Politiek Kwartier – Bezigheidstherapie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich midden in crisistijd durft af te vragen of we niet beter af zouden zijn als we minder gingen werken.

Grote projecten lopen altijd uit de hand. Altijd kosten ze meer dan vooraf werd verteld, en altijd leveren ze minder op. Dat is eigenlijk de standaard in de bouw en in de ICT-wereld.

Een instantie die een groot ICT-bedrijf inhuurt, mag vooraf maar beter goed bedenken wat het wil en wat de middelen mogen zijn. Aan de kennis daarvan ontbreekt het helaas nogal eens. Dit soort bedrijven zijn dan ook groot geworden doordat babyboomers aan de top zich graag door een jonge ICT-knul naar een financiële bloedarmoede lieten adviseren. Een vage opdrachtomschrijving was voor deze knullen een vette vis.

Nu zitten we echter in zwaar weer en wordt overal de broekriem aangehaald. En waar worden de grootste klappen gevoeld? Juist. Bij bouw- en ICT-projecten.

Wat te doen? Capgemini kijkt eens naar zijn eigen organisatie en concludeert dat de jonge knullen van toen inmiddels al aardig op leeftijd gekomen en dat hun salaris met hun leeftijd is meegegroeid. Het stelt dus voor om de salarissen aan de top af te romen, om met dezelfde hoeveelheid mensen door te kunnen gaan.

Gejuich van zowel rechts als links! Van de rechterkant door werkgevers die een broertje dood hebben aan alles wat ruikt naar loonafspraken, en links waar men solidariteit verwart met jaloezie naar hoge inkomens en geneigd is bedrijven niet zozeer te zien als een onderneming die een product aflevert maar als een werkgelegenheidsproject.

Natuurlijk, er valt wat voor te zeggen de rare gewoonte aan te pakken om werknemers naarmate ze langer zitten meer te gaan betalen. Die discussie is inmiddels overal losgebarsten. Maar er is een andere vraag die door deze kwestie bij mij boven komt:

Willen we eigenlijk wel een maatschappij waarin we mensen lager gaan betalen als er niet genoeg vraag meer is naar wat ze maken, alleen maar om ze aan het werk te houden? Zien we het bedrijfsleven als bezigheidstherapie?

Laten we ons ook eens afvragen of we nu werkelijk nog terug moeten verlangen naar de grote bouw- en ICT projecten, waarin we kantoorgebouwen bleven bouwen terwijl de helft leeg stond en de andere helft gevuld werd met ICT-ers die met name elkaar bezig hielden?

Of moeten we eigenlijk stiekem blij zijn dat bedrijven ontdekken dat ze in plaats van met een nieuwe applicatie ook af kunnen met wat excelsheets, en in plaats van een nieuwe locatie ook af kunnen met een nieuw verfje op de muren?

Zeker, dit soort zuinigheid levert werkloosheid op. Maar dat kan op twee manieren gecompenseerd worden. Ofwel de mensen met hoge lonen gaan betalen voor de uitkeringen van anderen. Of iedereen gaat minder werken en krijgt daardoor wat minder geld, maar in ruil daarvoor weer meer vrije tijd – wat weer leuk is voor de kinderen en goed voor de gezondheid.

De derde optie, iedereen minder betalen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden, lijkt mij gelijk staan aan het koste wat kost willen volharden in inefficiëntie.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De W van Polder

Deel dit:

COLUMN – Deze week realiseert Klokwerk zich dat het Nederlandse polderbeleid eigenlijk precies zo in elkaar steekt als het koningslied.

Goed, PvdA en VVD zijn dan niet mijn partijen, maar eerlijk gezegd had ik vorig jaar nog wel zin in deze regering. Het hele idee om het politieke debat nu eens niet met een regeerakkoord voor vier jaar dicht te rammen leek me… verfrissend. Een kabinet dat naar draagvlak zoekt, dat betekent kansen voor goede ideeën uit de samenleving. En omdat we in een crisis zitten en moeten (of willen) bezuinigen is de tijd rijp voor slimme hervormingen. Dacht ik.

Naïef natuurlijk. Onder druk wordt alles vloeibaar, behalve in het land dat het water als grootste vijand heeft. De resultaten vallen na een half jaar polderen dan ook behoorlijk tegen. Oppositiepartijen en sociale partners blijken net zo visieloos als ze het kabinet vinden. In plaats van met slimme alternatieven te komen blijken ze slechts meesters in de kunst van het afzwakken. Het huurakkoord, het sociaal akkoord, het zorgakkoord… allemaal plannen die wat geld uit die sectoren melken, maar de zaken feitelijk laten zoals ze zijn.

Terwijl er nogal wat problemen zijn op te lossen.

Er is een tweedeling op de arbeidsmarkt, waardoor een groot deel van de mensen niet aan de bak komt en nauwelijks financiële zekerheid heeft. Dat deel wordt steeds groter naarmate de crisis verdiept.

Er is een tweedeling op de huizenmarkt. De ene helft van Nederland woont spotgoedkoop, waar de andere helft zich blauw betaalt voor een huurwoning of een dijk van een hypotheek heeft die met name op lucht gebaseerd is. Daarmee zit de zaak muurvast.

In de zorg rijzen de kosten de pan uit, het personeel is standaard overwerkt, de farmaceutische industrie is oppermachtig en ondoorzichtig en volgens velen totaal corrupt, terwijl medicijnen massaal worden verspild.

Dit zijn allemaal geen zaken om te laten rusten lijkt mij. Maar Nederland kiest voor stilstand.

Het sociaal akkoord is letterlijk een besluit om even niets te doen en af te wachten of het misschien vanzelf mooi weer wordt. Het woonakkoord pakt de tweedeling niet aan maar schraapt bij iedereen wat geld weg, en gaat de markt volgens experts echt niet vlot trekken. Het zorgakkoord gaat slechts over baanzekerheid en redden wat er te redden valt, terwijl een structureel plan om de zorg beter te maken totaal ontbreekt.

De VVD raakt inmiddels geïrriteerd en vraagt zich jankerig af waarom iedereen niet gewoon naar haar pijpen danst. De PvdA doet zich ondertussen voor als overgelukkig en gunt de VVD als zoethouder naast een falende staatssecretaris met draconisch beleid de symboolmaatregel van de strafbaarheid van illegalen. Maar dat brengt weer herrie in de eigen gelederen.

Het resultaat van al dit richtingloze gepolder is zoals het koningslied. We wilden iets moois maken, maar verschillende wensen leidden tot een product zonder richting, een stel losse akkoorden en een tekst die bol staat van de platitudes die vooral opvallen door hun interne tegenspraak. Bij het zien van het resultaat is niemand tevreden. Een weekend lang maken we ons er dan druk over. Iedereen die de regie had moeten nemen geven we de schuld.

Maar omdat vervolgens niemand aan die woede enige richting kan geven, laten we het uiteindelijk maar gewoon zoals het was.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Het basisinkomen als basis voor discussie

Deel dit:

COLUMN – Na de aftrap in deze column liep de afgelopen weken op Sargasso een serie over het basisinkomen. Een korte terugblik.

Dat het idee van een basisinkomen veel reacties oproept, hebben we de afgelopen maand hier op Sargasso wel gemerkt. In de discussies werd ook goed duidelijk dat een basisinkomen onnoemelijk veel economische en sociale effecten zou hebben.

Waar tegenstanders uiteraard graag de negatieve effecten benadrukten, legden voorstanders graag de nadruk op de positieve effecten. De waarheid is echter dat niemand bij benadering kan voorspellen hoe groot die effecten zullen zijn.

Daarbij zullen deze sterk afhangen van de hoogte van het basisinkomen, de eventuele voorwaarden eraan, en de zaken waar het basisinkomen vervangend voor moet zijn.

Daar bleek onder de voorstanders echter absoluut geen overeenstemming over. Nog verder verdeeld waren zij over het opbrengen van de kosten. Ja, het basisinkomen hoort voor burgers een kosten-neutrale ingreep te zijn, maar hoe het uitgedeelde geld weer moet worden teruggehaald? Via de loonbelasting, via de BTW, via accijnzen of via bezuinigingen op bestaande regelingen? Of een combinatie van al deze zaken? Zoveel mensen, zoveel meningen.

Er is kortom niet één basisinkomen-model. Er zijn er vele. In feite becommentarieerde ieder stuk, zelfs iedere reactie, een ander sociaal stelsel. Maar een paar algemene conclusies kunnen we uit deze serie wel trekken.

Ten eerste dat ‘onvoorwaardelijk’ een relatief begrip is. Men ontkomt er niet aan om voorwaarden te stellen aan een basisinkomen. In ieder geval is het burgerschap een voorwaarde, maar voorstanders pleitten soms ook voor afhankelijkheden als leeftijdsgrenzen of de woonsituatie.

Ten tweede dat een basisinkomen nooit vervangend kan zijn voor alle uitkeringen. Met name loondoorbetaling en ziektekosten zijn schadeposten die daarvoor simpelweg te variabel zijn.

Ten derde dat het in één keer invoeren van een basisinkomen veel te risicovol zou zijn, omdat niemand ook maar een idee heeft van de daadwerkelijke effecten.

Geen sluitende theorie, en niet probleemloos dus. Maar dat betekent niet dat het alternatief beter is. In tegenstelling tot wat Michel suggereert, is ook het model van de verzorgingsstaat niet zonder fundamentele problemen.

De behoefte om voor iedereen een passende regeling te vinden resulteert in rechtsongelijkheid en een woud van regels, waarin men zonder jurist vaak zijn recht niet kan vinden. De sollicitatieplicht levert daarbij noodzakelijkerwijs een bureaucratische controle- en stimuleringsfabriek op. Deze lost de hoge fraudegevoeligheid niet fundamenteel op, maar maakt de sociale zekerheid wel minder toegankelijk. En andersom wordt toetreden tot de arbeidsmarkt weer tegengewerkt door de armoedeval.

Niet voor niets staat onze verzorgingsstaat al jaren op een helling en wordt ze met kaasschaaf en drilboor langzaamaan afgebroken en uitgehold. De wens terug te keren naar het oude stelsel is een ontkenning van de inherente problemen die het systeem kwetsbaar maken. Daarom is het belangrijk fundamentele discussies te voeren over sociale zekerheid, om het te verbeteren en zo te behouden.

Basisinkomen of verzorgingsstaat, het is niet het één of het ander. Er zijn ook mengvormen mogelijk. Het idee om het sociale stelsel sterk te versimpelen, niet alleen om fraudemogelijkheden te beperken en bureaucratie te verminderen, maar ook om gelijkheid en flexibiliteit te bevorderen, blijft daarbij een ijzersterk uitgangspunt, dat in ons huidige stelsel helaas volledig op de achtergrond is geraakt.

Fundamentele discussies als deze worden in de dagelijkse politiek echter nauwelijks gevoerd. Maar daarvoor zijn er dan ook plekken als Sargasso.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asociale huur

Deel dit:

COLUMN – De problemen met de huurwoningenmarkt zijn volgens Klokwerk niet zo moeilijk op te lossen als het lijkt. Helaas ontbreekt de politieke wil.

Voor veel mensen met een middeninkomen is een koophuis in deze tijden niet meer te betalen. Daarom stelden de PvdA en de ChristenUnie deze week voor om sociale huurwoningen tijdelijk ook voor middeninkomens beschikbaar te stellen.

Dat zou een mooie maatregel geweest zijn als er tienduizenden sociale huurwoningen leeg stonden. Helaas lopen de wachtlijsten voor een sociale huurwoning lokaal nu al op tot een jaar of vijftien. De maatregel zal dus aan de onderkant alleen maar meer gedrang opleveren.

Het antwoord van minister Blok op het voorstel lijkt dan ook logisch. In plaats van de grens op te rekken, zegt hij, is het beter om huizen voor middeninkomens te bouwen.

Maar in praktijk is dát een nog veel onrealistischer idee. Huizen voor middeninkomens bestaan namelijk helemaal niet. Als huizen niet meer onder het puntensysteem vallen en de huur dus niet meer beschermd is, vliegt deze door de overspannen huizenmarkt pijlsnel omhoog. Tussen sociale huurwoningen met een beschermde huur en vrije sectorwoningen ontstaat zo vanzelf een enorm gapend gat. En dat blijft, welk type woningen er ook bijgebouwd worden.

Maar daar heeft Blok al jaren geleden een andere oplossing voor bedacht. Zijn partij wil feitelijk alle huren laten stijgen naar de marktwaarde.

Dat had kunnen werken, ware het niet dat de Nederlandse huizenmarkt geen goed functionerende markt is, omdat deze door onder andere de hypotheekrenteaftrek volledig is verziekt.Geen enkele woning heeft nog een realistische prijs in Nederland. Nederlanders steken zich dan ook massaal in de schulden om aan een huis te kopen. Iets dat bij internationale financiële instellingen inmiddels alle alarmbellen af doet gaan.

In zo een situatie is het laten stijgen van de huren naar zogenaamd marktconform ronduit onverantwoordelijk en misdadig. Daarbij wordt de doorstroming tussen sociale huurwoningen zo volledig gestopt, omdat de huur voor zittende huurders minder snel stijgt dan voor nieuwe huurwoningen.

Beter is daarom het plannetje van het Amsterdamse SP-raadslid Laurens Ivens, die vindt dat het puntensysteem juist uitgebreid moet worden. Volgens hem moeten ook meer luxe woningen een beschermde huur krijgen, zodat er eindelijk huurhuizen in het middensegment ontstaan.

Leuk bedacht, maar helaas verschuift het huurgat dan naar hogere regionen. Nog beter zou het zijn het puntensysteem gelijk op alle huurwoningen toe te passen, zodat alle huren in heel Nederland weer realistisch worden.

En helemaal ideaal zou het zijn als alle huren in één klap in overeenstemming werden gebracht met die puntenwaarde. De doorstroming op de huizenmarkt zou dan meteen zijn hersteld, en mensen zouden weer een woning krijgen voor een redelijke prijs, zonder zich in de schulden te steken. Bewoners die hiermee hun huur plotseling zien stijgen kunnen worden geholpen door middel van een uitbreiding van de huursubsidie, terwijl er voor verhuurders die plotseling het rendement op hun bezittingen zien dalen een verhuurderssubsidie zou moeten komen. Met deze twee subsidies zou de overheid twee krachtige instrumenten in handen hebben om de huurmarkt vervolgens een stuk eerlijker in te richten, zonder de huurmarkt te verstoren.

Helaas volhardt men in Den Haag liever in een naïef vertrouwen in een ‘vrije markt’, die er in praktijk helemaal niet is. Het blijft dus nog even kommer en kwel op de huurwoningenmarkt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een Snelstoomcursus Geld Verdienen

Deel dit:

COLUMN – In deze aflevering van Politiek Kwartier verbaast Klokwerk zich over het huidige beleid voor studenten, dat haaks staat op de eisen van de maatschappij van de toekomst.

Ja hoor, ook tijdens dit kabinet moeten studenten het weer ontgelden. What’s new? Bezuinigen op hoger onderwijs is een hobby geweest van alle kabinetten sinds Lubbers-III. Sinds de jaren ’80 is het collegegeld vertienvoudigd en de hoogte van de basisbeurs teruggegaan van de bijstandsnorm naar nog maar een derde daarvan.

Maar het kan nog minder. Dit kabinet zet in op een zogeheten sociaal leenstelsel. Alles terugbetalen dus. Want ‘wie een hbo- of wo-bachelor op zak heeft, verdient gemiddeld anderhalf tot twee keer meer dan een afgestudeerde met een mbo-diploma,’ aldus minister Jet Bussemaker.

Het probleem van die redenering zit hem hier natuurlijk in het woordje “gemiddeld”. Juist universitaire functies worden laag betaald. Als iemand als briljant antropoloog nuttig veldonderzoek gaat doen, verdient hij of zij zeker de eerste jaren maar een fractie van laten we zeggen een bankdirecteur met een HBO-diploma.

Daarbij wordt dat sociale leenstelsel door de verschillende terugbetaalregelingen en uitzonderingen natuurlijk weer de zoveelste administratieve draak. En verder lijkt leven-op-de-pof me voor jonge mensen nu juist niet zo een heel goede levensles in post-crisis-Nederland.

Waarom niet simpel? Als verdienen het argument is om mensen te laten betalen voor opleidingen, laat ze dan gewoon betalen via de belastingen, en niet via een leenstelsel. Dat is veel goedkoper in de uitvoering en maakt de drempel om te studeren ook nog eens lager, wat me wel zo handig en eerlijk lijkt.

Maar goed, het idiote idee van dat leenstelsel is nog tot daar aan toe. Wat nog veel erger is, is de haast waarmee studenten moeten studeren. Nu is het al zo dat er nog maar maximaal vier jaar gefinancierd wordt. En wie zijn studie binnen tien jaar niet afrondt, betaalt al het geld sowieso terug. Verder kan niemand na zijn dertigste meer studiefinanciering aanvragen, en veel opleidingen sluiten de deuren voor iedereen die zijn zevenentwintigste gepasseerd is.

Dit is met het oog op dat we steeds langer moeten werken in een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt natuurlijk van de gekken. Niemand kan vijftig jaar doorvaren op dezelfde kennis. Dat hele model van eerst leren, dan werken en daarna met pensioen in strikt gescheiden perioden lijkt me volkomen achterhaald.

Hoe dan ook blijft de politiek op die trom slaan. Nu wordt dan ook nog de jacht geopend op studenten die vroeg van opleiding willen switchen. Betere voorlichting moet daarbij helpen.

Vergeet het maar. Mensen lopen tot hun 25e nog rond met een puberbrein. Daarom alleen al is het niet zo gek dat jonge mensen verkeerde keuzes maken, en dat zal onder druk echt niet minder zijn. Bovendien, laat ze een paar keer verkeerd kiezen: daar leren ze van… en dat was tenslotte de bedoeling.

En als we echt willen dat mensen bewuster kiezen, laten we het dan juist stimuleren om studierechten later of gespreid op te nemen. Stimuleer het om te gaan studeren na een paar jaartjes werken of reizen, en maak studeren aantrekkelijker voor parttimers.

Zulk soort maatregelen zouden passen bij “een leven lang leren”, en lijken me daarmee een stuk beter aan te sluiten op de maatschappij van morgen dan een snelstoomcursus geld verdienen voor pubers.

Misschien levert het zelfs nog verstandigere bewindslieden op ook.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Klokwerk op illegalenjacht

Deel dit:

COLUMN – Deze week gaat Klokwerk op jacht naar illegalen.

De worsteling van de PvdA met het strafbaar stellen van illegalen gaat door. Volgens Samsom is strafbaarheid van illegalen de prijs voor het “humaner” maken van het beleid op justitie en migratie. De minimumstraffen, het boerkaverbod en het strafbaar stellen van hulp geven aan illegalen zijn teruggedraaid. Daarbij is er een kinderpardon gekomen.

Een goede koop dus? Welnee. Samsoms winst is slechts een paar kleine correcties op de keiharde lijn die het kabinet op justitie juist trekt. Een lijn van repressie, bezuinigen op preventie, en meer mensen opsluiten. Een doodlopende weg.

Wie per se iets wil doen tegen illegaal verblijf moet kijken naar hoe illegalen hier komen en zich financieren.

Door overheidsoptreden lijkt het aantal illegale werknemers in de tuinbouw de laatste jaren al met meer dan de helft te zijn afgenomen. Toch blijkt bij controle dat 14 procent van de bedrijven nog steeds illegale arbeiders in dienst te hebben. En zo zijn er nog andere sectoren. Illegaal werk en illegaal verblijf is natuurlijk niet hetzelfde, maar de samenhang is er wel degelijk. Zolang illegalen hier een boterham kunnen verdienen blijven ze wel komen. En illegaal werk kost werkgelegenheid. Meer controle daarop is dus dubbel winst.

Een andere methode is domweg controleren aan de grens. Ook dit wordt al gedaan. Op zich effectief, vooral omdat naast de illegalen zelf de mensen die hen stimuleren om hier te komen aangepakt worden: in dit geval de mensensmokkelaars. Nog beter zou het zijn die controleurs meteen aan de buitengrenzen van Europa te zetten.

Dit zijn maatregelen die werken, en op termijn leveren ze geld op. Helaas leven we momenteel onder een politiek gesternte waarin politici niet daarmee scoren, maar door zo hard mogelijk te roepen dat ze zo streng mogelijk op gaan treden tegen alles wat ongewenst is, zonder zich af te vragen of dit beleid wel enig effect heeft.

Met het opsluiten van illegalen ben je ze niet kwijt. Ze kosten alleen maar meer geld. Dat mensen opsluiten een kostbare aangelegenheid is weet het kabinet ook. Daarom wil staatssecretaris Teeven echte criminelen met een enkelband op de bank thuis te laten zitten. Dat is immers veel goedkoper.

Maar voor illegalen wil hij dat raar genoeg juist niet. Het gaat hem dan ook om het “afschrikwekkend” effect. Het probleem is alleen dat zelfs Teeven moet toegeven dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat dit er is.

Een dure onzinmaatregel dus. Maar in praktijk zal aan die hele illegalenvervolging waarschijnlijk nauwelijks navolging worden gegeven. Het is allemaal mooi doen voor de bühne. Symboolpolitiek. In praktijk stelt het weinig voor.

Zo gaat het telkens. Strenger straffen? Welnee. In praktijk zitten veel gevangenen onder Teeven hun straf niet uit of zitten ze thuis met een enkelbandje om. Nederland wordt er echt niet veiliger op. En nu die gebakken lucht over illegalen.

De PvdA reageert echter vooral emotioneel, laat zich verleiden tot een discussie over principes en eist “humaniteit”. Een beetje laat natuurlijk, zo een half jaar na het installeren van een kabinet met dit regeerakkoord en twee VVD-hardliners erin. Het is wachten op politici die het aandurven deze populistische volksverlakkerij met de grond gelijk te maken, in plaats van eerst mee te waaien en zich zo telkens in het pak te laten naaien.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Creatief met windmolens

Deel dit:

COLUMN – De weerstand tegen windmolens op het land is voornamelijk op irrationele argumenten gebaseerd. Maar wind op zee is veel te duur. Misschien is de oplossing in deze discussie gewoon wat meer creativiteit.

Vraag een expert waar de kansen liggen voor groene energie voor Nederland, en hij zegt: wind. Maar over windmolens doen veel spookverhalen de ronde. De meesten daarvan blijken echter zo realistisch als de wanen van Don Quichot. Windmolens leveren schone energie tegen een kostprijs die de concurrentie met kolen en gas inmiddels makkelijk aankan.

Tenminste… zolang ze op het land staan. Want windenergie op zee blijkt twee keer zo duur te zijn als windenergie op het land.

Het kabinet weet dat ook, maar het wil toch de helft van de groei van windenergie op zee realiseren. Waarom? Het kabinet heeft van de branche de belofte gekregen dat de prijs nog wel met 40% omlaag kan, maar ook als dat lukt, is windenergie van zee nog steeds anderhalf keer zo duur als van het land. Daarbij zijn windmolens op het land uiteindelijk veel makkelijker en sneller te realiseren.

Toch worden overheden daar vreemd genoeg niet enthousiast van. De Provincie Noord-Holland kent zelfs een verbod voor windmolens op het land, en verdedigt die met enorme pietluttigheid… omdat windmolens het cultuurlandschap zouden schaden en teveel herrie zouden maken.

Tsja, dat zouden misschien nog geloofwaardige argumenten zijn geweest als ze niet in schril contrast staan met hoe we tot nu toe met ons landschap zijn omgesprongen. Horizonvervuiling? Heel Nederland ligt vol met asfalt, de horizonnen zijn bezet door schoorstenen en lichtmasten, en langs de snelwegen staan lege kantoorgebouwen. Herrie? Wie boven het geraas van het verkeer nog een windmolen uit kan horen heeft een buitengewoon goed gehoor.

En dan zijn er nog rare argumenten als dat windmolens slecht zouden zijn voor de verkeersveiligheid. Waar bebouwing, bomen, lantaarnpalen, lichtmasten en niet te vergeten billboards kennelijk niet afleidend zijn, zijn de schaduwen van windmolens dat zogenaamd wel. 

Deze bezwaren zitten uiteindelijk tussen de oren, en niet op de plaats waar de hersens zitten. De werkelijke reden voor een keuze voor wind op zee zal eerder zijn dat de politiek graag het bedrijfsleven spekt en aan het buitenland wil laten zien hoe goed we wel niet zijn in het realiseren van grote technische projecten. De bouwlobby regeert.

Maar hoeveel zin hebben we als Nederlandse bevolking in weer een megaproject dat altijd veel duurder blijkt dan van tevoren begroot?

Misschien is het voor burgers beter dit probleem op te lossen door ontwerpers van windmolens op het land te vragen wat creatiever met hun producten om te gaan. Er moet toch meer te verzinnen zijn dan alleen een saaie paal met een groene onderkant?

Wat te zeggen van bontgekleurde exemplaren, beschilderd door bekende en onbekende Nederlandse kunstenaars? En laat die lui als ze toch bezig zijn dan ook eens nadenken over de vorm. Welke vorm een windmolen van onderen heeft maakt immers niet zoveel uit. Als hij maar stevig en hoog is.

Weerstand zal er altijd blijven. Maar beschilderde molens zullen uiteindelijk een verrijking kunnen zijn van ons cultuurlandschap, een toeristische attractie zelfs. Mij lijkt het in ieder geval een betere investering dan een megalomaan project op zee met een begroting op basis van loze beloften. Want dat soort projecten hebben we hier voorlopig wel weer even genoeg gehad.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Het misplaatste activisme van Ploumen

Deel dit:

COLUMN – Minister Ploumen maakte deze week mooie sier door politiek incorrecte bedrijfsvoering aan de schandpaal te nagelen. Maar het zou mooier zijn als de politiek hier zelf een keer zijn verantwoordelijkheid zou nemen.

Kledingbedrijven die weigeren een contract te tekenen voor brandveiligheid in de productieplaatsen waar hun producten vandaan komen nagelt Lilianne Ploumen met liefde aan de publieke schandpaal. Wie niet horen wil moet maar voelen. Ploumen’s actie werd met blije rondedansjes ontvangen door ‘links Nederland.’

Bij de genoemde bedrijven leverde dit natuurlijk nogal wat gepruttel op. Zij brengen ter verdediging in dat ze niet genoeg tijd zouden hebben gehad om het contract te bestuderen, dat het contract zelf wellicht ook niet zou bijdragen aan de veiligheid, dat zij zelf als kleine spelers geen zicht zouden hebben op die productieplaatsen, en dat het juist aan wetgeving ligt dat onveilig geproduceerde kleding zo goedkoop is. De minister stelt zich volgens hen eerder als actievoerder op dan als bewindspersoon.

Ergens kan ik in die kritiek tot op zekere hoogte wel meegaan.

Ploumen meent dat ze door naming en shaming bedrijven kan dwingen om politiek correct te gaan handelen, omdat anders politiek correcte consumenten niet meer bij die winkels gaan kopen.

Inderdaad zijn er steeds meer mensen die genoeg geld hebben en ervoor over hebben om hun verantwoordelijkheid te nemen voor mensenrechten en het milieu. Biologische en fair trade-producten zijn enorm in opkomst. Helemaal prima.

Maar dat deze mensen daarmee veel duurder uit zijn is en blijft fundamenteel oneerlijk.

En het is ook mooi dat er steeds meer bedrijven zijn die hun verantwoordelijkheid nemen, onder publieke druk of uit eigen overtuiging.

Maar dat zij daarmee gedwongen zijn hun producten duurder op de markt te zetten is markttechnisch gezien puur onwenselijk.

Nog steeds vraagt de grote massa consumenten zich tijdens het winkelen niet af hoe de spullen die ze kopen eigenlijk geproduceerd zijn. En ergens logisch, want als die vraag al gesteld wordt, ligt het antwoord ook meestal niet zo voorhanden.

Ondertussen levert de productie ten koste van mens en milieu grote schade op, die wordt afgewenteld op anderen. Op de slachtoffers van uitbuiting, op de belastingbetaler en op de volgende generaties. Daarnaast betalen landen waarin de productie wél onderworpen is aan strenge regelgeving de prijs met werkgelegenheid. Nederland heeft haar dominante rol in de textielindustrie niet voor niets al lang geleden moeten opgeven.

Met andere woorden: er wordt voor al die goedkope producten fors gedokt, maar niet door de mensen die ervan profiteren. Ruim je eigen rotzooi op: een heel normaal uitgangspunt. Alleen niet in de internationale handel. En hierdoor worden juist de partijen die hun verantwoordelijkheid nemen op achterstand gezet.

Als Ploumen werkelijk ballen had ging ze aan de slag met betere regelgeving, en maakte ze zich sterk voor een zware mensenrechten- en milieutaks op geïmporteerde goederen, waar bedrijven alleen nog onderuit kunnen komen door te bewijzen dat ze wel politiek correct produceren. Deze slimme taksen zouden in plaats moeten komen van de huidige tariefmuren, die geen morele rechtvaardiging kennen en meer kwaad dan goed doen.

Mensen die kiezen voor politiek correcte handel doen dat ondanks de onrechtvaardige regelgeving. Daarom krijgt Ploumen van mij pas applaus als ze in plaats van zich achter activisten te verschuilen haar verantwoordelijkheid als politica eens neemt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Smalende Godslastering

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk, die blij is dat godslastering eindelijk legaal wordt en nog een stap verder wil gaan.

Verdomd. De kogel lijkt nu eindelijk door de kerk te gaan. Er is een kamermeerderheid voor het schrappen van het verbod op “smalende godslastering”.

Natuurlijk was die meerderheid er al lang. Maar tot voor kort had de VVD de christenen nog even nodig bij het vingerlikken. Nu lijkt het er echter toch van te komen dat dit belachelijke verbod uit de wetboeken gaat verdwijnen. Met dank aan D66 en de SP. Ere wie ere toekomt.

Niet dat dit verder enige praktische consequentie heeft. Sinds het beroemde ezelsproces was al duidelijk dat we het in praktijk toch al niet meer zo nauw nemen met godslastering. Het wetsartikel was waarschijnlijk ook al lang vergeten, ware het niet dat Donner in 2004 op het “briljante” idee kwam dit produkt van zijn eigen opa weer af te stoffen. Nota bene naar aanleiding van de moord op Van Gogh. Alleen “God” weet wat Donner in zijn hoofd had toen hij het voorstelde. Waarschijnlijk dezelfde erwtensoep als waarmee hij laatst adviseerde vooral geen openheid van boeken te geven in overheidszaken: men hoeft immers niet te weten hoe wetten gemaakt worden. Volgens de Don dan. Hou hem in de gaten.

Maar dit terzijde. 2004 dus: het wetsartikel kwam weer in de picture, en dus het schrappen ervan ter sprake.

Desondanks bleek dat nog acht jaar in beslag te nemen.

Zorgelijk, want er is aangaande de rare positie van religie in dit land nog wel wat meer te doen.

Van mij mogen christenen en moslims net zo vrij zijn als anderen. Geloof wat je wilt. Leven en laten leven. Wil je een halalwoning? Jij je halalwoning. Hoor je mij niet over. En als jij het leuk vindt om je te verstoppen in een hobbezak met een spleetje om door te kijken, dan vind ik dat je die vrijheid moet hebben. Zo liberaal ben ik. Zolang je vrouw, je dochter en je homofiele zoon dezelfde keuzes hebben als jij mag je van mij doen wat je wilt.

Maar stop met het claimen van een bijzondere positie voor religie. Wat dat betreft hebben we helaas nog een lange weg te gaan. Want als een imam zegt dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is, wordt hij vrijgesproken met een beroep op de vrijheid van godsdienst.

Hiermee hebben gelovigen meer rechten dan niet-gelovigen. En waarom? Er is geen reden. De vrijheid van godsdienst is niet nodig, want al lang geborgd door algemene rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht om niet gediscrimineerd te worden wegens je levensovertuiging. Bovendien kan iedereen zich tegen al te fanatieke vrijemeningsuitingsfundamentalisten verdedigen met wetten tegen laster, smaad, bedreiging, aanzetten tot geweld en haat en zelfs belediging.

Christenen en moslims dienen eens te accepteren dat dit genoeg is. Aparte artikelen voor gelovigen zijn onwenselijk. Eigenlijk zijn ze zelfs in het nadeel van gelovigen, omdat het terecht leidt tot onbegrip.

In dat kader is het verontrustend dat zelfs het symbolisch verwijderen van een dode letter uit de wetboeken nog zo lang blijkt te duren. Het zou daarom mooi zijn als D66 en de SP na dit puur symbolische akkefietje eens haast maakten met het echte werk, door voor te stellen religie uit de grondwet te schrappen. In de twee artikelen waar het om gaat, staat “levensovertuiging” immers al duidelijk vernoemd.

Dit zal wel weer leiden tot grote verontwaardiging, maar misschien dat het over tien jaar dan eindelijk eens wat wordt met de gelijke behandeling in onze wetboeken.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Kleine Scholen

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk die het naar aanleiding van de puinhoop bij Amarantis zowaar eens is met de SP.

In de jaren ’90 moesten de scholen steeds groter en zelfstandiger worden.

Grotere organisaties kunnen immers grote dingen gezamenlijk inkopen, en dat is goedkoper. Een bestuur kan bovendien efficiënter zijn als het gecentraliseerd is. En als scholen marktpartijen worden, beseffen ze vanzelf hoe afhankelijk ze zijn van de consument… en hoe gevaarlijk de concurrent is. Dan gaan ze dus vanzelf een goed product leveren tegen een lage prijs. Zo werkt immers de vrije markt!

Deze naïeve theorie is inmiddels al door talloze praktijkvoorbeelden keihard gelogenstraft. Het jongste voorbeeld heet Amarantis.

Amarantis is ontstaan als scholengemeenschap na verschillende fusies. Het gaat hier om een scholengemeenschap van 30.000 leerlingen. Amarantis adverteert op haar site met kleinschalige christelijke scholen… onder een grote paraplu. Leuk hoor. Maar het bestuur van Amarantis had in zo’n grote gemeenschap natuurlijk geen idee van wat er in de klassen gebeurde. En andersom klaarblijkelijk ook niet.

Begin dit jaar barstte de bom. Amarantis stond aan de rand van een faillissement. De onderzoekscommissie die daarop werd ingesteld kwam deze week met een rapport met scherpe conclusies. Het College van Bestuur voerde een financieel wanbeleid. In de organisatie heerste een angstcultuur, waardoor misstanden niet boven water kwamen. En er was sprake van zelfverrijking, belangenverstrengeling en vriendjespolitiek.

Voormalig topman Bert Molenkamp vindt het uitgelekte conceptrapport vooral vervelend voor zijn eigen goede naam. Hij overweegt dan ook juridische stappen tegen de commissie die het onderzoek naar Amarantis uitvoerde. We wensen hem veel succes. De politiek en het journaille zoeken maar wat graag naar een zondebok.

Maar wat we Bert in ieder geval kunnen nageven is dat hij niet de enige is die gefaald heeft. Ook de Raad van Toezicht, de onderwijsinspectie, het ministerie en de accountant hebben volgens het rapport gefaald.

Allemaal slechte mensen dus, zoals Elsevier meldt?

Onzin. De gelegenheid maakt de dief. Als de zaken op zo’n schaal uit de hand kunnen lopen, dan is er iets mis met je organisatiemodel en het toezicht.

Ik ben het niet altijd eens met de SP, maar misschien moeten we als het gaat om scholen nu eindelijk eens naar ze gaan luisteren. Al minstens een decennium lang roept de partij om kleinschaligheid in het onderwijs. ‘Scholen zouden niet meer leerlingen moeten hebben dan de conciërge nog zou kunnen herkennen,’ schrijft de SP op haar site. Een mooi ideaal.

En misschien nog niet eens zo stom bedacht. In grote organisaties is de overhead vaak helemaal niet efficiënter geregeld, want juist in grote organisaties kunnen falende afdelingen wegduiken. In een grote organisatie heeft de interne HR afdeling bijvoorbeeld helemaal geen last van die zogenaamd stimulerende concurrentiedruk. Er is immers binnen dat bedrijf maar één HR afdeling. De concurrentie is nul.

Juist om de voordelen van marktwerking te hebben dienen de scholen dus klein te blijven. Niet dat het dan niet uit de hand kan lopen… maar dan blijft dat tenminste kleinschalig, en zijn de scholen niet ‘too big to fail.’

Daarbij blijft er het gevaar van de vrije markt dat concurrerende partijen niet alleen slag gaan voeren op kwaliteit en prijs. Even oud zijn pogingen klanten binnen te halen door middel van image building en puur bedrog. Daarom is het ook belangrijk dat scholen en hun begrotingen goed worden gecontroleerd op heldere maatstaven. En dat de resultaten van die metingen ook openbaar te zijn.

Zelfstandigheid is mooi, want het prikkelt de creativiteit. Maar er is controle nodig om te bezien dat die creativiteit niet op een criminele manier wordt aangewend. Want consumenten missen zonder hulpmiddelen gewoon de informatie en het overzicht.

Dat we dat in de jaren ’90 nou niet even bedacht hadden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Zoek je Problemen?

Deel dit:

COLUMN – Het wordt tijd dat politici zich niet met incidenten, maar met echte problemen gaan bezig houden.

Hebben we een Marokkanenprobleem? Welnee. Onze Geert heeft lang moeten wachten tot er eindelijk eens een Mocro betrokken was bij voetbalgeweld. Logisch dat hij er dan ook meteen bovenop zit. Maar serieus te nemen is het niet.

Hebben we dan een voetbalprobleem? Een jeugdprobleem? Een autoriteitsprobleem of een mentaliteitsprobleem?

Welnee. Laat je door media en politici niets aanpraten: We hebben eigenlijk helemaal geen probleem.

Die overleden grensrechter, dat is geen probleem, dat is een tragedie. Heel goed dat we daar met zijn allen bij stil staan. En zeker is het goed te bezinnen op de verruwing van de samenleving.

Maar geweld is helaas van alle tijden en een incident is een incident. Als er nu maandelijks een scheidsrechter in het ziekenhuis zou belanden, dán hadden we een probleem. En we hadden een probleem als niemand zich daar druk om zou maken. Maar dat is beide niet het geval.

Dat opgroeiende jongens losse handjes hebben en rare dingen roepen als er een camera op ze wordt gericht, dat is ook al niet nieuw. Klagen over de jeugd doen we al sinds Plato. Dus óf de mensheid wordt al twee en een half duizend jaar lang steeds kwaadaardiger, óf dat opgefokte gaat er mettertijd vanzelf weer af. U mag het zeggen.

De politiek en de media blijven echter dol op incidenten. Minister Opstelten wil de straffen voor geweld tegen scheidsrechters verdrievoudigen. Dan vraag ik mij af: Zou die kerel nu echt denken dat dit gaat werken? Ik zie het al voor me. ‘Niet te hard slaan hoor, op doodslag staat tegenwoordig negen jaar!’ – ‘Wat??? Negen jaar??? Ik dacht maar drie!’

Laat de man zich in plaats van met incidentenpolitiek bezig houden met dingen die politiek ook echt te beïnvloeden zijn. Drugscriminaliteit bijvoorbeeld. Eén derde van alle gevangenen zit vast wegens een drugsdelict. Kijk, dát is een probleem. Terwijl in Nederland het debat doorsukkelt hebben in de VS twee staten inmiddels de juiste conclusies getrokken.

Nee, ze nemen niet ons gedoogbeleid over. Iedereen ziet namelijk dat dit zo failliet is als een Griekse variant van Dirk Scheringa. Ons gedoogbeleid maakt criminelen schatrijk. Mooie verworvenheid!

De War On Drugs echter heeft precies hetzelfde effect. Wat te doen dus? Precies. Legaliseren die hap. Daarmee neem je criminelen de wind uit de zeilen, telers betalen hun energierekening weer en je krijgt er als bonus een vette inkomstenbron uit accijns bij. Tel uit je winst.

Dit hadden we hier natuurlijk ook kunnen bedenken. Helaas is de VVD kennelijk dol op drugscriminelen, want de nepliberalen blijven elk zinnig drugsbeleid dwarsbomen. Het krankzinnige idee van de wietpas mag dan van de baan zijn, het beleid blijft zo inconsequent als de pest. Het laatste voorbeeld: Buitenlanders mogen niet meer blowen, maar in Amsterdam mag het wel. Waarom? Nou, omdat blowen op het schoolplein daar wel verboden wordt.

Eh ja… Probeert u dit maar eens over de grens uit te leggen. Mij lukt dat inmiddels niet meer. Met de beste bedoelingen niet.

Maar één ding snap ik wel. Als een volgende keer een camera een schoolplein opdraait waar de pubers zich níet opgefokt gedragen, dan gaat het waarschijnlijk niet om een opname uit Amsterdam. Iedereen kent immers het spreekwoord over de tevreden roker.

Misschien moet er op het voetbalveld gewoon wat meer geblowd worden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bij de Beesten Af

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze dubbele moraal ten opzichte van dieren.

Afgelopen dinsdag is definitief besloten om vanaf 2024 het fokken van nertsen te verbieden. Bont is een luxeproduct immers, en de nerts is een wild dier, dus niet geschikt om in een kooi gehouden te worden. Zo luidt de redenering.

Vlees is kennelijk geen luxeproduct. Ook al eet u daarvan veel meer dan goed voor u is. En al die reeën en hazen en zwijnen die voor de kerst in gevangenschap gefokt zijn en de komende dagen geslacht worden, dat zijn kennelijk geen wilde dieren.

Terwijl twee zeehondencrèches bekvechten over een suïcidale walvis pinkt niemand een traan weg voor de vijf miljoen Nederlandse kippen, koeien en varkens die van kant zijn gemaakt in de vijf dagen dat onze nationale knuffelbultrug op een zandplaat lag dood te gaan. We maakten ons afgelopen jaar druk om een circus dat een olifant houdt. Het dier zou niet goed verzorgd worden en bovendien eenzaam zijn. Ondertussen liggen in Nederland honderdduizenden konijnen eenzaam in een veel te klein hok. Dat kan allemaal. Maar als we die konijnen dan weer net zo gaan behandelen als onze kippen sturen we elkaar de caviapolitie op het dak.

Consumptiedieren zien hun hele leven geen buitenlucht en kunnen hun kont niet keren. Maar als ze uiteindelijk afgemaakt worden, dan moet dat weer met verdoving. We zijn immers geen barbaren. Gewoon doodmaken, dat is zielig, barbaars. Dat doen alleen joden en moslims. Wij niet.

Ondertussen zou ik toch veel liever een waterbuffel zijn, die zijn hele leven vrij door de savanne draaft en daarna onverdoofd geslacht wordt door een barbaar met een speer, dan dat ik een koe ben die zijn hele leven op een rooster doorbrengt om vervolgens verdoofd geslacht te worden. Zelfs ben ik veel liever een Spaanse stier die na aan prinsenleven sterft in de arena dan die koe uit onze bio-industrie. En ik denk dat u hetzelfde zou kiezen.

Nederland bleef deze week collectief aan een doodzieke bultrug sleuren. De Partij van de Dieren stelde vragen over Johannes. De minister reageerde met een protocol voor hoe-om-te-gaan-met-gestrande-walvissen. Ondertussen sterven per jaar 100.000 vogels, walvissen, dolfijnen, zeeleeuwen, zeehonden en schildpadden aan de plastic zakjes die we in zee gooien. Je hoort er bijna niemand over. Men maakt zich er simpelweg niet druk om.

Zinloze pietluttigheid en beestachtig gedrag strijden om voorrang als het gaat om dieren in Nederland. De gulden middenweg kennen we niet. Zelfs van de penicillineresistente bacteriën die ontstaan door de idiote manier waarop we dieren fokken ligt nog niemand wakker.

Na ons de zondvloed. Letterlijk. We doen gewoon net als Johannes. We doen alsof we die Razende Bol niet zien, en we zwemmen er vrolijk tegenop. Bij de beesten af. Maar wel met krokodillentranen in onze ogen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een globaal nivelleringsfeestje

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze moraal als het gaat om ontwikkelingshulp.

Vorige week haalde Serious Request ruim 12 miljoen euro op. Dat is mooi. Helaas besloot het nieuwe kabinet dit jaar echter de ontwikkelingshulp met meer dan het achtvoudige van dit bedrag te korten. We hebben het geld hier namelijk zelf hard nodig. Daarbij komt dat geld toch altijd bij de verkeerde mensen terecht. En bovendien heeft het allemaal geen effect. Bewijs: Afrika is nog steeds arm.

Allemaal idiote excuses natuurlijk. En makkelijk te weerleggen bovendien. We hebben het geld zeker niet meer nodig dan een derde wereldland. 0,7% Van wat we verdienen is echt niet zoveel gevraagd. En dat het geld verkeerd besteed zou worden zou hooguit een argument zijn het beter te beleggen, niet te stoppen. En dat we er nog niet in geslaagd zijn om van Afrika een heilstaat te maken betekent uiteraard niet dat het waardeloos was één mens in te enten tegen een ziekte of van een opleiding te voorzien.

Maar zijn deze Wildersiaanse drogredeneringen echt de reden dat ontwikkelingshulp niet zo populair meer is? Of zit er meer achter?

In Trouw verscheen afgelopen week een cynisch stuk over Serious Request. Cultuurhistorici analyseerden de happening als was het een ziekte. We zouden geven om ons geweten te sussen, vanwege de sociale druk, of uit betweterij. Of wellicht gewoon omdat we er een feestje voor terugkrijgen.

Waarom zoeken we als het gaat om altruïsme eigenlijk altijd naar dubbele motieven? En waarom klinkt dat zo verwijtend?

Een vriendin van mij werkt voor een internationale ontwikkelingsorganisatie waarvan ik nog nooit gehoord had. Toen ik haar dat zei vertelde ze me dat deze organisaties vaak bewust in de anonimiteit blijven, om de schijn te vermijden er zelf beter van te worden.

Waarom die angst? Waarom schamen we ons voor een goede daad?

Misschien heeft het allemaal te maken met die oerchristelijke moraal waarin goeddoen vooral bestaat uit medelijden en in het verborgene moet plaatsvinden. Ontwikkelingshulp lijkt zo echter wel het slachtoffer te worden van het feit dat we ons al die jaren heiliger voordeden dan we waren. Want van onze ontwikkelingshulp werden we zelf wel degelijk ook beter. Een groot deel van de gelden wordt namelijk besteed bij Nederlandse bedrijven, waarmee we onze economische en diplomatieke positie in het buitenland verstevigen. Niet alleen belangrijk voor de ontwikkelingslanden maar van levensbelang voor een landje dat leeft van de internationale handel.

De filosoof Nietzsche probeerde ons te leren dat medelijden het sterke verzwakt, terwijl het de zwakkere kleineert en afhankelijk maakt. Zijn kruistocht tegen medelijden klinkt hard. Maar het resultaat van onze huidige moraal van medelijden blijkt te zijn dat we bij een beetje tegenspoed niet alleen snel opgeven, maar ook in ons eigen vlees gaan zitten te snijden, omdat we niet durven toegeven dat het ons eigen vlees is. Het resultaat is dat twee partijen verliezen.

Als hulp gerechtvaardigd wordt vanuit wederzijds belang is het wellicht meer crisisbestendig. Laat het goeddoen daarom vooral een feestje zijn. Een globaal nivelleringsfeestje. Voor elkaar.


Deel dit: