraag 2 een volmondig “ja” is. Eerlijk is het best. Maar… wat is eerlijk? Verder lezen Einde Politiek Kwartier

Politiek Kwartier | Rutte op ramkoers

Rutte heeft geen tijd voor experimenten. Hij ligt op ramkoers om met zijn marktwerking de kredietmaatschappij te laten groeien. Alternatieven lijken er nauwelijks te zijn.

Begrip voor de Grieken valt nog ver te zoeken. Terwijl hen door de EU wars van ieder democratisch proces een programma door de strot wordt gedouwd dat heel de Griekse samenleving down the drain jaagt, worden zij door het NOS Journaal afgeschilderd als onrealistische gekkies die eindelijk een keer normaal moeten gaan doen.

Wie echter naar het programma van Syriza kijkt ziet een partij die niets anders voorstaat dan de sociale voorzieningen zoals die hier in West Europa al decennialang geregeld zijn, met een gezond pacifistisch randje.

Het Spaanse “Podemos” wordt in de media afgeschilderd als Syriza II. Het is een mooie tweede editie. Waar Syriza nog haar basis heeft in de oude communistische beweging en zich gedraagt als klassieke sociaal-democraten, pleit de in het sociale verzet en de universitaire wereld gewortelde Podemos voor een nieuwe verzorgingsstaat, en schuwt niet een term als het basisinkomen te gebruiken.

Beide partijen stellen een ander economisch beleid van de EU voor, waarbij opvallend is dat ze beide wel uitgesproken voor de EU zijn. Zij willen dat in Brussel democratischer wordt, zodat politici gedwongen worden eerst te denken aan de bevolking, en daarna pas aan de banken. Dat spreekt die lui daar in het Zuiden klaarblijkelijk aan.

Waarom hebben wij eigenlijk niet zo een partij? Verder lezen Politiek Kwartier | Rutte op ramkoers

Politiek Kwartier | Eén regeling voor alle woningen

De huizenmarkt kan alleen gezond worden met één regeling voor alle woningen. 

In Nederland doen we alles altijd ingewikkeld. Zo kennen wij vier verschillende soorten subsidies voor woonkosten:

  • Ten eerste de huurtoeslag. Deze geldt alleen voor mensen met een huurhuis, en is inkomensafhankelijk.
  • Ten tweede de hypotheekrenteaftrek: alleen voor mensen met een koophuis, omgekeerd inkomensafhankelijk.
  • Ten derde de corporatiewoningen: huizen met kunstmatig laag gehouden huren.
  • Ten vierde de uitkeringen die rekening houden met woonkosten en woonsituatie: de bijstand, de AOW, Wajong etc.

Dit levert een hoop problemen op.

  • Woonkosten lopen enorm uiteen en de verschillen kennen nauwelijks relatie met de woonsituatie en het inkomen
  • Woonkostenafhankelijke uitkeringen zorgen voor rare effecten bij de inkomensverdeling.
  • Van zowel beschermde huren als de hypotheekrenteaftrek profiteren ook mensen waar deze regelingen nooit voor bedoeld waren.
  • Verschillende huurprijzen voor gelijkwaardige huurwoningen remmen de doorstroming op de huurmarkt bijna volledig af.
  • Aan de koopkant dragen zowel banken als mensen risico’s waar organisaties als het IMF zich een hoedje van schrikken.
  • Huizenbezitters ervaren daarbij een grote onvrijheid. Zeker als het huis onder water staat is het verliezen van baan of partner naast een emotionele strop ook nog een financiële ramp.

Deze situatie is de Achilleshiel van de Nederlandse economie en samenleving. En het in 2013 gesloten woonakkoord waarop dit kabinet haar beleid baseert doet feitelijk niets aan al deze problemen. Sterker nog, sommige problemen worden er zelfs door verergerd, zoals de verschillende prijzen voor gelijkwaardige huurwoningen. Het zal dus anders moeten. Maar hoe? Enige ideeën. Verder lezen Politiek Kwartier | Eén regeling voor alle woningen

Politiek Kwartier | Tussen bijstand en basisinkomen

COLUMN – Hoe we van de bijstand richting basisinkomen kunnen bewegen. En waarom dat stap voor stap voordelen oplevert.

Het basisinkomen is hot. Naar aanleiding van de campagnes voor het referendum in Zwitserland en het burgerinitiatief in de EU zette Sargasso anderhalf jaar terug een serie over het basisinkomen op. De Correspondent pakte dat verhaal over en maakte het in Nederland tot een hype.

En inmiddels rommelt het binnen de gevestigde partijen. De congressen van D66 en de PvdA namen moties voor een basisinkomen aan, en ook raads- en kamerleden van GroenLinks nemen de discussie serieus.

Maar deze discussie heeft ondertussen wel de neiging erg theoretisch van karakter te blijven. De modellen voor een basisinkomen lopen dan ook sterk uiteen, en kennen allemaal problemen en onbeantwoorde vragen.

Om het niet bij dagdromerij alleen te houden, zouden we moeten onderzoeken wat we tot nu toe van de discussie hebben kunnen leren en toe kunnen passen in de praktijk.

Verder lezen Politiek Kwartier | Tussen bijstand en basisinkomen

Van Marx naar een basisinkomen

Het denken van Marx verschilt op een paar punten essentieel van het latere socialisme. Dit verschil biedt bij uitstek aanknopingspunten voor de discussie over het basisinkomen.

Waar de naam van Marx valt, moeten veel mensen meteen denken aan het communisme: het systeem van een overheid met ijzeren greep waarin het individu vermorzeld wordt. Er is in Nederland dan ook geen enkele partij van belang waarvan het kader zich graag met Marx associeert.

Behalve één: de SP. Binnen deze partij wordt Marx nog vaak geciteerd, en veel analyses van de partij baseren zich op klassiek-socialistische uitgangspunten zoals de klassenstrijd. Deze uitgangspunten worden ook gebruikt bij het recente verzet van de SP tegen het idee van een basisinkomen.

Basisinkomen

Nu de huidige sociale stelsels aan alle kanten onder druk staan is de discussie over het basisinkomen in Europa en Nederland weer helemaal terug. Aangejaagd door blogs als eerst Sargasso en daarna de Correspondent nemen inmiddels gevestigde politieke partijen het geluid over, meestal via de achterban.

De congressen van D66 en de PvdA hebben ondertussen opgeroepen tot het nemen van proeven met een basisinkomen. Bij GroenLinks zijn het lokale afdelingen die dit punt agenderen, uit onvrede met de huidige ingewikkelde en improductieve bijstandsregelingen. In Groningen en Nijmegen roepen de fracties op tot het doen van experimenten met een basisinkomen. Bij de achterban van GroenLinks leeft dan ook van oudsher veel sympathie voor dit idee.

Reactie van de SP

De SP reageert hier echter volkomen anders op. In het kaderblad ‘de Spanning’ noemt het Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt het basisinkomen een verwerpelijk voorstel. Zijn belangrijkste argumenten ontleent hij aan het marxisme: het basisinkomen ondermijnt volgens hem de arbeidersstrijd, en het zou de vakbeweging bedreigen.

Ulenbelt schetst vervolgens een schrikbeeld van een basisinkomen dat te laag zou zijn om van rond te komen. Hij bespreekt daarbij alleen het meest rechtse model van een basisinkomen: één waarbij alle aanvullende loondoorbetalingsverzekeringen worden afgeschaft.

Maar wat als het basisinkomen nu wél hoog genoeg is om van rond te komen? En wat als het basisinkomen wél aangevuld wordt met andere verzekeringen? Het zou consequent zijn als Ulenbelt dit idee zou omarmen. In plaats daarvan maakt hij in zijn artikel echter een ideologische ommezwaai van 180 graden. In dat geval, stelt het Tweede Kamerlid, komen mensen hun bed niet meer uit. Kortom: mensen zijn volgens Ulenbelt alleen maar te motiveren door geld. Ze moeten dus geprikkeld worden door de angst voor deprivatie.

Met socialisme heeft dit denkbeeld niets meer te maken. Feitelijk komt dit van een heel andere ideologie, een die juist binnen de SP het meest verfoeid wordt: de ideologie van de vrije markt. En niet alleen is dit een rare ideologische draai, het gaat ook tegen de bestaande wetenschappelijke kennis in.

Proeven met vormen van een basisinkomen wijzen juist uit dat een gegarandeerd inkomen op het bestaansminimum zonder voorwaarden mensen eerder prikkelt dan demotiveert. Waarom dit zo is, zou voor iemand met enig psychologisch inzicht overigens niet zo moeilijk zijn om na te gaan. De mens is immers eerder gulzig dan lui. Maar zeer weinig mensen nemen genoegen met een leven in extreme soberheid.

De SP gaat echter verder, en daar toont ze zich wel weer klassiek-socialistisch. Impliciet noemt Ulenbelt de mensen naast lui ook nog eens incompetent. Hij interpreteert het basisinkomen als ‘mensen genadeloos aan de kant zetten’. Met andere woorden: als er geen overheid is om mensen verplichte trajecten op te leggen, dan wordt het nooit wat met ze. Dit is precies het uitgangspunt van ons huidige sociale stelsel.

Problemen met sociale zekerheid

Met dit sociale stelsel, daar zijn alleen nogal wat problemen mee. Het systeem dwingt mensen zonder werk tot het schrijven van nutteloze sollicitaties voor banen die er niet zijn, dwingt ze in trajecten die hun effectiviteit nooit hebbenkunnen bewijzen, en laat ze tegenwoordig zelfs onder dwang werk opknappen onder het minimumloon, waardoor de werkloosheid weer verderstijgt. Het steeds uitbreidende bureaucratische systeem deelt willekeurig strafkortingen uit, bijvoorbeeld aan wie zich niet als een zogenaamde modelburger kleedt, terwijl eigen initiatief wordt afgestraft.

Een en ander begint al bijzonder veel kenmerken te vertonen van het schrikbeeld van het communisme. Uiteraard ziet de SP die problemen ook wel. Als oplossing komt Ulenbelt in zijn artikel echter met voorstellen die zo mogelijk nog ‘communistischer’ aandoen: laat de belastingdienst alle gegevens koppelen en zo de uitkeringen en toeslagen automatisch berekenen en uitbetalen. Daarnaast moet de overheid banen regelen en mensen tewerkstellen en moeten de uitkeringen omhoog. Conclusie: privacy en eigen initiatief zijn niet belangrijk. Verder heeft de SP geen antwoord op het probleem van de armoedeval.

Alternatieven

Hier dient GroenLinks zich als vrijzinnige partij mijns inziens te onderscheiden van de SP, door te kiezen voor meer fundamentele alternatieven. Daarbij kan de filosofie van Marx verrassend genoeg steun bieden.

Op deze site is al uitgebreid aangestipt dat de filosofie van Marx meer inhoudt dan alleen een oproep tot klassenstrijd. Marx geeft een messcherpe analyse van de verhouding tussen arbeid en kapitaal, en weet de vinger precies op de zere plek te leggen van het uitgangspunt van een eeuwig doorgroeiende economie die drijft op speculatie.

Maar er is meer. Marx verschilt ook wezenlijk van zijn socialistische volgelingen. Over de concrete inrichting van zijn ideale maatschappij zegt Marx niet zoveel, maar in tegenstelling tot de communisten en de sociaaldemocratie geloofde Marx heilig in eigen initiatief. Marx meende dat het volk zichzelf moet verheffen. Het idee van een overheid die individuen disciplineert en activeert komt dan wel voor in het communisme, Marx zou het een gruwel zijn geweest.

Dialectiek

Daarnaast was Marx een leerling van de filosoof Hegel, die het dialectische model van these-antithese-synthese in de filosofie introduceerde. Hegel paste dit model toe bij zijn analyse van de historische ontwikkeling van de geest, Marx paste dit vervolgens toe op zijn analyse van de economie. Misschien kunnen we die analyse met de kennis van nu nog verder extrapoleren.

Na het leven van Marx mondde de strijd tussen het klassieke kapitalisme (these) en socialisme (antithese) uit in de sociaal-democratie (synthese). De zogenaamde Verelendung werd geremd, maar crises bleven bestaan. De synthese bracht daarbij weer nieuwe problemen met zich mee: een betuttelend en bureaucratisch systeem dat mensen beknot en beperkt.

Een systeem dat bovendien een groot deel van de sociale zekerheid laat lopen via de werkgever, waardoor werknemers alsnog van die werkgevers afhankelijk blijven en mensen zonder vast contract minder sociale rechten hebben. Een systeem dat met name werkverschaffing betekent voor juristen, en waarin het vinden van werk vanuit een uitkering financieel wordt afgestraft middels het stopzetten van die uitkering. Een systeem dat er bovendien niet in slaagt om economische zelfstandigheid te bevechten voor mensen die geen kostwinner zijn.

Daarop ontstaat nu gelukkig een nieuwe antithese: de roep om een ander systeem, dat simpeler is, helder, transparant, mensen in hun waarde laat en maximale vrijheid geeft voor eigen initiatief. Een systeem dat deze verbeteringen combineert met gelijke basisrechten en financiële autonomie voor iedereen. Een sociaal systeem waar kortom een vorm van een basisinkomen onderdeel van is.

Volgens mij draait Marx zich om in zijn graf wanneer zelfverklaarde socialisten een dergelijk systeem afwijzen. Het wordt tijd dat GroenLinks het voortouw neemt en alternatieven formuleert voor huidige regelingen van de sociale zekerheid. Een gegarandeerd basisinkomen met zo weinig mogelijk voorwaarden kan hierbij het uitgangspunt zijn.

(Dit artikel verscheen in januari 2015 voor De Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks.)

Politiek Kwartier | Inkomenszekerheid

COLUMN – De komende afleveringen van Politiek Kwartier laat Klokwerk de politieke actualiteit voor wat ze is, en gaan we ons buigen over mogelijke alternatieven voor sociale zekerheid.

Ons sociale stelsel is hopeloos ingewikkeld, kostbaar in de uitvoering, biedt veel mensen nauwelijks zekerheid, en is vaak ronduit denigrerend. Daarbij wordt het door de politiek met de kaasschaaf mishandeld en door marktwerking ondermijnd. Dat moet beter kunnen.

Hoe zou een ideaal sociaal stelsel eruit zien? Mijns inziens zou die bestaan uit slechts drie regelingen.

Ten eerste een uitkering voor het inkomen tot het bestaansminimum. Hiervoor denk ik aan een uitkering die enigszins lijkt op het inmiddels veelbesproken basisinkomen.

Het is door veel mensen al opgemerkt: een basisinkomen is een zeer karige vorm van sociale zekerheid. Een aanvaardbaar alternatief voor ons huidige stelsel zou daarom daarbovenop een regeling moeten hebben van doorbetaling van eventueel aanwezig aanvullend inkomen. Dit is de tweede regeling.

Ten derde zou er behoefte zijn aan een verzekering voor ziektekosten.

Meer regelingen zouden mijns inziens in een gezonde samenleving niet nodig moeten zijn. Onze samenleving kent echter grote problemen met woonvoorzieningen, en daarmee samenhangend grote verschillen in woonkosten. Dit vraagt om een vierde regeling.

Al deze regelingen zouden los van elkaar ingevoerd kunnen worden. Ik bespreek deze week de regeling voor aanvullend inkomen. Verder lezen Politiek Kwartier | Inkomenszekerheid

Politiek Kwartier | Snijden in zorgreclame

COLUMN – Er is een veel simpelere, snellere en veiligere manier om te bezuinigen op de zorg dan met het afschaffen van de vrije artsenkeuze: verbied zorgverzekeraars reclame te maken.

Er is de afgelopen week weer veel te doen geweest over de vrije artsenkeuze. Bijna heel Nederland is tegen, maar Edith Schippers ligt nog steeds op ramkoers. Guusje Ter Horst, één van haar belangrijkste tegenstanders, wil andere manieren zoeken om de beoogde bezuiniging te realiseren. Ik heb wel een ideetje.

Per jaar geven de zorgverzekeraars meer dan dertig euro per verzekerde uit aan acquisitiekosten. Een noodzakelijke kostenpost? Voor zover het om reclame gaat in ieder geval niet. De reclame helpt de consumenten niet bij het kiezen tussen de ingewikkelde pakketten die de zorgverzekeraars aanbieden. Vergelijkingssites zoals Independer.nl zijn – hoewel niet volledig afhankelijk en objectief – daarbij al veel verdienstelijker. Dit is dus eigenlijk gewoon weggegooid geld.

De SP wil deze bezuiniging inboeken via het collectiviseren van de zorgverzekering. Maar los van dat daarvoor ieder politiek draagvlak ontbreekt, zijn aan dit voorstel zoals ik een paar weken geleden betoogde nogal wat kosten en risico’s verbonden:

Het oprichten van een overheidskantoor dat de zorg regelt is een bijzonder ingrijpend en kostbaar project. Het UWV en de belastingdienst bewijzen daarbij dat wanneer de overheid zo een organisatie leidt, het zeker niet altijd even klantvriendelijk wordt. De SP pleit bovendien voor regionale zorgkantoren, die onder de gemeenten vallen. Gezien de grote moeite die de gemeenten nu al hebben met de decentralisatie van de AWBZ en de WMO houd ik mijn hart vast.

Gelukkig kan op een deel van deze winst op een veel simpelere manier geboekt worden.  Verder lezen Politiek Kwartier | Snijden in zorgreclame

Politiek Kwartier | Weg uit het Midden-Oosten

COLIMN – Klokwerk wil weg uit het Midden-Oosten.

Een leuk weetje: slechts twee procent van alle aanslagen die in Europa gepleegd worden, wordt gepleegd door moslims. Toch menen velen dat het oorlog is. De politiemannen willen met volautomatische wapens de straat op. Wilders wil het leger terugroepen. De Fransen sturen juist een vliegdekschip naar Irak, en pakken wat mensen op op basis van hun uitspraken. So far for de vrijheid van meningsuiting.

De algemene deler: investeer in de inlichtingendiensten, Big Brother is or will be watching you. De veiligheidsdiensten roepen om meer middelen en bevoegdheden. In Groot Brittannië heeft Cameron zelfs de oorlog al verklaard aan privacy-vriendelijke apps. De vrijheid van meningsuiting of wat daarvoor doorgaat wordt gekocht met privacy.

En links? Uit die hoek horen we eigenlijk niet veel anders. Van der Laan doet een mooie poging om paniek te bezweren, Samsom doet een enigszins mislukte fittie naar Wilders, van Ojik wil er ondertussen nog wat kannen thee tegenaan gooien, maar naar onszelf kijken doet in de kakofonie bijna niemand.  Verder lezen Politiek Kwartier | Weg uit het Midden-Oosten

Politiek Kwartier | Allah is een lul

COLUMN – Waarin Klokwerk nog niet overtuigd is van een lul als oppergod.

“Je hoeft zeker niet na te denken over je onderwerp morgen? Wat ga je erover zeggen?”

De vriend die dit gisteren aan mij vroeg is cartoonist, en woont in Frankrijk. Dus van hem snapte ik die vraag wel. Ook snapte ik zijn verbazing toen ik zei dat ik overwoog om ‘er’ misschien wel helemaal niks over te zeggen. De reden? Terrorisme is een schreeuw om aandacht. Ik heb geen zin ze die aandacht te geven.

Maar, pareerde de vriend, het probleem daarmee is dat het niet opvalt. Met al dat mediageweld van de laatste dagen scheelt het daarbij natuurlijk niets als jij in je eentje die terroristen gaat zitten doodzwijgen.

Dat is inderdaad een paradox. Sowieso stuit ik slechts op paradoxen als ik nadenk over zoiets als moslimterrorisme. Verder lezen Politiek Kwartier | Allah is een lul

Politiek Kwartier | Met de PVV als schild

De PVV verkoopt zich als een anti-establishmentbeweging, maar houdt in praktijk het establishment juist stevig in het zadel.

Wat mij blijft verbazen, is de angst dat ‘de Islam’ de zaken hier over zal nemen. Veel PVV’ers geloven dat echt. Terwijl er niets is dat daarop wijst.

Natuurlijk, er is een grote groep moslims in Nederland. Maar de afgelopen tien jaar kwam er in Nederland netto geen moslim meer bij. En zelfs in een ‘verislamiseerde’ stad als Amsterdam is de moslimteller al een decennium lang gestokt op een schamele 12 procent.

Islamitische partijen zijn in de gemeenteraden nauwelijks vertegenwoordigd, en in de landelijke politiek zijn ze non-existent. Internationaal terrorisme? De kans om door de bliksem getroffen te worden is hier zelfs nog vele malen groter dan slachtoffer te worden van een aanslag. De politieke Islam heeft kortom nog heel wat te doen heeft wil ze hier echt een factor van belang zijn.

Ik zal zeker niet ontkennen dat de Islam nare uitwassen heeft. Maar iedere ezel kan zien dat voor zover moslims er al op uit zouden zijn ons te onderwerpen, het ze daarvoor aan alle middelen ontbreekt.

Zorgvuldig wordt de mensen echter een angstcomplex aangepraat. Waarom? Wat is toch de reden voor een partij als de PVV? Verder lezen Politiek Kwartier | Met de PVV als schild