Populisme salonfähig geworden

Deel dit:

Wie gelooft dat het populisme afgelopen verkiezingen een gevoelige slag heeft gekregen heeft het behoorlijk mis. De verkiezingsuitslag vertoont een Nederland dat hopeloos verdeeld is tussen rechts populisme en centrum-links realisme.

“Het midden heeft gewonnen!” Juichen de kranten. Met name de internationale pers stelt dat in Nederland de common sense weer een beetje lijkt te zijn teruggekeerd na twee jaar populisme en onzinpolitiek.

Arend Jan Boekesteijn gaat nog verder. Hij concludeert afgelopen donderdag in “1 voor de Verkiezingen” dat de gedoogconstructie “gewerkt” heeft in het bestrijden van het populisme. Een slechtere analyse van wat gebeurd is, bestaat niet. De PVV is namelijk niet gekrompen tijdens de kabinetsperiode. Dat gebeurde pas toen het CDA ze uitsloot en het duidelijk werd dat de PVV nooit in een volgende regering zou komen. Een cordon sanitaire; het woord is taboe in Nederland. Maar het is wel de beste manier om populisten aan te pakken, zo blijkt maar weer.

Daarnaast is het populisme absoluut niet dood. Bas Heijne geeft in het NRC blijk van een iets beter begrip van de uitslag. Hij stelt terecht dat het midden niet gewonnen heeft, maar ten onder gegaan is in polarisatie. Resultaat is dat met twee winnende “middenpartijen” coalitievorming alles behalve een makkelijke taak zal zijn. En daarbij is Heijne er bang voor dat waar deze zogenaamde middenjongens water bij de wijn zullen doen, ze een weerloos slachtoffer zullen worden voor populisten op links en rechts.

Populisme

Voor wat de VVD betreft heeft Heijne naar mijn idee groot gelijk. De VVD heeft inmiddels een heel groot deel van de populistische PVV-standpunten overgenomen. Daarbij legde Mark Rutte in de debatten een bijna even groot gevoel voor drama en een bijna even klein gevoel voor realisme aan de dag als de blonde leider. Met inhoudloze slogans, loze beloftes voor lastenverlaging midden in crisistijd en zijn telkens gebroken belofte geen cent meer over te maken naar Griekenland komt hij dicht bij de definitie.

Niet overtuigd? Ach, u wilt toch niet werkelijk zeggen dat u werkelijk gelooft dat er wars van iedere waarschuwing van financiële experts nooit iets zal veranderen aan uw hypotheekrenteaftrek? En wie iets meer weet van criminologie zal u daarbij kunnen vertellen dat strenger straffen alleen maar duur is en de veiligheid niet bevordert.

Populisme is het naar de onderbuik praten van het volk en het een te simpele voorstelling van zaken geven. Pleiten voor makkelijke oplossingen waarvan een expert zou zeggen dat deze niet werkt, maar die natuurlijk wel lekker klinken.

Even los van het VVD programma zelf mag ik toch wel zeggen dat het redelijk objectief vast te stellen is dat Rutte dankbaar gebruik heeft gemaakt van het populisme.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die beschamende waarom-zou-je-nog-werken spot op televisie. Ook tijdens debatten probeerde Mark Rutte politieagenten jaloers te maken op alleenstaande bijstandsmoeders. Om dan nog maar te zwijgen over de suggestie dat Diederik Samsom hier het communisme zou gaan herintroduceren.

Realisme

Over Diederik Samsom gesproken: nu naar de andere kant. Is zoals Bas Heijne suggereert op links hetzelfde gebeurd? Heeft ook de PvdA de radicalere punten van de SP overgenomen en is de partij getrokken naar het links populisme?

Een oppervlakkige analyse zegt ons van ja. Het lijkt erop dat veel mensen op de PvdA hebben gestemd voornamelijk om de VVD tegen te houden en het is zo dat Samsom van het begin af aan meer de nadruk heeft gelegd op de linkse ideologie.

Maar het verhaal aan de linkerkant verschilt op twee belangrijke punten van het VVD-verhaal.

Ten eerste was en is de SP nu eenmaal veel minder radicaal en minder populistisch dan Wilders. Ondanks een over-my-dead-body hier en daar is dat goed te zien aan de standpunten van beide partijen aangaande de EU. Maar ook op andere punten is de SP veel minder radicaal dan de PVV.

Ten tweede, en dat is veel belangrijker, heeft Samsom het niet van Roemer gewonnen doordat Roemer uitgesloten werd door mogelijke coalitiepartners, zoals Wilders gebeurde, maar heeft de PvdA leider zijn positie bereikt door zelf duidelijk een middenpositie te kiezen in de debatten, en te kiezen voor het geluid van het redelijke realisme. Het hele verhaal. Het eerlijke verhaal. Die boodschap.

Ja, maar zijn dat dan geen populistische slogans? Zeker, ook de PvdA maakte gebruik van soundbites en debattrucjes. Samsom was goed getraind en wist daarbij gebruik te maken van zijn charisma. Maar zijn verhaal was gebouwd rond de boodschap dat Samsom ging voor de eerlijke feiten en weigerde om loze beloften te doen. En dat is een wezenlijk verschil.

Tegenover de populist staat de idealist. Hij praat het volk niet naar de onderbuik en is ook niet bang de harde realiteit te benoemen en de kiezer te wijzen op problemen die (nog) niet de zijne zijn. De idealist zoekt de oplossing voor problemen niet bij de hardste schreeuwer, maar bij degene die de meeste kennis bezit. De idealist probeert deze oplossing vervolgens aan het volk te verkopen, door kennis te verspreiden en de kiezer mee te nemen in zijn verhaal. Ook waar dat verhaal moeilijk of onaantrekkelijk is.

Even los van of Samsom inderdaad een eerlijk verhaal neerzette of niet: zijn boodschap was wezenlijk anders dan de geef-de-problemen-een-schop-onder-de-kont-retoriek van de VVD. En daarin is Samsom eerder het tegengestelde van een populist.

De kiezer heeft met een stem op Samsom misschien een stem tegen Rutte willen uitbrengen, maar bovenal was een stem op Samsom een stem tegen het populisme, en voor de redelijkheid.

Helaas kan niet iedere kiezer deze redelijkheid waarderen.

Waarom populisme werkt

Waarom geloven mensen eigenlijk in die leuzen van de VVD? Omdat het verdomd aantrekkelijk is om te geloven dat er makkelijke oplossingen zijn voor moeilijke problemen. De volger van de populist is dol op sprookjes, en dat het uiteindelijk maar sprookjes zijn kan hem niet zoveel schelen.

Los daarvan, volgens mij geloven veel VVD-stemmers Rutte in werkelijkheid ook maar half. De reden dat ze op hem stemden was een andere. Crisis op de arbeidsmarkt, crisis op de huizenmarkt, crisis in de Europese Unie en een milieucrisis: de meeste Nederlanders voelen het persoonlijk niet. Nóg niet in ieder geval. Achter die stoere taal van de VVD zit één belangrijk sentiment: ik ben gezond, ik heb werk, ik heb het financieel op orde en ik heb geen zin om me druk te maken over Europa, de wereld, het milieu, de toekomst of het wel en wee van anderen… dus fuck you. Zeker: de Islam, de EU, de luie uitkeringstrekkers, de socialisten… de populist zoekt altijd een vijand. Maar uiterlijk is de volger van populisten dan wel bang voor boemannen, innerlijk is hij eerder bang voor de realiteit.

Daarom tillen de aanhangers van een populistische partij niet te zwaar aan gebroken verkiezingsbeloften. Waar Bas Heijne bang is dat Wilders weer op zal komen als de VVD gaat tegenvallen, betwijfel ik dan ook of dat gebeurt.

Bij Wilders dachten velen met Boekestijn dat Wilders verantwoordelijk maken en hem zo door de mand laten vallen het beste tegengif zou zijn tegen zijn opkomende partij. Maar dat bleek zoals gezegd niet te werken. Tegenvallende resultaten vormen geen reden om een populist in de steek te laten. Het gaat de kiezer immers niet om de resultaten, maar om de illusie. Daarbij kan de populist natuurlijk altijd de anderen de schuld geven van zijn falen. Dan zijn het de Polen, de Grieken, de luie uitkeringstrekkers of de linkse partijen die het gedaan hebben. Zelfs het feit dat er meer straatterroristen in zijn fractie rondlopen dan in een gemiddelde Nederlandse zijstraat wordt de populist vergeven.

Hoe het populisme dan wel te bestrijden? Wel, Wilders zakte weg in de peilingen toen mensen zagen dat hij door de redelijke meerderheid niet meer serieus genomen werd. Ik denk daarom ook dat het tij pas keert als men stopt met populisten serieus te nemen.

Maar daar zijn we verder van weg dan ooit. Deze verkiezingsuitslag is niet het einde van het rechts-populisme. Integendeel. Het rechts-populisme is afgelopen woensdag officieel salonfähig geworden. We moeten het er maar mee doen.

Een schrale troost: uiteindelijk gaat het niet om de politiek, maar om de resultaten.


Deel dit:

Anti-Islam Helpt Turks Extremisme

Deel dit:

Wie denkt dat het grootste gevaar in Turkije de Islam is, die vergist zich behoorlijk. Nationalistische en separatistische bewegingen in Turkije zijn veel gevaarlijker dan de islam. Het zijn ook deze bewegingen die de afgelopen eeuw voor de meeste aanslagen en bloedbaden hebben gezorgd. Helaas speelt de zogenaamde “anti-islambeweging” deze groeperingen enorm in de kaart.

Zodra het over Turkije gaat worden we in Nederland allemaal een beetje zenuwachtig. Zo zenuwachtig dat het kabinet het laatste bezoek van de Turkse president Gül niet overleefd heeft. De kritiek van veel Nederlanders op Turkije is voorspelbaar. Turkije is een seculiere staat propvol Islamieten, zo redeneren ze, en het grootste gevaar van Turkije moet dan ook wel de radicale Islam zijn.

Dat klinkt aannemelijk, maar er klopt geen klap van. Ja, er zijn in Turkije veel extremistische elementen actief. Nee, daarvan is de radicale Islam zeker niet de belangrijkste. Als er één groot gevaar is voor een modern en vrij Turkije, dan is het wel het doorgeslagen Turkse nationalisme, dat uitgesproken anti-westers, anti-vrijheid en anti-democratisch is. Even een stukje geschiedenis ter verduidelijking. In de nadagen van het Ottomaanse rijk hadden de zogenaamde Jonge Turken in feite de macht in handen. We praten over de jaren tussen 1908 en 1923. De Jonge Turken was een beweging van Turkse generaals, onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk. De centrale filosofie van de Jonge Turken was dat heel Turkije Turks moest zijn. En daarin was geen plaats voor andere etnische groepen dan Turkse. In het verlengde van die gedachte heeft ook de Armeense ramp plaats gevonden.

Nadat Atatürk aan te macht is gekomen heeft hij de seculiere nationalistische agenda van de Jonge Turken voortgezet. Onder zijn bewind is niet alleen de Turkse scheiding van kerk en staat ingevoerd, ook is het Kemalisme verantwoordelijk voor de moeilijke positie van minderheden in Turkije tot op de dag van vandaag, alsmede het verbod op het geven van al te grote kritiek op de Turkse staat. Verder is het de reden dat het Turkse leger nog steeds een grote invloed heeft op de Turkse politiek. Dit alles hoort bij hetzelfde pakket van Atatürk.

Atatürk wordt niet alleen in Turkije aanbeden, ook in het Westen wordt hij veel geprezen. Op zich terecht: voor zijn tijd was hij zeker vooruitstrevend. Zijn Turks seculier nationalisme was geënt op de Europese politieke modellen van zijn tijd. Maar we praten hier wel over het interbellum, een tijd waarin in Europa natiestaten belangrijker waren dan nu. Wij in het westen hebben na de tweede wereldoorlog dat beklemmende nationalisme vaarwel gezegd, en vervangen door een meer verlichte filosofie, met als centrale uitgangspunt dat mensen binnen de grenzen van de wet vrij zijn. Dus ook vrij om hun eigen taal, cultuur en geloof te behouden. Dit recht op vrijheid beschermt ons niet alleen tegen de dwingelandij van gelovigen, maar ook tegen de dwingelandij van de staat. Dat is niet alleen leuker voor de mensen zelf, het leidt ook tot minder spanningen tussen de staat en groeperingen. Onze vrijheid is daarmee een peace-keeper die we moeten koesteren. Turkije is op dit punt echter stil blijven staan. Vandaar ook dat er in Turkije weinig vrijheden zijn voor minderheden en kritiek geven op de Turkse staat vaak riskant is.

Maar uiteraard levert harde actie ook in Turkije een tegenreactie op. Met name de Koerdische vrijheidsstrijders, de andere knuffeltjes van Europa, vormen inmiddels een terroristische beweging die vele aanslagen en slachtoffers op zijn naam heeft staan.

Zijn er dan geen Islamitische radicalen in Turkije? Natuurlijk zijn die er. En ook zij kunnen gevaarlijk zijn. In 1993 werd Turkije bijvoorbeeld opgeschrikt door een grote bomaanslag die door radicale Islamieten werd gepleegd. Die Islamitische radicalen vormen echter niet de kern van de AK partij, en zijn lang niet zo bedreigend voor de veiligheid als de terroristische cellen die zijn ontstaan uit vrijheidsbewegingen voor minderheden, zoals de PKK, die veel meer aanslagen op haar naam heeft staan. De radicale Islam in Turkije is kortom wel aanwezig, maar politiek is zij geen factor van belang.

Dat de AK partij een vrijzinnig liberale partij zou zijn, zal niemand mij horen beweren. De AK-partij zet zich weliswaar in voor meer vrijheden voor minderheden, cultuur en religie, maar zij is erop te betrappen dat zij die vrijheden liever geeft aan de Islam dan aan andere bewegingen. Het islamisme van de AK partij is er dus zeker, maar is op de schaal van godsdienstig radicalisme altijd nog beter te vergelijken met Jan-Peter Balkenende dan met Khomeini. Een veel groter probleem van de AK partij is dat ook zij besmet is met het Turkse nationalisme.

Dat neemt niet weg dat sinds de AK-partij aan de macht is, Turkije een stuk meer “Europees” is geworden. De positie van de mensenrechten is sterk verbeterd en de positie van het leger verzwakt. Dit heeft te maken met de wensen binnen de AK-partij om meer ruimte te gunnen aan religie enerzijds, en met de Europese Unie, die voor toetreding datzelfde eist voor religie en minderheden in het algemeen.

Helaas zijn de hervormingen ten goede in Turkije nog lang niet af, en recentelijk stil komen te staan, nu Turkije beseft dat ze niet welkom is bij de EU. Daardoor komt het nationalisme in Turkije weer op, ook binnen de AK partij. Turkije voert een steeds meer eigenzinnige koers. Buiten de AK partij verder maakt de oppositie, die is voor een hardere lijn tegen minderheden en tegen inperking van de macht van het leger, handig gebruik van de angst van mensen voor de Islam. Zij claimt dat de Islam vanzelf de macht over zal nemen wanneer mensen in Turkije meer vrijheden zullen krijgen, meer kritiek op de staat mogen uiten, en de rol van het leger teruggedrongen wordt. Zo wordt de macht van het leger gegarandeerd en wordt de introductie van de mensenrechten tegengehouden. Het seculiere nationalisme in Turkije dat veel mensen vanaf hier toejuichen is daarmee de grijze wolf in schaapskleren.

Ik vrees dat het te laat is deze tendens te keren. Turkije zal zich verder van Europa afkeren. Je hoort de Turken denken: het kan ook zonder Europa. En dat is zonde. Want Turkije heeft een economisch en militair zeer interessante positie. Het is het op één na machtigste land in de NAVO, en heeft als één van de weinige landen ter wereld de crisis doorstaan met een steeds groeiende economie.

Wat is het voordeel van een eenzelvig nationalistisch Turkije voor Europa? Die is er niet. Zelfs wanneer de radicale Islam in Turkije een politiek gevaar zou zijn, dan is dit gevaar groter wanneer Turkije alleen staat, dan wanneer het nauw gelieerd is aan Europa. Want mensenrechten en een groter politiek verband zijn betere garanties voor vrede en veiligheid dan onderdrukking.

De fout Turkije af te stoten en daarmee te vervreemden van de westerse waarden en politiek zal in de toekomst waarschijnlijk “historisch” genoemd worden. Met dank aan de Islamofobe domkoppen in binnen- en buitenland, die de vijanden van de democratie met graagte een steuntje in de rug geven.


Deel dit:

De Macht van Facebook

Deel dit:

Na een avondje facebooken wil ik af en toe nog wel eens gezellig ouderwets een half uurtje de televisie aanzetten. Op die manier kreeg ook ik lucht van het verjaardagsfeestje van Merthe.

Drie dagen lang tetterden het journaal en de actualiteitenrubrieken het op voorhand uit de hand gelopen feestje van Merthe rond. Ik op vrijdagavond natuurlijk met een borrelnootje achter de TV. Want die tweets, dat is toch een stuk minder dan de echte beelden.

… Maar wat verbazingwekkend dat men op die oude media meldde dat ze zo verrast werden door het feest en de rellen! Een bizarre gang van zaken: eerst drie dagen lang reclame maken voor een feest dat niet de bedoeling is, en dan vreemd staat te kijken als er duizenden opgeschoten reljongeren op af komen… om dan vervolgens te beweren dat dit kennelijk de vernietigende kracht van Facebook is. Gelukkig zijn er na twee dagen verstandsverbijstering al mede-columnisten die dit aanwijzen. Scheelt mij weer wat werk.

Toch kan ik er niet over uit hoe slecht mensen blijken te weten hoe sociale media werken. Zo schijnen verslaggevers van de “oude media” nog steeds te denken dat de oorzaak van alles “een vergeten vinkje” is.

Voor wie dat nog gelooft: De situatie vandaag de dag is als volgt. Iedere dag zijn professioneel betaalde mensen bezig te proberen trending topics te maken op Facebook en Twitter. Heel veel bedrijven, grote en kleine – waaronder overigens de eenmanszaak van ondergetekende – krijgen het gros van hun klanten namelijk via de social media. En van die social media is Linkedin voor velen inmiddels al lang de minst belangrijke geworden.

Waarom zijn er niet elke dag zulk soort Facebookhypes dan? Nou, omdat een trending topic maken iets heel anders is dan even “een vinkje vergeten”.

Om te beginnen moet je een vriendenkring hebben van mensen waarvan je weet dat ze graag jouw bericht doorsturen. Een bericht dat je zelf stuurt is namelijk niet zoveel waard. Je moet ervoor zorgen dat mensen niet van jou, maar via hun vrienden jouw link of uitnodiging krijgen. Dat werkt. Je moet dus een belangrijke massa hebben die je eerste boodschap verspreidt.

Dan heb je een goede start, maar dan ben je er nog lang niet. Voor een echte hype is vervolgens ondersteunend campagnemateriaal nodig, zoals websites en t-shirts. Die waren er in het geval van Merthe. Er werden commerciële feesten in de buurt georganiseerd, er werden extra flyers gemaakt, er werden t-shirts verkocht, en er was een partywebsite.

Maar ook al heb je een mooie start en een goed en fanatiek commercieel team, daarmee ben je er nog niet. Om een échte hype te creëren is het van groot belang dat je uiteindelijk de echte TV haalt.

Want TV mag dan wel ouderwets zijn, doordat iedereen tegelijkertijd naar hetzelfde scherm zit te kijken heb je wel in één klap een enorm bereik.

Bovendien doet het iets met mensen als ze op het journaal een zenuwachtige vader en burgervader zien lopen. Want waarom zou je als tiener naar een feest gaan dat niet bestaat? Er is geen enkele reden.

Je gaat pas naar een feest als je ouders je verbieden te gaan en als je weet dat het waar je heen gaat zwart ziet van de pers. Want dan is het niet zomaar een digitaal geintje meer. Dan is het echt.

Filmpje!


Deel dit:

Het Gelijk van Dibi

Deel dit:

De stemming is vandaag geopend, en er moet nu wel een klein wonder gebeuren wil hij het nog redden. Dibi. Onderzoek van Nieuwsuur eergisteren wees uit dat maar 11 procent van de Groenlinks leden op hem zullen stemmen. De race lijkt daarmee gelopen.

En toch is dat jammer, want ondanks alles wat er tegen Dibi te zeggen is, heeft hij met zijn kritiek op de koers van Groenlinks wél een beetje gelijk.

Groenlinks is een idealenpartij. Een partij die streeft naar een groene economie, een socialer Europa, en een arbeidsmarkt met gelijke kansen. Mooi natuurlijk, maar het probleem is dat de kiezer met Groenlinks niet meer zeker lijkt te weten of ze nog wel voor die idealen staat.

Groenlinks aanvallen is makkelijk tegenwoordig. De SP en de PvdA slagen erin om Groenlinks als asociaal weg te zetten omdat ze het ontslagrecht in wil ruilen voor een beter sociaal stelsel. De SP zet Groenlinks daarbij ook nog graag weg als een stel naïaut;eve Eurofielen. En inzake de vergroening van de economie heeft de partij heftige concurrentie van D66 en de Partij voor de Dieren.

Alsof dat nog niet erg genoeg is wordt Groenlinks ook nog dagelijks om de oren geslagen met “Kunduz”. Want de grootste strategische misser van Groenlinks van het afgelopen jaar was natuurlijk niet de stekkerdoos. Met de Kunduz-missie heeft Groenlinks zich pas echt op meesterlijke wijze haar eigen achterban van zich vervreemd.

En nu voert Groenlinks nota bene campagne met als vertrekpunt het lenteakkoord. Dat is een fundamentele inschattingsfout. Prijsschieten voor de SP en de PvdA natuurlijk weer. Dit is tekenend. Groenlinks gaat te veel staan voor de gesloten compromissen en brengt daarbij te weinig de eigen idealen naar buiten.

En dat heeft Dibi goed gezien. Hij heeft een goed punt als hij stelt dat Groenlinks haar idealen moet uitventen, en niet de compromissen die zij gesloten heeft. Wat Dibi ook lijkt te hebben begrepen is dat het niet zoveel zin heeft je druk te maken over de macht en de inhoud met tien zetels in de kamer en vijf in de peilingen. Dat het probleem van Groenlinks helemaal niet de inhoud is, of de aantrekkelijkheid als coalitiepartner, maar dat het hem schort aan het aan de man brengen van de ideeëaut;n.

Ook heeft hij een uitstekend punt als hij stelt dat Groenlinks ook buiten het parlement actief moet zijn en coalities moet sluiten, wellicht zelfs met niet voor de hand liggende partijen, er gebruik van makend dat ook commerciëaut;le partijen zich graag associëaut;ren met een milieupartij. En helemaal gelijk heeft hij als hij stelt dat Groenlinks haar idealen dichterbij de mensen dient te brengen, door te concretiseren. Niet: gelijke kansen, maar: investeren in onderwijs. Niet: red het ecosysteem, maar: is er nog wel voldoende groen in uw buurt… en waarom nog die bio-industrie? Niet: wij gaan de economie redden, maar: wij zorgen ervoor dat u makkelijker toegang heeft tot de arbeidsmarkt én de sociale zekerheid.

Aan goede ideeën en een duidelijke koers heeft Groenlinks geen gebrek. Het klinkt gek, maar goede ideeëaut;n is dan ook niet per se iets wat een lijsttrekker voor Groenlinks met zich mee hoeft te brengen. Dibi wordt verweten ijdel te zijn, teveel op effect te spelen en te weinig op de inhoud. Maar dat zijn op zich geen slechte eigenschappen voor het binnenhalen van een goed verkiezingsresultaat. Het verwijt dat hij een economische lichtgewicht is zal ongetwijfeld terecht zijn, maar de kiezer valt nu eenmaal niet voor cijferwerk.

Wat Dibi Groenlinks zou kunnen brengen is het duidelijk maken dat de partij staat voor iets anders dan de Kunduzmissie en het lenteakkoord. En dat is precies wat Groenlinks nodig heeft.

En toch gaat hij het niet redden. Groenlinksers zijn namelijk doodsbang niet serieus genomen te worden. Trauma uit het verleden. Die angst kan hij niet wegnemen. Verder maakt Dibi zelf ook strategische fouten in zijn aanvallen op Jolande Sap en het kader van Groenlinks. Ook al zouden zijn verwijten van druk en dwang terecht zijn, dan nog is het voor Groenlinks niet handig om daar vlak voor de verkiezingen mee naar buiten te komen. Daarmee is Dibi wellicht niet de juiste man op de juiste plaats.

Maar ondanks zijn tekortkomingen had Klokwerk hier toch liever Dibi dan Sap. Ik snap namelijk heel goed dat de Groenlinkskiezer tegenwoordig zijn heil zoekt bij Emiel, Diederick, Alexander of zelfs Marianne. En dat doet mij pijn, want ondanks dat ik genoeg verschilpunten zie tussen mijn eigen overtuigingen en die van Groenlinks, ben ik er wel van overtuigd dat juist die partij op dit moment hard nodig is voor een aantal fundamentele veranderingen.

De arbeidsmarkt moet socialer worden: de sociale zekerheid is niet alleen maar voor mensen met een vast contract, PvdA. En met alleen het afschaffen van het ontslagrecht hebben we nog geen goed sociaal vangnet, D66. Europa moet daarbij met bloedspoed opener en democratischer worden, en dat gaat dus niet lukken door overal nee tegen te zeggen, SP. Plus het is tijd dat iemand Mark Rutte eens over tafel trekt en hem vraagt waar hij nu eigenlijk mee bezig is, want investeren in kern- en kolencentrales is investeren in het verleden in plaats van in de toekomst.

Die boodschap vereist lef en trots op de kern van je gedachtegoed. Jolande Sap, die het presteert om haar grootste trots te halen uit een compromisakkoord, zie ik dat verhaal onvoldoende brengen. Wanneer ik haar bovendien in het eerste debat met Dibi de zaal vijf minuten lang zie uitleggen hoe belangrijk macht voor een politicus wel niet is, krijg ik plaatsvervangende schaamte. Natuurlijk heeft ze gelijk. Maar dat zég je toch niet?

Nee, aan gelijk is er bij Groenlinks geen gebrek. Het komt er alleen keer op keer zo verrot uit.


Deel dit:

Niets mis met onze democratie

Deel dit:

Er moet hoog nodig iets gebeuren aan ons kiesstelsel. Sinds Fortuyn is de kiezer op drift: grote electorale verschuivingen, moeilijke formaties, kort zittende kabinetten… kortom Italiaanse toestanden! Dit kan zo niet langer doorgaan of het land is onregeerbaar!

Een bekend verhaal nietwaar? Jaja, eens in de zoveel tijd verschijnt er weer een column van één of andere wijsneus met iets als bovenstaande alinea als inleiding. Daarna volgt dan een stuk waarin gepleit wordt voor een beperking van onze democratie.

Dan wordt bijvoorbeeld voorgesteld om door middel van een kiesdrempel een aantal kleine partijtjes uit het centrum van de macht te drukken. Of om door middel van een districtenstelsel hetzelfde te kunnen doen. Of door een winner-takes-it-all systeem ervoor te zorgen dat partijen die geen absolute meerderheid van stemmen behalen vooral vier jaar lang hun mond zullen houden.

Het punt is: als maar genoeg herhaald wordt dat we een probleem hebben met onze democratie gaan mensen het nog vanzelf geloven ook. Terwijl die hele analyse boven van geen kant deugt. We lopen even de dogma’s in bovenstaande bewering langs.

Electorale verschuivingen

Ja, er zijn veel verschuivingen van kiezers de laatste jaren geweest. Maar uiteindelijk bleef de verhouding tussen links en rechts opvallend constant. Links plus D66 slaagt er nooit echt in een meerderheid te behalen, behalve misschien af en toe als we de ChristenUnie meetellen. Rechts heeft bijna net zoveel moeilijkheden met het behalen van een stabiele meerderheid. Zo is het al decennia gesteld in dit land.

Goed, er zijn twee belangrijke verschuivingen aan de gang die we niet kunnen verwaarlozen. Ten eerste het verschijnsel dat, weliswaar met schokken, de christenen in de politiek steeds minder aanhang krijgen. De tweede natuurlijk dat op links en rechts radicalere partijen zijn ontstaan die geduchte concurrentie vormen voor de partijen die we nu uit arren moede maar “middenpartijen” zijn gaan noemen.

Moeilijke formaties

Zeker, je zou kunnen stellen dat formeren met die partijen op de flanken niet makkelijker wordt. Maar in praktijk blijkt daar niets van.

Laten we wel zijn: Belgische toestanden hebben we hier nog nooit meegemaakt. Als we kijken naar de cijfers dan zien we dat door de jaren heen de formaties dan ook niet langer zijn gaan duren. Ja, Balk II en Bruin I zaten vrij lang in de ei-tunnel, maar onze twee records uit de jaren ’70 waren daarmee niet gebroken, en ook in de jaren ’50 heeft men er al eens eerder een gerieflijke vier maanden voor uitgetrokken om tot een vergelijk te komen. Langer duurde het eigenlijk nooit. En ondanks de voorspellingen van voor de verkiezingen lijkt het me sterk als oom Mark en tante Didi er dit keer langer over gaan doen.

Bovendien is een lange formatie op zich geen ramp. De ministeries draaien nog wel even door op oud beleid, en onze politici zijn zoals in de lente weer bleek verantwoordelijk genoeg om niet zonder sluitende begroting een nieuw jaar in te gaan.

Kortzittende kabinetten

Goed, maar zijn onze kabinetten dan niet veel minder stabiel dan vroeger? Ja, kabinetten vallen in Nederland vaker dan dat ze vier jaar blijven zitten. Dat is een feit. Maar is dat een nieuw verschijnsel?

Absoluut niet. Als we de laatste tien jaar van de Nederlandse parlementaire geschiedenis bekijken dan zien we dat de kabinetten vanaf Balk I gemiddeld 742 dagen (twee jaar dus) zaten. Daar zitten dan ook de tussenkabinetten bij. De periode vanaf de tweede wereldoorlog tot en met Paars II haalden de kabinetten een gemiddelde van 869 dagen. Dat is vier maanden langer. Met vijf kabinetten als steekproef is dat op twee jaar zeker geen significant verschil.

Dat onze kabinetten steeds minder stabiel zouden worden is dus gevoeglijke onzin. Ja, we hebben een paar instabiele kabinetten gehad. We herinneren ons twee korte coalities met gloednieuwe Pipo de Clownpartijen en gedoogconstructies. Dat is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Maar dat soort experimenten zijn niet nieuw. We hebben in het verleden ook vijfpartijenkabinetten met aanschuifministers gehad. Het hoort er kennelijk allemaal bij.

Italiaanse toestanden

Dat hele geloof dat onze democratie veel minder stabiel is dan vroeger, is dus op niets gebaseerd. Als we al vinden dat onze democratie onstabiel is, dan is dat altijd al zo geweest. Maar de vergelijking met Italië, dat voor de parlementaire hervormingen gemiddeld één kabinet per jaar versleet, gaat volkomen mank.

Toch kunnen we ons nog de vraag stellen: is het niet erg dat er af en toe een kabinet omlazert hier en daar? Leven we daarmee in een bananenrepubliek?

Ook dat valt niet vol te houden. Zoals iedere Nederlander vind ik dat er van alles mis is in dit land en sta ik te popelen om eigenhandig orde op zaken te stellen. Maar ook moet ik toegeven dat we inderdaad economisch één van de rijkste landen ter wereld zijn, met de gelukkigste burgers met gemiddeld een hoog opleidingsniveau, naar internationale maatstaven een behoorlijk goed sociaal vangnet en zorg, relatief gezien behoorlijk veilig, en met zeer lage cijfers als het gaat om werkloosheid.

In landen met een tweepartijenstelsel is bovendien de opkomst bij de verkiezingen doorgaans lager. En wat is er eigenlijk erg aan de kiezer af en toe aan het woord te laten en een parlement te hebben waarin ook kleinere groeperingen gehoord worden? Niet zoveel, lijkt mij. Tenzij je een hekel hebt aan democratie valt er eigenlijk niets tegenin te brengen.

Lekker doorpolderen

Kortom, laat ons nu maar lekker doorpolderen. We doen het prima. If it ain’t broke, don’t fix it.

Maar… vindt de auteur dan dat er helemaal niets hoeft te veranderen aan ons stelsel? Zeker wel. Daarover volgende week meer. Voor deze week geldt de conclusie dat er met ons meerpartijenstelsel en coalitiesysteem in ieder geval niet zoveel mis is.


Deel dit:

Ontwikkeling of Achteruitgang

Deel dit:

De kritiek van de VVD op de bestedingen van ontwikkelingsgelden is achterhaald. Door te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking zouden wij niet alleen de ontwikkeling van arme landen, maar ook onze eigen economie schade aandoen.

Een veel gehoorde bewering is dat ontwikkelingshulp toch maar zou gaan naar foute regimes en corrupte organisaties. De VVD pleit er in die lijn dan ook voor voortaan enkel te investeren in projecten waarin Nederland specifieke kennis kan leveren. En dan alleen aan een selectie van partnerlanden op basis van effectiviteit van de hulp en wederzijds economisch belang.

Klinkt goed nietwaar? Dit is echter niets nieuws, maar sinds 1998 al staand beleid. Sinds 1998 wordt er juist steeds scherper gekeken naar het effect van ontwikkelingssamenwerking, en naar de landen en organisaties waarmee we in zee gaan. Ontwikkelingshulp van Nederland gaat tegenwoordig nog maar naar 15 geselecteerde landen, en dan voornamelijk rechtstreeks naar lokale bedrijven en naar Nederlandse bedrijven.

Sowieso is het nogal kortzichtig om duizenden organisaties over één kam te scheren en allemaal af te doen als fout en corrupt. Hoewel die organisaties er natuurlijk wel zijn. Maar dan nog, als het ontwikkelingsgeld al zo slecht besteed zou zijn, dan is het passende antwoord erop natuurlijk dat de uitgave ervan beter georganiseerd zou moeten worden, en niet dat het afgeschaft dient te worden.

Efficiënt

Natuurlijk wil de VVD niet graag weggezet worden als asociaal. De VVD stelt daarom dat zij wel degelijk de morele plicht voelt tegenover medemensen die het minder hebben. Maar daarna stelt zij de vraag of we die morele plicht moeten willen afkopen via de overheid. Volgens de VVD zou het antwoord op die vraag NEE zou moeten zijn. Daarom stelt zij ook voor om in plaats van ontwikkelingshulp te geven de belastingaftrek voor liefdadigheid te verhogen.

Het antwoord op die vraag zou echter JA moeten zijn, juist omdat de overheid de kennis en de macht heeft om het kaf van het koren, de goede projecten van de slechte projecten te onderscheiden. Het hele idee om ontwikkelingshulp via de burger in plaats van via de overheid te laten lopen is daarom eerder een pleidooi voor meer verspilling dan een pleidooi voor strategisch handelen. Bovendien kan een kind uitrekenen dat de burger echt geen drie miljard extra aan ontwikkelingsgeld gaat uitgeven omdat de VVD de belastingaftrek iets verhoogt.

Wederzijds belang

Maar we moeten sowieso nodig eens af van het idee dat ontwikkelingssamenwerking alleen maar liefdadigheid zou zijn. Want ontwikkelingssamenwerking is er ook in ons eigenbelang. Nederland leeft van de import en export van goederen en vooral kennis, en daarbij is een stevige internationale positie van levensbelang. Van ontwikkelingshulp profiteren de vestigingen van de BV Nederland in het buitenland niet alleen direct door middel van het binnenhalen van opdrachten, maar ook indirect, doordat ze opdrachten van buitenaf binnenslepen door goodwill en doordat ze geworteld zijn geworden in die landen.

Dit argument mag dan weinig nobel klinken, maar er is natuurlijk niets mis met wederzijds belang. Sterker nog, wanneer beide partijen belang hebben bij interactie, is de kans op machtsmisbruik, afhankelijkheid en verspilling het kleinst, en de kans op succes het grootst. Wanneer het Nederlandse bedrijfsleven verdient aan ontwikkelingsgelden terwijl tegelijkertijd de lokale economie groeit en mensen uit armoede gehaald worden, dan is dat een win-win situatie, waar zowel moreel gezien als zakelijk gezien niets tegenin te brengen is.

Effect

Dan hoor je ook vaak het argument dat ontwikkelingshulp “toch niet zou werken”. Kijk maar naar Afrika, zegt zo iemand dan; tientallen jaren van ontwikkelingshulp en het is nog arm!

Een vreselijk kortzichtig argument. Met een tientje kunnen we het leven van een kind redden. Is dat leven nu waardeloos geworden omdat met dat tientje niet heel Azië veranderd hebben in een gezondheidsparadijs? Met vijfentwintig euro helpen we iemand in een ontwikkelingsland om een rendabel eigen bedrijfje te starten. Is dat bedrijfje nu waardeloos geworden omdat we niet heel Afrika hebben omgetoverd tot een welvaartsstaat?

De VVD stelt dat de grootste vooruitgang in welvaart komt door macro-economische ontwikkelingen en niet door ontwikkelingshulp. Nou en? Dit soort argumenten is hetzelfde als stellen dat de bijstandsuitkering niet helpt omdat er in Nederland nog steeds mensen zijn die niet rond kunnen komen en werk uiteindelijk de beste remedie tegen armoede is. En dat dan als argument opvoeren om de bijstand in zijn geheel maar af te schaffen en de mensen die afhankelijk zijn van zo een uitkering op straat te schoppen.

Realistisch

Goed. Voordat mensen uw dappere blogger Klokwerk hier ervan gaan beschuldigen alle ontwikkelingshulp blind te verdedigen, wil ik benadrukken dat er zeker nog een hele hoop verbeterd kan worden. Ontwikkelingshulp is ondernemen in een omgeving met heel hoge risico’s en barrières. Daarbij is er het gevaar dat onder druk van Haagse criteria te weinig rekening wordt gehouden met lokale factoren. En ook moet het zo zijn dat de Nederlandse bedrijven in het buitenland de lokale ondernemers activeren en ondersteunen, en niet verdringen.

Ontwikkelingssamenwerking is daarmee zeker geen halleluja-verhaal en het is daarom heel belangrijk om kritisch te blijven kijken naar de besteding van ontwikkelingsgeld. Maar voor die discussie is het wel belangrijk dat we een juiste voorstelling van zaken hebben. De VVD placht zichzelf economisch realistisch te noemen. Met enig realisme hebben het standpunt dat dit weekend naar buiten kwam en de onderbouwing daarvan echter helemaal niets te maken. Eerder met blind idealisme; alleen dan niet het idealisme van het nobele soort.

Uiteraard heeft deze opstelling van de VVD dan ook met name te maken met de drang om vooral geen kiezers te verliezen aan de blonde populist op rechts. Laten we maar hopen dat het gewoon een valse truc is om zetels te scoren bij de mensen die nu eenmaal vallen voor de kortzichtige argumenten, terwijl ze erop rekenen dat ze na de verkiezingen door hun eventuele partners ertoe “gedwongen” zullen worden het budget gewoon te handhaven.

Voor de veiligheid echter zou ik als daar kiezer echter niet op rekenen, en maar liever uitwijken naar een partij met een echt eerlijk en strategisch verhaal. Los van dat ik als kiezer zelf niet alleen stem met mijn hersens, maar ook met mijn hart. Maar of die laatste een rol speelt, dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken.


Deel dit:

Bespreking over het ontslagrecht

Deel dit:

ACHTERGROND – In een nieuwe serie behandelt Sargasso enkele thema’s die in het regeerakkoord zouden moeten staan. Redacteur Klokwerk kijkt door het raam mee het torentje in waar Rutte en Samsom net zijn toegekomen aan het bespreken van het heetste hangijzer: het ontslagrecht.

Mark: En nu komen we aan het lastigste punt, Diederik.

Diederik: Mm?

Mark: Het ontslagrecht…

Diederik: Ai.

Mark (stroopt zijn mouwen op).

Diederik: Ik vermoed dat je alweer voor de zoveelste keer voorstelt om het ontslagrecht af te zwakken, Mark…

Mark: Mm-mm…

Diederik: Weer een verlaging van de ontslagvergoeding, weer een verzwakking van de rechtspositie van de werknemer…

Mark: Precies wat ik wilde zeggen Didi.

Diederik: Is het voor jullie dan nooit genoeg? Al jaren gaat het stap voor stap achteruit!

Mark: Totdat het ontslagrecht helemaal verdwenen is, is het nooit genoeg, Diederik.

Diederik: Maar je bent ook met stilstand al aan de winnende hand! Er wordt bijna geen vast contract meer uitgeschreven! Over twintig jaar loopt er in heel Nederland toch al bijna geen werknemer meer rond die aanspraak kan maken op een ontslagbescherming of ontslagvergoeding!

Mark: Geef het maar op Diederik.

Diederik: OK.

Mark: Mm?

Diederik: Ik zeg OK, ik geef het op. Als er binnenkort toch geen ontslagbescherming meer bestaat in ons land, dan zetten we er meteen een vette streep doorheen. Hele ontslagbescherming afschaffen zeg ik.

Mark: Wat???

Diederik: Maar onder één voorwaarde.

Mark: En dat is?

Diederik: Simpel. De WW gaat het eerste half jaar naar honderd procent en wordt voor niemand korter dan twee jaar. Bovendien heeft iedereen die zijn baan verliest recht op een maand gratis aanvullend onderwijs.

Mark: Wow wow wow! Jij wilde Sinterklaas gaan spelen?

Diederik: Niet ik, die werkgevers die zo profiteren van het verdwijnen van het ontslagrecht moeten dat dan maar betalen. Die betalen in de ruil voor die streep die we zetten maar een premie die afhangt van het aantal individuen dat per vijf jaar in de onderneming is werkzaam geweest. Zo belast je werknemers die het kortst mensen in dienst hebben het meest zwaar. Da’s eerlijk, nietwaar?

Mark: Heftig…

Diederik: Akkoord of niet?

Mark: Eh…

Diederik: Bedenk wel dat als je het niet doet we nog twintig jaar deze discussie voeren hè. En twintig jaar die vakbonden over de vloer…

Mark: OK, OK…

Diederik: Terwijl zonder ontslagbescherming geen vakbond meer zal overblijven. Waarom dacht je anders dat die lui nog leden kregen?

Mark: OK, OK, ik heb hem.

Diederik: Hahahahahahaha, je trapte erin!

Mark: Wat?

Diederik: Whahahahahaha, je geloofde me echt hè?

Mark: Oh, hahahahahaha, ja!

Diederik: Domoor! Wat zou ik met zoiets tegen al die vakbondslui moeten zeggen? Jullie kunnen naar huis?

Mark: Hahahaha, ja.

Diederik: En wat zou jij tegen de werkgevers moeten zeggen? Jullie hoeven niet meer op me te stemmen, want het doel is bereikt?

Mark: Hahaha, nee, dat gaat niet.

Diederik: En waar zouden wij het de komende jaren nog de actualiteitenprogramma’s mee moeten vullen? Met discussies over de Hedwigepolder soms?

Mark: Hahaha, hou op! Je hebt gelijk. Als we dit soort briljante plannen gaan verzinnen zijn wij zelf binnenkort de werklozen!

Diederik: Precies. En daarom stel ik inzake dit dossier iets anders voor.

Mark: Vertel. En nu serieus he?

Diederik: We verkorten het ontslagrecht zo, dat zowel werknemers als werkgevers net ontevreden zijn…

Mark: Ga door.

Diederik: … en dan laten we de werkgever precies zoals jij in de lente al bedacht had ook nog eens het eerste deel van de WW betalen, zodat de vakbonden extra veel werk hebben om dat los te peuteren.

Mark: Heel goed. Heel goed.

Diederik: Maar daar laten we het niet bij. Om het nog ingewikkelder te maken, gaan we werkgever en werknemer ook nog dwingen om samen een werk-naar-werk plan te produceren voor het ladekastje.

Mark: Hahaha, boef! Maar… daar kan ik dan nog wel overheen! Laten we aan dat werk-naar-werkplan dan ook gelijk allerlei rare kortingen en boetes hangen als een van beide partijen zich daar niet aan houdt.

Diederik: Briljant.

Mark: Zeker. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we de arbeidsmarkt helder, transparant en flexibel gaan maken.

Diederik: Precies, want zodra we dat doen, is er voor vakbondsmensen en juristen niets meer te doen.

Mark: En evenzo voor politici, Didi.

Diederik: En evenzo voor politici, Mark.

Mark: Borreltje?

Diederik: Ja doe maar. We moeten hier immers nog drie dagen blijven zitten voordat we de mensen vertellen dat we na lang onderhandelen dit plan-op-hoofdlijnen hebben vastgesteld.

Mark: Zeker. Als we op dit dossier na vijf minuten naar buiten komen snapt iedereen dat we de zaak belazeren.


Deel dit:

Eurokritisch of Euro-apathisch?

Deel dit:

Wat wil de SP nu eigenlijk veranderen aan Europa? Uiteindelijk helaas maar heel weinig.

De SP heeft haar mond vol over dit neoliberale en ondemocratische Europa, en eist “een ander Europa “. Maar veel alternatieven biedt zij niet.

Economie

Stop het neoliberale Europa, zegt de SP: we willen een sociaal Europa! En dat klinkt goed. Het huidige Europa bestaat uit landen die elkaar zure leningen toeschuiven met het vriendelijke doch dringende verzoek “de economie kapot te bezuinigen “. Een mentaliteit die de financiële markten de stuipen op het lijf jaagt overigens.

Als er één partij is die recht van spreken heeft hierin dan is dat de SP, nietwaar? De partij waarschuwde immers in de jaren 90 al tegen een al te vrije markt. De partij pleit in haar verkiezingsprogramma dan ook voor een plan waarbij Noord-Europa de economie gaat stimuleren en de werkloosheid aan gaat pakken. Mooi gezegd, maar het rijmt niet met de veel krachtiger geuite wens voor minder afdrachten naar Brussel. En toen er daadwerkelijk een noodfonds werd voorgesteld stemde de SP dan ook tegen. Tot zover de solidariteit en het maken van een vuist tegen de macht van financiële markten. Want een noodfonds heet tegenwoordig aantasting van onze “soevereiniteit “.

Democratie

Soevereiniteit. Plotseling blijkt zo een onmogelijk woord dan populair te worden. De EU: alles prima, maar kom niet aan onze soevereiniteit! Ook de SP vindt dat.

Maar helaas, dat behoud van soevereiniteit betekent in praktijk één ding: namelijk dat de regeringsleiders het in de EU voor het zeggen blijven hebben. En dat betekent een zwak Europa, dat vanuit de achterkamertjes geregeerd wordt door een stroperig circus waarin Duitsland en Frankrijk in praktijk uiteindelijk de dienst uit blijven maken.

Goed, de SP stelt voor dat die regeringsleiders gecontroleerd gaan worden door de nationale parlementen. Maar dat is nu juist in iedere lidstaat al lang het geval. Waar het mis gaat, is dat de nationale parlementen wel invloed hebben op de inzet tijdens onderhandelingen, maar niet op het resultaat. Dan kan je er wel een nationaal referendum tegenaan gooien zoals de SP wil, meer zeggenschap over de koers van Europa gaat dat de Nederlandse burger echt niet geven.

Daarnaast wil de SP “de lobbyisten naar huis sturen “. Hoe dan? Door het ze lief te vragen zeker? De democratiseringsvoorstellen van de SP klinken kortom stoer, maar als het puntje bij paaltje komt wil de partij aan de zeggenschapsstructuur van de EU uiteindelijk niets veranderen.

Een sociaal Europa

Verder wil de SP een sociaal Europa. Maar hoe ziet dat er dan uit? Door de invoering van een Europees minimumloon, en de bepaling dat lokale CAO’s leidend behoren te zijn. OK. Maar hoe rijmt dat zich dan weer met de eis van minder bemoeienis uit Brussel? De EU mag zich van de SP toch helemaal niet bemoeien met sociale zekerheid?

En ook niet met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, en openbaar vervoer. Alsof de lokale overheden het op die gebieden altijd zo goed doen! Juist op die terreinen zou Europa toch een stuk socialer mogen, toch? Je zou zeggen dat een socialer Europa een Europa mag zijn dat op zijn minst van zijn lidstaten een normaal sociaal vangnet eist.

De grote veranderingen die de SP voorstelt inzake de EU bestaan echter met name uit het verlagen van de afdracht aan de Europese Unie en daarmee het beperken van Europese subsidies. Kortom, de SP wil helemaal geen sociaal Europa. De SP wil alleen maar minder Europa.

Is dat erg? Ja. Want wat we collectief vergeten lijken te zijn, is dat Europa een paar decennia geleden nog bestond uit communistische dictaturen in het oosten en fascistische dictaturen in het zuiden. We zijn vergeten dat de eisen die de EU stelt aan mensenrechten, aan democratie en aan de rechtsstaat essentieel zijn geweest voor het verspreiden van die waarden op ons continent, en dat nog steeds zijn.

Europa wordt verkocht als “een garantie tegen oorlog “. Maar de EU gaat gelukkig wel een paar stappen verder dan alleen maar het garanderen van de vrede. Of je nu homo bent in Litouwen, Roma in Frankrijk, of asielzoeker in Nederland: je hoop op gelijke behandeling en gerechtigheid ligt in Brussel. Zo een SP-er die in eigen land met een demonstratiebordje voor zijn kop staat is lief, maar daar heb je in praktijk toch niet veel aan.

Het is daarom zo ergerlijk dat een partij die zich socialistisch noemt bij de standpunten op haar site vergeet om ook maar iets te zeggen over de EU en sociale rechten. Alsof het ze niets kan schelen. Zeker, in het concept-verkiezingsprogramma wordt wel braaf in één punt gerefereerd naar de mensenrechten, maar dit punt steekt in het geheel akelig schraal af tegen het krachtige pleidooi voor minder bemoeienis van Brussel.

De SP vergeet dat sociale rechten niet vanzelf lokaal zijn ontstaan, maar vanuit parlementen afgedwongen zijn door socialistische, sociaal democratische en sociaal liberale partijen. Ze begrijpt niet dat een werkelijk sociaal en evenwichtig Europa alleen maar kan ontstaan door gelijkheid in sociale wetgeving, en niet ontstaat door mensen te verbieden over de grens te komen werken.

Euro-apathisch

Het nieuwe partijkantoor van de SP heeft de naam “de moed ” gekregen. Moed is echter iets anders dan het nabouwen van het publiek in zijn euro-scepticisme. Het zou een socialistische of sociale partij als de SP passen de moed te hebben om te pleiten voor een écht sociaal Europa. Te pleiten voor een Europa dat zijn handen ineen slaat. Een democratisch Europa dat zich juist wel bemoeit met onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, sociale zekerheid en openbaar vervoer. Maar dan op een sociale manier. Een Europa dat een goede basis voor de sociale zekerheid legt en daarmee stabiliteit brengt en de financiële markten in hun hok duwt.

Helaas, eurokritisch blijkt in de praktijk nogal euro-apathisch te zijn. De EU blijft ook als het aan de SP ligt rustig op dezelfde voet doormodderen in zijn eigen (on)democratische en economische crisis. Terwijl Brussel verder gaat in zijn achterkamertjes onder leiding van Duitsland en Frankrijk gaat de geldkraan dicht, en gaat ieder land verder met zijn eigen versie van de afbraak van de sociale zekerheid, voor zover die al bestond.

En dat terwijl we land voor land door de financiële markten tegen elkaar kapot gespeculeerd worden. Machteloos, omdat de socialisten zijn vergeten wat de macht van solidariteit is.


Deel dit:

De waarde van het referendum

Deel dit:

OPINIE – De meest voorkomende klachten van burgers over Den Haag kunnen weggenomen worden door het instellen van een bindend referendum. Dit referendum moet dan wel aan bepaalde eisen voldoen.

Vorige keer heb ik betoogd dat ons meerpartijen- en coalitiestelsel zo slecht nog niet is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat ons stelsel tegenwoordig slechter functioneert dan vroeger, en de invoering van districtenstelsels of kiesdrempels om het aantal partijen terug te dringen en coalitievorming te vergemakkelijken is dus een volkomen onnodige beperking van de democratie.

Ook met ons vertrouwen in de politiek en politici zit het wel goed. Zowel de vergelijking met vroeger tijden als met het buitenland laat een positieve bevolking zien die relatief veel vertrouwen heeft in de politiek en politici. Alweer een reden om vooral niets te veranderen aan ons coalitiesysteem.

Maar dat het goed gaat betekent niet dat het niet beter zou kunnen. Want helemaal klachtenvrij zijn we nu ook weer niet. Veel gehoord is de klacht dat we onze politici kiezen en vervolgens vier jaar als kiezer genegeerd worden.

Of die klacht gegrond is zal ik in het midden laten. Het belangrijkste is dat die er is. En dat ie door ons systeem wordt gevoed.

Ons systeem zit namelijk vol met inspraakrondes, maar wat er met die inspraak gedaan wordt is uiterst vaag en vrijblijvend. De paar referenda die we hier daarnaast gehad hebben, werden over het algemeen vergeten op de dag nadat we ze gehouden hebben.

Middelvinger

Het is niet gek dat deze vrijblijvendheid ervaren wordt als een middelvinger naar de burger, en dan met name natuurlijk door de burgers die het met het uiteindelijke besluit niet eens zijn. Zij kunnen altijd beweren dat de meerderheid het vast wel met hun eens zou zijn, als ze maar gehoord zou worden.

Daarbij kiezen mensen op een partij met een pakket, en in dat pakket zijn altijd wel een paar standpunten waar ze het niet mee eens zijn. De kans is er zo dat er op die manier wel een Kamermeerderheid te vinden is voor een minderheidsstandpunt. En daarnaast is er nog het verschijnsel van ons coalitiesysteem dat partijen er allerlei minderheidsstandpunten doordrukken in ruil voor hun deelname.

Referendum

Eigenlijk zijn al deze nadelen van ons systeem weg te nemen door het instellen van een bindend referendum. Het maakt de inspraak helder, en het geeft het volk de mogelijkheid de kamer terug te roepen als er een minderheidsstandpunt wordt doorgedrukt.

Het referendum heeft daarnaast nog twee grote voordelen die doorgaans niet genoemd worden.

Ten eerste wordt met een referendum het inhoudelijke debat aangejaagd. Mensen krijgen een oproep om over één bepaald onderwerp te kiezen en gaan op zoek naar informatie over dat ene onderwerp. Debatten gaan over de inhoud en niet over de personen. De kennis over een onderwerp wordt sterk vergroot, onder burgers maar ook onder politici. Misschien heeft dat zelfs wel invloed op de kwaliteit van de besluitvorming.

Ten tweede maakt de mogelijkheid voor burgers om een referendum te eisen allerlei verplichte (en tijd en geldverslindende) inspraakrondes overbodig.

De methode

Maar dat betekent niet dat het volk zomaar in de wilde weg over alles moet gaan stemmen, of dat het wenselijk is dat de politiek continu bij de burger op de stoep staat om toestemming te vragen. Een goede referendumregeling moet aanvullend zijn, en mijns inziens daarom aan vier strenge eisen voldoen.

Ten eerste zou het referendum altijd over één afgebakend onderwerp moeten gaan. Geen stemrondes over hele boekwerken zoals over de Europese grondwet, want dan zitten we met het probleem dat als er nee gezegd wordt niemand weet tegen welk onderdeel nu precies nee wordt gezegd. Staat er in een verdrag een discutabel punt, dan kan men daarover een referendum organiseren, maar niet over het hele pakket.

Ten tweede mag een referendum niet botsen met hogere wetgeving. Wanneer toch tot zo een referendum wordt opgeroepen dan moet er maar een referendum komen over die hogere wetgeving. Dat verheldert de discussie en houdt de wetboeken zuiver.

Ten derde zou een referendum alleen gehouden moeten worden als een x deel van de bevolking daartoe oproept. Het is niet de bedoeling om voor de vorm referenda te houden of de burgers lastig te vallen met ieder wissewasje. Wanneer echter vijf procent van de mensen zegt mee te willen beslissen, dan weten we zeker dat de burger ook meebeslissen wíl.

Ten vierde moet een referendum als aan de vorige voorwaarde is voldaan altijd bindend zijn, ongeacht de uiteindelijke opkomst. Wanneer erg weinig mensen op komen dagen omdat ze het punt te onbelangrijk vinden, dan beslissen de mensen die het wél belangrijk vinden.

Onder die vier voorwaarden zou een referendum mijns inziens een zeer waardevolle aanvulling kunnen vormen op ons democratische systeem. Wanneer daar niet aan wordt voldaan kunnen we het echter beter in de kast laten.

Edit: Naar aanleiding van de discussie op Sargasso.nl na plaatsing van dit artikel zou ik een vijfde voorwaarde willen toevoegen: geen ongedekte voorstellen.

Bezwaren

Er worden vaak inhoudelijke bezwaren tegen een referendum ingebracht.

Het belangrijkste bezwaar is dat het volk het aan kennis en inzicht zou ontbreken om overal maar over mee te beslissen.

Eigenlijk is dat een heel raar argument, want als dat op zou gaan voor een simpele ja/nee vraag zoals in een referendum beantwoord dient te worden, waarom zou dat dan niet opgaan voor de gewone verkiezingen? Waarom zou het makkelijker zijn te stemmen over een stuk of twintig verkiezingsprogramma’s en een lijst van meer dan driehonderd mensen dan over één issue? Dit argument is kortom geen argument tegen een referendum maar eerder een argument tegen het hele begrip democratie. En tegen democratie valt veel in te brengen, ik houd er toch maar aan vast als minst slechte aller systemen, puur en alleen al omdat het politici dwingt om draagvlak te blijven zoeken. En dan is het referendum een voor de kiezer beter behapbare vorm dan indirecte democratie.

Los daarvan wordt het argument dat het volk te dom zou zijn voor een referendum ook weersproken door de praktijk van referendumland Zwitserland (interessant artikel-alert). Dit land houdt al meer dan honderd jaar verstrekkende referenda, de meesten bindend van karakter, en het land is ondanks wat je ervan kan vinden alles behalve een bananenrepubliek. Integendeel, het is één van de meest welvarende landen ter wereld, en fundamentele rechten zijn er over het algemeen goed geborgd.

Dan is er het bezwaar dat je vaak hoort, dat we nu eenmaal politici hebben om onze beslissingen te nemen, en dat we met het referendum een dubbel systeem creëren.

Maar ook dat is een raar argument. We hebben politici immers aangesteld omdat we zelf geen tijd hebben ons de hele dag in dossiers te verdiepen. Maar dat ontneemt ons toch niet het recht die mensen te corrigeren? Als ik een accountant aanstel voor mijn administratie wil ik best naar de man luisteren wanneer hij met voorstellen komt, maar als ik het niet met hem eens ben beslis ik uiteindelijk toch zelf. Daarmee maak ik mijn accountant en zijn kennis echter nog niet overbodig. Die man hoort alleen zijn plaats te kennen. En zo zit dat ook met gekozen politici.

Situatie

De discussie over referenda is al heel oud in Nederland. Eigenlijk kunnen we zeggen dat dit het troetelkind is geweest van iedere beweging van politieke vernieuwers en kwade burgers. D66, Leefbaar Nederland, Fortuijn, Verdonk, Wilders en de SP: allemaal referendumpartijen. Aan de andere kant zijn de traditionele machtspartijen juist geneigd om referenda tegen te houden. De PvdA is nog het meest geneigd mee te gaan, maar staat duidelijk niet te springen. Het CDA is pertinent tegen. En de VVD heeft altijd wel een senator achter de hand om als het puntje bij paaltje komt het referendumfeest tegen te houden.

Het is duidelijk: politici geven hun macht niet graag af. Hoe dichter partijen bij het pluche komen en hoe meer ze hun zin krijgen, hoe minder je ze doorgaans over referenda hoort. En dat is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom het bindend referendum er nog steeds niet is.

Mij lijkt het echter dat het eindelijk eens tijd wordt serieus werk te maken van het referendum, als we tenminste serieus willen zijn met het begrip democratie. Zo niet, dan moeten we ook niet gaan miepen over de kloof tussen de burger en Den Haag. Want die houden we dan zelf in stand.


Deel dit:

Interview met de Anne Frank Boom

Deel dit:

De boom zou oud zijn. Al grotendeels dood. En het gevaar van omvallen te groot.

Kortom, de boom moest gekapt worden, maar… dit leidde tot Verzet van Vele Helden over de hele wereld: de amerikaanse pers, de duitse pers en de Nederlandse pers… de Anne Frankstichting, de bomenstichting en andere stichtingen… iedereen wist mee te praten over de boom, die meermalen als symbool van de vrijheid bestempeld werd.

Behalve de boom zelf. Die zweeg.

Echter niet langer dan tot nu. Uiteindelijk heeft de boom na lang aandringen toegestemd met een interview. En wie zou dat interview nu beter kunnen afnemen dan bomenvriendin voor het leven… Prinses Irene?

Postbanaal regelde voor u dat interview, en exclusief voor u hier op deze pagina de reportage:

PI: Mijn eerste vraag: hoe voelt u zich nu?

AFB: Ach vandaag voel ik mij naar omstandigheden goed. Het weer zit mee. De zon doet zijn werk. Alleen whoehoehaaaa nee niet weer!

PI: Wat is er?

AFB: Een of andere grondeekhoorn die zich tussen mijn wortels… whoehaaa! Nee! Genade!… Hij zit tussen mijn wortels en scharrelt af en toe wat heen en weer.

PI: Er zitten hier geen grondeekhoorns.

AFB: Whoehaaaa!… nu dan is het een muis… whahahaa!, wacht, hij wordt weer even rustig nu.

PI: Kunt u zich Anne nog herinneren?

AFB: Jazeker, ik kan mij haar goed herinneren. Als klein meisje speelde zij vaak rond mijn wortels, en een keer is zij in mij geklommen. Tsja, dat was een welhaast erotische ervaring. (ruist zachtjes)

PI: En later in het Achterhuis?

AFB: Toen Anne in het achterhuis zat kon zij mij beter zien dan ik haar. Ja, eigenlijk… voelde ik mij bespied.

PI: Hoe voelde dat?

AFB: Ach, het voelde… het voelde als… als verraad.

PI: U weet toch waarom Anne ondergedoken zat?

AFB: Luister mevrouw (…), ik word over het algemeen gezien als een symbool van de vrijheid en zo voel ik mij dan ook, ook als ik met u spreek. Het deed mij niet veel te horen dat zij dood was.

PI: Dat kunt u niet menen.

AFB: Oh ja dat meen ik, want wanneer een pubermeisje opgesloten wordt in een achterhuis dan doet dat mij wel zeker ernstig pijn en verdriet. De vrijheidsberoving van Anne heeft mij meer gedaan dan haar uiteindelijke deportatie. Haar vrijheid was ze toen al jaren kwijt. Zij was gedwongen tot verlangen naar mij van een afstand. Tot onpersoonlijheid. Haar persoonlijke gevoelens kon zij slechts vastleggen in bladzijden, geheel toevallig gewonnen uit mijn neef Jaap; daar heeft u uw scope te pakken mevrouw. Maar… het kwaad was al geschied toen zij onderdook. Wie zijn of haar vrijheid verliest, sterft.

PI: Over sterven gesproken, men zegt dat u erg ziek bent. Hoe is de dood voor u?

AFB: Wij bomen sterven net als mensen; ik zit nog vol leven maar voel dat ik langzaam verzwak. Onder de grond ben ik bijna net zo groot als daarboven, dat moet u niet vergeten, maar waar ik boven de grond nog vol en stevig lijk, heb ik onder de grond stukken van mij prijs moeten geven; ik voel mijn krachten wegvloeien terwijl ik mij nog met mijn nagels vasthoud aan de aardkorst totdat ik omval.

PI: In dat geval moet u de gevonden oplossing zeer kunnen waarderen!

PI: Hallo?

AFB: Sorry, even een klein takje… Mevrouw Irene; praat u mij er niet van! Ik vind het ronduit verschrikkelijk. Ik, het symbool van de vrijheid, vastgeklonken in een stalen kooi, zodat ik niet de vrijheid heb te sterven en om te vallen als de wind mij teveel wordt. Dat ik deze schande van betuttelend behoud, die in feite niets anders is dan tirannie, nog moet meemaken mevrouw Irene, dat is mij teveel. De enige vrijheid die ik verlang is de vrijheid om de weg te gaan die de natuur mij wijst, maar deze vrijheid is mij door uw soort niet gegund mevrouw Irene! Alles moet bij u worden gepland. Wat is uw vrijheid? Een berekend pad, een ritueel, stipt uitgevoerd op het ritme van de bliepjes van uw organisers, de digitale wekkers waarmee u ontwaakt, de veilige sleur waaraan u zich conformeert. Is dat vrijheid?

PI: …

AFB: … Dat is geen vrijheid. U heeft zich vastgeklonken in een plasticken harnas, en officieel zou u eruit mogen stappen… maar u zult niet weten hoe u zonder zult moeten overleven, u kunt zonder niet overleven. Dat is uw tragiek! Die van mij… en die van u is dat onze vrijheid slechts bestaat binnen het door de uwen als toelaatbaar aangewezene. Ik sta hier de laatste jaren van mijn leven, mevrouw, in protest, noteert u dat, om u eraan te herinneren hoe u de vrijheid van een vrije kastanje heeft vermoord.

(ruist zachtjes een tijdje en zegt dan: )

Het is klaar, ons gesprek is over mevrouw Irene. Ik verzoek u mij verder met rust te laten.

(Zwijgend en diep onder de indruk verlaat Irene de tuin achter het Anne Frankhuis.)

(c) 2008 Klokwerk – www.klokwerk-design.nl

Ter gelegenheid van de 5 mei viering van 2008

Edit: Op 22 augustus 2010 om 13:30 heeft de boom wraak genomen door met kooi en overige hulpmiddelen en al alsnog om te waaien. De stam van de dertig ton zware boom is een meter boven de grond afgebroken en op de grond terechtgekomen. Doordat de boom in de tuin viel, en niet naar het huis toe, maar in de tuin, is er verder geen schade aangericht en zijn er geen gewonden gevallen.


Deel dit: