Politiek Kwartier – Eindelijk realiteitszin voor de heilige koe

Deel dit:

COLUMN – Deze week verbaast Klokwerk zich over de auto-agenda van diverse partijen.

Drie keer opmerkelijk auto-nieuws deze week.

Ten eerste: GroenLinks wil een autopartij worden. Echt. Liesbeth van Tongeren op Radio 1: ‘GroenLinks wil zich neerzetten als autopartij van de toekomst. Dat betekent onder meer dat we oude vieze vervuilende auto’s willen inruilen voor nieuwe mooie, schone auto’s’.

Het is even wennen. Maar op zich prima nieuws voor mensen die voor hun mobiliteit op de auto zijn aangewezen. Want ondanks dat de reistijd met het openbaar vervoer standaard overschat wordt, is het voor veel verbindingen toch nog steeds geen geloofwaardig alternatief. En als je dan toch op de auto aangewezen bent, dan graag zonder gevaar voor de gezondheid. Want het gaat hier om meer dan alleen CO2. De fijnstof uitstoot moeten we echt niet alleen willen terugdringen omdat het van Europa moet.

Leuk dus, maar het tweede nieuws vond ik opmerkelijker: Een VVD minister die toegeeft dat meer asfalt niet de oplossing is voor het fileprobleem.

Helemaal goed. Want naast gebieden waar een auto voor de deur noodzakelijk is, zijn er ook de binnensteden. Daar kunnen we extra wegen naar aanleggen, het verkeer gaat er door de dunne straten die erop aansluiten echt niet sneller op. In de binnensteden betekenen auto’s vooral luchtvervuiling, ruimteverspilling en tijdverlies.

De oplossing voor dit probleem ligt eigenlijk redelijk voor de hand en is feitelijk al lang aanwezig, alleen helaas nogal onbekend. De belangrijkste reden dat er nog files zijn is misschien dat politici en kiezers graagde realiteit ontkennen.

Bij Melanie Schulz van Haegen begint het licht echter inmiddels te dagen. Zij spreekt van een trendbreuk. En dat kan je wel zeggen. Voor de verkiezingen beloofde Rutte nog vooral veel asfalt aan te leggen met als resultaat 10 procent meer files. De enige die daar iets mee op zouden schieten waren de bouwbedrijven. Maar nu gaat de VVD dus eindelijk werk maken van bereikbaarheid.

Mooi. Maar laten we ondertussen niet vergeten dat de auto nog een ander nadeel heeft dan luchtvervuiling en fileleed. Er is ook nog iets als verkeersveiligheid. Ondanks dat die in Nederland relatief gezien in orde is, moet jaarlijks meer dan twee procent van onze bevolking zich laten behandelen na een ongeval, schade: een half miljard. Gemiddeld overlijdt er meer dan één persoon per dag aan een ongeluk.

Als samenleving vinden we dat acceptabel. Ik zelf denk daar anders over. Vooral omdat de meeste slachtoffers niet de degenen waren die fout zaten.

Maar… ook in dat kader werd ik deze week op mijn wenken bediend. Want ten derde wil Opstelten notoire wegpiraten aan gaan pakken. Weliswaar komt hij weer niet verder dan zijn adagium ‘strenger straffen’, in dit geval vergeef ik hem graag. In tegenstelling tot bij grote vergrijpen, schijnt bij zogenaamde kleine vergrijpen strenger straffen immers wel degelijk te helpen.

Misschien omdat het dagelijks in levensgevaar brengen van je medeburgers eigenlijk ook helemaal geen ‘klein vergrijp’ is.

Dus: levensgevaarlijke gekken worden eindelijk aangepakt, Schultz heeft besloten haar hersens te gaan gebruiken en GroenLinks gelooft in schone auto’s. Het zijn slechts geluiden, en we komen van ver, maar soms heb ik het idee dat de politiek zowaar op de juiste weg rijdt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Rutte op Rozen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk in het koffiedik van 2013 kijkt en de voorspelling aandurft dat dit kabinet nog wel even zal blijven zitten.

Dat 2013 een roerig politiek jaar zal worden lijkt wel vast te staan. Voor het kabinet gaat het nu pas echt beginnen. Op de agenda staan bijzonder forse maatregelen: voor de huizenmarkt, in de sociale zekerheid en in de zorg. Ondertussen is het regeerakkoord over de inhoud en uitvoering van die maatregelen nog uiterst vaag. Bovendien hebben we al gezien dat zelfs die vage voornemens niet in beton gegoten zijn. Drie zaken die garant lijken te staan voor heel wat politiek geweld.

Ondertussen roepen vele boze tongen dat zo’n coalitie niet stabiel kan zijn. En een mooie start had dit kabinet dan ook niet. PvdA en VVD kelderen in de peilingen, en met name Rutte heeft zich in een lastige positie gemanoeuvreerd. Voor de verkiezingen heeft hij de zelfverklaarde hardwerkende Nederlander immers duizend euro belastingverlaging beloofd. Dat doet het natuurlijk leuk tot het stembusmoment. Maar eens komt het moment van de waarheid. Zelfs met de VVD aan het roer.

Dit heeft de mooiweerpartij inmiddels gemerkt. Met het vrijkomen van het regeerakkoord werd rechts Nederland ernstig verstoord tijdens het vingerlikken. Het was een harde schok te beseffen dat de rekening van de crisis niet enkel naar de onderkant van de samenleving kan gaan.

De PvdA-bestuurders lijken daarentegen een handigere strategie te kiezen dan hun collega’s. Ze hebben zich inmiddels gespecialiseerd in het vooral-niets-toezeggen. Zei Samsom voor de verkiezingen al keer op keer dat hij uiteindelijk niets kon beloven, momenteel schreeuwt Asscher van de daken dat we er vooral op moeten rekenen dat hij in de toekomst nogal tegen zal vallen. En ondertussen doet zijn collega Van Rijn er nog een schepje bovenop door alvast de demonstraties die tegen hem georganiseerd zullen worden te voorspellen.

Slim, want daarmee is de kans dat ze werkelijk teleur stellen natuurlijk weer een stuk kleiner. De PvdA kan zo feitelijk alleen maar winnen, de VVD alleen verliezen. Theoretisch gezien dan. Want het is nog maar zeer de vraag of deze strategie bestand is tegen de klap die de uiteindelijke resultaten zullen geven.

Spannend dus. Van zoveel onzekerheid worden veel mensen zenuwachtig. Mij lijkt het echter een zegen voor de democratie dat er een kabinet zit dat niet alles heeft dichtgetikt in een regeerakkoord, maar punt voor punt draagvlak gaat zoeken in de samenleving.

En daarbij zie ik dit kabinet het jaar wel overleven. Ome Maurice de Wafwaf mag dan iedere week wel een nieuwe virtuele verkiezingswinnaar aanwijzen, de algemene boodschap is eigenlijk vrij saai. Het politieke landschap ziet er na de verkiezingen namelijk gewoon weer zo uit als een aantal maanden daarvoor. Een stuk of vijf partijen die om de twintig zetels hangen en om beurten een zeteltje winnen of verliezen.

De PvdA en de VVD zullen daarmee waarschijnlijk beter dan de critici begrijpen dat hun winst behoorlijk incidenteel was, en de kans vrij klein is dat ze de volgende ronde weer zullen winnen door in de laatste weken weer met tien tot twintig zetels te stijgen. Ondertussen hebben ze toch maar rond de veertig zetels elk, een kabinet, en een tot op het bot verdeelde oppositie waarin het goed winkelen is. En wanneer krijg je opnieuw de kans om een coalitie te vormen met maar één partij, waartegen je je ook nog prachtig af kan zetten? Niet zo snel meer.

Alleen maar goede redenen dus voor beide partijen om het kabinet vooral nog maar even te laten zitten. De volle vier jaar het liefst. Rutte zit op rozen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asielwet fouter dan Teeven

Deel dit:

COLUMN – Deze week geeft Klokwerk toe dat onze asielwet fouter is dan Fred Teeven.

Trouwe lezers wisten het al: Klokwerk is geen fan van Fred Teeven. Voor hem staat Teeven voor strengere straffen die in praktijk niet uitgezeten worden, meehuilacties voor slachtoffers die in werkelijkheid blijken te kunnen barsten, en een afbraak van meer effectieve criminaliteitsbestrijding. Zonder Fred maakte de VVD het op justitie al bont genoeg, onder hem is het pas echt een puinzooi aan het worden.

Sowieso had de man na zijn opmerking over het risico van het “vak” van inbreker al nooit terug mogen komen. Iemand die het doodslaan van mensen goedpraat, hoort geen staatssecretaris te zijn. Maar er moesten kennelijk eerst doden onder Teevens eigen verantwoordelijkheid vallen voordat zijn positie een keer ter discussie werd gesteld.

Een inkopper voor Klokwerk zal je denken. Toch moet ik nu mild zijn. De zaak Dolmatov ligt niet alleen aan Teeven. Ons hele asielbeleid deugt niet. Voor geen meter.

Een grote bek opzetten tegen Poetin over de mensenrechten, ja, dat kunnen Nederlanders. Maar als het puntje bij paaltje komt nemen we er zelf graag een loopje mee. Vorige week bleek maar weer dat wanneer je moet vluchten uit Rusland omdat oom Poetin vindt dat je een te grote mond hebt, je hier kans maakt wederrechtelijk te worden vastgezet terwijl je een advocaat en de nodige zorg wordt onthouden.

En dit is alles behalve een incident. Met de asielwet zoeken we qua mensenrechten al jarenlang de grenzen op. Verdonk botste er regelmatig mee. Het regeerakkoord van het kabinet Rutte I stond vol met voorstellen die er recht tegenin gingen. Als er een paar asielzoekers verbranden huilen we wat krokodillentranen, maar leren doen we er niet van. En nu mag Fred van de PvdA aanblijven in de ruil voor “meer humaniteit” in de asielprocedure.

Maar die komt er niet. Vergeet het maar. De fatale fout zit namelijk niet in de uitvoering. Die zit in de asielwet zelf; de vreemdelingenwet die nota bene in 2000 door de PvdA-kopstuk Job Cohen in elkaar is geflanst.

Die asielwet wil niet dat we mensen beoordelen op wie ze zijn, maar op waar ze vandaan komen. En dat is niet alleen strijdig met onze eigen morele uitgangspunten, het leidt in praktijk tot ellenlange asielprocedures. Tot mensen in kampementen die niet mogen werken, en dus gedwongen zijn zich te vervelen, wat uiteindelijk weer leidt tot problemen bij een eventuele inburgering. En tot mensen die uitgezet worden naar oorlogsgebied. Tot kinderen die worden uitgezet naar landen waar ze geen herinnering van hebben. Tot vluchtelingen die terug moeten maar niet terug kunnen, en daarom opgesloten worden of worden gedwongen op straat te leven.

Deze wet schept kortom onmogelijke en absurde situaties, die eigenlijk wel moeten leiden tot Kafkaëske verschijnselen, zoals doden die vallen door een verkeerd vinkje bij een vakje “verwijderbaar”.

Terwijl het zoveel beter kan. Of je nu vindt dat er teveel asielzoekers zijn of niet, in beide gevallen zou het veel beter werken als we mensen beoordelen op hun mogelijkheden. Niet op wat je deed en waar je vandaan komt, maar wat je kan en waar je naartoe kan.

Dat is in het belang van iedereen. Niet alleen in het belang van de asielzoeker en de mensenrechten, maar zelfs in het belang van de belastingbetaler.

Maar zolang door ons beleid mensen letterlijk de dood vinden, kan die laatste mij eerlijk gezegd m’n rug op.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Antilliaanse diplomatie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk stelt dat diplomatie toch iets anders is dan om de waarheid heen blijven draaien.

Kijk die Rutte eens genereus zijn! Als de Antilliaanse eilanden ons Koninkrijk willen verlaten, dan mogen ze dat van ‘m.

Alexander Pechtold echter stond direct op zijn achterste poten. Hoe haalt de premier het in zijn hoofd! Rutte zou populistisch en weinig diplomatiek zijn. En ook in de media is de associatie van Rutte’s uitspraken met eerdere uitspraken van Brinkman snel gelegd.

Maar dat lijkt mij onterecht.

Om te beginnen drukte Rutte zich niet uit in beledigende termen. Geen flauwe suggestie de eilanden op marktplaats te zetten, geen bewering dat het niets dan corrupte boevennesten zouden zijn. Dat is al een wereld van verschil. Daarbij zei Rutte niet dat hij zélf de eilanden liever kwijt dan rijk is – hij benadrukt enkel de eigen keuze.

Maar wat veel belangrijker is: de uitspraak van Rutte komt niet uit de Nederlandse lucht vallen. De suggestie van een Antilliaanse exit is namelijk niet aan Nederlandse populisten voorbehouden. Juist Antilliaanse politici dreigen hier regelmatig mee.

Niet voor niets komen de verontwaardigde reacties op Rutte zijn uitspraken van Nederlandse oppositieleden – en niet van Antilliaanse politici zoals bij Brinkman. Kennelijk wordt Rutte zijn boodschap op de eilanden wel begrepen.

Er is niets mis met een beetje duidelijkheid in die discussie. Zeker omdat de Antilliaanse drang naar onafhankelijkheid steevast gepaard gaat met verlangen naar Nederlands geld. We mogen wel betalen, niet bepalen. Die combinatie lijkt mij geen insteek voor onderhandelingen.

De uitspraak van Rutte dat de laatste euro naar de Antillen is overgemaakt mag dan hard zijn, ze is wel realistisch. In 2010 is ons koninkrijk opnieuw ingedeeld. Toen is afgesproken dat Nederland een groot bedrag over zou maken, waarna de eilanden niet alleen juridisch maar ook financieel zelfstandig zouden zijn. Het lijkt me dan ook normaal dat de eilanden zich in de onderhandelingen ook zo opstellen én behandeld worden.

Wat ik echter mis in het verhaal van Rutte – of beter gezegd: hoe het in de media kwam – is de analyse van wat wij als land aan onze overzeese gebiedsdelen kunnen hebben. Er is de afgelopen tijd nu wel genoeg benadrukt dat er veel corruptie is en dat de eilanden fungeren als exportlanden van drugs en probleemjongeren. In die harde kritiek zit een kern van waarheid, maar het is goed ook eens stil te staan bij de kansen van de Antillen.

Want de eilanden zijn niet alleen voor toeristen zeer aantrekkelijk. Ze zijn belangrijk voor de handelsbetrekkingen met economisch snel groeiende landen als Brazilië en Venezuela. Verder zijn de eilanden strategisch gezien niet waardeloos. Die vliegbasis van de VS ligt er niet voor Jan Joker.

Niet voor niets bieden de eilanden dan ook werkgelegenheid aan een grote groep Nederlandse expats en bedrijven. Investeren in veiligheid en scholing in de overzeese rijksdelen is daarom niet alleen interessant voor de mensen daar: de Antillen zijn ook voor ons van belang.

Maar als wij daar gaan investeren, hoort daarbij dat wij de zeggenschap houden over hoe ons eigen geld wordt besteed.

Het is niet diplomatiek daar onduidelijk over te zijn. Misschien klinkt het vriendelijker, maar zulke vriendelijkheid loopt in praktijk uit op teleurstellingen. Wij Nederlanders staan bekend om onze botte directe zakelijkheid. Die mentaliteit heeft ook voordelen. Ik ben geen fan van Rutte, maar zijn zakelijkheid naar de Antillen lijkt mij juist een constructieve insteek.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De EU mag niet veranderen

Deel dit:

COLUMN – Dat een VVD’er zich meer thuis voelt bij een EU-scepticus dan bij een EU-hervormer verwondert Klokwerk niets. De EU is immers exact zo vormgegeven als de VVD het wilde.

Afgelopen week maakte de VVD’er Mark Verheijen stennis over de EU. Een deel van zijn woorden heeft hij alweer terug moeten nemen, maar het ei is gelegd: de VVD wil niet naar een federaal Europa. Daar is immers helemaal geen draagvlak voor.

En dat is helemaal waar. Er zijn er nog maar weinig die blij zijn met de EU. De crisis brengt het slechtste in de EU naar boven. De incompetentie om de bankencrisis op te lossen, de strenge bezuinigingsagenda die de crisis alleen maar verhevigt, en het dwangmatig privatiseren van de collectieve voorzieningen wekken terecht maar weinig enthousiasme op.

Om draagvlak te krijgen voor de EU zal er heel wat moeten veranderen. Bijvoorbeeld dat de 3%-regeling opzij gezet wordt voor een slimmere investeringsagenda. Of beter, dat er definitief afgerekend wordt met het gegraai in de bankensector, in plaats van dat er steeds belastinggeld naar wordt toegeschoven. Of misschien slimmer: gekozen leiders die dat gaan regelen, in plaats van dat grijze muizen benoemd worden in een schimmig wandelgangenspel.

Zonder dit soort aanpassingen kan de EU enig draagvlak voor haar beleid wel shaken. Maar helaas moet hiervoor met 28 landen een vergadertraject van een jaar of vijf doorlopen worden om een nieuw verdrag op te stellen. Gewoon maar niet aan beginnen dus, meent het kabinet. Houden zoals het is, die EU.

De VVD’er Mark Verheijen maakt ondertussen mooie sier door wel op te roepen tot verandering. Inhoudelijk komt hij daarmee echter niet veel verder dan een paar minder belangrijke details, zoals de periodieke verhuizing van Brussel naar Straatsburg. Alsof dat is wat mensen vandaag de dag het meest stoort aan de EU. Iets fundamenteler lijkt zijn pleidooi voor een euro-exit voor landen die zich niet aan de afspraken houden. Maar aan de beslissingsstructuur in Brussel zelf en de economische agenda wil hij schokkend genoeg niets veranderen.

Visieloosheid is wel vaker tekenend voor zelfbenoemde eurosceptici.Metaalmoeheid of een ideologische strategie?

Van de VVD is het misschien niet zo gek dat zij terugschrikt voor wezenlijke hervormingen. De huidige EU is namelijk exact zo vormgegeven als de VVD het wilde. Open grenzen, privatiseringen, en verder geen al te moeilijk gedoe met marktbeperkende sociale wetgeving. De machteloze natiestaat functioneert als zoethoudertje en de vrije markt regeert. De EEG in het groot, en verder niets.

De crisis is gewoon iets om uit te zitten en te gebruiken om privatiseringen sneller af te dwingen. Kleinere overheden, grotere markt. Schoorvoetend wordt akkoord gegaan met een paar mosterdpleisters als de bankenunie. Maar als de buien eindelijk een keer zijn overgewaaid zullen we zien dat de neoliberalen vooraan staan om die pleisters weer weg te trekken. De vrije markt voor alles.

Voor deze vrije-markt-jihad is het handig om mensen die pleiten voor fundamentele democratische hervormingen van de EU weg te zetten als gevaarlijke Eurofiele gekken. Dan hoeft er tenminste niet op de inhoud te worden ingegaan. De architecten van dit huidige Europa geven daarbij natuurlijk graag een duwtje mee.

De beste bondgenoot voor de doorgedraaide marktliberalen vormen de extreem-rechtse anti-Euro-gekkies die de discussie ridiculiseren tot een ja/nee-vraag. Zij vormen prima kanonnenvlees om iedere wezenlijke verandering in de EU te blokkeren.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bezigheidstherapie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich midden in crisistijd durft af te vragen of we niet beter af zouden zijn als we minder gingen werken.

Grote projecten lopen altijd uit de hand. Altijd kosten ze meer dan vooraf werd verteld, en altijd leveren ze minder op. Dat is eigenlijk de standaard in de bouw en in de ICT-wereld.

Een instantie die een groot ICT-bedrijf inhuurt, mag vooraf maar beter goed bedenken wat het wil en wat de middelen mogen zijn. Aan de kennis daarvan ontbreekt het helaas nogal eens. Dit soort bedrijven zijn dan ook groot geworden doordat babyboomers aan de top zich graag door een jonge ICT-knul naar een financiële bloedarmoede lieten adviseren. Een vage opdrachtomschrijving was voor deze knullen een vette vis.

Nu zitten we echter in zwaar weer en wordt overal de broekriem aangehaald. En waar worden de grootste klappen gevoeld? Juist. Bij bouw- en ICT-projecten.

Wat te doen? Capgemini kijkt eens naar zijn eigen organisatie en concludeert dat de jonge knullen van toen inmiddels al aardig op leeftijd gekomen en dat hun salaris met hun leeftijd is meegegroeid. Het stelt dus voor om de salarissen aan de top af te romen, om met dezelfde hoeveelheid mensen door te kunnen gaan.

Gejuich van zowel rechts als links! Van de rechterkant door werkgevers die een broertje dood hebben aan alles wat ruikt naar loonafspraken, en links waar men solidariteit verwart met jaloezie naar hoge inkomens en geneigd is bedrijven niet zozeer te zien als een onderneming die een product aflevert maar als een werkgelegenheidsproject.

Natuurlijk, er valt wat voor te zeggen de rare gewoonte aan te pakken om werknemers naarmate ze langer zitten meer te gaan betalen. Die discussie is inmiddels overal losgebarsten. Maar er is een andere vraag die door deze kwestie bij mij boven komt:

Willen we eigenlijk wel een maatschappij waarin we mensen lager gaan betalen als er niet genoeg vraag meer is naar wat ze maken, alleen maar om ze aan het werk te houden? Zien we het bedrijfsleven als bezigheidstherapie?

Laten we ons ook eens afvragen of we nu werkelijk nog terug moeten verlangen naar de grote bouw- en ICT projecten, waarin we kantoorgebouwen bleven bouwen terwijl de helft leeg stond en de andere helft gevuld werd met ICT-ers die met name elkaar bezig hielden?

Of moeten we eigenlijk stiekem blij zijn dat bedrijven ontdekken dat ze in plaats van met een nieuwe applicatie ook af kunnen met wat excelsheets, en in plaats van een nieuwe locatie ook af kunnen met een nieuw verfje op de muren?

Zeker, dit soort zuinigheid levert werkloosheid op. Maar dat kan op twee manieren gecompenseerd worden. Ofwel de mensen met hoge lonen gaan betalen voor de uitkeringen van anderen. Of iedereen gaat minder werken en krijgt daardoor wat minder geld, maar in ruil daarvoor weer meer vrije tijd – wat weer leuk is voor de kinderen en goed voor de gezondheid.

De derde optie, iedereen minder betalen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden, lijkt mij gelijk staan aan het koste wat kost willen volharden in inefficiëntie.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De W van Polder

Deel dit:

COLUMN – Deze week realiseert Klokwerk zich dat het Nederlandse polderbeleid eigenlijk precies zo in elkaar steekt als het koningslied.

Goed, PvdA en VVD zijn dan niet mijn partijen, maar eerlijk gezegd had ik vorig jaar nog wel zin in deze regering. Het hele idee om het politieke debat nu eens niet met een regeerakkoord voor vier jaar dicht te rammen leek me… verfrissend. Een kabinet dat naar draagvlak zoekt, dat betekent kansen voor goede ideeën uit de samenleving. En omdat we in een crisis zitten en moeten (of willen) bezuinigen is de tijd rijp voor slimme hervormingen. Dacht ik.

Naïef natuurlijk. Onder druk wordt alles vloeibaar, behalve in het land dat het water als grootste vijand heeft. De resultaten vallen na een half jaar polderen dan ook behoorlijk tegen. Oppositiepartijen en sociale partners blijken net zo visieloos als ze het kabinet vinden. In plaats van met slimme alternatieven te komen blijken ze slechts meesters in de kunst van het afzwakken. Het huurakkoord, het sociaal akkoord, het zorgakkoord… allemaal plannen die wat geld uit die sectoren melken, maar de zaken feitelijk laten zoals ze zijn.

Terwijl er nogal wat problemen zijn op te lossen.

Er is een tweedeling op de arbeidsmarkt, waardoor een groot deel van de mensen niet aan de bak komt en nauwelijks financiële zekerheid heeft. Dat deel wordt steeds groter naarmate de crisis verdiept.

Er is een tweedeling op de huizenmarkt. De ene helft van Nederland woont spotgoedkoop, waar de andere helft zich blauw betaalt voor een huurwoning of een dijk van een hypotheek heeft die met name op lucht gebaseerd is. Daarmee zit de zaak muurvast.

In de zorg rijzen de kosten de pan uit, het personeel is standaard overwerkt, de farmaceutische industrie is oppermachtig en ondoorzichtig en volgens velen totaal corrupt, terwijl medicijnen massaal worden verspild.

Dit zijn allemaal geen zaken om te laten rusten lijkt mij. Maar Nederland kiest voor stilstand.

Het sociaal akkoord is letterlijk een besluit om even niets te doen en af te wachten of het misschien vanzelf mooi weer wordt. Het woonakkoord pakt de tweedeling niet aan maar schraapt bij iedereen wat geld weg, en gaat de markt volgens experts echt niet vlot trekken. Het zorgakkoord gaat slechts over baanzekerheid en redden wat er te redden valt, terwijl een structureel plan om de zorg beter te maken totaal ontbreekt.

De VVD raakt inmiddels geïrriteerd en vraagt zich jankerig af waarom iedereen niet gewoon naar haar pijpen danst. De PvdA doet zich ondertussen voor als overgelukkig en gunt de VVD als zoethouder naast een falende staatssecretaris met draconisch beleid de symboolmaatregel van de strafbaarheid van illegalen. Maar dat brengt weer herrie in de eigen gelederen.

Het resultaat van al dit richtingloze gepolder is zoals het koningslied. We wilden iets moois maken, maar verschillende wensen leidden tot een product zonder richting, een stel losse akkoorden en een tekst die bol staat van de platitudes die vooral opvallen door hun interne tegenspraak. Bij het zien van het resultaat is niemand tevreden. Een weekend lang maken we ons er dan druk over. Iedereen die de regie had moeten nemen geven we de schuld.

Maar omdat vervolgens niemand aan die woede enige richting kan geven, laten we het uiteindelijk maar gewoon zoals het was.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Het basisinkomen als basis voor discussie

Deel dit:

COLUMN – Na de aftrap in deze column liep de afgelopen weken op Sargasso een serie over het basisinkomen. Een korte terugblik.

Dat het idee van een basisinkomen veel reacties oproept, hebben we de afgelopen maand hier op Sargasso wel gemerkt. In de discussies werd ook goed duidelijk dat een basisinkomen onnoemelijk veel economische en sociale effecten zou hebben.

Waar tegenstanders uiteraard graag de negatieve effecten benadrukten, legden voorstanders graag de nadruk op de positieve effecten. De waarheid is echter dat niemand bij benadering kan voorspellen hoe groot die effecten zullen zijn.

Daarbij zullen deze sterk afhangen van de hoogte van het basisinkomen, de eventuele voorwaarden eraan, en de zaken waar het basisinkomen vervangend voor moet zijn.

Daar bleek onder de voorstanders echter absoluut geen overeenstemming over. Nog verder verdeeld waren zij over het opbrengen van de kosten. Ja, het basisinkomen hoort voor burgers een kosten-neutrale ingreep te zijn, maar hoe het uitgedeelde geld weer moet worden teruggehaald? Via de loonbelasting, via de BTW, via accijnzen of via bezuinigingen op bestaande regelingen? Of een combinatie van al deze zaken? Zoveel mensen, zoveel meningen.

Er is kortom niet één basisinkomen-model. Er zijn er vele. In feite becommentarieerde ieder stuk, zelfs iedere reactie, een ander sociaal stelsel. Maar een paar algemene conclusies kunnen we uit deze serie wel trekken.

Ten eerste dat ‘onvoorwaardelijk’ een relatief begrip is. Men ontkomt er niet aan om voorwaarden te stellen aan een basisinkomen. In ieder geval is het burgerschap een voorwaarde, maar voorstanders pleitten soms ook voor afhankelijkheden als leeftijdsgrenzen of de woonsituatie.

Ten tweede dat een basisinkomen nooit vervangend kan zijn voor alle uitkeringen. Met name loondoorbetaling en ziektekosten zijn schadeposten die daarvoor simpelweg te variabel zijn.

Ten derde dat het in één keer invoeren van een basisinkomen veel te risicovol zou zijn, omdat niemand ook maar een idee heeft van de daadwerkelijke effecten.

Geen sluitende theorie, en niet probleemloos dus. Maar dat betekent niet dat het alternatief beter is. In tegenstelling tot wat Michel suggereert, is ook het model van de verzorgingsstaat niet zonder fundamentele problemen.

De behoefte om voor iedereen een passende regeling te vinden resulteert in rechtsongelijkheid en een woud van regels, waarin men zonder jurist vaak zijn recht niet kan vinden. De sollicitatieplicht levert daarbij noodzakelijkerwijs een bureaucratische controle- en stimuleringsfabriek op. Deze lost de hoge fraudegevoeligheid niet fundamenteel op, maar maakt de sociale zekerheid wel minder toegankelijk. En andersom wordt toetreden tot de arbeidsmarkt weer tegengewerkt door de armoedeval.

Niet voor niets staat onze verzorgingsstaat al jaren op een helling en wordt ze met kaasschaaf en drilboor langzaamaan afgebroken en uitgehold. De wens terug te keren naar het oude stelsel is een ontkenning van de inherente problemen die het systeem kwetsbaar maken. Daarom is het belangrijk fundamentele discussies te voeren over sociale zekerheid, om het te verbeteren en zo te behouden.

Basisinkomen of verzorgingsstaat, het is niet het één of het ander. Er zijn ook mengvormen mogelijk. Het idee om het sociale stelsel sterk te versimpelen, niet alleen om fraudemogelijkheden te beperken en bureaucratie te verminderen, maar ook om gelijkheid en flexibiliteit te bevorderen, blijft daarbij een ijzersterk uitgangspunt, dat in ons huidige stelsel helaas volledig op de achtergrond is geraakt.

Fundamentele discussies als deze worden in de dagelijkse politiek echter nauwelijks gevoerd. Maar daarvoor zijn er dan ook plekken als Sargasso.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asociale huur

Deel dit:

COLUMN – De problemen met de huurwoningenmarkt zijn volgens Klokwerk niet zo moeilijk op te lossen als het lijkt. Helaas ontbreekt de politieke wil.

Voor veel mensen met een middeninkomen is een koophuis in deze tijden niet meer te betalen. Daarom stelden de PvdA en de ChristenUnie deze week voor om sociale huurwoningen tijdelijk ook voor middeninkomens beschikbaar te stellen.

Dat zou een mooie maatregel geweest zijn als er tienduizenden sociale huurwoningen leeg stonden. Helaas lopen de wachtlijsten voor een sociale huurwoning lokaal nu al op tot een jaar of vijftien. De maatregel zal dus aan de onderkant alleen maar meer gedrang opleveren.

Het antwoord van minister Blok op het voorstel lijkt dan ook logisch. In plaats van de grens op te rekken, zegt hij, is het beter om huizen voor middeninkomens te bouwen.

Maar in praktijk is dát een nog veel onrealistischer idee. Huizen voor middeninkomens bestaan namelijk helemaal niet. Als huizen niet meer onder het puntensysteem vallen en de huur dus niet meer beschermd is, vliegt deze door de overspannen huizenmarkt pijlsnel omhoog. Tussen sociale huurwoningen met een beschermde huur en vrije sectorwoningen ontstaat zo vanzelf een enorm gapend gat. En dat blijft, welk type woningen er ook bijgebouwd worden.

Maar daar heeft Blok al jaren geleden een andere oplossing voor bedacht. Zijn partij wil feitelijk alle huren laten stijgen naar de marktwaarde.

Dat had kunnen werken, ware het niet dat de Nederlandse huizenmarkt geen goed functionerende markt is, omdat deze door onder andere de hypotheekrenteaftrek volledig is verziekt.Geen enkele woning heeft nog een realistische prijs in Nederland. Nederlanders steken zich dan ook massaal in de schulden om aan een huis te kopen. Iets dat bij internationale financiële instellingen inmiddels alle alarmbellen af doet gaan.

In zo een situatie is het laten stijgen van de huren naar zogenaamd marktconform ronduit onverantwoordelijk en misdadig. Daarbij wordt de doorstroming tussen sociale huurwoningen zo volledig gestopt, omdat de huur voor zittende huurders minder snel stijgt dan voor nieuwe huurwoningen.

Beter is daarom het plannetje van het Amsterdamse SP-raadslid Laurens Ivens, die vindt dat het puntensysteem juist uitgebreid moet worden. Volgens hem moeten ook meer luxe woningen een beschermde huur krijgen, zodat er eindelijk huurhuizen in het middensegment ontstaan.

Leuk bedacht, maar helaas verschuift het huurgat dan naar hogere regionen. Nog beter zou het zijn het puntensysteem gelijk op alle huurwoningen toe te passen, zodat alle huren in heel Nederland weer realistisch worden.

En helemaal ideaal zou het zijn als alle huren in één klap in overeenstemming werden gebracht met die puntenwaarde. De doorstroming op de huizenmarkt zou dan meteen zijn hersteld, en mensen zouden weer een woning krijgen voor een redelijke prijs, zonder zich in de schulden te steken. Bewoners die hiermee hun huur plotseling zien stijgen kunnen worden geholpen door middel van een uitbreiding van de huursubsidie, terwijl er voor verhuurders die plotseling het rendement op hun bezittingen zien dalen een verhuurderssubsidie zou moeten komen. Met deze twee subsidies zou de overheid twee krachtige instrumenten in handen hebben om de huurmarkt vervolgens een stuk eerlijker in te richten, zonder de huurmarkt te verstoren.

Helaas volhardt men in Den Haag liever in een naïef vertrouwen in een ‘vrije markt’, die er in praktijk helemaal niet is. Het blijft dus nog even kommer en kwel op de huurwoningenmarkt.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Smalende Godslastering

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk, die blij is dat godslastering eindelijk legaal wordt en nog een stap verder wil gaan.

Verdomd. De kogel lijkt nu eindelijk door de kerk te gaan. Er is een kamermeerderheid voor het schrappen van het verbod op “smalende godslastering”.

Natuurlijk was die meerderheid er al lang. Maar tot voor kort had de VVD de christenen nog even nodig bij het vingerlikken. Nu lijkt het er echter toch van te komen dat dit belachelijke verbod uit de wetboeken gaat verdwijnen. Met dank aan D66 en de SP. Ere wie ere toekomt.

Niet dat dit verder enige praktische consequentie heeft. Sinds het beroemde ezelsproces was al duidelijk dat we het in praktijk toch al niet meer zo nauw nemen met godslastering. Het wetsartikel was waarschijnlijk ook al lang vergeten, ware het niet dat Donner in 2004 op het “briljante” idee kwam dit produkt van zijn eigen opa weer af te stoffen. Nota bene naar aanleiding van de moord op Van Gogh. Alleen “God” weet wat Donner in zijn hoofd had toen hij het voorstelde. Waarschijnlijk dezelfde erwtensoep als waarmee hij laatst adviseerde vooral geen openheid van boeken te geven in overheidszaken: men hoeft immers niet te weten hoe wetten gemaakt worden. Volgens de Don dan. Hou hem in de gaten.

Maar dit terzijde. 2004 dus: het wetsartikel kwam weer in de picture, en dus het schrappen ervan ter sprake.

Desondanks bleek dat nog acht jaar in beslag te nemen.

Zorgelijk, want er is aangaande de rare positie van religie in dit land nog wel wat meer te doen.

Van mij mogen christenen en moslims net zo vrij zijn als anderen. Geloof wat je wilt. Leven en laten leven. Wil je een halalwoning? Jij je halalwoning. Hoor je mij niet over. En als jij het leuk vindt om je te verstoppen in een hobbezak met een spleetje om door te kijken, dan vind ik dat je die vrijheid moet hebben. Zo liberaal ben ik. Zolang je vrouw, je dochter en je homofiele zoon dezelfde keuzes hebben als jij mag je van mij doen wat je wilt.

Maar stop met het claimen van een bijzondere positie voor religie. Wat dat betreft hebben we helaas nog een lange weg te gaan. Want als een imam zegt dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is, wordt hij vrijgesproken met een beroep op de vrijheid van godsdienst.

Hiermee hebben gelovigen meer rechten dan niet-gelovigen. En waarom? Er is geen reden. De vrijheid van godsdienst is niet nodig, want al lang geborgd door algemene rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht om niet gediscrimineerd te worden wegens je levensovertuiging. Bovendien kan iedereen zich tegen al te fanatieke vrijemeningsuitingsfundamentalisten verdedigen met wetten tegen laster, smaad, bedreiging, aanzetten tot geweld en haat en zelfs belediging.

Christenen en moslims dienen eens te accepteren dat dit genoeg is. Aparte artikelen voor gelovigen zijn onwenselijk. Eigenlijk zijn ze zelfs in het nadeel van gelovigen, omdat het terecht leidt tot onbegrip.

In dat kader is het verontrustend dat zelfs het symbolisch verwijderen van een dode letter uit de wetboeken nog zo lang blijkt te duren. Het zou daarom mooi zijn als D66 en de SP na dit puur symbolische akkefietje eens haast maakten met het echte werk, door voor te stellen religie uit de grondwet te schrappen. In de twee artikelen waar het om gaat, staat “levensovertuiging” immers al duidelijk vernoemd.

Dit zal wel weer leiden tot grote verontwaardiging, maar misschien dat het over tien jaar dan eindelijk eens wat wordt met de gelijke behandeling in onze wetboeken.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Kleine Scholen

Deel dit:

COLUMN – Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je elke werkdag om 15.30 uur weer wakker. Vandaag: Klokwerk die het naar aanleiding van de puinhoop bij Amarantis zowaar eens is met de SP.

In de jaren ’90 moesten de scholen steeds groter en zelfstandiger worden.

Grotere organisaties kunnen immers grote dingen gezamenlijk inkopen, en dat is goedkoper. Een bestuur kan bovendien efficiënter zijn als het gecentraliseerd is. En als scholen marktpartijen worden, beseffen ze vanzelf hoe afhankelijk ze zijn van de consument… en hoe gevaarlijk de concurrent is. Dan gaan ze dus vanzelf een goed product leveren tegen een lage prijs. Zo werkt immers de vrije markt!

Deze naïeve theorie is inmiddels al door talloze praktijkvoorbeelden keihard gelogenstraft. Het jongste voorbeeld heet Amarantis.

Amarantis is ontstaan als scholengemeenschap na verschillende fusies. Het gaat hier om een scholengemeenschap van 30.000 leerlingen. Amarantis adverteert op haar site met kleinschalige christelijke scholen… onder een grote paraplu. Leuk hoor. Maar het bestuur van Amarantis had in zo’n grote gemeenschap natuurlijk geen idee van wat er in de klassen gebeurde. En andersom klaarblijkelijk ook niet.

Begin dit jaar barstte de bom. Amarantis stond aan de rand van een faillissement. De onderzoekscommissie die daarop werd ingesteld kwam deze week met een rapport met scherpe conclusies. Het College van Bestuur voerde een financieel wanbeleid. In de organisatie heerste een angstcultuur, waardoor misstanden niet boven water kwamen. En er was sprake van zelfverrijking, belangenverstrengeling en vriendjespolitiek.

Voormalig topman Bert Molenkamp vindt het uitgelekte conceptrapport vooral vervelend voor zijn eigen goede naam. Hij overweegt dan ook juridische stappen tegen de commissie die het onderzoek naar Amarantis uitvoerde. We wensen hem veel succes. De politiek en het journaille zoeken maar wat graag naar een zondebok.

Maar wat we Bert in ieder geval kunnen nageven is dat hij niet de enige is die gefaald heeft. Ook de Raad van Toezicht, de onderwijsinspectie, het ministerie en de accountant hebben volgens het rapport gefaald.

Allemaal slechte mensen dus, zoals Elsevier meldt?

Onzin. De gelegenheid maakt de dief. Als de zaken op zo’n schaal uit de hand kunnen lopen, dan is er iets mis met je organisatiemodel en het toezicht.

Ik ben het niet altijd eens met de SP, maar misschien moeten we als het gaat om scholen nu eindelijk eens naar ze gaan luisteren. Al minstens een decennium lang roept de partij om kleinschaligheid in het onderwijs. ‘Scholen zouden niet meer leerlingen moeten hebben dan de conciërge nog zou kunnen herkennen,’ schrijft de SP op haar site. Een mooi ideaal.

En misschien nog niet eens zo stom bedacht. In grote organisaties is de overhead vaak helemaal niet efficiënter geregeld, want juist in grote organisaties kunnen falende afdelingen wegduiken. In een grote organisatie heeft de interne HR afdeling bijvoorbeeld helemaal geen last van die zogenaamd stimulerende concurrentiedruk. Er is immers binnen dat bedrijf maar één HR afdeling. De concurrentie is nul.

Juist om de voordelen van marktwerking te hebben dienen de scholen dus klein te blijven. Niet dat het dan niet uit de hand kan lopen… maar dan blijft dat tenminste kleinschalig, en zijn de scholen niet ‘too big to fail.’

Daarbij blijft er het gevaar van de vrije markt dat concurrerende partijen niet alleen slag gaan voeren op kwaliteit en prijs. Even oud zijn pogingen klanten binnen te halen door middel van image building en puur bedrog. Daarom is het ook belangrijk dat scholen en hun begrotingen goed worden gecontroleerd op heldere maatstaven. En dat de resultaten van die metingen ook openbaar te zijn.

Zelfstandigheid is mooi, want het prikkelt de creativiteit. Maar er is controle nodig om te bezien dat die creativiteit niet op een criminele manier wordt aangewend. Want consumenten missen zonder hulpmiddelen gewoon de informatie en het overzicht.

Dat we dat in de jaren ’90 nou niet even bedacht hadden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Zoek je Problemen?

Deel dit:

COLUMN – Het wordt tijd dat politici zich niet met incidenten, maar met echte problemen gaan bezig houden.

Hebben we een Marokkanenprobleem? Welnee. Onze Geert heeft lang moeten wachten tot er eindelijk eens een Mocro betrokken was bij voetbalgeweld. Logisch dat hij er dan ook meteen bovenop zit. Maar serieus te nemen is het niet.

Hebben we dan een voetbalprobleem? Een jeugdprobleem? Een autoriteitsprobleem of een mentaliteitsprobleem?

Welnee. Laat je door media en politici niets aanpraten: We hebben eigenlijk helemaal geen probleem.

Die overleden grensrechter, dat is geen probleem, dat is een tragedie. Heel goed dat we daar met zijn allen bij stil staan. En zeker is het goed te bezinnen op de verruwing van de samenleving.

Maar geweld is helaas van alle tijden en een incident is een incident. Als er nu maandelijks een scheidsrechter in het ziekenhuis zou belanden, dán hadden we een probleem. En we hadden een probleem als niemand zich daar druk om zou maken. Maar dat is beide niet het geval.

Dat opgroeiende jongens losse handjes hebben en rare dingen roepen als er een camera op ze wordt gericht, dat is ook al niet nieuw. Klagen over de jeugd doen we al sinds Plato. Dus óf de mensheid wordt al twee en een half duizend jaar lang steeds kwaadaardiger, óf dat opgefokte gaat er mettertijd vanzelf weer af. U mag het zeggen.

De politiek en de media blijven echter dol op incidenten. Minister Opstelten wil de straffen voor geweld tegen scheidsrechters verdrievoudigen. Dan vraag ik mij af: Zou die kerel nu echt denken dat dit gaat werken? Ik zie het al voor me. ‘Niet te hard slaan hoor, op doodslag staat tegenwoordig negen jaar!’ – ‘Wat??? Negen jaar??? Ik dacht maar drie!’

Laat de man zich in plaats van met incidentenpolitiek bezig houden met dingen die politiek ook echt te beïnvloeden zijn. Drugscriminaliteit bijvoorbeeld. Eén derde van alle gevangenen zit vast wegens een drugsdelict. Kijk, dát is een probleem. Terwijl in Nederland het debat doorsukkelt hebben in de VS twee staten inmiddels de juiste conclusies getrokken.

Nee, ze nemen niet ons gedoogbeleid over. Iedereen ziet namelijk dat dit zo failliet is als een Griekse variant van Dirk Scheringa. Ons gedoogbeleid maakt criminelen schatrijk. Mooie verworvenheid!

De War On Drugs echter heeft precies hetzelfde effect. Wat te doen dus? Precies. Legaliseren die hap. Daarmee neem je criminelen de wind uit de zeilen, telers betalen hun energierekening weer en je krijgt er als bonus een vette inkomstenbron uit accijns bij. Tel uit je winst.

Dit hadden we hier natuurlijk ook kunnen bedenken. Helaas is de VVD kennelijk dol op drugscriminelen, want de nepliberalen blijven elk zinnig drugsbeleid dwarsbomen. Het krankzinnige idee van de wietpas mag dan van de baan zijn, het beleid blijft zo inconsequent als de pest. Het laatste voorbeeld: Buitenlanders mogen niet meer blowen, maar in Amsterdam mag het wel. Waarom? Nou, omdat blowen op het schoolplein daar wel verboden wordt.

Eh ja… Probeert u dit maar eens over de grens uit te leggen. Mij lukt dat inmiddels niet meer. Met de beste bedoelingen niet.

Maar één ding snap ik wel. Als een volgende keer een camera een schoolplein opdraait waar de pubers zich níet opgefokt gedragen, dan gaat het waarschijnlijk niet om een opname uit Amsterdam. Iedereen kent immers het spreekwoord over de tevreden roker.

Misschien moet er op het voetbalveld gewoon wat meer geblowd worden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bij de Beesten Af

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze dubbele moraal ten opzichte van dieren.

Afgelopen dinsdag is definitief besloten om vanaf 2024 het fokken van nertsen te verbieden. Bont is een luxeproduct immers, en de nerts is een wild dier, dus niet geschikt om in een kooi gehouden te worden. Zo luidt de redenering.

Vlees is kennelijk geen luxeproduct. Ook al eet u daarvan veel meer dan goed voor u is. En al die reeën en hazen en zwijnen die voor de kerst in gevangenschap gefokt zijn en de komende dagen geslacht worden, dat zijn kennelijk geen wilde dieren.

Terwijl twee zeehondencrèches bekvechten over een suïcidale walvis pinkt niemand een traan weg voor de vijf miljoen Nederlandse kippen, koeien en varkens die van kant zijn gemaakt in de vijf dagen dat onze nationale knuffelbultrug op een zandplaat lag dood te gaan. We maakten ons afgelopen jaar druk om een circus dat een olifant houdt. Het dier zou niet goed verzorgd worden en bovendien eenzaam zijn. Ondertussen liggen in Nederland honderdduizenden konijnen eenzaam in een veel te klein hok. Dat kan allemaal. Maar als we die konijnen dan weer net zo gaan behandelen als onze kippen sturen we elkaar de caviapolitie op het dak.

Consumptiedieren zien hun hele leven geen buitenlucht en kunnen hun kont niet keren. Maar als ze uiteindelijk afgemaakt worden, dan moet dat weer met verdoving. We zijn immers geen barbaren. Gewoon doodmaken, dat is zielig, barbaars. Dat doen alleen joden en moslims. Wij niet.

Ondertussen zou ik toch veel liever een waterbuffel zijn, die zijn hele leven vrij door de savanne draaft en daarna onverdoofd geslacht wordt door een barbaar met een speer, dan dat ik een koe ben die zijn hele leven op een rooster doorbrengt om vervolgens verdoofd geslacht te worden. Zelfs ben ik veel liever een Spaanse stier die na aan prinsenleven sterft in de arena dan die koe uit onze bio-industrie. En ik denk dat u hetzelfde zou kiezen.

Nederland bleef deze week collectief aan een doodzieke bultrug sleuren. De Partij van de Dieren stelde vragen over Johannes. De minister reageerde met een protocol voor hoe-om-te-gaan-met-gestrande-walvissen. Ondertussen sterven per jaar 100.000 vogels, walvissen, dolfijnen, zeeleeuwen, zeehonden en schildpadden aan de plastic zakjes die we in zee gooien. Je hoort er bijna niemand over. Men maakt zich er simpelweg niet druk om.

Zinloze pietluttigheid en beestachtig gedrag strijden om voorrang als het gaat om dieren in Nederland. De gulden middenweg kennen we niet. Zelfs van de penicillineresistente bacteriën die ontstaan door de idiote manier waarop we dieren fokken ligt nog niemand wakker.

Na ons de zondvloed. Letterlijk. We doen gewoon net als Johannes. We doen alsof we die Razende Bol niet zien, en we zwemmen er vrolijk tegenop. Bij de beesten af. Maar wel met krokodillentranen in onze ogen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een globaal nivelleringsfeestje

Deel dit:

COLUMN – In het Politiek Kwartier van vandaag verwondert Klokwerk zich over onze moraal als het gaat om ontwikkelingshulp.

Vorige week haalde Serious Request ruim 12 miljoen euro op. Dat is mooi. Helaas besloot het nieuwe kabinet dit jaar echter de ontwikkelingshulp met meer dan het achtvoudige van dit bedrag te korten. We hebben het geld hier namelijk zelf hard nodig. Daarbij komt dat geld toch altijd bij de verkeerde mensen terecht. En bovendien heeft het allemaal geen effect. Bewijs: Afrika is nog steeds arm.

Allemaal idiote excuses natuurlijk. En makkelijk te weerleggen bovendien. We hebben het geld zeker niet meer nodig dan een derde wereldland. 0,7% Van wat we verdienen is echt niet zoveel gevraagd. En dat het geld verkeerd besteed zou worden zou hooguit een argument zijn het beter te beleggen, niet te stoppen. En dat we er nog niet in geslaagd zijn om van Afrika een heilstaat te maken betekent uiteraard niet dat het waardeloos was één mens in te enten tegen een ziekte of van een opleiding te voorzien.

Maar zijn deze Wildersiaanse drogredeneringen echt de reden dat ontwikkelingshulp niet zo populair meer is? Of zit er meer achter?

In Trouw verscheen afgelopen week een cynisch stuk over Serious Request. Cultuurhistorici analyseerden de happening als was het een ziekte. We zouden geven om ons geweten te sussen, vanwege de sociale druk, of uit betweterij. Of wellicht gewoon omdat we er een feestje voor terugkrijgen.

Waarom zoeken we als het gaat om altruïsme eigenlijk altijd naar dubbele motieven? En waarom klinkt dat zo verwijtend?

Een vriendin van mij werkt voor een internationale ontwikkelingsorganisatie waarvan ik nog nooit gehoord had. Toen ik haar dat zei vertelde ze me dat deze organisaties vaak bewust in de anonimiteit blijven, om de schijn te vermijden er zelf beter van te worden.

Waarom die angst? Waarom schamen we ons voor een goede daad?

Misschien heeft het allemaal te maken met die oerchristelijke moraal waarin goeddoen vooral bestaat uit medelijden en in het verborgene moet plaatsvinden. Ontwikkelingshulp lijkt zo echter wel het slachtoffer te worden van het feit dat we ons al die jaren heiliger voordeden dan we waren. Want van onze ontwikkelingshulp werden we zelf wel degelijk ook beter. Een groot deel van de gelden wordt namelijk besteed bij Nederlandse bedrijven, waarmee we onze economische en diplomatieke positie in het buitenland verstevigen. Niet alleen belangrijk voor de ontwikkelingslanden maar van levensbelang voor een landje dat leeft van de internationale handel.

De filosoof Nietzsche probeerde ons te leren dat medelijden het sterke verzwakt, terwijl het de zwakkere kleineert en afhankelijk maakt. Zijn kruistocht tegen medelijden klinkt hard. Maar het resultaat van onze huidige moraal van medelijden blijkt te zijn dat we bij een beetje tegenspoed niet alleen snel opgeven, maar ook in ons eigen vlees gaan zitten te snijden, omdat we niet durven toegeven dat het ons eigen vlees is. Het resultaat is dat twee partijen verliezen.

Als hulp gerechtvaardigd wordt vanuit wederzijds belang is het wellicht meer crisisbestendig. Laat het goeddoen daarom vooral een feestje zijn. Een globaal nivelleringsfeestje. Voor elkaar.


Deel dit: