Politiek Kwartier | Beunhazen op de huizenmarkt

Deel dit:

COLUMN – De Amsterdamse VVD wil de volgende raadsperiode graag de woningportefeuille hebben. Maar als één partij bewezen heeft volkomen onverantwoordelijk met de huizenmarkt om te gaan, dan is het wel de VVD.

Eén ding kan de VVD niet verweten worden: gebrek aan lef. Eric van der Burg en Eric Wiebes, het komisch duo dat in Amsterdam de lijst respectievelijk trekt en duwt, schreven deze week in Het Parool dat de woningmarkt in Amsterdam maar beter een VVD’er aan het roer kan hebben. De Amsterdamse woningmarkt zit volledig op slot, en als oplossing stellen de beide Erics voor om een kwart van alle sociale huurwoningen te verkopen.

Even recapituleren. Voor een sociale huurwoning in Amsterdam staan mensen vijf tot vijftien jaar op een wachtlijst. En net als in de rest van Nederland raken ook in Amsterdam veel mensen hun koophuis niet kwijt.

En dat willen de beide Erics op gaan lossen door nog meer woningen op de markt te gooien?

Soms vraag je je af in welke wereld VVD’ers leven. De woningmarkt zit inderdaad potdicht, daarin hebben ze gelijk. Maar dat komt niet door de sociale huur.

De reden waarom er geen huurder meer verhuist, zijn de huurverhogingen in de sociale sector. In het vorig jaar gesloten woonakkoord heeft de VVD het voor elkaar gebakken de huren nog sneller te laten stijgen dan ze al deden. De partij maakt er immers een punt van de crisis te laten betalen door werklozen, gehandicapten en huurders. Enfin, de huren van zittende huurders stijgen veel minder snel dan de huren van vrijkomende woningen. Daardoor verhuist er natuurlijk geen hond meer, en zit de sociale woningmarkt in Amsterdam het komende decennium op slot.

En de reden waarom er geen woning meer verkocht wordt, is onze beruchte huizenbubbel. Deze bubbel, waar zelfs het IMF zich het leplazarus van schrikt, is zorgvuldig opgeblazen door de hypotheekrenteaftrek, die de VVD decennialang als taboe verklaard heeft in iedere politieke discussie. En middels datzelfde rampzalige woonakkoord zijn nieuwe hypotheken weer veel duurder gemaakt. Met andere woorden: ook de koopmarkt is door de VVD vakkundig op slot gedraaid.

En nu komen de Erics van de VVD met ronkende verkiezingstaal als zou de vastgelopen huizenmarkt de schuld van “de socialisten” zijn. Welke socialisten? Die kippen zonder veren die zich door de doorgedraaide VVD-ideologie verder hebben laten kaalplukken? Met bovenstaande situatie als resultaat?

“Maar Amsterdam heeft zestig procent sociale huurwoningen!” huilen de Erics. Dit staat in geen verhouding tot de aantallen sociale huurwoningen in andere Europese steden.

Klopt, maar steden als Rome en Parijs bestaan dan ook uit een white ghetto in het centrum voor de rich and famous, terwijl daarbuiten pauperwijken liggen waar Amsterdam-West een oase van veiligheid en gezelligheid bij is. Willen we dat ook in onze hoofdstad?

De Erics doen alsof Amsterdam talent weert door de grote sociale woningvoorraad. Maar juist de creatieve ondernemers die Amsterdam zo graag trekt zijn in deze doorgedraaide woningmarkt gebaat bij een sociale huurwoning. Want een koopwoning is op deze door wanbeleid verziekte markt met een middeninkomen echt niet meer betaalbaar.

Geef de woningportefeuille aan een ‘liberaal’, roepen de beide Erics van de VVD parmantig. Laten we dat alsjeblieft niet doen. Als er één partij bewezen heeft onverantwoordelijk met de huizenmarkt om te gaan, dan is het de VVD wel.


Deel dit:

Politiek Kwartier | Leraren in zelfhaat

Deel dit:

COLUMN – Hoe de sociale diensten wordt geleerd hun klanten psychisch kapot te maken.

Vorige week maakte ik me nog druk over de sociale dienst in Amsterdam. Re-integratietrajecten mondden daar uit in zinloosheid, omdat iedere kwaliteitsprikkel mist: de trajecten zijn immers verplicht.

Maar elders is het nog veel erger. Afgelopen weekend gaf Vrij Nederland een verbijsterend inkijkje in hoe medewerkers van maar liefst dertig procent van de sociale diensten, waaronder die van Rotterdam, gedrild worden hun klanten te bejegenen.

De trainingen worden verzorgd door ‘het Gilde Netwerk‘, een ongetwijfeld duur betaald adviesbureau dat inzichten uit de sociale psychologie misbruikt voor een ziek spelletje mindfuck. Alle subtiele trucs worden uit de kast getrokken om mensen schuldgevoelens te geven over hun situatie. Doel is expliciet de pijn met de situatie van de eigen werkloosheid te doen toenemen. Door die pijn komen mensen in beweging, is de filosofie. Medewerkers van de sociale diensten worden getraind empathisch te zijn, maar woorden als ‘helpen’ zijn daarbij verboden. Ondersteuning geven mag niet. Zelfs het woordje ‘wij’ is taboe. Jouw werkloosheid is jouw schuld. Doe er wat aan.

Ondertussen spelen de trainers dezelfde spelletjes met de medewerkers van de sociale dienst. Als het jou niet lukt een bijstandsontvanger te activeren, teken je een brevet van onvermogen, wordt hen wijsgemaakt.

Dit wordt dan verkocht als ‘het leren van zelfsturing’. De boodschap is duidelijk. Succes is een keuze. Geen begrip voor achterstand, iedereen is een superman. Pech in het leven, dat bestaat niet. Je bent een loser, en dat krijg je er nou van.

En dit middenin tijden van een groot tekort aan banen, terwijl bekend is dat mensen zonder baan sowieso al meer kans hebben op stress en depressie

Soms is er weinig verschil tussen psychologen en psychopaten.

Met ‘zelfsturing leren’ heeft het bovendien niets te maken. De stoïcijn Epictetus leerde ons:

‘Geef mij de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt, en de wijsheid om tussen die twee een onderscheid te maken’.

Er is niets mis met zelfhulp. Maar zelfsturing begint met het onderkennen van je eigen beperkingen. Het meeste menselijk falen komt immers door onrealistische verwachtingen. Het heeft geen zin energie te steken in zaken waar je geen invloed op hebt. Een beter recept voor ongeluk kan niet gegeven worden.

Deze wijsheid mist in de hierboven beschreven geestelijke kamikazecursus volkomen. Bij de trainers en bij de sociale diensten. En nu wordt medewerkers van de sociale dienst geleerd deze wijsheid er ook bij uitkeringsgerechtigden uit te rammen door middel van doorgedraaide Emiel-Ratelbandbullshit. Met het grote verschil dat de Tsjakkagoeroe tenminste nog doorhad dat mensen een goed gevoel over zichzelf moeten hebben om iets te bereiken. De zelfredzaamheidreligie ‘gone bananas’.

Ondertussen luidt Asscher elders de alarmbel: deze maatschappij is overstresst. Daar wil hij een landelijke discussie over beginnen.

Daar lijkt het mij inderdaad hoog tijd voor.

Maar begin met een paar duurbetaalde re-integratiecoaches aan de kant te zetten. De sociale diensten zijn er om mensen te ondersteunen. Als ze dat niet kunnen, dan doen ze maar beter helemaal niks. Een samenleving die bezuinigt op zorgverleners, onderwijsgevend personeel en plantsoenendiensten, maar betaalt voor een cursus zelfoverschatting die grenst aan zinloos sadisme, is de naam samenleving niet waard.

Cynisch genoeg stond het woord “samen” in de cursus dan ook op de verboden-woordenlijst.


Deel dit:

Politiek Kwartier | Onder dwang

Deel dit:

COLUMN – Mensen proberen te dwingen, dat is vragen om moeilijkheden. 

Met hand en tand verzet de Amsterdamse wethouder Andrée van Es zich tegen de plannen van Jetta Klijnsma om uitkeringsgerechtigden te verplichten vrijwilligerswerk te doen. Vrijwilligerswerk is… vrijwillig, stelt zij terecht. Het beleid van Klijnsma noemt ze kleinerend. Daarbij leidt zulk beleid tot verdringing van echte banen, met meer werkeloosheid als gevolg.

Prima. Maar onlangs bleek uit een artikel in de Volkskrant dat ook aan de behandeling van werklozen in Amsterdam het nodige schort. Mensen worden verplicht deel te nemen aan re-integratietrajecten waarin ze met name zinloosheid ervaren… en zich gekleineerd voelen.

Van Es verdedigt haar beleid door te stellen dat de trajecten geen tegenprestatie vormen, maar in het belang zijn van de personen zelf. Ze zijn gericht op het vinden van een baan. Veel mensen die ver van het arbeidsproces af staan zijn volgens haar gebaat bij het leren van ‘werknemersvaardigheden’. Daarbij hoort dat je ook dingen doet die niet leuk zijn, zoals op tijd je bed uitkomen. Zo wordt bovendien het afglijden naar een isolement voorkomen. Mensen thuis laten zitten is niet sociaal.

Prima. Maar wat zijn de ‘werknemersvaardigheden’ anno 2014 nu eigenlijk? Lees de vacaturesites er maar op na. We moeten dan met name denken aan vaardigheden als zelfstandig kunnen werken, verantwoordelijkheid nemen en pro-actief zijn.

Hoe kan dit bereikt worden onder dwang? In het dagelijkse leven mogen werkgevers hun werknemers absoluut niet zomaar korten op hun loon bij wijze van disciplinemaatregel. En gelukkig maar.

De gemeente Amsterdam dreigt echter met financiële sancties als mensen zich niet volgens de voorschriften gedragen. Burgemeester van der Laan pleitte dit weekend in Buitenhof ervoor de trajecten te verbeteren door mensen ook nuttig werk te laten doen. 

Maar als dat gebeurt, wat is dan nog het verschil tussen de Amsterdamse aanpak en de aanpak van Klijnsma?

Het probleem is het dwangmatige karakter van de trajecten. Er is niets mis met het aanbieden van re-integratietrajecten aan werklozen. Ook al is er een groot gebrek aan werk, dan nog is het nuttig je tijd te besteden aan je ontwikkeling. Een opleiding dien je echter te volgen uit eigen motivatie, eventueel omwille van een beloning, maar nooit uit angst voor straf.

Iedere psycholoog kan vertellen wat de gevaren zijn van al te scheve machtsverhoudingen. Zeker wanneer voor het re-integratiewerk een stichting wordt aangesteld die daarvoor met criminelen werkte, liggen die gevaren op de loer. Bovendien wordt voorbij gegaan aan de wijze les dat aan mensen blijven sleuren de beste manier is om ze slechter te laten presteren. Het is naïef te denken dat deze psychologische wetten voor bijstandsgerechtigden niet gelden.

Mensen die vrijwillig een opleiding volgen, durven kritisch te zijn naar hun docenten. Mensen die op straffe van financiële sancties worden gedwongen een opleiding te volgen, durven dat niet. Verplichtingen en sancties maken van mensen geen kritische en leergierige leerlingen, maar willoze en bange slaven. In plaats van dat mensen geleerd wordt hun eigenwaarde terug te vinden, wordt deze hen door een dreigregime juist ontnomen.

Van Es verkoopt haar beleid met mooie motieven. Helaas maakt zij de fout de illusie te koesteren dat niet de mensen zelf, maar de overheid het best kan bepalen wat goed voor hen is.

Dat dit zou leiden tot de door de Volkskrant beschreven misstanden, daar konden we op wachten.


Deel dit:

Politiek Kwartier | Kwaad

Deel dit:

COLUMN – Het wordt tijd om de klachten eens om te zetten in eisen. En wie daar niet in mee kan gaan, kan beter aan de kant gaan staan.

Veel Nederlanders zijn kwaad. Kwaad op de overheid die maar niet naar de burgers luistert. Kwaad op de ondemocratische EU die ons land steeds verder overneemt. Kwaad op mensen die uit de staatsruif zouden eten zonder daar iets voor terug te willen doen. Kwaad op immigranten die onze tradities af willen schaffen. En kwaad op rechters die misdadigers na een jaartje staatshotel de straat weer op sturen.

Media die het niet zo nauw met de feiten nemen stoken dit vuurtje graag op. Een sprekend voorbeeld is het gênante stukje hoofdrekenen waarmee GeenStijl/Das Kapital aannemelijk probeerde te maken dat je met een uitkering beter af zou zijn dan met een minimumloon. Er zaten nogal wat rekenfouten in, naast dat men de regels niet bleek te kennen. De uitkering was op de beschreven situatie niet toepasbaar, bleek een stukje lager te zijn bovendien, en dat wat je aan een minimumloon overhoudt, bleek veel hoger. Dit overigens los van dat mensen in een uitkering meer en meer als een soort lijfeigene worden beschouwd.

Maar aan weerleggingen heeft een deel van Nederland geen boodschap. Zij houden liever vast aan hun jaloezie. Feiten hinderen daar maar bij.

Deze verwende toon van misplaatste jaloezie klinkt steeds harder in dit land. In wezen beheerst zij al meer dan een decennium onze politieke discussie. Men houdt zich vast aan de illusie: een uitkering is Luilekkerland, de grenzen staan wijd open, de gevangenissen zijn vijfsterrenhotels. Wat zijn de gevolgen? Steeds meer zinloze treitermaatregelen voor immigranten, gedetineerden en mensen met een uitkering. Juichend wordt het mes gezet in de sociale voorzieningen en de rechtstaat, met als enig effect oplopende kosten aan uitvoering en de afbraak van ons vangnet.

Ondertussen maken politici zich drukker over tweets en stickers dan over oplossingen, terwijl de meest heftige discussie van het afgelopen jaar nota bene ging over Zwarte Piet.

Ja, ons land wordt ons afgepakt. Maar niet door immigranten, de elite of de EU. Het is het huilie-huilievolk dat onze nuchtere koopmanspragmatiek heeft weggehoond, ons stortte in een politieke impasse die al meer dan tien jaar duurt en feitelijk niets goeds heeft opgeleverd. Want het Nederland van 2013 had ook een Fortuynist in 2002 nooit gewild.

2014 wordt politiek gezien een belangrijk jaar. In 2014 staan ons twee verkiezingen te wachten, één voor het Europees Parlement en één voor de gemeenteraad. Mijn wens is dat in de aanloop daarnaar het oude Nederland zich weer herpakt, en in de politieke discussie niet de scheldpartijen maar de redelijkheid weer domineert. Een politiek klimaat waarin open en eerlijk wordt gediscussieerd, niet alleen op zoek naar klachten maar ook naar oplossingen, met respect voor de feiten en begrip voor elkaar.

Het wordt daarbij tijd om klachten over werkelijke misstanden om te zetten in concrete eisen. En wie daar niet toe in staat is, mag lekker in de hoek gaan staan met de boodschap: uw klacht is gehoord, zij wordt serieus genomen, maar bij gebrek aan enig realisme laten we het daar ook verder bij.

Het deel van ons volk dat maar geen richting kan geven aan zijn woede heeft het afgelopen decennium namelijk al meer dan genoeg aandacht gehad.


Deel dit:

KORT | D66 wil een lagere eerste belastingschijf

Deel dit:

ANALYSE – D66 zet in op het verlagen van de eerste belastingschijf. De partij wil de anderhalf miljard die dit kost weghalen bij geld dat nu wordt besteed aan toeslagen.

Dit betekent in praktijk een cadeautje van arm naar rijk. Mensen met een hoog inkomen ontvangen nu immers geen toeslagen, maar profiteren wel van een verlaging van de laagste belastingschaal.

Door de vereenvoudiging worden volgens de sociaalliberalen meer banen gecreëerd. “Nu zie je dat veel mensen, als ze de keuze hebben tussen drie of vier dagen werken, zich afvragen hoeveel die extra dag werken oplevert”, licht de woordvoerder toe. “Als die dag meer oplevert, zullen er meer mensen voor kiezen. Dat zorgt voor extra werk.”

Leuk verzonnen, maar de huidige werkloosheid wordt echt niet veroorzaakt doordat mensen te weinig kiezen voor werk. Het probleem zit hem aan de aanbodkant.

Pechtold denkt dat er zo meer financiële ruimte voor mensen wordt gecreëerd. “De economie komt langzaam weer op gang, maar de binnenlandse bestedingen blijven een probleem. Dat krijg je als de overheid zo’n groot deel van de economie in beslag blijft nemen.”

Pechtold vergist zich. Als de ene hand consumenten geeft wat de andere hand bij consumenten wegneemt worden de bestedingen ook niet gestimuleerd.

Versimpeling van het belastingstelsel door opname van de toeslagen in de loonbelasting? Ik ben helemaal voor. Maar op deze manier lijkt het me niet wenselijk en zal het bovendien niet opbrengen wat D66 zich erbij voorstelt.

Het verlagen van de eerste belastingschijf en het afschaffen van toeslagen kan alleen budgetneutraal voor iedereen als daar een verhoging van een hogere belastingschaal tegenover staat. Zoals D66 het voorstaat houdt het geen stimulans voor de werkgelegenheid in, maar slechts een verlegging van lasten van arm naar rijk.

Dat kan je willen. Maar zeg dat dan.


Deel dit:

KORT | Polare en de stad als bruisende kern

Deel dit:

OPINIE – In dit opiniestuk naar aanleiding van het faillissement van Polare van afgelopen weekend vielen mij de volgende twee passages op:

De vraag waar we voor staan is veeleer of we een verschralende samenleving willen zijn waar men thuis zit te wachten op de volgende online bestelling of willen we een dynamische samenleving met bruisende binnensteden als centra van handel, kennis en cultuur?

Steeds minder winkels door steeds meer online aankopen. Ik ben zelf ook schuldig hieraan: koop mijn boeken bijna uitsluitend nog online. Voor boeken geldt het excuus dat ik meestal tweedehands koop, vaak boeken die nieuw al lang niet meer te krijgen zijn. Maar ik merk dat ik steeds meer andere zaken ook online bestel.

Ik vind dat echter nog geen teken van een ‘verschralende samenleving’. In mijn optiek is een koopgoot nou niet het toppunt van dynamiek, en al helemaal niet een ‘centrum van kennis en cultuur’. Na sluitingstijd zijn winkelcentra bovendien uitermate treurige plaatsen om rond te hangen.

Het tweede citaat:

Ik roep daarom ondernemende uitgevers, boekhandels en ook de overheid op om niet alleen naar technische ontwikkelingen te kijken, maar zich te laten inspireren door onze 16e en 17e-eeuwse geschiedenis, toen Amsterdam een van de belangrijkste steden ter wereld was en Nederland het centrum voor de Europese boekdrukkunst met vermaarde kaartenuitgevers als Blaeu en Janssonius en drukkers als Elsevier en Plantijn. Met moderne visie en ouderwetse koopmansgeest, moet het mogelijk zijn om ook in de 21e eeuw tot een nieuwe Nederlandse renaissance te komen.

Misschien moeten we daarvoor juist wat breder kijken dan de traditionele winkelstraat. Ook ik zie in de binnenstad veel winkels verdwijnen, maar sterk in opkomst lijken de koffiebars: een favoriete werkplek voor zzp’ers en studenten. En dat biedt meer potentie tot dynamiek dan de gemiddelde Blokker.

Als dit soort gelegenheden in de plaats komen van de koopgoot in de binnenstad en het kantoorgebouw aan de rand van de snelweg, dan is er, denk ik, meer gewonnen dan verloren gegaan.

Misschien gaan de binnensteden juist een betere toekomst tegemoet.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een Snelstoomcursus Geld Verdienen

Deel dit:

COLUMN – In deze aflevering van Politiek Kwartier verbaast Klokwerk zich over het huidige beleid voor studenten, dat haaks staat op de eisen van de maatschappij van de toekomst.

Ja hoor, ook tijdens dit kabinet moeten studenten het weer ontgelden. What’s new? Bezuinigen op hoger onderwijs is een hobby geweest van alle kabinetten sinds Lubbers-III. Sinds de jaren ’80 is het collegegeld vertienvoudigd en de hoogte van de basisbeurs teruggegaan van de bijstandsnorm naar nog maar een derde daarvan.

Maar het kan nog minder. Dit kabinet zet in op een zogeheten sociaal leenstelsel. Alles terugbetalen dus. Want ‘wie een hbo- of wo-bachelor op zak heeft, verdient gemiddeld anderhalf tot twee keer meer dan een afgestudeerde met een mbo-diploma,’ aldus minister Jet Bussemaker.

Het probleem van die redenering zit hem hier natuurlijk in het woordje “gemiddeld”. Juist universitaire functies worden laag betaald. Als iemand als briljant antropoloog nuttig veldonderzoek gaat doen, verdient hij of zij zeker de eerste jaren maar een fractie van laten we zeggen een bankdirecteur met een HBO-diploma.

Daarbij wordt dat sociale leenstelsel door de verschillende terugbetaalregelingen en uitzonderingen natuurlijk weer de zoveelste administratieve draak. En verder lijkt leven-op-de-pof me voor jonge mensen nu juist niet zo een heel goede levensles in post-crisis-Nederland.

Waarom niet simpel? Als verdienen het argument is om mensen te laten betalen voor opleidingen, laat ze dan gewoon betalen via de belastingen, en niet via een leenstelsel. Dat is veel goedkoper in de uitvoering en maakt de drempel om te studeren ook nog eens lager, wat me wel zo handig en eerlijk lijkt.

Maar goed, het idiote idee van dat leenstelsel is nog tot daar aan toe. Wat nog veel erger is, is de haast waarmee studenten moeten studeren. Nu is het al zo dat er nog maar maximaal vier jaar gefinancierd wordt. En wie zijn studie binnen tien jaar niet afrondt, betaalt al het geld sowieso terug. Verder kan niemand na zijn dertigste meer studiefinanciering aanvragen, en veel opleidingen sluiten de deuren voor iedereen die zijn zevenentwintigste gepasseerd is.

Dit is met het oog op dat we steeds langer moeten werken in een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt natuurlijk van de gekken. Niemand kan vijftig jaar doorvaren op dezelfde kennis. Dat hele model van eerst leren, dan werken en daarna met pensioen in strikt gescheiden perioden lijkt me volkomen achterhaald.

Hoe dan ook blijft de politiek op die trom slaan. Nu wordt dan ook nog de jacht geopend op studenten die vroeg van opleiding willen switchen. Betere voorlichting moet daarbij helpen.

Vergeet het maar. Mensen lopen tot hun 25e nog rond met een puberbrein. Daarom alleen al is het niet zo gek dat jonge mensen verkeerde keuzes maken, en dat zal onder druk echt niet minder zijn. Bovendien, laat ze een paar keer verkeerd kiezen: daar leren ze van… en dat was tenslotte de bedoeling.

En als we echt willen dat mensen bewuster kiezen, laten we het dan juist stimuleren om studierechten later of gespreid op te nemen. Stimuleer het om te gaan studeren na een paar jaartjes werken of reizen, en maak studeren aantrekkelijker voor parttimers.

Zulk soort maatregelen zouden passen bij “een leven lang leren”, en lijken me daarmee een stuk beter aan te sluiten op de maatschappij van morgen dan een snelstoomcursus geld verdienen voor pubers.

Misschien levert het zelfs nog verstandigere bewindslieden op ook.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Klokwerk op illegalenjacht

Deel dit:

COLUMN – Deze week gaat Klokwerk op jacht naar illegalen.

De worsteling van de PvdA met het strafbaar stellen van illegalen gaat door. Volgens Samsom is strafbaarheid van illegalen de prijs voor het “humaner” maken van het beleid op justitie en migratie. De minimumstraffen, het boerkaverbod en het strafbaar stellen van hulp geven aan illegalen zijn teruggedraaid. Daarbij is er een kinderpardon gekomen.

Een goede koop dus? Welnee. Samsoms winst is slechts een paar kleine correcties op de keiharde lijn die het kabinet op justitie juist trekt. Een lijn van repressie, bezuinigen op preventie, en meer mensen opsluiten. Een doodlopende weg.

Wie per se iets wil doen tegen illegaal verblijf moet kijken naar hoe illegalen hier komen en zich financieren.

Door overheidsoptreden lijkt het aantal illegale werknemers in de tuinbouw de laatste jaren al met meer dan de helft te zijn afgenomen. Toch blijkt bij controle dat 14 procent van de bedrijven nog steeds illegale arbeiders in dienst te hebben. En zo zijn er nog andere sectoren. Illegaal werk en illegaal verblijf is natuurlijk niet hetzelfde, maar de samenhang is er wel degelijk. Zolang illegalen hier een boterham kunnen verdienen blijven ze wel komen. En illegaal werk kost werkgelegenheid. Meer controle daarop is dus dubbel winst.

Een andere methode is domweg controleren aan de grens. Ook dit wordt al gedaan. Op zich effectief, vooral omdat naast de illegalen zelf de mensen die hen stimuleren om hier te komen aangepakt worden: in dit geval de mensensmokkelaars. Nog beter zou het zijn die controleurs meteen aan de buitengrenzen van Europa te zetten.

Dit zijn maatregelen die werken, en op termijn leveren ze geld op. Helaas leven we momenteel onder een politiek gesternte waarin politici niet daarmee scoren, maar door zo hard mogelijk te roepen dat ze zo streng mogelijk op gaan treden tegen alles wat ongewenst is, zonder zich af te vragen of dit beleid wel enig effect heeft.

Met het opsluiten van illegalen ben je ze niet kwijt. Ze kosten alleen maar meer geld. Dat mensen opsluiten een kostbare aangelegenheid is weet het kabinet ook. Daarom wil staatssecretaris Teeven echte criminelen met een enkelband op de bank thuis te laten zitten. Dat is immers veel goedkoper.

Maar voor illegalen wil hij dat raar genoeg juist niet. Het gaat hem dan ook om het “afschrikwekkend” effect. Het probleem is alleen dat zelfs Teeven moet toegeven dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat dit er is.

Een dure onzinmaatregel dus. Maar in praktijk zal aan die hele illegalenvervolging waarschijnlijk nauwelijks navolging worden gegeven. Het is allemaal mooi doen voor de bühne. Symboolpolitiek. In praktijk stelt het weinig voor.

Zo gaat het telkens. Strenger straffen? Welnee. In praktijk zitten veel gevangenen onder Teeven hun straf niet uit of zitten ze thuis met een enkelbandje om. Nederland wordt er echt niet veiliger op. En nu die gebakken lucht over illegalen.

De PvdA reageert echter vooral emotioneel, laat zich verleiden tot een discussie over principes en eist “humaniteit”. Een beetje laat natuurlijk, zo een half jaar na het installeren van een kabinet met dit regeerakkoord en twee VVD-hardliners erin. Het is wachten op politici die het aandurven deze populistische volksverlakkerij met de grond gelijk te maken, in plaats van eerst mee te waaien en zich zo telkens in het pak te laten naaien.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Het basisinkomen als basis voor discussie

Deel dit:

COLUMN – Na de aftrap in deze column liep de afgelopen weken op Sargasso een serie over het basisinkomen. Een korte terugblik.

Dat het idee van een basisinkomen veel reacties oproept, hebben we de afgelopen maand hier op Sargasso wel gemerkt. In de discussies werd ook goed duidelijk dat een basisinkomen onnoemelijk veel economische en sociale effecten zou hebben.

Waar tegenstanders uiteraard graag de negatieve effecten benadrukten, legden voorstanders graag de nadruk op de positieve effecten. De waarheid is echter dat niemand bij benadering kan voorspellen hoe groot die effecten zullen zijn.

Daarbij zullen deze sterk afhangen van de hoogte van het basisinkomen, de eventuele voorwaarden eraan, en de zaken waar het basisinkomen vervangend voor moet zijn.

Daar bleek onder de voorstanders echter absoluut geen overeenstemming over. Nog verder verdeeld waren zij over het opbrengen van de kosten. Ja, het basisinkomen hoort voor burgers een kosten-neutrale ingreep te zijn, maar hoe het uitgedeelde geld weer moet worden teruggehaald? Via de loonbelasting, via de BTW, via accijnzen of via bezuinigingen op bestaande regelingen? Of een combinatie van al deze zaken? Zoveel mensen, zoveel meningen.

Er is kortom niet één basisinkomen-model. Er zijn er vele. In feite becommentarieerde ieder stuk, zelfs iedere reactie, een ander sociaal stelsel. Maar een paar algemene conclusies kunnen we uit deze serie wel trekken.

Ten eerste dat ‘onvoorwaardelijk’ een relatief begrip is. Men ontkomt er niet aan om voorwaarden te stellen aan een basisinkomen. In ieder geval is het burgerschap een voorwaarde, maar voorstanders pleitten soms ook voor afhankelijkheden als leeftijdsgrenzen of de woonsituatie.

Ten tweede dat een basisinkomen nooit vervangend kan zijn voor alle uitkeringen. Met name loondoorbetaling en ziektekosten zijn schadeposten die daarvoor simpelweg te variabel zijn.

Ten derde dat het in één keer invoeren van een basisinkomen veel te risicovol zou zijn, omdat niemand ook maar een idee heeft van de daadwerkelijke effecten.

Geen sluitende theorie, en niet probleemloos dus. Maar dat betekent niet dat het alternatief beter is. In tegenstelling tot wat Michel suggereert, is ook het model van de verzorgingsstaat niet zonder fundamentele problemen.

De behoefte om voor iedereen een passende regeling te vinden resulteert in rechtsongelijkheid en een woud van regels, waarin men zonder jurist vaak zijn recht niet kan vinden. De sollicitatieplicht levert daarbij noodzakelijkerwijs een bureaucratische controle- en stimuleringsfabriek op. Deze lost de hoge fraudegevoeligheid niet fundamenteel op, maar maakt de sociale zekerheid wel minder toegankelijk. En andersom wordt toetreden tot de arbeidsmarkt weer tegengewerkt door de armoedeval.

Niet voor niets staat onze verzorgingsstaat al jaren op een helling en wordt ze met kaasschaaf en drilboor langzaamaan afgebroken en uitgehold. De wens terug te keren naar het oude stelsel is een ontkenning van de inherente problemen die het systeem kwetsbaar maken. Daarom is het belangrijk fundamentele discussies te voeren over sociale zekerheid, om het te verbeteren en zo te behouden.

Basisinkomen of verzorgingsstaat, het is niet het één of het ander. Er zijn ook mengvormen mogelijk. Het idee om het sociale stelsel sterk te versimpelen, niet alleen om fraudemogelijkheden te beperken en bureaucratie te verminderen, maar ook om gelijkheid en flexibiliteit te bevorderen, blijft daarbij een ijzersterk uitgangspunt, dat in ons huidige stelsel helaas volledig op de achtergrond is geraakt.

Fundamentele discussies als deze worden in de dagelijkse politiek echter nauwelijks gevoerd. Maar daarvoor zijn er dan ook plekken als Sargasso.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asociale huur

Deel dit:

COLUMN – De problemen met de huurwoningenmarkt zijn volgens Klokwerk niet zo moeilijk op te lossen als het lijkt. Helaas ontbreekt de politieke wil.

Voor veel mensen met een middeninkomen is een koophuis in deze tijden niet meer te betalen. Daarom stelden de PvdA en de ChristenUnie deze week voor om sociale huurwoningen tijdelijk ook voor middeninkomens beschikbaar te stellen.

Dat zou een mooie maatregel geweest zijn als er tienduizenden sociale huurwoningen leeg stonden. Helaas lopen de wachtlijsten voor een sociale huurwoning lokaal nu al op tot een jaar of vijftien. De maatregel zal dus aan de onderkant alleen maar meer gedrang opleveren.

Het antwoord van minister Blok op het voorstel lijkt dan ook logisch. In plaats van de grens op te rekken, zegt hij, is het beter om huizen voor middeninkomens te bouwen.

Maar in praktijk is dát een nog veel onrealistischer idee. Huizen voor middeninkomens bestaan namelijk helemaal niet. Als huizen niet meer onder het puntensysteem vallen en de huur dus niet meer beschermd is, vliegt deze door de overspannen huizenmarkt pijlsnel omhoog. Tussen sociale huurwoningen met een beschermde huur en vrije sectorwoningen ontstaat zo vanzelf een enorm gapend gat. En dat blijft, welk type woningen er ook bijgebouwd worden.

Maar daar heeft Blok al jaren geleden een andere oplossing voor bedacht. Zijn partij wil feitelijk alle huren laten stijgen naar de marktwaarde.

Dat had kunnen werken, ware het niet dat de Nederlandse huizenmarkt geen goed functionerende markt is, omdat deze door onder andere de hypotheekrenteaftrek volledig is verziekt.Geen enkele woning heeft nog een realistische prijs in Nederland. Nederlanders steken zich dan ook massaal in de schulden om aan een huis te kopen. Iets dat bij internationale financiële instellingen inmiddels alle alarmbellen af doet gaan.

In zo een situatie is het laten stijgen van de huren naar zogenaamd marktconform ronduit onverantwoordelijk en misdadig. Daarbij wordt de doorstroming tussen sociale huurwoningen zo volledig gestopt, omdat de huur voor zittende huurders minder snel stijgt dan voor nieuwe huurwoningen.

Beter is daarom het plannetje van het Amsterdamse SP-raadslid Laurens Ivens, die vindt dat het puntensysteem juist uitgebreid moet worden. Volgens hem moeten ook meer luxe woningen een beschermde huur krijgen, zodat er eindelijk huurhuizen in het middensegment ontstaan.

Leuk bedacht, maar helaas verschuift het huurgat dan naar hogere regionen. Nog beter zou het zijn het puntensysteem gelijk op alle huurwoningen toe te passen, zodat alle huren in heel Nederland weer realistisch worden.

En helemaal ideaal zou het zijn als alle huren in één klap in overeenstemming werden gebracht met die puntenwaarde. De doorstroming op de huizenmarkt zou dan meteen zijn hersteld, en mensen zouden weer een woning krijgen voor een redelijke prijs, zonder zich in de schulden te steken. Bewoners die hiermee hun huur plotseling zien stijgen kunnen worden geholpen door middel van een uitbreiding van de huursubsidie, terwijl er voor verhuurders die plotseling het rendement op hun bezittingen zien dalen een verhuurderssubsidie zou moeten komen. Met deze twee subsidies zou de overheid twee krachtige instrumenten in handen hebben om de huurmarkt vervolgens een stuk eerlijker in te richten, zonder de huurmarkt te verstoren.

Helaas volhardt men in Den Haag liever in een naïef vertrouwen in een ‘vrije markt’, die er in praktijk helemaal niet is. Het blijft dus nog even kommer en kwel op de huurwoningenmarkt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Ja of Nee, meneer Samsom?

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk verlangt naar de inhoudelijke discussie over de EU waar Cameron toe oproept.

Cameron heeft wat losgemaakt. Ook in ons land. Uiteraard liep Wilders meteen hard te kwaken dat ook hij nu een referendum wil over deelname aan de EU. Helaas voor hem werd hij er meteen al uitgebluft door Diederik Samsom. Die is niet bang voor zo een referendum. Tsja, onze kernfysicus kan rekenen. Waarschijnlijk zou maar 35 procent van de bevolking kiezen voor een exit. Het is geen issue. Pech voor Geert en alle EU-haters dus.

Onderwerp gesloten? Zeker niet. Want blij met de EU zoals die nu is, is eigenlijk niemand. Terecht wijst Samsom erop dat ja/nee-vragen veel minder interessant zijn dan de discussie erom heen. Zo zijn er genoeg zaken waar ieder weldenkend mens Cameron succes mee zou wensen de komende tijd. Bijvoorbeeld met het aankaarten van het idiote systeem van landbouwsubsidies, of de waanzinnige halfjaarlijkse verhuizing van Brussel naar Straatsburg en terug. Een versimpeling van de regels in het algemeen zou de EU niet misstaan.

Het eeuwige adagium dat de EU bevoegdheden terug zou moeten geven naar de lidstaten heb ik echter al genoeg gehoord. En goede voorbeelden daarvan helaas te weinig.

Misschien zijn die er ook niet. Want willen we nu echt dat ieder land zijn eigen bankenbeleid voert en zijn eigen begroting controleert? Dat lijkt me nou niet zo’n succesformule gebleken. Ieder land zijn eigen mensenrechtenbeleid misschien? Alsjeblieft zeg, daar is geen Europees burger bij gebaat. Ieder zijn eigen milieuwetgeving dan? Dat werkt natuurlijk ook niet, milieu houdt niet op bij de grens. Ieder zijn eigen arbeidsrecht? Alsof het er niet al genoeg oneerlijke concurrentie binnen de eurozone is. Het Europees arrestatiebevel van de baan? Niemand zal blij zijn als criminelen over de grens hun gang kunnen gaan.

‘Minder macht voor de EU,’ ja, daar paai je mensen mee. Maar meer macht voor banken, frauderende overheden, grote bedrijven en criminelen, dat zal heel wat minder handen op elkaar krijgen. En uiteindelijk komt het toch daarop neer.

Daarmee blijft er echter nog steeds een groot probleem. Cameron heeft gelijk waar hij zegt dat de EU kan niet verder kan met het huidige democratische tekort. Het draagvlak ontbreekt volkomen.

Dat lossen we echter niet op door in Europa de nationale parlementen het laatste woord te geven, zoals de meeste partijen zeggen. Want feitelijk hebben ze dat namelijk al: onze regeringsleiders worden immers gecontroleerd door de parlementen. Het probleem daarmee is dat een nationaal parlement natuurlijk nooit in zijn eentje de inhoud van een internationaal verdrag kan vaststellen.

De inspraak ontbreekt kortom nu juist centraal. En symbool daarvoor staat wel de gênant schimmige manier waarop Europese topfuncties ingevuld worden. De enige manier om dat gat te dichten en de EU democratischer te maken, is de kiezer rechtstreekse macht in Brussel te geven. Via het Europees parlement, via een Europees referendum, en door het rechtstreeks kiezen van Europese leiders.

De meeste mensen en partijen zijn echter nog niet lang zover. Ik kan daarom niet wachten tot de inhoudelijke discussie eindelijk losbarst. Het zal eens tijd worden.

Als het aan Wilders ligt duurt dat echter nog wel even. Die doet zijn best om met zijn getoeter om een referendum de aandacht van die inhoud af te leiden. Ja of nee. Volkomen oninteressant.


Deel dit:

Zondigen tegen vrijheid

Deel dit:

OPINIE – 5 mei is een dag om stil te staan bij onze vrijheid. Laten we daarbij vooral de dingen die nog aan onze vrijheid mankeren niet vergeten.

Het was een mooie dag, Bevrijdingsdag. De zon scheen en het was feest. We leven dan ook in een land met ongekende vrijheden. Misschien genieten wij wel meer vrijheden dan waar dan ook ter wereld.

Onze vrijheden

Nederland is niet zomaar een vrij land. Nederland is ook in de westerse wereld een uitzonderlijk vrij land. In ons land is de vrouw baas in eigen buik, de dodelijk zieke is baas over zijn eigen leven, de homoseksueel is baas over met wie hij samenleeft. De prostituée mag legaal werken, en de wietroker wordt met rust gelaten.

Dit zijn allemaal vrijheden die leiden tot gedrag dat veel mensen afkeuren, maar dat doet er niet toe: mensen mogen zolang ze anderen daarin niet schaden zelf kiezen hoe ze hun leven inrichten. En hoewel we op deze gebieden de laatste tien jaar niet zoveel vooruitgang meer boeken en door verschillende landen geëvenaard of zelfs ingehaald worden, is het iets waar we nog steeds trots op mogen zijn.

Soms vergeten we het helaas zelf, maar wij hebben de wereld vele bewijzen geleverd dat regulering beter werkt dan repressie.

Vrijheid van meningsuiting

Maar er gaan ook dingen mis met de vrijheid in dit land.

Bij de kroonwisseling zijn vlak voor de Balkonscène twee mensen door de politie van de Dam geplukt. Omdat ze liepen te demonstreren met een stukje karton en een ballonnetje. Er worden excuses aangeboden, en snel wordt gezegd dat de reden een persoonsverwisseling was. Volgens sommigen een te snelle conclusie.

Veel mensen halen daarbij de schouders op. Mevrouw Joanna is toch vrijwel meteen weer vrijgelaten? Bovendien vinden ze die Joanna gewoon maar een hysterisch wijf met een belachelijke mening. De burgemeester van Amsterdam doet dit incident snel af als een incident.

Of hij nu naïef is of te kwader trouw weet ik niet, maar een incident is het niet. De man die een waxinelichthoudertje naar de gouden koets gooide kreeg vijf maanden gevangenisstraf. Dat is opvallend veel. Belangrijker is dat hij twee jaar in voorarrest zat. Negentien maanden onterecht vastgezeten dus. Dat houdt onze autoriteiten echter niet tegen om hem voor vieringen weer op te pakken en vast te zetten.

Het is allemaal iets te toevallig om kritiekloos aan voorbij te gaan wat mij betreft.

Opsluiten

Sowieso gaan we steeds makkelijker om met het opsluiten van mensen. Al jaren wordt justitie door de VVD omgevormd van een apparaat voor criminaliteitsbestrijding tot een instituut van symboolmaatregelen, waarbij vrijheidsberoving belangrijker is dan het bewezen effect ervan.

Het gevolg: Nederland dat ooit zo soft heette te zijn heeft inmiddels het strengste strafklimaat van Noordwest-Europa. In ons land zitten inmiddels vier keer zoveel mensen vast als twintig jaar geleden en procentueel gezien hebben we twee keer zoveel gevangenen als in omliggende landen. We geven dan ook beduidend meer geld uit aan strafrecht. Maar wordt het er veiliger op?

Voorarrest

Bij dit soort cijfers halen veel mensen hun schouders op. Het recht op vrijheid geldt niet voor criminelen, zullen ze zeggen. Of het nu een effectieve manier van criminaliteit bestrijden is of niet, het is goed dat die mensen een tijdje van de straat zijn. Het mag ook wat kosten: het gaat om principes.

Maar laten we er als het gaat om principes vooral niet aan voorbij gaan dat in Nederland steeds meer mensen vastzitten zonder veroordeeld te zijn. Met name jongeren kan dit gemakkelijk overkomen. Van alle jongeren die in een justitiële inrichting zitten, zit drie kwart vast in voorarrest.

Als dat altijd leidde tot een veroordeling was dat nog tot daar aan toe. Dat is niet het geval. 85 procent komt direct na het proces vrij, omdat het voorarrest langer of gelijk was aan de straf, of omdat ze onschuldig bleken. Per jaar wordt dan ook een slordige 20 miljoen euro uitgekeerd aan mensen die onterecht vast zaten. Het lijkt er kortom op dat voorarrest stelselmatig misbruikt wordt om moeilijke mensen van straat te halen.

Vluchtelingen

En laten we tenslotte op 5 mei vooral niet vergeten hoe we vluchtelingen behandelen.

Om te beginnen hebben zij krachtens de mensenrechten recht op zorg en onderwijs, maar missen de vrijheid om te werken. Daarmee schieten we onszelf natuurlijk enorm in de voet, want we verbieden ze eigenlijk te integreren en productief te zijn. Daar bovenop blijft het in de mode deze mensen vast te zetten, hetzij tijdens de procedure in Ter Apel, hetzij in de cel wanneer ze uitgeprocedeerd en dus illegaal zijn.

Als het nu zo was dat we dat nog op een correcte manier deden, dan was dat nog tot daar aan toe. Maar de manier waarop wij asielzoekers behandelen heeft al meerdere keren tot dodelijke slachtoffers geleid. En hoe wij vluchtelingen behandelen stuit ook al tien jaar op heftige kritiek van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, maar ook van de VN, de nationale ombudsman en de Raad van Europa, terwijl we regelmatig op de vingers worden getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Iets waar we ons als voormalig “land van het vingertje” diep voor zouden moeten schamen.

De mensenrechten

De mensenrechten zijn er niet voor niets. Vrijheid van meningsuiting, de vrijheid te gaan en te staan waar we willen en een goed functionerende rechtstaat zijn de voorwaarden waarop wij onszelf een beschaafd land mogen noemen.

Wij dienen hierin dan ook Roomser te zijn dan de Paus. Zo nee, dan ondermijnen we niet alleen onze geloofwaardigheid wanneer wij strijden voor mensenrechten, maar ook onze eigen samenleving.

5 mei is niet zomaar een feestdag. 5 mei is een dag om ons te bezinnen op het begrip vrijheid. Kritisch kijken naar hoe wij daar zelf mee omgaan hoort daarbij.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Creatief met windmolens

Deel dit:

COLUMN – De weerstand tegen windmolens op het land is voornamelijk op irrationele argumenten gebaseerd. Maar wind op zee is veel te duur. Misschien is de oplossing in deze discussie gewoon wat meer creativiteit.

Vraag een expert waar de kansen liggen voor groene energie voor Nederland, en hij zegt: wind. Maar over windmolens doen veel spookverhalen de ronde. De meesten daarvan blijken echter zo realistisch als de wanen van Don Quichot. Windmolens leveren schone energie tegen een kostprijs die de concurrentie met kolen en gas inmiddels makkelijk aankan.

Tenminste… zolang ze op het land staan. Want windenergie op zee blijkt twee keer zo duur te zijn als windenergie op het land.

Het kabinet weet dat ook, maar het wil toch de helft van de groei van windenergie op zee realiseren. Waarom? Het kabinet heeft van de branche de belofte gekregen dat de prijs nog wel met 40% omlaag kan, maar ook als dat lukt, is windenergie van zee nog steeds anderhalf keer zo duur als van het land. Daarbij zijn windmolens op het land uiteindelijk veel makkelijker en sneller te realiseren.

Toch worden overheden daar vreemd genoeg niet enthousiast van. De Provincie Noord-Holland kent zelfs een verbod voor windmolens op het land, en verdedigt die met enorme pietluttigheid… omdat windmolens het cultuurlandschap zouden schaden en teveel herrie zouden maken.

Tsja, dat zouden misschien nog geloofwaardige argumenten zijn geweest als ze niet in schril contrast staan met hoe we tot nu toe met ons landschap zijn omgesprongen. Horizonvervuiling? Heel Nederland ligt vol met asfalt, de horizonnen zijn bezet door schoorstenen en lichtmasten, en langs de snelwegen staan lege kantoorgebouwen. Herrie? Wie boven het geraas van het verkeer nog een windmolen uit kan horen heeft een buitengewoon goed gehoor.

En dan zijn er nog rare argumenten als dat windmolens slecht zouden zijn voor de verkeersveiligheid. Waar bebouwing, bomen, lantaarnpalen, lichtmasten en niet te vergeten billboards kennelijk niet afleidend zijn, zijn de schaduwen van windmolens dat zogenaamd wel. 

Deze bezwaren zitten uiteindelijk tussen de oren, en niet op de plaats waar de hersens zitten. De werkelijke reden voor een keuze voor wind op zee zal eerder zijn dat de politiek graag het bedrijfsleven spekt en aan het buitenland wil laten zien hoe goed we wel niet zijn in het realiseren van grote technische projecten. De bouwlobby regeert.

Maar hoeveel zin hebben we als Nederlandse bevolking in weer een megaproject dat altijd veel duurder blijkt dan van tevoren begroot?

Misschien is het voor burgers beter dit probleem op te lossen door ontwerpers van windmolens op het land te vragen wat creatiever met hun producten om te gaan. Er moet toch meer te verzinnen zijn dan alleen een saaie paal met een groene onderkant?

Wat te zeggen van bontgekleurde exemplaren, beschilderd door bekende en onbekende Nederlandse kunstenaars? En laat die lui als ze toch bezig zijn dan ook eens nadenken over de vorm. Welke vorm een windmolen van onderen heeft maakt immers niet zoveel uit. Als hij maar stevig en hoog is.

Weerstand zal er altijd blijven. Maar beschilderde molens zullen uiteindelijk een verrijking kunnen zijn van ons cultuurlandschap, een toeristische attractie zelfs. Mij lijkt het in ieder geval een betere investering dan een megalomaan project op zee met een begroting op basis van loze beloften. Want dat soort projecten hebben we hier voorlopig wel weer even genoeg gehad.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Het misplaatste activisme van Ploumen

Deel dit:

COLUMN – Minister Ploumen maakte deze week mooie sier door politiek incorrecte bedrijfsvoering aan de schandpaal te nagelen. Maar het zou mooier zijn als de politiek hier zelf een keer zijn verantwoordelijkheid zou nemen.

Kledingbedrijven die weigeren een contract te tekenen voor brandveiligheid in de productieplaatsen waar hun producten vandaan komen nagelt Lilianne Ploumen met liefde aan de publieke schandpaal. Wie niet horen wil moet maar voelen. Ploumen’s actie werd met blije rondedansjes ontvangen door ‘links Nederland.’

Bij de genoemde bedrijven leverde dit natuurlijk nogal wat gepruttel op. Zij brengen ter verdediging in dat ze niet genoeg tijd zouden hebben gehad om het contract te bestuderen, dat het contract zelf wellicht ook niet zou bijdragen aan de veiligheid, dat zij zelf als kleine spelers geen zicht zouden hebben op die productieplaatsen, en dat het juist aan wetgeving ligt dat onveilig geproduceerde kleding zo goedkoop is. De minister stelt zich volgens hen eerder als actievoerder op dan als bewindspersoon.

Ergens kan ik in die kritiek tot op zekere hoogte wel meegaan.

Ploumen meent dat ze door naming en shaming bedrijven kan dwingen om politiek correct te gaan handelen, omdat anders politiek correcte consumenten niet meer bij die winkels gaan kopen.

Inderdaad zijn er steeds meer mensen die genoeg geld hebben en ervoor over hebben om hun verantwoordelijkheid te nemen voor mensenrechten en het milieu. Biologische en fair trade-producten zijn enorm in opkomst. Helemaal prima.

Maar dat deze mensen daarmee veel duurder uit zijn is en blijft fundamenteel oneerlijk.

En het is ook mooi dat er steeds meer bedrijven zijn die hun verantwoordelijkheid nemen, onder publieke druk of uit eigen overtuiging.

Maar dat zij daarmee gedwongen zijn hun producten duurder op de markt te zetten is markttechnisch gezien puur onwenselijk.

Nog steeds vraagt de grote massa consumenten zich tijdens het winkelen niet af hoe de spullen die ze kopen eigenlijk geproduceerd zijn. En ergens logisch, want als die vraag al gesteld wordt, ligt het antwoord ook meestal niet zo voorhanden.

Ondertussen levert de productie ten koste van mens en milieu grote schade op, die wordt afgewenteld op anderen. Op de slachtoffers van uitbuiting, op de belastingbetaler en op de volgende generaties. Daarnaast betalen landen waarin de productie wél onderworpen is aan strenge regelgeving de prijs met werkgelegenheid. Nederland heeft haar dominante rol in de textielindustrie niet voor niets al lang geleden moeten opgeven.

Met andere woorden: er wordt voor al die goedkope producten fors gedokt, maar niet door de mensen die ervan profiteren. Ruim je eigen rotzooi op: een heel normaal uitgangspunt. Alleen niet in de internationale handel. En hierdoor worden juist de partijen die hun verantwoordelijkheid nemen op achterstand gezet.

Als Ploumen werkelijk ballen had ging ze aan de slag met betere regelgeving, en maakte ze zich sterk voor een zware mensenrechten- en milieutaks op geïmporteerde goederen, waar bedrijven alleen nog onderuit kunnen komen door te bewijzen dat ze wel politiek correct produceren. Deze slimme taksen zouden in plaats moeten komen van de huidige tariefmuren, die geen morele rechtvaardiging kennen en meer kwaad dan goed doen.

Mensen die kiezen voor politiek correcte handel doen dat ondanks de onrechtvaardige regelgeving. Daarom krijgt Ploumen van mij pas applaus als ze in plaats van zich achter activisten te verschuilen haar verantwoordelijkheid als politica eens neemt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Koninklijke Daad

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk Willem-Alexander oproept zijn koningschap te beginnen met een Koninklijke daad.

Een echte koningin laat zich niet regisseren. Die maakt het nieuws zelf. Zo gebeurde in Nederland en er klonk geen woord kritiek; men lag aan haar voeten.

Helaas voor republikeinen blijkt Nederland weer massaal te vallen voor de Oranjes. Schandalen genoeg, geruchten nog veel meer, maar het deert ze niet. In ons kikkerland verandert het koningshuis juntadochters in prinsessen. En een feitelijk vrij vlakke toespraak maakt tranen los.

Ernstig? Welnee. Het hebben van een sterk staatssymbool heeft veel voordelen. Het koningshuis leert politici bescheidenheid en weet toch maar alle lagen van de bevolking, van arm tot rijk, van allochtoon tot immigrant, aan te spreken. Natuurlijk, een democratisch gekozen staatshoofd is politiek correcter. Maar we kunnen republikeinen altijd toebijten dat al zouden we naar de stembus gaan om een staatshoofd te kiezen, het volk alsnog massaal zou kiezen voor dit koningshuis.

Sommigen proberen het koningshuis nog aan te vallen door op de kosten te wijzen. Zes paleizen, een enorm zeilschip, een ruime toelage én vrijstelling van belastingen, het lijkt allemaal wat aan de brede kant. Met de Balkenendenorm heeft het in ieder geval niet zoveel te maken. Maar de hoogte van de toelage staat op zich los van het al dan niet gekozen-zijn, en een gekozen staatshoofd is niet per se goedkoper. En dan zijn er nog de baten. Het is moeilijk in cijfers uit te drukken, maar het effect van een echte koning met die eeuwige handelsmissie in zijn kielzog moeten we niet onderschatten.

Een weliswaar duur betaald maar functioneel sprookje dus. Wat blijft er dan nog over om te zeuren? De politieke macht. Het hele idee van erfelijke macht is natuurlijk volkomen uit de tijd en gaat recht tegen de regels van een democratische rechtsstaat in. En politieke macht hebben de Oranjes nog steeds. Het benoemen van de formateur is ze dan wel uit handen geslagen, nog steeds tekent de koningin iedere wet, is ze voorzitter van de Raad van State en drinkt ze geregeld kopjes thee met de politieke top.

In praktijk is eigenlijk iedereen die na kan denken tegen deze zaken. De discussie hierover loopt echter nogal stroef. Waarom? Omdat deze discussie wordt ervaren als gênant.

En dat is zij ook. Zij gaat immers over mensen die zich zelf niet in die discussie kunnen mengen. Daarom mijn advies aan koning Wim-Lex de eerste: verlos ons toch van die wederzijdse schaamte en snij die discussie zélf kordaat af door op een goed moment aan te kondigen dat je met die hele politiek niets meer te maken wilt hebben.

Dat politieke gezeur, ik vraag me ook af waarom je dat als koning eigenlijk zou willen. Laat die ambities om je met beleid bezig te houden toch varen, en werp je lekker op de promotie van Nederland in binnen- en buitenland. Dat is niet alleen nuttiger, maar nog veel leuker ook.

Bovendien zal hoogst waarschijnlijk iedereen je beslissing roemen als een Koninklijke daad. En dat lijkt me geen slecht begin.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Liberale Regelneven

Deel dit:

COLUMN – In tegenstelling tot de VVD zelf, verbaast het Klokwerk niets dat het VVD-beleid heeft geleid tot een explosie aan regels.

Meer ruimte, minder regels.” We kennen die slogan nog wel. In praktijk blijkt er met de VVD juist een wildgroei aan regels te ontstaan. Een aantal weken geleden werd op dit blog voorgerekend dat twee jaar Rutte ons land maar liefst 32 procent meer regels had opgeleverd.

Mij verbaast dit niets. De VVD is stiekem gek op regels, waarbij uitstraling meer telt dan efficiëntie.

Neem bijvoorbeeld justitie. De VVD schonk ons onlangs de wietpas. Het resultaat: een heerlijk kat-en-muis-spel waarmee de politie van de straat gehouden wordt en de straatdealers de lachende derde zijn.

Ook voor de rechtbank wil de partij-tegen-regels een hele sloot nieuwe bepalingen invoeren, dit keer om slachtoffers meer rechten te geven. Lief bedoeld, maar ook dit levert natuurlijk meer werk op. Daarbij zijn deze regels vooral symbolisch, want in praktijk blijkt dat men slachtoffers juist nog teveel in de kou laat staan.

Verder houden de PvdA en de partij van de namaakliberalen elkaar al wekenlang bezig met principiële discussies over het strafbaar stellen van illegalen. Weer zo’n extra regel die niets meer op zal leveren dan bureaucratische rompslomp.

Ondertussen wordt op andere beleidsterreinen het ene akkoord na het andere in elkaar geflanst, die vooral uitmunten in ingewikkeldheid. Het woonakkoord bijvoorbeeld is een wirwar van verschillende tarieven en bepalingen, met als kroon op het werk de Blokhypotheek, die zo ondoorzichtig is dat zelfs de banken hem niet aan durven bieden.

In de sociale zekerheid kiest men standaard voor ingewikkeld. Werklozen worden aan alle kanten doodgecontroleerd, al werkt dat met name contraproductief. Daarbij worden tegenwoordig mensen aan het werk gezet met behoud van uitkering. Daar kan je vóór zijn, maar ga dan niet beweren dat je tegen betutteling bent. Een bijkomend probleem is dat het echte werkgelegenheid kost.

Nu kan men denken dat dit komt doordat de VVD op twee gedachten hinkt. De ene is die van meer repressie, de ander is die van de terugtrekkende overheid. Inderdaad, dat bijt elkaar.

Maar ook die terugtrekkende overheid levert in de praktijk meestal niet minder regels op. Integendeel. Het afstoten van overheidstaken gaat meestal juist gepaard met een enorme diarree aan regels die ‘de markt’ voorschrijven hoe ze die extra last moet gaan dragen. Zo werkte dat bijvoorbeeld met het afschuiven van loondoorbetaling bij ziekte naar werkgevers. Leuk idee om werkgevers arbodienstje te laten spelen, maar ga dan niet klagen over de regeldruk voor bedrijven.

Daarnaast leidt het zogenaamd versimpelen van wetten vaak slechts tot het rondpompen van geld. Neem als voorbeeld het belastingstelsel. Dat is de afgelopen jaren stevig afgevlakt. Prima denk je: minder regels. Alleen… het verschil wordt door middel van toeslagen gewoon weer bijgelapt. Allemaal weer extra formulieren. En dat voor een broekzak-vestzakoperatie die met name fraudeurs een mooie kans heeft geboden… wat natuurlijk weer schreeuwt om extra controlemaatregelen.

En nu wil de VVD dolgraag decentraliseren. Zorgtaken bijvoorbeeld moeten allemaal naar de gemeenten gaan. Tsja, ga dan niet gek staan kijken als iedere gemeente daarvoor dan ook beleid gaat ontwerpen en er dus weer een confettibom aan nieuwe verschillende regels ontstaat.

Een explosie van regels dus, door betutteling enerzijds en ideologie anderzijds. Misschien is het beter om de volgende keer gewoon maar een andere slogan te nemen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – ZZP’ers naaien

Deel dit:

COLUMN – Het schrappen van de zelfstandigenaftrek zou rampzalig zijn voor ZZP’ers. Vooral degenen die het minst verdienen worden het hardst geraakt.

De flexibilisering op de arbeidsmarkt zou zijn doorgeslagen. Veel bedrijven maken misbruik van het instituut ZZP’er door hun mensen te ontslaan en ze tegen hetzelfde tarief in te huren, zodat ze geen sociale premies meer hoeven te betalen. Dit komt met name voor in de zorg, bij de post, in de vervoersbranche en in de schoonmaakwereld.

Met onder meer dit argument worden deze zomer de messen geslepen voor het om zeep helpen van de zelfstandigenaftrek. Mei Li Vos, ooit een vurig pleitbezorger voor meer rechten voor flexwerkers, pleitte namens de PvdA al eerder voor de afschaffing van deze aftrekpost. In juni kwam dit plan terug in het advies over belastingmaatregelen van de commissie Van Dijkhuizen. En vorige week bleek dat de regeringscoalitie met haar reeds beruchte bezuinigingshonger dit punt voor 2015 wil agenderen.

Logisch, zegt de regering, want de zelfstandigenaftrek is er ook niet voor mensen in loondienst. Daarmee kunnen ZZP’ers dus goedkoper werken. En dit werkt misbruik in de hand.

Er zijn echter wel meer verschillen tussen zelfstandigen en mensen in loondienst. Zelfstandigen hebben inderdaad een paar extra belastingvoordelen, maar ze hebben geen ontslagbescherming, arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw. Alles bij elkaar is dit pakket grofweg twee keer zoveel geld waard als de belastingkortingen.

Toch is een kleine 90% van de ZZP’ers dol op hun zelfstandigheid. Misschien omdat ze hun werk als eigen baas beter kunnen combineren met andere bezigheden, misschien omdat ze een hekel hebben aan de file of de negen tot vijf mentaliteit – in ieder geval accepteert de echte ZZP’er in de ruil voor zijn zelfstandigheid een minimum aan inkomenszekerheid en hij weigert gebruik te maken van het sociale vangnet. En hij werkt gemiddeld meer dan een volledige werkweek om zich het hoofd boven water te houden.

De zelfstandigenaftrek betekent voor de ZZP’er een nettobedrag van ongeveer twee en een half duizend euro. Voor meer dan de helft van de ZZP’ers is dit meer dan zes procent van het netto jaarinkomen. Voor drie van de tien ZZP’ers is dat zelfs meer dan vijftien procent*.

Geen schijntje dus. En de ZZP’ers die het minst verdienen, worden door het afschaffen van de zelfstandigenaftrek het hardst geraakt. Terwijl de leuke extraatjes voor armen die Vos nog in gedachten had in de huidige bezuinigingsplannen uiteraard ontbreken.

Het is extra hard omdat zelfstandigen naast mensen die hun baan verloren ook degenen zijn die de klap van de crisis hebben opgevangen: veel ZZP’ers zagen de laatste jaren hun inkomen voor een groot deel verdampen.

Nederland kent nu 800.000 ZZP’ers. Als het afschaffen van de zelfstandigenaftrek doorgaat, wordt gevreesd dat een kleine tien procent daarvan het niet gaat halen. Die zullen dan hun bedrijf moeten opgeven om vervolgens aan te kloppen voor een bijstandsuitkering. De bezuiniging werkt dus ook nog eens averechts.

Het afschaffen van de zelfstandigenaftrek is daarom een draconische maatregel die de plank volledig misslaat. Misbruik van ZZP’ers moet worden bestreden door de inhurende bedrijven en hun schijnconstructies aan te pakken met wetgeving, controle en handhaving. Niet door zelfstandig werkend Nederland de nek om te draaien.

* De helft van de ZZP’ers verdient 50.000 euro of minder per jaar, wat neerkomt op 37.000 euro netto. Een derde verdient tot 1250 euro netto per maand, dus een netto jaarinkomen van 15.000 euro.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Afbraak of opbouw

Deel dit:

COLUMN – Met het probleem van arbeidsmigratie binnen de EU kunnen we eigenlijk maar op twee manieren omgaan: opbouw of afbraak. Het kabinet kiest voor afbraak.

Twee weken geleden zagen we hoe enkele VVD-ers politici die iets aan de EU willen veranderen wegzetten als gevaarlijke gek. Het duurde even voordat de tik terug kwam, maar die kwam.

Martin Schulz: ‘Ik weet dat Frits Bolkestein weer van zich laat horen, maar ik reis aardig wat rond in Europa en in veel landen kennen ze hem alleen nog van zijn richtlijn: de Bolkesteinrichtlijn. De volledige deregulering van de dienstensector in Europa. Niets heeft de mensen meer tegen de EU gemobiliseerd dan die richtlijn.’

De Bolkesteinrichtlijn? Het gaat om de richtlijn die lidstaten verplicht hun dienstenmarkt open te zetten voor aanbieders uit andere lidstaten. Met andere woorden, een Poolse vrachtrijder of aannemer kan hier aan het werk tegen de arbeidsvoorwaarden van Polen.

Gevolgen: grote instroom van goedkope arbeid in landen met hogere lonen (lees: Nederland). In deze landen loopt vervolgens de werkloosheid op en komen de lonen en het hele sociale stelsel onder druk te staan. De droom van iedere vrije marktfundamentalist, maar de grote angst van de werknemer.

Deze week debatteerde de Kamer over de aankomende openstelling van Nederland voor Bulgaren en Roemenen. De PVV en de SP pleitten er voor de grenzen eenzijdig dicht te gooien. Maar dat is getuigenispolitiek. De draak van Bolkestein is in 2006 al afgehamerd. Afschaffen die richtlijn? Dat duurt minstens een decennium.

Asscher wil binnenlands de wetgeving zoveel mogelijk aanscherpen om de ergste uitbuiting te voorkomen. Hij voelt daarbij wel wat voor de discussie over arbeidsmigratie, maar houdt toch vast aan het principe van open grenzen. Dat kent immers ook voordelen.

Marktdenkers zullen hier sussende woorden spreken. Arbeidsmigratie, dat is slechts een tijdelijk verschijnsel, zullen ze zeggen. Naar verloop van tijd ontstaat er een welvaartsevenwicht, en normaliseren de betrekkingen weer.

Dat klopt. Maar de vraag is hoe dat gebeurt. Het kan op twee manieren.

De eerste manier is die waarin ons eigen land zijn sociale wetgeving stap voor stap afbreekt. Lees: lagere lonen, minder bescherming voor werknemers en een kleiner vangnet. We zijn al hard bezig. Naar verloop van tijd kunnen we weer op gelijk niveau concurreren met Oost-Europese werknemers en vindt er geen arbeidsmigratie meer plaats. Hiep hiep hoera.

De tweede manier is dat het arbeidsrecht op Europees niveau wordt aangepast. Via de EU worden lidstaten gedwongen om niet alleen de rechten van werknemers zeker te stellen en te waarborgen, maar ook een geïndexeerd Europees minimumloon in te stellen en zelfs een deugdelijk vangnet in te richten. Europa wordt sociaal.

Deze laatste route wordt door het zittende kabinet helaas afgeschoten. Impliciet kiest onze regering dus voor de eerste route.

Ondertussen zitten we in een overgangsfase en is het politiek opportuun om de kiezer te lijmen met inhoudsloos euro-scepticisme. Zelfbenoemde eurosceptici als Mark Verheijen proberen dan ook handig mee te liften op het anti-EU sentiment. Maar de andere dag noemt Mark de EU zoals deze nu is helemaal pico bello. Een socialer Europa? Dat nooit!

Het echte gevaar van de EU zit bij dit soort doorgeslagen marktliberalen, die de EU gisteren overleverden aan ‘de vrije markt’ en vandaag door te jijbakken het repareren van de puinzooi die ze zelf hebben aangericht proberen te verhinderen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Buma Blabla

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk kritisch kijkt naar de bijdrage van Buma aan het Nederlandse Europa-debat.

Deze week was het CDA-time in politiek Den Haag. Overmoedig geworden door de sleutelrol die hij plots blijkt te mogen spelen in het woondebat, greep Buma het door David Cameron gestarte Europadebat aan om een lijstje in te dienen van zaken die volgens hem beter op regionaal niveau geregeld kunnen worden. Het leverde hem veel schouderklopjes en knuffeltweets op van eurosceptici.

‘Minder macht voor Brussel.’ Wat klinkt dat toch lekker. Maar de vraag is of dat hier wel zo terecht is. Misschien is het eens goed om inhoudelijk te kijken naar het lijstje van Buma.

Om te beginnen wil Buma af van een hoop milieurichtlijnen, zoals de nitraatrichtlijn, de fijnstofrichtlijn, de richtlijn voor bodemvervuiling, het energielabel voor huizen en de APK-keuring voor auto’s. Dat Buma hiermee liever het eigen land vergiftigt dan zich te houden aan afspraken is nog tot daar aan toe. Ik vraag me echter af of we als Nederland wel moeten willen dat men stroomopwaarts de bruinkoolsluizen open mag zetten.

Verder wil Buma heel erg graag af van de pensioenrichtlijn. Klinkt logisch niet? Laat ieder land zijn eigen pensioen regelen. Maar wat houden die Europese pensioenrichtlijnen nu eigenlijk in? Het zijn met name grenzen die gesteld worden aan het recht van de pensioenfondsen te gaan speculeren met het geld van hun ingezetenen, en eisen aan de reserves die pensioenfondsen in kas hebben. Waarom zouden we deze normen midden in crisistijd los willen laten? Volgens mij waren we nu collectief nou juist klaar met dat gokgedrag van financiële instellingen. Vast dol op de crisis, dat CDA.

Verder is Buma klaarblijkelijk ook niet zo dol op de vrije pers in Europa, want hij vindt dat de lidstaten hun eigen persbeleid moeten kunnen regelen. Tsja, goed nieuws voor landen als Hongarije. Er valt over de mediawet van alles te zeggen, maar het streven naar vrijheid, openheid en eerlijke verslaggeving is een kernwaarde van de EU. We moeten toch niet willen dat lidstaten zelf China gaan spelen in eigen land?

Wat nog meer, Buma? Het CDA blijkt ook niet dol op vrouwenemancipatie, zoals blijkt uit het idee om de minimale eisen voor een zwangerschapsverlof terug te draaien en Buma’s verzet tegen quota. Verder wil hij vooral geen afspraken over huurbeleid, wil hij het recht om kleinere bouwprojecten niet openbaar aan te besteden en heeft hij klaarblijkelijk moeite met de rechten tot gezinshereniging van migranten en de cookiewet.

Dit zijn punten die inhoudelijk wat meer bespreking zouden vergen. Maar los van dat is het nog zeer de vraag of we geholpen zijn als alle lidstaten op die terreinen zelf maar wat mogen aankloten.

Buma rept ondertussen met geen woord over het grote democratische gat in Brussel of over de idiote manier waarop Europese leiders worden benoemd. Ook spreekt hij geen woord over de landbouwsubsidies, die onze burgers veel geld kosten en huizenhoge problemen creëren met het milieu en de armoede in de wereld om ons heen. Jammer is ook dat Buma in zijn lijstje de terechte kritiek van het CDA op de hoge lonen van EU-ambtenaren vergeet. En geen woord over bureaucratische regelingen zoals de zinloze verhuizing van Brussel naar Straatsburg en terug.

Leuk geprobeerd Buma, maar van mij krijgt deze bijdrage aan het EU-debat een dikke nul.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Ongeëmancipeerd Feminisme

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich verwondert over het schrijnende gebrek aan waardering van het kabinet voor zorgtaken.

Eigenlijk leven we in een uitzonderlijke samenleving. Tot voor kort leefden we – net als in alle andere culturen – nog in grote families of kleine gemeenschappen. De mannen zorgden voor het inkomen, de vrouwen voor het huishouden, en oma lette op de koters. Eenmaal wat groter geworden letten de koters dan weer een beetje op oma.

Ideaal is dat model niet. De sociale zekerheid is beperkt tot de groep, outsiders zijn het haasje, en een vrije keuze voor welke rol je zelf vervult is er meestal niet.

Onze moderne samenleving is anders. Een gezin, een koppel of een alleenstaande is bij ons de norm. Onderlinge afhankelijkheid is beperkt en woongroepen zijn zeldzaam. Onze woningmarkt en onze sociale zekerheid zijn dan ook niet op groepen gericht. Huursubsidie of bijstand in een woongroep? Erg lastig.

Prima, maar zo een samenleving kan alleen bestaan bij gratie van bejaardentehuizen, thuiszorg en kinderopvang.

Nu zegt het kabinet bij monde van Martin van Rijn echter dat deze zorgtaken maar weer gratis binnen de gemeenschap gedaan moeten worden. Een tendens die al langer heerst. Want professionele opvang wordt ons allemaal veel te duur.

Tegelijkertijd zegt Bussemaker namens datzelfde kabinet dat wie zich volledig toelegt op de rol van zorgverlener zich maar flink schuldig moet gaan voelen. Want wie alleen zorgt, die verdient niet. Die teert op de zak van de partner of de staat. En vooral dat laatste mag natuurlijk niet.

We moeten dus én volledig zelfstandig zijn én gratis voor elkaar gaan zorgen.

Maar de supermens die dat allemaal kan is helaas nogal zeldzaam. Zelfs het combineren van carrière en gezin is voor mensen met een partner vaak al lastig. Dat is het helemaal voor alleenstaande ouders. De combinatie is dan ook een bepalende factor voor ziekteverzuim.

Niet voor niets zijn vrouwen drie keer zo vaak ziek als mannen: de zorgtaken komen immers meestal bij hen terecht. En van de mantelzorgers zakt nu al vijftien procent bijna door zijn hoeven. Dit zijn niet alleen menselijke drama’s, het kost ook geld.

Deze gegevens lijken me daarom absoluut geen aanleiding tot een oproep om vooral meer gratis zorg te gaan leveren. Misschien moeten we in plaats daarvan eens accepteren dat de onafhankelijke mens niet bestaat. In ieder geval geen heel leven lang. In verschillende levensfases zijn we nu eenmaal afhankelijk van zorg en opvoeding.

Eigenlijk zijn de mensen die deze zorg en opvoeding leveren de belangrijkste mensen van de maatschappij. Want als het daar mis gaat, dan gaat het ook goed mis.

Maar veel betalen doen we ze niet. Wie veel wil verdienen moet achter een bureau of aan een vergadertafel gaan zitten, en geen lakens verschonen. Want zorg geven hoort gratis te gebeuren, met als dank een trap na omdat je ‘niet zelfstandig’ zou zijn.

Bussemaker zegt zich zorgen te maken over emancipatie. Maar wie werkelijk geeft om emancipatie pleit er in onze tijd voor om ook de andere rollen dan de traditionele mannelijke meer te gaan waarderen. Met woorden, en wellicht zelfs door middel van beloning.

Want als je wilt dat mensen zelfstandig worden, betaal ze dan ook gewoon voor wat ze aan waarde toevoegen. Het is duidelijk dat het kabinet juist voor het tegengestelde kiest.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Wachten op de bijstand

Deel dit:

COLUMN – Jetta Klijnsma wil de wachttijd voor de bijstand invoeren… terwijl ze geen flauw idee heeft van de gevolgen.

De media-aandacht was minimaal, maar vlak voor het reces stuurde Jetta Klijnsma nog een plan over de bijstand naar de Tweede Kamer: als het aan haar ligt moet voortaan iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt eerst vier weken wachten, en zelf zoeken naar werk.

Voor jongeren is dit sinds januari 2012 al praktijk. In elf gemeenten is geëxperimenteerd met de invoering van deze maatregel voor andere groepen. De resultaten zijn volgens Klijnsma veelbelovend. Tussen de dertig en vijftig procent van de mensen die bij de sociale diensten kwamen vroeg uiteindelijk geen uitkering aan. De helft van hen had zelf al werk gevonden. Dit schrijft Klijnsma in haar brief.

Maar dit roept bij mij enkel meer vragen op, waarop helaas geen antwoorden blijken te zijn.

Ten eerste de vraag of de uitkering bij die dertig tot veertig procent uiteindelijk ook zou zijn toegekend. Een aanvraag doen betekent immers nog niet dat die aanvraag uiteindelijk wordt ingewilligd. Een rondje googelen leert mij dat afwijzingspercentages van dertig tot veertig procent niet ongewoon zijn. Rekent Klijnsma zich niet ten onrechte rijk?

De tweede vraag is of de mensen die in deze periode werk vinden dat niet ook zouden hebben gevonden als ze wel gewoon bijstand hadden gekregen. Iemand die een bijstanduitkering ontvangt, heeft tenslotte net zo goed de plicht om te solliciteren.

En dan de derde en belangrijkste vraag: wat is er met die andere helft van de mensen die niet terugkomt gebeurd? Zijn deze mensen wel goed terecht gekomen? Heeft deze maatregel niet geleid tot financieringsproblemen, zodat wij deze mensen binnenkort terug kunnen vinden in het zwarte circuit, de criminaliteit, de schuldhulpverlening of op straat?

Al deze vragen worden in het rapport waar Klijnsma zich op baseert niet beantwoord. Integendeel: in dit rapport staat letterlijk dat de meeste gemeenten de cijfers niet op orde hebben en dat het daarom aan inzicht in de effecten van de maatregel op de samenleving totaal ontbreekt.

Hoe kan Klijnsma dan nog van een succes spreken? Dat kan alleen als haar maar één ding interesseert: hoeveel geld heb ik bespaard – en de rest haar niets kan schelen.

Van de VVD kan je de rondedansjes bij dit soort resultaten nog verwachten. Maar een staatssecretaris van een zich sociaal noemende partij zou toch op zijn minst zorgvuldiger moeten zijn.

Bijstand is de laatste invulling van het fundamentele recht op levensonderhoud. Het is de uitkering waar iedereen recht op heeft die buiten zijn schuld om zonder ander inkomen komt te zitten.

In deze tijden zijn dat nogal wat mensen. Bijstand is ervoor om te voorkomen deze mensen in financiële problemen raken. Bovendien is het een manier om ze te begeleiden en problemen vroeg te signaleren, zodat de afstand tot de arbeidsmarkt niet alleen maar groter wordt.

Wat we hier zien is dat zonder enige kennis van zaken blind wordt gesneden in een basisvoorziening in tijden dat deze het hardst nodig is. Buitengewoon onverantwoordelijk.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Politiek correct

Deel dit:

COLUMN – De moderne angst voor het ‘politiek correct zijn’ houdt de integratie tegen.

Bij het overlijden van Nelson Mandela wist Nederlands grootste roddelblad de associatie met zwarte piet weer snel te leggen. Het zoveelste incident in een lange reeks. Gordon, Jack Spijkerman, Daphne Bunskoek, allemaal deden ze eerder een duit in het grappenzakje.

Daar moet je maar tegen kunnen, is een veel gehoorde reactie. Thierry Baudet legde het ons een paar weken terug nog uit: racistische grappen mogen hier, juist omdat het in Nederland voor de rest ‘wel goed zit’.

Maar dat is juist het probleem. Het zit hier helemaal niet goed.

Mensen met een andere kleur ervaren met grote regelmaat dat heel veel mensen ‘net zo grappig zijn als Gordon’. Zangeres Anouk gaf ons een inkijkje: telkens als er een kind geboren wordt uit haar ‘gemengde relatie’ stroomt er hatemail bij haar binnen die alles behalve grappig overkomt.

Daar blijft het helaas niet bij. Een bedrijf als Mike de Wilde Electronics grapte onlangs vrolijk mee. Een geintje? Misschien. Maar uit recente onderzoeken wordt duidelijk dat in het Nederland ‘waar alles wel goed zit’ sollicitanten met een buitenlandse achternaam twintig tot zestig procent minder kans hebben uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek. Daarnaast worden mensen met een buitenlands uiterlijk door de politie extra vaak gecontroleerd.

Wie doorvraagt, krijgt bovendien te zien dat achter de grappenmakerij angst en verwijten zitten. We moeten ons als Nederlanders niet ‘laten overlopen‘, zoals Gordon het zo verongelijkt wist uit te drukken.

Trouwens, dat de politie even wat beter oplet bij Marokkanen is logisch, toch? De percentages problemen liggen in die groep nu eenmaal hoger…

‘Politiek correct zijn’ is tegenwoordig taboe. Discriminatie wordt ondanks de klachten en cijfers meestal ontkend of vergoelijkt, en wie daar iets tegenin brengt is een zeurpiet, of erger nog: een linkse zeurpiet.

Terwijl antidiscriminatie geen exclusief links feestje is. Het is een sleutelbegrip in het liberalisme. Het beoordelen van mensen op hun daden in plaats van hun afkomst is één van onze kernwaarden, en niet voor niets. Een vrije samenleving is erop gebaseerd dat mensen beoordeeld worden op hun daden. Ongewenst gedrag wordt afgestraft, je best doen wordt beloond. Daarmee halen we het beste in de mensen boven.

Discriminatie stopt dat proces. Je kan immers hard werken, keurig belasting betalen en tolerant zijn naar alles, gediscrimineerd wordt je toch.

Alle respect voor mensen die moeite hebben met de veranderende samenleving en zich storen aan overlast. Maar hoe is het om als hardwerkende en eerlijke jongen telkens gecontroleerd te worden door de politie vanwege je huidskleur? Als je je nergens schuldig aan maakt en je wordt er toch altijd uitgepikt, dan weet je: ik kan van alles doen, maar hoe ze mij behandelen kan ik niet veranderen.

Discriminatie is een ontmoediging voor mensen hun best te doen, en een aanmoediging zich van de samenleving af te keren. Daarom is politiek correct zijn niet slechts een kwestie van beschaving, maar ook van intelligentie.

Discriminatie is een natuurlijk mechanisme. We leggen snel verbanden om oordelen te vormen die meestal wel zo ongeveer kloppen. Maar wat mensen onderscheidt van dieren is dat ze daarnaast hun hersens gebruiken en zo hun filters verfijnen.

Hoog tijd dat we die afkeer van politieke correctheid weer achter ons te laten. Het staat een serieuze aanpak van problemen in de weg.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Neoliberale Cookiecommunisten

Deel dit:

COLUMN – Klokwerk verbaast zich over de insteek van de VVD bij de cookiewet.

Politici en computers, dat blijft ellende. Twittertijdlijnen volplempen, dat kunnen ze… maar daar houdt het dan ook op. Dat blijkt wel weer uit het gesteggel rond de nieuwe cookiewetgeving.

De cookiewet. Op zich aardig bedoeld. We gaan de burgers beschermen tegen het ongevraagd doorgeven van hun surfgegevens. Wie kan daar nu tegen zijn?

Het gevolg van die wet blijkt echter dat de meeste sites hun bezoekers simpelweg dwingen cookies te accepteren, door uit de lucht te gaan als de gebruiker ze weigert.

Er worden dus niet minder cookies geplaatst, maar de websurfer wordt daar nu wel bewust van gemaakt. En dat bleek dus niet de bedoeling. Pop-ups worden als irritant ervaren. Vandaar dat de SP nu voorstelt iedereen met een site te verplichten een cookievrije versie te maken.

OK, voor sites die gefinancierd worden met publiek geld lijkt me dat een heel goed idee. Maar private partijen mogen toch hopelijk zelf bepalen wat ze aanbieden en tegen welke voorwaarden? Typisch die ex-communisten weer die alles willen laten regelen door de overheid!

Tot mijn verbazing gaat de VVD echter nog verder. De neoliberale partij heeft al helemaal in haar hoofd hoe de verplichte cookiebanner eruit moet zien. Een staatsdesign voor websites: van de SP verwacht je het misschien nog, maar toch niet van de partij die ons en de EU de crisis instortte door alles wat riekt naar overheidscontrole op de markt te blokkeren?

Terwijl het toch veel simpeler kan. Even in Jip-en-Janneke-taal. Voor het functioneren van sites is het belangrijk om bezoekers op een of andere manier te herkennen. Om te kijken of iemand ingelogd is bijvoorbeeld, een account heeft, of überhaupt cookies accepteert. Ook willen sites het surfgedrag van mensen volgen om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren. En daarnaast is het natuurlijk leuk om snel en gemakkelijk artikelen te kunnen delen via de sociale media.

So far so good. Het probleem is echter dat dit volgen van mensen vaak wordt gedaan door middel van software van een derde partij (lees: Google), die de informatie vervolgens gebruikt om adverteerders binnen te halen. Verder geven de standaard sociale-mediaknoppen de gegevens van alle bezoekers door aan de thuisbasis… ook als die nooit op die knop hebben gedrukt.

Tegen die verschijnselen is de Europese cookiewet bedoeld.

Kunnen die banners dan echt niet omzeild worden? Natuurlijk wel. Het is vloeken in de internetkerk, maar er is meer op de wereld dan Google. Trackingprogramma’s  die bezoekersgegevens coderen en niet doorgeven aan een grote centrale bijvoorbeeld. Verder kunnen sitebouwers ook sociale mediabuttons maken die “dood” zijn voordat een bezoeker er zelf op drukt.

Gebruik je dat als site-eigenaar niet, dan zit je aan die banners vast en dat lijkt me volkomen terecht. De overheid zou sites die met publiek geld gefinancierd worden mogen verplichten om de eerste oplossing te kiezen, maar voor overige sites lijkt het me het best gewoon de cookiewet te handhaven. De bezoeker die blind op “ja” drukt hoeft verder niet beschermd te worden, en de rest gaat vanzelf wel op zoek naar bannerloze sites.

En die zijn er genoeg. Bijvoorbeeld de site die u nu leest.

De Tweede Kamer je webdesign toevertrouwen lijkt me in ieder geval niet zo een goed idee. Er is al bemoeienis genoeg.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Achterdeurbeleidsmakers

Deel dit:

COLUMN – Ondanks de stoere taal tegen coffeeshops verwacht Klokwerk dat legalisering van wietteelt snel geregeld kan worden.

Nee, Klokwerk is bepaald geen fan van het huidige kabinetsbeleid op justitie. Een beleid van kostbare symboolmaatregelen die  contraproductief werken bij criminaliteitsbestrijding.

Dit beleid heeft natuurlijk alles te maken met de angst van de VVD om kiezers te verliezen aan de PVV. Daarom kiest de partij voor harde maar inhoudsloze taal in plaats van liberale pragmatiek. Men trommelt als een gorilla op zijn borst… maar stuurt criminelen daarna met een enkelbandje naar huis. Ondertussen worden andere mensen zeker niet incidenteel hun fundamentele rechten onthouden.

De symbolische kers op deze slagroomtaart zijn de stoere taal en maatregelen aangaande het drugsbeleid. Maar alles wijst erop dat het in dat geval inmiddels gelukkig om achterhoedegevechten gaat.

Terwijl in ons land de notoire besluiteloosheid aangaande softdrugs blijft voortduren, verandert namelijk de wereld om ons heen. Bezit van marihuana wordt in Europa inmiddels getolereerd door onze drie buurlanden, Spanje en Zwitserland. Ondertussen worden niet alleen in exotische staten als Uruguay, maar zelfs in twee staten van de VS de kweek, handel en het bezit van marihuana al volledig gelegaliseerd… wat leidt tot een hardere roep om verdere legalisering.

Het argument dat legalisering niet mogelijk zou zijn vanwege druk uit het buitenland – een argument dat vaak gebruikt wordt tegen zaken waarmee we duidelijk voorop lopen, zoals euthanasie en het homohuwelijk – is daarmee van tafel. Als wij de eer de trend te zetten niet aandurven, dan haalt de wereld ons wel in.

Maar ook de binnenlandse verhoudingen zijn veranderd. Traditioneel blokkeerde het CDA de discussie rond liberalisering. Nu is dat de VVD, maar waar het CDA een ideologische grond heeft om legalisering te verwerpen, is er binnen de VVD juist veel draagvlak voor. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein stelde zich enige jaren geleden op het standpunt dat het beter zou zijn om alle drugs, inclusief harddrugs, te reguleren in plaats van te verbieden. De JOVD heeft al jaren datzelfde standpunt.

En dat is niet zo gek. Legalisering past bij het liberale uitgangspunt dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor hoe hij zijn geest en lichaam verzorgt, zolang hij daar anderen niet tot schade mee is.

Belangrijker dan idealen is echter de pragmatiek. Legalisering leidt niet tot meer gebruik, wel tot kansen voor een betere beheersing van de gezondheidsrisico’s. Daarbij brengt legale wiet natuurlijk belastinggeld op.

De grote winst van legalisering zit hem echter in de criminaliteitsbestrijding. Het verbod op drugs is de belangrijkste levensader van de wereldwijde criminaliteit, en al zijn we zelf niet verwikkeld in een echte drugsoorlog, ook in ons land zouden na legalisering van wietteelt in ieder geval de illegale wietkwekerijen veel effectiever kunnen worden aangepakt, waarmee de georganiseerde criminaliteit een belangrijke bron van inkomsten kwijt zou zijn. En dat scheelt veel geld en narigheid.

Terwijl in Limburg achterhoedegevechten worden gevoerd om feitelijk failliet beleid, vroeg naar aanleiding van een motie van GroenLinks burgemeester Aboutaleb onlangs om toestemming voor de verkoop van legale gemeentewiet in Rotterdam. Ook andere gemeenten zoals Eindhoven, Utrecht, Leeuwarden en Tilburg willen daarmee gaan experimenteren. Opstelten zette na aanvankelijk tegenstribbelen de deur op een kier door te zeggen serieus naar dit verzoek te willen kijken.

Zo hoort het dan kennelijk te gaan. Stoere taal in het voorportaal, en ondertussen het achterdeurbeleid regelen via de achterdeur.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Sinterklaas zit bij de VVD

Deel dit:

COLUMN – Deze week vraagt Klokwerk zich weer eens af wat al die VVD-stemmers toch beweegt.

Het is weer bijna verkiezingstijd en de VVD gaat cadeautjes uitdelen. Dit keer belooft de Amsterdamse VVD de onroerendezaakbelasting te halveren. Een soort herhaling van de duizend euro lastenverlichting die Mark ons ooit beloofde? Haha, gefopt.

Wie stemt er toch telkens op zo een partij? Die kiezer mogen we bedanken. De VVD is immers de Nederlandse vertegenwoordiger van de filosofie die ons de crisis injoeg. De filosofie waarin men aanneemt dat als de ondernemers de vrijheid krijgen om te ondernemen, werknemers de vrijheid om overal te werken, overheden de vrijheid om met de begroting te frauderen en banken de vrijheid om hun eigen bonusbeleid en productbeleid te voeren, de oh zo kritische klanten vanzelf het goede van het slechte scheiden, waarna het Walhalla intreedt.

Een model waarbij in de praktijk de zwartrijders winnen, eerlijke ondernemers worden weggeconcurreerd en de consument stelselmatig wordt genaaid. Maar we hoeven geen uitputtende beschrijvingen te geven van de theoretische problemen van deze gedachtegang om hem te weerleggen. Het klamme spook van de realiteit raasde door de hele wereld en heeft zich nu genesteld in Europa.

Alleen de VVD blijkt steevast in dat vrijemarktsprookje te blijven geloven. Minstens zo vervelend is het we er binnen de EU in geslaagd zijn andere landen de strenge drieprocentnorm op te leggen… en dat dit nu als een boemerang naar ons terugkomt. Terwijl iedereen met hersens inmiddels beweert dat grof bezuinigen ons alleen maar van de regen in de drup brengt, blijft de VVD op deze ramkoers zitten.

Overigens is de VVD als het gaat om het vrije marktdenken alles behalve consequent. Denk aan de hypotheekrenteaftrek. De oorzaak van de huizenbubbel, waardoor de schuldenlast groeit terwijl de woningmarkt volledig is vastgedraaid. De Achilleshiel van Nederland, waarmee we volgens sommigen zelfs de kans lopen de nieuwe Grieken te worden. De VVD blokkeert iedere serieuze aanpak.

Een cynisch bijverschijnsel daarvan is dat de zelfverklaarde partij-tegen-handophouders hiermee de hoofdsponsor is van de grootste groep handophouders in ons land. Maar handophouders gooien tenminste geen gemeenschapsgeld in een bodemloze put of drukken het niet keihard achterover, zoals binnen de VVD soms nogal gewoon leek – of lijkt. Die integriteitscode blijkt nog steeds hard nodig.

Ideologisch blind, inconsequent en onbetrouwbaar dus. Waarom stemt iemand nog op deze club? Is het een werkelijk oprecht geloof in die vrije marktfabel? Het valt steeds moeilijker te geloven. Sommigen gooien het dan ook op kortzichtig egoïsme. Maar de meeste VVD-kiezers profiteren zelfs op korte termijn niet van dit beleid. Zijn zij dan werkelijk zo naïef om te trappen in die ronkende spierballentaal en ronduit bespottelijke beloftes om geld uit te gaan delen tijdens die verkiezingscampagnes? Ik weet het niet. Maar telkens als ik die verkiezingsbeloften hoor, dan hoor ik de volgende echo:

Hier wordt de democratie ondermijnd. Hier worden de mensen opgevoed in de politiek van de illusie.

Sinterklaas bestaat ja. En hij zit bij de VVD.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Newspeak

Deel dit:

COLUMN – Werklozen zijn ziek. Maar ziek waarvan? (Of: hoe de politiek aan constante taalvernieuwing doet.)

Jetta Klijnsma legde het afgelopen weekhet nog één keer uit. Mensen die hun baan verliezen, kunnen nog wel enkele maanden goed functioneren, daarna worden ze ‘ziek’.

Volgens Jetta zijn wij collectief namelijk veel te infantiel om zonder de strakke regelmaat van een vaste werkweek normaal te blijven functioneren. Wie lang thuiszit zonder de heilzame knoet van de werkgever vervreemdt van het verschijnsel collega’s, en verandert vanzelf in een onhandelbaar individu dat nooit meer de weg naar regulier werk weet te vinden. Een zieke man (m/v).

Daar dient de overheid dus in te grijpen met landelijk opgelegde disciplineringstrajecten.

En toevallig snijdt dat mes aan twee kanten. De therapeutisch werkende ‘vrijwilligers’ verrichten immers allerlei nuttige taken, in de mantelzorg of anders als straatveger. En hiermee helpt Jetta haar collega’s weer, die zodoende op allerlei zorg- en andere gemeentelijke taken kunnen bezuinigen door nog meer personeel te ontslaan.

‘Vrijwillig’, dat is newspeak voor dwangarbeid. Dat u de taalvernieuwing maar even bijhoudt.

Wat we hier zien is de giftige cocktail van de ideologieën van de VVD en de PvdA. De VVD houdt ondanks de crisis vol dat de markt perfect is en dat er daarom niet zoiets kan zijn als werkloosheid buiten de schuld van werklozen om, terwijl het betuttelende socialisme van de PvdA ervan uit gaat dat de staat er is om mensen op te voeden. Dit leidt tot een overheid die in tijden dat honderdduizenden gemotiveerde mensen noodgedwongen aan de kant staan, besluit ze als kleine kinderen te gaan behandelen.

Werklozen hebben een groot probleem, ja. Maar dat komt niet door gebrek aan motivatie. Dat komt doordat er geen banen zijn.

Arme mensen zijn ziek, ja. Maar dat komt niet door gebrek aan werk en zingeving. Dat komt door gebrek aan geld.

En wat mensen nog zieker maakt, is een kafkaësk uitkeringssysteem dat in plaats van zekerheid te bieden drijft op de perverse overtuiging dat de mens moet worden aangestuurd met ‘prikkels’. Onder dreiging van strafkortingen worden mensen verplicht om sollicitatiecursussen te volgen voor banen die er niet zijn, alsof een algeheel gebrek aan sollicitatievaardigheden de reden voor de werkloosheid is, terwijl de banen die er nog waren door middel van ‘trajecten’ worden vernietigd.

‘Prikkels’, dat is newspeak voor bezuinigen. ‘Trajecten’, newspeak voor spotgoedkope arbeid.

Maar er zijn lichtpuntjes. Ook commerciële bedrijven kunnen zogenaamde trajecten aanbieden. Voor iedereen zonder werk dus de volgende tip: richt een bedrijf op dat zich richt op het trainen of disciplineren van zogenaamde werklozen, en je loopt binnen.

Want ‘werkloos’, dat is newspeak voor werken onder het minimumloon.

En wie toch aan de verkeerde kant van de streep terecht komt, hoeft eigenlijk ook niet te vrezen. Ons land wordt binnenkort namelijk dusdanig afhankelijk van ‘werkloze vrijwilligers’, dat het binnenkort zinvol is de eerste ‘werklozenstakingen’ te organiseren. Laat al die prikkelende beleidsmakers en re-integratiecoaches die denken dat ze aan het werk zijn zelf hun luiers maar eens verschonen. Eens kijken hoelang ze deze absurde samenleving dan nog draaiende zien te houden.

Ondertussen hoef ik zelf niet maanden op de bank te hangen om aan dit alles een misselijk gevoel over te houden. Vervreemding hiervan lijkt mij echter geen kwestie van ziek worden.

Of ‘ziek’ moet gewoon newspeak zijn voor verbijsterd.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Romantisch geouwehoer over Prostitutie

Deel dit:

COLUMN – Deze week pleit Klokwerk ervoor om tijdens het debat over prostitutie de ogen wijd open te houden, en vooral niet te romantisch te worden.

Myrthe Hilkens gaat naar Zweden. Het PvdA-kamerlid voelt zich verantwoordelijk voor het lot van prostituees en wil graag weten of het Zweedse verbod op hoerenlopen ook iets is voor Nederland. Onze legalisering van prostitutie is naïef geweest, meent ze. Ze stelt dat 50 tot 80 procent van de Nederlandse hoeren niet vrijwillig werkt.

Die cijfers zijn helaas niet te onderbouwen. Betrouwbaar onderzoek is er niet, en professionele schattingen naar het aantal prostituees dat  onvrijwillig werkt lopen uiteen van acht tot negentig procent. Maar dat doet er niet toe. Ook als “slechts” acht procent van de veile deernen slachtoffer is van intimidatie of erger dan blijft dat een grof schandaal.

In Zweden pakt men het anders aan. Met de invoering van het verbod op hoerenlopen is een speciale hoerenloperspolitie ingezet. Dat is een soort caviapolitie, maar dan anders. Veel boetes worden er niet uitgedeeld, maar een positief effect is dat de veroordeling van de hoerenloper kan dienen als bewijsmateriaal tegen pooiers en mensenhandelaren.

Verdwijnen doet de prostitutie daarmee echter allerminst, en over de verdere effecten van dit beleid zijn ontstellend weinig cijfers bekend.

Dat heeft een reden. Wat illegaal is, valt maar moeilijk te onderzoeken.

Volgens Radio 1 zijn de belangrijkste meetbare effecten van het verbod op hoerenlopen in Zweden de verplaatsing van prostitutie van de straat naar het internet, en de verschuiving in de publieke beleving: voor de invoering van de wet was slechts dertig procent van de Zweedse bevolking voorstander daarvan, inmiddels is dat zeventig procent. Wat niet weet wat niet deert, kennelijk, want helaas zijn belangenverenigingen van de prostituees zelf minder enthousiast.

Ondertussen gaan in Nederland voorstanders van een verbod prat op hun morele superioriteit. In zijn column in de Volkskrant verwijt Bert Wagendorp voorstanders van legalisering een naïef beeld te hebben van het hoerenvak. Myrthe zelf spreekt zelfs van een “romantisch” beeld.

Onzin. Het geloof in een maatschappij zonder prostitutie, dat is pas romantisch en naïef. Het doel van legalisering is geen romantische samenleving te creëren, maar het beschermen van vrouwen. En daarvoor is het nodig om misstanden onder ogen te zien.

Die misstanden zijn in Nederland nu pijnlijk zichtbaar. De legalisering heeft met name heel veel ellende aan het licht gebracht. Niets om trots op te zijn.

Maar de juiste reactie daarop is niet snel de gordijnen weer dicht te trekken. De juiste reactie is hier eindelijk eens echt wat aan te gaan doen.

Hebben die vrouwen geen beschikking over een eigen paspoort? Laat de politie dat document dan bewaren voor prostituees. Durven de dames geen aangifte te doen van intimidatie en mishandeling, uit angst en bij gebrek aan bewijsmateriaal? Zorg dan voor een noodknop in de peeskamer, stel een wekelijks bezoek bij een vertrouwenspersoon verplicht, of ga desnoods over op cameratoezicht. Doe iets. Maak ook regels voor de pooier, zijn werkwijze, zijn “tarieven” en zijn administratie. En pak het illegale circuit met verdubbelde kracht aan.

Het gebeurt allemaal niet. We sturen de politie liever achter wietplantages en caviadierenbeulen aan dan dat we serieus werk maken van vrouwenhandel. Heel goed, Myrthe, dat jij je daar druk over maakt. Maar pak de problemen aan waar het mis gaat.

En laten we daarbij niet romantisch en naïef zijn, maar onze ogen wijd openhouden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Leeftijdsdiscriminatie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk pleit voor het afschaffen van alle leeftijdsdiscriminatie.

Afgelopen zondag in Buitenhof: Henk Krol tegen het plafond. Twee onderzoekers stelden namelijk voor de ouderenkorting voor het OV en culturele instellingen af te schaffen. Dat geld zou beter kunnen worden besteed aan het toegankelijker maken van deze instellingen voor minder mobiele mensen en een korting voor mensen die het minder breed hebben.

Een plan waar geen enkel zinnig argument tegenin te brengen is. Daarom kwam Henk met een aantal onzinnige argumenten.

Zoals: Ouderen hebben deze samenleving opgebouwd en verdienen daarvoor een dankjewel.

Onzin. Er zijn ook ouderen die helemaal niets opgebouwd hebben. En zij die wél iets opbouwden, vulden daarmee gewoon hun eigen zakken. Prima, maar daarmee zijn ze de generaties na hen net zo goed wat schuldig als dat ze een dankjewel verdienen. Want voor onze moderne westerse welvaart ligt nog een onbetaalde rekening in de vorm van een creperend leefmilieu, een grote afhankelijkheid van oprakende brandstoffen, een zieltogende derde wereld en vet uit de pan swingende zorgkosten.

Of: Ouderen zijn gemiddeld minder mobiel en vaker eenzaam en verdienen daarom meer ondersteuning.

Dat klinkt sociaal, maar het is ronduit discriminerend. Je hoeft helemaal niet oud te zijn om minder mobiel of eenzaam te zijn, en zeker niet alle ouderen zijn invalide.

Tijdens het gesprek verweet ome Henk zijn tegenstander verder een gebrek aan fatsoen. Ondertussen maakte hij zinloze opmerkingen over hoeveel woorden zij gebruikte – als een puber die net had leren debatteren. De goede luisteraar werd ondertussen duidelijk waar deze afleidingsmanoeuvres voor waren: de doelstellingen die de onderzoekster stelde, waren simpelweg niet die van Henk.

Het beter toegankelijk maken van voorzieningen voor minder validen is geen doel van Henk. Anders was hij wel juichend akkoord gegaan met het afschaffen van de kortingen ten gunste van aanpassingen in gebouwen en het openbaar vervoer.

Het helpen van mensen die het niet breed hebben is ook geen doel van Henk. Anders was hij wel enthousiaster geweest voor inkomensafhankelijke kortingen in plaats van ouderenkortingen.

Ook het beter laten draaien van collectieve instellingen is niet Henk z’n doel. Anders had hij wel wat gezien in invoering van dalurenkortingen voor alle leeftijdsgroepen.

Henk z’n doel is slechts kiezers te winnen door ze aan te spreken op eigenbelang. Daarmee voldoet hij precies aan het karikatuur van zijn generatie als een stel termieten, dat zich na het kaalvreten van de planeet enkel nog druk maakt om de geraniumkortingen.

Het meest idiote argument van Henk was dat dit soort plannen in tijden van bezuinigingen onverantwoordelijk zouden zijn.

Juist nu is het tijd voor dit soort plannen. Want zieken en armen horen ondersteuning te krijgen, en dat staat op de tocht. Er is echter meer dan voldoende geld voor, als we het maar op een verstandige wijze zouden verdelen.

Leeftijd is daarbij geen verstandig criterium. Het afschaffen van ouderenkortingen is wat mij betreft stap één op weg naar het afschaffen van alle leeftijdsdiscriminatie. Want dezelfde argumenten tegen ouderenkortingen gelden ook voor de AOW.

Waarom mensen uitrangeren op hun 65e? Waarom niet in plaats daarvan écht goede voorzieningen voor wie het nodig of verdiend hebben? En waarom het pensioen niet op laten gaan in een levensloopregeling?

Vragen die ertoe doen in een vergrijzende samenleving. Een verantwoordelijk politicus in crisistijd gaat die discussie aan in plaats van Sinterklaas te spelen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Poep op je vlees

Deel dit:

COLUMN – Volgens Klokwerk staat de verontwaardiging over het poepvlees in geen verhouding tot de echte gevaren van ons voedsel.

Alweer een vleesschandaal: er zit poep op ons vlees. Supermarkten en de politiek reageerden verbijsterd.

Een vriend van mij moet om dat soort hygiënekwesties altijd nogal lachen. Hij werkt als arts en microbioloog in Ho Chi Minh stad en doet onderzoek naar infectieziekten. De drang naar steriel vlees ziet hij als één grote illusie.

Daarbij is er het verschil tussen daar en hier. Als het in Vietnam de gewoonte zou zijn de keukens te sluiten waar de hygiëne niet volgens de westerse standaard is, bleef er voor hem buiten de deur maar weinig te eten over. En dat zou nogal zonde zijn. In de meest onooglijke hutjes kan je daar prachtige maaltijden krijgen. Met een beetje mazzel of opgebouwde weerstand word je er niet ziek van, en alles is vers. Vetarm, suikerarm, geen toevoegingen.

Nu pleit ik absoluut niet voor het overnemen van Vietnamese hygiëne-eisen. Ook zijn natuurlijke producten zeker niet altijd beter. Moeder Natuur heeft immers in haar producten met een sardonisch genoegen een grote hoeveelheid gif, virussen, schadelijke bacteriën en parasieten verwerkt. Daar willen we liever niet het slachtoffer van worden en daarom hebben we terecht allerlei eisen aan de hygiëne van onze voedselproductie. Prima dus.

Maar wat betreft de eisen aan ons voedsel zijn we doorgeslagen, en afgedwaald. En we hebben het te ingewikkeld gemaakt. Terwijl we officieel rond ieder spatje poep het vlees ruim wegsnijden, hebben we doordat we zo hechten aan lokale regels de gewoonte ontwikkeld ons vlees drie keer het continent door te karren alvorens het op te dienen. Daarnaast hebben we een wildgroei aan keurmerken ontwikkeld.

Dit is natuurlijk één grote uitnodiging tot gesjoemel, wat niet alleen met het poepvlees naar buiten komt, maar ook met het paardenvleesschandaal en het zojuist uitgekomen gerommel met de keurmerken.

Dit is echter niet wat ons ziek maakt. We eten gemiddeld ruim twee keer zoveel vlees als goed voor ons is. We ‘verrijken’ onze maaltijden met grote hoeveelheden geur-, smaak- en conserveringsmiddelen, en ons voedsel bevat concentraties aan suikers en vet waarvan de natuur nooit bedacht had dat we die tot ons zouden nemen.

De verhoudingen tussen de stoffen die we tot ons nemen is daardoor compleet uit balans. Dit leidt tot diabetes, obesitas en hart-  en vaatziekten.

Van een keertje voedselvergiftiging kan je een paar dagen goed ziek worden. Hart- en vaatziekten zijn echter verantwoordelijk voor een derde van al onze sterftegevallen. Vier op de tien mensen in ons land heeft overgewicht en één op de tien is veel te dik. Dit leidt tot ernstige gezondheidsklachten. En sinds 2000 is het aantal Nederlanders met diabetes verdubbeld naar één miljoen.

Toch worden partijen als GroenLinks en D66 in het parlement weggehoond als ze weer eens durven te komen met een vettaks. Om maar te zwijgen over hoeveel kans Marianne Thieme maakt met haar pleidooi voor de vleestaks. Een keurmerkje hier, een subsidietje daar, en wat regels die nauwelijks gecontroleerd blijken te worden – verder willen we niet gaan om ongezond duurder te maken en gezond goedkoper. We hechten nu eenmaal heel erg aan dat supergoedkope lapje vlees.

Prima. Maar ga dan niet raar staan kijken als het allemaal poepvlees blijkt te zijn.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Morrend Volk

Deel dit:

COLUMN – Een morrend volk duidt niet op een teveel aan democratie, maar op een gebrek daaraan.

Het was een moedige oproep van ‘acht intellectuelen’, om anti-EU populisme geen podium meer te bieden. Maar ook een domme oproep.

Een dergelijke oproep tot censuur is koren op de molen van mensen als Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema. En los van dat ze er niet vies van zijn feiten te negeren, verdraaien en op te blazen, hebben ze een punt: er klopt iets niet met de democratie in Europa. Het antwoord hierop is geen niets-aan-de-hand-column van acht zelfbenoemde intellectuelen.

Maar het kan nog bonter. De drie ex-bewindslieden Rick van der Ploeg, Aart Jan de Geus en Hans Hoogervorst verklaarden deze week onze nationale democratie failliet, en stelden daarop voor een flinke kiesdrempel in te stellen om van een hoop gezeur af te zijn.

In Europa zijn alle stukken openbaar, zeggen de eerstgenoemden, en mogen de nationale parlementen op iedere stap hun fiat geven.

Maar de inspraak en besluitvorming zijn in de EU uitermate slecht geregeld. Wat in Brussel wordt besproken onttrekt zich voor een groot deel aan de controle van het Europees Parlement, terwijl nationale parlementen slechts geconfronteerd worden met de uitkomsten van lang overleg. Europese leiders worden gekozen in een schimmig wandelgangenproces. Daar zou iedere democraat zich rot voor moeten schamen.

Slagvaardiger wordt het er ook niet op. De EU bleek tijdens de bankencrisis traag en besluiteloos. En Europa slaagt er niet in een vuist maken naar andere grootmachten.

In zo een situatie moet je niet gek staan te kijken van ontevreden kiezers.

Binnenlands moet een hogere kiesdrempel een probleem oplossen dat er niet is. Wie nuchter naar de cijfers van onze parlementaire democratie kijkt, ziet dat kabinetten de laatste tien jaar gemiddeld helemaal niet korter zitten dan de vijftig jaar daarvoor, en ook niet moeizamer gevormd worden. En om nou te zeggen dat we al zestig jaar niet functioneren…

Ook brengt een hoge kiesdrempel ons geen stap dichter bij die makkelijke coalitievorming. Het probleem is juist dat de kiezers verdeeld zijn over zes middelgrote partijen en daartussen flink op drift zijn. Onderling herverdelen van de zetels van de kleintjes gaat daarbij echt niet helpen. Fuseren naar twee grote partijen betekent een jarenlange politieke oorlog. En bovendien blijkt regeren in landen met minder partijen ook niet altijd even makkelijk.

Dit nog los van dat groepen in de samenleving monddood maken nou niet bepaald de methode is om meer draagvlak voor de politiek te kweken. En dat zou toch het eerste doel moeten zijn.

In onze vertegenwoordigende democratie stemt men op partijen, maar heeft iedere partij wel standpunten die een kiezer minder bevallen. Op wat de partijen na de verkiezingen met hun standpunten doen is vanuit de kiezer geen correctie mogelijk. Daarbij gebeurt het in coalitieland regelmatig dat er minderheidsstandpunten worden doorgevoerd. Elkaar iets gunnen, heet dat tegenwoordig.

Het op drift zijn van de kiezer lijkt mij in dat licht niet zo vreemd. In een verzuilde maatschappij met een relatief laaggeschoolde bevolking werkte dit allemaal nog wel. Maar in onze moderne geïndividualiseerde informatiemaatschappij wordt dit steeds minder gepikt.

Het volk mort. Naar de politiek hier en in Europa. Geen wonder. Want in Nederland en in de EU hebben we geen teveel aan democratie, maar juist een gebrek daaraan.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een Neoliberale Planeconomie

Deel dit:

COLUMN – Vandaag verwondert Klokwerk zich erover hoe liberaal beleid kan leiden tot communistische praktijken.

Wie bijstand ontvangt, mag daar best wat voor terugdoen. Kinderopvang is goed, zodat mensen economisch zelfstandig kunnen worden.

Twee politieke dogma’s die tot rare praktijken leiden. Want wie de regelingen voor kinderopvang en de bijstand naast elkaar legt en een beetje gaat rekenen komt op rare uitkomsten.

Stel, een alleenstaande moeder met één kind maakt gebruik van de kinderopvang. Het is crisis, zij verliest haar baan en belandt in de bijstand. Thuis beslist zij dat zij het makkelijkst kan bezuinigen op de opvang.

Dit kost weer werkgelegenheid. Laten we zeggen dat dit ook bij de kinderopvang een baan scheelt. Gezien een maand kinderopvang al snel een netto modaal inkomen kost is dat goed mogelijk.

Een mogelijke oplossing voor dit economisch probleem is het volgende: de moeder gaat werken bij de kinderopvang. Dan betaalt ze dus eigenlijk haar eigen baan

Dit lijkt een beetje vreemd, maar het is mogelijk, want werkende mensen kunnen kinderopvangtoeslag krijgen, en die kan bij één kind al oplopen tot ruim 1300 euro netto per maand.

Het vervelende van deze banenmachine is echter dat onze dame dan 400 euro meer gemeenschapsgeld kost dan de totale bijstand waar ze als alleenstaande ouder recht op zou hebben.

Dit geldt voor iemand met een minimuminkomen. Maar als iemand anderhalf keer modaal verdient, is de maximale vergoeding voor kinderopvang nog steeds gelijk aan de bijstand voor een alleenstaande ouder. Anderhalf keer modaal: maar 15 procent van de huishoudens komt over die grens heen. En de toeslag wordt zelfs nog hoger als er sprake is van meer dan één kind.

Conclusie: ouders in een uitkering vormen veruit de goedkoopste gesubsidieerde kinderopvang.

Het probleem is echter dat de gemeenten de bijstandgerechtigden maar niet met rust kunnen laten. Bijstandgerechtigden, ook met kinderen, maken tegenwoordig een grote kans in een of ander work-first project terecht te komen (lees: dagelijks in een VVD-busje naar het Westland getransporteerd te worden om aardbeien te plukken en doosjes te vouwen). Niet dat dit in praktijk iemand dichter bij de arbeidsmarkt blijkt te brengen, maar het levert de gemeente weer wat geld op.

Het klinkt logisch dat je wat terug moet doen voor je uitkering. Maar in praktijk komt het erop neer dat ook commerciële bedrijven extra goedkope werkkrachten krijgen op kosten van de belastingbetaler.

Een groot probleem van deze heerlijke VVD-projecten is dat dit een inmiddels aangetoond verlies aan werkgelegenheid met zich meebrengt. Meer uitkeringen in totaal dus. Het lijkt winst, maar op termijn heeft de schatkist eronder te lijden.

Zeker wanneer die door de belastingbetaler gefinancierde werkkrachten door dat werk nog recht krijgen op een toeslag voor kinderopvang ook.

Rare praktijken. Mij lijkt het eerlijker en goedkoper om iedereen die werkt daar gewoon voor te betalen, inclusief de zorg voor kinderen. Of dat laatstgenoemde werk dan zelf gedaan wordt of wordt uitbesteed mag iedereen zelf bepalen.

Een staatsuitkering voor mensen die voor kinderen zorgen. Ik hoor de liberalen mij al uithonen. Ondertussen koersen we onder VVD-vlag echter aan op een maatschappij waarin iedereen via work-first trajecten aan de slag gaat voor een staatssalaris op bijstandsniveau, en de kinderen opgroeien in collectieve door de staat gesubsidieerde zorgcentra. Keuzevrijheid nul en het kost vaak meer dan het oplevert.

Toch vreemd hoe dat werkt met die neoliberalen. Ze pleiten voor eigen verantwoordelijkheid en loon naar werk, maar realiseren ondertussen het communistische ideaal.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Gratis Vrijwilligers

Deel dit:

COLUMN – Deze week ergert Klokwerk zich aan de neiging zoveel mogelijk af te willen schuiven op vrijwilligers.

Dit weekend hield Buma op het CDA-congres een betoog over hoe volgens hem de verzorgingsstaat is doorgeschoten. Doordat zorgtaken geïnstitutionaliseerd zijn, raken mensen volgens hem vervreemd van de zorg. Buma pleit daarop voor een grotere rol voor het gezin in de opvang van elkaar.

Zoiets valt te verwachten van het CDA. Maar de partij krijgt steun uit onverwachte hoek. Ook de “moderne” feminist Simone van Saarloos pleit voor een terugkeer naar het frame van de kostwinnaar en de huissloof die de zorgtaken gratis op zich neemt. Alleen wil zij graag dat mannen zich daar dan meer voor gaan lenen.

Feministisch is dat misschien wel, maar met emancipatie heeft het weinig te maken. Sowieso hoeven mensen die voor zorgtaken kiezen van huidige zelfbenoemde feministen klaarblijkelijk toch al niet zoveel te verwachten.

Buma gaat verder met een emotioneel betoog waarin hij vrijwilligerswerkers de hemel in prijst. Dat komt vaker voor in de politiek, en elke keer denk ik: wat irriteert mij toch zo?

Het idee alles af te schuiven op vrijwilligers vindt steeds meer aanhang. Het kabinet vindt bijvoorbeeld dat in het kader van een kleine overheid de thuiszorg maar beter kan worden afgeschaft om opgepakt te worden door vrijwilligers.

En niet alleen in de zorg heerst de illusie dat er veel geld te besparen is door taken af te schuiven. Ook in de culturele sector en de journalistiek is een beweging aan de gang van betaald naar vrijwilligerswerk.

Dagelijks halen mensen hun films en muziek gratis van het internet, en kunstsubsidie is tegenwoordig vloeken in de kerk. Hoe muzikanten en schrijvers en filmmakers nog aan hun geld moeten komen zoeken ze zelf maar uit. De ene krant na de andere valt om terwijl er zwaar bezuinigd wordt op de publieke omroep, omdat het dagelijkse nieuws meer en meer via de sociale media bij elkaar wordt gesnaaid door mensen die daar niet voor betalen, ondersteund door vrijwilligersblogs zoals dit stelletje sukkels hier dat gratis en voor niets uw dagelijkse portie nieuwsduiding bij elkaar schrijft.

Prima, maar het kost wel werkgelegenheid.

En tenslotte is het mode steeds meer werkzaamheden uit te laten voeren door mensen met behoud van uitkering. Officieel mag dit niet leiden tot een verlies aan betaalde banen, maar onderzoeken van de FNV wijzen uit dat dit precies is wat er gebeurt. De grap is overigens dat dit in praktijk juist leidt tot het tegendeel van een kleine overheid.

Het klinkt allemaal zo leuk en aardig: mensen die puur uit liefde en passie steeds meer voor elkaar gaan doen en daarmee gratis en voor niets belangrijke zaken in de samenleving verzorgen. Maar als dit leidt tot werkloosheid en toenemende afhankelijkheid van mensen gaat er toch iets fundamenteel mis.

Vrijwilligers werken vrijwillig. En niet op afroep omdat de samenleving er een bezuinigingspost in ziet. Als we dat anders willen zien is het misschien eerst eens tijd dat de politiek meer voor vrijwilligers over gaat hebben dan alleen maar mooie woorden en dwang.

Want uiteindelijk kan niemand leven van de wind. Voor niets gaat immers alleen de zon op.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Weg met de vaste pensioenleeftijd

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk stelt dat het beter zou zijn om de vaste pensioenleeftijd helemaal af te schaffen.

Met het pensioenakkoord heeft het kabinet een makkelijke manier van bezuinigen gevonden. Het percentage dat u belastingvrij voor uw pensioen mag wegzetten gaat omlaag. Dit betekent drie miljard meer aan belastingopbrengsten.

Politiek gezien is het een vrij slimme bezuiniging, want op korte termijn heeft niemand er last van. En de meeste mensen kijken nu eenmaal niet zo ver vooruit.

Maar het is ook een gemiste kans. Het pensioenakkoord is een beetje schuiven met leeftijden en bedragen en procentjes, terwijl de inhoudelijke discussie over de logica en rechtvaardigheid van het pensioenstelsel angstvallig wordt vermeden.

Het pensioen en de AOW zijn ooit ingesteld omdat de meeste mensen na hun 65e niet veel meer konden. Wanneer iemand fysiek zwaar werk verricht, is de kans groot dat hij dat op hoge leeftijd niet volhoudt.

Sinds de invoering van AOW en pensioenen is werk over het algemeen echter fysiek minder zwaar geworden. Ook de gemiddelde werkweek is in lengte afgenomen. Mede daardoor is de levensverwachting met tien jaar toegenomen.

Mooi, maar daarmee kloppen de uitgangspunten van het pensioenstelsel niet meer. Het wordt veel duurder. En dat terwijl de meeste mensen op hun 65e eigenlijk nog prima in staat zouden zijn hun werk nog even door te zetten.

De meeste mensen; niet allemaal. Leeftijdsdiscriminatie is dan wel ingeburgerd, uiteindelijk is leeftijd helemaal geen goed criterium om het vermogen te werken te meten.

Waarom stellen we in plaats van een beetje te gaan schuiven met bedragen en leeftijdsgrenzen niet eerst de fundamentele vraag of het eigenlijk wel wenselijk is om verlof te blijven koppelen aan leeftijd? Mij lijkt dat helemaal niet logisch.

Mij lijkt het logischer als er één algemene regeling zou komen voor verlof. Verlof dat vrij opgenomen kan worden wanneer dat nodig is: voor het opvoeden van kleine kinderen, voor het oprichten van een bedrijf, bij verlies van werk… of om het rustiger aan te kunnen doen bij ouderdom.

Deze verlofregeling zou dan niet aan leeftijd gebonden zijn, maar aan spaarvermogen. De spaarpot daarvoor wordt gevuld met de huidige premies voor de pensioenen, de WW, en de levensloopregeling.

Daarnaast zou er dan één algemene verzekering moeten komen voor loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid – of dat nu door ziekte komt of ouderdom. Deze wordt betaald met de huidige premies voor de AOW en de WIA.

Hiermee verdwijnt dan de vaste pensioenleeftijd. In regel blijft iedereen werken tot hij daar door ziekte, ouderdom of de dood niet meer toe in staat is. Wie ervoor kiest om het tussendoor wat rustiger aan te doen, werkt langer door. Wie non-stop blijft werken kan uiteindelijk alsnog met lang verlof.

Een goed idee? Ik weet het niet. Maar dit soort discussies worden in Den Haag helaas vermeden. Sterker nog, zelfs het voor de hand liggende idee van drie politieke jongerenorganisaties om meer vrijheid en solidariteit in het stelsel te brengen door mensen keuzevrijheid te geven voor pensioenfondsen en ook ZZP’ers toe te laten tot het stelsel werd uiteindelijk genegeerd.

Ook het dwarsliggen van het CDA voor het pensioenakkoord zal niet lang duren. Natuurlijk wil die partij haar positie graag uitbuiten, maar ook het CDA heeft er geen politiek belang bij het kabinet te dwingen de lastenverzwaring elders te zoeken… of problemen van de toekomst te benoemen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Sociaal Wisselgeld

Deel dit:

COLUMN – Deze week roept Klokwerk de SP en de FNV op om nu hun kans te grijpen met het ontslagrecht en de WW – voordat het straks voorgoed te laat is.

Goed. We hebben dus een regering die overal steun zoekt en daarbij bereid is concessies te doen. Hierop zetten de SP en de FNV de hakken in het zand. Een volkomen verkeerde reactie. Ze dienen nu juist hun kans te grijpen, voordat het te laat is. 

Want welke waarde heeft de WW nog?

De WW is eerder al teruggegaan van maximaal vijf jaar naar maximaal 38 maanden. Bovendien moeten WW’ers tegenwoordig na een jaar reeds ieder werk accepteren, ook onder het eigen niveau. Belangrijker: het merendeel van de WW’ers heeft helemaal geen recht op de langste termijn, omdat ze de bijbehorende diensttijd missen. De gemiddelde werkloze zit dus nu al een stuk eerder in de bijstand.

En welke waarde heeft het ontslagrecht nog?

Het ontslagrecht wordt van twee kanten uitgehold. Enerzijds is de hoogte van de ontslagvergoeding eerder al sterk ingeperkt, voor velen zelfs gehalveerd. Anderzijds is een snel groeiend deel van de beroepsbevolking flexwerker, inmiddels al dertig procent, en heeft dus helemaal geen ontslagbescherming. Bovendien is het krijgen van je recht als ontslagen werknemer niet zelden een tijdrovend en psychisch zeer belastend proces.

Conclusie: De FNV en de SP vechten voor twee al bijna leeggelopen luchtballonnen. Hoe nuttig is dat?

Het levert misschien leden en virtuele zetels op, maar feitelijk staan beide bewegingen momenteel in een slachtofferrol aan de kant te kijken hoe de sociale zekerheid om zeep wordt geholpen. Want ook zonder hen komt er uiteindelijk wel weer een rommelcoalitietje in de Eerste Kamer met een volgend afbraakakkoord.

Het is daarom hoog tijd dat zij van strategie veranderen, voordat werkend Nederland morgen definitief met lege handen staat. Stop met klagen en begin met eisen, zolang het nog kan. Zolang de WW en het ontslagrecht nog wat waard zijn heb je nog wisselgeld in je rode knuisten. Koop er iets sociaals voor. Bijvoorbeeld:

1. Ga akkoord met het definitief vervallen van de ontslagvergoeding, maar eis in ruil daarvoor dat de WW in het eerste half jaar wordt aangevuld tot 100 procent. En eis daarbij dat iedere werknemer die langer werkloos is een scholingsbudget van zeg 5000 euro krijgt. De premies daarvoor betalen de werkgevers als dank voor het wegnemen van de last van de ontslagvergoedingen en de daarbij horende juridische rompslomp.

2. Accepteer dat de maximale WW-duur teruggaat naar twee jaar, maar alleen met een socialere bijstand, dus op voorwaarde dat mensen in de bijstand onder geen enkele voorwaarde meer gedwongen mogen worden onder het minimumloon te werken, zoals dat nu gebeurt. Dit betaalt zichzelf, want deze work-first strategie kost uiteindelijk werkgelegenheid. Een terecht punt van SP en FNV, waar ze tot nu toe niets mee konden doen.

Het resultaat van zo een gouden ruil zou zijn: flexibilisering, maar dan wel op een sociale manier. Met een veel beter vangnet dan we nu hebben. Het is beter toegankelijk, meer transparant en bovenal eerlijker, want er kunnen veel meer mensen gebruik van maken dan nu. En het levert naast meer zekerheid voor werknemers ook economische stabiliteit op.

Wie het woord sociaal op zijn voorhoofd getatoeëerd heeft staan en op wil komen voor werknemers kiest daarvoor. Hij eist het. Nu. Want straks is het te laat.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Samsoms Democratiseringsangst

Deel dit:

COLUMN – Deze week viel het Klokwerk op dat Samsom in zijn verhaal over de EU het democratisch tekort alweer totaal negeerde.

Nieuws: Samsom heeft ontdekt dat mensen boos zijn over Europa. In zijn verhaal van afgelopen weekend doet hij alsof hij de klachten van de kiezer serieus neemt.

Maar als je lang genoeg met de meeste kiezers praat, zegt Diederik, blijken ze veel redelijkere standpunten te hebben dan bij polls naar buiten komt. Ja, uiteindelijk komt de kiezer volgens hem met precies hetzelfde verhaal over een socialer Europa als… de PvdA.

Dat is echter niet het hele verhaal. En daarmee ook niet het eerlijke verhaal. Wat volledig ontbrak in Samsoms analyse is de klacht van de kiezer dat hij bij beslissingen over de EU niet mee mag praten.

En inderdaad, de PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma’s dan ook nog nooit iets noemenswaardig geschreven over democratisering van de Europese Unie.

Daar staat die partij echter niet alleen in. Ook het CDA en de VVD zijn klaarblijkelijk dik tevreden over hoe in Europa hoog over de hoofden van de burger heen benoemd en besloten wordt. Zelfs de zogenaamd eurokritische SP doet in haar verkiezingsprogramma’s geen enkel voorstel om Europa te democratiseren.

Ja, de PvdA en de SP pleiten voor een niet-bindend referendum op nationaal niveau. Maar we weten inmiddels wat dat waard is. En alle vier de partijen zeggen braaf dat nationale parlementen het laatste woord moeten krijgen in de EU. Maar dat is feitelijk al het geval. Wat ontbreekt is juist de democratische controle op het geheel.

Voorstellen voor echte democratisering van de EU vinden we slechts terug bij D66, de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

De Partij voor de Dieren gaat het meest ver in de hardheid van haar eisen. De Partij van de Planten gaat inhoudelijk het meest ver, en eist dat het Europees Parlement de baas wordt in Europa, bindende Europese referenda en direct gekozen bestuurders.

Dit soort veranderingen worden door de grotere partijen echter tegengehouden. Vanwaar toch die democratiseringsangst?

Misschien zijn het de trauma’s die onze politici hebben overgehouden aan inspraakrondes. Eindeloze procedures die worden gebruikt door belangengroepen om een beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. En wat je uiteindelijk ook beslist, altijd krijg je te horen dat je ‘niet naar de mensen luistert’.

Maar dat is ergens terecht. Een vertegenwoordigende democratie is er omdat burgers nu eenmaal niet de hele dag kunnen vergaderen en stemmen. Zij is er niet om mensen monddood te maken. Als de mogelijkheid om vertegenwoordigers te overrulen ontbreekt, dan is de vertegenwoordigende democratie een dekmantel geworden voor géén democratie.

Een groeiend wantrouwen naar de politiek is niet vreemd zolang mensen niet medeverantwoordelijk worden voor besluiten. Want wat dan rest zijn lange processen tegen de overheid en angstige politici die pas besluiten durven nemen als de markt ze dwingt. Een formule met de democratie als grootste verliezer. En dit is precies wat er fout gaat in Europa.

Met meer directe inspraak zal niet alleen niemand ooit nog kunnen zeggen dat de overheid niet luistert, een bindend referendum kan mits verstandig opgezet zelfs de slagvaardigheid vergroten. Een stemprocedure is immers geen eindeloos gepolder van belangengroepen, maar een besluit van de meerderheid. En zelfs Samsom heeft inmiddels door dat die redelijk kan zijn. Als je maar naar ze luistert.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Rutte op een roze olifant

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk Rutte’s participatiesamenleving bij de slurf neemt en stelt dat het dier niet kan overleven zonder verzorgingsstaat.

Ruim twee weken geleden vergeleek Rutte een visie nog met een olifant die het uitzicht belemmert. Ten onrechte stelde hij daarmee een visie gelijk aan dogmatisch idealisme.

Zeker valt het kabinet gebrek aan visie te verwijten. Maar die olifant, die staat er wel degelijk. In de troonrede werd hij meerdere keren bij naam genoemd. Rutte’s olifant heet “participatiesamenleving”.

Het woord gonsde daarna rond op twitter en politieke zwaargewichten als Femke Halsema en Wouter Bos namen meteen afstand van de term, die ze ook al van Balkenende kenden. Maar is dat zo terecht?

Met de term “participatiesamenleving” verwijst Rutte naar het beeld van een samenleving van leuke blije burgers die hun schouders eronder zetten en opkomen voor elkaar, en als het kan te trots zijn om afhankelijk te zijn van collectieve voorzieningen.

Op zich is dat een prachtig ideaal, waar ook ondergetekende in gelooft. Maar laten we met dit prachtige idealisme wel realistisch blijven. Mensen zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk. Er is in het leven een fundamentele ongelijkheid.

Lichamelijk ongemak, daar heeft niemand om gevraagd. Ook het hebben van een geestelijke beperking is niet iets waar mensen zelf voor kiezen. Noch kiezen ze voor het hebben van buren of familieleden met beperkingen. Toch zetten al deze zaken mensen op achterstand ten opzichte van hen die hier niet mee te maken hebben. En meestal buiten hun eigen schuld.

Om dit wat te compenseren zijn er collectieve voorzieningen. Zij ontlasten de mensen die tegenslagen hebben, en creëren zo meer gelijke kansen voor mensen om hun talenten te ontplooien. Daarom zijn ze hard nodig voor het constitueren van het liberale ideaal, waarin het beste beloond wordt en het slechtste afgestraft.

Volgens de troonrede is een participatiesamenleving een samenleving die past bij mondige burgers. Daarbij zou ik dan denken aan een samenleving met veel inspraak en vrijheid in de manier waarop die collectieve zaken worden vormgegeven en ingezet.

Dat is iets heel anders dan een samenleving waarin mensen door de overheid in de steek gelaten worden.

De troonrede spreekt bovendien van de participatiesamenleving als samenleving van zelfstandige burgers. Daarvoor lijkt het mij een vereiste dat mensen die voor anderen zorgen daar ook eerlijk voor worden beloond.

Dat is iets heel anders dan dat ze gezien worden als bezuinigingspost en als stank voor dank nog meer shit op hun nek geschoven krijgen.

Het liberalisme is waardevol, maar kent een aantal schadelijke dogma’s. Eén ervan is het idee dat de verzorgingsstaat mensen lui zou maken en particulier initiatief wegdrukt. Deze aanname wordt door geen enkel onderzoek ondersteund. Het geloof dat mensen vanzelf wel in het gat zullen springen dat een overheid creëert is een gevaarlijke illusie.

En waar dat wel zo is, worden juist deze waardevolle mensen onterecht op achterstand gezet. Zo werkt de vrije markt.

Een participatiesamenleving kan niet zonder een goede verzorgingsstaat. Door het dogmatische idealisme van Rutte komt de participatiesamenleving eerder verder weg te liggen dan dat deze dichterbij komt.

Het vervelende hiervan is dat Rutte dat zelf niet lijkt te beseffen. Ook dat is blind idealisme. Rutte ziet zijn eigen roze olifant niet, omdat hij er bovenop zit. En in 2014 gaat hij er weer vrolijk mee door de porseleinkast. Dat u het even weet.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Superplannen

Deel dit:

COLUMN – Deze week keert ook Klokwerk zich tegen het idee van de supergemeenten.

Als er toch één minister is met een hoofdpijndossier, dan is het Ronald Plasterk wel. In een jaar tijd heel Nederland opnieuw inrichten: Ronald mag het doen. En een mooie start maakt hij daarbij niet. Vooral toen het kabinet aankondigde dat de ideale gemeente niet kleiner zou moeten zijn dan 100.000 mensen bleek het huis te klein – in plaats van dus de gemeenten.

Op zich heeft die massale verontwaardiging wel iets vreemds. Onlangs werden onder vol gejuich immers de deelraden nog weggestemd. Breed was men het erover eens dat zo’n bestuurlijke laag maar onnodig is. Maar de deelraden van Amsterdam gaan over gemiddeld 160.000 mensen. Dat is vier keer zoveel inwoners als in de gemiddelde Nederlandse gemeente nu.

Hypocriet als de verontwaardiging dus mag zijn, op gemeenten van honderdduizend tot een miljoen inwoners zitten er niet veel te wachten. Logisch, in de gemeenten spelen namelijk ook discussies over bijvoorbeeld de inrichting van een straat. Als dit soort discussies voortaan door grote superorganen moeten worden afgehamerd zie ik de politiek er niet beter op functioneren. Dichterbij de burger komt de politiek daarmee niet. Integendeel. En paradoxaal genoeg was dat juist de reden voor de herindeling.

Maar het belangrijkste doel van de beoogde reorganisaties was bezuinigen. Of dat op deze manier gaat lukken? Hoogst twijfelachtig. Reorganisaties kosten in eerste instantie alleen maar geld. Daarna is het maar afwachten of het inderdaad zoveel efficiënter werkt. De winst dreigt in dit geval teniet te worden gedaan door de extra kosten aan bureaucratie die een grotere organisatie nu eenmaal met zich meebrengt. Onderzoek wijst dan ook uit dat gemeenten na een fusie eerder meer dan minder gingen kosten.

Ook is er het gevaar dat de supergemeenten het Amsterdamse model gaan volgen. Momenteel zijn in de hoofdstad namelijk doodleuk zeven “bestuurlijke commissies” in de maak, die in veel zaken verdacht veel op de deelraden lijken. Het lijkt dus alsof er heel wat gebeurt, maar in praktijk verandert er bijna niets.

Hervormen van bovenaf, het blijft een moeilijke opgave. Dat lijkt Plasterk inmiddels ook te beseffen. Hij begint dan ook langzaam van strategie te veranderen. Hervormen gaat het best van onderaf, stelt hij nu. Het is niet zo heel erg als een gemeente die 100.000 inwoners uiteindelijk niet haalt, over het geld valt te praten, en het rijk gaat niet voor de gemeenten bepalen hoe ze moeten werken.

Prima beloftes, maar nu doorpakken, ome Roon. Haal een definitieve streep door dat domme idee van die onzalige supergemeenten. Tenslotte heb je al je energie nodig voor het gelazer met de provincies. Maak het jezelf daarom gemakkelijk, geef de huidige gemeenten gewoon die extra taken erbij die je ze had toebedacht en reken de bezuiniging door. Hoe de gemeenten daar vervolgens mee omgaan is helemaal aan hen zelf: door te fuseren, door op punten gewoon samen te werken, of door het toch op kleine schaal aan te blijven pakken, dat mogen ze dan helemaal zelf bepalen daar onderop.

En dan maar hopen dat die kleine gemeenten die taken inderdaad zoveel beter oppakken dan de provincie. Natuurlijk, er zullen dingen misgaan. Maar dat gebeurt dan tenminste maar in één kleine gemeente, in plaats van dat door middel van dwaze superplannen de organisatie van heel Nederland de soep in wordt gedraaid.


Deel dit:

Politiek Kwarter – Zinloos trekken aan werklozen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich andermaal verbaast over de inefficiënte manier waarop wordt omgegaan met werkloosheid.

Crisis? In de VS en in landen als Turkije lijkt de crisis wel voorbij. Daar koos men ervoor de crisis te bestrijden met investeringen in infrastructuur en sociale zekerheid  om werkgelegenheid te stimuleren.

De EU koos voor de omgekeerde strategie: die van saneren en bezuinigen, inclusief een opgelegde radicale uitverkoop van de collectieve goederen van de zuidelijke landen.

Je hoeft geen topeconoom te zijn om te bedenken dat hierdoor de werkloosheidscijfers verder oplopen en de crisis zich verdiept. Wie daar anders over dacht ziet zijn ongelijk nu hopelijk wel bevestigd.

Kwaad naar Europa wijzen is echter onterecht. Want juist Nederland is bij uitstek medeverantwoordelijk voor deze Europese strategie. Daarbij doet de landelijke politiek er schijnbaar alles aan de werkloosheidscijfers verder te laten groeien.

Het nieuws is al meer dan een week oud maar wordt nog volop gedeeld in de sociale media: een weggesaneerde straatveger moet voor zijn uitkering… straten vegen. Zogenaamd om werkritme en werkervaring op te doen.

De absurditeit van hoe we met werkloosheid omgaan in één treffend voorbeeld samengevat. Officieel mag het niet leiden tot verdringing, maar iedereen kan snappen dat wanneer werklozen gedwongen worden afgestoten taken alsnog uit te voeren de behoefte nooit meer zal ontstaan er ooit nog iemand voor aan te nemen.

Politieke tegengeluiden op dit vlak ontbreken echter vrijwel volledig. Staatssecretaris Klijnsma gaat onderzoek doen naar de misstanden, nadat de SP en de FNV campagne voerden tegen het werken voor een uitkering. Maar allemaal vinden ze dat ‘werken als therapie’ wel toegestaan moet blijven.

En dat is dus precies hoe dat geval van die straatveger wordt verdedigd.

Waarom trappen we nog in die onzin? Een leerproces levert geen geld of diensten op. Wanneer een opleiding gaat renderen heet dat werk. En bij ‘training on the job’ hoort een eerlijke beloning voor de ‘job’.

Uitkeringsgerechtigden hebben hun uitkering omdat ze werkzoekend zijn. Zij hebben daarom de plicht zich in te zetten werk te vinden, door te solliciteren en door zich bij te scholen. En zij verdienen hierbij hulp. Het cynische is dat van alle re-integratietrajecten van het UWV en de sociale diensten nog nooit is aangetoond dat ze enig effect hebben. De projecten worden geëvalueerd aan de hand van de uitstroom naar werk. Maar het is onduidelijk of die uitstroom dankzij of ondanks dat traject gebeurt. Veel schrijnende anekdotes over verplichtingen die sociale diensten, het UWV en bedrijven waarmee zij samenwerken opleggen doen het laatste vermoeden.

Het is sowieso al hoogst twijfelachtig of het überhaupt mogelijk is om mensen met dwang en plicht te motiveren voor de arbeidsmarkt. Daarbij is het crisis. Er zitten op dit moment massa’s mensen aan de kant die wél gemotiveerd zijn. Als zij al niet aan de bak komen, dan is het volkomen zinloos om ongemotiveerde mensen te gaan ‘prikkelen’.

Het wordt daarom eens tijd dat we afstappen van de onzinnige dwang- en disciplinemaatregelen voor werklozen. Dit zijn op zijn best nutteloze bezigheidstherapieën, en op zijn slechtst nauwelijks verkapt misbruik van werklozen. Het leidt tot mensonwaardige praktijken, het is zinloos en het kost werkgelegenheid.

De enige rechtvaardiging voor zulk beleid is een misplaatst gevoel van jaloezie naar mensen die in een situatie zitten die allesbehalve benijdenswaardig is.


Deel dit:

Politiek Kwartier – JSF-logica

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich met terugwerkende kracht verwondert over de JSF-discussie.

Deze week zou het JSF-week worden. Met als ondertitel de definitieve ondergang van de PvdA. Maar die kwam er niet. En door het theater van de Algemene Beschouwingen lijkt iedereen alweer vergeten dat Samsom vorige week nog door het oog van de naald kroop.

Maar de rust die Samsom voor zijn partij creëerde is tijdelijk. Het is stilte voor de storm. Over een maand laait de hele discussie vrolijk weer op.

Een volledig bizarre discussie wat mij betreft, waarin de argumenten steeds slechter te volgen zijn.

Wat mij nog het meest bevreemdt, is dat in die hele JSF-discussie nauwelijks werd verwezen naar de inpasbaarheid van onze luchtmacht in die van de militaire bondgenoten. Want laten we eerlijk zijn: Nederland is militair gezien alles behalve autonoom. De reden dat we wat voorstellen in het buitenland is dat we deel uitmaken van grotere bondgenootschappen.

Daarin zitten we overigens bepaald niet slecht. De NAVO is het grootste militaire bondgenootschap ter wereld. De Europese Unie is qua wapentuig de tweede grote politieke macht. Zelfs als Groot-Brittannië niet meedoet, hebben we als EU naar het schijnt een groter leger en meer materiaal dan Rusland en China.

Het probleem met de EU is echter dat ieder land nog steeds doet alsof het volledig autonoom is. Ook Nederland. Een uitgangspunt van het JSF-project is dat onze troepen niet van andere landen afhankelijk mogen zijn voor luchtsteun. Het Srebrenica-trauma, weet u wel. Maar in plaats van eens een boom op te zetten over de zeggenschapsstructuur bij dat soort gezamenlijke missies lopen we nu te debatteren over de aanschaf van een vliegmachine alsof we totaal onafhankelijk zouden zijn van de wereld om ons heen.

Wat me aan de discussie vorige week bijna net zo verbaasde was de redenering van Samsom dat de PvdA-leden gerust kunnen zijn over de aanschaf van het toestel, omdat voor het totale defensiebudget toch niet uitmaakt.

Zelf ben ik ook niet altijd overtuigd van het nut van meedoen aan militaire interventies. Ik durf de stelling wel aan dat de meeste interventies waarin we de afgelopen jaren hebben geparticipeerd als hulp aan het buitenland veel kostbaarder en minder effectief waren dan de altijd zo gehekelde ontwikkelingshulp.

Desondanks ben ik niet mordicus tegen iedere interventie. Zeker wanneer de ambitie van even een democratietje stichten is bijgesteld naar de wens om al teveel wapengeweld te temperen, bijvoorbeeld middels het instellen van een no fly zone, kan een interventie vele mensenlevens redden. Natuurlijk, een algemeen wapenembargo voor regeringen die de mensenrechten niet respecteren zou effectiever zijn, maar daarvoor hebben die lui nu eenmaal een iets te aantrekkelijke portemonnee – en daarom blijft ingrijpen helaas een optie die nu eenmaal af en toe nodig is.

En verder is er natuurlijk een plicht ten opzichte van de bondgenoten die ons beschermen. Ook dat kan ik volgen.

Maar daarvoor hebben we dan dacht ik toch wel goede vliegtuigen nodig, en geen overgesubsidieerd en veel te duur toestel dat op alle fronten net tekort blijkt te schieten. En zelfs als je die mening niet zou delen, dan nog ontgaat het mij volkomen waarom het een argument zou zijn om het weinige geld dat er nog is willens en wetens in een vliegende Fyra te gaan steken.

Enfin, het wordt nog spannend in november…


Deel dit:

Politiek Kwartier – Cito-toets

Deel dit:

COLUMN – Deze week geeft Klokwerk alle onderhandelaars over de Cito-toets een advies voor een vervolgopleiding.

Wat zou het toch mooi zijn als we aan een simpel cijfer konden zien of een school goed of slecht presteert. Dan konden we namelijk rustig de vrije markt zijn werk laten doen en werd het vanzelf beter in onderwijsland. Want welke ouder kiest nu voor een slechte school?

Dat is ongeveer het idee van de VVD achter het openbaar maken van de Cito-score. Er is echter een fundamenteel probleem: de Cito-toets meet niet de prestaties van de school, maar die van de leerling. En dat zijn twee heel verschillende zaken.

De Cito-toets meet het niveau van de leerlingen vlak voor het kiezen van een vervolgopleiding, om bij die keuze te helpen. Maar dit betekent niet dat de school met een beestachtig hoog gemiddelde Cito-score ook goed onderwijs geeft. Aanleg en sociale omgeving bepalen immers ook de score. Het kan dus zelfs gebeuren dat kinderen goed presteren ondanks de school, in plaats van dankzij.

De VVD wil de Cito-toets dus gebruiken voor iets waarvoor hij niet bedoeld en ook ongeschikt is. Dit zien de meeste andere partijen ook, en daarom krijgt de VVD voor dit plan zelfs het aan de marktidealen verslaafde D66 niet mee. Alleen PvdA, CDA en PVV willen onderhandelen over dit onderwerp. En die hebben allemaal zo hun wensen.

Coalitiepartner PvdA voelt eigenlijk niets voor dit plan, maar ziet een ander probleem. De toets heeft het meestal bij het rechte eind, maar er worden fouten gemaakt. Zo’n fout kan voor een individu nadelig uitpakken. Vandaar dat de PvdA haar steun geeft in ruil voor het onschadelijk maken van de toets door hem pas af te nemen nadat de vervolgopleiding gekozen is.

Daarmee assisteert ze de VVD dus niet alleen in haar onzalige idee, maar maakt ook nog de toets onbruikbaar voor het doel waar hij juist wél toe dient. Gevaarlijk lijkt mij, want ook scholen kunnen fouten maken. Een test kan nuttig zijn door aan te tonen dat er meer in zit dan eruit komt.

Maar het kan nog erger. Het CDA benadrukt dat ook andere vaardigheden op school dienen te worden geleerd dan logisch nadenken en je goed uitdrukken. Denk dan aan dingen als knutselen, touwtje springen, lief zijn voor elkaar en in God geloven. Daarom wil het CDA wel meewerken, maar alleen als de Cito-toets niet verplicht is en scholen zelf een toets naar keuze mogen gebruiken.

Hiermee wordt natuurlijk iedere mogelijkheid tot een eerlijke vergelijking gesaboteerd.

Als deze drie partijen tot een compromis komen, krijgen we dus een veelheid aan toetsresultaten die onvergelijkbaar zijn en nutteloos voor het doel waartoe ze eigenlijk dienen.

De PVV tot slot komt met de eis dat los van wat details het oorspronkelijke VVD plan onverkort wordt doorgevoerd, en plaatst zich daarmee buiten spel.

Gelukkig maar. Want laten we maar hopen dat hier nooit een compromis over komt.

Ik adviseer alle onderhandelaars voordat ze hierover verder gaan eerst een wetenschappelijke opleiding te volgen. Hoewel ik vrees dat het wat hoog gegrepen zal zijn. Want op het idee om simpelweg een nieuwe toets te ontwikkelen om op objectieve manier per school de voortgang van de gewenste schoolprestaties te meten, lijkt nog geen van hen te kunnen komen.


Deel dit:

Politiek Kwarter – Beter Beleggen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich verwondert over de selectieve kwaadheid van burgers en de oppositie.

Deze week vond Samsom dat het hoog tijd wordt dat pensioenfondsen, woningcorporaties, banken en beleggers weer gaan investeren in de Nederlandse economie. Voor de oppositie was dit natuurlijk aanleiding om er eens flink op los te twitteren.

Buma beweerde op hoge poten dat Samsom zou strooien met het geld van burgers om de crisis op te lossen. Roemer en Wilders gingen wat korter door de bocht en riepen in koor dat Samsom van God los en totaal de weg kwijt is. De SGP en de ChristenUnie reageerden soortgelijk.

Allen probeerden ze te scoren door zich vrolijk te maken over Samsoms oproep, als was het slechts een echo van Ruttes oproep twee maanden terug. De media deden daar vrolijk aan mee.

Maar daarmee gingen ze helaas volledig voorbij aan wat Samsom zei. Samsom stond niet te smeken, hij sprak over fiscale stimuleringsmaatregelen. En daarbij sprak hij niet zozeer over de beurs van de gewone burger, maar over de kapitaalpotten die in de Nederlandse samenleving aanwezig zijn.

Misschien zou het niet zo gek zijn om over het beheer van die potten eens een wat steviger woord te wisselen. Investeringen bepalen immers hoe de samenleving eruit ziet. In tegenstelling tot wat Roemer schijnt te denken is de overheid lang niet de enige die kan bezuinigen of investeren. Ondanks de crisis hebben we bij de banken en bij de pensioenfondsen nog steeds kapitalen weggezet. Heel veel problemen, waaronder de crisis, hebben alles te maken met de manier waarop wij ons spaargeld investeren.

Misschien mag de kwade burger daarbij in plaats van altijd en eeuwig naar de politiek te wijzen eens wat meer naar zichzelf kijken. Als kiezer mag hij zo mondig zijn als wat en forum na forum dichtgooien met verontwaardigde reacties over het gegraai aan de top, als consument is hij zo mak als een schaap.

Kijk naar hoe we omgaan met ons spaargeld. Er is een hoop woede naar de banken. Die hebben ons met hun bonussen, hun idiote producten en hun drieste investeringen toch maar collectief in de ellende gestort!

Maar zijn we sinds 2008 massaal overgestapt op politiek correct bankieren? Naar banken die zich niet schuldig maken aan handel met bedrijven die belastingen ontduiken en werken met perverse bonusregelingen? Je zou het verwachten. De informatie is zo te verkrijgen en overstappen is makkelijk genoeg.

Maar nee. De meeste mensen bankieren nog gewoon gezellig bij hun oude bank alsof er niets aan de hand is. We beleggen met graagte in roofbouw. Het levert immers wat op.

Maar de troep die het oplevert, daarvan vinden we dat de politiek het op moet lossen. En zonder aan onze centen te komen uiteraard. En klaarblijkelijk ook zonder zich te bemoeien met het beleggingsbeleid.

Het zou de oppositie en de media sieren als ze een volgende keer eerlijk aan durfden te geven dat dit allemaal nét even te makkelijk geredeneerd is.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De Loze Discussie van Klimaatsceptici

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk stelt dat de hele discussie over de opwarming van de aarde in wezen niets uitmaakt voor ons energiebeleid.

Stel dat het waar is, dat die de hele opwarming van de aarde niet doorgaat?

Bij de publicatie van het jongste rapport van het IPCC komt weer een hoop discussie kijken. Natuurlijk ook op Sargasso. Dit blog staat niet voor niets bekend als een club milieugekkies met een voorliefde voor cijfers.

Warmt de aarde op door menselijk toedoen, of niet? Laten we eerlijk zijn: uiteindelijk weet niemand het zeker. Iedereen die doet alsof hij het wel weet, heeft een fundamenteel onwetenschappelijke houding. Het fundament van de wetenschap is immers twijfel.

Hoewel het altijd beter is je overtuigingen te baseren op systematisch onderzoek dan op wishful thinking, blijft scepsis in de wetenschap gezond. Ook in de wetenschap is het idee van wat waar is immers veranderlijk. Tot zeshonderd jaar geleden dacht men zeker te weten dat het hele universum om de aarde draaide. Honderdvijftig jaar geleden geloofde de mensheid nog dat de wereld bestond uit kleine bolletjes die zich keurig gedroegen volgens de wetten van Newton, met vaste waarden voor ruimte en tijd. Tegenwoordig zijn die ideeën achterhaald.

En zo is er een kans dat over een eeuw net zo lacherig wordt gedaan over de theorie van de opwarming van de aarde als we nu doen over de theorie van de aarde als middelpunt van het universum.

Daarbij zijn er voor de opwarming van de aarde sowieso meer factoren dan de mens: voorspelbare factoren, maar ook volkomen onvoorspelbare factoren. Er hoeft maar één flinke vulkaan uit te barsten of één golfstroom plotseling zin hebben de andere kant op te stromen en alle modellen zijn compleet waardeloos geworden. En over de effecten van die mogelijke opwarming is uiteindelijk nog minder zekerheid dan over de opwarming zelf.

Maar tot zover het relativisme. Wat ik niet snap van de klimaatsceptici is dat ze denken dat hun bedenkingen relevant zijn in de politieke discussie over energie.

Want of de aarde nu warmer wordt of kouder, het neemt niet weg dat het winnen van fossiele brandstoffen steeds duurder wordt. Verder leveren de winning en stook van die brandstoffen hoe dan ook milieuvervuiling op, zoals fijnstof, waar we ook allemaal dood aan kunnen gaan, opwarming of niet. Bovendien zijn we voor die brandstoffen afhankelijk van notoire engerds die er gewoonte van maken homoseksuelen te vervolgen, vrouwen te stenigen en/of activisten op te sluiten.

Daarnaast kunnen we ons als mensheid sowieso maar beter indekken tegen klimaatschommelingen. Want warmer of kouder, de aarde is een grillige planeet, en klimatologische omstandigheden kunnen altijd veranderen, langzaam, of plotseling. Ook dat maakt ons en vooral wat wij bouwen fundamenteel kwetsbaar

Opwarming of niet, uiteindelijk blijft linksom of rechtsom toch dezelfde agenda wenselijk. We moeten veel zuiniger worden met energie, en deze schoner en het liefst decentraal opwekken. De gedachte dat het IPCC en de groene energie-industrie uit één grote leugenachtige maffia zou bestaan mag geruststellend zijn, relevant is dat bezwaar uiteindelijk niet.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Slachtoffers Knuffelen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk vermoedt dat de VVD zó dol is op slachtoffers, dat er haar niet genoeg van kunnen zijn.

Uitkeringstrekkers knuffel je niet. Asielzoekers al helemaal niet. Maar slachtoffers… ja, die kunnen volgens de VVD niet hard genoeg geknuffeld worden. Vandaar dat de partij pleit voor meer rechten voor slachtoffers.

Meer meeleven met slachtoffers, minder met daders. Onder deze leus heeft de VVD de afgelopen jaren de reclassering teruggedrongen en het gevangenisregime versoberd. En weer zit er een nieuwe slag aan te komen. Het is immers vooral niet de bedoeling dat we daders van misdrijven gaan knuffelen. Daarom is iedere extra begeleiding die we ze geven uit den boze.

Amsterdam pakt het anders aan. In Amsterdam worden de zwaarste criminele jongeren extra op de huid gezeten, en wordt geïnvesteerd in de daders nadat ze hun straf hebben uitgezeten. Daarmee zijn we als samenleving veel goedkoper uit en vallen er uiteindelijk minder slachtoffers.

Dit is geen nieuw idee. Iedere criminoloog weet dat. En het werkt. Door dit beleid is het aantal misdaden dat deze groep pleegde met meer dan de helft afgenomen.

Helaas gaat het landelijke beleid hier recht tegenin. Daarbij lijkt zware willekeur de rechtsstaat binnen te sluipen. Wie detentie krijgt, lijkt meer en meer willekeurig te worden bepaald. En wat hebben we eraan als die steeds strengere straffen vaak niet eens worden uitgezeten? Het lijkt er bijna op dat we liever asielzoekers en probleemkinderen vastzetten dan criminelen, terwijl niemand daar iets mee opschiet.

Zo wordt feitelijk de effectieve criminaliteitsbestrijding al jaren om zeep geholpen. Alsof dat nog niet erg genoeg was, weigert de VVD net als de christelijke partijen een simpel winstpunt als het legaliseren van de wietteelt mee te pakken. Zowel de jonge als de oude garde van de VVD heeft al jaren door dat die jacht op wietkwekerijen alleen maar ellende met zich meebrengt, en gaat zelfs een stap verder. Teeven en de zijnen gaan echter juist voor meer repressie.

Zo kweekt de overheid alsof de gewone criminaliteit al niet erg genoeg was er kunstmatig nog wat bij. Ook wel weer logisch. Wie dolgraag een nieuwe bedrijfstak op wil richten door de gevangenissen te privatiseren, omdat hij tegen ieder onderzoek in zegt te geloven zo goedkoper uit te zijn, ziet natuurlijk niet graag een groot deel van de klandizie verdwijnen.

Maar het is duidelijk: om mee te tellen moet je eerst slachtoffer zijn. En dan hebben we het niet over mensen die misschien zwakbegaafd zijn, psychische problemen hebben, opgroeiden in een verknipt gezin en net een straf hebben uitgezeten en geen opleiding baan of huis hebben en wellicht daarom afglijden naar het criminele circuit. Dat zijn geen slachtoffers. Dat zijn mensen “die eindelijk eens iets moeten maken van hun leven.” Hulp krijg je niet. Je bent pas slachtoffer als je door zo iemand beroofd of geslagen wordt. Dan word je door staatssecretaris Teeven tegen zijn kleffe warme borst gedrukt.

De vraag is echter, als de VVD zo dol is op slachtoffers, waarom tellen de slachtoffers van de toekomst dan niet mee? Als met dat terugdringen van al die zogenaamde knuffelmaatregelen de kans op herhaling alleen maar groter wordt, komen er immers alleen maar slachtoffers bij.

Het antwoord is waarschijnlijk dat de VVD zó dol is op slachtoffers, dat er haar niet genoeg van kunnen zijn.


Deel dit:

Politiek Kwarter – Een onvoorwaardelijk basisinkomen

Deel dit:

COLUMN – Tot februari 2014 loopt een handtekeningenactie voor een Europees Burgerinitiatief voor een onvoorwaardelijk basisinkomen. De komende maand onderzoekt Sargasso het idee achter zo’n basisinkomen.

Iedereen heeft recht op een inkomen op basis van het bestaansminimum. We laten immers geen mensen verhongeren en verkommeren. Daar zijn we een modern beschaafd land voor.

De manieren waarop we aan dit minimumbedrag komen verschillen echter nogal per persoon. Veel mensen krijgen zo’n bedrag door betaalde arbeid. De meeste mensen krijgen het echter op een andere manier: via een verdienende kostwinnaar of via een uitkering. Die uitkering kan iemand krijgen vanwege ziekte (WAO, WIA, Wajong), ouderdom (AOW), of omdat hij of zij ondanks zijn inspanningen geen werk kan vinden (WW, Bijstand).

Om te bepalen wie waar recht op heeft, hebben we een wirwar aan regels, en allerlei controle-instanties die zich bezig houden met de toepassing daarvan. Een groot deel van onze politieke discussies gaat terug op vraagstukken rond die regels en uitvoering.

Hier tegenover staat het idee van een basisinkomen. Dat idee is niet nieuw. Sinds de jaren 70 hebben in Nederland met regelmaat ledengroepen en bewindslieden van GroenLinks, D66, PvdA en VVD hiervoor gepleit. Maar omdat het zo ver staat van de dagelijkse politieke praktijk heeft uitgezonderd de PPR geen enkele Nederlandse partij met zetels het standpunt ooit officieel aangehangen. Internationaal is het ongeveer hetzelfde verhaal. Het huidige burgerinitiatief is gestart door een samenwerkingsverband van Europese burgers en organisaties.

Het idee is in wezen erg simpel. In plaats van ons huidige systeem van toeslagen en belastingen, zou iedere volwassene het bedrag ter hoogte van het bestaansminimum gewoon krijgen, om wat iedereen meer krijgt dan nu via belastingen weer terug te laten komen. Het gevolg zou zijn dat heel veel uitkeringen, zoals AOW, Wajong en Bijstand, niet meer nodig zijn, en fraude daarmee dus ook niet meer mogelijk.

En er is meer. De armoedeval – de zogenaamde ‘straf-op-werken’ – bestaat dan niet meer. Wie gaat werken houdt immers zijn basisinkomen en verliest geen uitkering zoals nu gebeurt. Ook lijken veel sociale bepalingen zoals het minimumloon en het ontslagrecht met zo een systeem niet meer nodig. Andere uitkeringen zoals de WAO en de WIA veranderen sterk van karakter.

Maar hoe simpel het idee van een basisinkomen ook is, voor de samenleving zou het nogal wat betekenen. Wat zouden de effecten zijn op de arbeidsmarkt? Wat zijn de sociale effecten? Wat zijn de effecten op de overheid?

Hoe zou zo een stelsel eigenlijk gefinancierd moeten worden? En als we daar allemaal al zouden uitkomen: hoe kunnen we op een goede manier van ons huidige stelsel naar een ander stelsel komen?

Al die vragen verdienen meer aandacht dan één column op vrijdag.

Normaal komt men in de politiek aan discussies over dergelijke zaken niet toe. Daar is men behept met de waan van de dag en onderhandelingen over een procentje erbij of eraf. De politieke discussie in een democratie gaat nu eenmaal niet over vergezichten.

Vandaag begint in Den Haag echter het reces. Rustige tijden voor Sargasso. Maar laat de dames en heren politici vooral lekker een tijdje op het strand gaan liggen. Vanaf vandaag publiceren wij een maand lang op dinsdag en op vrijdag een stuk rond de in deze column gestelde vragen, steeds van een andere (gast-)redacteur. Veel lees-, denk- en discussieerplezier toegewenst.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Snijden in de staats-TV

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk stelt dat bezuinigen op de publieke omroep wellicht simpeler is dan vermoed.

Honderd miljoen extra bezuinigen op de publieke omroep, hoe pak je dat aan?

Martijn van Dam komt met een oud PvdA-plan. Hij is erachter gekomen dat kabelaars 70% winstmarge maken op onze internetabonnementen. Een typisch stukje marktfalen natuurlijk. Maar aangezien deze aanbieders winst maken met zogenaamde ‘gratis’ content, mogen ze van Van Dam ook meebetalen voor die content. En dus meebetalen aan de publieke omroep.

Prima, maar helaas is er geen enkele garantie dat de kabelaars de extra kosten niet doodleuk gaan doorberekenen aan de consument in plaats van vrijwillig af te zien van een deel van de winst. Bovendien, helemaal eerlijk is het niet. Publieke omroepen zijn immers niet de enigen die gratis content bieden.

De VVD op haar beurt vindt daarom dat de bezuinigingen maar met meer reclame moeten worden gefinancierd. We mixen die reclames voortaan lekker door de programma’s heen, en we hebben ‘gratis’ TV. Nu ja, niet echt gratis natuurlijk: u betaalt in dit scenario domweg voor de publieke omroep via de zak chips op uw schoot. Maar dat is tenminste niet via de belastingen of via uw internetabonnement, ziet u. En dus noemt de VVD het gratis.

Maar de reclame-inkomsten – die ongeveer een kwart van het totale budget voor de omroepen opbrengen – vormen deze bezuinigingsronde eerder een extra probleem dan een oplossing. Als er minder geld aan programma’s wordt uitgegeven, kijken er minder mensen. En als er minder mensen kijken, komen er minder reclame-inkomsten binnen.

Om die teruggang te dekken had staatssecretaris Sander Dekker sowieso al bedacht dat de publieke zenders extra reclame moeten gaan uitzenden.

In dit scenario gaat de publieke omroep kortom steeds meer draaien om kijkcijfers en reclame-inkomsten. En dat terwijl er over de kwaliteit van de publieke omroep toch al viel te klagen.

Waarom hebben we eigenlijk een publieke omroep? Om te waarborgen dat programma’s met een lage kijkdichtheid maar een hoge waardering uitgezonden kunnen blijven worden, toch? Om het in socialistentermen uit te drukken: voor verheffing van het volk, opdat niet alleen het grootkapitaal bepaalt wat wij te zien krijgen. Of modern gesteld: om niet geregeerd te worden via de onderbuik.

Hoe je het ook wil zien, als de publieke omroep volledig afhankelijk wordt van de kijkcijfers en marktpartijen, is er geen enkel verschil meer tussen publiek en commercieel. Dit mag misschien de verborgen agenda zijn van de VVD, mij lijkt het beter de reclame-inkomsten te laten dalen naar nul. Als de reclame verdwijnt, verdwijnt ook de perverse prikkel zich te richten op kwantiteit, waar de kwaliteit onder te lijden heeft.

En dan wordt bezuinigingen plotseling vrij gemakkelijk. Alle programma’s met hoge kijkcijfers kunnen zonder probleem als format verkocht worden aan de commerciëlen. Net als alle presentatoren en bestuurders die meer verdienen dan de Balkenendenorm. Plus dure sportwedstrijden hoeven niet meer uit de staatsruif te worden gefinancierd.

Zonder al die reclame en programma’s die helemaal geen subsidie nodig hebben blijft er dan op twee netten veel meer tijd over voor kunst, cultuur en verdieping dan op de huidige drie netten bij elkaar. In de nachtelijke uren zien we dan op de publieke TV in plaats van een giebelende Giel een lekker saaie geschiedenisdocumentaire. Een hele verbetering.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Marokkanenstatistiek

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich na het Marokkanendebat nog één keer helemaal uitleeft in de Marokkanenstatistiek.

Uiteraard werd er niets nieuws gezegd. Maar om toch nog even gezellig na te pruttelen op het zinloos gebleken Marokkanendebat, vandaag in Politiek Kwartier een overzicht van wat Marokkanencijfers. Als service voor uw volgende verhitte Marokkanen-twitterdiscussie.

Eerst de criminaliteit. Meer dan de helft van de Marokkaanse jongens kwam ooit in aanraking met de politie. Dit wist u. In vrijwel alle commentaren op het Marokkanendebat werd dit vermeld. Maar om het toch in verhouding te plaatsen: dit is twee tot drie keer zo vaak als autochtone jongens, waarvan een kwart ooit wordt verdacht.

Nu is lang niet iedereen die ooit verdacht wordt zijn leven lang crimineel, maar andere cijfers leveren een vrij consequent beeld. In verschillende onderzoeken zien we dat Marokkanen jaarlijks twee tot vier keer zo vaak worden veroordeeld als autochtonen (1 of 2 tegen bijna 4%).

Bij de sociaal-economische achtergrond zien we dezelfde verhoudingen. Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Het percentage Marokkanen dat met een laag inkomen moet rondkomen is zelfs bijna vier keer zo hoog.

Kijken we naar het gemiddelde Marokkanen-opleidingsniveau, dan krijgen weer iets soortgelijks te zien. Rekenend met de gegeven cijfers zien we dat Marokkanen bijna vier keer zo vaak als autochtonen niet verder dan het basisonderwijs komen. En autochtonen gaan weer drie keer zo vaak naar het hoger onderwijs als Marokkanen.

Die Marokkanen toch. Hoeveel zijn er eigenlijk van in Nederland? Volgens het CBS waren dat er in 2012 precies 362.953, Ali B. niet meegerekend. Dat is dus ongeveer twee procent van de totale bevolking.

Maar wacht even… Als Marokkanen consequent twee tot vier keer zo vaak zijn vertegenwoordigd bij problemen terwijl slechts twee procent van de bevolking Marokkaan is, dan kunnen Marokkanen nooit verantwoordelijk zijn voor meer dan vier tot acht procent van al onze problemen.

Een ‘etnisch monopolie‘ van Marokkanen op overlast? Onzin dus. In sommige wijken misschien, landelijk klopt er geen barst van.

Zeker, de cijfers zijn dreigend. Maar dan met name voor Marokkanen zelf. Want ook al verdient 81% zijn eigen boterham en deugt 96%, ze zitten in de hoek waar de klappen vallen. En dan ook nog eens meer dan tien jaar lang alle stront over je heen krijgen… Je zou er extremist van worden.

Voor de analyse van “de problemen in dit land” zijn ze echter volstrekt onbelangrijk. Het blijven percentages van een kleine groep. En ook als we alle moslims over één kam scheren komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.

Voor de meeste mensen is dit al lang gesneden koek. Een minderheid echter wil dit soort inzichten maar niet accepteren. Wij noemen ze PVV’ers. Niemand ontkent de problemen die er zijn met zaken als criminaliteit, sociale zekerheid en overlastgevende jongeren. Maar de belangrijke discussie daarover wordt telkens doodgeslagen door met die Marokkanen op de proppen te komen. Een Marokkanentaboe? Dat bestaat niet. Marokkanen, dat is Godwin op zijn Nederlands.

PVV’ers: Marokkanen zijn niet het probleem. Accepteer het, en dan hoeven we geen tijd en belastinggeld meer te verpesten aan de zieke publiciteitsstunts van dat “door Joods-fascisme gesubsidieerde clubje Israël-gekkies, dat is opgericht om onze Arabierenhaat aan te wakkeren”, oftewel de PVV-fractie, en kunnen we eindelijk over tot de orde van de dag.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Hypocriete Dierenliefde

Deel dit:

COLUMN – De zogenaamde dierenliefde van het Nederlandse parlement is zo hypocriet als maar kan.

Vrijdag was er weer een overwinning voor dierenactivisten. De Tweede Kamer stemde unaniem voor een voorstel van de Partij voor de Dieren om Europese subsidies voor de fok van stieren voor het stierenvechten te staken.

‘Wereldwijd worden ieder jaar meer dan 250.000 stieren en koeien gemarteld en gedood,’ zegt Marianne Thieme.

Foutje zeker? Waren het er maar zo weinig. Het zijn er miljoenen.

De subsidies voor het Spaanse stieren fokken worden gestopt omdat het Nederlands parlement vindt dat het lijden van dieren voor menselijk vermaak niet acceptabel is.

Maar is dat lijden in de bio-industrie niet veel erger? Alleen in Nederland leven al bijna vier miljoen koeien. Slechts vijf procent daarvan leeft in de biologische landbouw. Waar we dierenambulances en de caviapolitie hebben voor zielige hondjes, leven deze koeien hun hele leven tussen op een rooster en tussen de hekken.

Natuurlijk moet bij de slacht onnodig lijden voorkomen worden. Maar laten we niet vergeten dat het uiteindelijk gaat om de kwaliteit van leven. Als ik zou mogen kiezen voor het leven van een melkkoe, een vleeskalf of een vechtstier dan zou ik het wel weten. Het is waar dat een vechtstier een naar en stressvol einde heeft. Maar daarvoor leidt hij het leven van een prins.

Vol enthousiasme stemt onze Tweede Kamer unaniem tegen het stieren fokken. Wat zijn we toch goed voor dieren. Maar wanneer mevrouw Thieme iedere speech die zij naar het voorbeeld van Cato de Oude eindigt met haar missie: ‘overigens ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie,’ is een meerderheid van ons parlement horende doof.

Onze parlementariërs verdedigen zich door te zeggen dat onze consumptiedieren er niet zijn voor vermaak. Maar dat valt nog te bezien. De Nederlander eet ondanks een lichte daling gemiddeld bijna een kwart kilo vlees per dag. Dat is twee en een half keer zoveel als het voedingscentrum adviseert en heeft dus niets met noodzaak te maken.

Daarbij kleeft er aan onze vleesconsumptie nog een ander nadeel dan dierenleed, namelijk dat het ons eigen leefmilieu schaadt. Onze koeien ruften ons verder de klimaatcrisis in.

Laten we eerlijk zijn. De werkelijke reden dat Nederlandse parlementariërs niet net zo enthousiast tegen de bio-industrie stemmen als tegen stierenvechten, is dat we goed verdienen aan al dat dierenleed.

Maar verdient er in Spanje dan niemand aan de vechtstieren? Natuurlijk wel. Over de industrie van anderen is het echter klaarblijkelijk een stuk makkelijker oordelen dan over die van onszelf.

We kunnen Marianne een fanaat noemen. We kunnen zeggen dat ze in haar dierenliefde doorslaat, met haar protesten tegen de goudvissenkom en haar wens de economische groei definitief te stoppen. We kunnen zelfs fundamenteel met haar van mening verschillen door te stellen dat het toch vrij normaal is dat dieren elkaar doden.

Maar dan moeten we haar toch tenminste nageven dat ze niet zo hypocriet is als de meerderheid van ons parlement, dat vol enthousiasme tegen subsidie voor stieren fokken stemt, maar het martelen van miljoenen koeien oogluikend blijft toestaan, en ondanks mooie woorden over het stimuleren van duurzaamheid van subsidie blijft voorzien.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Tussen Reuzen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk tot de pijnlijke conclusie komt dat er voor Nederland met grotere machten als de VS en Rusland eigenlijk niet te onderhandelen valt.

Stel, je bent een inlichtingendienst. Je job is mensen lokaliseren die jouw land bedreigen.

En stel nu dat er in jouw land een paar bedrijven gevestigd zijn die gegevens van bijna alle mensen op de hele wereld op hun servers hebben staan. Bedrijven die er bovendien bekend om staan dat ze niet echt supersecuur omgaan met de privacy van hun klanten.

Ga je dan je mankracht inzetten op het laten surveilleren van mogelijk schadelijke personen met een walkietalkie en een regenjas? Natuurlijk niet.

Op die manier bezien kunnen de onthullingen van Edward Snowden eigenlijk nauwelijks onthullingen genoemd worden. Maar helaas is in ieder land het lekken van staatsgeheimen strafbaar, ook in de VS. Vandaar dat onze held vluchtte naar Rusland.

In Rusland is de bevolking ondertussen officieel nog behoorlijk blij met Poetin. Ergens logisch, als je bedenkt wat de alternatieven zijn die de Russen kennen: een communistisch schrikbewind; een hervormer die de Sovjet Unie deed exploderen; een dronken opa die het land uitleverde aan de maffia.

Onder Poetin heeft in Rusland de overheid de touwtjes weer in handen, het land speelt weer mee als wereldmacht, en voor veel mensen zijn nu eindelijk economisch betere tijden aangebroken. 

Helaas, ondanks dat je cynisch kunt stellen dat Rusland voor een politiek vluchteling inmiddels kennelijk meer voor de hand ligt dan Nederland, stelt Poetin zich in eigen land op als een nieuwe tsaar. Mensen die hem ook maar één strobreed in de weg liggen worden geïntimideerd en zo mogelijk met geweld uit de weg geruimd, of het nu om terroristen, actievoerders, oppositieleden of homoseksuelen gaat. In al zijn uitingen kent hij slechts één taal: powerplay.

De Russische kiezer maakt dit allemaal niet zoveel uit. De Rus is nu eenmaal niet gewend aan de westerse waarden van vrijheid en gelijkheid.

Maar wij? Poetin deinst er niet voor terug met gewapende troepen een Nederlands schip in internationale wateren te enteren en Nederlandse staatsburgers te arresteren. Nota bene in het “vriendschapsjaar” tussen Rusland en Nederland.

Rusland en de VS, ze doen wat ze willen, en trekken zich van ons uiteindelijk niet zoveel aan. De teleurstellende reacties van Timmermans en Plasterk op de bovengenoemde zaken hebben dan ook meer te maken met onze onmacht dan met onbegrip of onwil.

We zullen ermee moeten leren leven dat alles wat we op het net bekijken, leuk vinden of versturen, wordt gescreend en afgeluisterd in de VS. Veel verder dan vriendelijk vragen of de VS ons als trouwe bondgenoten een beetje willen ontzien komen we niet.

Zolang wij dit soort internationale kwesties niet via Europa kunnen – en willen – regelen, kan Nederland piepen bij ongewenste acties van dit soort supermachten, meer dan wat krokodillentranen zit er voor ons niet in.

En zo moeten we kennelijk ook leren leven met het feit dat als je een mening hebt, je maar beter zo ver mogelijk van Rusland weg kan blijven. Maar dat geldt wat mij betreft dan ook voor onze koning en onze atleten. Diplomatie en de dialoog zoeken, allemaal prima, als het resultaat is dat je keer op keer in je gezicht wordt uitgelachen moet je een keer conclusies trekken.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Socialer huren

Deel dit:

COLUMN – Deze week rekent Klokwerk met u de huur en het scheefwonen nog eens door.

Het verschil tussen een sociale en een commerciële huur is soms enorm. In de hoofdstad van ons land is het heel normaal dat de ene huurder voor een kleine etage nog geen vierhonderd euro per maand betaalt, terwijl de ander voor dezelfde etage duizend euro kwijt is.

Het hebben van een sociale huurwoning hangt meer af van de mazzel die je ooit had dan van wat er in je portemonnee zit. Wie als arme student ooit een sociale huurwoning kreeg toegewezen is als grootverdiener spekkoper. Wie arm is en niet al jaren op een wachtlijst staat kan het vaak vergeten.

Zo zit onze woningmarkt in elkaar. Daar is niets sociaals aan. De situatie zorgt er bovendien voor dat de huurmarkt potdicht zit. Want wie ooit mazzel had verhuist niet zo snel. Ook al zou hij best ergens anders willen wonen.

In politiek Den Haag doet men tegenwoordig alsof dit is op te lossen door het scheefwonen aan te pakken. Een scheefwoner is volgens het kabinet iemand met een sociale huurwoning en een bruto-inkomen van meer dan 43.000 euro per jaar. Met D66 en klein-christelijk is overeengekomen dat deze groep per jaar een huurverhoging krijgt van 4% boven de inflatie. Mensen met een hoger middeninkomen krijgen een huurverhoging van 2% extra per jaar, en mensen met een inkomen onder modaal van 1,5%.

Dit akkoord treft niet alleen scheefwoners, maar alle huurders. Het Amsterdamse gemeenteraadslid Laurens Ivens (SP) rekent ons voor dat de huurverhoging die de eerste vier jaar in Amsterdam wordt betaald voor 80% wordt opgebracht door mensen die niet scheefwonen. En daarbij gaat hij ervan uit dat iedereen blijft zitten waar hij zit. Uiteindelijk worden de prijzen sowieso veel hoger wanneer iemand verhuist.

Het woonakkoord is dus vooral nadelig voor lage inkomens, en blokkeert de doorstroming in plaats van het te bevorderen. Daarbij is een dergelijk systeem van inkomensafhankelijke huur zoals deze week weer bleek hopeloos bureaucratisch en problematisch in de uitvoering.

Maar zelfs al werden scheefwoners wel effectief aangepakt, dan nog was daarmee het probleem helemaal niet opgelost. In Nederland zijn niet veel meer dan twee miljoen sociale huurwoningen, terwijl er ongeveer vier miljoen huishoudens zijn met een inkomen onder de 43.000 euro bruto, en drie miljoen huishoudens met een inkomen onder modaal.

Met deze indeling zijn er dus lang niet genoeg sociale huurwoningen voor de doelgroep.

Om de scheefgroei in de huursector aan te pakken en de huurmarkt weer vlot te trekken is een heel ander soort maatregel nodig. Namelijk het in één keer volledig vrijgegeven van alle huren (schrikmomentje voor SP’ers)… en zittende huurders het verschil meteen bijleggen in de vorm van huurtoeslag (uitadempauze).

Zo zouden de buitengewoon oneerlijke verschillen tussen commerciële en sociale huur in één klap zijn verdwenen. De flexibiliteit op de huurmarkt zou zijn gewonnen zonder dat huurders hiervan de dupe zijn. En de woningbouwverenigingen hoeven geen loonadministratie op te zetten om de huur te bepalen.

Vervolgens kan de overheid via hervormingen van de huurtoeslag toewerken naar een echt sociaal huurstelsel, waarin een lage huur niet van wachtlijsten afhangt, maar van de portemonnee.

Hoe dan ook, deze discussie is nog lang niet voorbij. We zien reikhalzend uit naar de volgende ronde.


Deel dit:

Stop met zinloos trekken aan werklozen

Deel dit:

Het is tijd om alle verplichte trajecten voor werklozen af te schaffen. Ze zijn zinloos, kostbaar, en leiden tot verlies aan werkgelegenheid.

Stratenvegen als therapie voor ex-stratenvegers: waarom trappen we nog in die onzin?

De recente opschudding in Deventer, waar men dacht te besluiten dat werklozen voortaan wel de zorgtaken op kunnen knappen, staat niet op zich zelf. Een paar weken terug stond een bericht in de media wat hier eigenlijk volledig mee samenhangt: in Den Haag moet een weggesaneerde straatveger voor zijn uitkering…straten vegen. Zogenaamd om werkritme en werkervaring op te doen. De absurditeit van hoe we met werkloosheid omgaan is in dit voorbeeld treffend samengevat.

Officieel mogen gedwongen trajecten voor werklozen niet leiden tot verdringing van werk, maar dit is precies wat gebeurt. Wanneer werklozen gedwongen worden wegbezuinigde taken alsnog uit te voeren, kan iedereen snappen dat de behoefte nooit meer zal ontstaan er ooit nog iemand voor aan te nemen.

 

Politiek

Politieke tegengeluiden voor deze gevaarlijke tendens ontbreken echter vrijwel volledig. Zeker, staatssecretaris Klijnsma gaat onderzoek doen naar de misstanden nadat de SP en de FNV-campagne voerden tegen het werken voor een uitkering. Maar Klijnsma geeft wel van tevoren al aan dat er volgens haar geen sprake is van een gigantisch probleem. En alle partijen vinden dat ‘werken als therapie’ wel toegestaan moet blijven.

  

Ondertussen is ‘werken als therapie’ nu precies het argument waarmee dat geval van die straatveger wordt verdedigd. De Haagse wethouder Henk Kool zegt namelijk in een reactie dat hier sprake is van een re-integratietraject. Het traject zou zijn ingezet om werkritme en werkervaring op te doen.

  

Opleidingen

Een ontslagen straatveger die hetzelfde werk moet doen om in het werkritme te blijven en ervaring op te doen. Waarom trappen we nog in die onzin?

   

Het cynische is bovendien dat van al dit soort re-integratietrajecten van het UWV en de sociale diensten ook nog nooit is aangetoond dat ze enig effect hebben. De projecten worden geëvalueerd aan de hand van de uitstroom naar werk, maar het is onduidelijk of die uitstroom dankzij of juist ondanks dat traject gebeurt.

 

Veel schrijnende anekdotes over verplichte trajecten van sociale diensten, het UWV en bedrijven waarmee zij samenwerken doen het laatste vermoeden. Mensen die bij deze instanties klant zijn geweest vertellen bijna zonder uitzondering verhalen van opleidingen zwaar onder het niveau van de cursisten, van geestdodende trajecten en van het soms ronduit schofferende wantrouwen waarmee mensen benaderd worden.

 

Dit nog los van een verschrikkelijke bureaucratie, waarbij mensen niet zelden de dupe worden van administratieve fouten die door die diensten gemaakt worden.

 

Belangrijker is dat hier werk als opleiding wordt ‘vermomd’. Een kenmerk van een opleiding is dat het geen geld of diensten oplevert. Wanneer een opleiding toch gaat renderen, dan heet dat werk. Natuurlijk bestaat er zoiets als ‘training on the job’. Maar bij een ‘job’ hoort een eerlijke beloning. En die wordt hier niet gegeven, met een marktverstorende werking als gevolg.

 

Motiveren

 

Het is sowieso al hoogst twijfelachtig of het mogelijk is om mensen door middel van dwang en plicht te motiveren voor de arbeidsmarkt. Ik betwijfel dat ten zeerste. Misschien verdienen sommige mensen uit morele overwegingen een schop onder hun kont. Maar met een schop onder een kont is volgens mij nog nooit een gemotiveerde werknemer ontstaan. En waar dat wel zou lukken is er nog geen extra baan bij gekomen.

 

Maar deze fundamentele vraag hoeven we nu niet eens te beantwoorden. Het is immers crisis. Er zitten massa’s mensen aan de kant die wél gemotiveerd zijn om een baan te vinden. Als zij al niet aan de bak kunnen komen, dan is het volkomen zinloos om ongemotiveerde mensen te gaan ‘prikkelen’.

 

Iets terugdoen

 

Maar is het dan niet logisch dat mensen ondertussen iets terugdoen voor hun uitkering?

Niet als dit ertoe leidt tot verlies aan banen. Er gaat iets fundamenteel mis als belangrijke zaken als de reiniging, de postbezorging en zelfs bejaardenzorg tegen een veel te lage vergoeding worden uitgevoerd door ongeschoolde werklozen, aangestuurd door volledig uit haar krachten gegroeide overheidsinstanties.

 

Onze taal geeft al aan dat dit niet klopt. We hebben dan namelijk vrijwilligerswerk dat onvrijwillig wordt gedaan, door werklozen met dagelijks werk, aangestuurd door sociale diensten die deze naam niet waard zijn. 

 

Stoppen

 

Het is daarom tijd om onmiddellijk te stoppen met alle dwang- en disciplinemaatregelen voor werklozen. Niet alleen met het werken voor een uitkering, maar met alle verplichte re-integratietrajecten en opleidingen. Het kost immers bakken vol geld en het is met het huidige banentekort volkomen zinloos. Het leidt tot mensonwaardige praktijken en het ergste: het kost werkgelegenheid.

 

Wanneer het UWV en de sociale diensten hun trajecten alleen nog maar vrijwillig aan zouden bieden was het snel gedaan met die onzin. Niemand gaat immers naar een “opleiding” waar hij of zij niets aan heeft. Bovendien zouden er geen banen meer verdwijnen omdat ze op een andere manier ingevuld worden.

 

Het resultaat zou sociale diensten en een UWV zijn dat werkelijk mensen motiveert en ondersteunt op weg naar een echte betaalde baan. En dat is precies waartoe zij in het leven geroepen zijn.

 

Kees Alders, alias Klokwerk, Columnist, webdesigner en psycholoog


Deel dit:

Politiek Kwartier – De Internaionale Trein Gemist

Deel dit:

COLUMN – Veel te duur, kapotte treinen, uit de hand lopende projecten, een slechte service, en noodzakelijke trajecten die helemaal nooit aangelegd werden: Klokwerk verzucht deze week dat we, als het gaat om internationaal treinen, kennelijk helemaal niets kunnen in dit land.

Treinen op tijd laten rijden tegen een lagere prijs en met een betere service: het lijkt binnen Nederland meer en meer een utopie. Maar waar we nog slechter in blijken te zijn, is de aanleg van internationaal spoor. We slaan daarin de ene miskleun na de andere. Of het nu gaat om vrachtvervoer of personenvervoer: we kunnen geen spoor aanleggen zonder dat het project gierend uit de klauwen loopt. En zelfs een goede trein kopen kunnen we niet.

Wellicht dat de jarenlang bediscussieerde plannen voor een snelle treinverbinding naar het Noorden daarom uiteindelijk maar werden afgeblazen. Zonde, want voor ons internationale netwerk ligt niets meer voor de hand dan een snelle verbinding met Groningen. Groningen ligt immers precies tussen Amsterdam en Bremen/Hamburg. Een verbinding Amsterdam-Hamburg zou Nederland aansluiten op het Noord-Duitse en Scandinavische spoornet, waar niet alleen Groningen, maar het hele land enorm van zou profiteren.

Helaas komt die snelle verbinding tussen Amsterdam en Groningen er niet. En wie van van Groningen naar Bremen wil reizen… wordt op de website van NS Hispeed nota bene aangeraden de bus te nemen. Oftewel: hoe we ervoor zorgen klein te blijven

Over die site van NS Hispeed gesproken: daar worden we geconfronteerd met een veelheid aan ritten met verschillende prijzen, maar op prijs valt niet te zoeken, en wie de aanbiedingsmailtjes van NS Highspeed aanklikt kan de aanbiedingen waarmee geadverteerd wordt vaak niet eens vinden. Uiteindelijk blijkt een treinreis altijd weer duurder dan vliegen.

Vreemd, want de gemaakte kosten voor een vliegreis zijn echt niet lager dan die van een treinreis, om maar te zwijgen van de extra kosten aan milieuschade en overlast.

En niet alleen is de trein beter voor het milieu, een internationaal ritje over het spoor is ook beter voor de economie, omdat tijdens een rit in meerdere steden mensen kunnen in- en uitstappen in het centrum van de stad. Daarbij is de trein is met alle overstaptijden, wachttijden en filetijden op trajecten als Amsterdam-Parijs sneller dan de auto en het vliegtuig. En een comfortabele manier van reizen bovendien.

Helaas wordt vliegen door belastingverschillen nog steeds veel goedkoper gehouden dan treinreizen.Iets om vandaag nog te veranderen, zou je zeggen. Maar ook dat blijkt voor ons weer een moeilijke kwestie. De politieke wil is er niet. Bij het opstellen van het doorstart-regeerakkoord bleek grof snijden in de zorg en de sociale zekerheid voor het kabinet, D66 en de Christenbroeders nog aanvaardbaar, maar eindelijk een keer het belastingvrij vliegen aanpakken, dát ging toch een brug te ver.

De internationale trein is en blijft in ons land kortom een ondergeschoven kindje. Wie naar het buitenland wil, is aangewezen op de auto, de boemel of het vliegtuig. Nederland mag dan een infrastructureel knooppunt van Europa willen zijn, als het om het spoor gaat hebben we de trein op dit moment behoorlijk gemist.

Misschien kunnen we het besporen van ons land dan ook maar beter aan onze burenoverlaten.


Deel dit:

Een Marokkanentaboe? Een obsessie zul je bedoelen

Deel dit:

Met het Marokkanendebat doken ook weer allerlei statistieken op. Kees Alders zet de cijfers op een rij. ‘Voor de analyse van ‘de problemen in dit land’ is deze groep veel te klein. Ook als we alle moslims over één kam scheren, komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.’

In de aanloop naar het Marokkanendebat hebben we weer vele cijfers gezien, en deze geven geen rooskleurig beeld van de groep van Marokkanen. Maar misschien wordt het eens tijd die cijfers in het juiste perspectief te plaatsen.

Eerst de belangrijkste cijfers op een rij:
Om te beginnen criminaliteit. Meer dan de helft van de Marokkaanse jongens kwam ooit in aanraking met de politie. Dit wist u. In vrijwel alle commentaren op het Marokkanendebat werd dit vermeld. Maar om het toch in verhouding te plaatsen: dit is twee tot drie keer zo vaak als autochtone jongens, waarvan een kwart ooit wordt verdacht.

Crimineel
Nu is lang niet iedereen die ooit verdacht wordt zijn leven lang crimineel, maar andere cijfers leveren een vrij consequent beeld. In verschillende onderzoeken zien we dat Marokkanen gemiddeld genomen twee tot vier keer zo vaak veroordeeld worden voor een strafbaar feit als autochtonen. Per jaar wordt van de autochtonen 1 tot 2 procent veroordeeld, tegen bijna 4 procent van de Marokkanen.

Bij de sociaal-economische achtergrond zien we dezelfde verhoudingen. Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Het percentage Marokkanen dat met een laag inkomen moet rondkomen is zelfs bijna vier keer zo hoog.

Kijken we naar het gemiddelde opleidingsniveau van Marokkanen, dan krijgen weer iets soortgelijks te zien. Rekenend met de gegeven cijfers zien we dat Marokkanen bijna vier keer zo vaak als autochtonen niet verder dan het basisonderwijs komen. En autochtonen gaan weer drie keer zo vaak naar het hoger onderwijs als Marokkanen.

Twee procent van de bevolking
Dit zijn cijfers die niemand kan ontkennen, en in tegenstelling tot wat PVV aanhangers graag beweren, ontkent ook niemand dat. Maar hoeveel Marokkanen zijn er eigenlijk in Nederland? Volgens het CBS waren dat er in 2012 precies 362.954. Dat is dus ongeveer twee procent van de totale bevolking.

Dat betekent dat als Marokkanen consequent twee tot vier keer zo vaak zijn vertegenwoordigd bij problemen, zij nooit verantwoordelijk kunnen zijn voor meer dan vier tot acht procent van alle problemen met criminaliteit, werkloosheid en schooluitval.

Een ‘etnisch monopolie‘ van Marokkanen op overlast? Onzin dus. In sommige wijken misschien, landelijk klopt er geen barst van.
Zeker, de cijfers zijn dreigend. Maar dan met name voor Marokkanen zelf. Want ook al verdient 81 procent van de Marokkanen zijn eigen boterham en zou 96 procent deugen, zij zitten in de hoek waar de klappen vallen. En dan ook nog eens meer dan tien jaar lang als favoriete zondebok fungeren… Je zou er extremist van worden.

Voor de analyse van ‘de problemen in dit land’ is deze groep echter maar een heel klein deel van het geheel. Ook als we alle moslims over één kam scheren komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.

Want wie nuchter naar de cijfers kijkt, ziet dat als we echt iets willen doen aan zaken als criminaliteit, werkloosheid en slechte scholing, we hopeloos inefficiënt bezig zijn als we ons daarbij concentreren op Marokkanen. Immers, meer dan 90 procent van die problemen wordt helemaal niet door Marokkanen veroorzaakt.

Wie zich tegen het gedachtegoed van Wilders verzet krijgt van de achterban van de PVV vaak het verwijt dat men ‘de problemen ontkent’, Marokkanen ‘zielig’ vindt, of zich schuldig maakt aan een ‘weg met ons’ mentaliteit.

Soft aanpakken
Dat is onzin. De problemen staan hierboven scherper omschreven dan dat Wilders ze presenteert. Niemand zegt dat criminele en werkloze Marokkanen soft aangepakt dienen te worden, of dat we ons zouden moeten richten op andere groepen. De moraal van het verhaal is juist dat denken in groepen contraproductief werkt.

Niemand ontkent de problemen die er zijn met zaken als criminaliteit, sociale zekerheid en overlastgevende jongeren. Maar de belangrijke discussie over deze problemen wordt telkens doodgeslagen door de PVV, door het onderwerp te verleggen van echte problemen naar bevolkingsgroepen.

Een Marokkanentaboe? Dat bestaat niet. Nederland heeft daarentegen al tien jaar een Marokkanenobsessie. En deze obsessie houdt ons af van het debat over de zaken die mensen werkelijk storen. Want Marokkanen, dat is Godwin op zijn Nederlands.

Kees Alders, alias Klokwerk is columnist voor Sargasso.nl. Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Dit artikel is aangepast. De passage dat de PVV zou hebben gesuggereerd dat  er biologisch iets fundamenteel mis is met Marokkanen, is verwijderd. Volgens de partij werd er door de heer Van Klaveren slechts verwezen naar de uitspraak van Samsom. Het debat is online te herbekijken.


Deel dit:

Gedwongen arbeid werkt niet

Deel dit:

In de reacties op de notitie van Bram van Ojik over werk en sociale zekerheid lees ik veel pleidooien voor het basisinkomen. Ook mij lijkt dat een goed vergezicht dat past bij GroenLinks. 

Het grootste voordeel van een basisinkomen is mijns inziens dat de armoedeval verdwijnt. Werken vanuit een niet-werkende situatie wordt weer aantrekkelijk. En daarbij worden het minimumloon en de ontslagbescherming onnodig.

Een basisinkomen zorgt er dus voor dat snel in- (en uitstappen) in een baan mogelijk en aantrekkelijk wordt voor alle partijen. Het biedt zodoende de veelgezochte combinatie van flexibiliteit en zekerheid.

Bovendien zou het een beslissende slag voor de emancipatie betekenen, van zowel zorgende partners als voor werknemers. Verder scheelt het door de simpelheid van het stelsel en het vervallen van veel controles zeer veel geld aan bureaucratie.

Op dit moment is echter in Den Haag een heel andere beweging aan de gang. Mensen worden gedwongen om wegbezuinigde functies te vervullen in ruil voor een uitkering, of onder het mom van zogenaamde re-integratietrajecten. Officieel mag dit niet leiden tot het verdringen van werk. In praktijk is dit precies wat gebeurt. Het geval in Deventer is slechts een manifeste uiting van wat landelijk staat te gebeuren, waarschijnlijk in mooiere bewoordingen.

Tot zover zijn alleen de SP en de FNV hiertegen in het verweer gekomen. Zij geven echter wel goedkeuring aan gedwongen re-integratietrajecten. Onder die vlag kan en zal bovenstaande tendens echter gewoon doorgaan. Verdringing is namelijk niet altijd even makkelijk aan te tonen. Zeker niet als de bezuiniging al vooraf plaatsvond.

GroenLinks zou zich er daarom sterk voor moeten maken dat álle trajecten van het UWV en de DWI zonder dwang horen te zijn. Dit niet alleen vanuit het bovengeschetste gevaar dat zogenaamde werklozen echte banen gaan overnemen, maar ook vanuit de overtuiging dat we wél mensen moeten helpen om hun situatie te verbeteren, maar het niet mogelijk is mensen te motiveren door ze te dwingen.

De crisis is ook de juiste tijd voor zo een switch, want ook al zou het toch mogelijk zijn mensen onder dwang te motiveren, dan nog heeft het geen zin in de tijden dat er al heel veel reeds gemotiveerde mensen aan de kant staan. Het levert dus sowieso niets op.

Door alle trajecten voor werklozen vrijwillig te laten zijn, dus niet onder dreiging van verlies van uitkering, zouden ook de vele schrijnende verhalen over trajecten waar de werkzoekende niets mee opschiet en cursussen onder het niveau verdwijnen. Niemand gaat immers naar een cursus waar hij niets aan heeft.

Het vrijgekomen geld kan dan besteed worden aan échte opleidingen voor hen die dat willen. Daarmee zou de begeleiding van werklozen sterk aan kwaliteit winnen.

En minstens zo belangrijk: de vernietiging van werk ten gunst van gedwongen arbeid, waartegen ik naarmate de praktijkvoorbeelden toenemen meer en meer weerstand verwacht, wordt gestopt.

En tenslotte zou het een mooie eerste stap zijn naar een stelsel met een basisinkomen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Aanpassen of Oprotten

Deel dit:

COLUMN – Deze week behandelt Klokwerk het verschijnsel dat wat zich niet aanpast, verdwijnt.

In eerste instantie leek de oplossing in de Zwarte-Pietendiscussie nog redelijk voor de hand te liggen. Ondanks de heftigheid van het debat pleitten veel mensen, waaronder de hoofdpiet zelf, voor een milde aanpassing om het feest voortaan zonder discussie te laten verlopen.

Toen kwam echter mevrouw Shepherd van de VN, die voorstelde het hele Sinterklaasfeest maar af te schaffen. Een groter dedain voor cultuur kan men zich niet voorstellen, en de Nederlandse verontwaardiging was dan ook massaal.

Maar ondertussen bleek Zwarte Piet gecorrumpeerd door minder onschuldige zaken. De PVV nam triomfantelijk de vind-ik-leuks van de “Pietitie” in ontvangst. Zwarte-Pietdemonstraties trokken extreem rechtse types aan, en echt zwarte personen bleken bij zo een demonstratie maar beter een blokje om te kunnen lopen.

Inmiddels is de beerput open. Twittertijdlijnen staan vol scheldkanonnades en bedreigingen over en weer. Nederland op zijn zwartst. En dat zonder schmink.

Toch komt de agressie waarmee Zwarte Piet wordt verdedigd niet nergens vandaan. Voedingsbodem is de angst van veel mensen dat ‘hun’ Nederland verandert en verdwijnt. Aanpassen of oprotten, wordt daarom gebruld. En vreemd genoeg: daar zit dan weer wat in.

Wie in een andere omgeving komt, die past zich aan. Hij leert de taal spreken en rekening te houden met plaatselijke gebruiken. Dit is een kwestie van zelfbehoud. Wie dat niet doet, komt in die nieuwe samenleving niet ver vooruit.

Dat geldt niet alleen voor immigranten. Aanpassen is iets dat wij allemaal continu doen. Niemand wordt als Nederlandstalige met een voorliefde voor stamppot geboren. Wij zijn gevormd tot wat wij zijn door de samenleving.

Wie zich niet kan of wil aanpassen maakt het vooral zichzelf erg lastig in het leven. Wie zich hard en onbuigzaam opstelt loopt continu tegen muren op. Wie zich buigzaam opstelt, wint. Of om het op zijn taoïstisch te zeggen: water is sterker dan steen.

Maar niet alleen mensen passen zich aan, ook onze samenleving zelf verandert. Omdat de wereld om ons heen niet hetzelfde blijft, en omdat de samenstelling van onze bevolking verandert. Een Nederlander van honderd jaar terug zou in onze samenleving doodongelukkig worden. Zijn achterkleinkinderen zijn echter aan de moderne samenleving aangepast.

Zaken als de klomp en het kuiltje met jus, dat zijn zaken om te koesteren. Maar uiteindelijk zijn ze van voorbijgaande aard. Dat is geen ramp. Voor oude gebruiken komen nieuwe terug. Alles verandert, niets vergaat, om met Ovidius te spreken. Rembrandt werd Appel, de VOC werd Shell, de stamppot chinees, koffie met teveel melk werd latte met teveel koffie, Corry Brokken werd Anouk en de klompendans werd Trance.

Bepaalde waarden blijven een tijdje bij ons. Gelijke rechten, de vrijheid van levensovertuiging, van meningsuiting, en een rechtstaat: dat zijn nu onze kernwaarden. Voor de rest polderen we daar een beetje omheen. Zo groeit en bloeit onze cultuur door verandering.

Ondertussen zien we conservatieven achterhoedegevechten leveren. Honderd jaar geleden tegen het vrouwenkiesrecht, nu tegen het homohuwelijk. Christelijk, islamitisch of nationalistisch conservatisme, het levert soms heftige stuiptrekkingen op, verliezen doet het uiteindelijk toch. Het is een strijd tegen de tijd, en de klok is geduldig, maar meedogenloos.

Alles stroomt. Wat zich niet aanpast krijgt steeds meer weerstand, en verdwijnt. Dat zijn de wetten van de natuur. Maar wat de kracht kan opbrengen zich aan te passen, blijft.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Rutte op Rozen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk in het koffiedik van 2013 kijkt en de voorspelling aandurft dat dit kabinet nog wel even zal blijven zitten.

Dat 2013 een roerig politiek jaar zal worden lijkt wel vast te staan. Voor het kabinet gaat het nu pas echt beginnen. Op de agenda staan bijzonder forse maatregelen: voor de huizenmarkt, in de sociale zekerheid en in de zorg. Ondertussen is het regeerakkoord over de inhoud en uitvoering van die maatregelen nog uiterst vaag. Bovendien hebben we al gezien dat zelfs die vage voornemens niet in beton gegoten zijn. Drie zaken die garant lijken te staan voor heel wat politiek geweld.

Ondertussen roepen vele boze tongen dat zo’n coalitie niet stabiel kan zijn. En een mooie start had dit kabinet dan ook niet. PvdA en VVD kelderen in de peilingen, en met name Rutte heeft zich in een lastige positie gemanoeuvreerd. Voor de verkiezingen heeft hij de zelfverklaarde hardwerkende Nederlander immers duizend euro belastingverlaging beloofd. Dat doet het natuurlijk leuk tot het stembusmoment. Maar eens komt het moment van de waarheid. Zelfs met de VVD aan het roer.

Dit heeft de mooiweerpartij inmiddels gemerkt. Met het vrijkomen van het regeerakkoord werd rechts Nederland ernstig verstoord tijdens het vingerlikken. Het was een harde schok te beseffen dat de rekening van de crisis niet enkel naar de onderkant van de samenleving kan gaan.

De PvdA-bestuurders lijken daarentegen een handigere strategie te kiezen dan hun collega’s. Ze hebben zich inmiddels gespecialiseerd in het vooral-niets-toezeggen. Zei Samsom voor de verkiezingen al keer op keer dat hij uiteindelijk niets kon beloven, momenteel schreeuwt Asscher van de daken dat we er vooral op moeten rekenen dat hij in de toekomst nogal tegen zal vallen. En ondertussen doet zijn collega Van Rijn er nog een schepje bovenop door alvast de demonstraties die tegen hem georganiseerd zullen worden te voorspellen.

Slim, want daarmee is de kans dat ze werkelijk teleur stellen natuurlijk weer een stuk kleiner. De PvdA kan zo feitelijk alleen maar winnen, de VVD alleen verliezen. Theoretisch gezien dan. Want het is nog maar zeer de vraag of deze strategie bestand is tegen de klap die de uiteindelijke resultaten zullen geven.

Spannend dus. Van zoveel onzekerheid worden veel mensen zenuwachtig. Mij lijkt het echter een zegen voor de democratie dat er een kabinet zit dat niet alles heeft dichtgetikt in een regeerakkoord, maar punt voor punt draagvlak gaat zoeken in de samenleving.

En daarbij zie ik dit kabinet het jaar wel overleven. Ome Maurice de Wafwaf mag dan iedere week wel een nieuwe virtuele verkiezingswinnaar aanwijzen, de algemene boodschap is eigenlijk vrij saai. Het politieke landschap ziet er na de verkiezingen namelijk gewoon weer zo uit als een aantal maanden daarvoor. Een stuk of vijf partijen die om de twintig zetels hangen en om beurten een zeteltje winnen of verliezen.

De PvdA en de VVD zullen daarmee waarschijnlijk beter dan de critici begrijpen dat hun winst behoorlijk incidenteel was, en de kans vrij klein is dat ze de volgende ronde weer zullen winnen door in de laatste weken weer met tien tot twintig zetels te stijgen. Ondertussen hebben ze toch maar rond de veertig zetels elk, een kabinet, en een tot op het bot verdeelde oppositie waarin het goed winkelen is. En wanneer krijg je opnieuw de kans om een coalitie te vormen met maar één partij, waartegen je je ook nog prachtig af kan zetten? Niet zo snel meer.

Alleen maar goede redenen dus voor beide partijen om het kabinet vooral nog maar even te laten zitten. De volle vier jaar het liefst. Rutte zit op rozen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asielwet fouter dan Teeven

Deel dit:

COLUMN – Deze week geeft Klokwerk toe dat onze asielwet fouter is dan Fred Teeven.

Trouwe lezers wisten het al: Klokwerk is geen fan van Fred Teeven. Voor hem staat Teeven voor strengere straffen die in praktijk niet uitgezeten worden, meehuilacties voor slachtoffers die in werkelijkheid blijken te kunnen barsten, en een afbraak van meer effectieve criminaliteitsbestrijding. Zonder Fred maakte de VVD het op justitie al bont genoeg, onder hem is het pas echt een puinzooi aan het worden.

Sowieso had de man na zijn opmerking over het risico van het “vak” van inbreker al nooit terug mogen komen. Iemand die het doodslaan van mensen goedpraat, hoort geen staatssecretaris te zijn. Maar er moesten kennelijk eerst doden onder Teevens eigen verantwoordelijkheid vallen voordat zijn positie een keer ter discussie werd gesteld.

Een inkopper voor Klokwerk zal je denken. Toch moet ik nu mild zijn. De zaak Dolmatov ligt niet alleen aan Teeven. Ons hele asielbeleid deugt niet. Voor geen meter.

Een grote bek opzetten tegen Poetin over de mensenrechten, ja, dat kunnen Nederlanders. Maar als het puntje bij paaltje komt nemen we er zelf graag een loopje mee. Vorige week bleek maar weer dat wanneer je moet vluchten uit Rusland omdat oom Poetin vindt dat je een te grote mond hebt, je hier kans maakt wederrechtelijk te worden vastgezet terwijl je een advocaat en de nodige zorg wordt onthouden.

En dit is alles behalve een incident. Met de asielwet zoeken we qua mensenrechten al jarenlang de grenzen op. Verdonk botste er regelmatig mee. Het regeerakkoord van het kabinet Rutte I stond vol met voorstellen die er recht tegenin gingen. Als er een paar asielzoekers verbranden huilen we wat krokodillentranen, maar leren doen we er niet van. En nu mag Fred van de PvdA aanblijven in de ruil voor “meer humaniteit” in de asielprocedure.

Maar die komt er niet. Vergeet het maar. De fatale fout zit namelijk niet in de uitvoering. Die zit in de asielwet zelf; de vreemdelingenwet die nota bene in 2000 door de PvdA-kopstuk Job Cohen in elkaar is geflanst.

Die asielwet wil niet dat we mensen beoordelen op wie ze zijn, maar op waar ze vandaan komen. En dat is niet alleen strijdig met onze eigen morele uitgangspunten, het leidt in praktijk tot ellenlange asielprocedures. Tot mensen in kampementen die niet mogen werken, en dus gedwongen zijn zich te vervelen, wat uiteindelijk weer leidt tot problemen bij een eventuele inburgering. En tot mensen die uitgezet worden naar oorlogsgebied. Tot kinderen die worden uitgezet naar landen waar ze geen herinnering van hebben. Tot vluchtelingen die terug moeten maar niet terug kunnen, en daarom opgesloten worden of worden gedwongen op straat te leven.

Deze wet schept kortom onmogelijke en absurde situaties, die eigenlijk wel moeten leiden tot Kafkaëske verschijnselen, zoals doden die vallen door een verkeerd vinkje bij een vakje “verwijderbaar”.

Terwijl het zoveel beter kan. Of je nu vindt dat er teveel asielzoekers zijn of niet, in beide gevallen zou het veel beter werken als we mensen beoordelen op hun mogelijkheden. Niet op wat je deed en waar je vandaan komt, maar wat je kan en waar je naartoe kan.

Dat is in het belang van iedereen. Niet alleen in het belang van de asielzoeker en de mensenrechten, maar zelfs in het belang van de belastingbetaler.

Maar zolang door ons beleid mensen letterlijk de dood vinden, kan die laatste mij eerlijk gezegd m’n rug op.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Onnatuurlijke monumenten

Deel dit:

Als er iets is waar de natuur niet aan doet, dan is dat aan het in stand houden van natuurmonumenten.

Wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, een heuvel met wat villaatjes ertegen… *

Met ‘natuur’ bedoelen we in Nederland eigenlijk een reeks parken, op natuurlijke of onnatuurlijke wijze ontstaan, zoals de Waddenzee of de hei, of gebieden als de Biesbosch, die zorgvuldig worden gereconstrueerd zoals we denken dat ons land ooit was.

Deze natuurmonumenten worden zorgvuldig beschermd en onderhouden en, desnoods door middel van ecoducten, verbonden tot een ecologische hoofdstructuur.

Prachtig, maar met de Natuur zelf heeft dit niet zoveel te maken.

Een paar weken terug zag ik een documentaire over het verdwijnen van de Brabantse vennen. Een ven bestaat, zo leerde ik, bij gratie van een voedselarme bodem. Maar doordat er in Brabant nogal wat varkensboeren zitten wordt de grond daar langzaamaan vruchtbaarder. Er groeit meer vegetatie en dat gebladerte valt dan in het ven.

En dat is gelijk de zwanenzang van het ven. Het ven bloeit tot een grote dichte vegetatie is ontstaan, en wordt ondieper door het vallende gebladerte en het ontbindend organisch afval. Dit duurt enkele jaren. Dan is het ven verdwenen. Dan is het ven bos geworden.

Een prachtige natuurlijke metamorfose zou je kunnen denken. Maar dat blijkt dus niet de bedoeling. Brabant is dol op zijn vennetjes en de boeren moeten dus geld uittrekken om hun varkenspoep te zuiveren.

Prima, maar dit lijkt mij niets van doen te hebben met milieubeleid. Milieubeleid lijkt mij te draaien om schoon water, schone aarde en schone lucht. Milieubeleid is belangrijk voor ons, om als mensen te kunnen overleven. Dat we daarvoor een zekere dosis groen nodig hebben, is duidelijk. Maar welke vorm dat groen heeft en welke dieren daarin rondscharrelen, is niet van belang.

De Natuur zelf legt geen musea aan. Achteloos laat zij “unieke gebieden” ontstaan, maar even achteloos veegt ze die weer van de kaart. ‘Alles stroomt en niets blijft,’ dichtte Heraclitus al.

Zelfs het milieubeleid is uiteindelijk niet belangrijk voor de Natuur. De Natuur redt zich ook wel zonder ons. Wonderlijk is het te zien hoe zij daarbij al onze troep weet te gebruiken. Zelfs voor de plastic soep in de oceanen vindt zij een functie: waar de mens spreekt over een ecologische ramp, begint moeder Natuur ongestoord aan het bouwen van nieuwe ecologische structuren rond dit nieuwe biotoop.

Dat door ons toedoen veel biotopen verdwijnen kunnen we erg vinden. Maar in feite is het net zo natuurlijk als ons eigen verdwijnen zal zijn. Het tegennatuurlijke van de mens zit in zijn neiging te willen conserveren.

Natuurmonumenten lijken mij daarom bij uitstek te vallen onder het kopje ‘cultuur’. Hoe waardevol ook, met het milieu heeft het niet zoveel te maken, en met de Natuur al helemaal niet. Streven naar het blijvende, dat is iets menselijks. Het ‘Verweile dich du bist so schön,’ van Goethe’s Faust. Dat wij daarin uiteindelijk grandioos zullen falen, dat is onvermijdelijk.

*JC Bloem, domweg gelukkig in de Dapperstraat.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Eindelijk realiteitszin voor de heilige koe

Deel dit:

COLUMN – Deze week verbaast Klokwerk zich over de auto-agenda van diverse partijen.

Drie keer opmerkelijk auto-nieuws deze week.

Ten eerste: GroenLinks wil een autopartij worden. Echt. Liesbeth van Tongeren op Radio 1: ‘GroenLinks wil zich neerzetten als autopartij van de toekomst. Dat betekent onder meer dat we oude vieze vervuilende auto’s willen inruilen voor nieuwe mooie, schone auto’s’.

Het is even wennen. Maar op zich prima nieuws voor mensen die voor hun mobiliteit op de auto zijn aangewezen. Want ondanks dat de reistijd met het openbaar vervoer standaard overschat wordt, is het voor veel verbindingen toch nog steeds geen geloofwaardig alternatief. En als je dan toch op de auto aangewezen bent, dan graag zonder gevaar voor de gezondheid. Want het gaat hier om meer dan alleen CO2. De fijnstof uitstoot moeten we echt niet alleen willen terugdringen omdat het van Europa moet.

Leuk dus, maar het tweede nieuws vond ik opmerkelijker: Een VVD minister die toegeeft dat meer asfalt niet de oplossing is voor het fileprobleem.

Helemaal goed. Want naast gebieden waar een auto voor de deur noodzakelijk is, zijn er ook de binnensteden. Daar kunnen we extra wegen naar aanleggen, het verkeer gaat er door de dunne straten die erop aansluiten echt niet sneller op. In de binnensteden betekenen auto’s vooral luchtvervuiling, ruimteverspilling en tijdverlies.

De oplossing voor dit probleem ligt eigenlijk redelijk voor de hand en is feitelijk al lang aanwezig, alleen helaas nogal onbekend. De belangrijkste reden dat er nog files zijn is misschien dat politici en kiezers graagde realiteit ontkennen.

Bij Melanie Schulz van Haegen begint het licht echter inmiddels te dagen. Zij spreekt van een trendbreuk. En dat kan je wel zeggen. Voor de verkiezingen beloofde Rutte nog vooral veel asfalt aan te leggen met als resultaat 10 procent meer files. De enige die daar iets mee op zouden schieten waren de bouwbedrijven. Maar nu gaat de VVD dus eindelijk werk maken van bereikbaarheid.

Mooi. Maar laten we ondertussen niet vergeten dat de auto nog een ander nadeel heeft dan luchtvervuiling en fileleed. Er is ook nog iets als verkeersveiligheid. Ondanks dat die in Nederland relatief gezien in orde is, moet jaarlijks meer dan twee procent van onze bevolking zich laten behandelen na een ongeval, schade: een half miljard. Gemiddeld overlijdt er meer dan één persoon per dag aan een ongeluk.

Als samenleving vinden we dat acceptabel. Ik zelf denk daar anders over. Vooral omdat de meeste slachtoffers niet de degenen waren die fout zaten.

Maar… ook in dat kader werd ik deze week op mijn wenken bediend. Want ten derde wil Opstelten notoire wegpiraten aan gaan pakken. Weliswaar komt hij weer niet verder dan zijn adagium ‘strenger straffen’, in dit geval vergeef ik hem graag. In tegenstelling tot bij grote vergrijpen, schijnt bij zogenaamde kleine vergrijpen strenger straffen immers wel degelijk te helpen.

Misschien omdat het dagelijks in levensgevaar brengen van je medeburgers eigenlijk ook helemaal geen ‘klein vergrijp’ is.

Dus: levensgevaarlijke gekken worden eindelijk aangepakt, Schultz heeft besloten haar hersens te gaan gebruiken en GroenLinks gelooft in schone auto’s. Het zijn slechts geluiden, en we komen van ver, maar soms heb ik het idee dat de politiek zowaar op de juiste weg rijdt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bezigheidstherapie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich midden in crisistijd durft af te vragen of we niet beter af zouden zijn als we minder gingen werken.

Grote projecten lopen altijd uit de hand. Altijd kosten ze meer dan vooraf werd verteld, en altijd leveren ze minder op. Dat is eigenlijk de standaard in de bouw en in de ICT-wereld.

Een instantie die een groot ICT-bedrijf inhuurt, mag vooraf maar beter goed bedenken wat het wil en wat de middelen mogen zijn. Aan de kennis daarvan ontbreekt het helaas nogal eens. Dit soort bedrijven zijn dan ook groot geworden doordat babyboomers aan de top zich graag door een jonge ICT-knul naar een financiële bloedarmoede lieten adviseren. Een vage opdrachtomschrijving was voor deze knullen een vette vis.

Nu zitten we echter in zwaar weer en wordt overal de broekriem aangehaald. En waar worden de grootste klappen gevoeld? Juist. Bij bouw- en ICT-projecten.

Wat te doen? Capgemini kijkt eens naar zijn eigen organisatie en concludeert dat de jonge knullen van toen inmiddels al aardig op leeftijd gekomen en dat hun salaris met hun leeftijd is meegegroeid. Het stelt dus voor om de salarissen aan de top af te romen, om met dezelfde hoeveelheid mensen door te kunnen gaan.

Gejuich van zowel rechts als links! Van de rechterkant door werkgevers die een broertje dood hebben aan alles wat ruikt naar loonafspraken, en links waar men solidariteit verwart met jaloezie naar hoge inkomens en geneigd is bedrijven niet zozeer te zien als een onderneming die een product aflevert maar als een werkgelegenheidsproject.

Natuurlijk, er valt wat voor te zeggen de rare gewoonte aan te pakken om werknemers naarmate ze langer zitten meer te gaan betalen. Die discussie is inmiddels overal losgebarsten. Maar er is een andere vraag die door deze kwestie bij mij boven komt:

Willen we eigenlijk wel een maatschappij waarin we mensen lager gaan betalen als er niet genoeg vraag meer is naar wat ze maken, alleen maar om ze aan het werk te houden? Zien we het bedrijfsleven als bezigheidstherapie?

Laten we ons ook eens afvragen of we nu werkelijk nog terug moeten verlangen naar de grote bouw- en ICT projecten, waarin we kantoorgebouwen bleven bouwen terwijl de helft leeg stond en de andere helft gevuld werd met ICT-ers die met name elkaar bezig hielden?

Of moeten we eigenlijk stiekem blij zijn dat bedrijven ontdekken dat ze in plaats van met een nieuwe applicatie ook af kunnen met wat excelsheets, en in plaats van een nieuwe locatie ook af kunnen met een nieuw verfje op de muren?

Zeker, dit soort zuinigheid levert werkloosheid op. Maar dat kan op twee manieren gecompenseerd worden. Ofwel de mensen met hoge lonen gaan betalen voor de uitkeringen van anderen. Of iedereen gaat minder werken en krijgt daardoor wat minder geld, maar in ruil daarvoor weer meer vrije tijd – wat weer leuk is voor de kinderen en goed voor de gezondheid.

De derde optie, iedereen minder betalen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden, lijkt mij gelijk staan aan het koste wat kost willen volharden in inefficiëntie.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De W van Polder

Deel dit:

COLUMN – Deze week realiseert Klokwerk zich dat het Nederlandse polderbeleid eigenlijk precies zo in elkaar steekt als het koningslied.

Goed, PvdA en VVD zijn dan niet mijn partijen, maar eerlijk gezegd had ik vorig jaar nog wel zin in deze regering. Het hele idee om het politieke debat nu eens niet met een regeerakkoord voor vier jaar dicht te rammen leek me… verfrissend. Een kabinet dat naar draagvlak zoekt, dat betekent kansen voor goede ideeën uit de samenleving. En omdat we in een crisis zitten en moeten (of willen) bezuinigen is de tijd rijp voor slimme hervormingen. Dacht ik.

Naïef natuurlijk. Onder druk wordt alles vloeibaar, behalve in het land dat het water als grootste vijand heeft. De resultaten vallen na een half jaar polderen dan ook behoorlijk tegen. Oppositiepartijen en sociale partners blijken net zo visieloos als ze het kabinet vinden. In plaats van met slimme alternatieven te komen blijken ze slechts meesters in de kunst van het afzwakken. Het huurakkoord, het sociaal akkoord, het zorgakkoord… allemaal plannen die wat geld uit die sectoren melken, maar de zaken feitelijk laten zoals ze zijn.

Terwijl er nogal wat problemen zijn op te lossen.

Er is een tweedeling op de arbeidsmarkt, waardoor een groot deel van de mensen niet aan de bak komt en nauwelijks financiële zekerheid heeft. Dat deel wordt steeds groter naarmate de crisis verdiept.

Er is een tweedeling op de huizenmarkt. De ene helft van Nederland woont spotgoedkoop, waar de andere helft zich blauw betaalt voor een huurwoning of een dijk van een hypotheek heeft die met name op lucht gebaseerd is. Daarmee zit de zaak muurvast.

In de zorg rijzen de kosten de pan uit, het personeel is standaard overwerkt, de farmaceutische industrie is oppermachtig en ondoorzichtig en volgens velen totaal corrupt, terwijl medicijnen massaal worden verspild.

Dit zijn allemaal geen zaken om te laten rusten lijkt mij. Maar Nederland kiest voor stilstand.

Het sociaal akkoord is letterlijk een besluit om even niets te doen en af te wachten of het misschien vanzelf mooi weer wordt. Het woonakkoord pakt de tweedeling niet aan maar schraapt bij iedereen wat geld weg, en gaat de markt volgens experts echt niet vlot trekken. Het zorgakkoord gaat slechts over baanzekerheid en redden wat er te redden valt, terwijl een structureel plan om de zorg beter te maken totaal ontbreekt.

De VVD raakt inmiddels geïrriteerd en vraagt zich jankerig af waarom iedereen niet gewoon naar haar pijpen danst. De PvdA doet zich ondertussen voor als overgelukkig en gunt de VVD als zoethouder naast een falende staatssecretaris met draconisch beleid de symboolmaatregel van de strafbaarheid van illegalen. Maar dat brengt weer herrie in de eigen gelederen.

Het resultaat van al dit richtingloze gepolder is zoals het koningslied. We wilden iets moois maken, maar verschillende wensen leidden tot een product zonder richting, een stel losse akkoorden en een tekst die bol staat van de platitudes die vooral opvallen door hun interne tegenspraak. Bij het zien van het resultaat is niemand tevreden. Een weekend lang maken we ons er dan druk over. Iedereen die de regie had moeten nemen geven we de schuld.

Maar omdat vervolgens niemand aan die woede enige richting kan geven, laten we het uiteindelijk maar gewoon zoals het was.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Antilliaanse diplomatie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk stelt dat diplomatie toch iets anders is dan om de waarheid heen blijven draaien.

Kijk die Rutte eens genereus zijn! Als de Antilliaanse eilanden ons Koninkrijk willen verlaten, dan mogen ze dat van ‘m.

Alexander Pechtold echter stond direct op zijn achterste poten. Hoe haalt de premier het in zijn hoofd! Rutte zou populistisch en weinig diplomatiek zijn. En ook in de media is de associatie van Rutte’s uitspraken met eerdere uitspraken van Brinkman snel gelegd.

Maar dat lijkt mij onterecht.

Om te beginnen drukte Rutte zich niet uit in beledigende termen. Geen flauwe suggestie de eilanden op marktplaats te zetten, geen bewering dat het niets dan corrupte boevennesten zouden zijn. Dat is al een wereld van verschil. Daarbij zei Rutte niet dat hij zélf de eilanden liever kwijt dan rijk is – hij benadrukt enkel de eigen keuze.

Maar wat veel belangrijker is: de uitspraak van Rutte komt niet uit de Nederlandse lucht vallen. De suggestie van een Antilliaanse exit is namelijk niet aan Nederlandse populisten voorbehouden. Juist Antilliaanse politici dreigen hier regelmatig mee.

Niet voor niets komen de verontwaardigde reacties op Rutte zijn uitspraken van Nederlandse oppositieleden – en niet van Antilliaanse politici zoals bij Brinkman. Kennelijk wordt Rutte zijn boodschap op de eilanden wel begrepen.

Er is niets mis met een beetje duidelijkheid in die discussie. Zeker omdat de Antilliaanse drang naar onafhankelijkheid steevast gepaard gaat met verlangen naar Nederlands geld. We mogen wel betalen, niet bepalen. Die combinatie lijkt mij geen insteek voor onderhandelingen.

De uitspraak van Rutte dat de laatste euro naar de Antillen is overgemaakt mag dan hard zijn, ze is wel realistisch. In 2010 is ons koninkrijk opnieuw ingedeeld. Toen is afgesproken dat Nederland een groot bedrag over zou maken, waarna de eilanden niet alleen juridisch maar ook financieel zelfstandig zouden zijn. Het lijkt me dan ook normaal dat de eilanden zich in de onderhandelingen ook zo opstellen én behandeld worden.

Wat ik echter mis in het verhaal van Rutte – of beter gezegd: hoe het in de media kwam – is de analyse van wat wij als land aan onze overzeese gebiedsdelen kunnen hebben. Er is de afgelopen tijd nu wel genoeg benadrukt dat er veel corruptie is en dat de eilanden fungeren als exportlanden van drugs en probleemjongeren. In die harde kritiek zit een kern van waarheid, maar het is goed ook eens stil te staan bij de kansen van de Antillen.

Want de eilanden zijn niet alleen voor toeristen zeer aantrekkelijk. Ze zijn belangrijk voor de handelsbetrekkingen met economisch snel groeiende landen als Brazilië en Venezuela. Verder zijn de eilanden strategisch gezien niet waardeloos. Die vliegbasis van de VS ligt er niet voor Jan Joker.

Niet voor niets bieden de eilanden dan ook werkgelegenheid aan een grote groep Nederlandse expats en bedrijven. Investeren in veiligheid en scholing in de overzeese rijksdelen is daarom niet alleen interessant voor de mensen daar: de Antillen zijn ook voor ons van belang.

Maar als wij daar gaan investeren, hoort daarbij dat wij de zeggenschap houden over hoe ons eigen geld wordt besteed.

Het is niet diplomatiek daar onduidelijk over te zijn. Misschien klinkt het vriendelijker, maar zulke vriendelijkheid loopt in praktijk uit op teleurstellingen. Wij Nederlanders staan bekend om onze botte directe zakelijkheid. Die mentaliteit heeft ook voordelen. Ik ben geen fan van Rutte, maar zijn zakelijkheid naar de Antillen lijkt mij juist een constructieve insteek.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De EU mag niet veranderen

Deel dit:

COLUMN – Dat een VVD’er zich meer thuis voelt bij een EU-scepticus dan bij een EU-hervormer verwondert Klokwerk niets. De EU is immers exact zo vormgegeven als de VVD het wilde.

Afgelopen week maakte de VVD’er Mark Verheijen stennis over de EU. Een deel van zijn woorden heeft hij alweer terug moeten nemen, maar het ei is gelegd: de VVD wil niet naar een federaal Europa. Daar is immers helemaal geen draagvlak voor.

En dat is helemaal waar. Er zijn er nog maar weinig die blij zijn met de EU. De crisis brengt het slechtste in de EU naar boven. De incompetentie om de bankencrisis op te lossen, de strenge bezuinigingsagenda die de crisis alleen maar verhevigt, en het dwangmatig privatiseren van de collectieve voorzieningen wekken terecht maar weinig enthousiasme op.

Om draagvlak te krijgen voor de EU zal er heel wat moeten veranderen. Bijvoorbeeld dat de 3%-regeling opzij gezet wordt voor een slimmere investeringsagenda. Of beter, dat er definitief afgerekend wordt met het gegraai in de bankensector, in plaats van dat er steeds belastinggeld naar wordt toegeschoven. Of misschien slimmer: gekozen leiders die dat gaan regelen, in plaats van dat grijze muizen benoemd worden in een schimmig wandelgangenspel.

Zonder dit soort aanpassingen kan de EU enig draagvlak voor haar beleid wel shaken. Maar helaas moet hiervoor met 28 landen een vergadertraject van een jaar of vijf doorlopen worden om een nieuw verdrag op te stellen. Gewoon maar niet aan beginnen dus, meent het kabinet. Houden zoals het is, die EU.

De VVD’er Mark Verheijen maakt ondertussen mooie sier door wel op te roepen tot verandering. Inhoudelijk komt hij daarmee echter niet veel verder dan een paar minder belangrijke details, zoals de periodieke verhuizing van Brussel naar Straatsburg. Alsof dat is wat mensen vandaag de dag het meest stoort aan de EU. Iets fundamenteler lijkt zijn pleidooi voor een euro-exit voor landen die zich niet aan de afspraken houden. Maar aan de beslissingsstructuur in Brussel zelf en de economische agenda wil hij schokkend genoeg niets veranderen.

Visieloosheid is wel vaker tekenend voor zelfbenoemde eurosceptici.Metaalmoeheid of een ideologische strategie?

Van de VVD is het misschien niet zo gek dat zij terugschrikt voor wezenlijke hervormingen. De huidige EU is namelijk exact zo vormgegeven als de VVD het wilde. Open grenzen, privatiseringen, en verder geen al te moeilijk gedoe met marktbeperkende sociale wetgeving. De machteloze natiestaat functioneert als zoethoudertje en de vrije markt regeert. De EEG in het groot, en verder niets.

De crisis is gewoon iets om uit te zitten en te gebruiken om privatiseringen sneller af te dwingen. Kleinere overheden, grotere markt. Schoorvoetend wordt akkoord gegaan met een paar mosterdpleisters als de bankenunie. Maar als de buien eindelijk een keer zijn overgewaaid zullen we zien dat de neoliberalen vooraan staan om die pleisters weer weg te trekken. De vrije markt voor alles.

Voor deze vrije-markt-jihad is het handig om mensen die pleiten voor fundamentele democratische hervormingen van de EU weg te zetten als gevaarlijke Eurofiele gekken. Dan hoeft er tenminste niet op de inhoud te worden ingegaan. De architecten van dit huidige Europa geven daarbij natuurlijk graag een duwtje mee.

De beste bondgenoot voor de doorgedraaide marktliberalen vormen de extreem-rechtse anti-Euro-gekkies die de discussie ridiculiseren tot een ja/nee-vraag. Zij vormen prima kanonnenvlees om iedere wezenlijke verandering in de EU te blokkeren.


Deel dit:

Rijnland of Scandinavisch?

Deel dit:

Ons sociale stelsel staat onder druk. In de politiek lijkt het om de keuze te gaan tussen het neoliberale model, of dat model dat de sociaal democraten bepleiten, het Rijnlandmodel. Volgens mij kan er veel beter gekozen worden voor een derde optie, het zogenaamde Scandinavische model. Dit is beter uitvoerbaar, levert meer vrijheid op en is het meest sociaal.

Het Angelsaksisch model

Dit is het model waar verstokte neoliberalen, zoals in Nederland doorgaans de VVD, nog steeds heilig in geloven. Volgens dit model betalen werknemers en werkgevers weinig premie. Arbeid is dus goedkoop, en het loont. Daarbij kennen werknemers echter maar weinig ontslagbescherming, en is er maar een minimaal vangnet.

Het belangrijkste argument voor dit model: hiermee kunnen werkgevers goed inspringen op de veranderende (internationale) markt en dus goed concurreren. Maar ook werknemers profiteren van die flexibiliteit. Doordat de doorstroming snel gaat kunnen ze makkelijk van baan wisselen, en toetreders tot de arbeidsmarkt hebben evenveel perspectief als mensen die al een baan hebben.

Er zit echter ook een groot nadeel aan dit model. Een economie die zo in elkaar steekt geeft maar weinig zekerheid en stabiliteit. Wie zijn baan verliest, ook al is het buiten zijn schuld, gaat in inkomen hard achteruit. Ook op collectief niveau is dat nadelig. Wanneer er iets van crisis uitbreekt raakt gelijk de hele maatschappij in een diep dal, wan mensen geven collectief ook niets meer uit. Daarbij zullen de banken niet graag hypotheken verstrekken aan mensen met weinig inkomenszekerheid, wat weer slecht is voor de bestedingen. En doen ze dat toch… enfin, wat er dan gebeurt, dat hebben we met de huidige crisis hopelijk wel geleerd.

Het Rijnlandmodel

Vanuit de SP, de PvdA en de vakbonden voelt men daarom meer voor het Rijnlandmodel. Je zou het Rijnlandmodel kunnen afdoen als een internationale versie van het oer-Hollandse Poldermodel. In de praktijk komt het erop neer dat de overheid de sociale zekerheid weer slechts minimaal financiert, maar daarnaast werkgevers en werknemers dwingt met elkaar in gesprek te gaan over de rest. Met name de ontslagbescherming is daarin belangrijk, want dat is de basis waarop vakbonden kunnen onderhandelen.

Het gevolg is meer zekerheid, en ook een meer stabiele economie. Maar dat zijn niet de enige voordelen. In een sociaal model dat wordt gestuurd vanuit overleg is doorgaans meer oog voor andere zaken dan alleen platte winst, zoals solidariteit en vakmanschap, terwijl ook maatschappelijk verantwoord ondernemen en zelfs het milieu er in de overleggen vaak bij de haren worden bijgetrokken.

Mooi allemaal, maar het model heeft ook grote nadelen. Werkgevers klagen erover dat ze minder goed kunnen inspelen op de veranderende markt. Daarnaast moeten zij ook arbodienstje spelen, en daar heeft de gemiddelde ondernemer nu eenmaal een bloedhekel aan. En voor werknemers is er weer het grote nadeel dat de doorstroming op de arbeidsmarkt vermindert, wat niet goed is voor carrièrejagers en nieuwkomers.

Het grootste nadeel voor beide echter is dat we met al die overleggen in een woud vol wetten en bepalingen komen. Voor iedere beroepsgroep geldt weer aan andere regeling, en er ontstaan hele juridische circussen rond de uitvoering van ontslag. Voor werknemers is dit nadelig, omdat je recht krijgen ingewikkeld is, en niet zelden een stressvolle ervaring. Voor werkgevers zijn met name de kosten van al die juridische haarkloverij en het onderhandelen met de bonden weer een extra blok aan het been. Met het Rijnlandmodel wordt het er kortom niet helderder op. In theorie niet, maar ook in de praktijk niet.

Het Scandinavisch model

Gelukkig is er nog een ander model voor sociale zekerheid, namelijk het Scandinavisch model. In Nederland pleiten met name D66 en Groenlinks voor varianten van dit model. Centraal kenmerk is dat er ook in dit model maar weinig ontslagbescherming is. Daarentegen betalen zowel de werkgevers als de werknemers vrij veel premie aan de overheid. En in ruil daarvoor kunnen werknemers als zij hun baan verliezen een goede uitkering ophalen.

De voordelen hiervan zijn legio. Werkgevers goed kunnen snel reageren op de veranderende markt, en er ontstaat op de arbeidsmarkt veel dynamiek, zodat carrière maken goed mogelijk is en nieuwe groepen werknemers gelijke kansen krijgen. Tegelijkertijd valt wie zijn baan verliest niet in een groot zwart gat, en dit is niet alleen goed voor zijn zekerheid, maar ook voor zijn kredietwaardigheid, en dus voor de stabiliteit van de economie. En verder is het model relatief simpel en zijn er weinig juridische procedures voor nodig om het uit te voeren. Ook belangrijk: in dit model hebben alle werknemers gelijke rechten.

De bezwaren tegen dit model zijn veelal ideologisch van aard. Neoliberalen brengen hier tegenin dat arbeid relatief duur is, en dat de overheid een te grote rol speelt in hun vrije marktwalhalla. Sociaal-democraten daarentegen zullen opperen dat het niet slecht is als de werkgevers mede verantwoordelijk worden gemaakt voor het wel en wee van hun werknemers.

Nederland

Tot zover de modellen. In Nederland hebben we momenteel geen zuiver Rijnlandmodel, maar een combinatiemodel. Flexwerkers en ZZPers werken in Angelsaksenland, terwijl vaste medewerkers in Rijnlandia werken. De eersten vangen de klappen op van de economische ontwikkelingen, terwijl de tweede groep er warmpjes en veilig bij zit. Tegelijkertijd zijn de al te scherpe kantjes van deze tweedeling eraf gehaald door een scheutje Scandinavië in de vorm van de WW en de WAO/WIA.

Wie in Nederland pleit voor meer Scandinavië krijgt veel kritiek. De SP, de PvdA en de vakbonden slaan aan als Pavlovhonden wanneer de ontslagbescherming ter sprake komt, terwijl de VVD en werkgeversorganisaties uiteraard weer door het dak vliegen wanneer het gaat om verhoging van de uitkeringen.

Eerst de kritiek van de ‘linkse kerk’. Het trekt natuurlijk kiezers om hard “handen af van het ontslagrecht” te roepen, zeker als je daarmee als partij ook nog eens het alleenrecht op ‘sociaal’ zijn claimt. Maar het vasthouden aan de tweedeling op de arbeidsmarkt heeft echt niet zoveel met solidariteit te maken. Zoals gezegd vangen flexwerkers en ZZPers hier in Nederland de harde klappen op voor de vaste werknemers. En ook zijn werknemers echt niet gebaat bij een woud aan regelingen waarbij een juridisch adviseur nodig is om aan zijn recht te komen. Integendeel. Het huidige sociale stelsel is kortom een werknemershel van ongelijkheid en stroperigheid, in plaats van het sociale walhalla dat de linkse partijen voor ogen hebben.

Los daarvan is vasthouden aan het huidige stelsel eigenlijk ook een erg domme tactiek. Een kind kan namelijk begrijpen dat werkgevers in het huidige systeem langzaam maar zeker hun vaste werknemers gaan vervangen door flexwerkers. Zo zien we dat als we niets doen aan het sociale stelsel, we als vanzelf van Rijnlandia naar Angelsaksoniëaut; varen. En door de crisis wordt dit effect nog eens versneld. Inmiddels is al meer dan één derde van de beroepsbevolking flexwerker.

De linkse partijen inclusief de vakbonden zullen hierop zeggen dat ze al lang te pleiten voor meer rechten voor flexwerkers. Allemaal leuk en aardig, maar dit is slechts symboolpolitiek, want zolang er in het ontslagrecht verschil wordt gemaakt tussen flexwerkers en vaste werkers blijft het sociaal-democratische zandkasteel vanzelf afbrokkelen. Als de SP en de PvdA dus slim zouden zijn, dan kozen ze als een haas eieren voor hun geld en gingen ze voor het Scandinavische model. Dat wil zeggen dat ze het ontslagrecht zo snel en zo duur mogelijk verkopen, in de ruil voor een hogere premie voor werkgevers, waaruit dan een goed en eerlijk sociaal vangnet gefinancierd wordt. Een vangnet voor iedere werknemer, en niet alleen voor mensen met een vast contract.

De tactiek van werkgevers en de VVD lijkt een stuk slimmer. Ze kunnen immers lekker met hun armen over elkaar blijven zitten wachten tot hun favoriete model vanzelf werkelijkheid wordt. De vraag is echter wanneer zij eindelijk eens een keer wakker worden en beseffen wat de nadelen van hun ideale samenleving zijn. We zitten niet voor niets midden in een crisis. Je zou toch hopen dat de leden van de ‘neoliberale kerk’ eindelijk eens de voordelen gaan inzien die het inbouwen van zekerheden ook voor hen met zich meebrengt. Geen werkgever is immers gebaat bij een weinig kredietwaardige klantengroep, en al helemaal niet bij een crisis.

Ik zou dus in het belang van iedereen willen pleiten voor “meer Scandinavië”.


Deel dit:

Populisme salonfähig geworden

Deel dit:

Wie gelooft dat het populisme afgelopen verkiezingen een gevoelige slag heeft gekregen heeft het behoorlijk mis. De verkiezingsuitslag vertoont een Nederland dat hopeloos verdeeld is tussen rechts populisme en centrum-links realisme.

“Het midden heeft gewonnen!” Juichen de kranten. Met name de internationale pers stelt dat in Nederland de common sense weer een beetje lijkt te zijn teruggekeerd na twee jaar populisme en onzinpolitiek.

Arend Jan Boekesteijn gaat nog verder. Hij concludeert afgelopen donderdag in “1 voor de Verkiezingen” dat de gedoogconstructie “gewerkt” heeft in het bestrijden van het populisme. Een slechtere analyse van wat gebeurd is, bestaat niet. De PVV is namelijk niet gekrompen tijdens de kabinetsperiode. Dat gebeurde pas toen het CDA ze uitsloot en het duidelijk werd dat de PVV nooit in een volgende regering zou komen. Een cordon sanitaire; het woord is taboe in Nederland. Maar het is wel de beste manier om populisten aan te pakken, zo blijkt maar weer.

Daarnaast is het populisme absoluut niet dood. Bas Heijne geeft in het NRC blijk van een iets beter begrip van de uitslag. Hij stelt terecht dat het midden niet gewonnen heeft, maar ten onder gegaan is in polarisatie. Resultaat is dat met twee winnende “middenpartijen” coalitievorming alles behalve een makkelijke taak zal zijn. En daarbij is Heijne er bang voor dat waar deze zogenaamde middenjongens water bij de wijn zullen doen, ze een weerloos slachtoffer zullen worden voor populisten op links en rechts.

Populisme

Voor wat de VVD betreft heeft Heijne naar mijn idee groot gelijk. De VVD heeft inmiddels een heel groot deel van de populistische PVV-standpunten overgenomen. Daarbij legde Mark Rutte in de debatten een bijna even groot gevoel voor drama en een bijna even klein gevoel voor realisme aan de dag als de blonde leider. Met inhoudloze slogans, loze beloftes voor lastenverlaging midden in crisistijd en zijn telkens gebroken belofte geen cent meer over te maken naar Griekenland komt hij dicht bij de definitie.

Niet overtuigd? Ach, u wilt toch niet werkelijk zeggen dat u werkelijk gelooft dat er wars van iedere waarschuwing van financiële experts nooit iets zal veranderen aan uw hypotheekrenteaftrek? En wie iets meer weet van criminologie zal u daarbij kunnen vertellen dat strenger straffen alleen maar duur is en de veiligheid niet bevordert.

Populisme is het naar de onderbuik praten van het volk en het een te simpele voorstelling van zaken geven. Pleiten voor makkelijke oplossingen waarvan een expert zou zeggen dat deze niet werkt, maar die natuurlijk wel lekker klinken.

Even los van het VVD programma zelf mag ik toch wel zeggen dat het redelijk objectief vast te stellen is dat Rutte dankbaar gebruik heeft gemaakt van het populisme.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die beschamende waarom-zou-je-nog-werken spot op televisie. Ook tijdens debatten probeerde Mark Rutte politieagenten jaloers te maken op alleenstaande bijstandsmoeders. Om dan nog maar te zwijgen over de suggestie dat Diederik Samsom hier het communisme zou gaan herintroduceren.

Realisme

Over Diederik Samsom gesproken: nu naar de andere kant. Is zoals Bas Heijne suggereert op links hetzelfde gebeurd? Heeft ook de PvdA de radicalere punten van de SP overgenomen en is de partij getrokken naar het links populisme?

Een oppervlakkige analyse zegt ons van ja. Het lijkt erop dat veel mensen op de PvdA hebben gestemd voornamelijk om de VVD tegen te houden en het is zo dat Samsom van het begin af aan meer de nadruk heeft gelegd op de linkse ideologie.

Maar het verhaal aan de linkerkant verschilt op twee belangrijke punten van het VVD-verhaal.

Ten eerste was en is de SP nu eenmaal veel minder radicaal en minder populistisch dan Wilders. Ondanks een over-my-dead-body hier en daar is dat goed te zien aan de standpunten van beide partijen aangaande de EU. Maar ook op andere punten is de SP veel minder radicaal dan de PVV.

Ten tweede, en dat is veel belangrijker, heeft Samsom het niet van Roemer gewonnen doordat Roemer uitgesloten werd door mogelijke coalitiepartners, zoals Wilders gebeurde, maar heeft de PvdA leider zijn positie bereikt door zelf duidelijk een middenpositie te kiezen in de debatten, en te kiezen voor het geluid van het redelijke realisme. Het hele verhaal. Het eerlijke verhaal. Die boodschap.

Ja, maar zijn dat dan geen populistische slogans? Zeker, ook de PvdA maakte gebruik van soundbites en debattrucjes. Samsom was goed getraind en wist daarbij gebruik te maken van zijn charisma. Maar zijn verhaal was gebouwd rond de boodschap dat Samsom ging voor de eerlijke feiten en weigerde om loze beloften te doen. En dat is een wezenlijk verschil.

Tegenover de populist staat de idealist. Hij praat het volk niet naar de onderbuik en is ook niet bang de harde realiteit te benoemen en de kiezer te wijzen op problemen die (nog) niet de zijne zijn. De idealist zoekt de oplossing voor problemen niet bij de hardste schreeuwer, maar bij degene die de meeste kennis bezit. De idealist probeert deze oplossing vervolgens aan het volk te verkopen, door kennis te verspreiden en de kiezer mee te nemen in zijn verhaal. Ook waar dat verhaal moeilijk of onaantrekkelijk is.

Even los van of Samsom inderdaad een eerlijk verhaal neerzette of niet: zijn boodschap was wezenlijk anders dan de geef-de-problemen-een-schop-onder-de-kont-retoriek van de VVD. En daarin is Samsom eerder het tegengestelde van een populist.

De kiezer heeft met een stem op Samsom misschien een stem tegen Rutte willen uitbrengen, maar bovenal was een stem op Samsom een stem tegen het populisme, en voor de redelijkheid.

Helaas kan niet iedere kiezer deze redelijkheid waarderen.

Waarom populisme werkt

Waarom geloven mensen eigenlijk in die leuzen van de VVD? Omdat het verdomd aantrekkelijk is om te geloven dat er makkelijke oplossingen zijn voor moeilijke problemen. De volger van de populist is dol op sprookjes, en dat het uiteindelijk maar sprookjes zijn kan hem niet zoveel schelen.

Los daarvan, volgens mij geloven veel VVD-stemmers Rutte in werkelijkheid ook maar half. De reden dat ze op hem stemden was een andere. Crisis op de arbeidsmarkt, crisis op de huizenmarkt, crisis in de Europese Unie en een milieucrisis: de meeste Nederlanders voelen het persoonlijk niet. Nóg niet in ieder geval. Achter die stoere taal van de VVD zit één belangrijk sentiment: ik ben gezond, ik heb werk, ik heb het financieel op orde en ik heb geen zin om me druk te maken over Europa, de wereld, het milieu, de toekomst of het wel en wee van anderen… dus fuck you. Zeker: de Islam, de EU, de luie uitkeringstrekkers, de socialisten… de populist zoekt altijd een vijand. Maar uiterlijk is de volger van populisten dan wel bang voor boemannen, innerlijk is hij eerder bang voor de realiteit.

Daarom tillen de aanhangers van een populistische partij niet te zwaar aan gebroken verkiezingsbeloften. Waar Bas Heijne bang is dat Wilders weer op zal komen als de VVD gaat tegenvallen, betwijfel ik dan ook of dat gebeurt.

Bij Wilders dachten velen met Boekestijn dat Wilders verantwoordelijk maken en hem zo door de mand laten vallen het beste tegengif zou zijn tegen zijn opkomende partij. Maar dat bleek zoals gezegd niet te werken. Tegenvallende resultaten vormen geen reden om een populist in de steek te laten. Het gaat de kiezer immers niet om de resultaten, maar om de illusie. Daarbij kan de populist natuurlijk altijd de anderen de schuld geven van zijn falen. Dan zijn het de Polen, de Grieken, de luie uitkeringstrekkers of de linkse partijen die het gedaan hebben. Zelfs het feit dat er meer straatterroristen in zijn fractie rondlopen dan in een gemiddelde Nederlandse zijstraat wordt de populist vergeven.

Hoe het populisme dan wel te bestrijden? Wel, Wilders zakte weg in de peilingen toen mensen zagen dat hij door de redelijke meerderheid niet meer serieus genomen werd. Ik denk daarom ook dat het tij pas keert als men stopt met populisten serieus te nemen.

Maar daar zijn we verder van weg dan ooit. Deze verkiezingsuitslag is niet het einde van het rechts-populisme. Integendeel. Het rechts-populisme is afgelopen woensdag officieel salonfähig geworden. We moeten het er maar mee doen.

Een schrale troost: uiteindelijk gaat het niet om de politiek, maar om de resultaten.


Deel dit:

Anti-Islam Helpt Turks Extremisme

Deel dit:

Wie denkt dat het grootste gevaar in Turkije de Islam is, die vergist zich behoorlijk. Nationalistische en separatistische bewegingen in Turkije zijn veel gevaarlijker dan de islam. Het zijn ook deze bewegingen die de afgelopen eeuw voor de meeste aanslagen en bloedbaden hebben gezorgd. Helaas speelt de zogenaamde “anti-islambeweging” deze groeperingen enorm in de kaart.

Zodra het over Turkije gaat worden we in Nederland allemaal een beetje zenuwachtig. Zo zenuwachtig dat het kabinet het laatste bezoek van de Turkse president Gül niet overleefd heeft. De kritiek van veel Nederlanders op Turkije is voorspelbaar. Turkije is een seculiere staat propvol Islamieten, zo redeneren ze, en het grootste gevaar van Turkije moet dan ook wel de radicale Islam zijn.

Dat klinkt aannemelijk, maar er klopt geen klap van. Ja, er zijn in Turkije veel extremistische elementen actief. Nee, daarvan is de radicale Islam zeker niet de belangrijkste. Als er één groot gevaar is voor een modern en vrij Turkije, dan is het wel het doorgeslagen Turkse nationalisme, dat uitgesproken anti-westers, anti-vrijheid en anti-democratisch is. Even een stukje geschiedenis ter verduidelijking. In de nadagen van het Ottomaanse rijk hadden de zogenaamde Jonge Turken in feite de macht in handen. We praten over de jaren tussen 1908 en 1923. De Jonge Turken was een beweging van Turkse generaals, onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk. De centrale filosofie van de Jonge Turken was dat heel Turkije Turks moest zijn. En daarin was geen plaats voor andere etnische groepen dan Turkse. In het verlengde van die gedachte heeft ook de Armeense ramp plaats gevonden.

Nadat Atatürk aan te macht is gekomen heeft hij de seculiere nationalistische agenda van de Jonge Turken voortgezet. Onder zijn bewind is niet alleen de Turkse scheiding van kerk en staat ingevoerd, ook is het Kemalisme verantwoordelijk voor de moeilijke positie van minderheden in Turkije tot op de dag van vandaag, alsmede het verbod op het geven van al te grote kritiek op de Turkse staat. Verder is het de reden dat het Turkse leger nog steeds een grote invloed heeft op de Turkse politiek. Dit alles hoort bij hetzelfde pakket van Atatürk.

Atatürk wordt niet alleen in Turkije aanbeden, ook in het Westen wordt hij veel geprezen. Op zich terecht: voor zijn tijd was hij zeker vooruitstrevend. Zijn Turks seculier nationalisme was geënt op de Europese politieke modellen van zijn tijd. Maar we praten hier wel over het interbellum, een tijd waarin in Europa natiestaten belangrijker waren dan nu. Wij in het westen hebben na de tweede wereldoorlog dat beklemmende nationalisme vaarwel gezegd, en vervangen door een meer verlichte filosofie, met als centrale uitgangspunt dat mensen binnen de grenzen van de wet vrij zijn. Dus ook vrij om hun eigen taal, cultuur en geloof te behouden. Dit recht op vrijheid beschermt ons niet alleen tegen de dwingelandij van gelovigen, maar ook tegen de dwingelandij van de staat. Dat is niet alleen leuker voor de mensen zelf, het leidt ook tot minder spanningen tussen de staat en groeperingen. Onze vrijheid is daarmee een peace-keeper die we moeten koesteren. Turkije is op dit punt echter stil blijven staan. Vandaar ook dat er in Turkije weinig vrijheden zijn voor minderheden en kritiek geven op de Turkse staat vaak riskant is.

Maar uiteraard levert harde actie ook in Turkije een tegenreactie op. Met name de Koerdische vrijheidsstrijders, de andere knuffeltjes van Europa, vormen inmiddels een terroristische beweging die vele aanslagen en slachtoffers op zijn naam heeft staan.

Zijn er dan geen Islamitische radicalen in Turkije? Natuurlijk zijn die er. En ook zij kunnen gevaarlijk zijn. In 1993 werd Turkije bijvoorbeeld opgeschrikt door een grote bomaanslag die door radicale Islamieten werd gepleegd. Die Islamitische radicalen vormen echter niet de kern van de AK partij, en zijn lang niet zo bedreigend voor de veiligheid als de terroristische cellen die zijn ontstaan uit vrijheidsbewegingen voor minderheden, zoals de PKK, die veel meer aanslagen op haar naam heeft staan. De radicale Islam in Turkije is kortom wel aanwezig, maar politiek is zij geen factor van belang.

Dat de AK partij een vrijzinnig liberale partij zou zijn, zal niemand mij horen beweren. De AK-partij zet zich weliswaar in voor meer vrijheden voor minderheden, cultuur en religie, maar zij is erop te betrappen dat zij die vrijheden liever geeft aan de Islam dan aan andere bewegingen. Het islamisme van de AK partij is er dus zeker, maar is op de schaal van godsdienstig radicalisme altijd nog beter te vergelijken met Jan-Peter Balkenende dan met Khomeini. Een veel groter probleem van de AK partij is dat ook zij besmet is met het Turkse nationalisme.

Dat neemt niet weg dat sinds de AK-partij aan de macht is, Turkije een stuk meer “Europees” is geworden. De positie van de mensenrechten is sterk verbeterd en de positie van het leger verzwakt. Dit heeft te maken met de wensen binnen de AK-partij om meer ruimte te gunnen aan religie enerzijds, en met de Europese Unie, die voor toetreding datzelfde eist voor religie en minderheden in het algemeen.

Helaas zijn de hervormingen ten goede in Turkije nog lang niet af, en recentelijk stil komen te staan, nu Turkije beseft dat ze niet welkom is bij de EU. Daardoor komt het nationalisme in Turkije weer op, ook binnen de AK partij. Turkije voert een steeds meer eigenzinnige koers. Buiten de AK partij verder maakt de oppositie, die is voor een hardere lijn tegen minderheden en tegen inperking van de macht van het leger, handig gebruik van de angst van mensen voor de Islam. Zij claimt dat de Islam vanzelf de macht over zal nemen wanneer mensen in Turkije meer vrijheden zullen krijgen, meer kritiek op de staat mogen uiten, en de rol van het leger teruggedrongen wordt. Zo wordt de macht van het leger gegarandeerd en wordt de introductie van de mensenrechten tegengehouden. Het seculiere nationalisme in Turkije dat veel mensen vanaf hier toejuichen is daarmee de grijze wolf in schaapskleren.

Ik vrees dat het te laat is deze tendens te keren. Turkije zal zich verder van Europa afkeren. Je hoort de Turken denken: het kan ook zonder Europa. En dat is zonde. Want Turkije heeft een economisch en militair zeer interessante positie. Het is het op één na machtigste land in de NAVO, en heeft als één van de weinige landen ter wereld de crisis doorstaan met een steeds groeiende economie.

Wat is het voordeel van een eenzelvig nationalistisch Turkije voor Europa? Die is er niet. Zelfs wanneer de radicale Islam in Turkije een politiek gevaar zou zijn, dan is dit gevaar groter wanneer Turkije alleen staat, dan wanneer het nauw gelieerd is aan Europa. Want mensenrechten en een groter politiek verband zijn betere garanties voor vrede en veiligheid dan onderdrukking.

De fout Turkije af te stoten en daarmee te vervreemden van de westerse waarden en politiek zal in de toekomst waarschijnlijk “historisch” genoemd worden. Met dank aan de Islamofobe domkoppen in binnen- en buitenland, die de vijanden van de democratie met graagte een steuntje in de rug geven.


Deel dit:

De Macht van Facebook

Deel dit:

Na een avondje facebooken wil ik af en toe nog wel eens gezellig ouderwets een half uurtje de televisie aanzetten. Op die manier kreeg ook ik lucht van het verjaardagsfeestje van Merthe.

Drie dagen lang tetterden het journaal en de actualiteitenrubrieken het op voorhand uit de hand gelopen feestje van Merthe rond. Ik op vrijdagavond natuurlijk met een borrelnootje achter de TV. Want die tweets, dat is toch een stuk minder dan de echte beelden.

… Maar wat verbazingwekkend dat men op die oude media meldde dat ze zo verrast werden door het feest en de rellen! Een bizarre gang van zaken: eerst drie dagen lang reclame maken voor een feest dat niet de bedoeling is, en dan vreemd staat te kijken als er duizenden opgeschoten reljongeren op af komen… om dan vervolgens te beweren dat dit kennelijk de vernietigende kracht van Facebook is. Gelukkig zijn er na twee dagen verstandsverbijstering al mede-columnisten die dit aanwijzen. Scheelt mij weer wat werk.

Toch kan ik er niet over uit hoe slecht mensen blijken te weten hoe sociale media werken. Zo schijnen verslaggevers van de “oude media” nog steeds te denken dat de oorzaak van alles “een vergeten vinkje” is.

Voor wie dat nog gelooft: De situatie vandaag de dag is als volgt. Iedere dag zijn professioneel betaalde mensen bezig te proberen trending topics te maken op Facebook en Twitter. Heel veel bedrijven, grote en kleine – waaronder overigens de eenmanszaak van ondergetekende – krijgen het gros van hun klanten namelijk via de social media. En van die social media is Linkedin voor velen inmiddels al lang de minst belangrijke geworden.

Waarom zijn er niet elke dag zulk soort Facebookhypes dan? Nou, omdat een trending topic maken iets heel anders is dan even “een vinkje vergeten”.

Om te beginnen moet je een vriendenkring hebben van mensen waarvan je weet dat ze graag jouw bericht doorsturen. Een bericht dat je zelf stuurt is namelijk niet zoveel waard. Je moet ervoor zorgen dat mensen niet van jou, maar via hun vrienden jouw link of uitnodiging krijgen. Dat werkt. Je moet dus een belangrijke massa hebben die je eerste boodschap verspreidt.

Dan heb je een goede start, maar dan ben je er nog lang niet. Voor een echte hype is vervolgens ondersteunend campagnemateriaal nodig, zoals websites en t-shirts. Die waren er in het geval van Merthe. Er werden commerciële feesten in de buurt georganiseerd, er werden extra flyers gemaakt, er werden t-shirts verkocht, en er was een partywebsite.

Maar ook al heb je een mooie start en een goed en fanatiek commercieel team, daarmee ben je er nog niet. Om een échte hype te creëren is het van groot belang dat je uiteindelijk de echte TV haalt.

Want TV mag dan wel ouderwets zijn, doordat iedereen tegelijkertijd naar hetzelfde scherm zit te kijken heb je wel in één klap een enorm bereik.

Bovendien doet het iets met mensen als ze op het journaal een zenuwachtige vader en burgervader zien lopen. Want waarom zou je als tiener naar een feest gaan dat niet bestaat? Er is geen enkele reden.

Je gaat pas naar een feest als je ouders je verbieden te gaan en als je weet dat het waar je heen gaat zwart ziet van de pers. Want dan is het niet zomaar een digitaal geintje meer. Dan is het echt.

Filmpje!


Deel dit:

Het Gelijk van Dibi

Deel dit:

De stemming is vandaag geopend, en er moet nu wel een klein wonder gebeuren wil hij het nog redden. Dibi. Onderzoek van Nieuwsuur eergisteren wees uit dat maar 11 procent van de Groenlinks leden op hem zullen stemmen. De race lijkt daarmee gelopen.

En toch is dat jammer, want ondanks alles wat er tegen Dibi te zeggen is, heeft hij met zijn kritiek op de koers van Groenlinks wél een beetje gelijk.

Groenlinks is een idealenpartij. Een partij die streeft naar een groene economie, een socialer Europa, en een arbeidsmarkt met gelijke kansen. Mooi natuurlijk, maar het probleem is dat de kiezer met Groenlinks niet meer zeker lijkt te weten of ze nog wel voor die idealen staat.

Groenlinks aanvallen is makkelijk tegenwoordig. De SP en de PvdA slagen erin om Groenlinks als asociaal weg te zetten omdat ze het ontslagrecht in wil ruilen voor een beter sociaal stelsel. De SP zet Groenlinks daarbij ook nog graag weg als een stel naïaut;eve Eurofielen. En inzake de vergroening van de economie heeft de partij heftige concurrentie van D66 en de Partij voor de Dieren.

Alsof dat nog niet erg genoeg is wordt Groenlinks ook nog dagelijks om de oren geslagen met “Kunduz”. Want de grootste strategische misser van Groenlinks van het afgelopen jaar was natuurlijk niet de stekkerdoos. Met de Kunduz-missie heeft Groenlinks zich pas echt op meesterlijke wijze haar eigen achterban van zich vervreemd.

En nu voert Groenlinks nota bene campagne met als vertrekpunt het lenteakkoord. Dat is een fundamentele inschattingsfout. Prijsschieten voor de SP en de PvdA natuurlijk weer. Dit is tekenend. Groenlinks gaat te veel staan voor de gesloten compromissen en brengt daarbij te weinig de eigen idealen naar buiten.

En dat heeft Dibi goed gezien. Hij heeft een goed punt als hij stelt dat Groenlinks haar idealen moet uitventen, en niet de compromissen die zij gesloten heeft. Wat Dibi ook lijkt te hebben begrepen is dat het niet zoveel zin heeft je druk te maken over de macht en de inhoud met tien zetels in de kamer en vijf in de peilingen. Dat het probleem van Groenlinks helemaal niet de inhoud is, of de aantrekkelijkheid als coalitiepartner, maar dat het hem schort aan het aan de man brengen van de ideeëaut;n.

Ook heeft hij een uitstekend punt als hij stelt dat Groenlinks ook buiten het parlement actief moet zijn en coalities moet sluiten, wellicht zelfs met niet voor de hand liggende partijen, er gebruik van makend dat ook commerciëaut;le partijen zich graag associëaut;ren met een milieupartij. En helemaal gelijk heeft hij als hij stelt dat Groenlinks haar idealen dichterbij de mensen dient te brengen, door te concretiseren. Niet: gelijke kansen, maar: investeren in onderwijs. Niet: red het ecosysteem, maar: is er nog wel voldoende groen in uw buurt… en waarom nog die bio-industrie? Niet: wij gaan de economie redden, maar: wij zorgen ervoor dat u makkelijker toegang heeft tot de arbeidsmarkt én de sociale zekerheid.

Aan goede ideeën en een duidelijke koers heeft Groenlinks geen gebrek. Het klinkt gek, maar goede ideeëaut;n is dan ook niet per se iets wat een lijsttrekker voor Groenlinks met zich mee hoeft te brengen. Dibi wordt verweten ijdel te zijn, teveel op effect te spelen en te weinig op de inhoud. Maar dat zijn op zich geen slechte eigenschappen voor het binnenhalen van een goed verkiezingsresultaat. Het verwijt dat hij een economische lichtgewicht is zal ongetwijfeld terecht zijn, maar de kiezer valt nu eenmaal niet voor cijferwerk.

Wat Dibi Groenlinks zou kunnen brengen is het duidelijk maken dat de partij staat voor iets anders dan de Kunduzmissie en het lenteakkoord. En dat is precies wat Groenlinks nodig heeft.

En toch gaat hij het niet redden. Groenlinksers zijn namelijk doodsbang niet serieus genomen te worden. Trauma uit het verleden. Die angst kan hij niet wegnemen. Verder maakt Dibi zelf ook strategische fouten in zijn aanvallen op Jolande Sap en het kader van Groenlinks. Ook al zouden zijn verwijten van druk en dwang terecht zijn, dan nog is het voor Groenlinks niet handig om daar vlak voor de verkiezingen mee naar buiten te komen. Daarmee is Dibi wellicht niet de juiste man op de juiste plaats.

Maar ondanks zijn tekortkomingen had Klokwerk hier toch liever Dibi dan Sap. Ik snap namelijk heel goed dat de Groenlinkskiezer tegenwoordig zijn heil zoekt bij Emiel, Diederick, Alexander of zelfs Marianne. En dat doet mij pijn, want ondanks dat ik genoeg verschilpunten zie tussen mijn eigen overtuigingen en die van Groenlinks, ben ik er wel van overtuigd dat juist die partij op dit moment hard nodig is voor een aantal fundamentele veranderingen.

De arbeidsmarkt moet socialer worden: de sociale zekerheid is niet alleen maar voor mensen met een vast contract, PvdA. En met alleen het afschaffen van het ontslagrecht hebben we nog geen goed sociaal vangnet, D66. Europa moet daarbij met bloedspoed opener en democratischer worden, en dat gaat dus niet lukken door overal nee tegen te zeggen, SP. Plus het is tijd dat iemand Mark Rutte eens over tafel trekt en hem vraagt waar hij nu eigenlijk mee bezig is, want investeren in kern- en kolencentrales is investeren in het verleden in plaats van in de toekomst.

Die boodschap vereist lef en trots op de kern van je gedachtegoed. Jolande Sap, die het presteert om haar grootste trots te halen uit een compromisakkoord, zie ik dat verhaal onvoldoende brengen. Wanneer ik haar bovendien in het eerste debat met Dibi de zaal vijf minuten lang zie uitleggen hoe belangrijk macht voor een politicus wel niet is, krijg ik plaatsvervangende schaamte. Natuurlijk heeft ze gelijk. Maar dat zég je toch niet?

Nee, aan gelijk is er bij Groenlinks geen gebrek. Het komt er alleen keer op keer zo verrot uit.


Deel dit:

Niets mis met onze democratie

Deel dit:

Er moet hoog nodig iets gebeuren aan ons kiesstelsel. Sinds Fortuyn is de kiezer op drift: grote electorale verschuivingen, moeilijke formaties, kort zittende kabinetten… kortom Italiaanse toestanden! Dit kan zo niet langer doorgaan of het land is onregeerbaar!

Een bekend verhaal nietwaar? Jaja, eens in de zoveel tijd verschijnt er weer een column van één of andere wijsneus met iets als bovenstaande alinea als inleiding. Daarna volgt dan een stuk waarin gepleit wordt voor een beperking van onze democratie.

Dan wordt bijvoorbeeld voorgesteld om door middel van een kiesdrempel een aantal kleine partijtjes uit het centrum van de macht te drukken. Of om door middel van een districtenstelsel hetzelfde te kunnen doen. Of door een winner-takes-it-all systeem ervoor te zorgen dat partijen die geen absolute meerderheid van stemmen behalen vooral vier jaar lang hun mond zullen houden.

Het punt is: als maar genoeg herhaald wordt dat we een probleem hebben met onze democratie gaan mensen het nog vanzelf geloven ook. Terwijl die hele analyse boven van geen kant deugt. We lopen even de dogma’s in bovenstaande bewering langs.

Electorale verschuivingen

Ja, er zijn veel verschuivingen van kiezers de laatste jaren geweest. Maar uiteindelijk bleef de verhouding tussen links en rechts opvallend constant. Links plus D66 slaagt er nooit echt in een meerderheid te behalen, behalve misschien af en toe als we de ChristenUnie meetellen. Rechts heeft bijna net zoveel moeilijkheden met het behalen van een stabiele meerderheid. Zo is het al decennia gesteld in dit land.

Goed, er zijn twee belangrijke verschuivingen aan de gang die we niet kunnen verwaarlozen. Ten eerste het verschijnsel dat, weliswaar met schokken, de christenen in de politiek steeds minder aanhang krijgen. De tweede natuurlijk dat op links en rechts radicalere partijen zijn ontstaan die geduchte concurrentie vormen voor de partijen die we nu uit arren moede maar “middenpartijen” zijn gaan noemen.

Moeilijke formaties

Zeker, je zou kunnen stellen dat formeren met die partijen op de flanken niet makkelijker wordt. Maar in praktijk blijkt daar niets van.

Laten we wel zijn: Belgische toestanden hebben we hier nog nooit meegemaakt. Als we kijken naar de cijfers dan zien we dat door de jaren heen de formaties dan ook niet langer zijn gaan duren. Ja, Balk II en Bruin I zaten vrij lang in de ei-tunnel, maar onze twee records uit de jaren ’70 waren daarmee niet gebroken, en ook in de jaren ’50 heeft men er al eens eerder een gerieflijke vier maanden voor uitgetrokken om tot een vergelijk te komen. Langer duurde het eigenlijk nooit. En ondanks de voorspellingen van voor de verkiezingen lijkt het me sterk als oom Mark en tante Didi er dit keer langer over gaan doen.

Bovendien is een lange formatie op zich geen ramp. De ministeries draaien nog wel even door op oud beleid, en onze politici zijn zoals in de lente weer bleek verantwoordelijk genoeg om niet zonder sluitende begroting een nieuw jaar in te gaan.

Kortzittende kabinetten

Goed, maar zijn onze kabinetten dan niet veel minder stabiel dan vroeger? Ja, kabinetten vallen in Nederland vaker dan dat ze vier jaar blijven zitten. Dat is een feit. Maar is dat een nieuw verschijnsel?

Absoluut niet. Als we de laatste tien jaar van de Nederlandse parlementaire geschiedenis bekijken dan zien we dat de kabinetten vanaf Balk I gemiddeld 742 dagen (twee jaar dus) zaten. Daar zitten dan ook de tussenkabinetten bij. De periode vanaf de tweede wereldoorlog tot en met Paars II haalden de kabinetten een gemiddelde van 869 dagen. Dat is vier maanden langer. Met vijf kabinetten als steekproef is dat op twee jaar zeker geen significant verschil.

Dat onze kabinetten steeds minder stabiel zouden worden is dus gevoeglijke onzin. Ja, we hebben een paar instabiele kabinetten gehad. We herinneren ons twee korte coalities met gloednieuwe Pipo de Clownpartijen en gedoogconstructies. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar dat soort experimenten zijn niet nieuw. We hebben in het verleden ook vijfpartijenkabinetten met aanschuifministers gehad. Het hoort er kennelijk allemaal bij.

Italiaanse toestanden

Dat hele geloof dat onze democratie veel minder stabiel is dan vroeger, is dus op niets gebaseerd. Als we al vinden dat onze democratie onstabiel is, dan is dat altijd al zo geweest. Maar de vergelijking met Italië, dat voor de parlementaire hervormingen gemiddeld één kabinet per jaar versleet, gaat volkomen mank.

Toch kunnen we ons nog de vraag stellen: is het niet erg dat er af en toe een kabinet omlazert hier en daar? Leven we daarmee in een bananenrepubliek?

Ook dat valt niet vol te houden. Zoals iedere Nederlander vind ik dat er van alles mis is in dit land en sta ik te popelen om eigenhandig orde op zaken te stellen. Maar ook moet ik toegeven dat we inderdaad economisch één van de rijkste landen ter wereld zijn, met de gelukkigste burgers met gemiddeld een hoog opleidingsniveau, naar internationale maatstaven een behoorlijk goed sociaal vangnet en zorg, relatief gezien behoorlijk veilig, en met zeer lage cijfers als het gaat om werkloosheid.

In landen met een tweepartijenstelsel is bovendien de opkomst bij de verkiezingen doorgaans lager. En wat is er eigenlijk erg aan de kiezer af en toe aan het woord te laten en een parlement te hebben waarin ook kleinere groeperingen gehoord worden? Niet zoveel, lijkt mij. Tenzij je een hekel hebt aan democratie valt er eigenlijk niets tegenin te brengen.

Lekker doorpolderen

Kortom, laat ons nu maar lekker doorpolderen. We doen het prima. If it ain’t broke, don’t fix it.

Maar… vindt de auteur dan dat er helemaal niets hoeft te veranderen aan ons stelsel? Zeker wel. Daarover volgende week meer. Voor deze week geldt de conclusie dat er met ons meerpartijenstelsel en coalitiesysteem in ieder geval niet zoveel mis is.


Deel dit:

Ontwikkeling of Achteruitgang

Deel dit:

De kritiek van de VVD op de bestedingen van ontwikkelingsgelden is achterhaald. Door te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking zouden wij niet alleen de ontwikkeling van arme landen, maar ook onze eigen economie schade aandoen.

Een veel gehoorde bewering is dat ontwikkelingshulp toch maar zou gaan naar foute regimes en corrupte organisaties. De VVD pleit er in die lijn dan ook voor voortaan enkel te investeren in projecten waarin Nederland specifieke kennis kan leveren. En dan alleen aan een selectie van partnerlanden op basis van effectiviteit van de hulp en wederzijds economisch belang.

Klinkt goed nietwaar? Dit is echter niets nieuws, maar sinds 1998 al staand beleid. Sinds 1998 wordt er juist steeds scherper gekeken naar het effect van ontwikkelingssamenwerking, en naar de landen en organisaties waarmee we in zee gaan. Ontwikkelingshulp van Nederland gaat tegenwoordig nog maar naar 15 geselecteerde landen, en dan voornamelijk rechtstreeks naar lokale bedrijven en naar Nederlandse bedrijven.

Sowieso is het nogal kortzichtig om duizenden organisaties over één kam te scheren en allemaal af te doen als fout en corrupt. Hoewel die organisaties er natuurlijk wel zijn. Maar dan nog, als het ontwikkelingsgeld al zo slecht besteed zou zijn, dan is het passende antwoord erop natuurlijk dat de uitgave ervan beter georganiseerd zou moeten worden, en niet dat het afgeschaft dient te worden.

Efficiënt

Natuurlijk wil de VVD niet graag weggezet worden als asociaal. De VVD stelt daarom dat zij wel degelijk de morele plicht voelt tegenover medemensen die het minder hebben. Maar daarna stelt zij de vraag of we die morele plicht moeten willen afkopen via de overheid. Volgens de VVD zou het antwoord op die vraag NEE zou moeten zijn. Daarom stelt zij ook voor om in plaats van ontwikkelingshulp te geven de belastingaftrek voor liefdadigheid te verhogen.

Het antwoord op die vraag zou echter JA moeten zijn, juist omdat de overheid de kennis en de macht heeft om het kaf van het koren, de goede projecten van de slechte projecten te onderscheiden. Het hele idee om ontwikkelingshulp via de burger in plaats van via de overheid te laten lopen is daarom eerder een pleidooi voor meer verspilling dan een pleidooi voor strategisch handelen. Bovendien kan een kind uitrekenen dat de burger echt geen drie miljard extra aan ontwikkelingsgeld gaat uitgeven omdat de VVD de belastingaftrek iets verhoogt.

Wederzijds belang

Maar we moeten sowieso nodig eens af van het idee dat ontwikkelingssamenwerking alleen maar liefdadigheid zou zijn. Want ontwikkelingssamenwerking is er ook in ons eigenbelang. Nederland leeft van de import en export van goederen en vooral kennis, en daarbij is een stevige internationale positie van levensbelang. Van ontwikkelingshulp profiteren de vestigingen van de BV Nederland in het buitenland niet alleen direct door middel van het binnenhalen van opdrachten, maar ook indirect, doordat ze opdrachten van buitenaf binnenslepen door goodwill en doordat ze geworteld zijn geworden in die landen.

Dit argument mag dan weinig nobel klinken, maar er is natuurlijk niets mis met wederzijds belang. Sterker nog, wanneer beide partijen belang hebben bij interactie, is de kans op machtsmisbruik, afhankelijkheid en verspilling het kleinst, en de kans op succes het grootst. Wanneer het Nederlandse bedrijfsleven verdient aan ontwikkelingsgelden terwijl tegelijkertijd de lokale economie groeit en mensen uit armoede gehaald worden, dan is dat een win-win situatie, waar zowel moreel gezien als zakelijk gezien niets tegenin te brengen is.

Effect

Dan hoor je ook vaak het argument dat ontwikkelingshulp “toch niet zou werken”. Kijk maar naar Afrika, zegt zo iemand dan; tientallen jaren van ontwikkelingshulp en het is nog arm!

Een vreselijk kortzichtig argument. Met een tientje kunnen we het leven van een kind redden. Is dat leven nu waardeloos geworden omdat met dat tientje niet heel Azië veranderd hebben in een gezondheidsparadijs? Met vijfentwintig euro helpen we iemand in een ontwikkelingsland om een rendabel eigen bedrijfje te starten. Is dat bedrijfje nu waardeloos geworden omdat we niet heel Afrika hebben omgetoverd tot een welvaartsstaat?

De VVD stelt dat de grootste vooruitgang in welvaart komt door macro-economische ontwikkelingen en niet door ontwikkelingshulp. Nou en? Dit soort argumenten is hetzelfde als stellen dat de bijstandsuitkering niet helpt omdat er in Nederland nog steeds mensen zijn die niet rond kunnen komen en werk uiteindelijk de beste remedie tegen armoede is. En dat dan als argument opvoeren om de bijstand in zijn geheel maar af te schaffen en de mensen die afhankelijk zijn van zo een uitkering op straat te schoppen.

Realistisch

Goed. Voordat mensen uw dappere blogger Klokwerk hier ervan gaan beschuldigen alle ontwikkelingshulp blind te verdedigen, wil ik benadrukken dat er zeker nog een hele hoop verbeterd kan worden. Ontwikkelingshulp is ondernemen in een omgeving met heel hoge risico’s en barrières. Daarbij is er het gevaar dat onder druk van Haagse criteria te weinig rekening wordt gehouden met lokale factoren. En ook moet het zo zijn dat de Nederlandse bedrijven in het buitenland de lokale ondernemers activeren en ondersteunen, en niet verdringen.

Ontwikkelingssamenwerking is daarmee zeker geen halleluja-verhaal en het is daarom heel belangrijk om kritisch te blijven kijken naar de besteding van ontwikkelingsgeld. Maar voor die discussie is het wel belangrijk dat we een juiste voorstelling van zaken hebben. De VVD placht zichzelf economisch realistisch te noemen. Met enig realisme hebben het standpunt dat dit weekend naar buiten kwam en de onderbouwing daarvan echter helemaal niets te maken. Eerder met blind idealisme; alleen dan niet het idealisme van het nobele soort.

Uiteraard heeft deze opstelling van de VVD dan ook met name te maken met de drang om vooral geen kiezers te verliezen aan de blonde populist op rechts. Laten we maar hopen dat het gewoon een valse truc is om zetels te scoren bij de mensen die nu eenmaal vallen voor de kortzichtige argumenten, terwijl ze erop rekenen dat ze na de verkiezingen door hun eventuele partners ertoe “gedwongen” zullen worden het budget gewoon te handhaven.

Voor de veiligheid echter zou ik als daar kiezer echter niet op rekenen, en maar liever uitwijken naar een partij met een echt eerlijk en strategisch verhaal. Los van dat ik als kiezer zelf niet alleen stem met mijn hersens, maar ook met mijn hart. Maar of die laatste een rol speelt, dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken.


Deel dit:

Bespreking over het ontslagrecht

Deel dit:

ACHTERGROND – In een nieuwe serie behandelt Sargasso enkele thema’s die in het regeerakkoord zouden moeten staan. Redacteur Klokwerk kijkt door het raam mee het torentje in waar Rutte en Samsom net zijn toegekomen aan het bespreken van het heetste hangijzer: het ontslagrecht.

Mark: En nu komen we aan het lastigste punt, Diederik.

Diederik: Mm?

Mark: Het ontslagrecht…

Diederik: Ai.

Mark (stroopt zijn mouwen op).

Diederik: Ik vermoed dat je alweer voor de zoveelste keer voorstelt om het ontslagrecht af te zwakken, Mark…

Mark: Mm-mm…

Diederik: Weer een verlaging van de ontslagvergoeding, weer een verzwakking van de rechtspositie van de werknemer…

Mark: Precies wat ik wilde zeggen Didi.

Diederik: Is het voor jullie dan nooit genoeg? Al jaren gaat het stap voor stap achteruit!

Mark: Totdat het ontslagrecht helemaal verdwenen is, is het nooit genoeg, Diederik.

Diederik: Maar je bent ook met stilstand al aan de winnende hand! Er wordt bijna geen vast contract meer uitgeschreven! Over twintig jaar loopt er in heel Nederland toch al bijna geen werknemer meer rond die aanspraak kan maken op een ontslagbescherming of ontslagvergoeding!

Mark: Geef het maar op Diederik.

Diederik: OK.

Mark: Mm?

Diederik: Ik zeg OK, ik geef het op. Als er binnenkort toch geen ontslagbescherming meer bestaat in ons land, dan zetten we er meteen een vette streep doorheen. Hele ontslagbescherming afschaffen zeg ik.

Mark: Wat???

Diederik: Maar onder één voorwaarde.

Mark: En dat is?

Diederik: Simpel. De WW gaat het eerste half jaar naar honderd procent en wordt voor niemand korter dan twee jaar. Bovendien heeft iedereen die zijn baan verliest recht op een maand gratis aanvullend onderwijs.

Mark: Wow wow wow! Jij wilde Sinterklaas gaan spelen?

Diederik: Niet ik, die werkgevers die zo profiteren van het verdwijnen van het ontslagrecht moeten dat dan maar betalen. Die betalen in de ruil voor die streep die we zetten maar een premie die afhangt van het aantal individuen dat per vijf jaar in de onderneming is werkzaam geweest. Zo belast je werknemers die het kortst mensen in dienst hebben het meest zwaar. Da’s eerlijk, nietwaar?

Mark: Heftig…

Diederik: Akkoord of niet?

Mark: Eh…

Diederik: Bedenk wel dat als je het niet doet we nog twintig jaar deze discussie voeren hè. En twintig jaar die vakbonden over de vloer…

Mark: OK, OK…

Diederik: Terwijl zonder ontslagbescherming geen vakbond meer zal overblijven. Waarom dacht je anders dat die lui nog leden kregen?

Mark: OK, OK, ik heb hem.

Diederik: Hahahahahahaha, je trapte erin!

Mark: Wat?

Diederik: Whahahahahaha, je geloofde me echt hè?

Mark: Oh, hahahahahaha, ja!

Diederik: Domoor! Wat zou ik met zoiets tegen al die vakbondslui moeten zeggen? Jullie kunnen naar huis?

Mark: Hahahaha, ja.

Diederik: En wat zou jij tegen de werkgevers moeten zeggen? Jullie hoeven niet meer op me te stemmen, want het doel is bereikt?

Mark: Hahaha, nee, dat gaat niet.

Diederik: En waar zouden wij het de komende jaren nog de actualiteitenprogramma’s mee moeten vullen? Met discussies over de Hedwigepolder soms?

Mark: Hahaha, hou op! Je hebt gelijk. Als we dit soort briljante plannen gaan verzinnen zijn wij zelf binnenkort de werklozen!

Diederik: Precies. En daarom stel ik inzake dit dossier iets anders voor.

Mark: Vertel. En nu serieus he?

Diederik: We verkorten het ontslagrecht zo, dat zowel werknemers als werkgevers net ontevreden zijn…

Mark: Ga door.

Diederik: … en dan laten we de werkgever precies zoals jij in de lente al bedacht had ook nog eens het eerste deel van de WW betalen, zodat de vakbonden extra veel werk hebben om dat los te peuteren.

Mark: Heel goed. Heel goed.

Diederik: Maar daar laten we het niet bij. Om het nog ingewikkelder te maken, gaan we werkgever en werknemer ook nog dwingen om samen een werk-naar-werk plan te produceren voor het ladekastje.

Mark: Hahaha, boef! Maar… daar kan ik dan nog wel overheen! Laten we aan dat werk-naar-werkplan dan ook gelijk allerlei rare kortingen en boetes hangen als een van beide partijen zich daar niet aan houdt.

Diederik: Briljant.

Mark: Zeker. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we de arbeidsmarkt helder, transparant en flexibel gaan maken.

Diederik: Precies, want zodra we dat doen, is er voor vakbondsmensen en juristen niets meer te doen.

Mark: En evenzo voor politici, Didi.

Diederik: En evenzo voor politici, Mark.

Mark: Borreltje?

Diederik: Ja doe maar. We moeten hier immers nog drie dagen blijven zitten voordat we de mensen vertellen dat we na lang onderhandelen dit plan-op-hoofdlijnen hebben vastgesteld.

Mark: Zeker. Als we op dit dossier na vijf minuten naar buiten komen snapt iedereen dat we de zaak belazeren.


Deel dit:

Eurokritisch of Euro-apathisch?

Deel dit:

Wat wil de SP nu eigenlijk veranderen aan Europa? Uiteindelijk helaas maar heel weinig.

De SP heeft haar mond vol over dit neoliberale en ondemocratische Europa, en eist “een ander Europa “. Maar veel alternatieven biedt zij niet.

Economie

Stop het neoliberale Europa, zegt de SP: we willen een sociaal Europa! En dat klinkt goed. Het huidige Europa bestaat uit landen die elkaar zure leningen toeschuiven met het vriendelijke doch dringende verzoek “de economie kapot te bezuinigen “. Een mentaliteit die de financiële markten de stuipen op het lijf jaagt overigens.

Als er één partij is die recht van spreken heeft hierin dan is dat de SP, nietwaar? De partij waarschuwde immers in de jaren 90 al tegen een al te vrije markt. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma dan ook voor een plan waarbij Noord-Europa de economie gaat stimuleren en de werkloosheid aan gaat pakken. Mooi gezegd, maar het rijmt niet met de veel krachtiger geuite wens voor minder afdrachten naar Brussel. En toen er daadwerkelijk een noodfonds werd voorgesteld stemde de SP dan ook tegen. Tot zover de solidariteit en het maken van een vuist tegen de macht van financiële markten. Want een noodfonds heet tegenwoordig aantasting van onze “soevereiniteit “.

Democratie

Soevereiniteit. Plotseling blijkt zo een onmogelijk woord dan populair te worden. De EU: alles prima, maar kom niet aan onze soevereiniteit! Ook de SP vindt dat.

Maar helaas, dat behoud van soevereiniteit betekent in praktijk één ding: namelijk dat de regeringsleiders het in de EU voor het zeggen blijven hebben. En dat betekent een zwak Europa, dat vanuit de achterkamertjes geregeerd wordt door een stroperig circus waarin Duitsland en Frankrijk in praktijk uiteindelijk de dienst uit blijven maken.

Goed, de SP stelt voor dat die regeringsleiders gecontroleerd gaan worden door de nationale parlementen. Maar dat is nu juist in iedere lidstaat al lang het geval. Waar het mis gaat, is dat de nationale parlementen wel invloed hebben op de inzet tijdens onderhandelingen, maar niet op het resultaat. Dan kan je er wel een nationaal referendum tegenaan gooien zoals de SP wil, meer zeggenschap over de koers van Europa gaat dat de Nederlandse burger echt niet geven.

Daarnaast wil de SP “de lobbyisten naar huis sturen “. Hoe dan? Door het ze lief te vragen zeker? De democratiseringsvoorstellen van de SP klinken kortom stoer, maar als het puntje bij paaltje komt wil de partij aan de zeggenschapsstructuur van de EU uiteindelijk niets veranderen.

Een sociaal Europa

Verder wil de SP een sociaal Europa. Maar hoe ziet dat er dan uit? Door de invoering van een Europees minimumloon, en de bepaling dat lokale CAO’s leidend behoren te zijn. OK. Maar hoe rijmt dat zich dan weer met de eis van minder bemoeienis uit Brussel? De EU mag zich van de SP toch helemaal niet bemoeien met sociale zekerheid?

En ook niet met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, en openbaar vervoer. Alsof de lokale overheden het op die gebieden altijd zo goed doen! Juist op die terreinen zou Europa toch een stuk socialer mogen, toch? Je zou zeggen dat een socialer Europa een Europa mag zijn dat op zijn minst van zijn lidstaten een normaal sociaal vangnet eist.

De grote veranderingen die de SP voorstelt inzake de EU bestaan echter met name uit het verlagen van de afdracht aan de Europese Unie en daarmee het beperken van Europese subsidies. Kortom, de SP wil helemaal geen sociaal Europa. De SP wil alleen maar minder Europa.

Is dat erg? Ja. Want wat we collectief vergeten lijken te zijn, is dat Europa een paar decennia geleden nog bestond uit communistische dictaturen in het oosten en fascistische dictaturen in het zuiden. We zijn vergeten dat de eisen die de EU stelt aan mensenrechten, aan democratie en aan de rechtsstaat essentieel zijn geweest voor het verspreiden van die waarden op ons continent, en dat nog steeds zijn.

Europa wordt verkocht als “een garantie tegen oorlog “. Maar de EU gaat gelukkig wel een paar stappen verder dan alleen maar het garanderen van de vrede. Of je nu homo bent in Litouwen, Roma in Frankrijk, of asielzoeker in Nederland: je hoop op gelijke behandeling en gerechtigheid ligt in Brussel. Zo een SP-er die in eigen land met een demonstratiebordje voor zijn kop staat is lief, maar daar heb je in praktijk toch niet veel aan.

Het is daarom zo ergerlijk dat een partij die zich socialistisch noemt bij de standpunten op haar site vergeet om ook maar iets te zeggen over de EU en sociale rechten. Alsof het ze niets kan schelen. Zeker, in het concept-verkiezingsprogramma wordt wel braaf in één punt gerefereerd naar de mensenrechten, maar dit punt steekt in het geheel akelig schraal af tegen het krachtige pleidooi voor minder bemoeienis van Brussel.

De SP vergeet dat sociale rechten niet vanzelf lokaal zijn ontstaan, maar vanuit parlementen afgedwongen zijn door socialistische, sociaal democratische en sociaal liberale partijen. Ze begrijpt niet dat een werkelijk sociaal en evenwichtig Europa alleen maar kan ontstaan door gelijkheid in sociale wetgeving, en niet ontstaat door mensen te verbieden over de grens te komen werken.

Euro-apathisch

Het nieuwe partijkantoor van de SP heeft de naam “de moed ” gekregen. Moed is echter iets anders dan het nabouwen van het publiek in zijn euro-scepticisme. Het zou een socialistische of sociale partij als de SP passen de moed te hebben om te pleiten voor een écht sociaal Europa. Te pleiten voor een Europa dat zijn handen ineen slaat. Een democratisch Europa dat zich juist wel bemoeit met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, sociale zekerheid en openbaar vervoer. Maar dan op een sociale manier. Een Europa dat een goede basis voor de sociale zekerheid legt en daarmee stabiliteit brengt en de financiële markten in hun hok duwt.

Helaas, eurokritisch blijkt in de praktijk nogal euro-apathisch te zijn. De EU blijft ook als het aan de SP ligt rustig op dezelfde voet doormodderen in zijn eigen (on)democratische en economische crisis. Terwijl Brussel verder gaat in zijn achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk gaat de geldkraan dicht, en gaat ieder land verder met zijn eigen versie van de afbraak van de sociale zekerheid, voor zover die al bestond.

En dat terwijl we land voor land door de financiële markten tegen elkaar kapot gespeculeerd worden. Machteloos, omdat de socialisten zijn vergeten wat de macht van solidariteit is.


Deel dit:

De waarde van het referendum

Deel dit:

OPINIE – De meest voorkomende klachten van burgers over Den Haag kunnen weggenomen worden door het instellen van een bindend referendum. Dit referendum moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen.

Vorige keer heb ik betoogd dat ons meerpartijen- en coalitiestelsel zo slecht nog niet is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ons stelsel tegenwoordig slechter functioneert dan vroeger, en de invoering van districtenstelsels of kiesdrempels om het aantal partijen terug te dringen en coalitievorming te vergemakkelijken is dus een volkomen onnodige beperking van de democratie.

Ook met ons vertrouwen in de politiek en politici zit het wel goed. Zowel de vergelijking met vroeger tijden als met het buitenland laat een positieve bevolking zien die relatief veel vertrouwen heeft in de politiek en politici. Alweer een reden om vooral niets te veranderen aan ons coalitiesysteem.

Maar dat het goed gaat betekent niet dat het niet beter zou kunnen. Want helemaal klachtenvrij zijn we nu ook weer niet. Veel gehoord is de klacht dat we onze politici kiezen en vervolgens vier jaar als kiezer genegeerd worden.

Of die klacht gegrond is zal ik in het midden laten. Het belangrijkste is dat die er is. En dat ie door ons systeem wordt gevoed.

Ons systeem zit namelijk vol met inspraakrondes, maar wat er met die inspraak gedaan wordt is uiterst vaag en vrijblijvend. De paar referenda die we hier daarnaast gehad hebben, werden over het algemeen vergeten op de dag nadat we ze gehouden hebben.

Middelvinger

Het is niet gek dat deze vrijblijvendheid ervaren wordt als een middelvinger naar de burger, en dan met name natuurlijk door de burgers die het met het uiteindelijke besluit niet eens zijn. Zij kunnen altijd beweren dat de meerderheid het vast wel met hun eens zou zijn, als ze maar gehoord zou worden.

Daarbij kiezen mensen op een partij met een pakket, en in dat pakket zijn altijd wel een paar standpunten waar ze het niet mee eens zijn. De kans is er zo dat er op die manier wel een Kamermeerderheid te vinden is voor een minderheidsstandpunt. En daarnaast is er nog het verschijnsel van ons coalitiesysteem dat partijen er allerlei minderheidsstandpunten doordrukken in ruil voor hun deelname.

Referendum

Eigenlijk zijn al deze nadelen van ons systeem weg te nemen door het instellen van een bindend referendum. Het maakt de inspraak helder, en het geeft het volk de mogelijkheid de kamer terug te roepen als er een minderheidsstandpunt wordt doorgedrukt.

Het referendum heeft daarnaast nog twee grote voordelen die doorgaans niet genoemd worden.

Ten eerste wordt met een referendum het inhoudelijke debat aangejaagd. Mensen krijgen een oproep om over één bepaald onderwerp te kiezen en gaan op zoek naar informatie over dat ene onderwerp. Debatten gaan over de inhoud en niet over de personen. De kennis over een onderwerp wordt sterk vergroot, onder burgers maar ook onder politici. Misschien heeft dat zelfs wel invloed op de kwaliteit van de besluitvorming.

Ten tweede maakt de mogelijkheid voor burgers om een referendum te eisen allerlei verplichte (en tijd en geldverslindende) inspraakrondes overbodig.

De methode

Maar dat betekent niet dat het volk zomaar in de wilde weg over alles moet gaan stemmen, of dat het wenselijk is dat de politiek continu bij de burger op de stoep staat om toestemming te vragen. Een goede referendumregeling moet aanvullend zijn, en mijns inziens daarom aan vier strenge eisen voldoen.

Ten eerste zou het referendum altijd over één afgebakend onderwerp moeten gaan. Geen stemrondes over hele boekwerken zoals over de Europese grondwet, want dan zitten we met het probleem dat als er nee gezegd wordt niemand weet tegen welk onderdeel nu precies nee wordt gezegd. Staat er in een verdrag een discutabel punt, dan kan men daarover een referendum organiseren, maar niet over het hele pakket.

Ten tweede mag een referendum niet botsen met hogere wetgeving. Wanneer toch tot zo een referendum wordt opgeroepen dan moet er maar een referendum komen over die hogere wetgeving. Dat verheldert de discussie en houdt de wetboeken zuiver.

Ten derde zou een referendum alleen gehouden moeten worden als een x deel van de bevolking daartoe oproept. Het is niet de bedoeling om voor de vorm referenda te houden of de burgers lastig te vallen met ieder wissewasje. Wanneer echter vijf procent van de mensen zegt mee te willen beslissen, dan weten we zeker dat de burger ook meebeslissen wíl.

Ten vierde moet een referendum als aan de vorige voorwaarde is voldaan altijd bindend zijn, ongeacht de uiteindelijke opkomst. Wanneer erg weinig mensen op komen dagen omdat ze het punt te onbelangrijk vinden, dan beslissen de mensen die het wél belangrijk vinden.

Onder die vier voorwaarden zou een referendum mijns inziens een zeer waardevolle aanvulling kunnen vormen op ons democratische systeem. Wanneer daar niet aan wordt voldaan kunnen we het echter beter in de kast laten.

Edit: Naar aanleiding van de discussie op Sargasso.nl na plaatsing van dit artikel zou ik een vijfde voorwaarde willen toevoegen: geen ongedekte voorstellen.

Bezwaren

Er worden vaak inhoudelijke bezwaren tegen een referendum ingebracht.

Het belangrijkste bezwaar is dat het volk het aan kennis en inzicht zou ontbreken om overal maar over mee te beslissen.

Eigenlijk is dat een heel raar argument, want als dat op zou gaan voor een simpele ja/nee vraag zoals in een referendum beantwoord dient te worden, waarom zou dat dan niet opgaan voor de gewone verkiezingen? Waarom zou het makkelijker zijn te stemmen over een stuk of twintig verkiezingsprogramma’s en een lijst van meer dan driehonderd mensen dan over één issue? Dit argument is kortom geen argument tegen een referendum maar eerder een argument tegen het hele begrip democratie. En tegen democratie valt veel in te brengen, ik houd er toch maar aan vast als minst slechte aller systemen, puur en alleen al omdat het politici dwingt om draagvlak te blijven zoeken. En dan is het referendum een voor de kiezer beter behapbare vorm dan indirecte democratie.

Los daarvan wordt het argument dat het volk te dom zou zijn voor een referendum ook weersproken door de praktijk van referendumland Zwitserland (interessant artikel-alert). Dit land houdt al meer dan honderd jaar verstrekkende referenda, de meesten bindend van karakter, en het land is ondanks wat je ervan kan vinden alles behalve een bananenrepubliek. Integendeel, het is één van de meest welvarende landen ter wereld, en fundamentele rechten zijn er over het algemeen goed geborgd.

Dan is er het bezwaar dat je vaak hoort, dat we nu eenmaal politici hebben om onze beslissingen te nemen, en dat we met het referendum een dubbel systeem creëren.

Maar ook dat is een raar argument. We hebben politici immers aangesteld omdat we zelf geen tijd hebben ons de hele dag in dossiers te verdiepen. Maar dat ontneemt ons toch niet het recht die mensen te corrigeren? Als ik een accountant aanstel voor mijn administratie wil ik best naar de man luisteren wanneer hij met voorstellen komt, maar als ik het niet met hem eens ben beslis ik uiteindelijk toch zelf. Daarmee maak ik mijn accountant en zijn kennis echter nog niet overbodig. Die man hoort alleen zijn plaats te kennen. En zo zit dat ook met gekozen politici.

Situatie

De discussie over referenda is al heel oud in Nederland. Eigenlijk kunnen we zeggen dat dit het troetelkind is geweest van iedere beweging van politieke vernieuwers en kwade burgers. D66, Leefbaar Nederland, Fortuijn, Verdonk, Wilders en de SP: allemaal referendumpartijen. Aan de andere kant zijn de traditionele machtspartijen juist geneigd om referenda tegen te houden. De PvdA is nog het meest geneigd mee te gaan, maar staat duidelijk niet te springen. Het CDA is pertinent tegen. En de VVD heeft altijd wel een senator achter de hand om als het puntje bij paaltje komt het referendumfeest tegen te houden.

Het is duidelijk: politici geven hun macht niet graag af. Hoe dichter partijen bij het pluche komen en hoe meer ze hun zin krijgen, hoe minder je ze doorgaans over referenda hoort. En dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom het bindend referendum er nog steeds niet is.

Mij lijkt het echter dat het eindelijk eens tijd wordt serieus werk te maken van het referendum, als we tenminste serieus willen zijn met het begrip democratie. Zo niet, dan moeten we ook niet gaan miepen over de kloof tussen de burger en Den Haag. Want die houden we dan zelf in stand.


Deel dit:

Eurotop of Euroflop

Deel dit:

Inzet

Er moet wat veranderen in de EU willen we niet langzaam verder wegzakken in een crisis. Dit zien de deelnemers aan de Eurotop ook wel in. De inzet van van Rompuy voor de eurotop dit weekend is samen te vatten in een aantal punten:

1. een bankgarantie voor alle banken in de EU
2. een strenger toezicht van de EU op de banken
3. een europees ministerie van financiën
4. meer begrotingstoezicht op lidstaten
5. introductie van euro-obligaties

Bezwaar

Waarschijnlijk zullen al deze punten aangenomen moeten worden om nog iets te kunnen redden van de euro. Toch ligt naast Duitsland en Finland met name ons land dwars. De Nederlandse burger is duidelijk nog niet klaar voor het inleveren van soevereiniteit.

De gevolgen van de eurocrisis zijn dan ook op dit moment nog niet zo sterk merkbaar als in Zuid-Europa. Er mist hier kortom een gevoel van urgentie.

Nu is dat als we op onze handen blijven zitten volgens mij slechts een kwestie van tijd. Wanneer de crisis omslaat en de hele euro naar de gallemiezen gaat, duurt het waarschijnlijk niet lang voordat we hier ook last hebben van Spaanse werkloosheid en daarmee vanzelf op den duur een Grieks begrotingstekort. En wanneer er in Zuid Europa banken beginnen om te vallen is het een kwestie van tijd voordat de banken in het noorden daar ook serieus last van gaan krijgen. En alle rancune tegen banken ten spijt: we zijn er wel afhankelijk van. Een gezamenlijk plan trekken is dus geen liefdadigheid naar Zuid Europa zoals nogal eens gesuggereerd wordt, het is keihard eigenbelang.

Toch valt er aan de andere kant heel wat voor de bezwaren van het Nederlandse volk te zeggen. Meer macht naar de EU betekent niet alleen overdracht van soevereiniteit, het betekent óók dat het we voortaan geregeerd worden door het incompetent stelletje regeringsleiders dat tot nu toe slechts in staat bleek om besluiten te nemen die zowel door de kiezers als door de financiële markten eigenlijk niet gepikt werden.

Gemis

Wat ik zelf daarom zo verbijsterend vindt: In het voorstel van van Rompuy mist feitelijk iedere suggestie over hoe de zeggenschap in de EU beter geregeld dient te worden. Ja, er wordt wat vaag gezwamd over dat er meer samenwerking moet komen tussen de nationale parlementen en het Europarlement. Maar hoe één en ander vormgegeven moet worden weet niemand.

Waarom gaat de discussie dáár niet over? Ons nationale parlement loopt achter de feiten aan. Ze discussieert alsof er slechts keuze is tussen óf het inleveren van soevereiniteit, óf het uiteenvallen van de munt-unie.

Zeggenschap terugeisen

Er is een derde weg. Wie iets inlevert, kan iets terugeisen. En in dit geval moet dat zijn: meer controle van de burger over de EU. Mij lijkt het logisch dat wanneer wij als burgers van de hele EU door de situatie gedwongen worden om onze nationale soevereiniteit op te geven, we in ruil daarvoor keiharde garanties krijgen voor een democratischer Europa. Als Brussel het te zeggen krijgt over onze begrotingen, over onze banken en over onze staatsleningen, dan willen wij Brussel ook direct kunnen beïnvloeden.

Ten eerste door het Europees parlement, het enige direct gekozen orgaan in Europa, de macht te geven om het beleid te bepalen in plaats van de regeringsleiders in hun achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk. Ten tweede door de burgers van de EU de macht te geven het beleid van het Europees Parlement direct bij te stellen door op te roepen tot een referendum.

En wanneer dat al niet bereikt kan worden kunnen we grijpen naar creatievere middelen. Dan kunnen we kiezen dat de nationale parlementen via een weging per stem direct mogen meebeslissen over de toekomst van Europa. Dat is al een stuk beter dan een plat JA of NEE per nationaal parlement, waardoor de grote landen in praktijk een veto houden.

Rutte

In plaats van met dit soort punten gaat onze president Mark Rutte echter de vergadering in met de inzet dat we gewoon verder door blijven modderen… en de wens dat de vergadering vooral niet te lang mag duren. Hetgeen ongelofelijk is. Terwijl in Zuid Europa de werkloosheid alle grafieken uitschiet en de vastgoedmarkt compleet stil ligt is ook in ons land de werkloosheid verdubbeld en kunnen mensen hun huis al niet kwijt, maar onze premier blokkeert als het verwende dwarse jochie van Europa de besluitneming en hoopt op zaterdag te kunnen gaan vissen.

Er moet gewerkt worden, Mark. En er moet worden gedacht aan de kiezer, maar dan niet alleen met het oog op 12 september. De noodzaak de discussie op een hoger én democratisch niveau te tillen is levensgroot. Democratie is niet alleen hoog nodig om de burger te lijmen, maar ook de financiële markten. In een eerder stuk bepleitte ik al dat het gebrek aan stabiliteit van de euro met name komt door een totaal gebrek aan draagvlak van de politieke besluiten die worden genomen.

De crisis is een vertrouwenscrisis. Politici die geen compromissen durven te sluiten omdat ze de kans lopen door een woedende meute thuis weggestemd te worden leveren weinig vertrouwen. En financiële markten reageren daarop. In herhaling wil ik dus stellen: er is geen uitweg uit deze eurocrisis zonder democratie. Tenzij we na deze exercitie de regeringsleiders definitief naar huis willen sturen en vervangen door een gezellige Europese dictator. Dat kan natuurlijk ook.


Deel dit:

Sociaal liberale oppositiepartijen moeten gaan samenwerken

Deel dit:

OPINIE – D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk waarom, hoe en waartoe. In dit stuk een analyse van de oppositie en een oproep.

Het kabinet van Rutte en Samsom komt eraan en het regeerakkoord is al tot uitentreuren besproken, dus wordt het tijd de schijnwerper te richten op de oppositie. Die bestaat dit keer uit een bonte verzameling van partijen die allemaal hun best gaan doen zoveel mogelijk aandacht te trekken. Probeer daartussen nog maar eens op te vallen.

Duidelijke partijen

Sommige partijen hebben het daarin makkelijk. Roemer hoeft alleen maar van alles te zeggen dat hij het niet sociaal genoeg vindt. Wilders op zijn beurt zal bij alles brullen dat dit kabinet ons overlevert aan de buitenlanders, de Islam en Europa. En beide kunnen zeggen dat dit kabinet veel teveel bezuinigt, want om begrotingstekorten maalt hun achterban toch niet. Simpel dus. Ik wens ze succes met hun riedel. We zullen ze nog vaak horen.

De kleine christelijke partijen zullen het ook niet moeilijk hebben. Ze hoeven alleen maar een heftig gepiep te laten horen als het gaat over zaken als abortus, euthanasie, drugsliberalisatie, de zondagssluiting, de weigerambtenaar etcetera. Deze mensen willen namelijk niets liever dan dat de andersdenkenden door de overheid gedwongen worden zich net zo te gedragen als brave Christenen.

Het christelijke midden

Het CDA kan en zal met dat laatste natuurlijk van harte meedoen. Helaas voor hen weten ze echter dat ze het daarmee niet gaan redden. De meeste Nederlanders zijn wel gesteld op keuzevrijheid. En door de decennia heen zien we dat de steun voor de christelijke politiek langzaam maar zeker afbrokkelt. Het CDA zat echter altijd in een extra bevoorrechte positie omdat links en rechts in Nederland liever niet samenwerken. Maar nu de partij de zoveelste electorale klap heeft gekregen en het de twee uitersten zomaar voor de derde keer lukt een kabinet te formeren, lijkt haar rol eindelijk echt uitgespeeld.

Het sociaal liberale midden

En dan hebben we nog D66 en GroenLinks. Deze twee gaan het de komende jaren heel lastig krijgen. Immers, de gemiddelde kiezer gelooft dat wanneer je de PvdA en de VVD op elkaar perst, je vanzelf D66 krijgt. En ook Pechtold wist op die vraag van Pauw en Witteman op vrijdag 2 november niet veel te verzinnen dan wat onduidelijk gestamel over de nieuwe zorgpremie en marktwerking. GroenLinks op haar beurt was toch al bijna verdwenen en komt in haar reactie op het akkoord niet veel verder dan de kritiek dat de plannen van het kabinet “vaag” zijn.

En dat terwijl deze twee partijen een veel radicalere hervormingsagenda voorstaan dan het nieuwe kabinet. Helaas zullen ze het verdomd lastig krijgen om deze agenda onder het PvdA/VVD-geweld voor het voetlicht te brengen, en nog wel te midden van een oppositie die eruit ziet als een confettibom, met veel duidelijk uitgesproken partijen die maar wat graag naar de microfoon grijpen.

Te meer omdat blijkt dat de Partij van de Dieren eigenlijk brutaalweg het verkiezingsprogramma van GroenLinks voor 99% heeft overgeschreven, en dus op precies datzelfde bord schaakt. Eigenlijk is de conclusie dat deze drie partijen elkaar (toegegeven, vaak geholpen door geklungel van eigen politici) vakkundig klein aan het houden zijn.

Samenwerken

De sociaal liberale hervormingsagenda die D66, GroenLinks, en de Partij voor de Dieren voeren verdient in mijn ogen beter dan een drietal partijen die wat in de marge lopen te klungelen en elkaar vliegen afvangen. Het is daarbij in hun eigen politieke belang dat deze drie partijen de komende periode hecht gaan samenwerken.

Daarom bij deze de oproep.

D66, GroenLinks en Partij van de Dieren: ga NU met zijn drieën om tafel zitten en stel een gezamenlijke agenda op voor de komende periode.

Hoe deze samenwerking eruit zou kunnen zien en wat de speerpunten zouden moeten zijn, daar wil ik jullie wel bij helpen. Klokwerk laat jullie niet in de steek. In een volgend stuk gaan we daarom verder.


Deel dit:

Nederland versus Japan

Deel dit:

De mentaliteit tussen Nederlanders en Japanners is in veel opzichten totaal tegengesteld. Maar uit die tegenstelling komen soms opmerkelijke overeenkomsten voort. En wellicht kunnen we nog wat van elkaar leren.

Wie door Japan reist ziet een land dat niet alleen bol staat van de cultuur en de tradities, maar ook een land dat op technologisch gebied Europa in veel opzichten ver vooruit is. En tegelijkertijd is alles in Japan bijna angstwekkend efficiënt geregeld. Geen trein rijdt te laat, er ligt geen vuiltje op straat, en wanneer ergens op gewacht moet worden, wacht iedereen keurig op zijn plaats in de rij op zijn beurt.

Verschillen

Grof gezegd komt het verschil in mentaliteit tussen Japanners en Nederlanders op het volgende neer:

In het westen zijn de belangrijkste moderne waarden assertief zijn en voor jezelf opkomen. Het goede van deze mentaliteit is dat in onze moderne maatschappij werkgevers, overheden en echtgenoten die respectievelijk graag hun werknemers, burgers en vrouwen mishandelen op hun tellen moeten passen.

Dit resulteert in een maatschappij met democratie en emancipatie als kernwaarden, en economisch gezien een nadruk op initiatief en creativiteit op de werkvloer. Deze mentaliteit maakt westerse samenlevingen zo sterk als ze zijn. De Nederlandse samenleving is het prototype van zo een westerse samenleving.Prachtig nietwaar? Er is echter ook een keerzijde. Assertief gedrag kan behoorlijk grof, ondiplomatiek en zelfs agressief zijn. Onafhankelijk gedrag kan makkelijk egocentrisch of zelfs egoïstisch worden. En klagen kan nuttig zijn, maar ook gewoon een uiting van nutteloos verwend gedrag.

Herkent u deze keerzijde? Dan heeft u de sleutel tot het begrijpen van de Japanse mentaliteit in handen, want dit is precies zoals een Japanner het zou zien. De Japanner ziet agressie, egoïsme en klagen als kinderlijke uitingen van zwakte. Vergeleken met een Japanner is iemand van een westerse samenleving een overhitte egocentrische huilert die excelleert in onaangepast gedrag; een mensen dat zich als een klein kind gedraagt.

Overeenkomsten

Van alle Europese volken was Nederland 250 jaar lang het enige volk waarmee Japanners handel dreven. Moet er dan niet toch iets overeenkomstig zijn in de volksaard? Ik besprak het een keer met een Japanse vriendin. Wat we misschien gemeen hebben, opperde ik, is dat Nederlanders en Japanners beide van nature een tolerant volk zijn. Het was me al opgevallen dat Japanners erg geneigd zijn zich aan te passen aan hun gasten. Japanners onderling schudden bijvoorbeeld geen handen; zij buigen naar elkaar. Maar een westerling krijgt van iedere Japanner keurig een hand.

Op deze suggestie kreeg ik een goedkeurende knik. Ja, kreeg ik als antoord, wij Japanners zijn tolerant uit trots.

Trots? Wat heeft tolerantie met trots te maken? Voor een Japanner alles, werd me uitgelegd. Door tolerant te zijn, laat je zien dat je boven iemands gedrag staat.

Een mooie gedachte, maar totaal tegengesteld aan het idee achter de Hollandse tolerantie. Hollandse tolerantie is immers eerder ontstaan uit het besef dat getwist maar slecht is voor de handel, en dat het daarom maar beter is de strijdbijl te begraven. Pure pragmatiek en winstbejag dus.

Zijn wij dan pragmatisch, en is de Japanner dan alleen maar traditioneel? Nee. Want aan de andere kant snapt mijn Japanse vriendin weer absoluut niet waarom Nederlanders klagen over het weer. Je kan er toch niets aan veranderen? Door te klagen over iets wat je niet kan veranderen onderstreep je je eigen zwakte, vindt zij. Je steekt je energie in iets waar je niets voor terug krijgt.

Soms is de Japanner meer pragmatisch dan de Hollander.

Trots

In de Japanse cultuur zijn gastvrijheid, gehoorzaamheid en tolerantie geen tekenen van zwakte, maar de manieren om macht en trots te tonen. En ook deze mentaliteit heeft zo zijn voordelen. Wie in Japan komt zal verbaasd staan over de grondigheid waarmee alles in Japan is geregeld. Japan is moderner, schoner, en beter geordend dan Zwitserland. Alles in Japan loopt stipt op tijd, met een angstwekkende precisie. De Japanner komt dan ook bij iedere afspraak altijd te vroeg.

Het probleem dat Nederlanders hebben met deze op zich zeer mooie eigenschappen als tolerantie en gehoorzaamheid, is dat hij deze dingen eigenlijk tegen wil en dank toepast, omdat hij voelt dat het botst met zijn trots.

Leren

Persoonlijk denk ik dat de Japanner nog heel veel van de Nederlander kan leren, en andersom. Wat wij hebben te brengen is een constructief-kritische houding en het stimuleren van initiatief. Wat we van de Japanner kunnen leren is trots te zijn op het rekening houden met anderen, het opbrengen van berusting bij zaken die nu eenmaal niet te veranderen zijn, en de coöperatieve instelling wanneer er gezamenlijk wat te bereiken is. En misschien de kracht trots te zijn op onze tolerantie en zaken als openheid en gastvrijheid.

Tot slot: natuurlijk zijn dit allemaal slechts gemeenplaatsen. De gemiddelde Japanner bestaat net zo min als de gemiddelde Nederlander, en de overeenkomsten zijn groter dan de verschillen, omdat we allemaal mensen zijn. Een heel groot deel van de Nederlanders is meer dociel dan de gemiddelde Japanner en zo zijn er uiteraard ook veel Japanners die een stuk brutaler zijn dan de gemiddelde Nederlander. Maar het verschil in de mentaliteit is toch duidelijk merkbaar wanneer men in Japan te gast is.


Deel dit:

Wat gaat er mis met GL, D66 en de PvdD

Deel dit:

OPINIE – De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit stuk een analyse van de koers van de drie partijen tot nu toe.

Tsja, zo’n oproep voor drie partijen om samen te gaan werken roept veel op! Lenen de programma’s van GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren zich wel zo goed voor samenwerking? Wat zou zo’n strategie moeten inhouden? En is het wel zo verstandig?

Komen we nog op. Eerst even een samenvatting van de problemen van dit drietal partijen tot nu toe.

Partij voor de Dieren

De Partij voor de Dieren wordt door veel mensen niet serieus genomen. Veel van de kiezers die redelijk positief staan tegenover hun standpunten vinden hun dierengeknuffel nogal overdreven.

Maar met twee en potentieel drie zetels roeptoeteren ze al een tijdje stabiel mee. De partij van Marianne claimt daarbij dat ze erin geslaagd is om de Nederlandse politieke partijen diervriendelijker te maken, en dat lijkt wel te kloppen.

Maar er is ook een negatief effect. De partij is er net zo goed in geslaagd om de groenste partij, GroenLinks, wiens partijprogramma ze voor 99% overgeschreven lijkt te hebben, te verkleinen, terwijl de Dierenpartij zelf waarschijnlijk nooit zal regeren.

GroenLinks

GroenLinks dan. Deze partij heeft van heel wat meer dingen last dan alleen de Partij voor de Dieren. Met name van het talent zichzelf klein te houden. De afgelopen tijd hebben de GroenLinksers het helemaal bont gemaakt. Incompetente politici en bestuurders speelden rare machtsspelletjes onderling, terwijl ze politiek maakten met fatale compromissen en onzinnige standpunten, zoals en met name een bij voorbaat mislukte Kunduzmissie en het betuttelende verzinseltje om gratis glaasjes water verplicht te stellen in de horeca. Als je zo je politiek bedrijft, ga je terecht naar vier zetels.

Toch zal dit laagterecord tijdelijk zijn. GroenLinks is een partij met een behoorlijke basis, en die is echt niet zomaar weg.

Maar het probleem is groter. GroenLinks blijft voor veel mensen het imago houden van het naïeve hippiepartijtje. Ook legt GroenLinks het graag aan met de PvdA, terwijl de PvdA er met de SP juist een hobby van maakt om de groene partij als het even zo uitkomt uit te maken voor “asociaal”. Omdat GroenLinks het waagt om sociale hervormingen voor te staan.

Kijk, op die manier blijven mensen GroenLinks zien als het gekke kleine zusje van de PvdA, dat alleen mee mag spelen bij gratie van die partij. Meer dan een exotische bijschotel van de sociaaldemocraten zal GroenLinks op die manier niet worden.

Maar kiest GroenLinks niet voor de PvdA dan wordt het nog erger. Dan zien mensen GroenLinks als “verraders van links” die graag in de ruil voor macht zaken doen met het CDA en de VVD.

Zo blijf je dus die partij die in de peilingen en bij verkiezingen nooit veel meer dan tien zetels zal halen.

D66

Nou nou nou, wat stond dat kereltje Pechtold te glunderen na de verkiezingen, met zijn twee zetels winst! Toch voelde het als een teleurstelling, want de peilingen hadden tot kort daarvoor toch wat meer beloofd.

Maar laten we het eerlijk toegeven: D66 weet maar niet door te breken tot de top drie of vier, zoals de SP en de PVV dat wel hebben gedaan. Toch heeft D66 al een aantal keer geprobeerd te regeren. Helaas voor hen werden ze tijdens die pogingen steevast als een citroen uitgeknepen: ze zagen maar weinig punten uit het eigen programma gerealiseerd en hadden na het avontuur jarenlang nodig om het vertrouwen van de kiezer terug te winnen. Eigenlijk is het enige beetje-succes Paars I, maar ook dat kabinet kostte de partij al tien zetels.

D66 ontpopte zich in de afgelopen campagne weer als allemansvriendje. Met name het geslijm naar Rutte was niet om aan te zien. Vooral omdat de VVD helemaal niets van D66 moet hebben en liever voor het CDA kiest. Logisch ook, want hoewel de VVD zichzelf wel liberaal blijft noemen, zijn ze dat absoluut niet. Het verschil met de echte liberalen is goed te zien op de humanistische meetlat.

Maar toch, vrindje Pechtold mijmerde vol heimwee over Balkenende-II. Reminder: Dat was dat kabinet waarin D66 zo stelselmatig door de coalitiepartners genaaid werd dat er van de partij na de verkiezingen nog maar drie zetels overbleef. Pechtold is het kennelijk zelf alweer vergeten. Wellicht de kiezer niet?

Herkenbaarheid

Alle drie de partijen hebben moeite om herkenbaar te zijn voor de kiezer. D66 probeert het met leuzen die eigenlijk vrij inhoudsloos zijn als “anders: Ja” en “onderwijs, onderwijs, onderwijs”. GroenLinks heeft nog het naïeve geloof dat het veel kiezers trekt als je in iedere zin het woord “groen” gebruikt, en heeft grote moeite met het verdedigen van haar sociale agenda tegen linkse criticasters die denken het patent op het woord “sociaal” te hebben. De Partij voor de Dieren lijkt verder heel herkenbaar, maar haar standpunten die niet over dieren gaan kent niemand.

Verder willen die partijen zich natuurlijk ook graag onderscheiden van elkaar. Maar omdat de algemene richting die deze partijen voorstaan zo overeen komt en de verschillen tussen de programma’s met name accentverschillen zijn, krijgt de kiezer dus in een debat met name de details te zien. Dat werkt natuurlijk ook niet echt.

Wat gaan we daaraan doen, en hoe? Daarover een volgende keer.


Deel dit:

D66 wil langer werken

Deel dit:

D66 ziet de langere werkweek als oplossing voor de vergrijzing en de crisis. Nederlanders zouden veel te weinig werken. Maar deze analyse doet geen recht aan de werkelijke situatie. Ook is het geen passend antwoord op de problemen nu en in de toekomst.

Cijfers

Nederlanders werken nu gemiddeld 1377 uur per jaar, het minst van de geïndustrialiseerde wereld, zegt D66 in haar verkiezingsprogramma. Inderdaad, als we de cijfers erbij pakken dan blijkt dat de Nederlander gemiddeld nog geen 1400 uur per jaar volmaakt, terwijl de Britten tegen de 1700 uur per jaar werken, en de Grieken (de uitslovers) maar liefst 2100 uur per jaar halen.

Dat laatste zou ons al moeten doen afvragen of het niet veel belangrijker is wat je tijdens je werkuren doet, dan hoeveel uur het eigenlijk zijn. Maar er is een andere reden waarom deze cijfers bedrieglijk zijn. In Nederland is de arbeidsparticipatie bijzonder hoog. In ons land zijn ongeveer 5% meer mannen en vrouwen aan het werk dan in het Verenigd Koninkrijk. En maar liefst 10% meer mannen en twee keer zoveel vrouwen dan in Griekenland!

Nu is het zo dat veel van die mensen die wij extra aan het werk hebben in deeltijd werken. 25% van de mannen en maar liefst 75% van de vrouwen werkt in een deeltijdfunctie. Een en ander weegt natuurlijk tegen elkaar op. Klaarblijkelijk werken wij net zo hard, maar hebben wij het werk eerlijker verdeeld. Dat geeft ons tijd om dingen te combineren. Nederlanders zijn dan ook expert in het combineren van zorgtaken, het huishouden en vrije tijd met een werkend bestaan.

Effecten

Dit betekent natuurlijk op zich nog niet dat het geen goed idee zou kunnen zijn om langere werkweken te gaan maken. Maar wat zou het effect daarvan zijn op korte termijn? Mensen worden productiever, dus er zijn ook minder mensen nodig om productie te halen. Met andere woorden, langere werkweken gaat af van de werkgelegenheid. “D66 wil werkend de crisis uit” staat in het verkiezingsprogramma. Dat gaat met een langere werkweek volgens mij in ieder geval niet gebeuren.

Nu presenteert D66 dit plan niet alleen als oplossing voor de crisis, maar ook als oplossing voor de vergrijzing. Voor de langere termijn dus. Het idee is namelijk dat wanneer de crisis vergeten is en de vergrijzing toeslaat, we in dit land juist met te weinig arbeidskrachten komen te zitten.

Maar ook daarvoor vraag ik me af of langer doorwerken wel het juiste antwoord is. Immers, het probleem van de vergrijzing is niet zozeer dat er te weinig gewerkt wordt, maar dat er teveel mensen aan de kant staan. Het lijkt me niet logisch mensen die werken daarom meer te belasten.

Het lijkt me veel logischer het vanzelfsprekend te laten zijn dat wanneer je oud bent en gezond, je langer doorwerkt. Maar dan bijvoorbeeld op zijn Nederlands. Dus part-time. Zodat we het ook langer vol kunnen houden. Hierdoor zullen niet alleen meer mensen economisch zelfstandig zijn, maar blijft er daarnaast ook nog tijd over voor bijvoorbeeld zorgtaken. Want ook dat is met het oog op de vergrijzing zeer belangrijk.

Bronnen: Eurostat, CBS.

Additie: In de discussie die volgde op dit stuk op Sargasso suggereerden meerdere lezers dat met langere werkweken de uren minder productief gebruikt zouden worden. Eén lezer meende uit de cijfers te zien dat hoe langer de werkweken waren hoe minder ‘welvarend’ het land zou zijn. Of deze stelling opgaat durf ik niet te zeggen en hangt natuurlijk af van de definitie van welvaart. Interessant is de gedachte wel. Het ideaal van een samenleving waarin relatief veel mensen aan de slag zijn maar korte werkweken draaien is er één die bij mij niet primair door economische motieven is ingegeven; ik zelf acht dat politiek wenselijk omdat mensen niet alleen gelukkiger worden door werk, maar ook door een mooie werk-vrije tijdbalans – waarbij het laatste ook gelegenheid geeft tot het verrichten van vrijwilligerstaken die maatschappelijk ook wenselijk zijn. Dat een kortere werkweek ook economische voordelen op zou leveren zou in die discussie mooi zijn. Voor zover ik kan zien spreken de cijfers dat idee in ieder geval niet tegen.


Deel dit:

De overeenkomsten tussen D66, GroenLinks & de PvdD

Deel dit:

ANALYSE – De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit stuk een analyse van de belangrijkste overeenkomsten tussen de drie partijen.

Wie met de stelling komt dat drie partijen moeten gaan samenwerken krijgt zo te merken een hoop kritiek. Hoe durf ik drie zó verschillende partijen op één hoop te gooien! Nu, dat is niet zo vreemd, want ze hebben meer overeenkomsten dan veel mensen kennelijk (willen) denken.

Milieu

De Partij voor de Dieren stelt graag dat zij de enige partij is die staat voor een duurzame economie. Maar milieu-organisaties kiezen bijna net zo vaak GroenLinks als favoriet. Laten we niet gaan jijbakken: beide partijen bestaan uit milieugekkies die radicaal kiezen voor de duurzame economie. In plaats van elkaar de maat te nemen kunnen ze wat dat betreft beter samenwerken.

Maar hoe zit het met D66? Die partij wil zich duidelijk minder graag op dit punt profileren. En ze rent zeker niet voor iedere gans die op Schiphol in de weg vliegt naar de interruptiemicrofoon.

Maar D66 heeft wel een heel belangrijk punt gemeen met die andere twee. Een punt dat verder geen enkele andere partij zo sterk heeft. Al deze drie partijen willen dat ons belastingstelsel ingrijpend hervormd wordt op de volgende manier: de loonbelasting omlaag, en in plaats daarvan de belastingen op producten die vervuilend zijn voor mens, dier en samenleving flink omhoog. Denk aan de groentaks, de vettaks, de vleestaks, en meer van zulks. Resultaat: wie vervuilt draait zelf voor de kosten op, en er komt een zeer sterke prikkel om dat vervuilen voortaan te laten. Bovendien is het leuk voor de werkgelegenheid.

Dit punt is zoveel ingrijpender dan de discussie over of het beter is om everzwijnen af te schieten, ze bij te voeren of te laten creperen, afhankelijk van je beeld van de natuur. Dit gaat over het werkelijk omvormen van de economie: het stelselmatig en structureel afrekenen op vervuiling. Vergeleken met dit punt is al het andere, inclusief een losse accijns van een procentje erbij, eigenlijk maar klein bier.

De EU

Misschien zelfs opvallender is de gedeelde agenda voor de EU. Ondanks de anti-EU teneur van de laatste jaren is er gelukkig nog een grote groep mensen die snapt dat als we een vuist willen maken tegen het internationale bankwezen, we dat als Europa moeten doen.

Wie hiermee komt echter wordt door menigeen direct weggezet als EU-knuffelaar. Maar dat is onterecht. De notie dat we een EU nodig hebben betekent allerminst dat we tevreden zijn met de EU zoals die er nu is.

Nu wil het feit dat juist D66 en GroenLinks de meest verstrekkende hervormingsvoorstellen voor Europa hebben. Deze partijen willen een veel grotere inspraak van de Europese burgers rechtstreeks in Brussel.

En de Partij voor de Dieren dan? Die was toch altijd Eurokritisch? Klopt, maar dan wel op precies dezelfde manier als dat D66 en GroenLinks dat zijn. De Partij voor de Dieren is immers de enige andere partij die ook de eis van democratisering van de EU in haar programma heeft staan.

Helaas staan deze drie partijen hier alleen in. Alle andere partijen laten het op dat vlak afweten, PvdA, VVD en SP inclusief. Die willen aan de zeggenschapsstructuur in de EU weinig tot niets veranderen.

Mensenrechten

Verder zijn de drie partijen de meest uitgesproken mensenrechtenpartijen. Dit uit zich in overzichten als de humanistische meetlat van het humanistisch verbond. Daarbij scoren deze drie partijen veruit het hoogst. Hoger dan de SP en de PvdA.

Dit is mede te danken aan de internationale gezindheid. Met name D66 en GroenLinks lijken als enige partijen door te hebben dat de EU meer is dan alleen economische samenwerking en “geen oorlog”. De EU is namelijk ook een hoeder van afspraken over democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijke behandeling ongeacht afkomst, sekse of geaardheid, toegang tot de rechtspraak en persvrijheid. De kernwaarden van onze samenleving dus. Daarmee heeft de EU niet alleen het zuiden en het oosten van Europa helpen bevrijden, waar die rechten hoogst waarschijnlijk nooit zo snel zouden zijn ingevoerd als het geen toelatingseisen waren geweest, maar beschermt zij ook van tijd tot tijd burgers in ons land, zoals vluchtelingen. D66 en GroenLinks zijn bij uitstek de partijen die de EU blijft aansporen haar mensenrechtenbeleid uit te breiden en na te leven.

Sociale zekerheid

Zowel GroenLinks, D66 als de Partij voor de Dieren doen in hun programma voorstellen om ons sociaal stelsel aan te passen op de flexibele maatschappij.

Maar wel op een heel andere manier dan die de VVD voorstaat, die de sociale zekerheid ten gunste van die flexibilisering wil terugdringen. En ook op een andere manier dan de PvdA en de SP, die net doen alsof die flexibele arbeidsmarkt nog tegen te houden is en met name opkomen voor verworven rechten. Alsof niet de helft van alle werknemers inmiddels al ZZP’er is, werkt onder een jaarcontractje of op uitzendbasis.

GroenLinks, de Partij van de Dieren en D66 hebben geen gelijke maar wel zeer vergelijkbare standpunten over sociale zekerheid: flexibilisering van de arbeidsmarkt door kortere maar hogere werkloosheidsuitkeringen, waarbij de nadruk ligt op bij- en herscholing, met als doel onder meer het gelijktrekken van rechten van mensen met een vast en een ander dienstverband. Dit gaat bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren tevens gepaard met een steviger vangnet voor de onderkant, inclusief financiële erkenning voor maatschappelijke taken zoals mantelzorg en eventueel vrijwilligerswerk.

De achtergrond is dat deze drie partijen niet uitgaan van het Angelsaksische model of het Rijnlandmodel voor sociale zekerheid (respectievelijk VVD en PvdA/SP), maar van het Scandinavische model. In het huidige coalitieakkoord (zolang dat nog bestaat) wordt het slechtste uit twee werelden gecombineerd: de WW wordt korter maar niet hoger, de ontslagbescherming wordt minder waard, de bureaucratie blijft. D66, GroenLinks en de PvdD hebben een alternatief, dat zowel de solidariteit en stabiliteit bevordert als de flexibiliteit van de arbeidsmarkt.

Oppositie

Als je toch met negen partijen in de oppositie zit, dan kan je volgens mij het best blokken vormen. De SP en de PVV vormen op links en rechts al een blok op zich. De Christenen zullen elkaar ook wel kunnen vinden.

Het lijkt mij vanuit strategisch belang niet meer dan normaal als D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren hecht gaan samenwerken, en wel door hun overeenkomsten te benadrukken. Niet alleen omwille van de strategie, maar met name om die overeenkomsten zelf, waarmee zij gezamenlijk toch echt duidelijk verschillen van andere partijen.


Deel dit:

Het vangnet volgens D66

Deel dit:

Met D66 kan je alle kanten uit. Hoe het programma voor de sociale zekerheid er onder D66 uit zal zien hangt met name af van de coalitiepartner die ze krijgen. En zo verstrekkend zijn de voorstellen van D66 nu ook weer niet.

Ontslagrecht

Een berucht standpunt voor D66 is het vereenvoudigen van het ontslagrecht. Maar wat wil ze er eigenlijk aan veranderen? In praktijk maar weinig. D66 stelt als enige verandering voor dat de toetsing van het ontslag niet verplicht zal moeten zijn. De partij ziet daarin het voordeel voor werknemers dat de doorstroming op de arbeidsmarkt bevorderd wordt.

Dat is mooi voor mensen zonder baan. Maar voor mensen met een vast contract is het geen goed nieuws. Terecht wijst D66 dan op het verschil in rechtspositie tussen mensen met een vast contract enerzijds, en anderzijds de flexwerkers, freelancers en ZZPers. Maar in praktijk betekent het voorstel van D66 dat er aan het verschil in rechtspositie niets gedaan wordt. Het is voor de laatste alleen lastiger zijn recht te krijgen.

WW en bijstand

Wie ontslagen wordt, heeft recht op WW. Mij lijkt het logisch dat wanneer het ontslagrecht wordt ingeperkt, dit gecompenseerd wordt. Bijvoorbeeld via de WW. En D66 wil de WW dan ook verhogen. Daar profiteren niet alleen medewerkers met een vast contract van, maar ook mensen met een tijdelijk contract en uitzendkrachten.

Tot zover geen slechte ruil dus. Zeker niet omdat D66 op dit pakket ook nog het recht op bijscholing legt, wat normaal nu slechts uit de ontslagvergoeding komt of bij de werkgevers moet worden afgebedeld. De WW moet volgens D66 echter niet alleen hoger zijn, maar ook korter. Als iemand tegen zijn zin in langer werkloos is, krijgt hij van D66 de rekening dus keihard gepresenteerd. Dan kan hij versneld de bijstand in.

En die bijstand wordt er als het aan D66 ligt waarschijnlijk niet vrolijker op. D66 wil de Wajong, de WSW (sociale werkplaatsen) WWB (bijstandswet) in één wet onderbrengen. Vervolgens dienen alle mensen die daar gebruik van maken aan het werk te komen, bij reguliere werkgevers.

Een prachtig ideaal, iedereen aan het werk en nog voor een eerlijk loon ook. Maar dit zegt iedere partij voor de verkiezingen, en dat al meer dan tien jaar lang. Wat D66 nu eigenlijk anders wil doen in de bijstand wordt uit het verkiezingsprogramma niet duidelijk.

Werkgevers

Ook opvallend is dat de hervorming van het ontslagrecht zoals D66 dat voorstelt voor werkgevers helemaal niet zo gunstig is. Zeker, ontslag aanzeggen is makkelijker want met een redelijk voorstel (of een flinke bak bluf) kunnen werkgevers een rechtsgang voorkomen. Werkgevers moeten echter wel het eerste half jaar WW gaan betalen. Ik kan me niet voorstellen dat een werkgever daarop zit te wachten. Administratief wordt het er ook niet eenvoudiger op.

ZZPers

Toch zit er voor één groep mensen op de arbeidsmarkt wel een lichtpuntje in het programma van D66. D66 is namelijk verliefd op de ZZPer. D66 wil dat ZZP-ers gemakkelijker aan kunnen haken bij sociale voorzieningen. Zo kunnen ze toegang krijgen tot een vrijwillig pensioenfonds en de WIA om hun arbeidsongeschiktheidsrisico te verzekeren. Op een arbeidsmarkt waar steeds meer mensen vaak noodgedwongen als ZZPers werken is dat hoog nodig.

Alternatief

D66 wil het redelijke alternatief zijn voor liberalen die hun VVD hebben zien veranderen in een conservatieve PVV-light die ondanks de crisis nog dogmatisch vasthoudt aan haar neoliberale ideologie. D66 wil duidelijk een andere economie, duurzaam en innovatief. De VVD ziet het stimuleren van ondernemen daarbij met name als het verstrekken van subsidies en voordelen aan grote bedrijven. D66 daarentegen is hip en jong en investeert het liefst in het MKB en in ZZPers, en in omscholing en doorstroming op de arbeidsmarkt.

Voor wie ondanks zijn eigen inzet toch een langere tijd geen werk kan vinden, leveren beide partijen echter een mager sociaal vangnet op. Zowel D66 als de VVD zijn voor een hogere maar kortere WW en het samenvoegen van de WSW, Wajong en WWB. We zouden D66 daarmee de VVD-light kunnen noemen.

Conclusie

D66 heeft de mond vol van hervormen. Maar hoe ze de sociale zekerheid daarvoor wil hervormen wordt uit het verkiezingsprogramma niet altijd even duidelijk. Teleurstellend is daarbij dat het verschil in rechtspositie tussen mensen met verschillende soorten contracten, waar D66 samen met GroenLinks terecht de aandacht op vestigt, uiteindelijk niet fundamenteel wordt aangepakt. En waar er sprake is van een inperking van het ontslagrecht gaat dat niet gepaard met een erg ruimhartige compensatie via de algemene sociale voorzieningen.

Terwijl zo een uitruil van rechten zeer in het belang zou zijn van werknemers, want het huidige ontslagrecht is een zinkend schip dat steeds verder uitgehold wordt, en waar steeds minder mensen op de arbeidsmarkt gebruik van kunnen maken.

Het hangt er naar ik vrees maar net vanaf met welke coalitiepartner D66 zou gaan regeren hoe een en ander uit zal pakken. Met de SP in de coalitie kan D66 wel eens heel groen en sociaal worden. Maar met de VVD in één kabinet zou de VVD-light zomaar kunnen veranderen in de VVD-ultra-heavy.


Deel dit:

Kansen voor D66, GroenLinks en de PvdD

Deel dit:

De stelling was: D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen hecht moeten gaan samenwerken om een kans te maken om in de toekomst nog mee te tellen. In een paar stukken behandelt Klokwerk het waarom, het hoe en het waartoe daarvan. In dit laatste stuk van de serie een schets van de mogelijkheden en de strategie.

Bij de huidige stand van zaken in de politiek liggen er politieke kansen voor D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren. Eigenlijk zijn die kansen alleen maar goed te grijpen als ze kiezen voor samenwerking.

Geen fusie

In de vorige stukken zette ik op rij in welke opzichten D66, GroenLinks en de Partij van de Dieren overeen komen. Daarmee bedoelde ik geenszins dat de partijen zouden moeten fuseren. Dat lijkt me ook helemaal geen goed idee. Door alleen maar te zinspelen op een fusie springt meteen de achterban van je partij hoog op de kast. Gevolg: tientallen congressen over “de koers van de partij”, en in plaats van met politiek zijn je politici alleen nog maar met de partij bezig. De media zullen smullen. Maar je politieke concurrenten ook.

Nog belangrijker: de partijen zijn gezamenlijk sterker als ze gebruik maken van het feit dat ze verschillende doelgroepen aanspreken. Die kiezersgroepen kunnen zich namelijk vaak maar slecht met elkaar identificeren. Bovendien hebben die partijen naast overeenkomsten nu eenmaal ook verschillen in standpunten. Die verschillen onder het kleed schoffelen zou de democratische discussie alleen maar schaden en de partijen terecht ongeloofwaardig maken.

Samenwerking

Ondanks de verschillen die er zijn is er voor wie even verder kijkt een duidelijke agenda die deze drie partijen gemeenschappelijk voeren, en waarmee zij zich wezenlijk onderscheiden van andere partijen. Het gaat in het kort om een radicale vergroening van het belastingstelsel, een flinke democratiseringsslag voor Brussel, het gelijk trekken van de rechten van flexwerkers en vaste werkers op een sociale manier, en een vrije samenleving over het algemeen, dus ook als het gaat om bijvoorbeeld het drugsbeleid en het privacy-debat.

Hoe kan deze agenda het best politiek gepresenteerd en verdedigd worden? De drie partijen zouden los van elkaar hun standpunten kunnen blijven verdedigen, maar dat maakt geen extra indruk. Er zijn inmiddels negen partijen in de oppositie in de Tweede Kamer. Zonder samenwerkingsverbanden zullen met name de kleinere partijen simpelweg verzuipen in de kakofonie.

Beter zouden ze voor de gezamenlijke agenda die ze voeren extra aandacht kunnen trekken door bijvoorbeeld met een gezamenlijke oppositieverklaring te komen, en elkaar vervolgens op die agendapunten te blijven steunen.

Daarbij liggen er vervolgens kansen in de politieke discussie en in de eerste kamer.

Kansen in de politieke discussie

PvdA en VVD hebben samen een meerderheid in de Tweede Kamer, maar ze weten dat hun meerderheid electoraal gezien fragiel is. De noodzaak voor die twee partijen om met dit project door te gaan is daarom hoog: beide partijen weten dat ze uit eventuele volgende verkiezingen kleiner tevoorschijn zullen komen. Een reden dat dit kabinet nog wel even zou kunnen blijven zitten.

Het huidige regeerakkoord is er echter één op hoofdlijnen, waarbinnen de politieke partners elkaar veelal nog moeten vinden. En zelfs aan die hoofdlijnen blijkt nog te tornen. Dat betekent dat mensen met kritiek of ideeën gehoord worden, met name als blijkens de peilingen een groot deel van de mensen weet aan te spreken dat de vorige verkiezingen VVD en de PvdA gestemd heeft.

Kansen via de Eerste Kamer

De samenstelling van de Eerste Kamer blijft nog ruim twee en een half jaar hetzelfde als deze nu is. Ook als het kabinet Rutte II de hele rit uitzit, zal de politieke werkelijkheid voor het grootste deel van de termijn dus nog zijn zoals die nu is.

In de Eerste Kamer kunnen de PVV, het CDA en de SP het kabinet los van elkaar aan een meerderheid helpen. Indien dat niet lukt kunnen alleen D66 en GroenLinks in combinatie die meerderheid garanderen. We gaan waarschijnlijk politiek spannende tijden tegemoet waarin het kabinet verschillende meerderheden zal proberen te zoeken.

D66 en GroenLinks staan van alle oppositiepartijen het dichtst bij dit kabinet. Zij zitten qua politieke kleur redelijk in het midden tussen PvdA en VVD. Bovendien zijn zij hervormingsgericht, in tegenstelling tot het CDA dat met name conservatief is ingesteld. D66 en GroenLinks stonden tijdens de besprekingen van het regeerakkoord dan ook het meest positief tegenover het kabinet. Het ligt dus voor de hand dat het kabinet daarom op deze twee partijen vaak een beroep zal doen.

Invloed

Die steun mogen deze partijen mijns inziens echter niet gratis geven. Aan die steun dienen voorwaarden te worden verbonden.

Denk aan: geen geknabbel aan de ontslagbescherming als dit niet eindelijk gepaard gaat met die scholingsfondsen waar mensen recht op hebben ongeacht hun voorgaande contractvorm, waar beide partijen al jaren voor pleiten.

Of: geen steun voor overdracht aan de EU als de minister president niet serieus werk gaat maken van een pleidooi voor een veel democratischer besluitvorming in Brussel (denk aan meer macht voor het Europees Parlement of zelfs een Europees referendum).

Of: verlaging van de inkomstenbelasting OK, doe maar nog meer dan van plan was, maar dan wel met de invoering van belastingmaatregelen om vervuilend en ongezond gedrag tegen te gaan (vettaks, groentaks, vleestaks).

Draagvlak

Zonder elkaar zullen GroenLinks en D66 een stuk minder sterk zijn in het stellen van dit soort voorwaarden. Want het “njet” van GroenLinks of D66 is lang niet zo interessant als de voorwaarden waaronder ze het kabinet toch aan een meerderheid willen helpen. Voor het opstellen daarvan hebben ze door de getalsmatige verhoudingen al snel elkaar nodig.

Voor dit spel is de Partij voor de Dieren niet noodzakelijk, maar het zou van strategisch inzicht getuigen als D66 en GroenLinks deze partij in hun verklaring meenemen wanneer de standpunten toch al overeen komen. Politiek is tenslotte draagvlak zoeken voor je voorstellen, en niet het vertonen van sologedrag.

Sologedrag mag verleidelijk zijn omdat sommige kiezers dat verwarren met “trouw blijven aan je idealen”. Maar als het ideaal is de samenleving te verbeteren, dan is sologedrag vertonen een doodlopende weg.

Zonder elkaar zie ik die drie partijen in de oppositie dan ook helaas niet veel presteren. Ze zijn door veel van hun standpunten, door hun positie in het politieke spectrum, en door de getalsmatige verhoudingen bijna wel gedwongen tot samenwerken. Het zou stom zijn daar dan niet maximaal op voor te sorteren.


Deel dit:

VVD is alles behalve liberaal

Deel dit:

Waarom wordt de VVD eigenlijk nog aangeduid met “de liberalen”? Er is nauwelijks nog iets liberaal meer aan deze partij.

Een liberale partij is een partij die opkomt voor persoonlijke vrijheid. Een partij die staat voor democratie en gelijke rechten. Daarbij is een liberale partij tegen het ingrijpen van de overheid in de markt, en voor zo weinig mogelijk regels voor ondernemers. Op al deze punten is de VVD inconsequent en scoort zij als het puntje bij paaltje komt behoorlijk slecht.

Moreel

Een liberale partij is ervoor dat mensen mogen wonen waar ze willen. Dit staat haaks op de standpunten van de VVD aangaande immigratie; de grenzen moeten voor personen juist zo veel mogelijk dicht en mensen moeten voldoen aan allerlei inkomenseisen en cursusjes taal en cultuur volgen om hier binnen te mogen komen. Betutteling ten top. Mag je vinden, maar het heeft niets met liberalisme van doen.

Een liberale partij is een partij die mensen vrij laat om met hun lichaam te doen wat ze willen. De VVD is voor het sluiten van coffeeshops, voor het invoeren van de wietpas met een registratieplicht, en voor harde vervolging van wietkwekers. Dit staat allemaal haaks op het liberale gedachtegoed.

Een liberale partij is voor vrijheid om erbij te lopen hoe je wilt. De VVD is voor een boerkaverbod. Dan kan je zeggen: een boerka wordt vaak gebruikt om vrouwen te onderdrukken, en een liberale partij is tegen onderdrukking. Maar een echt liberale partij zal onderdrukking natuurlijk nooit met verboden bestrijden.

Een liberale partij is een partij die staat voor democratie. De VVD heeft in onze recente geschiedenis keer op keer dwars voor democratisering gelegen, of het nu om de gekozen burgemeester of de invoering van een referendum ging, de VVD ging ervoor liggen. En een liberale partij is tegen overgeërfde macht. De VVD wil echter niets veranderen aan de zeggenschap van het koningshuis.

Een liberale partij hoort bovendien te vechten voor gelijke rechten voor iedereen, en gelijke toegang tot dat recht. Hoe is dat te rijmen met het verlangen de griffierechten te verhogen, zodat kleinere partijen moeilijker toegang krijgen tot het recht dan rijke tegenstanders? Helemaal niet.

Economie

Een liberale partij is tegen het subsidiëren van marktpartijen. Hierin lijkt de VVD meestal de liberale lijn te volgen, maar zodra het gaat om grote bedrijven en mensen met een dikke portemonnee wordt maar al te graag afgeweken. Zo is de VVD groot voorstander van subsidies naar de vliegtuigindustrie voor de ontwikkeling van de JSF. Ook blokkeert de VVD al jaren het aanpakken van de grootste marktverstoring uit de Nederlandse geschiedenis: de hypotheekrenteaftrek. De verziekte huizenmarkt wordt door analisten als de achilleshiel van de Nederlandse economie gezien, maar de VVD liet dit waterhoofd al die jaren lekker doorgroeien, zodat afbouwen des te pijnlijker wordt.

Nee, de enige liberale uitgangspunten die de VVD nog centraal lijkt te stellen is dat de partij staat voor een zo klein mogelijke overheid, en zo weinig mogelijk regels voor bedrijven. Maar dat laatste pakt in praktijk eerder omgekeerd uit. Het is immers de VVD die de afgelopen jaren de uitvoering van de sociale zekerheid verlegd heeft van de overheid naar werkgevers, en juist daardoor zijn er voor werkgevers steeds meer regeltjes en verplichtingen. Bijvoorbeeld de Wet Verbetering Poortwachter, en de plicht tot het uitbetalen van de eerste zes maanden WW bij werkloosheid. Voor grote bedrijven is met al deze regels nog wel om te gaan, maar voor kleine bedrijven betekent dit een enorme administratieve druk en een financieel risico dat niet zelden leidt tot faillissement. Van de VVD moet je het maar hebben als ondernemer.

Samenvattend

Laten we gewoon eerlijk zijn: de VVD is niet voor vrijheid voor iedereen, de VVD is voor vrijheid van grote bedrijven en mensen met een dikke beurs. Kleine bedrijven en mensen die op achterstand staan worden als het aan onze zogenaamde liberalen ligt juist beknot in hun vrijheid. Dit is sowieso al een gevaar van het liberalisme, dat de vrijheid van de sterkere ten koste gaat van die van de zwakkere, maar de VVD breekt ook nog eens consequent met de liberale uitgangspunten waardoor dit effect nog veel groter wordt. De VVD is daarmee geen liberale, maar een conservatief rechtse partij.

Natuurlijk heeft de partij nog wel wat liberale standpunten in haar programma staan, maar in coalities blijkt ze maar al te zeer bereid juist deze standpunten als eerste in te leveren. Zo stemde de VVD de afgelopen kabinetsperiode geestdriftig tegen het afschaffen van de weigerambtenaar en de zondagssluiting voor winkels. Vers uit het kabinet doet de VVD natuurlijk weer alsof ze tot inkeer is gekomen. Maar we weten inmiddels wat die standpunten waard zijn. Niet voor niets meent de lijsttrekker dat hij dichter bij de SGP staat dan bij de SP. Terwijl de SP tenminste nog opkomt voor gelijke rechten, persoonlijke vrijheid en baas te zijn over eigen leven, dood en buik. Standpunten die de VVD vast ook graag inlevert voor de garantie dat er in ieder geval niets gebeurt met de topsalarissen – want daar krijgt de lijsttrekker nachtmerries van als hij weer eens te zwaar getafeld heeft.

Conclusie

De VVD is er kortom voor de gevestigde orde, en voor de kapitaalkrachtigen onder burgers en bedrijven. Dat kan je goed of fout vinden, met liberalisme heeft het niets te maken. Echte liberalen hebben bij de VVD dan ook al jaren niets meer te zoeken en zoeken hun heil tegenwoordig bij D66, en misschien bij GroenLinks of de PvdA. Geen nieuwe ontwikkeling. Maar laten we dan ook een keer stoppen met de VVD liberaal noemen. Daar klopt namelijk geen fluit meer van.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Smalende Godslastering

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk, die blij is dat godslastering eindelijk legaal wordt en nog een stap verder wil gaan.

Verdomd. De kogel lijkt nu eindelijk door de kerk te gaan. Er is een kamermeerderheid voor het schrappen van het verbod op “smalende godslastering”.

Natuurlijk was die meerderheid er al lang. Maar tot voor kort had de VVD de christenen nog even nodig bij het vingerlikken. Nu lijkt het er echter toch van te komen dat dit belachelijke verbod uit de wetboeken gaat verdwijnen. Met dank aan D66 en de SP. Ere wie ere toekomt.

Niet dat dit verder enige praktische consequentie heeft. Sinds het beroemde ezelsproces was al duidelijk dat we het in praktijk toch al niet meer zo nauw nemen met godslastering. Het wetsartikel was waarschijnlijk ook al lang vergeten, ware het niet dat Donner in 2004 op het “briljante” idee kwam dit produkt van zijn eigen opa weer af te stoffen. Nota bene naar aanleiding van de moord op Van Gogh. Alleen “God” weet wat Donner in zijn hoofd had toen hij het voorstelde. Waarschijnlijk dezelfde erwtensoep als waarmee hij laatst adviseerde vooral geen openheid van boeken te geven in overheidszaken: men hoeft immers niet te weten hoe wetten gemaakt worden. Volgens de Don dan. Hou hem in de gaten.

Maar dit terzijde. 2004 dus: het wetsartikel kwam weer in de picture, en dus het schrappen ervan ter sprake.

Desondanks bleek dat nog acht jaar in beslag te nemen.

Zorgelijk, want er is aangaande de rare positie van religie in dit land nog wel wat meer te doen.

Van mij mogen christenen en moslims net zo vrij zijn als anderen. Geloof wat je wilt. Leven en laten leven. Wil je een halalwoning? Jij je halalwoning. Hoor je mij niet over. En als jij het leuk vindt om je te verstoppen in een hobbezak met een spleetje om door te kijken, dan vind ik dat je die vrijheid moet hebben. Zo liberaal ben ik. Zolang je vrouw, je dochter en je homofiele zoon dezelfde keuzes hebben als jij mag je van mij doen wat je wilt.

Maar stop met het claimen van een bijzondere positie voor religie. Wat dat betreft hebben we helaas nog een lange weg te gaan. Want als een imam zegt dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is, wordt hij vrijgesproken met een beroep op de vrijheid van godsdienst.

Hiermee hebben gelovigen meer rechten dan niet-gelovigen. En waarom? Er is geen reden. De vrijheid van godsdienst is niet nodig, want al lang geborgd door algemene rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht om niet gediscrimineerd te worden wegens je levensovertuiging. Bovendien kan iedereen zich tegen al te fanatieke vrijemeningsuitingsfundamentalisten verdedigen met wetten tegen laster, smaad, bedreiging, aanzetten tot geweld en haat en zelfs belediging.

Christenen en moslims dienen eens te accepteren dat dit genoeg is. Aparte artikelen voor gelovigen zijn onwenselijk. Eigenlijk zijn ze zelfs in het nadeel van gelovigen, omdat het terecht leidt tot onbegrip.

In dat kader is het verontrustend dat zelfs het symbolisch verwijderen van een dode letter uit de wetboeken nog zo lang blijkt te duren. Het zou daarom mooi zijn als D66 en de SP na dit puur symbolische akkefietje eens haast maakten met het echte werk, door voor te stellen religie uit de grondwet te schrappen. In de twee artikelen waar het om gaat, staat “levensovertuiging” immers al duidelijk vernoemd.

Dit zal wel weer leiden tot grote verontwaardiging, maar misschien dat het over tien jaar dan eindelijk eens wat wordt met de gelijke behandeling in onze wetboeken.


Deel dit:

De Puinhopen van 2 decennia VVD

Deel dit:

De VVD blijft hoog staan de in peilingen. En dat terwijl het naïeve idealisme dat de VVD nog steeds aanhangt eigenlijk de oorzaak is alle grote politieke problemen van onze huidige tijd.

De vrije markttheorie. De centrale filosofie is dat wanneer het kapitaal vrij is, de maatschappij vanzelf het meest gezond zal worden. Een heerlijke geruststellende gedachte. Eigenlijk te mooi om waar te zijn. En verdomd, wat blijkt: het is ook niet waar.

Het tegenbewijs ligt op straat. Markten gedragen zich wanneer zij vrij zijn helemaal niet gezond. Bonussen en hoge salarissen blijken geen enkele relatie te hebben tot prestaties. Blinde privatiseringen hebben er over het algemeen juist voor gezorgd dat de service achteruit is gehold en de prijzen door het dak zijn gegaan: in de voorheen publieke sector en in de bankensector wordt meer verdiend maar slechter gepresteerd dan ooit. Wanneer bedrijven vrij zijn produceren zij rustig ten koste van mens en milieu, en tenslotte heeft de markt zich de afgelopen decennia als een hongerig consumptiedier volgevreten met een fikse hypotheek op de toekomst. Die hypotheek bleek helaas gebaseerd op gulzigheid in plaats van op enig gevoel voor realisme. Resultaat: dikke vette crisis.

Marktfalen

Dat de vrije markt niet altijd zo gezond werkt heeft een reden. Om de juiste keuze te maken mist de consument nu eenmaal meestal informatie en overzicht. En als hij al tot een goede productvergelijking kan komen, dan mist hij nog steeds bijna altijd het overzicht over de productieketen, en de gevolgen daarvan voor milieu, mens en maatschappij.

Dit zorgt voor een kortzichtigheid die we consumenten niet eens kwalijk kunnen nemen. Producenten op hun beurt reageren daar weer op met een korte termijndenken die ze eigenlijk wel gedwongen zijn aan te nemen, want pakken ze die snelle winst niet dan worden ze keihard weggeconcurreerd. Dit zorgt ervoor dat marktpartijen in een vrije markt zich gedragen als kleine kinderen in een snoepwinkel. En dan de volgende dag klagen dat ze buikpijn hebben natuurlijk.

Vandaar dat er regelgeving nodig is om de markt te sturen, en dient de overheid waar nodig de rol van consument over te nemen, door collectief in te kopen of door zelf te organiseren.

De VVD

Goed, fouten kan je maken, maar je moet er ook van leren. In de jaren negentig was het de markt voor en de markt na, gretig pompten we de bubbel op en de overheid zette zijn goederen op straat. Tien jaar geleden echter had de politiek al wakker geschrokken moeten zijn doordat de publieke voorzieningen hard achteruit holden. Tenslotte heeft niet alleen de SP, maar ook Fortuijn daar indertijd al voor gewaarschuwd. En nu met de crisis zou de politiek helemaal een keer moeten beseffen dat de vrije markt niet zomaar alles voor de luie politicus oplost.

Ondertussen stemt een groot deel van Nederland echter nog op een partij die het verdomt om serieuze pogingen te ondernemen dit marktwerking-beest te temmen. Integendeel, in het huidige programma stelt de VVD voor lustig door te gaan op dezelfde weg… en daarbij nog eens extra hard op het gaspedaal te trappen.

In de VVD-dogmatiek heeft de markt namelijk nooit gefaald. Voor de VVD heeft de overheid het altijd gedaan. De overheid hoeft immers niet te concurreren, dus overheid doet het altijd verkeerd, zo luidt het dogma. Dat de overheid op geen enkele andere manier te controleren en te prikkelen zou zijn dan door concurrentie moet u er dan maar bij denken. Dit leidt tot een filosofie volgens welke de laatste nutsvoorzieningen zo snel mogelijk dienen te worden verkocht. Ook dienen in blinde sloopdrift tegen de overheid de parlementen te worden gehalveerd. En de crisis? Die dient volgens de VVD bestreden te worden door maar flink te bezuinigen op de overheid.

In praktijk komt dit alles erop neer dat de overheid steeds machtelozer staat tegenover de markt, die niet vanzelf gezonder wordt, maar des te gulziger om zich heen hapt, ten koste van mens en omgeving, en uiteindelijk ook zichzelf.

Europa

Niet alleen thuis, maar ook in de EU wordt de worsteling van de VVD met het failliet van haar eigen vrije-markt-ideologie pijnlijk duidelijk. Mark Rutte wordt tegenwoordig vaak verweten geen visie te hebben op Europa. Die heeft de VVD echter wel degelijk. Dat is nu juist zo problematisch. De visie van de VVD op de EU is namelijk dat de EU slechts een economische unie moet zijn, waarbij de vrije markt als uitgangspunt heilig is. De EU is daarmee in de VVD-ideologie eigenlijk al bijna perfect zoals hij nu is. Niet voor niets hebben prominente VVD-ers de afgelopen decennia de EU al meerdere malen als “af” verklaard.

Maar natuurlijk valt het zelfs de VVD inmiddels op dat het niet zo heel erg goed gaat met de Euro en de Europese economie. De enige analyse die zij daarbij kan maken echter is weer dat waar geld tekort komt, er maar flink bezuinigd moet worden. Door nog meer te privatiseren bijvoorbeeld. De VVD-er vraagt zich daarbij in zijn ideologische kramp onvoldoende af hoe de problemen zijn ontstaan. Deze zijn namelijk zeker niet zomaar te wijten aan spilzieke overheden. Spanje bijvoorbeeld deed het tot voor kort qua begrotingstekort namelijk voorbeeldig. Het land kwam pas in de problemen nadat haar banken in de problemen waren gekomen.

Waar de VVD door het huidige discours echter al gedwongen is toe te geven dat de al te vrije markt juist het probleem is gaat dit niet van harte, en blokkeert zij waar mogelijk alsnog de te nemen maatregelen. Rutte schuift daarvan graag de schuld naar ons parlement (lees: Wilders), maar minstens zoveel ligt Mark zijn houding aan zijn eigen ideologische achtergrond: de visie van de VVD op de overheid valt nu eenmaal niet te rijmen met een Brussel dat bepaalt in plaats van de markt.

Toekomst

Laten we eerlijk zijn. Onze westerse beschaving is met de crisis met een hele hard vaart tegen een enorme muur op gelopen. De vraag is: Hoe lang moeten we nog met onze kop tegen deze muur blijven rammen?

Misschien moeten daar gewoon maar eens mee stoppen. Misschien moeten we erkennen dat de vrije markt niet heilig is. En dat we een krachtige overheid nodig hebben om het tekort van de consumenten te compenseren. Om het graaien aan de top eens goed aan banden te leggen en te blijven controleren. Om ervoor te zorgen dat consumeren niet meer ten koste kan gaan van de samenleving en leefomgeving. Een overheid die waakt over de publieke sector bovendien.

Bij de meeste partijen lijkt dit besef nu langzaam op te komen. Bij de één wat meer dan bij de ander. Zo niet bij de VVD. Het “aanpakken” van haar slogan lijkt in praktijk meer op doorpakken, en leidt daarmee zeker tot het doorschuiven van de huidige problemen met de markt, maatschappij en leefomgeving. De VVD, die zich klaarstoomt voor Rutte II, zou daarom mijns inziens in het belang van ons allemaal maar beter een paar decennia op de reservebank mogen plaatsnemen. Mond houden parelkettinkje… u heeft de laatste twintig jaar te veel puinhopen aangericht.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Kleine Scholen

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk die het naar aanleiding van de puinhoop bij Amarantis zowaar eens is met de SP.

In de jaren ’90 moesten de scholen steeds groter en zelfstandiger worden.

Grotere organisaties kunnen immers grote dingen gezamenlijk inkopen, en dat is goedkoper. Een bestuur kan bovendien efficiënter zijn als het gecentraliseerd is. En als scholen marktpartijen worden, beseffen ze vanzelf hoe afhankelijk ze zijn van de consument… en hoe gevaarlijk de concurrent is. Dan gaan ze dus vanzelf een goed product leveren tegen een lage prijs. Zo werkt immers de vrije markt!

Deze naïeve theorie is inmiddels al door talloze praktijkvoorbeelden keihard gelogenstraft. Het jongste voorbeeld heet Amarantis.

Amarantis is ontstaan als scholengemeenschap na verschillende fusies. Het gaat hier om een scholengemeenschap van 30.000 leerlingen. Amarantis adverteert op haar site met kleinschalige christelijke scholen… onder een grote paraplu. Leuk hoor. Maar het bestuur van Amarantis had in zo’n grote gemeenschap natuurlijk geen idee van wat er in de klassen gebeurde. En andersom klaarblijkelijk ook niet.

Begin dit jaar barstte de bom. Amarantis stond aan de rand van een faillissement. De onderzoekscommissie die daarop werd ingesteld kwam deze week met een rapport met scherpe conclusies. Het College van Bestuur voerde een financieel wanbeleid. In de organisatie heerste een angstcultuur, waardoor misstanden niet boven water kwamen. En er was sprake van zelfverrijking, belangenverstrengeling en vriendjespolitiek.

Voormalig topman Bert Molenkamp vindt het uitgelekte conceptrapport vooral vervelend voor zijn eigen goede naam. Hij overweegt dan ook juridische stappen tegen de commissie die het onderzoek naar Amarantis uitvoerde. We wensen hem veel succes. De politiek en het journaille zoeken maar wat graag naar een zondebok.

Maar wat we Bert in ieder geval kunnen nageven is dat hij niet de enige is die gefaald heeft. Ook de Raad van Toezicht, de onderwijsinspectie, het ministerie en de accountant hebben volgens het rapport gefaald.

Allemaal slechte mensen dus, zoals Elsevier meldt?

Onzin. De gelegenheid maakt de dief. Als de zaken op zo’n schaal uit de hand kunnen lopen, dan is er iets mis met je organisatiemodel en het toezicht.

Ik ben het niet altijd eens met de SP, maar misschien moeten we als het gaat om scholen nu eindelijk eens naar ze gaan luisteren. Al minstens een decennium lang roept de partij om kleinschaligheid in het onderwijs. ‘Scholen zouden niet meer leerlingen moeten hebben dan de conciërge nog zou kunnen herkennen,’ schrijft de SP op haar site. Een mooi ideaal.

En misschien nog niet eens zo stom bedacht. In grote organisaties is de overhead vaak helemaal niet efficiënter geregeld, want juist in grote organisaties kunnen falende afdelingen wegduiken. In een grote organisatie heeft de interne HR afdeling bijvoorbeeld helemaal geen last van die zogenaamd stimulerende concurrentiedruk. Er is immers binnen dat bedrijf maar één HR afdeling. De concurrentie is nul.

Juist om de voordelen van marktwerking te hebben dienen de scholen dus klein te blijven. Niet dat het dan niet uit de hand kan lopen… maar dan blijft dat tenminste kleinschalig, en zijn de scholen niet ‘too big to fail.’

Daarbij blijft er het gevaar van de vrije markt dat concurrerende partijen niet alleen slag gaan voeren op kwaliteit en prijs. Even oud zijn pogingen klanten binnen te halen door middel van image building en puur bedrog. Daarom is het ook belangrijk dat scholen en hun begrotingen goed worden gecontroleerd op heldere maatstaven. En dat de resultaten van die metingen ook openbaar te zijn.

Zelfstandigheid is mooi, want het prikkelt de creativiteit. Maar er is controle nodig om te bezien dat die creativiteit niet op een criminele manier wordt aangewend. Want consumenten missen zonder hulpmiddelen gewoon de informatie en het overzicht.

Dat we dat in de jaren ’90 nou niet even bedacht hadden.


Deel dit:

De Partij voor Stoere Mensen

Deel dit:

De VVD profileert zich als de partij voor stoere mensen. En daar willen veel kiezers nu eenmaal graag bij horen. Maar is stoer wel zo slim?

Waarom stemmen mensen VVD? Sommige kiezers omdat ze er vanuit gaan dat de partij liberaal is, overigens ten onrechte. Anderen zijn nog altijd blinde gelovigen van de vrije markttheorie.

Maar dat zijn niet de belangrijkste redenen. De meeste mensen zijn helemaal niet zo gericht op ideologie. De meesten stemmen met hun gevoel, en vallen voor het imago van de VVD als de partij van het succes en de flinke daad. En dit sentiment wordt momenteel gevoed door de stoere slogans waarmee de VVD momenteel of Facebook en Twitter de kiezer probeert te paaien voordat de echte verkiezingsstrijd losbarst.

We lezen dingen als:

1. Strengere eisen aan migratie!
2. Strengere straffen en minder begrip voor criminelen!
3. Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden!
4. Niet doorschuiven maar aanpakken!

Klinkt goed nietwaar? Simpele en voor de hand liggende oplossingen voor ingewikkelde problemen. Maar laten we deze stoere uitspraken eens onder de loep nemen.

Strengere eisen aan migratie

Met ferme uitspraken tegen immigranten ben je als partij natuurlijk helemaal de bom. Het is inmiddels al druk zat hier, of niet? Zeker, de groep allochtonen in de achterstandswijken kent veel te hoge percentages voor criminaliteit, schooluitval en werkloosheid (ongeveer standaard drie keer zoveel als bij autochtonen, kijk maar na bij het CBS). Geen enkele er meer bij dus! Klinkt logisch, toch?

OK, dat zou een zinvol antwoord zijn, ware het niet dat sinds de jaren 90 de grenzen hier al zo potdicht getrokken zijn als ze met respect voor de internationale mensenrechten maar konden (en zelfs nog ietsje verder).

De problemen met allochtonen die we hebben liggen dan ook niet bij de instroom, maar met name bij de mensen die hier al decennialang zijn. Wil de VVD dit nu echt gaan aanpakken door extra eisen en kinderachtige proefwerkjes aan de grens? En wat heeft dat voor nut als je tegelijkertijd bij binnenkomst de problemen net zo hard creëert, doordat je mensen in een procedure verbiedt te werken of stage te lopen, en ze op straat zet als ze uitgeprocedeerd zijn en niet terug kunnen?

Strenger straffen, minder begrip voor criminelen!

Klinkt ook heel stoer ja, en rechtvaardig bovendien. Laat het ze maar weten, die criminelen, ja toch niet dan?

Jammer alleen dat strenger straffen met name heel erg veel kost, en in praktijk voor het terugdringen van criminaliteit maar weinig uithaalt.

Ieder wetenschappelijk onderzoek en iedere praktische vergelijking wijst uit dat strenger straffen alleen voor lichte vergrijpen misschien werkt (denk aan uw verkeersboete), maar als we wërkelijk iets aan criminaliteit willen doen, we de pakkans moeten verhogen, en ex-criminelen beter moeten begeleiden voor- en nadat we ze vrijlaten, en verder moeten inzetten op preventie: er al bij zijn voordat mensen echt de fout in gaan dus.

Bij het lezen hiervan zullen sommigen in een rechtse kramp schieten. Dit klinkt wel heel erg als een linkse knuffelagenda! Mwah, ik vind lik-op-stuk en sneller ingrijpen niet echt links klinken. En als we het toch wagen criminelen te proberen te begrijpen, dan blijkt het nog logisch ook dat dit pakket beter zou werken.

Echte criminelen denken namelijk als ze hun daad plegen doorgaans helemaal niet na over de hoogte van hun straf. Ze denken als ze al aan een straf denken juist dat ze die wel kunnen ontlopen. Daarbij zijn de mensen die het meest overlast geven nu eenmaal vaak een beetje of een beetje boel verknipt. En een kale gevangenisstraf is dan een goede garantie dat iemand nog gekker weer op straat komt dan dat hij was toen hij eraf geplukt werd – en dus gevaarlijker. Verder is het ook logisch dat we criminaliteit (en dus slachtoffers) beter kunnen voorkomen dan achteraf hard ingrijpen.

Face it: Minder begrip voor criminelen echter betekent in praktijk: minder begrip van criminaliteit. En minder begrip van criminaliteit betekent in praktijk: meer criminaliteit.

… en om dat kracht bij te zetten geeft de VVD beginnende crimineeltjes een leuke bijverdienste door de invoering van de wietpas. Kassa!

Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden!

Klinkt ook al reuze rechtvaardig. Het liefst hadden we inderdaad een maatschappij waarin iedereen aan het werk was en fluitend zijn eigen kostje bij elkaar scharrelde. Daarom wil de VVD ook iedereen aan het werk helpen. Want werk is de beste weg uit de armoede. Nog sociaal ook!

Jammer genoeg is het wel een heel erg loze belofte. Zeker in tijden van crisis kan nu eenmaal niet iedereen een baan vinden. En los daarvan is het te makkelijk gedacht dat we structurele werklozen zomaar aan het werk zouden kunnen zetten. Die lui kunnen niet voor niets al jaren geen baan vinden. In ieder geval niet zonder hulp. Een trap onder hun gat betekent dus in praktijk een trap in de grond.

Nee, schrijver dezes is er echt niet voor om iedereen die niet werkt tot in het oneindige te lopen pamperen of ze maar dood te gooien met voordeeltjes en subsidies. Maar ze continu achter hun kont aanzitten met spierballentaal en loze beloftes aan de kiezer levert ook niets op.

Daarbij is het pijnlijke van deze VVD-slogan dat heel veel mensen die het absoluut niet nodig hebben al jaren hun kolenschoppen vullen met staatssubsidies. Ook wie het echt niet nodig heeft krijgt natuurlijk zijn kinderbijslag, en we betalen natuurlijk allemaal graag mee aan de aflossing van je dikke villa.

Tenenkrommend, omdat veel verdienen en hard werken of zelfs maar veel betekenen voor de samenleving helemaal niet altijd samenhangen. Er is een steeds groter wordende groep mensen is die wel degelijk werkt, maar niet of nauwelijks een minimum inkomen verdient: de werkende armen. Die lui werken echt niet minder hard dan de falende bankemployee met een vette bonus, de handige jongen die het ene na het andere bedrijf naar de gallemiezen adviseert, of de mazzelaar met een rijke papa en mama. De eersten hoeven van de VVD weinig te verwachten terwijl de laatsten door de VVD poeslief worden aangepakt.

Ja, maar rijke mensen betalen wel bijna alle belasting! Zegt de VVD dan. Kunst, dat komt omdat ze ook bijna al het geld binnen harken. Over zijn inkomen tot modaal betaalt een rijk persoon echt geen cent meer belasting dan iemand die niet meer verdient dan dat modaal inkomen.

De partij voor hardwerkende mensen? Neem je moeder in de maling. De VVD is de partij voor de handophouders met de wind in de zeilen, en anders niet. Prima, maar kom er dan ook voor uit, en verschuil je niet achter spierballentermen als “handen uit de mouwen” en “de hardwerkende Nederlander”.

Niet doorschuiven maar aanpakken!

De laatste slogan van het rijtje – we maken het maar even af. Aanpakken? Zoals we zagen kan dit niet slaan op problemen met integratie, criminaliteit en sociale zekerheid. Niet doorschuiven? Eh, slaat dit op milieuproblematiek? Grapje zeker. Op de financiële crisis dan? Problemen met de bonuscultuur? Controle op de banken? Het graaien aan de top van voormalige nutsbedrijven soms? Het democratisch tekort in Europa dan?

De partij van het pappen en nathouden zou meer van toepassing zijn.

De PVV-light: goed voor zware jongens.

Tsja, ik dacht, laat ik er ook maar een #afgekeurdeVVDslogan bij verzinnen. De PVV-light is immers voornamelijk goed voor zware jongens; mensen met een dikke beurs en grote bedrijven.

Vanuit de linkerhoek zet men de VVD dan ook graag weg als de partij van asocialen. Dat is echter te makkelijk. Zeker zijn er mensen die het helemaal niet erg vinden dat het milieu naar de knoppen gaat, de economie na nu afstevent op een volgende crisis, en de sociale voorzieningen worden afgebroken. Als zij maar goed zitten. Maar dat zijn er maar een paar.

De VVD is groot vanwege het imago van harde werkers, mensen die zuinig omgaan met belastingcenten, de problemen flink aanpakken. Ook al rijmt dat niet met de realitiet. Mensen vallen nu eenmaal als een blok voor die stoere soundbytes zoals de VVD ze de wereld in slingert. Yep, sterk reclamebureau ingehuurd. Helaas zijn die slogans niet meer dan gebakken lucht. Er wordt geen probleem mee aangepakt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Zoek je Problemen?

Deel dit:

COLUMN – Het wordt tijd dat politici zich niet met incidenten, maar met echte problemen gaan bezig houden.

Hebben we een Marokkanenprobleem? Welnee. Onze Geert heeft lang moeten wachten tot er eindelijk eens een Mocro betrokken was bij voetbalgeweld. Logisch dat hij er dan ook meteen bovenop zit. Maar serieus te nemen is het niet.

Hebben we dan een voetbalprobleem? Een jeugdprobleem? Een autoriteitsprobleem of een mentaliteitsprobleem?

Welnee. Laat je door media en politici niets aanpraten: We hebben eigenlijk helemaal geen probleem.

Die overleden grensrechter, dat is geen probleem, dat is een tragedie. Heel goed dat we daar met zijn allen bij stil staan. En zeker is het goed te bezinnen op de verruwing van de samenleving.

Maar geweld is helaas van alle tijden en een incident is een incident. Als er nu maandelijks een scheidsrechter in het ziekenhuis zou belanden, dán hadden we een probleem. En we hadden een probleem als niemand zich daar druk om zou maken. Maar dat is beide niet het geval.

Dat opgroeiende jongens losse handjes hebben en rare dingen roepen als er een camera op ze wordt gericht, dat is ook al niet nieuw. Klagen over de jeugd doen we al sinds Plato. Dus óf de mensheid wordt al twee en een half duizend jaar lang steeds kwaadaardiger, óf dat opgefokte gaat er mettertijd vanzelf weer af. U mag het zeggen.

De politiek en de media blijven echter dol op incidenten. Minister Opstelten wil de straffen voor geweld tegen scheidsrechters verdrievoudigen. Dan vraag ik mij af: Zou die kerel nu echt denken dat dit gaat werken? Ik zie het al voor me. ‘Niet te hard slaan hoor, op doodslag staat tegenwoordig negen jaar!’ – ‘Wat??? Negen jaar??? Ik dacht maar drie!’

Laat de man zich in plaats van met incidentenpolitiek bezig houden met dingen die politiek ook echt te beïnvloeden zijn. Drugscriminaliteit bijvoorbeeld. Eén derde van alle gevangenen zit vast wegens een drugsdelict. Kijk, dát is een probleem. Terwijl in Nederland het debat doorsukkelt hebben in de VS twee staten inmiddels de juiste conclusies getrokken.

Nee, ze nemen niet ons gedoogbeleid over. Iedereen ziet namelijk dat dit zo failliet is als een Griekse variant van Dirk Scheringa. Ons gedoogbeleid maakt criminelen schatrijk. Mooie verworvenheid!

De War On Drugs echter heeft precies hetzelfde effect. Wat te doen dus? Precies. Legaliseren die hap. Daarmee neem je criminelen de wind uit de zeilen, telers betalen hun energierekening weer en je krijgt er als bonus een vette inkomstenbron uit accijns bij. Tel uit je winst.

Dit hadden we hier natuurlijk ook kunnen bedenken. Helaas is de VVD kennelijk dol op drugscriminelen, want de nepliberalen blijven elk zinnig drugsbeleid dwarsbomen. Het krankzinnige idee van de wietpas mag dan van de baan zijn, het beleid blijft zo inconsequent als de pest. Het laatste voorbeeld: Buitenlanders mogen niet meer blowen, maar in Amsterdam mag het wel. Waarom? Nou, omdat blowen op het schoolplein daar wel verboden wordt.

Eh ja… Probeert u dit maar eens over de grens uit te leggen. Mij lukt dat inmiddels niet meer. Met de beste bedoelingen niet.

Maar één ding snap ik wel. Als een volgende keer een camera een schoolplein opdraait waar de pubers zich níet opgefokt gedragen, dan gaat het waarschijnlijk niet om een opname uit Amsterdam. Iedereen kent immers het spreekwoord over de tevreden roker.

Misschien moet er op het voetbalveld gewoon wat meer geblowd worden.


Deel dit:

De Rooien komen!

Deel dit:

Premier Roemer ja. Het zou zomaar kunnen. Je ziet nu al mensen vol schrik reageren dat de communisten zouden zijn geland. Maar uiteindelijk heeft de SP met het socialisme nauwelijks wat uit te staan.

Die paar kaasschaafvoorstellen van de SP om “de rijken” wat meer te laten betalen zijn boterzacht, en verder lijkt de SP de kracht van solidariteit uit het oog verloren te zijn. Waar zijn de echte socialisten als je ze nodig hebt?

Maar ze komen met hun tengels aan mijn salaris!

Valt erg mee. Ja, de SP wil de Balkenendenorm invoeren, maar dat is alleen voor alle functies in de publieke en semi-publieke sector. Dus voor topfuncties in ziekenhuizen, in het onderwijs en bij woningbouwverenigingen.

Draconisch links? Mwah. Het blijft gemeenschapsgeld nietwaar? De Balkenendenorm is twee ton per jaar. Lijkt me zeker niet kinderachtig betaald.

Maar al het talent gaat dan naar het buitenland!

Zou het? Wie echt hart heeft voor zijn werk, die gaat toch niet naar het buitenland als hij minder verdient dan twee ton per jaar? Wie dat wel doet gaat voor de buit en niet voor de baan en kunnen we missen als kiespijn. In ieder geval in de publieke sector toch?

Maar ze willen belachelijke belastingtarieven introduceren!

De SP wil een belastingtarief van 65% voor inkomens boven de Balkenendenorm. Is dit nu zo een draconische maatregel? Dit tarief komt niet in de buurt van de hogere tarieven die in de jaren 70 werden gehanteerd, niet qua grens en niet qua percentage.

Niet alleen is die tien procent extra uiteindelijk niet veel op het totaal, ook kunnen zelfs mensen met een hoger middeninkomen er alleen maar van dromen ooit zoveel te verdienen: twee ton is nog altijd zes keer modaal.

Maar ze willen de hypotheekrente-aftrek ook afschaffen!

Welnee. Zelfs de SP durft nauwelijks aan de HRA te komen in praktijk. Volgens hen hoeft iedereen die een lening die lager is dan 350.000 euro sowieso niets te vrezen: daar verandert niets.

En als je meer dan 350.000 euro hebt geleend, dan mag je van de rente die je betaalt over die top alleen maar iets minder aftrekken dan nu van de SP. Dus niet eens je hele aftrek over die top verdwijnt, slechts een klein deel ervan.

Wie wordt hier nu door geraakt? Zeker niet de gewone middeninkomens. Mensen die minder verdienen dan twee keer modaal kunnen namelijk helemaal niet zoveel lenen. En het aantal huishoudens dat meer dan twee keer modaal verdient is niet meer dan 5%. Er verandert dus ook hier voor maar heel weinig mensen wat, en die verandering is minimaal.

Maar in een economische crisis moet iedereen gelijk inleveren!

Ja, die ken ik. Luister: Tijdens economische voorspoed zijn het de mensen met de hoogste inkomens die het meest profiteren van groei. Dan zou het logisch zijn dat bij economische tegenspoed deze groep dan ook het meest inlevert, nietwaar?

Dat is echter niet het geval. Bij economische tegenspoed hoort men vanuit rechtse partijen inderdaad de verhalen over dat iedereen gelijk moet inleveren. Pas klaar met een rechts kabinet echter kunnen we weer concluderen dat wanneer rechts zijn vingers af staat te likken juist de onderkant van de samenleving onevenredig hard getroffen wordt, terwijl de bovenkant van de samenleving volledig wordt ontzien.

Het is leuk geweest. Volgens mij zijn nu de mensen met een hoog inkomen eindelijk eens aan de beurt. Niet alleen omwille van de rechtvaardigheid, maar ook om onze samenleving weer een beetje gezond te maken.

Maar links aan de macht is slecht voor ondernemers!

Luister, ik heb niets tegen een eigen ondernemer met een florerende zaak. Ik ben het er helemaal mee eens dat hij beloond mag worden voor zijn harde werk en/of ondernemerslef. Dat wordt volgens mij ook door geen enkele linkse partij bestraft.

Ik heb er echter wél moeite mee als iemand onderneemt ten koste van ons milieu en de mensenrechten, ten koste van onze werkgelegenheid, ten koste van onze economie. Ik heb er moeite mee als die maatschappelijke kosten niet op zijn minst worden doorberekend in het product dat hij aanbiedt, laat staan zijn salaris. Dat hebben we veel te lang toegestaan en daardoor zitten we niet alleen met een klimaatcrisis maar ook met een economische crisis. Nee, ik ben geen socialist, maar een flinke rode wind lijkt me voor de verandering wel even gezond.

Dat je voor Roemer stemt is wel duidelijk!

Welnee. Roemer komt niet in de buurt van die rode wind die zo nodig is. Roemer zijn socialisme is zo boterzacht, dat het eigenlijk al bijna compleet samenvalt met het zogenaamde liberalisme van de VVD, dat ook al niet bestaat. Denk je nu echt dat met dat slappe-knieën socialisme van de SP de op hol geslagen financiële markten getemd worden? Dat met een paar kaasschaafmaatregelen tegen “de rijken” het schaamteloze graaien wordt tegengegaan?

Dat is juist het erge, dat de SP eigenlijk nauwelijks iets aan onze samenleving wil verbeteren.

Maar Roemer staat toch voor een sociaal Nederland?

Luister, ons sociale stelsel is een administratieve moloch die een blok aan het been is van niet alleen werkgevers, maar ook aan die van werknemers. Het concept van solidariteit is met de tweedeling tussen flexwerkers en mensen met een vast contract compleet zoek. En iedereen met een beetje strategisch inzicht zal kunnen inzien dat dit systeem sowieso aan erosie onderhevig is, omdat er over twintig jaar geen Nederlander meer met een vast contract rondloopt. En al die flexwerkers mogen dan volgens Roemer gaan betalen voor een stel kerngezonde en goed bemiddelde bejaarden.

Het is nu de tijd voor socialisten om vooruit te kijken en te pleiten voor een hernieuwing van het sociale stelsel. Waarin weer uitgegaan wordt van gelijkheid en solidariteit, een stelsel dat onvoorwaardelijke en laagdrempelige hulp biedt aan ieder die hulp nodig heeft, ongeacht contractvorm of leeftijd.

Maar wat doet Roemer? Hij doet alsof er met het oude stelsel een eeuwig Walhalla te verdedigen is.

Maar hij staat toch op tegen het kapitalisme van de EU?

Het standpunt van Roemer aangaan de EU is een socialist helemaal onwaardig. De SP wil aan de EU in praktijk niets veranderen. Heb je eindelijk de wind mee om het internationale bedrijfsleven aan banden te leggen en te pleiten voor een sociale investeringsagenda voor de EU, pleit onze nationale flapdrol tegen alle collectieve maatregelen, zodat we natuurlijk compleet machteloos blijven tegen de financiële markten. Dat een socialist de kracht en noodzaak van internationale solidariteit zo uit het oog kan verliezen!

Roemer hoort daarbij ergens nog iets over Keynesiaans begroten en investeren, en hij verwart dat met in je eentje lekker de begroting uit zijn voegen laten lopen. Alsof hij daarmee lokaal de wereldeconomie zou redden. Volledig absurd. En een verdere democratisering van het aartsconservatieve Brussel wordt door de SP ook al keihard tegengehouden.

Waar zijn de socialisten als je ze nodig hebt?

Same shit everywhere: ze hebben hun idealen opgegeven voor zetelwinst. Ja, ik begrijp dat mensen het veilig vinden om te stemmen op een goedzak die een beetje simpel uit zijn ogen kijkt en het alleenrecht claimt op sociaal zijn. Maar die Roemer kan zo met Rutte in het kabinet, want veranderen doet er niets. Met dit soort socialisten heb je geen kapitalisten meer nodig.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bij de Beesten Af

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze dubbele moraal ten opzichte van dieren.

Afgelopen dinsdag is definitief besloten om vanaf 2024 het fokken van nertsen te verbieden. Bont is een luxeproduct immers, en de nerts is een wild dier, dus niet geschikt om in een kooi gehouden te worden. Zo luidt de redenering.

Vlees is kennelijk geen luxeproduct. Ook al eet u daarvan veel meer dan goed voor u is. En al die reeën en hazen en zwijnen die voor de kerst in gevangenschap gefokt zijn en de komende dagen geslacht worden, dat zijn kennelijk geen wilde dieren.

Terwijl twee zeehondencrèches bekvechten over een suïcidale walvis pinkt niemand een traan weg voor de vijf miljoen Nederlandse kippen, koeien en varkens die van kant zijn gemaakt in de vijf dagen dat onze nationale knuffelbultrug op een zandplaat lag dood te gaan. We maakten ons afgelopen jaar druk om een circus dat een olifant houdt. Het dier zou niet goed verzorgd worden en bovendien eenzaam zijn. Ondertussen liggen in Nederland honderdduizenden konijnen eenzaam in een veel te klein hok. Dat kan allemaal. Maar als we die konijnen dan weer net zo gaan behandelen als onze kippen sturen we elkaar de caviapolitie op het dak.

Consumptiedieren zien hun hele leven geen buitenlucht en kunnen hun kont niet keren. Maar als ze uiteindelijk afgemaakt worden, dan moet dat weer met verdoving. We zijn immers geen barbaren. Gewoon doodmaken, dat is zielig, barbaars. Dat doen alleen joden en moslims. Wij niet.

Ondertussen zou ik toch veel liever een waterbuffel zijn, die zijn hele leven vrij door de savanne draaft en daarna onverdoofd geslacht wordt door een barbaar met een speer, dan dat ik een koe ben die zijn hele leven op een rooster doorbrengt om vervolgens verdoofd geslacht te worden. Zelfs ben ik veel liever een Spaanse stier die na aan prinsenleven sterft in de arena dan die koe uit onze bio-industrie. En ik denk dat u hetzelfde zou kiezen.

Nederland bleef deze week collectief aan een doodzieke bultrug sleuren. De Partij van de Dieren stelde vragen over Johannes. De minister reageerde met een protocol voor hoe-om-te-gaan-met-gestrande-walvissen. Ondertussen sterven per jaar 100.000 vogels, walvissen, dolfijnen, zeeleeuwen, zeehonden en schildpadden aan de plastic zakjes die we in zee gooien. Je hoort er bijna niemand over. Men maakt zich er simpelweg niet druk om.

Zinloze pietluttigheid en beestachtig gedrag strijden om voorrang als het gaat om dieren in Nederland. De gulden middenweg kennen we niet. Zelfs van de penicillineresistente bacteriën die ontstaan door de idiote manier waarop we dieren fokken ligt nog niemand wakker.

Na ons de zondvloed. Letterlijk. We doen gewoon net als Johannes. We doen alsof we die Razende Bol niet zien, en we zwemmen er vrolijk tegenop. Bij de beesten af. Maar wel met krokodillentranen in onze ogen.


Deel dit:

Het Verspilde Plein

Deel dit:

Haarlem is een prachtige stad. Dat is geen geheim, men heeft het al langer door.

In de Lonely Planet wordt Haarlem dan ook aangeprezen als een bijzonder leuke citytrip voor de reiziger die in Amsterdam zijn vakantie viert. Misschien wel enigszins overdreven wordt daar gesteld dat Haarlem meer van zijn historische grandeur zou hebben behouden dan Amsterdam.

Hoe dan ook, mooi is Haarlem zeker. En daarnaast is Haarlem een heel leuke cultuurstad. En het is er uiteraard goed van eten en drinken. Dus is de tip uiteindelijk nog niet zo gek.

Ja, Haarlem heeft inderdaad (bijna) alles wat Amsterdam heeft. Alleen dan wel in het klein. Theaters, kroegjes, grachten, oude panden, een levendige muziekscene, kunstenaars, etc. Heeft Haarlem allemaal. En zo had Haarlem tot voor kort dus ook een bouwput voor het station. Net als Amsterdam. Weliswaar niet om een onbetaalbaar gebleken metrolijn aan te leggen om een voorheen eigenlijk al prima ontsloten gebied te ontsluiten; dat soort dingen blijven in Haarlem gelukkig slechts beperkt tot kunstige vormen van dagdromerij. Maar toch; er was een put.

Tsja, die put was gelukkig in dat mooie Haarlem alleszins geen ramp, want het plein, dat tot die put er kwam voor het station lag, was met zijn betonnen busbunkers werkelijk waar het allerlelijkste stationsplein denkbaar. En dat was zonde. Het station van Haarlem zelf – met station CS in Amsterdam toch het oudste van Nederland – is namelijk in prachtige staat. Het is het enige station in Nederland in Art Nouveaustijl. Nu, dan is het wel een heel grote domper om vers uit dat schitterende station geconfronteerd te worden met een kleine vierkante honderd meter aan pure wansmaak, nietwaar? Vooral als die wansmaak ook nog eens aan twee kanten wordt begrensd door de meest afschuwelijke vormen van nieuwbouw. Het station is tenslotte toch voor veel mensen de poort naar de stad. En dus was het inderdaad tijd dat er met dat plein toch wat ging gebeuren.

U begrijpt dus mijn enthousiasme bij het verscheiden van de betonnen busbunkers, en daarnaast ook mijn nieuwsgierigheid naar wat er zou komen om station Haarlem van een gepaste loper te voorzien. Mijn geduld werd echter op de proef gesteld. Vraag mij niet hoe het kan, maar in Nederland zijn wij toch echt niet goed in snel bouwen. Het zal aan de bodem liggen, aan de moeilijkheid van vergunningen, aan de vele inspraakregelingen die we hier hanteren om net te doen alsof we democratisch zijn, of misschien ligt het toch stiekem aan de planners, de aannemers, of aan de politiek; ik weet het niet. In ieder geval krijg je bij zoiets als de herinrichting van een plein over het algemeen minstens enige jaren de tijd om een gezond gevoel van spanning op te bouwen. En dat was er bij mij dan ook, dat gezonde gevoel van spanning, telkens als ik uitstapte op station Haarlem.

Wat kan men allemaal wel niet met honderd vierkante meter in een historische binnenstad doen! Fantastische dingen! Natuurlijk, de busfunctie moest behouden blijven, maar hoe zouden de haltes eruit zien? Ik had fantasieën over prachtige bushokjes. Niet van die lelijke oude gele hokjes die je op het platteland ziet natuurlijk, nee! Maar uiteraard al helemaal niet die onbegrijpelijke bushokjes die hier overal in Amsterdam staan; die bushokjes die ontworpen lijken te zijn om te garanderen dat ze geen enkele maar dan ook geen enkele beschutting bieden aan de reizigers tegen wind en regen. Nee, Haarlem zou het natuurlijk anders aanpakken met die bushokjes, dat wist ik zeker, want als je voor zo een prachtig station bushokjes neerzet, dan mogen het wel een prachtige sierlijke en comfortabele bushokjes zijn, nietwaar? Precies!

En wat verder? Groen! Ja, groen zouden ze ook aanleggen natuurlijk, in de stad vaak toch al zo node gemist. OK, natuurlijk moest er onder het plein weer zo een parkeergarage geplaatst worden dus geen boom zou er ooit direct in de grond kunnen wortelen, maar… ik zag wel al prachtige bloembakken voor me, bomen in een pot. Of zo niet groen, dan wel water! Ondiepe vijvers met waterplanten en dikke karpers bijvoorbeeld, of een mooie fontein. Waarom niet? Haarlem is het waard.

Maar nu is het plein af. Alle bestrating is gelegd. En het is ongelofelijk.

Er is op dat plein helemaal niets. Geen bushokje, geen groen. Geen sierbestrating ook.

Het lijkt wel alsof het plein ontworpen is om de reiziger die op de bus moet wachten een zo onaangenaam mogelijk verblijf te geven. Meedogenloos wordt hij blootgesteld aan wind en regen die middels een zo kaal mogelijk plein maximaal vrij spel schijnen te hebben moeten krijgen.

Beste gemeente van Haarlem: wat is dit voor een wanprestatie? Waarom dit?

Ongetwijfeld spelen financiële overwegingen hier een rol. Dat gebeurt wel vaker, dat gemeenten een gestripte tekening goedkeuren omdat de realisatie daarvan zoveel goedkoper was dan het oorspronkelijke ontwerp. Daarnaast past deze leegte ook bij de Postmoderne bouwstijl die in Nederland zo populair is. Een architectonische reactie op het modernisme die gelijke voet houdt met de postmoderne reactie op modernisme in de filosofie. Natuurlijk, het idee dat waarden geworteld zijn in een objectieve werkelijkheid is achterhaald, en zo is tevens de functionele zakelijkheid van het modernisme achterhaald, ook in de architectuur. Maar waar de postmoderne filosofie zo leeg aanvoelt door haar onmacht om te komen tot nieuwe waarden, voelt de postmoderne achitectuur met haar grote vormen en goedkope materialen net zo leeg aan. En helaas is “less” niet altijd “more”.

Gelukkig is het nooit te laat. Dit blog is er niet voor niets. Dit blog is een waarschijnlijk vergeefse maar toch zeer gemeende smeekbede aan de gemeente Haarlem om de moderne Hollandse traditie om het eigen cultuurlandschap keer op keer te verkloten met armoedige architectuur, te doorbreken. Dus vooruit, beste gemeente Haarlem, kom tot inkeer! Het is nog niet te laat! Zorg er om te beginnen voor dat de bushokjes en busbanen niet het hele plein innemen. Dat is nergens voor nodig. Er is ruimte zat!

Haal nog één keer de klinkers uit de straten en laat ze terugleggen in een mooi patroon. Bestel bushokjes waarin men droog kan zijn en redelijk comfortabel kan zitten op houten bankjes, met in het design wellicht een knipoog naar de Art Nouveau van uw prachtige station. Plaats grote plantenbakken met daarin mooie creaties van tuinarchitecten! Leg voor de twee schitterende poorten wat opspuitend water aan. Of doe iets anders… maar doe iets! Want wanneer kennissen uit het buitenland me nu komen opzoeken durf ik ze bijna niet meer uw stad te laten zien. U doet uzelf en uw burgers en uw bezoekers met dit plein toch zó ontzettend tekort.


Deel dit:

Dus toch GroenLinks

Deel dit:

Veel mensen vragen zich af wat de signatuur van de Sargasso-bloggers toch is. Het antwoord: die denken natuurlijk met name voor zichzelf en zijn geen uithangbord voor een partij. Maar we zijn niet te belazerd om te zeggen wat we stemmen. Dit keer legt Klokwerk uit waarom hij ondanks alles toch GroenLinks stemt.

Tot ongeveer vorig jaar wist ik het vrij zeker: ik stem GroenLinks. Het huidige geklungel van deze partij en het gedecimeerd worden in de peilingen hebben me echter hevig doen twijfelen.

Zweven

Nee, om een mislukte grap met een stekkerdoos zal ik een partij niet verlaten. Als ik op de beste entertainer zou stemmen ging mijn stem wel naar Wilders. De Kunduz-missie kan ik niet steunen, maar om ëën naïef standpunt laat ik een partij ook niet vallen. Maar het schaamteloos etaleren van het eigen gebrek aan competentie heeft bij GroenLinks inmiddels wel hele extreme vormen aangenomen. De zaak Sap-Dibi staat helaas niet op zichzelf. De organisatie van de partij is een puinhoop en politici kunnen geen hoofd- van bijzaken onderscheiden, getuige ook het recente voorstel voor gratis glaasjes water in de horeca. Ik begon dus te zweven.

Wegzweven

Maar nu: wat vind ik belangrijk? Het vrije marktdenken is zo dood als een pier. De werkloosheid loopt op. De financiële reuzen graaien nog steeds gretig om zich heen en Brussel staat mede door Nederlands toedoen machteloos. Politici kennen geen andere remedie dan bezuinigen en hier in den lande zit de partij van de marktwerking (of moet ik zeggen de partij van het roofkapitaal) nog steeds stevig in het zadel. Lachebekje Rutte krijgt niets voor elkaar en is erin geslaagd de internationale positie van Nederland stevig te ondermijnen. Maar hij doet alsof er niets aan de hand is, ramt op zijn reclameslogans die holle vaten blijken en belooft als verkiezingsstunt iedere hardwerkende Nederlander duizend euro. Sinterklaas bestaat, en hij zit in het torentje.

Ja, trouwe lezers wisten het al lang: geen VVD voor Klokwerk. Sterker nog, die VVD moet maar even een paar jaar aan de kant staan.

Nou, er is ëën manier om ervoor te zorgen dat dit gebeurt, zegt men dan. Stem SP! Maar ook met de SP heb ik grote problemen. Nee meneer de populist Rutte, ik ben niet bang voor hun communisme, want dat is bij de SP ver te zoeken. Ik geef mijn stem echter niet aan een partij die doet alsof Nederland een eiland is en terug kan naar de jaren vijftig, en waarbij het ontbreekt aan enige visie op de EU en de arbeidsmarkt. De huidige problemen zijn veel te ernstig om gewoonweg ontkend te worden. Ook geen SP dus.

D66 dan? Zou kunnen. Deze club had immers bij de vorige verkiezingen vrijwel het hele programma van GroenLinks overgenomen. Het huidige verkiezingsprogramma ademt echter een grote leegte uit, en ik schrik mij rot als ik Pechtold zijn heimwee naar Balkenende II zie uitspreken. Een herhaling van Balkenende II? Niet met mijn stem.

Verder en verder zweef ik het moeras in. De PvdA? Lijkt redelijk, maar de PvdA is momenteel in alles de SP light, bij zowel qua voor- als de nadelen. De PvdA is daarmee de ideale stem als je helemaal op de SP lijn zit, maar het eigenlijk niet helemaal aandurft. Maar niets voor mij.

De Partij van de Toekomst? De Piratenpartij? LibDem? De Partij van de Dieren? Nee. GroenLinks verlaten omwille van politiek geklungel en een electorale terugval, om vervolgens op een one-issue-splinterpartij te stemmen, dat lijkt me een beetje pointless.

Terugzweven

In deze ellende begin ik me dus af te vragen waarom ik nu ook alweer begon te zweven. En dan besef ik dat ik wellicht wat dankbaarder mag zijn. Bijvoorbeeld voor het lente-akkoord.

Veel mensen zeggen dat het te rechts zou zijn, niet sociaal, of toch niets waard omdat het na een week al in de prullenbak lag. Wat deze mensen kennelijk nu alweer vergeten zijn, is dat ze zich anderhalf jaar lang kwaad hebben gemaakt over het beleid van Bruin I. Over bezuinigingen op het passend onderwijs, op het PGB, op de griffierechten, op openbaar vervoer, over de BTW verhoging voor podiumkunsten, over de huishoudinkomentoets voor de bijstand, over de extra bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, de invoering van de wet werken naar vermogen, de prestatiebeloning in het onderwijs, en ga zo maar verder. Niet alle, maar wel de meeste van deze maatregelen zouden zonder dat lente-akkoord momenteel ijskoud zijn uitgevoerd onder het motto van staand beleid, zoals dat nu helaas nog wel gebeurt met de langstudeerboete en de weigerambtenaar.

Ja, het had natuurlijk nog een stuk beter gekund, maar dat lente-akkoord is en blijft een prestatie van formaat. Zeker, het akkoord is waard wat het waard is: het is een begroting met vooruitzicht op verkiezingen en er zit naar het oordeel van de linkse kiezer natuurlijk teveel CDA en VVD in. Maar het gaf ons wel een zeer stabiele zomer, met eindelijk weer eens een economische meevaller als bonus. En ik ben dus nog steeds erg blij dat Rutte in de lente al tegenhouden is en niet later pas.

Waarom GroenLinks

Ik zie de noodzaak van Europese samenwerking om de financiële crisis te bedwingen, maar ben hoogst ontevreden over het gebrek aan democratie in Brussel. En ik wil stemmen op een partij die zich daar al langer dan sinds de crisis druk om maakt. Dus GroenLinks.

Ik zie de noodzaak van hervorming van ons sociale stelsel, een administratieve draak waarbij gelijkheid ver is te zoeken en dat bovendien langzaam afbrokkelt. Maar ik wil wel dat er zo hervormd wordt dat mensen met domme pech een goed vangnet hebben. Niet alleen in het belang van henzelf, maar ook voor een stabiele samenleving. Dus GroenLinks.

En ik ben absoluut geen bomenknuffelaar, maar ik ben niet te naïef of blind om in te zien dat we op een fundamenteel andere manier moeten gaan leven als het gaat om voedsel en energie. Simpelweg in het belang van onze eigen gezondheid en de toekomstvastheid van het verschijnsel mens. Ik zie bovendien de economische voordelen om daarop voor te sorteren. Dus GroenLinks.

Verder wil ik kiezen voor een die partij die dingen als mensenrechten, privacybeleid en moreel liberalisme voorop stelt. GroenLinks dus.

GroenLinks als strategische stem

Inhoudelijk blijft het voor mij dus GroenLinks. Daarbij blijkt GroenLinks voor mij ook de meest strategische stem.

De SP en de VVD zitten elkaar momenteel bewust groter te maken met een wedstrijdje wie-de-grootste-wordt. Maar uiteindelijk doet dat er niet toe, want het zou niet de eerste keer zijn dat de grootste partij niet in de coalitie komt. Veel belangrijker is het hoe die coalitie eruit ziet. Linksom of rechtsom, er komt waarschijnlijk een sprokkelcoalitie, waarbij de coalitiepartners misschien wel de smaakmakers zullen zijn na deze platte wedstrijd tussen links en rechts populisme.

Gaat het rechtsom met de VVD, dan is de kans groot dat ook GroenLinks nodig is. Met geen van de mogelijke combinaties ben ik tevreden, maar het is in mijn belang dat de rood/groene component zo groot mogelijk is ten opzichte van de conservatief rechtse VVD, terwijl ik ook de Christelijke huichelarij met weigeramtenaren, zondagssluiting en de wietpas ook graag zoveel mogelijk gecompenseerd zie worden. Als ik moet kiezen tussen Balkenende II en het lente-akkoord, doe mij dan toch het laatste maar.

Gelukkig geeft GroenLinks zelf onverbloemd de voorkeur aan samenwerken met de SP in plaats van de VVD. En zeker voor een linkse coalitie zal GroenLinks hoogst waarschijnlijk nodig zijn, naast de PvdA en wellicht zelfs de Partij van de Dieren. Daarmee is die rode coalitie echter nog niet rond.

De SP lijkt voor de aanvulling meer naar het CDA dan naar D66 te lonken. Een conservatief links kabinet met het CDA en wellicht zelfs de CU lijkt mij echter een erg slecht idee. Niet alleen om bovengenoemde punten, maar wordt ook hoog tijd dat we eindelijk de achterdeur van de coffeeshops eens behoorlijk regelen, want de criminaliteit heeft daar nu wel voldoende geld aan verdiend lijkt mij. Met D66 is het niet alleen op het morele vlak veel beter zaken doen, de combinatie Pechtold-Roemer lijkt mij voor beide ook meer dan gezond. Pechtold zal moeten dimmen met zijn bezuinigen-is-goed en de-markt-is-beter agenda’s, terwijl Roemer even wat realistischer zal moeten gaan kijken naar de houdbaarheid van ons sociale stelsel, en zijn mooie plannen voor Nederland ook Europees zal moeten gaan delen.

Doe mij maar een kabinetje Roemer-Pechtold dus. En als er ëën partij is die dat kan gaan stimuleren, dan is dat GroenLinks. GroenLinks zal in een kabinet met de SP namelijk absoluut liever kiezen voor D66 als partner in plaats van het CDA. Juist in de formatie kan GroenLinks daarmee een heel belangrijke, zo niet beslissende rol spelen. Ook met vijf zetels.

Het is u en mij nu dus weer duidelijk: Klokwerk stemt deze verkiezingen gewoon GroenLinks.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een globaal nivelleringsfeestje

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze moraal als het gaat om ontwikkelingshulp.

Vorige week haalde Serious Request ruim 12 miljoen euro op. Dat is mooi. Helaas besloot het nieuwe kabinet dit jaar echter de ontwikkelingshulp met meer dan het achtvoudige van dit bedrag te korten. We hebben het geld hier namelijk zelf hard nodig. Daarbij komt dat geld toch altijd bij de verkeerde mensen terecht. En bovendien heeft het allemaal geen effect. Bewijs: Afrika is nog steeds arm.

Allemaal idiote excuses natuurlijk. En makkelijk te weerleggen bovendien. We hebben het geld zeker niet meer nodig dan een derde wereldland. 0,7% Van wat we verdienen is echt niet zoveel gevraagd. En dat het geld verkeerd besteed zou worden zou hooguit een argument zijn het beter te beleggen, niet te stoppen. En dat we er nog niet in geslaagd zijn om van Afrika een heilstaat te maken betekent uiteraard niet dat het waardeloos was één mens in te enten tegen een ziekte of van een opleiding te voorzien.

Maar zijn deze Wildersiaanse drogredeneringen echt de reden dat ontwikkelingshulp niet zo populair meer is? Of zit er meer achter?

In Trouw verscheen afgelopen week een cynisch stuk over Serious Request. Cultuurhistorici analyseerden de happening als was het een ziekte. We zouden geven om ons geweten te sussen, vanwege de sociale druk, of uit betweterij. Of wellicht gewoon omdat we er een feestje voor terugkrijgen.

Waarom zoeken we als het gaat om altruïsme eigenlijk altijd naar dubbele motieven? En waarom klinkt dat zo verwijtend?

Een vriendin van mij werkt voor een internationale ontwikkelingsorganisatie waarvan ik nog nooit gehoord had. Toen ik haar dat zei vertelde ze me dat deze organisaties vaak bewust in de anonimiteit blijven, om de schijn te vermijden er zelf beter van te worden.

Waarom die angst? Waarom schamen we ons voor een goede daad?

Misschien heeft het allemaal te maken met die oerchristelijke moraal waarin goeddoen vooral bestaat uit medelijden en in het verborgene moet plaatsvinden. Ontwikkelingshulp lijkt zo echter wel het slachtoffer te worden van het feit dat we ons al die jaren heiliger voordeden dan we waren. Want van onze ontwikkelingshulp werden we zelf wel degelijk ook beter. Een groot deel van de gelden wordt namelijk besteed bij Nederlandse bedrijven, waarmee we onze economische en diplomatieke positie in het buitenland verstevigen. Niet alleen belangrijk voor de ontwikkelingslanden maar van levensbelang voor een landje dat leeft van de internationale handel.

De filosoof Nietzsche probeerde ons te leren dat medelijden het sterke verzwakt, terwijl het de zwakkere kleineert en afhankelijk maakt. Zijn kruistocht tegen medelijden klinkt hard. Maar het resultaat van onze huidige moraal van medelijden blijkt te zijn dat we bij een beetje tegenspoed niet alleen snel opgeven, maar ook in ons eigen vlees gaan zitten te snijden, omdat we niet durven toegeven dat het ons eigen vlees is. Het resultaat is dat twee partijen verliezen.

Als hulp gerechtvaardigd wordt vanuit wederzijds belang is het wellicht meer crisisbestendig. Laat het goeddoen daarom vooral een feestje zijn. Een globaal nivelleringsfeestje. Voor elkaar.


Deel dit:

144 Redt een Dier

Deel dit:

“Hallo, hier 144! De animal cops! Ziet u een dier in nood? Bel ons meteen! “

“Ja, hallo met Klokwerk! Kan ik hier dierenleed melden? “

“Hallo, Klokwerk – wel wis en drie vent! Goed dat je belt! Ja, dierenleed, daar kunnen wij animalcops absoluut niet tegen, hoor! Daar treden we hard tegen op! “

“Nou, dat is verdomd mooi om te horen zeg! Ik bel namelijk vanwege een kerel, en die heeft een jonge hond, niet normaal hoe hij die behandelt! En nog wel erger dan in jullie radiospotjes hoor! Het is gewoon verschrikkelijk! “

“Vertel! “

“Nou, hij houdt het beest 24 uur per dag in het donker; omdat ie anders zoveel herrie maakt, zegt-ie. Hij sluit het dan op in een hokje dat zo klein is dat het zich niet eens om kan draaien, met een rooster onder zijn achterwerk zodat de stront erdoor valt, waardoor het beest constant in de stank staat en ook nog kapotte achterpootjes heeft. En vorige week heeft hij met een gloeiende pook de ballen van het beest eraf gebrand! “

“Wat? Dat is wel al te vreselijk! “

“Ja, dat dacht ik ook. En naar buiten mag het beest nooit. Dacht ik bij mezelf: dat is toch niet normaal? “

“Nee, dat is het zeker niet zeg! Zo gaan wij hier in dit land niet met de dieren om! Allejezus, Klokwerk, wat ben ik blij dat je gebeld hebt! Het is nu juist voor dit soort gevallen waarvoor wij animalcops in het leven geroepen zijn hoor! “

“Mooi dat te horen! Gaat u naar dit en dit adres en doe uw werk! “

“We gaan gelijk aan de slag, kerel! Voorwaarts, en met getrokken wapenstok! “

“Go! “

– twee uur later –

“Met Klokwerk? “

“Dag Klokwerk, sorry dat we je storen, maar je spreekt met de animal-cops. “

“Ah, hallo! “

“Klopt het dat je twee uur terug een melding had gedaan? “

“Ja! Hoe ging het? “

“Nou, op zich prima. We zijn met getrokken wapenstok dat erf op gereden, hebben de deur ingeramd, er flink op losgeslagen natuurlijk, en de eigenaar meegenomen – die zit nu vast. Je zal trots op ons zijn! “

“Dat ben ik ook! “

“Alleen, het probleem is; de eigenaar blijft ontkennen en we hebben de hond waar je het over had niet kunnen vinden. “

“Hond? Oh sorry, dan had ik me vergist. Het ging niet over een hond, maar over duizend varkens. “

(morgen maar eens bellen over dat konijn dat plastic gevoerd wordt tot hij stikt)


Deel dit:

Emile, wil jij mijn poedel worden?

Deel dit:

– Met Emile.
– Hey Emile, je spreekt met Mark.
– Mark?
– Ja, Mark, je premier-to-be, whahahahaha.
– Had je gedroomd Mark.
– Dat de beste moge winnen, Emile.
– Ik wil niet dat de beste wint, ik wil dat ik win. Ik hoop niet dat Diederik wint, Mark.
– Ik ook niet Emile.
– Dat zou ook niet eerlijk zijn, vind je niet? Wij hebben immers toch de mooiste slogans?
– Vind je?
– Ja, vooral die van jullie over die belastingverlaging vind ik mooi gevonden.
– Dank je.
– Waar je midden in de crisis het geld vandaan haalt is mij eerlijk gezegd een raadsel, maar het is gedurfd.
– Ach, zolang de mensen het graag geloven, geloven ze het. Vijfenzestig blijft vijfenzestig was overigens ook een meesterzet hoor, ere wie ere toekomt.
– Ja, en het is ook waar hè? 65 zal niet plotseling 67 of 53 worden. Een koe blijft een koe, een paard een paard, twee blijft twee en 65 blijft 65. Ze zullen me nooit van liegen kunnen beschuldigen. Kan je nog wat van leren Mark.
– Eh ja.
– Maar het is prachtig wat die reclamejongens allemaal niet weten te bedenken nietwaar?
– Wat je zegt.
– Die van jullie: harder straffen, minder begrip van criminaliteit, dat is ook behoorlijk geniaal.
– Nee, dat zeg je verkeerd Emile, het is: strenger straffen, minder begrip van criminelen, eh, vóór criminelen, ik bedoelde voor criminelen.
– Ben je voor criminelen Mark?
– Nee, voor minder begrip daarvoor.
– Oh, ik dacht minder begrip van criminaliteit.
– Ach dat komt allemaal op hetzelfde neer toch? Maar goed, Emile, ik belde dus met een vraag.
– Die zijn er om gesteld te worden Mark.
– Mooi.
– Behalve in de Kamer, want daar krijg je toch geen antwoord.
– Lollig.
– Ter zake Mark.
– Emile, wil jij mijn poedel worden?
– Je wat?
– Mijn bedrijfspoedel, bedoel ik.
– Huh?
– Je weet wel, een beetje blaffen op zijn tijd maar uiteindelijk mooi aan lijntje lopen.
– Nou, dat lijkt me geen goed idee Mark.
– Nee?
– Eigenlijk wilde ik jou net hetzelfde voorstellen maar dan andersom.
– Wat zeg je nou Emile? Je gelooft toch niet serieus zelf nog dat jij premier kan worden?
– Nou, moet je horen wie het zegt. Een paar jaar terug had ook niemand het van jou gedacht.
– Mijn collega’s van de EU geloven het eerlijk gezegd nog steeds niet, whahahaha.
– Hoe dan ook Mark, het gaat niet gebeuren.
– Wat niet?
– Gedoogsteun van de SP voor de VVD.
– Je weet niet wat je zegt! Gedoogsteun is zo gezellig. Ik heb er prima ervaringen mee.
– Gaat niet gebeuren Mark.
– En een kabinetje van ons samen met het CDA en de PvdA wordt het ook niet? – Vraag daar D66 maar voor.
– Dat is precies wat ik ook ga doen Emile.
– Ik was er al bang voor.
– Mijn vraag was dan ook niet serieus gesteld, Emile.
– Alleen maar voor de vorm zeker?
– Alleen maar voor de vorm Emile.
– Een dolletje eigenlijk?
– Een dolletje, en om alvast te oefenen voor na 12 september, Emile.
– Dus niets serieus aan?
– Je weet toch dat ik nachtmerries van je krijg als ik weer eens zwaar getafeld heb?
– Dat is waar ook. Je moet aan je gezondheid denken.
– Zeker.
– En ophouden met zwaar tafelen is er voor jou natuurlijk niet bij.
– Nee.
– Maar, wat als Diederik nu eens niet jou, maar mij vraagt voor zijn kabinet?
– Tsja, dát is natuurlijk aan hem, Emile, maar dan zullen jullie waarschijnlijk Sybrand en Alexander moeten lijmen voor jullie mooie plannetjes.
– Of Jolande en Arie of Marianne.
– Nou niet te wild gaan worden, Emile.
– Maar als je ziet wat er in één halve week kan veranderen…
– Denk toch aan onze premiersstrijd, Emile.
– Oh ja, dat is waar ook.
– Hou daaraan vast, Emile.
– Ja.
– Niet opgeven, Emile.
– Nee.
– Die maakt ons groot, Emile.
– Die maakt jou groot zal je bedoelen.
– Daarvoor wilde ik je nog hartelijk bedanken Emile.
– Matig graag gedaan Mark.
– Dank je Emile.
– Veel succes nog deze verkiezingen Mark.
– Jij ook veel succes dan maar Emile.


Deel dit:

Zonder Democratie Geen Uitweg

Deel dit:

De eurocrisis zal niet opgelost worden met behulp van Europees spierballenvertoon alleen. Belangrijker nog is de versterking van de Europese democratie.

Na de val van het kabinet is het voor sommige politici weer vrij trappen naar de EU. Sowieso was de EU de kiezer al veel langer niet bepaald sexy. Vreemd? Helemaal niet. De organisatie van de EU toont zich aan alle kanten zowel ondemocratisch als incompetent. Weinig kiezers die voor die combinatie zullen vallen, nietwaar? En toch is het zich afkeren van de EU iets wat de crisis alleen maar kan verergeren. De enige oplossing uit de economische én de politieke crisis van de EU is een centrale vorm van democratie.

Iedereen is het hierover eens: wanneer de EU meteen daadkrachtig had kunnen ingrijpen in Griekenland, dan was de hele economische crisis die in de rest van de wereld inmiddels langzaam lijkt uit te razen ook in Europa al lang voorbij geweest. Dit kon echter niet omdat het binnen de EU ontbrak aan mandaat. Een jaar lang hebben we daarom kunnen zien dat de regeringsleiders van de EU uitblonken in incompetentie om met echte oplossingen te komen. Onderling probeerden ze elkaar de hete aardappel toe te schuiven, en onder het schuiven bleek die aardappel steeds heter te worden.

Ondertussen grepen eurocritici of zeg maar gerust eurohaters hun kans weer. Steeds luider klinkt uit de achterban de absurde eis om de Euro of die hele EU gelijk maar op te geven of sterk af te bouwen.

En nu de EU leiders toch moeizaam tot een akkoord gekomen zijn is de vraag meteen: hoe stevig is dit akkoord? De toekomst zal het uitwijzen. Het feit dat ook Nederlandse politici pleiten voor het oprekken van de hernieuwde normen op het moment dat ze er tot hun eigen stomme verbazing tegenop dreigen te lopen doet eens te meer vermoeden dat de vernieuwde afspraken zo zacht als boter zijn. De financiëaut;le markten blijven dan ook argwanend. De eurocrisis zet door.

Waarom gebeurt dit? Achter de eurocrisis schuilt een diepe politieke crisis, die al veel ouder is dan de financiëaut;le crisis. Het ontbreekt de EU aan draagvlak. En zo vreemd is dat nu ook weer niet. De EU heeft er namelijk in het recente verleden alles aan gedaan om bij de burger onpopulair te worden. Denk maar eens in: De voorzitter van de Unie wordt in een schimmig overleg door de regeringsleiders gekozen; een referendum over de toekomst van de Unie wordt straal genegeerd; het gekozen parlement van de Unie wordt in de besluitvorming nauwelijks gehoord en heeft feitelijk ook helemaal geen macht; en wanneer de regeringsleiders er in hun achterkamertjes er met 27 man niet uitkomen, dan duiken de vertegenwoordigers van de twee grootste landen samen in een ander achterkamertje en leggen de rest vervolgens hun deal op.

Vicieuze cirkel

Hoe kan dan het verbazing wekken dat de EU zo weinig draagvlak heeft bij haar eigen bevolking? Het is volkomen logisch. De EU is alles behalve een democratie. De burger krijgt feitelijk continu de boodschap: de EU trekt zich van uw mening niets aan. Zulk wantrouwen wordt versterkt in een economische crisis, waarin de EU ook nog een machteloos orgaan blijkt dat de financiëaut;le markten niet gerust kan stellen. En daarmee is de vicieuze cirkel rond.

De les moet deze zijn: Vertrouwen in de munt kan niet zonder vertrouwen in de Unie, en vertrouwen in de Unie kan niet zonder stevig mandaat. En in een samenwerking van democratieëaut;n kan een stevig mandaat niet zonder breed draagvlak onder de bevolking. Dat draagvlak is er niet. Het maken van afspraken over een strengere begrotingsdiscipline en het oprichten van een noodfonds is daarom een kwestie van dweilen met de kraan open, omdat de vrees altijd blijft dat lidstaten onder invloed van nationalistische politici gaan soleren en de afspraken niet na zullen komen.

Om draagvlak te krijgen dient de Unie te laten zien dat ze luistert naar de burger, en de enige manier om dat te bereiken is door zelf democratischer te worden. Dat wordt zij echter niet door de nationale parlementen meer macht te geven in EU zaken, zoals sommige bepleiters van meer democratie in de EU voorstellen. Voor zijn stem wil de burger namelijk wat terug, en het enige wat zal overtuigen is directe invloed van de kiezer op de Unie. De nationale parlementen kunnen die directe invloed nooit krijgen, omdat ze nu eenmaal niet over elkaar kunnen beslissen. Omdat EU besluiten nu eenmaal centraal genomen worden moet ook de inspraak centraal geregeld worden.

Drie hervormingen

Een drietal andere hervormingen zou daarom veel effectiever zijn. Ten eerste zou het Europees parlement direct moeten kunnen bepalen welke benoemingen er in Europa plaats vinden. Zij moet kunnen bepalen wie de voorzitter is en hoe de Europese commissie wordt samengesteld, en niet de nationale regeringen. Ten tweede zou het Europees Parlement het eerste en het laatste woord moeten hebben over alle centraal geregelde Europese zaken. Ieder wetsvoorstel dat uit de Europese Commissie of van regeringsleiders komt zou dan ook langs het parlement moeten, dat zelf ook wetsvoorstellen moet kunnen opstellen.

Dat deze eerste twee voorstellen niet al veel breder bepleit worden is zeer verbazingwekkend, want het is niets anders dan zoals iedere democratie binnen EU verband al functioneert, zelfs van de EU moet functioneren. Waarom het centrale orgaan zelf dan niet?

Desondanks zal indien dit ingevoerd wordt de kans nog steeds groot zijn dat de afstand tussen parlement en burger groot blijft. Het parlement staat immers noodzakelijkerwijze ver van de burger af. Vandaar het derde punt: een Europees referendum. Dit referendum zal dan wel moeten voldoen aan de eis dat het gaat over enkelvoudige zaken; dus niet een hele grondwet of andere megapakketten met vele voors en tegens, omdat na zo een referendum niemand meer zal kunnen zeggen waar de burger nu eigenlijk precies voor of tegen was. Ook moet natuurlijk ook een bepaald percentage mensen üaut;berhaupt zin hebben in dat referendum. Er moet daarom een aanzienlijke kiesdrempel zijn voor het aanvragen daarvan. Maar hoe dan ook, het referendum is nodig om de klacht weg te nemen dat politici vier jaar lang toch niet luisteren naar de burger: dat is dan immers niet meer mogelijk.

Subsidiesysteem

In een structuur die aan deze drie voorwaarden voldoet zou de EU weer met recht kunnen beweren dat ze luistert naar de burger. En het opvallende is dat zij juist daarom ook veel daadkrachtiger op zal kunnen optreden. Want meer democratie werkt lang niet altijd verlammend en vertragend, in dit geval hoogst waarschijnlijk integendeel. Om te beginnen zal in een EU met een centrale democratie de angst van premiers om landelijk afgerekend te worden voor wat ze in de EU bedisselen verdwijnen, wat de besluitvaardigheid alleen maar ten goede zal komen. Daarbij zal de centrale democratie zelf bepaalde zaken ook kunnen versnellen. Neem als voorbeeld het idiote verschijnsel dat het parlement halfjaarlijks heen en weer verhuist van Brussel naar Straatsburg. De regeringsleiders onderling komen er niet uit die idiotie af te schaffen, een parlement zal hier veel sneller uit kunnen komen omdat zij minder nationaal gebonden is, terwijl met een Europees referendum deze nonsens waarschijnlijk zo is verdwenen. Wellicht dat ook wanneer burgers kunnen stemmen over het bijvoorbeeld landbouwbeleid, landsbelangen veel minder een rol in de discussie gaan spelen dan nu het geval is. Immers, de gemiddelde burger is geen boer: wellicht zal de hervorming van het idiote subsidiesysteem dat nu binnen de EU geldt met een centrale democratie veel vlotter gaan dan iemand zich nu kan voorstellen.

Wanneer de EU de slag naar meer democratie niet maakt echter zie ik het somber in voor het draagvlak van de EU en daarmee ook de EU zelf. Omdat de druk van de economische crisis groot is werden er strengere begrotingsafspraken gemaakt en er wordt een noodfonds opgericht. De EU is kortom bezig om zich te hervormen, maar laat democratisering daarbij buiten beschouwing. Met als gevolg een groeiend wantrouwen, en groeiend nationaal verzet tegen de nieuwe afspraken. En dat kan alleen maar schadelijk zijn, want wanneer wij ons niet door de EU laten dwingen onze uitgaven terug te brengen, doen op termijn de staatsschuld en de economische crisis dat vanzelf wel: waarschijnlijk met een forse rente.

Wat heeft dit alles met de komende nationale verkiezingen te maken? Alles natuurlijk. Zolang de EU door nationale regeringsleiders bestuurd wordt, dienen de noodzakelijke hervormingen van de EU in een echte democratie door de regeringsleiders geagendeerd te worden. Het wachten is tijdens deze verkiezingsstrijd dus op politici die zich niet populair willen maken door Calimero te spelen en zich af te zetten tegen de EU, maar de democratische hervorming van de EU tot speerpunt van hun campagne maken.


Deel dit:

Rechts Stemadvies

Deel dit:

Waarin de auteur aan VVD-stemmers een voorstel doet.

OK. Dus je bent rechts. Je hebt geen zin in dat hippie-gezeik, dus je stemt VVD. Dat milieugezanik, dat overleven we allemaal wel, en zo niet, dan waren wij echt niet degenen die er iets aan hadden kunnen veranderen. Gezever over ozon en CO2 en zure regen en wat dan ook is allemaal maar sowieso hopeloos speculatief gedoe. Over tien jaar vinden ze wel wat nieuws uit. Als er niet een of andere meteoriet of vulkaanuitbarsting komt die de zaken er toch al compleet anders uit zal laten zien.

Ondertussen: de realiteit van vandaag de dag. Je hebt je huis met een aflossingsvrije hypotheek gekocht en je bent nu naast je werk even lekker toe aan genieten. Je wilt daarom van je eerlijk verdiende loon niet graag bijdragen aan het levensonderhoud van handophouders. De economie wordt tenslotte gebouwd door ondernemende mensen en niet door uitkeringstrekkers en subsidieraven. Waar niemand voor wil betalen is het volgens jou niet waard om kunstmatig in leven gehouden te worden.

Criminelen? Geen zin in, opsluiten en nooit meer over praten. Nederlander worden? Kan je vergeten, we hebben het hier goed zat en daar kunnen we geen profiteurs bij gebruiken. Europese samenwerking? Europa ziet er prima uit zoals het nu is. Crisis? Welke crisis? Oh, tekorten! De overheid heeft genoeg zieligheidprojecten lopen waar nog een hele hoop af kan. Iedereen die wil kan zijn eigen pech toch betalen? Met jou en de jouwen gaat het in ieder geval goed.

Je vindt het misschien prettig dat je vrij zeker weet dat je partij niet meer met de proleet Wilders zal gaan regeren. Het CDA, toch de gewezen partner voor je VVD-regering, wil dat immers niet meer. Niet dat Wilders geschifter is dan die linkse knuffelaars met hun droomwereld natuurlijk. Maar je hoopt dat je partij met het kneedbare PvdA en eventueel het krachteloze D66 samen zal gaan regeren.

En waarschijnlijk krijg je nog je zin ook. Op 12 september kan een fles wijn open.

Maar waarom?

Nu even dit. Het komt je misschien ongelegen uit, maar je kunt niet ontkennen dat we in een best wel vervelende crisis zitten. Je bent je baan dan wel niet kwijt, maar de opdrachten lopen terug en je beleggingen worden een stuk minder waard. Wellicht moet je zelfs al even een maagpoedertje nemen als je terugdenkt aan hoeveel geld de crisis ook jou inmiddels heeft gekost. 2008. Auw.

Helaas doet ook jouw partij het liefst alsof er helemaal nooit een crisis is geweest en we altijd op dezelfde voet verder kunnen leven. Terwijl zelfs een kind snapt dat dit niet zo is.

Het is, laten we eerlijk zijn, misschien echt wel eens tijd om kritisch te kijken naar het gegraai bij de banken, in de zorg, bij de publieke omroep ook, en op de woningmarkt. Misschien niet in het belang van jouw salaris, maar wel in het belang van de prijs van jouw huis, jouw pensioen en jouw beleggingen. En misschien moeten we daar gewoon wel een keer niet te lang mee wachten. Rekeningen die je laat liggen hebben de neiging steeds hoger te worden, nietwaar?

En ik wil niet te opdringerig zijn, maar in het verlengde daarvan is het ook eens tijd toe te geven dat het misschien handig is eindelijk serieus te gaan voorsorteren op een wereld waarin de energie niet meer vanzelf uit de grond spuit als je er een pijpleiding in duwt, en waar mensen niet vanzelf gezond worden als we zo met onze eigen leefomgeving blijven omspringen.

En verder is het wellicht ook eens tijd dat we in onze ogen gaan wrijven en eindelijk erkennen dat de vrije markt ons lang niet altijd heeft gebracht wat het beloofd heeft. Niet alleen is die crisis natuurlijk wel een klein beetje de schuld van het vrije marktdenken van onder andere jouw partij, maar ook mag je best een keer toegeven dat op veel gebieden, met name als het gaat om vervoer, juist geen lagere prijzen en betere service zijn gekomen, maar eerder het omgekeerde. En nee, de EU was niet af door de grenzen open te gooien voor de handel en de heilige vrije markt de zaak hier alleen te laten bestieren, zo blijkt.

Daarbij kan jij vast ook wel bedenken dat de zorg niet “betaalbaar” wordt als de zieken voortaan voor de kosten opdraaien. Wees eerlijk; de zorg wordt daarmee alleen maar “betaalbaar” voor de mensen die niet ziek zijn. En aangezien de meeste mensen en hun familieleden hun leven eindigen met een ziektebed krijg ook jij de rekening uiteindelijk vanzelf een keer gepresenteerd.

Ten slotte is een goed vangnet niet alleen sociaal, het is ook economische noodzaak. Het brengt de stabiliteit die we nu aan het kwijtraken zijn. Nee, misschien heb je geen medeleven met mensen uit een slechter sociaal milieu dan jij, of met minder goede lichamelijke of geestelijke ontwikkeling of capaciteiten. Natuurlijk hoop ik dat jou en je geliefden zulk soort pech nooit zal treffen. Maar mensen met zulke pech zijn er wel. Die lui negeren en op straat schoppen en rond laten zwerven brengt ons welvaart noch veiligheid. En iedereen die zich misdraagt opsluiten is uiteindelijk de duurste oplossing mogelijk. Dat zal je moeten inzien.

Conclusie

Goed, misschien ben je begerig naar die 1000 euro extra zakgeld die ome Mark je belooft. Maar wees eerlijk: jij weet toch ook wel dat Sinterklaas niet bestaat? Misschien ben je bang van dat zogenaamde rode gevaar. Maar jij laat je stem toch niet bepalen door angst voor de boeman? Socialisten bestaan toch al lang niet meer in Nederland. Zelfs Roemer heeft er nauwelijks nog iets van weg.

Je zegt je bent liberaal. Fair deal. Maar de VVD is al lang geen liberale partij meer. Doe daarom voor de verandering eens gek. Stop met dat doen alsof er niets aan de hand is, en doe aanstaande woensdag eens net alsof er een dag van morgen bestaat, een wereld buiten Nederland, en een werkelijkheid buiten de dikte van jouw portemonnee. Vooruit. Doe eens hippie. Je kan het. Stem D66.


Deel dit:

Interview met de Anne Frank Boom

Deel dit:

De boom zou oud zijn. Al grotendeels dood. En het gevaar van omvallen te groot.

Kortom, de boom moest gekapt worden, maar… dit leidde tot Verzet van Vele Helden over de hele wereld: de amerikaanse pers, de duitse pers en de Nederlandse pers… de Anne Frankstichting, de bomenstichting en andere stichtingen… iedereen wist mee te praten over de boom, die meermalen als symbool van de vrijheid bestempeld werd.

Behalve de boom zelf. Die zweeg.

Echter niet langer dan tot nu. Uiteindelijk heeft de boom na lang aandringen toegestemd met een interview. En wie zou dat interview nu beter kunnen afnemen dan bomenvriendin voor het leven… Prinses Irene?

Postbanaal regelde voor u dat interview, en exclusief voor u hier op deze pagina de reportage:

PI: Mijn eerste vraag: hoe voelt u zich nu?

AFB: Ach vandaag voel ik mij naar omstandigheden goed. Het weer zit mee. De zon doet zijn werk. Alleen whoehoehaaaa nee niet weer!

PI: Wat is er?

AFB: Een of andere grondeekhoorn die zich tussen mijn wortels… whoehaaa! Nee! Genade!… Hij zit tussen mijn wortels en scharrelt af en toe wat heen en weer.

PI: Er zitten hier geen grondeekhoorns.

AFB: Whoehaaaa!… nu dan is het een muis… whahahaa!, wacht, hij wordt weer even rustig nu.

PI: Kunt u zich Anne nog herinneren?

AFB: Jazeker, ik kan mij haar goed herinneren. Als klein meisje speelde zij vaak rond mijn wortels, en een keer is zij in mij geklommen. Tsja, dat was een welhaast erotische ervaring. (ruist zachtjes)

PI: En later in het Achterhuis?

AFB: Toen Anne in het achterhuis zat kon zij mij beter zien dan ik haar. Ja, eigenlijk… voelde ik mij bespied.

PI: Hoe voelde dat?

AFB: Ach, het voelde… het voelde als… als verraad.

PI: U weet toch waarom Anne ondergedoken zat?

AFB: Luister mevrouw (…), ik word over het algemeen gezien als een symbool van de vrijheid en zo voel ik mij dan ook, ook als ik met u spreek. Het deed mij niet veel te horen dat zij dood was.

PI: Dat kunt u niet menen.

AFB: Oh ja dat meen ik, want wanneer een pubermeisje opgesloten wordt in een achterhuis dan doet dat mij wel zeker ernstig pijn en verdriet. De vrijheidsberoving van Anne heeft mij meer gedaan dan haar uiteindelijke deportatie. Haar vrijheid was ze toen al jaren kwijt. Zij was gedwongen tot verlangen naar mij van een afstand. Tot onpersoonlijheid. Haar persoonlijke gevoelens kon zij slechts vastleggen in bladzijden, geheel toevallig gewonnen uit mijn neef Jaap; daar heeft u uw scope te pakken mevrouw. Maar… het kwaad was al geschied toen zij onderdook. Wie zijn of haar vrijheid verliest, sterft.

PI: Over sterven gesproken, men zegt dat u erg ziek bent. Hoe is de dood voor u?

AFB: Wij bomen sterven net als mensen; ik zit nog vol leven maar voel dat ik langzaam verzwak. Onder de grond ben ik bijna net zo groot als daarboven, dat moet u niet vergeten, maar waar ik boven de grond nog vol en stevig lijk, heb ik onder de grond stukken van mij prijs moeten geven; ik voel mijn krachten wegvloeien terwijl ik mij nog met mijn nagels vasthoud aan de aardkorst totdat ik omval.

PI: In dat geval moet u de gevonden oplossing zeer kunnen waarderen!

PI: Hallo?

AFB: Sorry, even een klein takje… Mevrouw Irene; praat u mij er niet van! Ik vind het ronduit verschrikkelijk. Ik, het symbool van de vrijheid, vastgeklonken in een stalen kooi, zodat ik niet de vrijheid heb te sterven en om te vallen als de wind mij teveel wordt. Dat ik deze schande van betuttelend behoud, die in feite niets anders is dan tirannie, nog moet meemaken mevrouw Irene, dat is mij teveel. De enige vrijheid die ik verlang is de vrijheid om de weg te gaan die de natuur mij wijst, maar deze vrijheid is mij door uw soort niet gegund mevrouw Irene! Alles moet bij u worden gepland. Wat is uw vrijheid? Een berekend pad, een ritueel, stipt uitgevoerd op het ritme van de bliepjes van uw organisers, de digitale wekkers waarmee u ontwaakt, de veilige sleur waaraan u zich conformeert. Is dat vrijheid?

PI: …

AFB: … Dat is geen vrijheid. U heeft zich vastgeklonken in een plasticken harnas, en officieel zou u eruit mogen stappen… maar u zult niet weten hoe u zonder zult moeten overleven, u kunt zonder niet overleven. Dat is uw tragiek! Die van mij… en die van u is dat onze vrijheid slechts bestaat binnen het door de uwen als toelaatbaar aangewezene. Ik sta hier de laatste jaren van mijn leven, mevrouw, in protest, noteert u dat, om u eraan te herinneren hoe u de vrijheid van een vrije kastanje heeft vermoord.

(ruist zachtjes een tijdje en zegt dan: )

Het is klaar, ons gesprek is over mevrouw Irene. Ik verzoek u mij verder met rust te laten.

(Zwijgend en diep onder de indruk verlaat Irene de tuin achter het Anne Frankhuis.)

(c) 2008 Klokwerk – www.klokwerk-design.nl

Ter gelegenheid van de 5 mei viering van 2008

Edit: Op 22 augustus 2010 om 13:30 heeft de boom wraak genomen door met kooi en overige hulpmiddelen en al alsnog om te waaien. De stam van de dertig ton zware boom is een meter boven de grond afgebroken en op de grond terechtgekomen. Doordat de boom in de tuin viel, en niet naar het huis toe, maar in de tuin, is er verder geen schade aangericht en zijn er geen gewonden gevallen.


Deel dit: