Deel dit:

Nieuw:

Delen door nul
… of over hoe om te gaan met de dood zonder te geloven in iets

Iedereen sterft maar één keer: waarom kiezen we niet zelf wanneer en hoe?

Lees meer en bestel op: delendoornul.nl

 

In november 2018 verscheen:
“De wereld vóór God – filosofie van de oudheid”.
Bestel het boek via deze link

Welkom op de blogsite Klokwerk-tekst.

Hieronder vind je alle artikelen van mijn hand, die ooit op andere sites verschenen zijn. Ook neem ik af en toe een los citaatje op dat ik graag wil bewaren.

Klokwerk is het pseudoniem voor CJ (Kees) Alders. Onder die namen schrijf ik regelmatig voor verschillende sites, zoals Sargasso.nl, Joop.nl, Historiek.net en Bureaudehelling.nl. Ook bracht ik mijn eerste boek uit, en wellicht volgen er meer.

Klokwerk schrijft over politiekfilosofie, soms verhalen, en af en toe zelfs een lifestyle-artikel. Deze categorieën vind je terug in het menu links.

Meer over de man achter Klokwerk en zijn bezigheden vind je hier.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Samsoms Democratiseringsangst

Deel dit:

COLUMN – Deze week viel het Klokwerk op dat Samsom in zijn verhaal over de EU het democratisch tekort alweer totaal negeerde.

Nieuws: Samsom heeft ontdekt dat mensen boos zijn over Europa. In zijn verhaal van afgelopen weekend doet hij alsof hij de klachten van de kiezer serieus neemt.

Maar als je lang genoeg met de meeste kiezers praat, zegt Diederik, blijken ze veel redelijkere standpunten te hebben dan bij polls naar buiten komt. Ja, uiteindelijk komt de kiezer volgens hem met precies hetzelfde verhaal over een socialer Europa als… de PvdA.

Dat is echter niet het hele verhaal. En daarmee ook niet het eerlijke verhaal. Wat volledig ontbrak in Samsoms analyse is de klacht van de kiezer dat hij bij beslissingen over de EU niet mee mag praten.

En inderdaad, de PvdA heeft in haar verkiezingsprogramma’s dan ook nog nooit iets noemenswaardig geschreven over democratisering van de Europese Unie.

Daar staat die partij echter niet alleen in. Ook het CDA en de VVD zijn klaarblijkelijk dik tevreden over hoe in Europa hoog over de hoofden van de burger heen benoemd en besloten wordt. Zelfs de zogenaamd eurokritische SP doet in haar verkiezingsprogramma’s geen enkel voorstel om Europa te democratiseren.

Ja, de PvdA en de SP pleiten voor een niet-bindend referendum op nationaal niveau. Maar we weten inmiddels wat dat waard is. En alle vier de partijen zeggen braaf dat nationale parlementen het laatste woord moeten krijgen in de EU. Maar dat is feitelijk al het geval. Wat ontbreekt is juist de democratische controle op het geheel.

Voorstellen voor echte democratisering van de EU vinden we slechts terug bij D66, de Partij voor de Dieren en GroenLinks.

De Partij voor de Dieren gaat het meest ver in de hardheid van haar eisen. De Partij van de Planten gaat inhoudelijk het meest ver, en eist dat het Europees Parlement de baas wordt in Europa, bindende Europese referenda en direct gekozen bestuurders.

Dit soort veranderingen worden door de grotere partijen echter tegengehouden. Vanwaar toch die democratiseringsangst?

Misschien zijn het de trauma’s die onze politici hebben overgehouden aan inspraakrondes. Eindeloze procedures die worden gebruikt door belangengroepen om een beslissing zo lang mogelijk uit te stellen. En wat je uiteindelijk ook beslist, altijd krijg je te horen dat je ‘niet naar de mensen luistert’.

Maar dat is ergens terecht. Een vertegenwoordigende democratie is er omdat burgers nu eenmaal niet de hele dag kunnen vergaderen en stemmen. Zij is er niet om mensen monddood te maken. Als de mogelijkheid om vertegenwoordigers te overrulen ontbreekt, dan is de vertegenwoordigende democratie een dekmantel geworden voor géén democratie.

Een groeiend wantrouwen naar de politiek is niet vreemd zolang mensen niet medeverantwoordelijk worden voor besluiten. Want wat dan rest zijn lange processen tegen de overheid en angstige politici die pas besluiten durven nemen als de markt ze dwingt. Een formule met de democratie als grootste verliezer. En dit is precies wat er fout gaat in Europa.

Met meer directe inspraak zal niet alleen niemand ooit nog kunnen zeggen dat de overheid niet luistert, een bindend referendum kan mits verstandig opgezet zelfs de slagvaardigheid vergroten. Een stemprocedure is immers geen eindeloos gepolder van belangengroepen, maar een besluit van de meerderheid. En zelfs Samsom heeft inmiddels door dat die redelijk kan zijn. Als je maar naar ze luistert.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Gratis Vrijwilligers

Deel dit:

COLUMN – Deze week ergert Klokwerk zich aan de neiging zoveel mogelijk af te willen schuiven op vrijwilligers.

Dit weekend hield Buma op het CDA-congres een betoog over hoe volgens hem de verzorgingsstaat is doorgeschoten. Doordat zorgtaken geïnstitutionaliseerd zijn, raken mensen volgens hem vervreemd van de zorg. Buma pleit daarop voor een grotere rol voor het gezin in de opvang van elkaar.

Zoiets valt te verwachten van het CDA. Maar de partij krijgt steun uit onverwachte hoek. Ook de “moderne” feminist Simone van Saarloos pleit voor een terugkeer naar het frame van de kostwinnaar en de huissloof die de zorgtaken gratis op zich neemt. Alleen wil zij graag dat mannen zich daar dan meer voor gaan lenen.

Feministisch is dat misschien wel, maar met emancipatie heeft het weinig te maken. Sowieso hoeven mensen die voor zorgtaken kiezen van huidige zelfbenoemde feministen klaarblijkelijk toch al niet zoveel te verwachten.

Buma gaat verder met een emotioneel betoog waarin hij vrijwilligerswerkers de hemel in prijst. Dat komt vaker voor in de politiek, en elke keer denk ik: wat irriteert mij toch zo?

Het idee alles af te schuiven op vrijwilligers vindt steeds meer aanhang. Het kabinet vindt bijvoorbeeld dat in het kader van een kleine overheid de thuiszorg maar beter kan worden afgeschaft om opgepakt te worden door vrijwilligers.

En niet alleen in de zorg heerst de illusie dat er veel geld te besparen is door taken af te schuiven. Ook in de culturele sector en de journalistiek is een beweging aan de gang van betaald naar vrijwilligerswerk.

Dagelijks halen mensen hun films en muziek gratis van het internet, en kunstsubsidie is tegenwoordig vloeken in de kerk. Hoe muzikanten en schrijvers en filmmakers nog aan hun geld moeten komen zoeken ze zelf maar uit. De ene krant na de andere valt om terwijl er zwaar bezuinigd wordt op de publieke omroep, omdat het dagelijkse nieuws meer en meer via de sociale media bij elkaar wordt gesnaaid door mensen die daar niet voor betalen, ondersteund door vrijwilligersblogs zoals dit stelletje sukkels hier dat gratis en voor niets uw dagelijkse portie nieuwsduiding bij elkaar schrijft.

Prima, maar het kost wel werkgelegenheid.

En tenslotte is het mode steeds meer werkzaamheden uit te laten voeren door mensen met behoud van uitkering. Officieel mag dit niet leiden tot een verlies aan betaalde banen, maar onderzoeken van de FNV wijzen uit dat dit precies is wat er gebeurt. De grap is overigens dat dit in praktijk juist leidt tot het tegendeel van een kleine overheid.

Het klinkt allemaal zo leuk en aardig: mensen die puur uit liefde en passie steeds meer voor elkaar gaan doen en daarmee gratis en voor niets belangrijke zaken in de samenleving verzorgen. Maar als dit leidt tot werkloosheid en toenemende afhankelijkheid van mensen gaat er toch iets fundamenteel mis.

Vrijwilligers werken vrijwillig. En niet op afroep omdat de samenleving er een bezuinigingspost in ziet. Als we dat anders willen zien is het misschien eerst eens tijd dat de politiek meer voor vrijwilligers over gaat hebben dan alleen maar mooie woorden en dwang.

Want uiteindelijk kan niemand leven van de wind. Voor niets gaat immers alleen de zon op.


Deel dit:

Navigating Your Way Though Japan

Deel dit:

Are you visiting Japan and having concerns about getting lost? Don’t worry. In Japan, nothing, and no one, ever gets lost. Japan is not only an over-civilized country, but it is over-regulated too.

First of all, there are signs everywhere. Signs with street names, signs that point out where you should stand in line, signs that tell you what vehicle will arrive to transport you to the other side of town… signs everywhere.

Should you learn some Japanese so you will be able to read the signs? No way. Don’t even think you can come close to reading Japanese quickly. Japanese people don’t use one kind of script, they use three different alphabets which they mix while employing them. For old words with many meanings they use Chinese characters, which don’t express sounds but meanings themselves. For modern words they use their own phonetic alphabet. And to make it even more complicated, they have a third phonetic alphabet for foreign words.

In the big cities, all the signs will be in Japanese as well as English, though the English will be funny Japanese-English. The names on the signs have the phonetic pronunciation in our own western alphabet added to it. Then, to make it even easier, if you pronounce all the letters you read like you would think is logical, there’s a very good chance you’re actually doing really well. Japanese people don’t swallow parts of words like other people do, as they do not use any emphasis in their language. Though hard to learn, Japanese words are easy to recognize. If you learn a name by heart, you will recognize it when it is announced.

Now for the most wonderful thing: People and things in Japan really do behave exactly according to the signs. It’s part of the mentality. A Japanese person will never arrive late. “On time” is five minutes early. A train will always arrive exactly on time. When there is a line on the pavement to say how people should form a queue—and there are many such lines—the Japanese will wait on that line, face to back, no muddling around with it. People really love to queue over there. Even when you have a numbered seat ticket, people will form a neat queue for entering the building or vehicle they are waiting for.

The most wonderful example is this: On an escalator in Japan, people will stand only on the left side. The right side is for walking. You can watch mobs running to the staircase, and about two hundred meters before the staircase, the mob will seemingly automatically split into two neat queues before even reaching the escalator. And except for the peak hours where it will be simply impossible getting somewhere without pushing, no one will push. Nobody seems to try and take someone else’s place. Maybe because in Tokyo, everything is so punctual that everybody knows exactly when he or she will arrive?

As for you, you’ll get your temples and enjoy the culture of samurai swords and manga comics as much as you want, and you’ll get there in time.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Leeftijdsdiscriminatie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk pleit voor het afschaffen van alle leeftijdsdiscriminatie.

Afgelopen zondag in Buitenhof: Henk Krol tegen het plafond. Twee onderzoekers stelden namelijk voor de ouderenkorting voor het OV en culturele instellingen af te schaffen. Dat geld zou beter kunnen worden besteed aan het toegankelijker maken van deze instellingen voor minder mobiele mensen en een korting voor mensen die het minder breed hebben.

Een plan waar geen enkel zinnig argument tegenin te brengen is. Daarom kwam Henk met een aantal onzinnige argumenten.

Zoals: Ouderen hebben deze samenleving opgebouwd en verdienen daarvoor een dankjewel.

Onzin. Er zijn ook ouderen die helemaal niets opgebouwd hebben. En zij die wél iets opbouwden, vulden daarmee gewoon hun eigen zakken. Prima, maar daarmee zijn ze de generaties na hen net zo goed wat schuldig als dat ze een dankjewel verdienen. Want voor onze moderne westerse welvaart ligt nog een onbetaalde rekening in de vorm van een creperend leefmilieu, een grote afhankelijkheid van oprakende brandstoffen, een zieltogende derde wereld en vet uit de pan swingende zorgkosten.

Of: Ouderen zijn gemiddeld minder mobiel en vaker eenzaam en verdienen daarom meer ondersteuning.

Dat klinkt sociaal, maar het is ronduit discriminerend. Je hoeft helemaal niet oud te zijn om minder mobiel of eenzaam te zijn, en zeker niet alle ouderen zijn invalide.

Tijdens het gesprek verweet ome Henk zijn tegenstander verder een gebrek aan fatsoen. Ondertussen maakte hij zinloze opmerkingen over hoeveel woorden zij gebruikte – als een puber die net had leren debatteren. De goede luisteraar werd ondertussen duidelijk waar deze afleidingsmanoeuvres voor waren: de doelstellingen die de onderzoekster stelde, waren simpelweg niet die van Henk.

Het beter toegankelijk maken van voorzieningen voor minder validen is geen doel van Henk. Anders was hij wel juichend akkoord gegaan met het afschaffen van de kortingen ten gunste van aanpassingen in gebouwen en het openbaar vervoer.

Het helpen van mensen die het niet breed hebben is ook geen doel van Henk. Anders was hij wel enthousiaster geweest voor inkomensafhankelijke kortingen in plaats van ouderenkortingen.

Ook het beter laten draaien van collectieve instellingen is niet Henk z’n doel. Anders had hij wel wat gezien in invoering van dalurenkortingen voor alle leeftijdsgroepen.

Henk z’n doel is slechts kiezers te winnen door ze aan te spreken op eigenbelang. Daarmee voldoet hij precies aan het karikatuur van zijn generatie als een stel termieten, dat zich na het kaalvreten van de planeet enkel nog druk maakt om de geraniumkortingen.

Het meest idiote argument van Henk was dat dit soort plannen in tijden van bezuinigingen onverantwoordelijk zouden zijn.

Juist nu is het tijd voor dit soort plannen. Want zieken en armen horen ondersteuning te krijgen, en dat staat op de tocht. Er is echter meer dan voldoende geld voor, als we het maar op een verstandige wijze zouden verdelen.

Leeftijd is daarbij geen verstandig criterium. Het afschaffen van ouderenkortingen is wat mij betreft stap één op weg naar het afschaffen van alle leeftijdsdiscriminatie. Want dezelfde argumenten tegen ouderenkortingen gelden ook voor de AOW.

Waarom mensen uitrangeren op hun 65e? Waarom niet in plaats daarvan écht goede voorzieningen voor wie het nodig of verdiend hebben? En waarom het pensioen niet op laten gaan in een levensloopregeling?

Vragen die ertoe doen in een vergrijzende samenleving. Een verantwoordelijk politicus in crisistijd gaat die discussie aan in plaats van Sinterklaas te spelen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Achterdeurbeleidsmakers

Deel dit:

COLUMN – Ondanks de stoere taal tegen coffeeshops verwacht Klokwerk dat legalisering van wietteelt snel geregeld kan worden.

Nee, Klokwerk is bepaald geen fan van het huidige kabinetsbeleid op justitie. Een beleid van kostbare symboolmaatregelen die  contraproductief werken bij criminaliteitsbestrijding.

Dit beleid heeft natuurlijk alles te maken met de angst van de VVD om kiezers te verliezen aan de PVV. Daarom kiest de partij voor harde maar inhoudsloze taal in plaats van liberale pragmatiek. Men trommelt als een gorilla op zijn borst… maar stuurt criminelen daarna met een enkelbandje naar huis. Ondertussen worden andere mensen zeker niet incidenteel hun fundamentele rechten onthouden.

De symbolische kers op deze slagroomtaart zijn de stoere taal en maatregelen aangaande het drugsbeleid. Maar alles wijst erop dat het in dat geval inmiddels gelukkig om achterhoedegevechten gaat.

Terwijl in ons land de notoire besluiteloosheid aangaande softdrugs blijft voortduren, verandert namelijk de wereld om ons heen. Bezit van marihuana wordt in Europa inmiddels getolereerd door onze drie buurlanden, Spanje en Zwitserland. Ondertussen worden niet alleen in exotische staten als Uruguay, maar zelfs in twee staten van de VS de kweek, handel en het bezit van marihuana al volledig gelegaliseerd… wat leidt tot een hardere roep om verdere legalisering.

Het argument dat legalisering niet mogelijk zou zijn vanwege druk uit het buitenland – een argument dat vaak gebruikt wordt tegen zaken waarmee we duidelijk voorop lopen, zoals euthanasie en het homohuwelijk – is daarmee van tafel. Als wij de eer de trend te zetten niet aandurven, dan haalt de wereld ons wel in.

Maar ook de binnenlandse verhoudingen zijn veranderd. Traditioneel blokkeerde het CDA de discussie rond liberalisering. Nu is dat de VVD, maar waar het CDA een ideologische grond heeft om legalisering te verwerpen, is er binnen de VVD juist veel draagvlak voor. Voormalig VVD-leider Frits Bolkestein stelde zich enige jaren geleden op het standpunt dat het beter zou zijn om alle drugs, inclusief harddrugs, te reguleren in plaats van te verbieden. De JOVD heeft al jaren datzelfde standpunt.

En dat is niet zo gek. Legalisering past bij het liberale uitgangspunt dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor hoe hij zijn geest en lichaam verzorgt, zolang hij daar anderen niet tot schade mee is.

Belangrijker dan idealen is echter de pragmatiek. Legalisering leidt niet tot meer gebruik, wel tot kansen voor een betere beheersing van de gezondheidsrisico’s. Daarbij brengt legale wiet natuurlijk belastinggeld op.

De grote winst van legalisering zit hem echter in de criminaliteitsbestrijding. Het verbod op drugs is de belangrijkste levensader van de wereldwijde criminaliteit, en al zijn we zelf niet verwikkeld in een echte drugsoorlog, ook in ons land zouden na legalisering van wietteelt in ieder geval de illegale wietkwekerijen veel effectiever kunnen worden aangepakt, waarmee de georganiseerde criminaliteit een belangrijke bron van inkomsten kwijt zou zijn. En dat scheelt veel geld en narigheid.

Terwijl in Limburg achterhoedegevechten worden gevoerd om feitelijk failliet beleid, vroeg naar aanleiding van een motie van GroenLinks burgemeester Aboutaleb onlangs om toestemming voor de verkoop van legale gemeentewiet in Rotterdam. Ook andere gemeenten zoals Eindhoven, Utrecht, Leeuwarden en Tilburg willen daarmee gaan experimenteren. Opstelten zette na aanvankelijk tegenstribbelen de deur op een kier door te zeggen serieus naar dit verzoek te willen kijken.

Zo hoort het dan kennelijk te gaan. Stoere taal in het voorportaal, en ondertussen het achterdeurbeleid regelen via de achterdeur.


Deel dit:

Japanese Mentality

Deel dit:

In my first Japan column, I gave a brief introduction to the country, noting that if you follow my tips, you don’t really have to worry about Japan’s notorious expensiveness. Now, let’s discuss the Japanese mentality.

In western society’s mentality, the main modern virtue is to be assertive and stand up for yourself. The good side of this is that in our modern society, those who want to mistreat others really have to watch their steps, resulting in a society with democracy and emancipation as its core values, and a certain bias for initiative and creativity on the work-floor. This mentality makes western societies as strong as they are.

However, there’s also a bad side to this. Assertive behavior can be rude and even aggressive. Independent behavior can be egocentric and even egoistic. And making a complaint can be considered acting spoiled. That’s the key to understanding Japanese mentality, because this is exactly how a Japanese person would see it. In the eyes of the Japanese, all these types of behavior are seen as being childish and weak. In the Japanese culture, hospitality, obedience, and tolerance are the proper ways to express your power and pride. So compared to a Japanese person, a westerner is an overheated and egocentric whiner acting plain rude all the time, thus acting like a baby.

I think both sides have their pros and cons, but either way, this Japanese mentality gives travelers a very pleasant atmosphere. A guest is treated as a king. When you ask someone on the street for help, chances are he or she will help you until you really feel embarrassed by so much kindness. And don’t worry about being wrong. When you introduce yourself, all Japanese will shake hands with you. When two Japanese people meet, they never do. They bow. But with you they’ll shake hands, to express they are willing to adjust. They know you are alien to their country and thus tolerate your clumsy behavior.

You’ll find out the people in Japan are extremely nice and helpful. Add to that the fact that they absolutely don’t harass you for money, because first, it’s below their dignity, and second, the people over there are in no way poorer than you are, so they simply don’t need to. Also, Japan is a really safe country. There is crime – the famous Yakuza really does exist and is powerful – but those guys certainly won’t make trouble with a backpacker. They are far too powerful for that. Street robbery in Japan is rare.

However, beware if you decide to find a part-time job to finance your travels (for example, by teaching English as a lot of travelers do): you will have to learn to be just as obedient, docile and punctual as any Japanese worker. And for the western mind, that may be difficult.


Deel dit:

Bust Through Travel Myths and Head to Japan

Deel dit:

Always wanted to see the temples, shrines, and Buddhas of the far east? As a traveler, you know traveling to a totally different culture can mean you are going to visit a country that is more poor, more filthy, and more underdeveloped in general than yours. For Japan, of course, it’s different. Here’s how.

First, poorness. Tokyo is known to be one of the most expensive places on earth, and you will likely be the poor one. Although it scares budget travelers, don’t worry about your wallet. Look for low-cost hostels and buy a rail pass before you leave home. It seems pretty expensive, but covers the mind-blowing costs of long-distance traveling in Japan. You can only buy this miracle when you’re a tourist, and when you’re outside of Japan. And, eat street food. Besides being healthy and gorgeous, it’s also relatively cheap.You’ll find that even Tokyo can be a Valhalla for budget travelers.

Second, filth. Compared to Japan, even Switzerland is filthy. I don’t know how they do it; in Tokyo you can search for hours for a public trash can. They’re really rare. So either people clean up all the time, or it’s a mentality thing and they just don’t dump their stuff on the street. This Japanese clean-mania is great for a traveler; you can always count on a spotless room and clean sheets. And, not only are the kitchens spotless and absolutely germ-free, the food is known to be incredibly healthy and delicious.

Third, underdevelopment. Compared to the west, Japan seems more overdeveloped than underdeveloped. You’ll see vending machines everywhere. Especially machines where you can buy cans of hot and cold tea. They’re on every corner of the street. Of course, there are also vending machines to buy beer and cigarettes from in the middle of the night. And, you can buy all kinds of food from vending machines. Then, there are machines selling used women’s underwear. I have a strong imagination, but I’m not sure what those guys actually do with it… but it’s there.

Public transport is also well-developed. You’ll find that mass transit in Japan is not only horribly expensive (except for when traveling with your Japan rail pass), but also outstanding. Avoid the subways during peak hours. Every train will still run exactly on time, every three minutes, but you’ll be packed like a sardine.

Also, given the fact that in Japan, all the toilets have heated seats and sometimes even have a remote control to flush, the West actually has the touch and feel of the underdeveloped party in this story.

All in all, traveling through Japan is rather comfortable. You can see amazing temples and shrines, experience breathtaking nature, and enjoy the best sushi, seaweed, and sticky rice, all while traveling in a practically over-civilized country. And that’s an amazing experience.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Ongeëmancipeerd Feminisme

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich verwondert over het schrijnende gebrek aan waardering van het kabinet voor zorgtaken.

Eigenlijk leven we in een uitzonderlijke samenleving. Tot voor kort leefden we – net als in alle andere culturen – nog in grote families of kleine gemeenschappen. De mannen zorgden voor het inkomen, de vrouwen voor het huishouden, en oma lette op de koters. Eenmaal wat groter geworden letten de koters dan weer een beetje op oma.

Ideaal is dat model niet. De sociale zekerheid is beperkt tot de groep, outsiders zijn het haasje, en een vrije keuze voor welke rol je zelf vervult is er meestal niet.

Onze moderne samenleving is anders. Een gezin, een koppel of een alleenstaande is bij ons de norm. Onderlinge afhankelijkheid is beperkt en woongroepen zijn zeldzaam. Onze woningmarkt en onze sociale zekerheid zijn dan ook niet op groepen gericht. Huursubsidie of bijstand in een woongroep? Erg lastig.

Prima, maar zo een samenleving kan alleen bestaan bij gratie van bejaardentehuizen, thuiszorg en kinderopvang.

Nu zegt het kabinet bij monde van Martin van Rijn echter dat deze zorgtaken maar weer gratis binnen de gemeenschap gedaan moeten worden. Een tendens die al langer heerst. Want professionele opvang wordt ons allemaal veel te duur.

Tegelijkertijd zegt Bussemaker namens datzelfde kabinet dat wie zich volledig toelegt op de rol van zorgverlener zich maar flink schuldig moet gaan voelen. Want wie alleen zorgt, die verdient niet. Die teert op de zak van de partner of de staat. En vooral dat laatste mag natuurlijk niet.

We moeten dus én volledig zelfstandig zijn én gratis voor elkaar gaan zorgen.

Maar de supermens die dat allemaal kan is helaas nogal zeldzaam. Zelfs het combineren van carrière en gezin is voor mensen met een partner vaak al lastig. Dat is het helemaal voor alleenstaande ouders. De combinatie is dan ook een bepalende factor voor ziekteverzuim.

Niet voor niets zijn vrouwen drie keer zo vaak ziek als mannen: de zorgtaken komen immers meestal bij hen terecht. En van de mantelzorgers zakt nu al vijftien procent bijna door zijn hoeven. Dit zijn niet alleen menselijke drama’s, het kost ook geld.

Deze gegevens lijken me daarom absoluut geen aanleiding tot een oproep om vooral meer gratis zorg te gaan leveren. Misschien moeten we in plaats daarvan eens accepteren dat de onafhankelijke mens niet bestaat. In ieder geval geen heel leven lang. In verschillende levensfases zijn we nu eenmaal afhankelijk van zorg en opvoeding.

Eigenlijk zijn de mensen die deze zorg en opvoeding leveren de belangrijkste mensen van de maatschappij. Want als het daar mis gaat, dan gaat het ook goed mis.

Maar veel betalen doen we ze niet. Wie veel wil verdienen moet achter een bureau of aan een vergadertafel gaan zitten, en geen lakens verschonen. Want zorg geven hoort gratis te gebeuren, met als dank een trap na omdat je ‘niet zelfstandig’ zou zijn.

Bussemaker zegt zich zorgen te maken over emancipatie. Maar wie werkelijk geeft om emancipatie pleit er in onze tijd voor om ook de andere rollen dan de traditionele mannelijke meer te gaan waarderen. Met woorden, en wellicht zelfs door middel van beloning.

Want als je wilt dat mensen zelfstandig worden, betaal ze dan ook gewoon voor wat ze aan waarde toevoegen. Het is duidelijk dat het kabinet juist voor het tegengestelde kiest.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Liberale Regelneven

Deel dit:

COLUMN – In tegenstelling tot de VVD zelf, verbaast het Klokwerk niets dat het VVD-beleid heeft geleid tot een explosie aan regels.

Meer ruimte, minder regels.” We kennen die slogan nog wel. In praktijk blijkt er met de VVD juist een wildgroei aan regels te ontstaan. Een aantal weken geleden werd op dit blog voorgerekend dat twee jaar Rutte ons land maar liefst 32 procent meer regels had opgeleverd.

Mij verbaast dit niets. De VVD is stiekem gek op regels, waarbij uitstraling meer telt dan efficiëntie.

Neem bijvoorbeeld justitie. De VVD schonk ons onlangs de wietpas. Het resultaat: een heerlijk kat-en-muis-spel waarmee de politie van de straat gehouden wordt en de straatdealers de lachende derde zijn.

Ook voor de rechtbank wil de partij-tegen-regels een hele sloot nieuwe bepalingen invoeren, dit keer om slachtoffers meer rechten te geven. Lief bedoeld, maar ook dit levert natuurlijk meer werk op. Daarbij zijn deze regels vooral symbolisch, want in praktijk blijkt dat men slachtoffers juist nog teveel in de kou laat staan.

Verder houden de PvdA en de partij van de namaakliberalen elkaar al wekenlang bezig met principiële discussies over het strafbaar stellen van illegalen. Weer zo’n extra regel die niets meer op zal leveren dan bureaucratische rompslomp.

Ondertussen wordt op andere beleidsterreinen het ene akkoord na het andere in elkaar geflanst, die vooral uitmunten in ingewikkeldheid. Het woonakkoord bijvoorbeeld is een wirwar van verschillende tarieven en bepalingen, met als kroon op het werk de Blokhypotheek, die zo ondoorzichtig is dat zelfs de banken hem niet aan durven bieden.

In de sociale zekerheid kiest men standaard voor ingewikkeld. Werklozen worden aan alle kanten doodgecontroleerd, al werkt dat met name contraproductief. Daarbij worden tegenwoordig mensen aan het werk gezet met behoud van uitkering. Daar kan je vóór zijn, maar ga dan niet beweren dat je tegen betutteling bent. Een bijkomend probleem is dat het echte werkgelegenheid kost.

Nu kan men denken dat dit komt doordat de VVD op twee gedachten hinkt. De ene is die van meer repressie, de ander is die van de terugtrekkende overheid. Inderdaad, dat bijt elkaar.

Maar ook die terugtrekkende overheid levert in de praktijk meestal niet minder regels op. Integendeel. Het afstoten van overheidstaken gaat meestal juist gepaard met een enorme diarree aan regels die ‘de markt’ voorschrijven hoe ze die extra last moet gaan dragen. Zo werkte dat bijvoorbeeld met het afschuiven van loondoorbetaling bij ziekte naar werkgevers. Leuk idee om werkgevers arbodienstje te laten spelen, maar ga dan niet klagen over de regeldruk voor bedrijven.

Daarnaast leidt het zogenaamd versimpelen van wetten vaak slechts tot het rondpompen van geld. Neem als voorbeeld het belastingstelsel. Dat is de afgelopen jaren stevig afgevlakt. Prima denk je: minder regels. Alleen… het verschil wordt door middel van toeslagen gewoon weer bijgelapt. Allemaal weer extra formulieren. En dat voor een broekzak-vestzakoperatie die met name fraudeurs een mooie kans heeft geboden… wat natuurlijk weer schreeuwt om extra controlemaatregelen.

En nu wil de VVD dolgraag decentraliseren. Zorgtaken bijvoorbeeld moeten allemaal naar de gemeenten gaan. Tsja, ga dan niet gek staan kijken als iedere gemeente daarvoor dan ook beleid gaat ontwerpen en er dus weer een confettibom aan nieuwe verschillende regels ontstaat.

Een explosie van regels dus, door betutteling enerzijds en ideologie anderzijds. Misschien is het beter om de volgende keer gewoon maar een andere slogan te nemen.


Deel dit:

Zondigen tegen vrijheid

Deel dit:

OPINIE – 5 mei is een dag om stil te staan bij onze vrijheid. Laten we daarbij vooral de dingen die nog aan onze vrijheid mankeren niet vergeten.

Het was een mooie dag, Bevrijdingsdag. De zon scheen en het was feest. We leven dan ook in een land met ongekende vrijheden. Misschien genieten wij wel meer vrijheden dan waar dan ook ter wereld.

Onze vrijheden

Nederland is niet zomaar een vrij land. Nederland is ook in de westerse wereld een uitzonderlijk vrij land. In ons land is de vrouw baas in eigen buik, de dodelijk zieke is baas over zijn eigen leven, de homoseksueel is baas over met wie hij samenleeft. De prostituée mag legaal werken, en de wietroker wordt met rust gelaten.

Dit zijn allemaal vrijheden die leiden tot gedrag dat veel mensen afkeuren, maar dat doet er niet toe: mensen mogen zolang ze anderen daarin niet schaden zelf kiezen hoe ze hun leven inrichten. En hoewel we op deze gebieden de laatste tien jaar niet zoveel vooruitgang meer boeken en door verschillende landen geëvenaard of zelfs ingehaald worden, is het iets waar we nog steeds trots op mogen zijn.

Soms vergeten we het helaas zelf, maar wij hebben de wereld vele bewijzen geleverd dat regulering beter werkt dan repressie.

Vrijheid van meningsuiting

Maar er gaan ook dingen mis met de vrijheid in dit land.

Bij de kroonwisseling zijn vlak voor de Balkonscène twee mensen door de politie van de Dam geplukt. Omdat ze liepen te demonstreren met een stukje karton en een ballonnetje. Er worden excuses aangeboden, en snel wordt gezegd dat de reden een persoonsverwisseling was. Volgens sommigen een te snelle conclusie.

Veel mensen halen daarbij de schouders op. Mevrouw Joanna is toch vrijwel meteen weer vrijgelaten? Bovendien vinden ze die Joanna gewoon maar een hysterisch wijf met een belachelijke mening. De burgemeester van Amsterdam doet dit incident snel af als een incident.

Of hij nu naïef is of te kwader trouw weet ik niet, maar een incident is het niet. De man die een waxinelichthoudertje naar de gouden koets gooide kreeg vijf maanden gevangenisstraf. Dat is opvallend veel. Belangrijker is dat hij twee jaar in voorarrest zat. Negentien maanden onterecht vastgezeten dus. Dat houdt onze autoriteiten echter niet tegen om hem voor vieringen weer op te pakken en vast te zetten.

Het is allemaal iets te toevallig om kritiekloos aan voorbij te gaan wat mij betreft.

Opsluiten

Sowieso gaan we steeds makkelijker om met het opsluiten van mensen. Al jaren wordt justitie door de VVD omgevormd van een apparaat voor criminaliteitsbestrijding tot een instituut van symboolmaatregelen, waarbij vrijheidsberoving belangrijker is dan het bewezen effect ervan.

Het gevolg: Nederland dat ooit zo soft heette te zijn heeft inmiddels het strengste strafklimaat van Noordwest-Europa. In ons land zitten inmiddels vier keer zoveel mensen vast als twintig jaar geleden en procentueel gezien hebben we twee keer zoveel gevangenen als in omliggende landen. We geven dan ook beduidend meer geld uit aan strafrecht. Maar wordt het er veiliger op?

Voorarrest

Bij dit soort cijfers halen veel mensen hun schouders op. Het recht op vrijheid geldt niet voor criminelen, zullen ze zeggen. Of het nu een effectieve manier van criminaliteit bestrijden is of niet, het is goed dat die mensen een tijdje van de straat zijn. Het mag ook wat kosten: het gaat om principes.

Maar laten we er als het gaat om principes vooral niet aan voorbij gaan dat in Nederland steeds meer mensen vastzitten zonder veroordeeld te zijn. Met name jongeren kan dit gemakkelijk overkomen. Van alle jongeren die in een justitiële inrichting zitten, zit drie kwart vast in voorarrest.

Als dat altijd leidde tot een veroordeling was dat nog tot daar aan toe. Dat is niet het geval. 85 procent komt direct na het proces vrij, omdat het voorarrest langer of gelijk was aan de straf, of omdat ze onschuldig bleken. Per jaar wordt dan ook een slordige 20 miljoen euro uitgekeerd aan mensen die onterecht vast zaten. Het lijkt er kortom op dat voorarrest stelselmatig misbruikt wordt om moeilijke mensen van straat te halen.

Vluchtelingen

En laten we tenslotte op 5 mei vooral niet vergeten hoe we vluchtelingen behandelen.

Om te beginnen hebben zij krachtens de mensenrechten recht op zorg en onderwijs, maar missen de vrijheid om te werken. Daarmee schieten we onszelf natuurlijk enorm in de voet, want we verbieden ze eigenlijk te integreren en productief te zijn. Daar bovenop blijft het in de mode deze mensen vast te zetten, hetzij tijdens de procedure in Ter Apel, hetzij in de cel wanneer ze uitgeprocedeerd en dus illegaal zijn.

Als het nu zo was dat we dat nog op een correcte manier deden, dan was dat nog tot daar aan toe. Maar de manier waarop wij asielzoekers behandelen heeft al meerdere keren tot dodelijke slachtoffers geleid. En hoe wij vluchtelingen behandelen stuit ook al tien jaar op heftige kritiek van mensenrechtenorganisaties als Amnesty International, maar ook van de VN, de nationale ombudsman en de Raad van Europa, terwijl we regelmatig op de vingers worden getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Iets waar we ons als voormalig “land van het vingertje” diep voor zouden moeten schamen.

De mensenrechten

De mensenrechten zijn er niet voor niets. Vrijheid van meningsuiting, de vrijheid te gaan en te staan waar we willen en een goed functionerende rechtstaat zijn de voorwaarden waarop wij onszelf een beschaafd land mogen noemen.

Wij dienen hierin dan ook Roomser te zijn dan de Paus. Zo nee, dan ondermijnen we niet alleen onze geloofwaardigheid wanneer wij strijden voor mensenrechten, maar ook onze eigen samenleving.

5 mei is niet zomaar een feestdag. 5 mei is een dag om ons te bezinnen op het begrip vrijheid. Kritisch kijken naar hoe wij daar zelf mee omgaan hoort daarbij.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Klokwerk op illegalenjacht

Deel dit:

COLUMN – Deze week gaat Klokwerk op jacht naar illegalen.

De worsteling van de PvdA met het strafbaar stellen van illegalen gaat door. Volgens Samsom is strafbaarheid van illegalen de prijs voor het “humaner” maken van het beleid op justitie en migratie. De minimumstraffen, het boerkaverbod en het strafbaar stellen van hulp geven aan illegalen zijn teruggedraaid. Daarbij is er een kinderpardon gekomen.

Een goede koop dus? Welnee. Samsoms winst is slechts een paar kleine correcties op de keiharde lijn die het kabinet op justitie juist trekt. Een lijn van repressie, bezuinigen op preventie, en meer mensen opsluiten. Een doodlopende weg.

Wie per se iets wil doen tegen illegaal verblijf moet kijken naar hoe illegalen hier komen en zich financieren.

Door overheidsoptreden lijkt het aantal illegale werknemers in de tuinbouw de laatste jaren al met meer dan de helft te zijn afgenomen. Toch blijkt bij controle dat 14 procent van de bedrijven nog steeds illegale arbeiders in dienst te hebben. En zo zijn er nog andere sectoren. Illegaal werk en illegaal verblijf is natuurlijk niet hetzelfde, maar de samenhang is er wel degelijk. Zolang illegalen hier een boterham kunnen verdienen blijven ze wel komen. En illegaal werk kost werkgelegenheid. Meer controle daarop is dus dubbel winst.

Een andere methode is domweg controleren aan de grens. Ook dit wordt al gedaan. Op zich effectief, vooral omdat naast de illegalen zelf de mensen die hen stimuleren om hier te komen aangepakt worden: in dit geval de mensensmokkelaars. Nog beter zou het zijn die controleurs meteen aan de buitengrenzen van Europa te zetten.

Dit zijn maatregelen die werken, en op termijn leveren ze geld op. Helaas leven we momenteel onder een politiek gesternte waarin politici niet daarmee scoren, maar door zo hard mogelijk te roepen dat ze zo streng mogelijk op gaan treden tegen alles wat ongewenst is, zonder zich af te vragen of dit beleid wel enig effect heeft.

Met het opsluiten van illegalen ben je ze niet kwijt. Ze kosten alleen maar meer geld. Dat mensen opsluiten een kostbare aangelegenheid is weet het kabinet ook. Daarom wil staatssecretaris Teeven echte criminelen met een enkelband op de bank thuis te laten zitten. Dat is immers veel goedkoper.

Maar voor illegalen wil hij dat raar genoeg juist niet. Het gaat hem dan ook om het “afschrikwekkend” effect. Het probleem is alleen dat zelfs Teeven moet toegeven dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat dit er is.

Een dure onzinmaatregel dus. Maar in praktijk zal aan die hele illegalenvervolging waarschijnlijk nauwelijks navolging worden gegeven. Het is allemaal mooi doen voor de bühne. Symboolpolitiek. In praktijk stelt het weinig voor.

Zo gaat het telkens. Strenger straffen? Welnee. In praktijk zitten veel gevangenen onder Teeven hun straf niet uit of zitten ze thuis met een enkelbandje om. Nederland wordt er echt niet veiliger op. En nu die gebakken lucht over illegalen.

De PvdA reageert echter vooral emotioneel, laat zich verleiden tot een discussie over principes en eist “humaniteit”. Een beetje laat natuurlijk, zo een half jaar na het installeren van een kabinet met dit regeerakkoord en twee VVD-hardliners erin. Het is wachten op politici die het aandurven deze populistische volksverlakkerij met de grond gelijk te maken, in plaats van eerst mee te waaien en zich zo telkens in het pak te laten naaien.


Deel dit:

Politiek Kwartier – De W van Polder

Deel dit:

COLUMN – Deze week realiseert Klokwerk zich dat het Nederlandse polderbeleid eigenlijk precies zo in elkaar steekt als het koningslied.

Goed, PvdA en VVD zijn dan niet mijn partijen, maar eerlijk gezegd had ik vorig jaar nog wel zin in deze regering. Het hele idee om het politieke debat nu eens niet met een regeerakkoord voor vier jaar dicht te rammen leek me… verfrissend. Een kabinet dat naar draagvlak zoekt, dat betekent kansen voor goede ideeën uit de samenleving. En omdat we in een crisis zitten en moeten (of willen) bezuinigen is de tijd rijp voor slimme hervormingen. Dacht ik.

Naïef natuurlijk. Onder druk wordt alles vloeibaar, behalve in het land dat het water als grootste vijand heeft. De resultaten vallen na een half jaar polderen dan ook behoorlijk tegen. Oppositiepartijen en sociale partners blijken net zo visieloos als ze het kabinet vinden. In plaats van met slimme alternatieven te komen blijken ze slechts meesters in de kunst van het afzwakken. Het huurakkoord, het sociaal akkoord, het zorgakkoord… allemaal plannen die wat geld uit die sectoren melken, maar de zaken feitelijk laten zoals ze zijn.

Terwijl er nogal wat problemen zijn op te lossen.

Er is een tweedeling op de arbeidsmarkt, waardoor een groot deel van de mensen niet aan de bak komt en nauwelijks financiële zekerheid heeft. Dat deel wordt steeds groter naarmate de crisis verdiept.

Er is een tweedeling op de huizenmarkt. De ene helft van Nederland woont spotgoedkoop, waar de andere helft zich blauw betaalt voor een huurwoning of een dijk van een hypotheek heeft die met name op lucht gebaseerd is. Daarmee zit de zaak muurvast.

In de zorg rijzen de kosten de pan uit, het personeel is standaard overwerkt, de farmaceutische industrie is oppermachtig en ondoorzichtig en volgens velen totaal corrupt, terwijl medicijnen massaal worden verspild.

Dit zijn allemaal geen zaken om te laten rusten lijkt mij. Maar Nederland kiest voor stilstand.

Het sociaal akkoord is letterlijk een besluit om even niets te doen en af te wachten of het misschien vanzelf mooi weer wordt. Het woonakkoord pakt de tweedeling niet aan maar schraapt bij iedereen wat geld weg, en gaat de markt volgens experts echt niet vlot trekken. Het zorgakkoord gaat slechts over baanzekerheid en redden wat er te redden valt, terwijl een structureel plan om de zorg beter te maken totaal ontbreekt.

De VVD raakt inmiddels geïrriteerd en vraagt zich jankerig af waarom iedereen niet gewoon naar haar pijpen danst. De PvdA doet zich ondertussen voor als overgelukkig en gunt de VVD als zoethouder naast een falende staatssecretaris met draconisch beleid de symboolmaatregel van de strafbaarheid van illegalen. Maar dat brengt weer herrie in de eigen gelederen.

Het resultaat van al dit richtingloze gepolder is zoals het koningslied. We wilden iets moois maken, maar verschillende wensen leidden tot een product zonder richting, een stel losse akkoorden en een tekst die bol staat van de platitudes die vooral opvallen door hun interne tegenspraak. Bij het zien van het resultaat is niemand tevreden. Een weekend lang maken we ons er dan druk over. Iedereen die de regie had moeten nemen geven we de schuld.

Maar omdat vervolgens niemand aan die woede enige richting kan geven, laten we het uiteindelijk maar gewoon zoals het was.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Asielwet fouter dan Teeven

Deel dit:

COLUMN – Deze week geeft Klokwerk toe dat onze asielwet fouter is dan Fred Teeven.

Trouwe lezers wisten het al: Klokwerk is geen fan van Fred Teeven. Voor hem staat Teeven voor strengere straffen die in praktijk niet uitgezeten worden, meehuilacties voor slachtoffers die in werkelijkheid blijken te kunnen barsten, en een afbraak van meer effectieve criminaliteitsbestrijding. Zonder Fred maakte de VVD het op justitie al bont genoeg, onder hem is het pas echt een puinzooi aan het worden.

Sowieso had de man na zijn opmerking over het risico van het “vak” van inbreker al nooit terug mogen komen. Iemand die het doodslaan van mensen goedpraat, hoort geen staatssecretaris te zijn. Maar er moesten kennelijk eerst doden onder Teevens eigen verantwoordelijkheid vallen voordat zijn positie een keer ter discussie werd gesteld.

Een inkopper voor Klokwerk zal je denken. Toch moet ik nu mild zijn. De zaak Dolmatov ligt niet alleen aan Teeven. Ons hele asielbeleid deugt niet. Voor geen meter.

Een grote bek opzetten tegen Poetin over de mensenrechten, ja, dat kunnen Nederlanders. Maar als het puntje bij paaltje komt nemen we er zelf graag een loopje mee. Vorige week bleek maar weer dat wanneer je moet vluchten uit Rusland omdat oom Poetin vindt dat je een te grote mond hebt, je hier kans maakt wederrechtelijk te worden vastgezet terwijl je een advocaat en de nodige zorg wordt onthouden.

En dit is alles behalve een incident. Met de asielwet zoeken we qua mensenrechten al jarenlang de grenzen op. Verdonk botste er regelmatig mee. Het regeerakkoord van het kabinet Rutte I stond vol met voorstellen die er recht tegenin gingen. Als er een paar asielzoekers verbranden huilen we wat krokodillentranen, maar leren doen we er niet van. En nu mag Fred van de PvdA aanblijven in de ruil voor “meer humaniteit” in de asielprocedure.

Maar die komt er niet. Vergeet het maar. De fatale fout zit namelijk niet in de uitvoering. Die zit in de asielwet zelf; de vreemdelingenwet die nota bene in 2000 door de PvdA-kopstuk Job Cohen in elkaar is geflanst.

Die asielwet wil niet dat we mensen beoordelen op wie ze zijn, maar op waar ze vandaan komen. En dat is niet alleen strijdig met onze eigen morele uitgangspunten, het leidt in praktijk tot ellenlange asielprocedures. Tot mensen in kampementen die niet mogen werken, en dus gedwongen zijn zich te vervelen, wat uiteindelijk weer leidt tot problemen bij een eventuele inburgering. En tot mensen die uitgezet worden naar oorlogsgebied. Tot kinderen die worden uitgezet naar landen waar ze geen herinnering van hebben. Tot vluchtelingen die terug moeten maar niet terug kunnen, en daarom opgesloten worden of worden gedwongen op straat te leven.

Deze wet schept kortom onmogelijke en absurde situaties, die eigenlijk wel moeten leiden tot Kafkaëske verschijnselen, zoals doden die vallen door een verkeerd vinkje bij een vakje “verwijderbaar”.

Terwijl het zoveel beter kan. Of je nu vindt dat er teveel asielzoekers zijn of niet, in beide gevallen zou het veel beter werken als we mensen beoordelen op hun mogelijkheden. Niet op wat je deed en waar je vandaan komt, maar wat je kan en waar je naartoe kan.

Dat is in het belang van iedereen. Niet alleen in het belang van de asielzoeker en de mensenrechten, maar zelfs in het belang van de belastingbetaler.

Maar zolang door ons beleid mensen letterlijk de dood vinden, kan die laatste mij eerlijk gezegd m’n rug op.


Deel dit:

Een Marokkanentaboe? Een obsessie zul je bedoelen

Deel dit:

Met het Marokkanendebat doken ook weer allerlei statistieken op. Kees Alders zet de cijfers op een rij. ‘Voor de analyse van ‘de problemen in dit land’ is deze groep veel te klein. Ook als we alle moslims over één kam scheren, komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.’

In de aanloop naar het Marokkanendebat hebben we weer vele cijfers gezien, en deze geven geen rooskleurig beeld van de groep van Marokkanen. Maar misschien wordt het eens tijd die cijfers in het juiste perspectief te plaatsen.

Eerst de belangrijkste cijfers op een rij:
Om te beginnen criminaliteit. Meer dan de helft van de Marokkaanse jongens kwam ooit in aanraking met de politie. Dit wist u. In vrijwel alle commentaren op het Marokkanendebat werd dit vermeld. Maar om het toch in verhouding te plaatsen: dit is twee tot drie keer zo vaak als autochtone jongens, waarvan een kwart ooit wordt verdacht.

Crimineel
Nu is lang niet iedereen die ooit verdacht wordt zijn leven lang crimineel, maar andere cijfers leveren een vrij consequent beeld. In verschillende onderzoeken zien we dat Marokkanen gemiddeld genomen twee tot vier keer zo vaak veroordeeld worden voor een strafbaar feit als autochtonen. Per jaar wordt van de autochtonen 1 tot 2 procent veroordeeld, tegen bijna 4 procent van de Marokkanen.

Bij de sociaal-economische achtergrond zien we dezelfde verhoudingen. Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Het percentage Marokkanen dat met een laag inkomen moet rondkomen is zelfs bijna vier keer zo hoog.

Kijken we naar het gemiddelde opleidingsniveau van Marokkanen, dan krijgen weer iets soortgelijks te zien. Rekenend met de gegeven cijfers zien we dat Marokkanen bijna vier keer zo vaak als autochtonen niet verder dan het basisonderwijs komen. En autochtonen gaan weer drie keer zo vaak naar het hoger onderwijs als Marokkanen.

Twee procent van de bevolking
Dit zijn cijfers die niemand kan ontkennen, en in tegenstelling tot wat PVV aanhangers graag beweren, ontkent ook niemand dat. Maar hoeveel Marokkanen zijn er eigenlijk in Nederland? Volgens het CBS waren dat er in 2012 precies 362.954. Dat is dus ongeveer twee procent van de totale bevolking.

Dat betekent dat als Marokkanen consequent twee tot vier keer zo vaak zijn vertegenwoordigd bij problemen, zij nooit verantwoordelijk kunnen zijn voor meer dan vier tot acht procent van alle problemen met criminaliteit, werkloosheid en schooluitval.

Een ‘etnisch monopolie‘ van Marokkanen op overlast? Onzin dus. In sommige wijken misschien, landelijk klopt er geen barst van.
Zeker, de cijfers zijn dreigend. Maar dan met name voor Marokkanen zelf. Want ook al verdient 81 procent van de Marokkanen zijn eigen boterham en zou 96 procent deugen, zij zitten in de hoek waar de klappen vallen. En dan ook nog eens meer dan tien jaar lang als favoriete zondebok fungeren… Je zou er extremist van worden.

Voor de analyse van ‘de problemen in dit land’ is deze groep echter maar een heel klein deel van het geheel. Ook als we alle moslims over één kam scheren komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.

Want wie nuchter naar de cijfers kijkt, ziet dat als we echt iets willen doen aan zaken als criminaliteit, werkloosheid en slechte scholing, we hopeloos inefficiënt bezig zijn als we ons daarbij concentreren op Marokkanen. Immers, meer dan 90 procent van die problemen wordt helemaal niet door Marokkanen veroorzaakt.

Wie zich tegen het gedachtegoed van Wilders verzet krijgt van de achterban van de PVV vaak het verwijt dat men ‘de problemen ontkent’, Marokkanen ‘zielig’ vindt, of zich schuldig maakt aan een ‘weg met ons’ mentaliteit.

Soft aanpakken
Dat is onzin. De problemen staan hierboven scherper omschreven dan dat Wilders ze presenteert. Niemand zegt dat criminele en werkloze Marokkanen soft aangepakt dienen te worden, of dat we ons zouden moeten richten op andere groepen. De moraal van het verhaal is juist dat denken in groepen contraproductief werkt.

Niemand ontkent de problemen die er zijn met zaken als criminaliteit, sociale zekerheid en overlastgevende jongeren. Maar de belangrijke discussie over deze problemen wordt telkens doodgeslagen door de PVV, door het onderwerp te verleggen van echte problemen naar bevolkingsgroepen.

Een Marokkanentaboe? Dat bestaat niet. Nederland heeft daarentegen al tien jaar een Marokkanenobsessie. En deze obsessie houdt ons af van het debat over de zaken die mensen werkelijk storen. Want Marokkanen, dat is Godwin op zijn Nederlands.

Kees Alders, alias Klokwerk is columnist voor Sargasso.nl. Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.nl

Dit artikel is aangepast. De passage dat de PVV zou hebben gesuggereerd dat  er biologisch iets fundamenteel mis is met Marokkanen, is verwijderd. Volgens de partij werd er door de heer Van Klaveren slechts verwezen naar de uitspraak van Samsom. Het debat is online te herbekijken.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Socialer huren

Deel dit:

COLUMN – Deze week rekent Klokwerk met u de huur en het scheefwonen nog eens door.

Het verschil tussen een sociale en een commerciële huur is soms enorm. In de hoofdstad van ons land is het heel normaal dat de ene huurder voor een kleine etage nog geen vierhonderd euro per maand betaalt, terwijl de ander voor dezelfde etage duizend euro kwijt is.

Het hebben van een sociale huurwoning hangt meer af van de mazzel die je ooit had dan van wat er in je portemonnee zit. Wie als arme student ooit een sociale huurwoning kreeg toegewezen is als grootverdiener spekkoper. Wie arm is en niet al jaren op een wachtlijst staat kan het vaak vergeten.

Zo zit onze woningmarkt in elkaar. Daar is niets sociaals aan. De situatie zorgt er bovendien voor dat de huurmarkt potdicht zit. Want wie ooit mazzel had verhuist niet zo snel. Ook al zou hij best ergens anders willen wonen.

In politiek Den Haag doet men tegenwoordig alsof dit is op te lossen door het scheefwonen aan te pakken. Een scheefwoner is volgens het kabinet iemand met een sociale huurwoning en een bruto-inkomen van meer dan 43.000 euro per jaar. Met D66 en klein-christelijk is overeengekomen dat deze groep per jaar een huurverhoging krijgt van 4% boven de inflatie. Mensen met een hoger middeninkomen krijgen een huurverhoging van 2% extra per jaar, en mensen met een inkomen onder modaal van 1,5%.

Dit akkoord treft niet alleen scheefwoners, maar alle huurders. Het Amsterdamse gemeenteraadslid Laurens Ivens (SP) rekent ons voor dat de huurverhoging die de eerste vier jaar in Amsterdam wordt betaald voor 80% wordt opgebracht door mensen die niet scheefwonen. En daarbij gaat hij ervan uit dat iedereen blijft zitten waar hij zit. Uiteindelijk worden de prijzen sowieso veel hoger wanneer iemand verhuist.

Het woonakkoord is dus vooral nadelig voor lage inkomens, en blokkeert de doorstroming in plaats van het te bevorderen. Daarbij is een dergelijk systeem van inkomensafhankelijke huur zoals deze week weer bleek hopeloos bureaucratisch en problematisch in de uitvoering.

Maar zelfs al werden scheefwoners wel effectief aangepakt, dan nog was daarmee het probleem helemaal niet opgelost. In Nederland zijn niet veel meer dan twee miljoen sociale huurwoningen, terwijl er ongeveer vier miljoen huishoudens zijn met een inkomen onder de 43.000 euro bruto, en drie miljoen huishoudens met een inkomen onder modaal.

Met deze indeling zijn er dus lang niet genoeg sociale huurwoningen voor de doelgroep.

Om de scheefgroei in de huursector aan te pakken en de huurmarkt weer vlot te trekken is een heel ander soort maatregel nodig. Namelijk het in één keer volledig vrijgegeven van alle huren (schrikmomentje voor SP’ers)… en zittende huurders het verschil meteen bijleggen in de vorm van huurtoeslag (uitadempauze).

Zo zouden de buitengewoon oneerlijke verschillen tussen commerciële en sociale huur in één klap zijn verdwenen. De flexibiliteit op de huurmarkt zou zijn gewonnen zonder dat huurders hiervan de dupe zijn. En de woningbouwverenigingen hoeven geen loonadministratie op te zetten om de huur te bepalen.

Vervolgens kan de overheid via hervormingen van de huurtoeslag toewerken naar een echt sociaal huurstelsel, waarin een lage huur niet van wachtlijsten afhangt, maar van de portemonnee.

Hoe dan ook, deze discussie is nog lang niet voorbij. We zien reikhalzend uit naar de volgende ronde.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Marokkanenstatistiek

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich na het Marokkanendebat nog één keer helemaal uitleeft in de Marokkanenstatistiek.

Uiteraard werd er niets nieuws gezegd. Maar om toch nog even gezellig na te pruttelen op het zinloos gebleken Marokkanendebat, vandaag in Politiek Kwartier een overzicht van wat Marokkanencijfers. Als service voor uw volgende verhitte Marokkanen-twitterdiscussie.

Eerst de criminaliteit. Meer dan de helft van de Marokkaanse jongens kwam ooit in aanraking met de politie. Dit wist u. In vrijwel alle commentaren op het Marokkanendebat werd dit vermeld. Maar om het toch in verhouding te plaatsen: dit is twee tot drie keer zo vaak als autochtone jongens, waarvan een kwart ooit wordt verdacht.

Nu is lang niet iedereen die ooit verdacht wordt zijn leven lang crimineel, maar andere cijfers leveren een vrij consequent beeld. In verschillende onderzoeken zien we dat Marokkanen jaarlijks twee tot vier keer zo vaak worden veroordeeld als autochtonen (1 of 2 tegen bijna 4%).

Bij de sociaal-economische achtergrond zien we dezelfde verhoudingen. Het percentage werkloze Marokkanen is ongeveer drie keer zo hoog als het percentage werkloze autochtonen. Het percentage Marokkanen dat met een laag inkomen moet rondkomen is zelfs bijna vier keer zo hoog.

Kijken we naar het gemiddelde Marokkanen-opleidingsniveau, dan krijgen weer iets soortgelijks te zien. Rekenend met de gegeven cijfers zien we dat Marokkanen bijna vier keer zo vaak als autochtonen niet verder dan het basisonderwijs komen. En autochtonen gaan weer drie keer zo vaak naar het hoger onderwijs als Marokkanen.

Die Marokkanen toch. Hoeveel zijn er eigenlijk van in Nederland? Volgens het CBS waren dat er in 2012 precies 362.953, Ali B. niet meegerekend. Dat is dus ongeveer twee procent van de totale bevolking.

Maar wacht even… Als Marokkanen consequent twee tot vier keer zo vaak zijn vertegenwoordigd bij problemen terwijl slechts twee procent van de bevolking Marokkaan is, dan kunnen Marokkanen nooit verantwoordelijk zijn voor meer dan vier tot acht procent van al onze problemen.

Een ‘etnisch monopolie‘ van Marokkanen op overlast? Onzin dus. In sommige wijken misschien, landelijk klopt er geen barst van.

Zeker, de cijfers zijn dreigend. Maar dan met name voor Marokkanen zelf. Want ook al verdient 81% zijn eigen boterham en deugt 96%, ze zitten in de hoek waar de klappen vallen. En dan ook nog eens meer dan tien jaar lang alle stront over je heen krijgen… Je zou er extremist van worden.

Voor de analyse van “de problemen in dit land” zijn ze echter volstrekt onbelangrijk. Het blijven percentages van een kleine groep. En ook als we alle moslims over één kam scheren komen we nog niet in de buurt van de totale cijfers van criminaliteit en werkloosheid.

Voor de meeste mensen is dit al lang gesneden koek. Een minderheid echter wil dit soort inzichten maar niet accepteren. Wij noemen ze PVV’ers. Niemand ontkent de problemen die er zijn met zaken als criminaliteit, sociale zekerheid en overlastgevende jongeren. Maar de belangrijke discussie daarover wordt telkens doodgeslagen door met die Marokkanen op de proppen te komen. Een Marokkanentaboe? Dat bestaat niet. Marokkanen, dat is Godwin op zijn Nederlands.

PVV’ers: Marokkanen zijn niet het probleem. Accepteer het, en dan hoeven we geen tijd en belastinggeld meer te verpesten aan de zieke publiciteitsstunts van dat “door Joods-fascisme gesubsidieerde clubje Israël-gekkies, dat is opgericht om onze Arabierenhaat aan te wakkeren”, oftewel de PVV-fractie, en kunnen we eindelijk over tot de orde van de dag.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Slachtoffers Knuffelen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk vermoedt dat de VVD zó dol is op slachtoffers, dat er haar niet genoeg van kunnen zijn.

Uitkeringstrekkers knuffel je niet. Asielzoekers al helemaal niet. Maar slachtoffers… ja, die kunnen volgens de VVD niet hard genoeg geknuffeld worden. Vandaar dat de partij pleit voor meer rechten voor slachtoffers.

Meer meeleven met slachtoffers, minder met daders. Onder deze leus heeft de VVD de afgelopen jaren de reclassering teruggedrongen en het gevangenisregime versoberd. En weer zit er een nieuwe slag aan te komen. Het is immers vooral niet de bedoeling dat we daders van misdrijven gaan knuffelen. Daarom is iedere extra begeleiding die we ze geven uit den boze.

Amsterdam pakt het anders aan. In Amsterdam worden de zwaarste criminele jongeren extra op de huid gezeten, en wordt geïnvesteerd in de daders nadat ze hun straf hebben uitgezeten. Daarmee zijn we als samenleving veel goedkoper uit en vallen er uiteindelijk minder slachtoffers.

Dit is geen nieuw idee. Iedere criminoloog weet dat. En het werkt. Door dit beleid is het aantal misdaden dat deze groep pleegde met meer dan de helft afgenomen.

Helaas gaat het landelijke beleid hier recht tegenin. Daarbij lijkt zware willekeur de rechtsstaat binnen te sluipen. Wie detentie krijgt, lijkt meer en meer willekeurig te worden bepaald. En wat hebben we eraan als die steeds strengere straffen vaak niet eens worden uitgezeten? Het lijkt er bijna op dat we liever asielzoekers en probleemkinderen vastzetten dan criminelen, terwijl niemand daar iets mee opschiet.

Zo wordt feitelijk de effectieve criminaliteitsbestrijding al jaren om zeep geholpen. Alsof dat nog niet erg genoeg was, weigert de VVD net als de christelijke partijen een simpel winstpunt als het legaliseren van de wietteelt mee te pakken. Zowel de jonge als de oude garde van de VVD heeft al jaren door dat die jacht op wietkwekerijen alleen maar ellende met zich meebrengt, en gaat zelfs een stap verder. Teeven en de zijnen gaan echter juist voor meer repressie.

Zo kweekt de overheid alsof de gewone criminaliteit al niet erg genoeg was er kunstmatig nog wat bij. Ook wel weer logisch. Wie dolgraag een nieuwe bedrijfstak op wil richten door de gevangenissen te privatiseren, omdat hij tegen ieder onderzoek in zegt te geloven zo goedkoper uit te zijn, ziet natuurlijk niet graag een groot deel van de klandizie verdwijnen.

Maar het is duidelijk: om mee te tellen moet je eerst slachtoffer zijn. En dan hebben we het niet over mensen die misschien zwakbegaafd zijn, psychische problemen hebben, opgroeiden in een verknipt gezin en net een straf hebben uitgezeten en geen opleiding baan of huis hebben en wellicht daarom afglijden naar het criminele circuit. Dat zijn geen slachtoffers. Dat zijn mensen “die eindelijk eens iets moeten maken van hun leven.” Hulp krijg je niet. Je bent pas slachtoffer als je door zo iemand beroofd of geslagen wordt. Dan word je door staatssecretaris Teeven tegen zijn kleffe warme borst gedrukt.

De vraag is echter, als de VVD zo dol is op slachtoffers, waarom tellen de slachtoffers van de toekomst dan niet mee? Als met dat terugdringen van al die zogenaamde knuffelmaatregelen de kans op herhaling alleen maar groter wordt, komen er immers alleen maar slachtoffers bij.

Het antwoord is waarschijnlijk dat de VVD zó dol is op slachtoffers, dat er haar niet genoeg van kunnen zijn.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Cito-toets

Deel dit:

COLUMN – Deze week geeft Klokwerk alle onderhandelaars over de Cito-toets een advies voor een vervolgopleiding.

Wat zou het toch mooi zijn als we aan een simpel cijfer konden zien of een school goed of slecht presteert. Dan konden we namelijk rustig de vrije markt zijn werk laten doen en werd het vanzelf beter in onderwijsland. Want welke ouder kiest nu voor een slechte school?

Dat is ongeveer het idee van de VVD achter het openbaar maken van de Cito-score. Er is echter een fundamenteel probleem: de Cito-toets meet niet de prestaties van de school, maar die van de leerling. En dat zijn twee heel verschillende zaken.

De Cito-toets meet het niveau van de leerlingen vlak voor het kiezen van een vervolgopleiding, om bij die keuze te helpen. Maar dit betekent niet dat de school met een beestachtig hoog gemiddelde Cito-score ook goed onderwijs geeft. Aanleg en sociale omgeving bepalen immers ook de score. Het kan dus zelfs gebeuren dat kinderen goed presteren ondanks de school, in plaats van dankzij.

De VVD wil de Cito-toets dus gebruiken voor iets waarvoor hij niet bedoeld en ook ongeschikt is. Dit zien de meeste andere partijen ook, en daarom krijgt de VVD voor dit plan zelfs het aan de marktidealen verslaafde D66 niet mee. Alleen PvdA, CDA en PVV willen onderhandelen over dit onderwerp. En die hebben allemaal zo hun wensen.

Coalitiepartner PvdA voelt eigenlijk niets voor dit plan, maar ziet een ander probleem. De toets heeft het meestal bij het rechte eind, maar er worden fouten gemaakt. Zo’n fout kan voor een individu nadelig uitpakken. Vandaar dat de PvdA haar steun geeft in ruil voor het onschadelijk maken van de toets door hem pas af te nemen nadat de vervolgopleiding gekozen is.

Daarmee assisteert ze de VVD dus niet alleen in haar onzalige idee, maar maakt ook nog de toets onbruikbaar voor het doel waar hij juist wél toe dient. Gevaarlijk lijkt mij, want ook scholen kunnen fouten maken. Een test kan nuttig zijn door aan te tonen dat er meer in zit dan eruit komt.

Maar het kan nog erger. Het CDA benadrukt dat ook andere vaardigheden op school dienen te worden geleerd dan logisch nadenken en je goed uitdrukken. Denk dan aan dingen als knutselen, touwtje springen, lief zijn voor elkaar en in God geloven. Daarom wil het CDA wel meewerken, maar alleen als de Cito-toets niet verplicht is en scholen zelf een toets naar keuze mogen gebruiken.

Hiermee wordt natuurlijk iedere mogelijkheid tot een eerlijke vergelijking gesaboteerd.

Als deze drie partijen tot een compromis komen, krijgen we dus een veelheid aan toetsresultaten die onvergelijkbaar zijn en nutteloos voor het doel waartoe ze eigenlijk dienen.

De PVV tot slot komt met de eis dat los van wat details het oorspronkelijke VVD plan onverkort wordt doorgevoerd, en plaatst zich daarmee buiten spel.

Gelukkig maar. Want laten we maar hopen dat hier nooit een compromis over komt.

Ik adviseer alle onderhandelaars voordat ze hierover verder gaan eerst een wetenschappelijke opleiding te volgen. Hoewel ik vrees dat het wat hoog gegrepen zal zijn. Want op het idee om simpelweg een nieuwe toets te ontwikkelen om op objectieve manier per school de voortgang van de gewenste schoolprestaties te meten, lijkt nog geen van hen te kunnen komen.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Superplannen

Deel dit:

COLUMN – Deze week keert ook Klokwerk zich tegen het idee van de supergemeenten.

Als er toch één minister is met een hoofdpijndossier, dan is het Ronald Plasterk wel. In een jaar tijd heel Nederland opnieuw inrichten: Ronald mag het doen. En een mooie start maakt hij daarbij niet. Vooral toen het kabinet aankondigde dat de ideale gemeente niet kleiner zou moeten zijn dan 100.000 mensen bleek het huis te klein – in plaats van dus de gemeenten.

Op zich heeft die massale verontwaardiging wel iets vreemds. Onlangs werden onder vol gejuich immers de deelraden nog weggestemd. Breed was men het erover eens dat zo’n bestuurlijke laag maar onnodig is. Maar de deelraden van Amsterdam gaan over gemiddeld 160.000 mensen. Dat is vier keer zoveel inwoners als in de gemiddelde Nederlandse gemeente nu.

Hypocriet als de verontwaardiging dus mag zijn, op gemeenten van honderdduizend tot een miljoen inwoners zitten er niet veel te wachten. Logisch, in de gemeenten spelen namelijk ook discussies over bijvoorbeeld de inrichting van een straat. Als dit soort discussies voortaan door grote superorganen moeten worden afgehamerd zie ik de politiek er niet beter op functioneren. Dichterbij de burger komt de politiek daarmee niet. Integendeel. En paradoxaal genoeg was dat juist de reden voor de herindeling.

Maar het belangrijkste doel van de beoogde reorganisaties was bezuinigen. Of dat op deze manier gaat lukken? Hoogst twijfelachtig. Reorganisaties kosten in eerste instantie alleen maar geld. Daarna is het maar afwachten of het inderdaad zoveel efficiënter werkt. De winst dreigt in dit geval teniet te worden gedaan door de extra kosten aan bureaucratie die een grotere organisatie nu eenmaal met zich meebrengt. Onderzoek wijst dan ook uit dat gemeenten na een fusie eerder meer dan minder gingen kosten.

Ook is er het gevaar dat de supergemeenten het Amsterdamse model gaan volgen. Momenteel zijn in de hoofdstad namelijk doodleuk zeven “bestuurlijke commissies” in de maak, die in veel zaken verdacht veel op de deelraden lijken. Het lijkt dus alsof er heel wat gebeurt, maar in praktijk verandert er bijna niets.

Hervormen van bovenaf, het blijft een moeilijke opgave. Dat lijkt Plasterk inmiddels ook te beseffen. Hij begint dan ook langzaam van strategie te veranderen. Hervormen gaat het best van onderaf, stelt hij nu. Het is niet zo heel erg als een gemeente die 100.000 inwoners uiteindelijk niet haalt, over het geld valt te praten, en het rijk gaat niet voor de gemeenten bepalen hoe ze moeten werken.

Prima beloftes, maar nu doorpakken, ome Roon. Haal een definitieve streep door dat domme idee van die onzalige supergemeenten. Tenslotte heb je al je energie nodig voor het gelazer met de provincies. Maak het jezelf daarom gemakkelijk, geef de huidige gemeenten gewoon die extra taken erbij die je ze had toebedacht en reken de bezuiniging door. Hoe de gemeenten daar vervolgens mee omgaan is helemaal aan hen zelf: door te fuseren, door op punten gewoon samen te werken, of door het toch op kleine schaal aan te blijven pakken, dat mogen ze dan helemaal zelf bepalen daar onderop.

En dan maar hopen dat die kleine gemeenten die taken inderdaad zoveel beter oppakken dan de provincie. Natuurlijk, er zullen dingen misgaan. Maar dat gebeurt dan tenminste maar in één kleine gemeente, in plaats van dat door middel van dwaze superplannen de organisatie van heel Nederland de soep in wordt gedraaid.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Sociaal Wisselgeld

Deel dit:

COLUMN – Deze week roept Klokwerk de SP en de FNV op om nu hun kans te grijpen met het ontslagrecht en de WW – voordat het straks voorgoed te laat is.

Goed. We hebben dus een regering die overal steun zoekt en daarbij bereid is concessies te doen. Hierop zetten de SP en de FNV de hakken in het zand. Een volkomen verkeerde reactie. Ze dienen nu juist hun kans te grijpen, voordat het te laat is. 

Want welke waarde heeft de WW nog?

De WW is eerder al teruggegaan van maximaal vijf jaar naar maximaal 38 maanden. Bovendien moeten WW’ers tegenwoordig na een jaar reeds ieder werk accepteren, ook onder het eigen niveau. Belangrijker: het merendeel van de WW’ers heeft helemaal geen recht op de langste termijn, omdat ze de bijbehorende diensttijd missen. De gemiddelde werkloze zit dus nu al een stuk eerder in de bijstand.

En welke waarde heeft het ontslagrecht nog?

Het ontslagrecht wordt van twee kanten uitgehold. Enerzijds is de hoogte van de ontslagvergoeding eerder al sterk ingeperkt, voor velen zelfs gehalveerd. Anderzijds is een snel groeiend deel van de beroepsbevolking flexwerker, inmiddels al dertig procent, en heeft dus helemaal geen ontslagbescherming. Bovendien is het krijgen van je recht als ontslagen werknemer niet zelden een tijdrovend en psychisch zeer belastend proces.

Conclusie: De FNV en de SP vechten voor twee al bijna leeggelopen luchtballonnen. Hoe nuttig is dat?

Het levert misschien leden en virtuele zetels op, maar feitelijk staan beide bewegingen momenteel in een slachtofferrol aan de kant te kijken hoe de sociale zekerheid om zeep wordt geholpen. Want ook zonder hen komt er uiteindelijk wel weer een rommelcoalitietje in de Eerste Kamer met een volgend afbraakakkoord.

Het is daarom hoog tijd dat zij van strategie veranderen, voordat werkend Nederland morgen definitief met lege handen staat. Stop met klagen en begin met eisen, zolang het nog kan. Zolang de WW en het ontslagrecht nog wat waard zijn heb je nog wisselgeld in je rode knuisten. Koop er iets sociaals voor. Bijvoorbeeld:

1. Ga akkoord met het definitief vervallen van de ontslagvergoeding, maar eis in ruil daarvoor dat de WW in het eerste half jaar wordt aangevuld tot 100 procent. En eis daarbij dat iedere werknemer die langer werkloos is een scholingsbudget van zeg 5000 euro krijgt. De premies daarvoor betalen de werkgevers als dank voor het wegnemen van de last van de ontslagvergoedingen en de daarbij horende juridische rompslomp.

2. Accepteer dat de maximale WW-duur teruggaat naar twee jaar, maar alleen met een socialere bijstand, dus op voorwaarde dat mensen in de bijstand onder geen enkele voorwaarde meer gedwongen mogen worden onder het minimumloon te werken, zoals dat nu gebeurt. Dit betaalt zichzelf, want deze work-first strategie kost uiteindelijk werkgelegenheid. Een terecht punt van SP en FNV, waar ze tot nu toe niets mee konden doen.

Het resultaat van zo een gouden ruil zou zijn: flexibilisering, maar dan wel op een sociale manier. Met een veel beter vangnet dan we nu hebben. Het is beter toegankelijk, meer transparant en bovenal eerlijker, want er kunnen veel meer mensen gebruik van maken dan nu. En het levert naast meer zekerheid voor werknemers ook economische stabiliteit op.

Wie het woord sociaal op zijn voorhoofd getatoeëerd heeft staan en op wil komen voor werknemers kiest daarvoor. Hij eist het. Nu. Want straks is het te laat.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een Neoliberale Planeconomie

Deel dit:

COLUMN – Vandaag verwondert Klokwerk zich erover hoe liberaal beleid kan leiden tot communistische praktijken.

Wie bijstand ontvangt, mag daar best wat voor terugdoen. Kinderopvang is goed, zodat mensen economisch zelfstandig kunnen worden.

Twee politieke dogma’s die tot rare praktijken leiden. Want wie de regelingen voor kinderopvang en de bijstand naast elkaar legt en een beetje gaat rekenen komt op rare uitkomsten.

Stel, een alleenstaande moeder met één kind maakt gebruik van de kinderopvang. Het is crisis, zij verliest haar baan en belandt in de bijstand. Thuis beslist zij dat zij het makkelijkst kan bezuinigen op de opvang.

Dit kost weer werkgelegenheid. Laten we zeggen dat dit ook bij de kinderopvang een baan scheelt. Gezien een maand kinderopvang al snel een netto modaal inkomen kost is dat goed mogelijk.

Een mogelijke oplossing voor dit economisch probleem is het volgende: de moeder gaat werken bij de kinderopvang. Dan betaalt ze dus eigenlijk haar eigen baan

Dit lijkt een beetje vreemd, maar het is mogelijk, want werkende mensen kunnen kinderopvangtoeslag krijgen, en die kan bij één kind al oplopen tot ruim 1300 euro netto per maand.

Het vervelende van deze banenmachine is echter dat onze dame dan 400 euro meer gemeenschapsgeld kost dan de totale bijstand waar ze als alleenstaande ouder recht op zou hebben.

Dit geldt voor iemand met een minimuminkomen. Maar als iemand anderhalf keer modaal verdient, is de maximale vergoeding voor kinderopvang nog steeds gelijk aan de bijstand voor een alleenstaande ouder. Anderhalf keer modaal: maar 15 procent van de huishoudens komt over die grens heen. En de toeslag wordt zelfs nog hoger als er sprake is van meer dan één kind.

Conclusie: ouders in een uitkering vormen veruit de goedkoopste gesubsidieerde kinderopvang.

Het probleem is echter dat de gemeenten de bijstandgerechtigden maar niet met rust kunnen laten. Bijstandgerechtigden, ook met kinderen, maken tegenwoordig een grote kans in een of ander work-first project terecht te komen (lees: dagelijks in een VVD-busje naar het Westland getransporteerd te worden om aardbeien te plukken en doosjes te vouwen). Niet dat dit in praktijk iemand dichter bij de arbeidsmarkt blijkt te brengen, maar het levert de gemeente weer wat geld op.

Het klinkt logisch dat je wat terug moet doen voor je uitkering. Maar in praktijk komt het erop neer dat ook commerciële bedrijven extra goedkope werkkrachten krijgen op kosten van de belastingbetaler.

Een groot probleem van deze heerlijke VVD-projecten is dat dit een inmiddels aangetoond verlies aan werkgelegenheid met zich meebrengt. Meer uitkeringen in totaal dus. Het lijkt winst, maar op termijn heeft de schatkist eronder te lijden.

Zeker wanneer die door de belastingbetaler gefinancierde werkkrachten door dat werk nog recht krijgen op een toeslag voor kinderopvang ook.

Rare praktijken. Mij lijkt het eerlijker en goedkoper om iedereen die werkt daar gewoon voor te betalen, inclusief de zorg voor kinderen. Of dat laatstgenoemde werk dan zelf gedaan wordt of wordt uitbesteed mag iedereen zelf bepalen.

Een staatsuitkering voor mensen die voor kinderen zorgen. Ik hoor de liberalen mij al uithonen. Ondertussen koersen we onder VVD-vlag echter aan op een maatschappij waarin iedereen via work-first trajecten aan de slag gaat voor een staatssalaris op bijstandsniveau, en de kinderen opgroeien in collectieve door de staat gesubsidieerde zorgcentra. Keuzevrijheid nul en het kost vaak meer dan het oplevert.

Toch vreemd hoe dat werkt met die neoliberalen. Ze pleiten voor eigen verantwoordelijkheid en loon naar werk, maar realiseren ondertussen het communistische ideaal.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Romantisch geouwehoer over Prostitutie

Deel dit:

COLUMN – Deze week pleit Klokwerk ervoor om tijdens het debat over prostitutie de ogen wijd open te houden, en vooral niet te romantisch te worden.

Myrthe Hilkens gaat naar Zweden. Het PvdA-kamerlid voelt zich verantwoordelijk voor het lot van prostituees en wil graag weten of het Zweedse verbod op hoerenlopen ook iets is voor Nederland. Onze legalisering van prostitutie is naïef geweest, meent ze. Ze stelt dat 50 tot 80 procent van de Nederlandse hoeren niet vrijwillig werkt.

Die cijfers zijn helaas niet te onderbouwen. Betrouwbaar onderzoek is er niet, en professionele schattingen naar het aantal prostituees dat  onvrijwillig werkt lopen uiteen van acht tot negentig procent. Maar dat doet er niet toe. Ook als “slechts” acht procent van de veile deernen slachtoffer is van intimidatie of erger dan blijft dat een grof schandaal.

In Zweden pakt men het anders aan. Met de invoering van het verbod op hoerenlopen is een speciale hoerenloperspolitie ingezet. Dat is een soort caviapolitie, maar dan anders. Veel boetes worden er niet uitgedeeld, maar een positief effect is dat de veroordeling van de hoerenloper kan dienen als bewijsmateriaal tegen pooiers en mensenhandelaren.

Verdwijnen doet de prostitutie daarmee echter allerminst, en over de verdere effecten van dit beleid zijn ontstellend weinig cijfers bekend.

Dat heeft een reden. Wat illegaal is, valt maar moeilijk te onderzoeken.

Volgens Radio 1 zijn de belangrijkste meetbare effecten van het verbod op hoerenlopen in Zweden de verplaatsing van prostitutie van de straat naar het internet, en de verschuiving in de publieke beleving: voor de invoering van de wet was slechts dertig procent van de Zweedse bevolking voorstander daarvan, inmiddels is dat zeventig procent. Wat niet weet wat niet deert, kennelijk, want helaas zijn belangenverenigingen van de prostituees zelf minder enthousiast.

Ondertussen gaan in Nederland voorstanders van een verbod prat op hun morele superioriteit. In zijn column in de Volkskrant verwijt Bert Wagendorp voorstanders van legalisering een naïef beeld te hebben van het hoerenvak. Myrthe zelf spreekt zelfs van een “romantisch” beeld.

Onzin. Het geloof in een maatschappij zonder prostitutie, dat is pas romantisch en naïef. Het doel van legalisering is geen romantische samenleving te creëren, maar het beschermen van vrouwen. En daarvoor is het nodig om misstanden onder ogen te zien.

Die misstanden zijn in Nederland nu pijnlijk zichtbaar. De legalisering heeft met name heel veel ellende aan het licht gebracht. Niets om trots op te zijn.

Maar de juiste reactie daarop is niet snel de gordijnen weer dicht te trekken. De juiste reactie is hier eindelijk eens echt wat aan te gaan doen.

Hebben die vrouwen geen beschikking over een eigen paspoort? Laat de politie dat document dan bewaren voor prostituees. Durven de dames geen aangifte te doen van intimidatie en mishandeling, uit angst en bij gebrek aan bewijsmateriaal? Zorg dan voor een noodknop in de peeskamer, stel een wekelijks bezoek bij een vertrouwenspersoon verplicht, of ga desnoods over op cameratoezicht. Doe iets. Maak ook regels voor de pooier, zijn werkwijze, zijn “tarieven” en zijn administratie. En pak het illegale circuit met verdubbelde kracht aan.

Het gebeurt allemaal niet. We sturen de politie liever achter wietplantages en caviadierenbeulen aan dan dat we serieus werk maken van vrouwenhandel. Heel goed, Myrthe, dat jij je daar druk over maakt. Maar pak de problemen aan waar het mis gaat.

En laten we daarbij niet romantisch en naïef zijn, maar onze ogen wijd openhouden.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Neoliberale Cookiecommunisten

Deel dit:

COLUMN – Klokwerk verbaast zich over de insteek van de VVD bij de cookiewet.

Politici en computers, dat blijft ellende. Twittertijdlijnen volplempen, dat kunnen ze… maar daar houdt het dan ook op. Dat blijkt wel weer uit het gesteggel rond de nieuwe cookiewetgeving.

De cookiewet. Op zich aardig bedoeld. We gaan de burgers beschermen tegen het ongevraagd doorgeven van hun surfgegevens. Wie kan daar nu tegen zijn?

Het gevolg van die wet blijkt echter dat de meeste sites hun bezoekers simpelweg dwingen cookies te accepteren, door uit de lucht te gaan als de gebruiker ze weigert.

Er worden dus niet minder cookies geplaatst, maar de websurfer wordt daar nu wel bewust van gemaakt. En dat bleek dus niet de bedoeling. Pop-ups worden als irritant ervaren. Vandaar dat de SP nu voorstelt iedereen met een site te verplichten een cookievrije versie te maken.

OK, voor sites die gefinancierd worden met publiek geld lijkt me dat een heel goed idee. Maar private partijen mogen toch hopelijk zelf bepalen wat ze aanbieden en tegen welke voorwaarden? Typisch die ex-communisten weer die alles willen laten regelen door de overheid!

Tot mijn verbazing gaat de VVD echter nog verder. De neoliberale partij heeft al helemaal in haar hoofd hoe de verplichte cookiebanner eruit moet zien. Een staatsdesign voor websites: van de SP verwacht je het misschien nog, maar toch niet van de partij die ons en de EU de crisis instortte door alles wat riekt naar overheidscontrole op de markt te blokkeren?

Terwijl het toch veel simpeler kan. Even in Jip-en-Janneke-taal. Voor het functioneren van sites is het belangrijk om bezoekers op een of andere manier te herkennen. Om te kijken of iemand ingelogd is bijvoorbeeld, een account heeft, of überhaupt cookies accepteert. Ook willen sites het surfgedrag van mensen volgen om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren. En daarnaast is het natuurlijk leuk om snel en gemakkelijk artikelen te kunnen delen via de sociale media.

So far so good. Het probleem is echter dat dit volgen van mensen vaak wordt gedaan door middel van software van een derde partij (lees: Google), die de informatie vervolgens gebruikt om adverteerders binnen te halen. Verder geven de standaard sociale-mediaknoppen de gegevens van alle bezoekers door aan de thuisbasis… ook als die nooit op die knop hebben gedrukt.

Tegen die verschijnselen is de Europese cookiewet bedoeld.

Kunnen die banners dan echt niet omzeild worden? Natuurlijk wel. Het is vloeken in de internetkerk, maar er is meer op de wereld dan Google. Trackingprogramma’s  die bezoekersgegevens coderen en niet doorgeven aan een grote centrale bijvoorbeeld. Verder kunnen sitebouwers ook sociale mediabuttons maken die “dood” zijn voordat een bezoeker er zelf op drukt.

Gebruik je dat als site-eigenaar niet, dan zit je aan die banners vast en dat lijkt me volkomen terecht. De overheid zou sites die met publiek geld gefinancierd worden mogen verplichten om de eerste oplossing te kiezen, maar voor overige sites lijkt het me het best gewoon de cookiewet te handhaven. De bezoeker die blind op “ja” drukt hoeft verder niet beschermd te worden, en de rest gaat vanzelf wel op zoek naar bannerloze sites.

En die zijn er genoeg. Bijvoorbeeld de site die u nu leest.

De Tweede Kamer je webdesign toevertrouwen lijkt me in ieder geval niet zo een goed idee. Er is al bemoeienis genoeg.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Buma Blabla

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk kritisch kijkt naar de bijdrage van Buma aan het Nederlandse Europa-debat.

Deze week was het CDA-time in politiek Den Haag. Overmoedig geworden door de sleutelrol die hij plots blijkt te mogen spelen in het woondebat, greep Buma het door David Cameron gestarte Europadebat aan om een lijstje in te dienen van zaken die volgens hem beter op regionaal niveau geregeld kunnen worden. Het leverde hem veel schouderklopjes en knuffeltweets op van eurosceptici.

‘Minder macht voor Brussel.’ Wat klinkt dat toch lekker. Maar de vraag is of dat hier wel zo terecht is. Misschien is het eens goed om inhoudelijk te kijken naar het lijstje van Buma.

Om te beginnen wil Buma af van een hoop milieurichtlijnen, zoals de nitraatrichtlijn, de fijnstofrichtlijn, de richtlijn voor bodemvervuiling, het energielabel voor huizen en de APK-keuring voor auto’s. Dat Buma hiermee liever het eigen land vergiftigt dan zich te houden aan afspraken is nog tot daar aan toe. Ik vraag me echter af of we als Nederland wel moeten willen dat men stroomopwaarts de bruinkoolsluizen open mag zetten.

Verder wil Buma heel erg graag af van de pensioenrichtlijn. Klinkt logisch niet? Laat ieder land zijn eigen pensioen regelen. Maar wat houden die Europese pensioenrichtlijnen nu eigenlijk in? Het zijn met name grenzen die gesteld worden aan het recht van de pensioenfondsen te gaan speculeren met het geld van hun ingezetenen, en eisen aan de reserves die pensioenfondsen in kas hebben. Waarom zouden we deze normen midden in crisistijd los willen laten? Volgens mij waren we nu collectief nou juist klaar met dat gokgedrag van financiële instellingen. Vast dol op de crisis, dat CDA.

Verder is Buma klaarblijkelijk ook niet zo dol op de vrije pers in Europa, want hij vindt dat de lidstaten hun eigen persbeleid moeten kunnen regelen. Tsja, goed nieuws voor landen als Hongarije. Er valt over de mediawet van alles te zeggen, maar het streven naar vrijheid, openheid en eerlijke verslaggeving is een kernwaarde van de EU. We moeten toch niet willen dat lidstaten zelf China gaan spelen in eigen land?

Wat nog meer, Buma? Het CDA blijkt ook niet dol op vrouwenemancipatie, zoals blijkt uit het idee om de minimale eisen voor een zwangerschapsverlof terug te draaien en Buma’s verzet tegen quota. Verder wil hij vooral geen afspraken over huurbeleid, wil hij het recht om kleinere bouwprojecten niet openbaar aan te besteden en heeft hij klaarblijkelijk moeite met de rechten tot gezinshereniging van migranten en de cookiewet.

Dit zijn punten die inhoudelijk wat meer bespreking zouden vergen. Maar los van dat is het nog zeer de vraag of we geholpen zijn als alle lidstaten op die terreinen zelf maar wat mogen aankloten.

Buma rept ondertussen met geen woord over het grote democratische gat in Brussel of over de idiote manier waarop Europese leiders worden benoemd. Ook spreekt hij geen woord over de landbouwsubsidies, die onze burgers veel geld kosten en huizenhoge problemen creëren met het milieu en de armoede in de wereld om ons heen. Jammer is ook dat Buma in zijn lijstje de terechte kritiek van het CDA op de hoge lonen van EU-ambtenaren vergeet. En geen woord over bureaucratische regelingen zoals de zinloze verhuizing van Brussel naar Straatsburg en terug.

Leuk geprobeerd Buma, maar van mij krijgt deze bijdrage aan het EU-debat een dikke nul.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Koninklijke Daad

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk Willem-Alexander oproept zijn koningschap te beginnen met een Koninklijke daad.

Een echte koningin laat zich niet regisseren. Die maakt het nieuws zelf. Zo gebeurde in Nederland en er klonk geen woord kritiek; men lag aan haar voeten.

Helaas voor republikeinen blijkt Nederland weer massaal te vallen voor de Oranjes. Schandalen genoeg, geruchten nog veel meer, maar het deert ze niet. In ons kikkerland verandert het koningshuis juntadochters in prinsessen. En een feitelijk vrij vlakke toespraak maakt tranen los.

Ernstig? Welnee. Het hebben van een sterk staatssymbool heeft veel voordelen. Het koningshuis leert politici bescheidenheid en weet toch maar alle lagen van de bevolking, van arm tot rijk, van allochtoon tot immigrant, aan te spreken. Natuurlijk, een democratisch gekozen staatshoofd is politiek correcter. Maar we kunnen republikeinen altijd toebijten dat al zouden we naar de stembus gaan om een staatshoofd te kiezen, het volk alsnog massaal zou kiezen voor dit koningshuis.

Sommigen proberen het koningshuis nog aan te vallen door op de kosten te wijzen. Zes paleizen, een enorm zeilschip, een ruime toelage én vrijstelling van belastingen, het lijkt allemaal wat aan de brede kant. Met de Balkenendenorm heeft het in ieder geval niet zoveel te maken. Maar de hoogte van de toelage staat op zich los van het al dan niet gekozen-zijn, en een gekozen staatshoofd is niet per se goedkoper. En dan zijn er nog de baten. Het is moeilijk in cijfers uit te drukken, maar het effect van een echte koning met die eeuwige handelsmissie in zijn kielzog moeten we niet onderschatten.

Een weliswaar duur betaald maar functioneel sprookje dus. Wat blijft er dan nog over om te zeuren? De politieke macht. Het hele idee van erfelijke macht is natuurlijk volkomen uit de tijd en gaat recht tegen de regels van een democratische rechtsstaat in. En politieke macht hebben de Oranjes nog steeds. Het benoemen van de formateur is ze dan wel uit handen geslagen, nog steeds tekent de koningin iedere wet, is ze voorzitter van de Raad van State en drinkt ze geregeld kopjes thee met de politieke top.

In praktijk is eigenlijk iedereen die na kan denken tegen deze zaken. De discussie hierover loopt echter nogal stroef. Waarom? Omdat deze discussie wordt ervaren als gênant.

En dat is zij ook. Zij gaat immers over mensen die zich zelf niet in die discussie kunnen mengen. Daarom mijn advies aan koning Wim-Lex de eerste: verlos ons toch van die wederzijdse schaamte en snij die discussie zélf kordaat af door op een goed moment aan te kondigen dat je met die hele politiek niets meer te maken wilt hebben.

Dat politieke gezeur, ik vraag me ook af waarom je dat als koning eigenlijk zou willen. Laat die ambities om je met beleid bezig te houden toch varen, en werp je lekker op de promotie van Nederland in binnen- en buitenland. Dat is niet alleen nuttiger, maar nog veel leuker ook.

Bovendien zal hoogst waarschijnlijk iedereen je beslissing roemen als een Koninklijke daad. En dat lijkt me geen slecht begin.


Deel dit:

Moraal zonder religie VII – Wat is Religie?

Deel dit:

In deze zevendelige serie probeert Klokwerk er vrij filosoferend achter te komen of er iets mogelijk is als een moraal zonder religie. In het vorige deel kwam Klokwerk tot de conclusie dat ook met een relativistische filosofie een moraal zeer goed mogelijk is. Sterker nog: we kunnen er tevens een fundament voor een moraal in vinden. In dit laatste stuk van de serie kunnen we conclusies trekken, maar niet voordat we ons nog éénmaal hebben afgevraagd wat religie nu eigenlijk is.

In ons westerse denken stellen we religie graag gelijk met Godsdienst, en zien we de drie grote monotheïstische Godsdiensten als model daarvoor. Religie zien we dan als het geloof in God die wordt geïntroduceerd middels wat oude boeken en waaromheen zich een organisatie heeft ingericht die wat dogma’s koestert, wat rituelen praktiseert, alles gericht op het in stand houden van bepaalde maatschappelijke verhoudingen.

Dat is echter een hoogst dubieuze visie. Religie wordt even vaak omschreven als de zoektocht naar zingeving en verbinding. Een veel betere definitie, omdat deze zoektocht in alle religies ligt besloten, en niet alleen die waarin een God of meerdere Goden een rol spelen.

Wanneer we religie in dat licht zien is het antwoord op de vraag die we ons stelden uiteindelijk nee. Een moraal zonder God of absolute waarheid is zeker mogelijk, maar zonder religie niet: zonder zingeving en verbinding is er immers geen richtlijn voor het handelen, en dus geen moraal.

Een ander licht op de Godsdiensten

Deze definitie van religie werpt ook een ander licht op de grote godsdiensten. Wanneer de filosofie achter een godsdienst namelijk als dogma wordt opgevat, ontstaat er voor de oprechte zoektocht naar zingeving een probleem. En al helemaal als mensen deze dogma’s niet alleen zichzelf, maar ook aan anderen op willen leggen. Waar dat gebeurt verliest een godsdienst haar religieuze aard, en wordt het een geloof zonder religie.

Een moreel mens zijn is daarbij meer dan slaafs achter wat regels aanlopen die worden opgelegd door autoriteiten omwille van een beloning of uit angst voor straf, al dan niet in het vooruitzicht gesteld in een hiernamaals.

Zijn die Godsdiensten dan niets dan religieuze dwalingen? Om dat te weten moeten we terug naar de heilige boeken. Er zijn twee soorten mensen die de verhalen in het oude testament, het nieuwe testament en de Koran letterlijk nemen: de meest verstokte gelovigen en de meest verstokte ongelovigen. De laatste groep natuurlijk omdat het voor hun antireligieuze agenda handig is om de verhalen zo letterlijk mogelijk te nemen. Letterlijk genomen zijn die verhalen immers nogal absurd en tegenstrijdig.

Voor de anderen is het wel duidelijk dat die verhaaltjes allegorisch zijn bedoeld. De vraag is echter: hoe allegorisch? Ik zou willen zeggen zo allegorisch mogelijk, of om terug te grijpen naar wat ik in het tweede deel van deze serie schreef: zo allegorisch dat zelfs God een symbool is geworden.

Voorbij goed en kwaad

Als voorbeeld voor wat ik bedoel nemen we het scheppingsverhaal. Dit wordt tot op de dag van vandaag misbruikt als bron voor de verwerping van moderne wetenschappelijke theorieën en vrouwenonderdrukking, maar valt ook te lezen als een prachtig verhaal over de menselijke existentie, waaruit een moraal volgt die nogal verschilt van die van de kerkelijke traditie.

Er zijn in dit verhaal twee bomen waar de mens in zijn dierlijke staat niet van mag eten. De boom van de kennis en de boom van het leven. De slang verleidt de mens door te zeggen dat hij wanneer hij van de boom van de kennis eet zal zijn als God, en het verschil zal kennen tussen goed en kwaad. De mens eet en wordt zich bewust van zijn naaktheid (kwetsbaarheid) en sterfelijkheid: de fragiliteit van zijn leven kortom. Dit is de reden waarom hij uit het zalige paradijs van de dierlijke onwetendheid wordt gestoten.

Zo gelezen is het verhaal op zich al mooi genoeg, maar de bite zit hem wellicht in de schijnbare tegenstrijdigheden. Hoe kan God, die alles weet en alles ziet, verbaasd en vertoornd zijn over de menselijke drang naar kennis? En hoe kan het dat God Zijn Eigen schepping voor een deel afserveert als “kwaad”? Hoe kan een volmaakt wezen überhaupt een onvolmaakte schepping creëren? Dit zijn paradoxen in het scheppingsverhaal die denkers binnen en buiten de kerk millennia lang bezig gehouden hebben.

Een oplossing zou zijn dat bedoeld wordt dat de mens zich verwijdert van het aardse paradijs als hij zichzelf uitroept tot God, en begint te oordelen. Wie de wereld indeelt in een absoluut goed en kwaad zal namelijk altijd op voet van oorlog leven met het kwaad in de wereld, het kwaad in zichzelf en om zich heen. Hij kan zodoende nooit in harmonie en verzoening leven met zichzelf en de schepping. En daarmee is voor hem het aardse paradijs onbereikbaar.

Deze lezing verklaart een hoop moeilijkheden met het scheppingsverhaal en sluit bovendien aan op de inzichten die we terugvinden in andere meer filosofische religies zoals de Romeinse Stoa en het Chinese Taoïsme. In die tradities staat de religieuze zoektocht haaks op het veroordelen van een deel van het bestaan als intrinsiek slecht. “God” staat in deze filosofieën voor het Al (alles tussen alfa en omega dus). Wijsheid is het streven naar een situatie waarin geen onderdrukking is, maar harmonie.

Het onuitwisbare bestaan

Eigenlijk zou ik hier moeten stoppen. Maar ik wil, nu we in dit laatste deel toch religie als onderwerp hebben, niet besluiten zonder bij wijze van bonus nog wat te zeggen over de dood. Veel gelovigen geloven immers niet zozeer om een richtsnoer voor het leven te hebben, maar uit angst voor de dood. Hemel en hel mogen het dan goed gedaan hebben om gedrag af te dwingen, ondanks dat dit wellicht niet meer zo werkt zullen velen heimwee voelen, omdat het toch troostrijk is te geloven dat er “iets” zou zijn.

Epicurus leert ons echter dat we voor de ervaring van de dood niet bang hoeven te zijn. Deze ligt immers buiten onze ervaring. Zoals het ook niet “eng” was er voor onze geboorte niet te zijn, zo hoeven we ook niet bang te zijn voor de dood.

Nu zullen veel mensen hier toch een gevoel voor leegte aan overhouden. Daarom verleggen we de focus naar de filosofie van de Stoïcijnen, waar we ook een beetje Taoïsme en postmodernisme door zullen mixen.

In onze moderne tijd hebben we de neiging onszelf te beschouwen als een individu dat opgesloten is in een lichaam. Maar uiteindelijk is het onzinnig ons eigen ik zo strikt te begrenzen. Ons fysieke lichaam zelf wordt tijdens ons leven vele malen volledig vervangen, en wanneer we ademen deint niet alleen onze eigen huid mee, maar ook de kleren die we dragen en de lucht om ons heen.

Waar ligt de grens? Binnen mijn lichaam, precies om mijn lichaam of buiten mijn lichaam? Een onzinnige vraag. Beter is het te vragen hoe wij worden gevormd. Dan zien we dat onze handelingen soms weliswaar het gevolg zijn van onze gedachten, maar dat onze gedachten weer het gevolg zijn van eerdere gebeurtenissen, gedachten van anderen of fysieke reacties: dingen waar we ons meestal niet bewust van zijn.

Alles in deze wereld hangt met elkaar samen, en wij vormen daar een onlosmakelijk onderdeel van. Ons eigen ik kent daarmee in feite geen grenzen. Niet in ruimte, en niet in tijd. Wij zijn kortom onlosmakelijk verbonden met de wereld en de wereld met ons heen. Zonder ons is de wereld zoals deze is niet mogelijk, en ook de wereld van de toekomst niet. Ons bestaan is daarmee onuitwisbaar. We zijn kortom bang voor de dood, terwijl we hem eigenlijk al lang hebben overwonnen.

Of u deze gedachtegang wilt volgen moet u natuurlijk zelf weten. Het aardige van deze Stoïcijnse visie op leven en dood is in ieder geval dat vanaf hier de stap naar moraal weer wordt gemaakt. Wij dienen ons niet te richten op de dood, maar op het leven zelf, op onze omgeving, op elkaar, omdat we weten dat we juist via die zaken onsterfelijk zijn.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Ja of Nee, meneer Samsom?

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk verlangt naar de inhoudelijke discussie over de EU waar Cameron toe oproept.

Cameron heeft wat losgemaakt. Ook in ons land. Uiteraard liep Wilders meteen hard te kwaken dat ook hij nu een referendum wil over deelname aan de EU. Helaas voor hem werd hij er meteen al uitgebluft door Diederik Samsom. Die is niet bang voor zo een referendum. Tsja, onze kernfysicus kan rekenen. Waarschijnlijk zou maar 35 procent van de bevolking kiezen voor een exit. Het is geen issue. Pech voor Geert en alle EU-haters dus.

Onderwerp gesloten? Zeker niet. Want blij met de EU zoals die nu is, is eigenlijk niemand. Terecht wijst Samsom erop dat ja/nee-vragen veel minder interessant zijn dan de discussie erom heen. Zo zijn er genoeg zaken waar ieder weldenkend mens Cameron succes mee zou wensen de komende tijd. Bijvoorbeeld met het aankaarten van het idiote systeem van landbouwsubsidies, of de waanzinnige halfjaarlijkse verhuizing van Brussel naar Straatsburg en terug. Een versimpeling van de regels in het algemeen zou de EU niet misstaan.

Het eeuwige adagium dat de EU bevoegdheden terug zou moeten geven naar de lidstaten heb ik echter al genoeg gehoord. En goede voorbeelden daarvan helaas te weinig.

Misschien zijn die er ook niet. Want willen we nu echt dat ieder land zijn eigen bankenbeleid voert en zijn eigen begroting controleert? Dat lijkt me nou niet zo’n succesformule gebleken. Ieder land zijn eigen mensenrechtenbeleid misschien? Alsjeblieft zeg, daar is geen Europees burger bij gebaat. Ieder zijn eigen milieuwetgeving dan? Dat werkt natuurlijk ook niet, milieu houdt niet op bij de grens. Ieder zijn eigen arbeidsrecht? Alsof het er niet al genoeg oneerlijke concurrentie binnen de eurozone is. Het Europees arrestatiebevel van de baan? Niemand zal blij zijn als criminelen over de grens hun gang kunnen gaan.

‘Minder macht voor de EU,’ ja, daar paai je mensen mee. Maar meer macht voor banken, frauderende overheden, grote bedrijven en criminelen, dat zal heel wat minder handen op elkaar krijgen. En uiteindelijk komt het toch daarop neer.

Daarmee blijft er echter nog steeds een groot probleem. Cameron heeft gelijk waar hij zegt dat de EU kan niet verder kan met het huidige democratische tekort. Het draagvlak ontbreekt volkomen.

Dat lossen we echter niet op door in Europa de nationale parlementen het laatste woord te geven, zoals de meeste partijen zeggen. Want feitelijk hebben ze dat namelijk al: onze regeringsleiders worden immers gecontroleerd door de parlementen. Het probleem daarmee is dat een nationaal parlement natuurlijk nooit in zijn eentje de inhoud van een internationaal verdrag kan vaststellen.

De inspraak ontbreekt kortom nu juist centraal. En symbool daarvoor staat wel de gênant schimmige manier waarop Europese topfuncties ingevuld worden. De enige manier om dat gat te dichten en de EU democratischer te maken, is de kiezer rechtstreekse macht in Brussel te geven. Via het Europees parlement, via een Europees referendum, en door het rechtstreeks kiezen van Europese leiders.

De meeste mensen en partijen zijn echter nog niet lang zover. Ik kan daarom niet wachten tot de inhoudelijke discussie eindelijk losbarst. Het zal eens tijd worden.

Als het aan Wilders ligt duurt dat echter nog wel even. Die doet zijn best om met zijn getoeter om een referendum de aandacht van die inhoud af te leiden. Ja of nee. Volkomen oninteressant.


Deel dit:

Moraal zonder religie VI – Moraal uit relativisme

Deel dit:

In deze zevendelige serie probeert Klokwerk er vrij filosoferend achter te komen of er iets mogelijk is als een moraal zonder religie. In de vorige delen zagen we hoe de moderne westerse filosofie gehakt heeft gemaakt van het idee van een absolute waarheid, en vervolgens een individuele waarheid. Leuk, maar wat kunnen we nu nog met die postmoderne inzichten?

Even samenvatten. In de vorige stukken zagen we met Nietzsche dat “de waarheid” geen absoluut en vaststaand iets kan zijn. Iedereen heeft immers zijn eigen werkelijkheid en die is gekleurd door zijn ervaring. Het is simpelweg niet te bewijzen of er ook een werkelijkheid is buiten de ervaring, en als deze er zou zijn, dan konden we hem toch niet kennen.

Maar ook kan de waarheid kan niet in de handen van één iemand zijn. Een ervaring is nog geen waarheid. Iemand kan pas aanspraak op de waarheid maken als hij anderen daarvan kan overtuigen. Als hem dit niet lukt kan hij nog steeds overtuigd zijn van zijn eigen gelijk, maar de anderen noemen hem dan gek. We zeggen dan: hij leeft in een andere werkelijkheid, en wijzen naar ons voorhoofd.

Dat die gek over een eeuw als genie mag worden gezien doet niets af aan dit principe. Want hij wordt slechts een genie doordat hij er ten lange leste kennelijk in slaagt anderen te overtuigen.

Wat waar is, is kortom het product van overeenstemming tussen mensen. Vanaf daar is de stap naar moraalfilosofie snel gemaakt.

Relativisme en moralisme door de eeuwen heen

Dat zien we ook als we kijken naar relativisme door alle culturen en tijden heen. Wie namelijk dacht dat het relativisme allemaal maar nieuw en westers en modern is vergist zich. Relativisme zien we in de filosofie in verschillende tijden en bij verschillende volken terugkomen. Zo waren de Romeinen bijvoorbeeld waren zeer relativistisch van denken, zich beroepend op Epicurus en de Stoïcijnen. Ook de sofisten in het Athene van Plato waren relativisten. Verder komt het relativisme in de Indische en Chinese filosofie in verschillende vormen voor.

En juist deze filosofen waren veelal moraalfilosofen bij uitstek.

Epicurus bijvoorbeeld geloofde in niets, maar kwam erop uit dat wil een mens werkelijk gelukkig zijn, hij maar het beste conflicten en onmatigheid kan vermijden, en leidde zelf een leven als van een monnik.

Dan de sofisten. Zij zijn door Plato en zijn volgelingen millennia lang weggezet als volkomen immorele figuren. Ten onrechte. Zij hadden wel degelijk een mening over wat juist is en onjuist. “De mens is de maat van alle dingen” schreef Protagoras, en dat was niet alleen bedoeld als middelvinger naar alles wat naar godheden en hogere filosofie ruikt; het is ook een zeer vroege uiting van humanisme. Ondertussen zien we dat Gorgias het relativisme gebruikt als een rechtvaardiging voor democratie. Immers, als niemand gelijk heeft, dan kunnen we er maar beter samen uitkomen.

Bij de sofisten leren we dat het relativisme juist een fundament kan vormen voor moderne maatschappelijke verworvenheden als democratie, vrijheid en recht op onderwijs. We kunnen dat rijtje aanvullen met zaken als een onafhankelijke rechterlijke macht, gelijke kansen en plichten, onafhankelijke informatievoorziening en het recht om zelf te beslissen over het eigen lichaam.

Moraal en religie

De uitspraak dat zonder God geen moraal mogelijk zou kunnen zijn is één van de meest beledigende die gelovigen kunnen doen. Ze zeggen daarmee eigenlijk dat alle atheïsten fundamenteel immoreel zijn. Deze uitspraak, die af en toe met name in gelovige kringen rond-echoot, was aanleiding voor deze serie.

Want natuurlijk is dat mogelijk.

Ten eerste is er ons instinct waarmee wij een zekere moraliteit overerven. Dit was in reacties op eerdere delen in deze serie natuurlijk al genoemd, en inderdaad: naast al die kwalijke eigenschappen die we met ons meedragen hebben we als mens ook de overgeërfde behoefte om te zorgen. Cynici die dit altruïstische element uit de mens weg willen redeneren door het te herleiden tot egoïstische motieven hebben het daarmee nog nooit van de aarde kunnen verwijderen: het is er.

Ten tweede heb ik hier door middel van deze kleine reis door de westerse filosofie hopelijk kunnen demonstreren dat het wel degelijk mogelijk is om zonder de kunstgreep van een Opperwezen een moraal te funderen.

En een moraal die gefundeerd is op een zeker relativisme is naar mijn mening juist oprechter en krachtiger dan een moraal die afhankelijk is van de grillen van een Opperwezen. Een relativistische moraal wordt immers niet ingegeven uit angst voor straf, het is geen star stelsel van geboden waar de mens maar blind aan moet gehoorzamen en zich wellicht zelfs dient te offeren, en zij is niet ondergeschikt aan de willekeur van een macht die bepaalt wat een kracht van boven ons voorschrijft. Het is bovendien geen dicterende, maar een zoekende moraal.

Onze tijd

Ondertussen leven wij in een tijd waarin de moraal voor westerlingen niet meer beheerst wordt door een kerk. Natuurlijk spelen allerlei kerken en politieke stromingen een rol in het moreel debat, maar er is niet één duidelijke stroming die de hoofdmoot bepaalt, en in onze samenleving hebben kerken ondanks discussies over de zondagssluiting en de weigerambtenaar duidelijk een stapje terug gedaan.

Sommige kerken menen daarom dat we in een immoreel tijdperk leven. Maar dat is grote onzin. We leven juist in een bloeiperiode van de moraal. Sinds een slordige halve eeuw kennen we immers iets totaal nieuws in de geschiedenis van de mensheid: de universele rechten van de mens. Een uniek project.

Critici zullen hier meteen tegenin brengen dat deze rechten niet universeel maar vooral westers zouden zijn, en dat niemand zich er in praktijk aan houdt (inclusief onze politiek als het op bijvoorbeeld asielzoekers aankomt). Dat alles mag dan waar zijn, het neemt nog niet weg dat het een standaard is die breed – en breder dan alleen in het westen – erkend wordt. De mensenrechten mogen dan niet absoluut en perfect zijn, en niet overal worden geaccepteerd laat staan nageleefd, zij zijn een stap op weg naar een gedeelde moraal zoals de mensheid die eerder nog niet heeft kunnen zetten.

En niet voor niets ontstonden deze rechten in een tijdperk van globalisering, in een tijd dat de Godsdienst bij de dominante volken een stapje terug deed.

God voor ongelovigen

De verhouding tussen waarheid en moraal is voor een relativist anders dan voor een absolutist. Voor een relativistisch mens is de moraal geen afgeleide van een abstracte hogere waarheid, maar er juist een voorwaarde voor. Hoe beter wij gaan communiceren, hoe dichter wij komen tot een algemene waarheid, één werkelijkheid, één visie.

Dit bereiken zullen wij nooit. Niet alleen zijn we daarvoor te dom, te kortzichtig en te slecht gedisciplineerd, we verschillen ook van elkaar, en daarom zullen onze gedachten niet letterlijk één kunnen worden. Maar dat neemt niet weg dat de gedeelde waarheid een doel blijft om naar te streven; hoe dichterbij hoe beter.

En misschien is dat wel dat abstracte beeld van de waarheid waar mensen altijd van droomden, de liefde die ze bezongen, de hogere macht waar ze naar reik­ten – kortom, die abstracte absolute waarheid die in vroeger tijden werd bezongen als God.

De volgende week betoogt Klokwerk dat joden, christenen en moslims hun eigen heilige boeken niet begrijpen en sluit hij af met een betoogje over onsterfelijkheid.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Een Snelstoomcursus Geld Verdienen

Deel dit:

COLUMN – In deze aflevering van Politiek Kwartier verbaast Klokwerk zich over het huidige beleid voor studenten, dat haaks staat op de eisen van de maatschappij van de toekomst.

Ja hoor, ook tijdens dit kabinet moeten studenten het weer ontgelden. What’s new? Bezuinigen op hoger onderwijs is een hobby geweest van alle kabinetten sinds Lubbers-III. Sinds de jaren ’80 is het collegegeld vertienvoudigd en de hoogte van de basisbeurs teruggegaan van de bijstandsnorm naar nog maar een derde daarvan.

Maar het kan nog minder. Dit kabinet zet in op een zogeheten sociaal leenstelsel. Alles terugbetalen dus. Want ‘wie een hbo- of wo-bachelor op zak heeft, verdient gemiddeld anderhalf tot twee keer meer dan een afgestudeerde met een mbo-diploma,’ aldus minister Jet Bussemaker.

Het probleem van die redenering zit hem hier natuurlijk in het woordje “gemiddeld”. Juist universitaire functies worden laag betaald. Als iemand als briljant antropoloog nuttig veldonderzoek gaat doen, verdient hij of zij zeker de eerste jaren maar een fractie van laten we zeggen een bankdirecteur met een HBO-diploma.

Daarbij wordt dat sociale leenstelsel door de verschillende terugbetaalregelingen en uitzonderingen natuurlijk weer de zoveelste administratieve draak. En verder lijkt leven-op-de-pof me voor jonge mensen nu juist niet zo een heel goede levensles in post-crisis-Nederland.

Waarom niet simpel? Als verdienen het argument is om mensen te laten betalen voor opleidingen, laat ze dan gewoon betalen via de belastingen, en niet via een leenstelsel. Dat is veel goedkoper in de uitvoering en maakt de drempel om te studeren ook nog eens lager, wat me wel zo handig en eerlijk lijkt.

Maar goed, het idiote idee van dat leenstelsel is nog tot daar aan toe. Wat nog veel erger is, is de haast waarmee studenten moeten studeren. Nu is het al zo dat er nog maar maximaal vier jaar gefinancierd wordt. En wie zijn studie binnen tien jaar niet afrondt, betaalt al het geld sowieso terug. Verder kan niemand na zijn dertigste meer studiefinanciering aanvragen, en veel opleidingen sluiten de deuren voor iedereen die zijn zevenentwintigste gepasseerd is.

Dit is met het oog op dat we steeds langer moeten werken in een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt natuurlijk van de gekken. Niemand kan vijftig jaar doorvaren op dezelfde kennis. Dat hele model van eerst leren, dan werken en daarna met pensioen in strikt gescheiden perioden lijkt me volkomen achterhaald.

Hoe dan ook blijft de politiek op die trom slaan. Nu wordt dan ook nog de jacht geopend op studenten die vroeg van opleiding willen switchen. Betere voorlichting moet daarbij helpen.

Vergeet het maar. Mensen lopen tot hun 25e nog rond met een puberbrein. Daarom alleen al is het niet zo gek dat jonge mensen verkeerde keuzes maken, en dat zal onder druk echt niet minder zijn. Bovendien, laat ze een paar keer verkeerd kiezen: daar leren ze van… en dat was tenslotte de bedoeling.

En als we echt willen dat mensen bewuster kiezen, laten we het dan juist stimuleren om studierechten later of gespreid op te nemen. Stimuleer het om te gaan studeren na een paar jaartjes werken of reizen, en maak studeren aantrekkelijker voor parttimers.

Zulk soort maatregelen zouden passen bij “een leven lang leren”, en lijken me daarmee een stuk beter aan te sluiten op de maatschappij van morgen dan een snelstoomcursus geld verdienen voor pubers.

Misschien levert het zelfs nog verstandigere bewindslieden op ook.


Deel dit:

Moraal zonder religie V – Zoeken naar waarheid in het relativisme

Deel dit:

ANALYSE – In deze zevendelige serie probeert Klokwerk er vrij filosoferend achter te komen of er iets mogelijk is als een moraal zonder religie. In het vorige deel zagen we dat met het begrip “God” ieder ijkpunt, en dus ook ieder moreel ijkpunt, is verdwenen. Er is geen universele waarheid: wat kunnen we dan nog?

Als er geen absolute waarheid is, bestaat er dan helemaal niet meer zoiets als waarheid? Bestaat er dan geen gelijk?

Er zijn veel mensen die relativisme zien als het einde van alle waarden en een vrijbrief voor alles. Deze zijn zowel in het relativistische kamp als onder hun vijanden te vinden. Deze mensen menen dat door het relativisme niets meer heilig zou zijn. Zij noemen het immoreel en richtingloos. Vervolgens hijsen ze haastig één of ander gouden kalf op het voetstuk waar eens God op stond.

Moderne afgoden

In antwoord op het cultuurrelativisme roepen sommigen bijvoorbeeld hun eigen cultuur of natie tot superieur uit, om toch nog iets van een ijkpunt te hebben. Ik zal het over dat vluchtgedrag maar niet al te lang hebben, en volstaan met de opmerking dat deze kritiek natuurlijk iedere fundamentele onderbouwing mist. Zij is immers puur politiek, en niet filosofisch ingegeven. Het kan dus voor ons probleem geen antwoord zijn, ook al zouden we dat nog zo graag willen.

Andere mensen geloven weer dat de wetenschap de functie van God over heeft genomen en ons de absolute waarheid kan tonen. Hiermee geven deze mensen aan dat zij de wetenschap niet begrijpen. Niet alleen is de wetenschap zoals ik eerder al schreef waardevrij, en dus vrij van een moraal, zij is inmiddels ook waarheidsvrij. Als er één discipline is waarin men tegenwoordig beseft dat de werkelijkheid slechts een kwestie is van een hypothese die morgen weer om kan vallen en vervangen kan worden door een compleet andere, dan is dat juist de moderne wetenschap wel. Dat is ook haar kracht. De wetenschap ontleent haar waardigheid niet aan zekerheden, maar aan twijfel, en werkt niet met waarheden, maar met modellen.

Twee alternatieven die niet werken dus. Tsja, dan lijken er voor velen nog maar twee opties over. Ofwel zich verdrinken in een fataal relativisme met het bijbehorende nihilisme, dan wel te vluchten in een filosofisch egocentrisme, de intellectuele equivalent van oppervlakkig hedonisme.

Precies dat waar die religieuzen die meenden dat moraal zonder religie niet mogelijk is ons voor hebben gewaarschuwd dus.

Een andere uitweg

Gelukkig is er een andere uitweg, en is het ook in een relativistische wereld mogelijk een oordeel te vellen. Alleen de ondergrond van dat oordeel verschilt van die van het oordeel op basis van een absolute waarheid.

Wanneer noemen we iemand “gek”? Mensen zouden zeggen: wanneer iemand in een waan leeft, als hij de waarheid niet kent. Maar we hadden net gevonden dat die waarheid niet bestaat. Bestaan er daarmee ook geen gekken meer? Dat is natuurlijk onzin. Ook in een wereld zonder absolute waarheid zijn er gekken. Alleen het criterium is wat veranderd. Mensen noemen iemand “gek” als hij de capaciteiten mist om zich verstaanbaar te maken. De kern van het probleem van de gek is dus niet dat hij dingen anders ziet dan ze zijn, zijn probleem is dat zijn werkelijkheid de onze niet is.

De waarheid is daarmee nog steeds niet absoluut. Maar ze is er nog wel, als iets tussen de mensen in ligt. Er is dus geen absolute, maar een sociale waarheid.

De consequenties

In de vorige aflevering van deze serie zagen we al dat de waarheid niet los van de mens kan bestaan. Nu weten we dus dat de waarheid ook niet in onszelf kan liggen. De waarheid is immers geen ding meer van ons alleen, maar een consensus. Daarmee is de waarheid niet zozeer slechts een product van onze ervaring geworden, wat we vorige week nog konden denken, maar iets dat afhankelijk is van onze taal en onze interactie.

En deze component blijkt telkens groter dan wij denken. Uit de sociale psychologie blijkt keer op keer weer hoezeer onze ervaring van de werkelijkheid wordt beïnvloed door sociale druk en de begrippenschema’s die we hanteren, begrippenschema’s die worden vormgegeven door de taal die we spreken. Daarmee scheppen we de werkelijkheid, die gedeeld is.

Zwart gat

Tot zover deze week. Voor wie graag wat achtergrond wil weten: grofweg heb ik hier in dit stuk enkele gedachten van het postmoderne denken uiteen gezet. Heeft u het allemaal kunnen volgen? Dan moet ik u en mezelf feliciteren. Postmoderne filosofie wordt niet als erg makkelijk beschouwd. En erg lonend lijken deze inzichten voor de mensen die snel moedeloos worden nog steeds niet. Velen die hier komen hebben nog steeds eerder het idee in een diep zwart gat van onzekerheden te vallen in plaats van een helverlichte ruimte van wijsheid te betreden.

Toch is er naar Klokwerks overtuiging juist vanaf hier wel degelijk veel houvast te vinden voor een moraal. Hoe, daar komen we de volgende keer op.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Bezigheidstherapie

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk zich midden in crisistijd durft af te vragen of we niet beter af zouden zijn als we minder gingen werken.

Grote projecten lopen altijd uit de hand. Altijd kosten ze meer dan vooraf werd verteld, en altijd leveren ze minder op. Dat is eigenlijk de standaard in de bouw en in de ICT-wereld.

Een instantie die een groot ICT-bedrijf inhuurt, mag vooraf maar beter goed bedenken wat het wil en wat de middelen mogen zijn. Aan de kennis daarvan ontbreekt het helaas nogal eens. Dit soort bedrijven zijn dan ook groot geworden doordat babyboomers aan de top zich graag door een jonge ICT-knul naar een financiële bloedarmoede lieten adviseren. Een vage opdrachtomschrijving was voor deze knullen een vette vis.

Nu zitten we echter in zwaar weer en wordt overal de broekriem aangehaald. En waar worden de grootste klappen gevoeld? Juist. Bij bouw- en ICT-projecten.

Wat te doen? Capgemini kijkt eens naar zijn eigen organisatie en concludeert dat de jonge knullen van toen inmiddels al aardig op leeftijd gekomen en dat hun salaris met hun leeftijd is meegegroeid. Het stelt dus voor om de salarissen aan de top af te romen, om met dezelfde hoeveelheid mensen door te kunnen gaan.

Gejuich van zowel rechts als links! Van de rechterkant door werkgevers die een broertje dood hebben aan alles wat ruikt naar loonafspraken, en links waar men solidariteit verwart met jaloezie naar hoge inkomens en geneigd is bedrijven niet zozeer te zien als een onderneming die een product aflevert maar als een werkgelegenheidsproject.

Natuurlijk, er valt wat voor te zeggen de rare gewoonte aan te pakken om werknemers naarmate ze langer zitten meer te gaan betalen. Die discussie is inmiddels overal losgebarsten. Maar er is een andere vraag die door deze kwestie bij mij boven komt:

Willen we eigenlijk wel een maatschappij waarin we mensen lager gaan betalen als er niet genoeg vraag meer is naar wat ze maken, alleen maar om ze aan het werk te houden? Zien we het bedrijfsleven als bezigheidstherapie?

Laten we ons ook eens afvragen of we nu werkelijk nog terug moeten verlangen naar de grote bouw- en ICT projecten, waarin we kantoorgebouwen bleven bouwen terwijl de helft leeg stond en de andere helft gevuld werd met ICT-ers die met name elkaar bezig hielden?

Of moeten we eigenlijk stiekem blij zijn dat bedrijven ontdekken dat ze in plaats van met een nieuwe applicatie ook af kunnen met wat excelsheets, en in plaats van een nieuwe locatie ook af kunnen met een nieuw verfje op de muren?

Zeker, dit soort zuinigheid levert werkloosheid op. Maar dat kan op twee manieren gecompenseerd worden. Ofwel de mensen met hoge lonen gaan betalen voor de uitkeringen van anderen. Of iedereen gaat minder werken en krijgt daardoor wat minder geld, maar in ruil daarvoor weer meer vrije tijd – wat weer leuk is voor de kinderen en goed voor de gezondheid.

De derde optie, iedereen minder betalen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden, lijkt mij gelijk staan aan het koste wat kost willen volharden in inefficiëntie.


Deel dit:

Moraal zonder religie IV – God is dood

Deel dit:

ANALYSE – In deze zevendelige serie op zondagochtend probeert Klokwerk erachter te komen of er een moraal mogelijk is zonder religie. In het vorige deel werd hopelijk duidelijk dat de wetenschap ons in deze zoektocht helaas niet kan helpen, terwijl de moderne westerse verlichtingsfilosofen ook grote moeilijkheden blijken te hebben met het formuleren van een moraalleer. In dit deel verleggen we de aandacht naar de filosoof Nietzsche, die beroemd is geworden met zijn verklaring dat God dood zou zijn.

De meeste mensen kennen Nietzsche als de filosoof die God dood verklaarde. Sommigen kennen ook zijn uitspraak dat de wereld de wil tot macht is. Maar wie hem ziet als een atheïst wiens filosofie makkelijk te gebruiken is door onderdrukkers begrijpt hem verkeerd.

Met de uitspraak ‘God is dood’ wil Nietzsche ons niet alleen leren dat er geen God bestaat zoals in het Christendom. In het Christelijke westen heeft de Godsdienst altijd gefunctioneerd als ijkpunt voor een absolute objectieve waarheid. Met de uitspraak dat God dood is, stelt Nietzsche dat we in de toekomst moeten leren leven met het besef dat er geen absolute objectieve waarheid kan bestaan.

Wat is waarheid?

Ooit liepen we als beesten over deze aarde, niet of slechts minimaal communicerend. Toen moet het begrip “waarheid” nog onbekend zijn geweest, juist omdat wij nog niet zoiets als een onwaarheid kenden.

Toen mensen begonnen te communiceren moeten ze elkaar vaak vol ver­wondering hebben aangekeken, omdat ze erachter kwamen dat hun waarheden niet altijd met elkaar bleken te rijmen. Op dat moment zijn natuurlijk woorden als “leugen” en “onwaarheid” ontstaan. En wanneer wij geconfronteerd worden met verschillende beelden van de werkelijkheid is het natuurlijk gemakkelijk ook een waarheid aan te nemen.

Maar wat is die waarheid? De westerse filosofie is daar sinds Plato, dus al 2400 jaar, naar op zoek. Maar waarom zou er eigenlijk zo een waarheid bestaan? Dat is helemaal niet zeker. En als er al een onafhankelijke en objectieve waarheid zou zijn, dan nog kunnen we die enkel via onze ervaring kennen. Tussen ons en de waarheid zit dus altijd en eeuwig onze eigen ervaring als mogelijke bedrieger. Het kan dus allemaal niet echt waar zijn wat we weten.

Nietzsche’s wereld

Nietzsche ziet de echte achterliggende werkelijkheid als een volslagen zinloos en redeloos gebeuren. Er bestaat in werkelijkheid geen orde, geen regelmaat, geen structuur.

De werkelijkheid is daarmee per definitie onbegrijpelijk, en gevaarlijk bovendien. Er zijn daarom dus ook geen zekerheden mogelijk, en is er ook geen absolute waarheid.

Toch willen we overleven. En dat kunnen we slechts door de werkelijkheid te interpreteren. Dat doen we met de rede. Maar omdat de werkelijkheid fundamenteel onredelijk is, doen we haar daarmee al geweld aan. Alle kennis is dus niet alleen subjectief in de zin dat het afhangt van onze beperkte blik, maar ook in de zin dat het gevormd is door ons eigenbelang.

Nietzsche en sociaal Darwinisme

Het relativisme in de filosofie was al voor Nietzsche heruitgevonden. Maar Nietzsche is dé filosoof die hier de uiterste consequenties aan wilde verbinden, en dan niet alleen op het gebied van de kennisleer, maar vooral de consequenties daarvan voor de moraal.

De evolutieleer, die in Nietzsche zijn tijd gloednieuw was, heeft een diepe invloed op zijn gedachten gehad. Hij gebruikte hem voor het beschrijven van de ontstaansgeschiedenis van de moraal. Nietzsche verklaarde de moraal als gedefinieerd door de heersende groep in de samenleving. Het sterkste bepaalt dus wat goed is. Sterker nog, het bepaalt zelfs wat waar is.

Nietszsche is met deze visie een berucht filosoof, en werd en wordt daarmee door veel mensen geïnterpreteerd als een legitimatie voor sociaal Darwinisme en zelfs fascisme. Onterecht. Wie Nietzsche echt leert kennen begrijpt dat zijn moraal absoluut geen verheerlijking is van onderdrukking. Nietzsche zijn filosofie is een zoektocht naar de betekenis van moraal, en de mogelijkheden daarvan na het verdwijnen van elke zekerheid. Hoe kan een mens leren omgaan met de vrijheid die het wegvallen van elke zekerheid geeft?

Het grootste misverstand omtrent Nietzsche treedt op waar mensen zijn moraalgeschiedenis gaan opvatten als een moraalleer. Met name wanneer zij zichzelf dan ook nog eens de rol van “de sterkste” toekennen, zoals de nazi’s dat deden. Deze interpretatie gaat volledig voorbij aan de fundamentele twijfel waar het Nietzsche juist om te doen is. Nietzsche twijfelt aan alles, en zeker aan zichzelf. Niet alleen ziet hij de wereld als een strijdtoneel van continu veranderende krachten, ook het individu is geen eenheid maar een strijdtoneel. Dramatisch als hij is heeft hij dan ook één advies dat vaak in zijn werk doorklinkt: ga aan jezelf ten gronde.

Sociaal Darwinisme

Maar los van Nietzsche, is het sociaal Darwinisme niet geschikt als basis voor een moraal? Het antwoord is nee. Het Darwinisme is zeer nuttig voor de beschrijving van de geschiedenis van de moraal, maar voor de ontwerp van een moraal is het ongeschikt. Wat uiteindelijk zal overwinnen valt namelijk niet altijd te voorspellen. Dit hangt soms af van fysieke factoren, soms van intellectuele kracht, maar net zo vaak van geluk of pech. Darwinisten zeggen dat het afhangt van aanpassing. Maar wanneer is iets aangepast? Er is geen maatstaf te geven.

Daarom kan het Darwinisme altijd pas achteraf zeggen wat nu de moraal van het verhaal was. Het idee van een moraal is echter juist dat het een maatstaf is om van te voren te kunnen bepalen wat goed en slecht is. Omdat de evolutietheorie alleen verklaringen achteraf geeft, kunnen we er dus geen moraal mee ontwerpen.

Een religieus mens

Terug naar Nietzsche. Het zal velen verbazen, maar uitgerekend Nietzsche, die zichzelf spottend de antichrist noemde, noemt zichzelf in zijn geschriften een religieus mens.

Hij bedoelde dat echter niet in christelijke zin. Het aanbidden van een God noemt hij het zich afkeren van de wereld, verraad aan het leven.

Het religieuze gevoel van Nietzsche zit hem hierin dat hij religie zag als de zoektocht naar zichzelf en zijn eigen positie in de wereld. En voor Nietzsche was daarbij één ding heilig, en dat was het bestaan zelf. Tegen dat hele gebeuren kan men maar één ding zeggen. “Ja.” Het alternatief is niet-existeren.

In het volgende deel van ‘Moraal zonder religie’ beargumenteert Klokwerk dat er juist meer moreel houvast te vinden is in een wereld zonder absolute waarheid dan in een wereld met.


Deel dit:

Politiek Kwartier – Rutte op Rozen

Deel dit:

COLUMN – Waarin Klokwerk in het koffiedik van 2013 kijkt en de voorspelling aandurft dat dit kabinet nog wel even zal blijven zitten.

Dat 2013 een roerig politiek jaar zal worden lijkt wel vast te staan. Voor het kabinet gaat het nu pas echt beginnen. Op de agenda staan bijzonder forse maatregelen: voor de huizenmarkt, in de sociale zekerheid en in de zorg. Ondertussen is het regeerakkoord over de inhoud en uitvoering van die maatregelen nog uiterst vaag. Bovendien hebben we al gezien dat zelfs die vage voornemens niet in beton gegoten zijn. Drie zaken die garant lijken te staan voor heel wat politiek geweld.

Ondertussen roepen vele boze tongen dat zo’n coalitie niet stabiel kan zijn. En een mooie start had dit kabinet dan ook niet. PvdA en VVD kelderen in de peilingen, en met name Rutte heeft zich in een lastige positie gemanoeuvreerd. Voor de verkiezingen heeft hij de zelfverklaarde hardwerkende Nederlander immers duizend euro belastingverlaging beloofd. Dat doet het natuurlijk leuk tot het stembusmoment. Maar eens komt het moment van de waarheid. Zelfs met de VVD aan het roer.

Dit heeft de mooiweerpartij inmiddels gemerkt. Met het vrijkomen van het regeerakkoord werd rechts Nederland ernstig verstoord tijdens het vingerlikken. Het was een harde schok te beseffen dat de rekening van de crisis niet enkel naar de onderkant van de samenleving kan gaan.

De PvdA-bestuurders lijken daarentegen een handigere strategie te kiezen dan hun collega’s. Ze hebben zich inmiddels gespecialiseerd in het vooral-niets-toezeggen. Zei Samsom voor de verkiezingen al keer op keer dat hij uiteindelijk niets kon beloven, momenteel schreeuwt Asscher van de daken dat we er vooral op moeten rekenen dat hij in de toekomst nogal tegen zal vallen. En ondertussen doet zijn collega Van Rijn er nog een schepje bovenop door alvast de demonstraties die tegen hem georganiseerd zullen worden te voorspellen.

Slim, want daarmee is de kans dat ze werkelijk teleur stellen natuurlijk weer een stuk kleiner. De PvdA kan zo feitelijk alleen maar winnen, de VVD alleen verliezen. Theoretisch gezien dan. Want het is nog maar zeer de vraag of deze strategie bestand is tegen de klap die de uiteindelijke resultaten zullen geven.

Spannend dus. Van zoveel onzekerheid worden veel mensen zenuwachtig. Mij lijkt het echter een zegen voor de democratie dat er een kabinet zit dat niet alles heeft dichtgetikt in een regeerakkoord, maar punt voor punt draagvlak gaat zoeken in de samenleving.

En daarbij zie ik dit kabinet het jaar wel overleven. Ome Maurice de Wafwaf mag dan iedere week wel een nieuwe virtuele verkiezingswinnaar aanwijzen, de algemene boodschap is eigenlijk vrij saai. Het politieke landschap ziet er na de verkiezingen namelijk gewoon weer zo uit als een aantal maanden daarvoor. Een stuk of vijf partijen die om de twintig zetels hangen en om beurten een zeteltje winnen of verliezen.

De PvdA en de VVD zullen daarmee waarschijnlijk beter dan de critici begrijpen dat hun winst behoorlijk incidenteel was, en de kans vrij klein is dat ze de volgende ronde weer zullen winnen door in de laatste weken weer met tien tot twintig zetels te stijgen. Ondertussen hebben ze toch maar rond de veertig zetels elk, een kabinet, en een tot op het bot verdeelde oppositie waarin het goed winkelen is. En wanneer krijg je opnieuw de kans om een coalitie te vormen met maar één partij, waartegen je je ook nog prachtig af kan zetten? Niet zo snel meer.

Alleen maar goede redenen dus voor beide partijen om het kabinet vooral nog maar even te laten zitten. De volle vier jaar het liefst. Rutte zit op rozen.


Deel dit:

Moraal zonder religie III – over wetenschappers en filosofen

Deel dit:

In deze zevendelige serie op zondagochtend probeert Klokwerk erachter te komen of er zoiets mogelijk is als een moraal zonder religie. In dit derde deel stelt hij de vraag wat nu eigenlijk de functie is van religie, en vergelijkt hij dit met de wetenschap en de filosofie.

In het vorige deel bepleitte ik dat we God naast als mythologisch wezen ook zouden kunnen beschouwen als een personificatie van de vraag naar de zin van het leven; de vraag naar waarom de verschijnselen zijn zoals ze zijn, hoe wij ons tot deze wereld verhouden, en hoe wij ons daar het naar zouden kunnen verhouden.

Deze vraag naar de waarde en daarmee de zin van dit leven is volgens mij de belangrijkste vraag die een mens zich kan stellen. Want het antwoord op deze vragen bepaalt immers hoe we willen leven. Het lijkt me daarom niet onnuttig ons met deze vraag bezig te houden.

Natuurlijk zijn er veel mensen die deze vragen ontwijken. Maar wie niet durft te zoeken naar de zin van alles en de betekenis van goed en kwaad is of gedoemd tot blinde slaafsheid aan een opgelegde moraal, of tot richtingloosheid. Het eerste kan ertoe leiden dat iemand wordt ingezet voor zaken die hij in het diepst van zijn hart verfoeit, en dus tot ongeluk. Het laatste leidt tot zaken als materialisme, egocentrisme, een leven vol onvrede, depressie en angst voor de dood. Kortom, een leeg leven. Geen prettig vooruitzicht.

Religie en wetenschap

Maar, zullen sommigen nu denken, kunnen we die religieuze vragen in onze moderne tijd dan niet veel beter wetenschappelijk onderzoeken en beantwoorden? Ja en nee. Onderzoeken kunnen we ze natuurlijk wel, beantwoorden niet. De wetenschap, die sommigen in plaats van religie heilig verklaard hebben, kan deze vragen namelijk niet beantwoorden, aangezien wetenschap en moraal over verschillende zaken gaan.

Wat de wetenschap doet is waarnemen via metingen, om vervolgens die metingen ordenen, en door die ordening verschijnselen proberen te voorspellen.

Daarmee is de wetenschap een zogenaamd onpartijdige bezigheid. En deze koude